Openbaring van (aan) Johannes -1



Dovnload 129.96 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte129.96 Kb.
Openbaring van (aan) Johannes
-1-
1adie hij van God ontving

De tekst zelf legt de nadruk niet op wat Johannes ontving maar op wat God gaf:



die God hem gaf.
1baan zijn dienaar Johannes

Johannes – 3e naamval. Dit vraagt in de Nederlandse titel om het voorzetsel aan.


2awat God gesproken heeft en waarvan Jezus Christus heeft getuigd

Wat God spreekt en waar Jezus Christus van getuigt:



het woord van God en het getuigenis van Jezus Christus.
2bdit heeft hij allemaal gezien

alles wat hij heeft gezien.
3wat hier gezegd wordt

Wat hierin geschreven staat:



wat erin staat.
6uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot

In feite is het Griekse werkwoord twee keer vertaald. Die een koninkrijk uit ons gevormd heeft,



priesters voor God, zijn Vader.
7te midden van de wolken

Met – middel (met de trein) of gezelschap (met zijn vrienden). Laat dit in het midden: met de wolken.


9die net als u in ellende verkeer, maar ook door Jezus met u deel in het koninkrijk en in standvastigheid

Zie bij 29-10



die samen met u deel in de druk en door Jezus ook in koningschap en standvastigheid.
14vlammend vuur

Vlam van vuur – het tweede woord typeert de kwaliteit van het eerste:



vurige vlam.
16in mijn rechterhand

NB! 16in zijn rechterhand, 20op mijn rechterhand.


-2-
1verblijft

wandelt.
2niet verdraagt

niet kunt verdragen.
4liefde van weleer

uw eerste liefde.
5aBreek met het leven dat u nu leidt

Keer u om – wijst vooral op een verandering van mentaliteit.


5bneem ik... van zijn plaats

zal ik bewegen.
9ellende

Engte, benauwheid, druk; vgl 19 en 210



het zwaar te verduren hebben.
10wat u nog te wachten staat

Wat u zult lijden.


13waar Satans troon staat

Als je in (b) vertaalt ‘waar Satan woont’, is het goed om in (a) weer te geven:



waar Satan regeert.
14liet weten

Leerde


‘waardoor ze... zouden gaan’ kun je beter vervangen door een dubbele punt, met handhaving van de Griekse onbepaalde wijs:

die Balak leerde hoe hij voor de Israëlieten een val moest opzetten : heidens offervlees eten en ontucht plegen.


16 Zie 25.
20die Izebel

De vrouw Izebel – je gaat bijna vertalen: dat mens Izebel.


23elke gemeente

alle gemeenten
26wie mij navolgt

De tekst zelf legt net even een ander accent:



wie mijn werken bewaart.
28Ik geef hem macht, zoals mijn Vader die aan mij heeft gegeven. En ik zal hem ook de morgenster geven.

Ik zal hem macht geven – is al vertaald in 26. In 28 staat letterlijk:

zoals ook ik heb gekregen van mijn vader, zal ik ook geven aan hem de morgenster.

gelijk ook Ik van mijn Vader ontvangen heb, en ik zal hem de morgenster geven (1951).
-3-
1aoveral wordt beweerd

u hebt de naam
1bdat u het leven hebt

Statisch vertaald – actiever:



dat u leeft
2auw laatste krachten

wat er nog (aan leven) over is
2bik merk dat uw gedrag tekortschiet in Gods ogen

ik heb ontdekt dat niets van wat u doet volmaakt is in Gods ogen.
3adat u de boodschap hebt ontvangen en begrepen

De nadruk ligt niet op dàt maar op het hóé;

de boodschap – een invoeging die niet verheldert maar vertroebelt;

de verleden tijden gaan over een eenmalige gebeurtenis;

de gebruikte werkwoorden betekenen: pakken en luisteren:

hoe u ontving en hoorde!
3b Zie 25.16.
3cop een tijdstip dat u niet kent

en u weet niet hoe laat ik u overval.
4aZij zullen bij me zijn

en zij zullen met mij wandelen / leven.
4bwant ze verdienen het

Het Griekse 'dat' kun je hier heel goed met een dubbele punt weergeven. Het is minder verdienste van hèn dan waardering van hèm!

34 (het) verdienen, 59

411toekomen (iets aan iemand), 52.12



zij zullen met mij leven, in het wit gekleed: ze verdienen het!
5zal zich ook in het wit kleden

Geen lijdende vorm, 1951: ‘zal aldus bekleed worden’; maar NBV terecht: ‘zal zich kleden’ (medium). Maar de gedachte loopt door: ‘en ik zal zijn naam niet uit het boek van het leven schrappen, en voor hem getuigen ten overstaan van mijn Vader en zijn engelen’. Je mag het dus niet passief vertalen, maar ook niet activistisch!



zal zich in het wit hullen.
7adie... heeft

Hij hééft de sleutel van David, en je kunt erbij denken: ...gekrégen (Js 2222).


7bwanneer hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer hij sluit kan niemand openen

Wanneer hij, kan – verzwakken de vertaling; de tekst heeft iets spreukachtigs:

lidwoord plus deelwoord: voortdurend, exclusief, de openende, de sluitende.

Hij alleen opent en niemand zal sluiten,

hij alleen sluit en niemand doet open.
8Ik heb ervoor gezorgd dat de deur voor u openstaat, zonder dat iemand hem kan sluiten

3x ‘zie’ in 8-9! Ik heb gezorgd – ik heb gegeven.



Zie, voor uw ogen heb ik u een open deur gegeven, een deur die niemand kan sluiten:
9Ik zal mensen laten komen die bij Satan horen, leugenaars die zich Joden noemen en het niet zijn; zij zullen zich eerbiedig aan uw voeten neerwerpen en erkennen dat ik u heb liefgehad

zie, ik geef mensen uit dat samenraapsel (uit de synagoge) van satan, leugenaars die zeggen dat zíj echte Joden zijn, maar dat zijn ze niet; zie, ik zal zorgen dat ze komen, vlak voor uw voeten God aanbidden en erkennen:ik heb u liefgehad.
11kunnen afnemen

afnemen.
12amaak ik

zal ik maken.
12bIk zal op hem de naam schrijven

Op die zuil, dus op hem die overwint



en daar zal ik de naam op schrijven.
18en u zult rijk zijn

om echt rijk te zijn.
19aIedereen

Allen die enz.
19bbestraf ik

voed ik op.
21geef ik

zal ik geven.
-4-
2in vervoering

In de geest



in geestvervoering.
8Dag en nacht herhalen ze

Rust hebben ze niet,



onophoudelijk.
10leggen

werpen.
11uw wil is de oorsprong van alles wat er is

omdat u het wilde waren ze er en werden ze geschapen
-5-
1aaan zijn rechterhand

Ook vanwege 7uit zijn rechterhand zou je hier kunnen vertalen: op zijn rechterhand. In elk geval is het een presenterend gebaar.


1baan beide kanten

vanbinnen en vanbuiten..
4ahet deed me veel verdriet

In dit wereldwijde en geschiedenisbrede verband is dit een verkeerd register. Je kunt niet heen om het klassieke: en ik weende zeer.



5wees niet verdrietig – moet natuurlijk zijn: ween niet.
4bdat blijkbaar niemand het verdiende

dat niemand werd gevonden die het verdiende
5heeft de overwinning behaald en daarom mag hij... openen

Dit maakt een redeneerderige indruk. Wat er staat kun je heel goed laten staan:



hij overwon... om te openen.
7ontving

pakte / nam aan.
9uit alle (c)landen en (d)volken, van elke (a)stam en (b)taal

De vertaling hergroepeert de brontekst!


12Het lam dat geslacht is, komt... toe

Toekomen (iets aan iemand) – weergave van: waardig. Dit betekent dat: pakken, aannemen, ontvangen, onvertaald blijft.



Het lam dat geslacht is verdient het om... te ontvangen.
-6-
2(hij) kreeg

De vertaling legt meer nadruk op de ontvanger, de tekst meer op de gever (vgl. 4.8.11):



aan hem werd gegeven.
5werd verbroken (ook in 7)

Net als in 3.5.7.9 staat er hij opende. Uit het verband is volstrekt duidelijk dat in alle gevallen het lam, dat alleen in 1 met name wordt genoemd, onderwerp is van de zin. De vertaling kan de brontekst gewoon volgen.


8dodelijke ziekten

Na: dood en verderf zaaien, moet je doden wel weergeven met zoiets als: dodelijke ziekten. Toch staat er het algemene woord: dood. Je kunt wèl de brontekst volgen:



om te doden door middel van zwaard, hongernood, dood en wilde dieren.
9omdat ze voor God hadden gesproken

vanwege het woord van God. Dit is, zeg maar, het objectieve aspect, waar het subjectieve op volgt: vanwege hun getuigenis.
10wanneer zult u de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?

Tot wanneer oordeelt en wreekt u ons bloed niet aan de mensen die op de aarde wonen



hoelang duurt het nog tot u onze dood oordeelt en wreekt aan de wereldbewoners?
11de andere dienaren, hun broeders en zusters

Consequent zou zijn: de andere dienaren en dienaressen. Maar dit moet je niet willen.


15trachtte zich te verbergen

verborgen zich.
-7-
14aHeer

mijn heer.
14bde grote verschrikkingen

Vergelijk 19 29.


15zal bij hen wonen

Dit werkwoord betekent niet zozeer: in een tent wónen, als wel: een tent máken.

Maar vergelijk 213.

hij zal een tent over hen spannen.
-8-
3om die... te offeren, samen met...

om die aan de gebeden toe te voegen.
13aWee

Het Griekse 'ou-ai' is een uitroep van verdriet of onwil. Ook het Nederlandse 'wee' is een uitroep van smart, droefheid of ontsteltenis. In de praktijk heeft het bij ons meer een dreigende dan een treurende gevoelswaarde: wee je gebeente! In OT en NT is de toon echter meer treurend dan dreigend, vgl. het Hebreeuwse: ách! ój! hój! En denk aan ons: ach en wee klagen.


13bWant dadelijk klinken de bazuinen van

In mijn visioen hoorde ik de luide roep van een adelaar die hoog in de lucht vloog: ‘Ach! Ach! Ach! om het bazuingeschal van de drie engelen die nog niet geblazen hebben.


-9-
1kreeg de sleutel van de put naar de onderaardse diepte

Hem werd gegeven;

van de put, de schacht;

van de afgrond, de schacht die naar de diepte van de hel voert.



hem werd de sleutel van de schacht naar de afgrond gegeven.
2awaaruit

en uit de schacht steeg rook op.
2ben de hemel

en de lucht.
3Ze kregen de beschikking over dezelfde vermogens als schorpioenen op aarde

en hun werd macht gegeven zoals aardse schorpioenen macht hebben.
7een soort goudachtige krans

Soort en -achtig – lijkt een beetje dubbel, maar de Griekse tekst is dit ook.


9wagens

van wagens (en) paarden.
17de hoofden van de paarden waren als leeuwenkoppen

Hoofden – alert vertaald, maar erg 'edel' waren deze dieren niet meer!


-10-
1een wolk omhulde hem

Vergelijk bij 35



gehuld in een wolk.
4moet je geheimhouden

Verzegel...
6Hij zwoer: ‘Zo waar de schepper van de hemel..., tot in eeuwigheid leeft: het is de hoogste tijd!...’

De directe rede begint in de vertaling te vroeg: aan het begin van het vers, in plaats van aan het eind (Griekse tekst 'dat' in de beekenis van een dubbele punt).



Hij zwoer bij hem die tot in eeuwigheid leeft, de schepper van de hemel enz:

Er zal geen tijd / uitstel meer zijn!


7Op het moment dat

in de dagen dat.
8haal

Ga, neem!
9vroeg om het boekje

zei tot hem dat hij mij het boekje moest geven.
11aToen kreeg ik te horen

en men zei tot mij.
11bover talrijke (a)landen en (b)volken en (d)koningen

Het is onduidelijk waarom NBV (c)de 'talen' heeft weggelaten.


-11-
1neem de maten op

sta op en meet.
2bestemd voor

gegeven aan.
7onderaardse diepte

Zie 91,



afgrond.
8ahet plein

De straat.


8bin figuurlijke zin

Een aansprekende weergave, maar is er niet meer aan de hand? Pneumatikoos:



in geestelijke zin

of zelfs



in Geestelijke zin (?).
9akomen er mensen..., om hun lijken te zien

Er staat niet dat de mensen kómen om te zien. De Vulgata vertaalt een toekomende tijd: zùllen zien. De Griekse tekst heeft de tegenwoordige tijd: zíen.



zien mensen... hun lijk.
9bzij dulden niet dat ze begraven worden

men geeft ze niet vrij om in een graf bijgezet te worden.
10ade mensen die op aarde wonen

de wereldbewoners.
10bom de dood van de twee profeten

Een onnodige toevoeging; uit het verband blijkt duidelijk waarom. In het tweede gedeelte hoort het wel thuis:



omdat deze twee profeten.
13begon de God van de hemel eer te bewijzen

(de overigen) gaven / bewezen hem eer.
15Nu begint de heerschappij van onze Heer over de wereld, en die van zijn messias

Nu is de wereldheerschappij van onze Heer en van zijn messias een feit.
17neemt u nu het koningschap op u

Het werkwoord staat (in het Grieks: de twee werkwoorden staan) in een verleden tijd:



hebt u het koningschap op u genomen.
19het verbond

van zijn verbond.
-12-
1bekleed met

Vergelijk 35.16 101



gehuld in.
5dadelijk weggevoerd

Geroofd


weggerukt.
6gezorgd zou worden

Ze voeden



men voedt.
8sindsdien is

en toen was.
11bdankzij het bloed van het lam

Vergelijk 56



omdat het lam zijn leven heeft gegeven / geofferd.
11bZij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard

1951: zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood,

ze hoefden niet koste wat het kost in leven blijven (?).
12awee

Zie bij 813.


12bgeen tijd te verliezen heeft

hij heeft nog maar weinig tijd (over).
14avoor haar gezorgd zou worden

gezorgd wordt.
14bbuiten het bereik

buiten het gezicht.
17die zich aan Gods geboden (a)houden en bij het getuigenis van Jezus (b)blijven

(a)die Gods geboden bewaren; (b)en het getuigenis van Jezus hebben.
-13-
2heerschappij

troon
3het was een dodelijke verwonding maar de wond genas

Vergelijk 14de zwaardhouw.



maar de zweepslag van zijn dood genas.
4iedereen aanbad

ze knielden / men knielde.
5Het beest kon zijn bek gebruiken

Hem werd een sprekende bek gegeven.

Het valt op hoe vaak hier 'werd gegeven' staat, 134.5bis.7bis.14.15. De nadruk ligt dan ook niet op het feit dat hij het kòn, maar dat hij het mòcht – van de draak. In vs 4 komt de draak uit de mouw!

het beest mocht [van de draak] zijn bek gebruiken.
8het begin van de wereld

Misschien: de val de wereld (?).


10Hier komt het aan op

Hier is, hier komt aan het licht



hier blijkt.
12oefende het... Het dwong...

In 12-16 staat vijf keer: hij doet, maakt. Je kùnt deze tegenwoordige tijden in de vertaling weergeven als handelingen in het verleden. Maar dan ben je gedwongen ook de andere werkwoordsvormen in de verleden tijd te zetten: 12leefden, liet, 13verrichtte, liet neerdalen, 14wist te verleiden, droeg op, 15kon spreken, kon zorgen, 16liet zetten, 17kon. Prijs: verlies van directheid en confrontatie, vgl. 1951.


18ontcijferen

berekenen.
-14-
1op de Sion

De toevoeging: het lam, niet nodig: ‘bij hem’ is duidelijk genoeg.



op de berg Sion.

2avan zware donderslagen

Donnerkrachen, Donnerschlag,



en als het geluid van een krakende donderslag.
2bhet klonk als het geluid dat muzikanten maken die op de lier spelen

en het geluid dat ik hoorde (klonk) als van citerspelers die citerspelen op hun citers.
3begrijpen

Horen, leren, begrijpen – alle fasen van een lied aanleren!


6opnieuw een engel

een andere engel.
8die door haar ontucht alle volken de wijn van haar wellust heeft laten drinken

die alle volken van haar wijn – de hartstocht van de ontucht – heeft laten drinken.
10zal hij moeten drinken

zal hij drinken.
11zal opstijgen... krijgen geen rust

stijgt op.

hebben geen rust.
12Hier komt het aan op...

Zie bij 1310.

NBV: de trouw aan Jezus (gen.subj.), 1951: het geloof in Jezus (gen.obj.). In het Grieks kun je beide betekenissen in één uitdrukking aanduiden, in het Nederlands kan dit meestal niet.
13beaamt: Zij mogen uitrusten

Ja’, zegt de Geest, ‘dat zij rusten...’.


15Laat uw sikkel komen om te oogsten

Vergelijk 1418



sla uw sikkel (in het koren) en oogst!
18de wijngaard op de aarde

De wijngaard die de aarde is,



de aardse wijngaard.
20zo hoog als het bit bij een paard

Dit lijkt een zinnetje uit een kinderboek. Er staat niet veel anders dan:

tot aan de teugels van de paarden (vgl. 1951),

tot aan het paardentuig.
-15-
2om daarop te spelen voor God

met citers van God.
3rechtvaardig en betrouwbaar is uw bestuur

...zijn uw wegen.


-16-
5omdat u op deze manier straft

omdat u dit hebt geoordeeld.
7onze God

God.
8waardoor ze de mensen kon verbranden

Het werd haar (Grieks: hem) gegeven,



en zij mocht de mensen verbranden.
15zijn kleren aanhoudt

op zijn kleren past.

en zich voor iedereen te schamen



en men zijn schande ziet.
17Het is voorbij!

het is gebeurd.
19Het grote Babylon moest het ontgelden: God gaf het de beker met de wijn van zijn hevige woede

werd in herinnering gebracht voor Gods aangezicht om haar te geven de beker van de wijn van de woede van zijn toorn,



En het grote Babylon – God vergat niet het de wijnbeker van zijn hevige toorn te geven.
-17-
1Ik wil je laten zien

Kom hier, ik zal je tonen.

3Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar de woestijn

Vergelijk: 'in de geest ben ik bij je'



in gedachten bracht hij mij naar een woestijn.
4al haar liederlijke wandaden

de onreinheden van haar hoererij.
5het stijgt binnenkort op uit de onderaardse diepte

Het staat op het punt om op te stijgen uit de afgrond, en zal vernietigd worden,



en gaat zijn ondergang tegemoet.
10omgekomen

gevallen.
11al is het een van de zeven

Al – consessief vertaald, maar of dit de bedoeling is?

Je krijgt de indruk, dat de zeven koningen uit het beest voortkomen èn dat het beest uit de zeven koningen voortkomt – zoals een plant 'dóórschiet', vgl. 135 de draak komt uit de mouw.

en hij is zelf de achtste en hij komt voort uit de zeven.
13ze hebben allemaal hetzelfde doel

17om zijn plan uit te voeren, zodat ze allemaal met hetzelfde doel voor ogen...

Voor doel en plan gebruikt de Griekse tekst hetzelfde woord. De betekenis ervan pendelt hier tussen plan en doel. Voor de helderheid van de vertaling is het nodig om drie keer hetzelfde woord te gebruiken. Misschien het verouderde woord 'zin':



13ze zijn één van zin

17om zijn zin te doen...

17en dit één van zin te doen.
14aWant het lam is de hoogste heer en koning

Deze vertaalkans is maar voor de helft benut. Geen hebraïsme als: koning der koningen maar dan ook geen vlakke weergave als: hoogste heer en koning.



want hij is de hoogste heer en de Hoge Koning.
14ben wie hem toebehoren, wie geroepen zijn en uitgekozen, zijn trouw

Een hangende zin en een onbegrijpelijke vertaling.



en zijn metgezellen: geroepen, gekozen en getrouw.
15vele landen en volken en stammen

Wat hebben de talen toch gedaan dat ze evenals in 1011 op het appèl ontbreken?


17aangezet... werkelijkheid worden

(9de woorden van God) zullen tot hun doel komen, zie verder bij 13.



(in)gegeven... vervuld worden.
-18-
2elke onreine vogel en elk onrein, afschuwelijk dier

Drie dingen worden er van Babylon gezegd: zij is verworden tot een plek van (a)demonen, meervoud, (b)geesten en (c)vogels, 2x enkelvoud, maar ook 2x 'elke'. Bij dit laatste gaat het niet over twee diersoorten, maar over één: elke onreine en geminachte vogel.



alle oneine en geminachte vogels.
3haar overvloedige weelde

Voor 3a zie 148.



de aantrekkingskracht van haar luxe.
4ontkomt aan de plagen die haar zullen treffen

(Ga weg uit haar) en uit haar plagen, zodat die je niet treffen.


5areiken tot

hebben zich opgestapeld.
5ben God zal... vergelden

en God heeft gedacht aan...
6Doe met haar

Zó past boeten ook beter:



vergeld haar.
7Geef haar net zo veel pijn en rouw te dragen als zij zich luister en overvloed heeft gegund

alles wat haar glans en glorie gaf – geef haar zoveel pijn en rouw.

Mij zal niets gebeuren



en rouw zal ik niet zien.
8dodelijke ziekte, rouw en hongersnood

dood en rouw en hongersnood.
10aZe blijven op een afstand, ontzet door de straf die zij krijgt

op afstand staan ze, bang voor haar pijn.
10bWee! Wee Babylon, grote, sterke stad!

Eén van de kroongetuigen dat 'wee' niet dreigend maar treurend is bedoeld, en dus beter door 'ach' vertaald kan worden, vgl. bij 813.



Ach, ach, (de) grote stad,

Babylon, (de) sterke stad!
11wil kopen

koopt.
21zal... worden weggeslingerd

door een aanval/aanslag.

ze zal voorgoed verdwijnen



en ze zal niet meer gevonden worden.
22De klank van lier en zang,

bazuin en fluit...

de bedrijvigheid ven ieder ambacht

Het gaat hier niet over instrumenten maar over mensen:



lierspelers, toonkunstenaars, fluitisten, koperblazers.
-19-
2zijn vonnis

zijn vonnissen.
5vanaf de troon klonk een stem

en een stem ging uit van de troon.
7staat klaar

heeft zich klaargemaakt.
10is profeteren

is het werk van de Geest die profeteert.
15waarmee hij de volken zal slaan

om daarmee de volken te slaan.
16 Zie bij 1714.
20samen met de valse profeet die (a)in zijn bijzijn tekenen had verricht, waardoor hij iedereen had (b)misleid die het merkteken van het beest droeg en zijn beeld aanbad. Levend werden ze in (c)de vuurpoel (d)met brandende zwavel gegooid

(a)Voor hem, voor zijn aangezicht, onder zijn ogen.

(b)op een dwaalspoor had gebracht

(c)werd het tweetal in de vuurzee gegooid

(d)die op zwavel brandt.
-20-
1onderaardse diepte

Zie bij 91.


4aan hen... werd recht gedaan

Aan hen werd een oordeel gegeven, maar 1951: en het oordeel werd hun gegeven.

Zie verder bij 12.

hun werd vonnis gewezen
9trekken op

In vers 9-10 heeft de Griekse tekst steeds verleden tijden, behalve in 10 ‘misleidde’, een tegenwoordig deelwoord, misleidt (!).



trokken op.
11en verdwenen in het niets

En een plaats werd er voor hen niet gevonden,



en zij waren nergens meer.
-21-

In het gedeelte over tuinstad Jeruzalem gebruikt het Grieks tegenwoordige en toekomstige tijden, tegenwoordige en voltooide deelwoorden, en in veel gevallen helemaal geen werkwoord daar waar wij 'zijn' als zelfstandig werkwoord of als koppelwerkwoord gebruiken (zie 215-8.12-14.16.18-21.23 221-2.4-5).

De 'verhalende' elementen kunnen m.i. dan ook beter in een verleden tijd weergeven worden, en de 'beschrijvende' stukken in een tegenwoordige of toekomstige tijd.
1zijn voorbij

Vergelijk 2011 aarde en hemel vluchtten van hem weg ; en de zee is er niet meer, vgl. 2013.



gingen weg.
2aneerdalend,

Vergelijk 10, misschien: aflopend (Lc 1030-31 1937 Hd 826):



neerglooiend.
2ben hem opwacht

klaar als een bruid die zich mooigemaakt heeft voor haar man.
3vanaf de troon

uit de troon zeggen.
4alle tranen

elke traan.
5Alles maak ik nieuw

alles herschep ik.

6aHet is voltrokken

5de woorden, wat hier wordt gezegd

ze zijn gerealiseerd.
6bvrij

voor niets.
7komen deze dingen toe

Toekomen niet in de zin van verdienen. De bedoeling is: erven.



zal krijgen.
8gruwelijke dingen... vuurpoel...

Zie bij 174 en 1920.


9Ik wil je de bruid laten zien

Als bemoediging na vers 8



kom 's, ik zal je de bruid laten zien!
11schitterde door Gods luister

met / in goddelijke luister.
12Israëls zonen

Israëlieten.
16De stad was vierkant

de stad ligt daar in het vierkant.
24en de koningen op aarde betuigen daar hun lof

26De volken zullen in haar hun lof en eer komen betuigen

Vergelijk Jes 605.11 en context daar, het gaat om zeer materiële dingen.



de koningen der aarde brengen hun glans in haar

zij zullen / men zal de glans en de glorie van de volken in haar brengen.
27zij die in he boek van het leven staan, het boek van het lam

in het levensboek van het lam.
-22-
2het plein

de straat.
11zal... aanrichten

moet... aanrichten.
14kunnen beschikken

zùllen.
16telg

wortel, èn nakomeling.
17vrij

voor niets.
Bijlage
2

Schrijf aan de engel van de gemeente in Sardes:

“Dit zegt hij die de zeven geesten van God en de zeven sterren heeft: Ik weet wat u doet; u hebt de naam dat u leeft, terwijl u dood bent. Word wakker, versterk wat er nog over is, het is op sterven na dood. Want ik heb ontdekt dat niets van wat u doet volmaakt is in Gods ogen. Herinner u hoe u ontving en hoorde! Houd dat vast en keer u om. Maar als u niet wakker wordt, kom ik onverwacht als een dief, en u weet niet hoe laat ik u overval. Maar enkele personen in Sardes hebben hun kleren schoon gehouden. Zij zullen met mij leven, in het wit gekleed: ze verdienen het!



Wie overwint zal zich ook in witte kleren hullen. Ik zal zijn naam niet uit het boek van het leven schrappen, maar juist vóór hem getuigen ten overstaan van mijn Vader en zijn engelen. Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
3

Schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia:

“Dit zegt hij die heilig en betrouwbaar is, die de sleutel van David heeft – Hij alleen opent en niemand zal sluiten, hij alleen sluit en niemand doet open: Ik weet wat u doet. Zie, voor uw ogen heb ik u een open deur gegeven, een deur die niemand kan sluiten: want ook al hebt u weinig invloed, u bent trouw gebleven aan wat ik heb gezegd en hebt mijn naam niet verloochend. Zie, ik geef mensen uit dat samenraapsel van satan, leugenaars die zeggen dat zíj echte Joden zijn, maar dat zijn ze niet; zie, ik zal zorgen dat ze komen, vlak voor uw voeten God aanbidden en erkennen: ik heb u liefgehad. 10 Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld. 11 Ik kom spoedig. Houd vast aan wat u hebt, dan zal niemand u de lauwerkrans afnemen.



12 Wie overwint zal ik maken tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. En daar zal ik de naam op schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam. 13 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
21 Tijden en varianten

 1Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. 2Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was klaar als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man. 3Ik hoorde een luide stem uit de troon zeggen: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. 4Hij zal elke traan uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’



5Hij die op de troon zat zei: ‘Alles herschep ik!’ – Hij zegt: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’ – 6Toen zei hij tegen mij: ‘Het is werkelijkheid geworden! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft zal ik te drinken geven uit de bron met water dat leven geeft – voor niets. 7Wie overwint zal al deze dingen krijgen. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn. 8Maar voor hen die laf en trouweloos zijn, die zich inlaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen dienen: hun deel is de vuurzee die brandt op zwavel, dat is de tweede dood.’

9Een van de zeven engelen met de offerschalen die gevuld waren met de laatste zeven plagen kwam op me af en zei: ‘Kom eens, ik zal je de bruid laten zien, de vrouw van het lam.’ 10Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar een heel hoge berg en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die uit de hemel neerdaalde, bij God vandaan, 11een stad in goddelijke luister, met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis. 12Ze heeft een grote, hoge muur met twaalf poorten en bij elke poort staat een engel. Op de poorten zijn namen geschreven: de namen van de twaalf stammen van de Israëlieten. 13Vanuit het oosten gezien zijn er drie poorten, vanuit het noorden drie, vanuit het zuiden drie en vanuit het westen drie. 14De stadsmuur heeft twaalf grondstenen, met daarop de namen van de twaalf apostelen van het lam. 15Degene die met mij sprak had een gouden meetstok om daarmee de stad, de poorten en de muur op te meten. 16De stad ligt daar in het vierkant, even lang als breed. Hij mat de stad met zijn meetstok: twaalfduizend stadie, zowel in de lengte als in de breedte en in de hoogte. 17Hij mat de stadsmuur: honderdvierenveertig el, in gewone mensenmaat, die ook engelenmaat is. 18De muur was gemaakt van jaspis, en de stad zelf was van zuiver goud, helder als glas. 19De grondstenen van de stadsmuur zijn versierd met allerlei edelstenen: de eerste was van jaspis, de tweede lazuursteen, de derde kornalijn, de vierde smaragd, 20de vijfde sardonyx, de zesde sarder, de zevende olivijn, de achtste aquamarijn, de negende topaas, de tiende turkoois, de elfde granaat en de twaalfde amethist. 21De twaalf stadspoorten zijn twaalf parels, elke poort een parel op zich. De straten van de stad zijn van zuiver goud en schitteren als glas. 22Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het lam. 23De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig: over haar scheen Gods luister, en het lam is haar licht. 24De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde brengen hun glans in haar. 25De poorten zullen overdag nooit gesloten worden, en nacht zal het er niet meer zijn. 26Ze zullen de glans en de glorie van de volken in haar brengen. 27Maar alles wat verwerpelijk is en iedereen die zich met gruwelijke dingen en leugens inlaat, komt de stad niet binnen, alleen zij die in het levensboek van het van het lam.

22 

1Hij liet me een rivier zien met water dat leven geeft. De rivier is helder als kristal en ontspringt aan de troon van God en van het lam. 2In het midden van de straat van de stad en aan weerskanten van de rivier staat een levensboom, die twaalf vruchten geeft, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brengen de volken genezing. 3Er zal niets meer zijn waarop nog een vloek rust. De troon van God en van het lam zal daar in de stad staan. Zijn dienaren zullen hem vereren 4en hem met eigen ogen zien, en zijn naam staat op hun voorhoofd. 5Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, verlicht hen. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid.

20-09-2005



© JHVeefkind Amersfoort




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina