Openbare terechtzitting van 22 maart 2013



Dovnload 23.81 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte23.81 Kb.

blad

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 22 MAART 2013

Het Hof van assisen van de provincie Oost-Vlaanderen dat zitting houdt te 9000 Gent, Opgeëistenlaan 401, na beraadslaging met de hierna genoemde leden van de jury over de beweegredenen die bij de gezworenen hebben geleid tot hun beslissing nopens de schuld van de beschuldigde, heeft het volgend arrest uitgesproken;



Gezien de verklaring van de hierna genoemde twaalf gezworenen op de vragen hen door de voorzitter van het hof gesteld,
waaruit volgt dat de beschuldigde:
KDG
SCHULDIG IS AAN:
A. Bij inbreuk op de artikelen 392, 393 en 394 van het Strafwetboek, zich schuldig te hebben gemaakt aan moord, dit is opzettelijk, met het oogmerk om te doden en met voorbedachten rade, gedood te hebben:
te 9200 Sint-Gillis-Dendermonde op 23 januari 2009:
1.

2.

3.


te 9120 Beveren op 16 januari 2009:
4.

B. Bij inbreuk op de artikelen 51, 52, 392, 393 en 394 van het Strafwetboek, zich schuldig te hebben gemaakt aan poging tot moord, dit is gepoogd te hebben opzettelijk, met het oogmerk om te doden en met voorbedachten rade, de hiernavolgende personen te doden, waarbij het voornemen om de misdaad te plegen zich geopenbaard heeft door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en alleen ten gevolge van omstandigheden van de wil van de dader onafhankelijk, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist:


te 9200 Sint-Gillis-Dendermonde op 23 januari 2009:


  1. tem 22

te 9120 Beveren op 14 januari 2009:


1 tem 3

De voornaamste redenen die hebben geleid tot de beslissing van de gezworenen omtrent de vragen door de Voorzitter gesteld, zijn de volgende:


De toerekeningsvatbaarheid van KDG op het ogenblik van de feiten
Voor de gezworenen is er niet de minste twijfel dat de beschuldigde KDG zowel bij de feiten op 14, 16 en 23 januari 2009 niet verkeerde hetzij in staat van krankzinnigheid, hetzij in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid die hem ongeschikt maakte tot het controleren van zijn daden.
De gezworenen kunnen zich aansluiten bij de bevindingen van het college van deskundigen bestaande uit Dr. Roger Deberdt, Prof. Dr. Paul Cosyns, Dr. Marc Gabriël, Dr. Dirk Steemans, Dr. Hans Hellebuyck en psycholoog Jurgen Nys zoals weergegeven in hun verslag en uiteengezet ter terechtzitting van het Hof van assisen. Dit college van gerechtsdeskundigen komt terecht tot het besluit dat KDG een ernstige geestesstoornis heeft, hij heeft namelijk een ernstige persoonlijkheidsstoornis type schizotypische persoonlijkheidsstoornis met ook trekken van narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis, waardoor hij korte psychotische opstoten kan doen en depressieve episodes kan ontwikkelen. Hij veinst daarbij met momenten psychotische symptomen. Dit kan gezien worden in het kader van zijn persoonlijkheidsstoornis. Van een psychotisch proces type schizofrenie is er geen evidentie. Er is ook geen evidentie voor een psychotische depressie, autisme, noch een manisch-depressieve stoornis. Ondanks zijn geestesstoornis werden zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden op het ogenblik van de feiten en op het ogenblik van het onderzoek niet tenietgedaan, noch ernstig aangetast. Wegens zijn dubbel profiel van seriemoordenaar en massamoordenaar is KDG uiterst gevaarlijk voor de maatschappij. De gezworenen zijn net als dit college van mening dat de beschuldigde KDG niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door de wet om in aanmerking te komen voor de beschermingsmaatregel internering.
De bevindingen van de psychiaters Dr. Karel Ringoet en Dr. Geert De Bruecker en van de psychologen Nathalie Laceur en Geert Hoornaert, die op verzoek van de raadsman van de beschuldigde een onderzoek naar de geestestoestand van KDG hebben verricht, en die besluiten dat de feiten te kaderen zijn in een psychotisch proces en dat KDG zowel ten tijde van de feiten als op vandaag lijdt aan een volwaardige paranoïde schizofrenie, kunnen niet overtuigen.
Daarnaast dient gewezen te worden op de volkomen koelbloedige en ijzig kalme manier waarop de beschuldigde KDG de feiten in Fabeltjesland heeft gepleegd wat duidelijk is gebleken uit de verklaringen ter terechtzitting van de ooggetuigen RVG, HDB, SL en JDL. Deze verklaringen van ooggetuigen weerleggen formeel de door de beschuldigde KDG voorgehouden staat van paniek.
De ongelofelijke zelfbeheersing waarvan de beschuldigde KDG op het ogenblik van deze feiten en de eerste uren na deze feiten blijk heeft gegeven, bewijst dat de beschuldigde de feiten niet heeft gepleegd terwijl hij zich in een psychotische toestand bevond. Op 23 januari 2009 werd de beschuldigde KDG na zijn arrestatie gedurende vijf uren (van 16.59 tot 22.00 uur) onderworpen aan een videoverhoor. Tijdens deze lange periode hield de beschuldigde zich in een onbeweeglijke (schijnbaar katatone) houding, zelfs tijdens het laatste uur van dit verhoor toen zijn geëmotioneerde vader op hem probeerde in te spreken. Naderhand is gebleken dat deze houding door de beschuldigde werd geveinsd: niet alleen heeft de beschuldigde KDG dit terloops het verdere onderzoek volmondig toegegeven maar bovendien is op de beelden, waarvan de gezworenen kennis hebben kunnen nemen, duidelijk te zien dat de beschuldigde – op ogenblikken dat de ondervragers het lokaal hebben verlaten – in beweging komt en zijn spieren ontspant.
Het college van gerechtspsychiaters heeft bevestigd dat een dergelijk manifest veinzen, wat trouwens als een manipulatie moet worden gezien, onmogelijk kan worden volgehouden door een persoon die zich in een psychotische toestand zou hebben bevonden.
Ook de maandenlange en minutieuze voorbereiding door de beschuldigde KDG, onder meer op verschillende tijdstippen de aankoop van messen, bijlen en een kogelvrije vest, het creëren van een valse hoedanigheid (aanmaak van een logo, het downloaden van software om een stem te vervormen, het bestellen van t-shirts met vervalste logo’s, de verkenningen, het opmaken van routebeschrijvingen, het opzoeken via internet van gegevens omtrent het aantal aanwezigen in zijn drie “doelwitten”, zijnde de kinderdagverblijven, enz.) bewijzen voor de gezworenen dat de beschuldigde KDG over meer dan voldoende inschattings- en oordeelsvermogen beschikte bij het plegen van de daden.
Tenslotte blijkt dat de beschuldigde KDG bij de uitvoering van de feiten in Fabeltjesland enkele malen keuzes heeft gemaakt: toen hij aan zijn eerste “doelwit” kwam, dan is hij niet binnen gegaan omdat hij niet onmiddellijk de ingangsdeur vond en omdat er enkele mannen in de directe omgeving aan het werk waren. Eenmaal binnen in Fabeltjesland heeft de beschuldigde KDG – zoals hij zelf heeft verklaard – getwijfeld om terug naar buiten te gaan maar dan toch de beslissing genomen om door te gaan met zijn moordplannen. Deze keuzevrijheid toont aan dat de beschuldigde op het ogenblik van de feiten wel degelijk nog over een wilsvrijheid beschikte.
De tenlasteleggingen A1 tot en met A4 en B1 tot en met B22
De moorden zoals omschreven onder A1 tot en met A4 en B1 tot en met B22 zijn afdoende bewezen.
De beschuldigde KDG heeft zowel tijdens de verhoren terloops het gerechtelijk onderzoek, wat ter terechtzitting werd bevestigd door de ondervragers Hans Neubourg en Julie Sarre, als bij zijn verhoor tijdens de terechtzitting van het Hof van assisen toegegeven dat hij zowel op 16 januari 2009 naar de woning van EVR als op 23 januari 2009 naar Fabeltjesland is gegaan om alle daar aanwezige personen om het leven te brengen, wat zijn oogmerk om te doden aantoont. Deze intentie om te doden blijkt eveneens uit de aard van de letsels die hij met zijn mes heeft toegebracht, zowel de letsels die hebben geleid tot de dood van EVR, MB, CV en van LG als de letsels die werden toegebracht aan de kinderen in Fabeltjesland die het hebben overleefd. Dat deze kinderen en de andere kinderen die geen fysieke kwetsuren hebben opgelopen niet werden gedood is te wijten aan omstandigheden buiten de wil van de beschuldigde KDG, namelijk het verweer dat hij heeft ondervonden vanwege de kinderverzorgsters, het snelle verwittigen van de hulpdiensten door de kinderverzorgsters waardoor de beschuldigde de vlucht diende te nemen en de snelle interventie door de medische hulpdiensten waardoor verschillende levens konden worden gered.
De minutieuze en langdurige voorbereiding zoals hiervoor beschreven bewijst afdoende dat de beschuldigde KDG deze feiten bewust en planmatig heeft voorbereid waardoor de voorbedachtheid met betrekking tot deze feiten eveneens afdoende bewezen is.
Ter terechtzitting van het Hof van assisen werden deze feiten trouwens noch door de beschuldigde KDG noch door zijn raadsman op enige wijze betwist.
De tenlasteleggingen B23 tot en met B25
Ook de moordpoging op PVDW (B23), PS (B24) en AVDW (B25) komt afdoende bewezen voor.
De beschuldigde KDG heeft zowel tijdens de verhoren terloops het gerechtelijk onderzoek, wat ter terechtzitting werd bevestigd door de ondervragers Hans Neubourg en Julie Sarre, als bij zijn verhoor tijdens de terechtzitting van het Hof van assisen toegegeven dat hij op 14 januari 2009 naar de woning van het gezin VDW in de X nr. C te Vrasene is gereden met de bedoeling om, nadat hij onder een vals voorwendsel zou zijn binnengeraakt, alle daar aanwezige personen te doden. Zijn voornemen om aldaar te moorden stond vast.
De beschuldigde KDG had zijn plan zorgvuldig voorbereid: twee dagen daarvoor had hij bij een verkenning dit huis uitgekozen om zijn moordplan uit te voeren. Hij had voordien zijn valse vermomming uitgewerkt om bij de eventueel aanwezige personen geen argwaan te wekken. Op 14 januari 2009 kwam hij aan de woning met de nodige attributen voor zijn vermomming (de haren gekleurd, de aangebrachte “tache de beauté”, de bril, de nagemaakte dienstkaart en t-shirt van het onderzoekscentrum waar hij zogezegd voor werkte) en met de wapens nodig om de moorden te plegen (een mes dat hij reeds uit de rugzak had genomen, een mes in de rugzak alsook een bijl). Deze concrete handelingen maken ontegensprekelijk een begin van uitvoering uit van het voornemen van de beschuldigde KDG om het gezin VDW uit te moorden.
De beschuldigde KDG heeft niet vrijwillig afgezien van deze moordplannen. Integendeel zijn deze uitwendige daden, die een begin van uitvoering van deze misdaad uitmaken, gestaakt en hebben ze hun uitwerking gemist door omstandigheden onafhankelijk van de wil van de beschuldigde KDG. Hij heeft toegegeven dat hij gewapend rond de woning is gelopen, naar de voordeur en de bel heeft gezocht maar niet heeft gevonden, tevergeefs gepoogd heeft een achterdeur te openen, en de aandacht van eventuele aanwezigen heeft proberen te trekken toen hij vaststelde dat er twee honden in de woning waren. Deze moordpoging door KDG is onafhankelijk van zijn wil niet kunnen doorgaan enerzijds omdat hij de woning niet is binnengeraakt en anderzijds omdat de bewoners niet aanwezig waren. Er is geen enkele twijfel dat de beschuldigde KDG zijn moordplannen zou hebben uitgevoerd wanneer de bewoners wel aanwezig zouden zijn geweest en hem door zijn valse voorwendsels in de woning zouden hebben toegelaten. Twee dagen later zal de beschuldigde KDG immers met dezelfde voorbereiding en plannen (de valse identiteit, de vermomming, dezelfde wapens) aan de woning ernaast aanbellen en een identiek moordplan op de bewoner EVR voltrekken.
De hiervoor vermelde voorbereidingen tonen de voorbedachtheid bij deze moordpoging op de leden van het gezin Van Der Westerlaken voldoende aan.
De toerekeningsvatbaarheid van KDG op vandaag
Ook op vandaag staat het niet vast dat de beschuldigde KDG verkeert hetzij in staat van krankzinnigheid, hetzij in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid die hem ongeschikt maakt tot het controleren van zijn daden.
Dit blijkt vooreerst uit het verslag en de getuigenis ter terechtzitting van de gerechtsdeskundigen Dr. Roger Deberdt, Prof. Dr. Paul Cosyns, Dr. Marc Gabriël, Dr. Dirk Steemans, Dr. Hans Hellebuyck en psycholoog Jurgen Nys op grond waarvan met zekerheid kan worden geoordeeld dat er bij de beschuldigde KDG op vandaag nog altijd geen sprake is van een volwaardig psychotisch klinisch beeld dat toelaat om de formele diagnose te stellen van schizofrenie of enig ander ziektebeeld gekenmerkt door grote cognitieve stoornissen of bewustzijnsstoornissen. Ook op vandaag beschikt de beschuldigde KDG over meer dan voldoende oordeels- en controlevermogen.
Daarnaast hebben de gezworenen tijdens de terechtzitting vastgesteld dat de beschuldigde KDG op heden geenszins verkeert hetzij in staat van krankzinnigheid, hetzij in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid die hem ongeschikt maakt tot het controleren van zijn daden en derhalve ook op vandaag volkomen toerekeningsvatbaar is.
OP DEZE GRONDEN,
(…)
Verklaart de beschuldigde KDG schuldig




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina