Opdracht; vraag en aanbod



Dovnload 15.23 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte15.23 Kb.
Opdracht; vraag en aanbod
Graanboer Kolder is actief op de marktvorm van volkomen concurrentie. Zijn prijs komt dus tot stand op de totale markt en is voor de individuele aanbieder dus gegeven. In de onderstaande tabel is de collectieve vraag- en aanbodformule gegeven.


Vraagformule (P = prijs in eurocenten, Qv = gevraagde

hoeveelheid in miljoenen kilo’s):


Qv = -0,5p + 45



Aanbodformule (P = prijs in eurocenten, Qa = aangeboden

hoeveelheid in miljoenen kilo’s):


Qa = p - 30




A) Teken de vraag- en aanbodlijn in de uitwerkbijlage.
B) Geef in de uitwerkbijlage de evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid weer.


C) Bereken de evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid.

D) Arceer in de uitwerkbijlage het consumentensurplus en het producentensurplus.

E) Bereken het consumentensurplus en het producentensurplus aan de hand van de uitwerkbijlage.
Doordat de meeste boeren bij de tot stand gekomen prijs verlies maken, besluit de overheid om de graanboeren te beschermen. De overheid besluit een minimumprijs in te voeren van € 0,70 per kilo.
F) Is er bij een prijsverandering sprake van een verschuiving langs of van de lijn? Leg uit.

G) Leg uit of er een aanbodoverschot of een aanbodtekort zal plaats vinden.

H) Bereken het aanbodoverschot of aanbodtekort in miljoenen kilo’s.

I) Bereken het aanbodoverschot of aanbodtekort in euro’s.

J) Leg uit wat er gebeurt met de totale welvaart (totale surplus).
Alleen voor VWO:

K) Arceer in de grafiek het welvaartsverlies.

L) Hoe wordt het welvaartsverlies ook wel genoemd.

Uitwerkbijlage


A) en B)

C)

-0,5p + 45 = p - 30  75 = 1,5p  p = 50

-0,5 x 50 + 45 = 20  q = 20
D)

Het rood gearceerde is het producentensurplus en het blauw gearceerde is het consumentensurplus.


E)

Consumentensurplus: (90 - 50) x 20 / 2 = 400 miljoen eurocent (4 miljoen euro)

Producentensurplus: (50 - 30) x 20 / 2 = 200 miljoen eurocent (2 miljoen euro)
F)

Er is sprake van een verschuiving langs de lijn. Bij een prijsverandering geeft zowel de aanbod- als vraaglijn bij een ander punt op de lijn een andere hoeveelheid aan. De lijnen zelf zullen niet veranderen.


G)

De vastgestelde prijs is hoger dan de evenwichtsprijs. Hierdoor zal de vraag dalen en het aanbod stijgen. Dit zorgt voor een aanbodoverschot (vraagtekort).


H)

Qa = 70 - 30  40

Qv = -0,5 x 70 + 45  10

Het aanbodoverschot is 40 - 10 = 30 miljoen kilo.



I)

30.000.000 x 0,70 = 21.000.000 euro (overschot)


J)

De totale welvaart (surplus) zal afnemen, omdat vraag en aanbod niet in zijn totaliteit op elkaar aansluit.


K)



L)

Harberger-driehoek



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina