Opmerkingen uit



Dovnload 129.22 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte129.22 Kb.
Opmerkingen uit http://groups.yahoo.com/group/soc_nederlandse_adel/message......

Mbt. de familie reeks van Dongen, van Dalem, van Duivenvoort , Wassenaar.

Duivenvoorde Wassenaar

Posted By: frans_angevaare Sat Feb 16, 2002 12:17 am

Hallo Jan,

1 Willem van Duivenvoorde = Willem Snickerieme. Hij trouwde met Heilwig, vrouwe van Vianen, dit huwelijk bleef kinderloos. Willem liet echter wel 12 bastaarden na...... Geen huwelijk 2 en 3 dus. Beatrix zou een dochter zijn van Aleyt Oemencs uit Brussel. Beatrix tr Roelof van Dalem.

Zoon Willem, heer van Oosterhout was een kind van Geertruid Boudijnsdochter van der Poel.

2 Philips van Duivenvoorde, tr misschien

3 Elisabeth van Vianen

4 Jan van Duivenvoorde

5 NN

6 Zweder 1



7 NN van Lichtenberg

8 Philips van Wassenaar

9 F(lorentia?)

16 Philips van Wassenaar

17 Agnes Persijn

gegevens uit: "het nageslacht van Philips van Duivenvoorde, eerste heer van Polanen", door A.W.E. Dek, Ons Voorgeslacht april 1983.

verder inderdaad NedLeeuw 1983-175/176 ev

groeten, Frans

--- In soc_nederlandse_adel@y..., "Jan van den Bergh" wrote:

> Dag medegenealogen,

>

> Via Roelof van Dalem van Dongen heb ik onderstaande personen in mijn



> kwartierstaat. In de Ned. Leeuw van 1922 staat in kolom 305/306 dat Philips

> van Duvenvoorde (zoon van Jan van Duvenvoorde) getrouwd was met een dochter

> van Dirk van Cuijck.

> Wie weet of Willem (no1) een zoon is uit dit huwelijk of wie zijn moeder dan

> wel was. Een literatuurverwijzing is uiteraard ook van harte welkom.

> Met vriendelijke groet

>

> Jan van den Bergh



>

>

> homepage: www.geocities.com/doekefkes/



>

> 1 Willem van Duvenvoorde, geb. ro-nd-1290, doop Haarlem, overl. Mechelen 12

> augustus 1353, begr. Brussel (B), tr.(1) Hadewig Zweersdr van Vianen, geb.

> ro-nd-1294, tr.(2) Aleijt Oemencs, geb. Brussel ro-nd-1290, overl. -na-1387,

> tr.(3) Geertruy van der Poele, geb. ro-nd-1270

> kinderen uit huwelijk(3):

> 1.. Beatrix van Duvenvoorde, geb. ro-nd-1335, overl. na 25 november 1378,

> tr. Roelof II van Dalem, geb. ro-nd-1330, overl. tussen 19 maart en 15

> september 1361, zoon van Roelof I van Dalem

>

> 2.. Willem van Duvenvoorde van Dongen, Heer van Oosterhout. Hij werd



> eigenaar van Dongen, geb. ro-nd-1300

>

> ----------------------------------------------------------------------------



> ----

>

> Generatie 2



>

> 2 Philips III van Duvenvoorde, geb. ro-nd-1258, wonende te Haarlem

> kinderen:

>

> 1.. Willem van Duvenvoorde (kwartier no. 1)



>

> ----------------------------------------------------------------------------

> ----

>

> Generatie 3



>

> 4 Jan van Duvenvoirde, ridder, Heer van Duivenvoorde, overl. vo-or-1295

>

> Voor de Fam van Wassenaar zie NL 1983 blz 175.



>

> kinderen:

>

> 1.. Philips III van Duvenvoorde (kwartier no. 2)



>

> ----------------------------------------------------------------------------



> ----

Zie ook aparte draad over sophia van Salm bij rnr 12448

http://groups.yahoo.com/group/soc_nederlandse_adel/message/1837

Hallo allemaal,

Bladerend in Band IV van ES NF zie ik bij Tafel 93 (Grafen van Salm uit het huis
van Pfalzgraaf Wigerich) vermeld staan: Sophie, gehuwd met Willem van Dalem.
Schwennicke is er niet zeker van, want de streep in die tabel is onderbroken.
Er ging bij mij een alarmbelletje rinkelen.
Immers, een Willem van Dalem, heer van Dongen, van wie ik via bastaardij afstam,
is gehuwd geweest met een jonkvrouw Sophie van Salmen.
Zowel de Nederlandse Leeuw van 1966 als van 1971, waar het geslacht van de heren
van Dongen wordt besproken, vermelden niets over de herkomst van Sophie van
Salmen. Alleen, dat ze jonkvrouw was.
Wie kan mij iets vertellen over de herkomst van Sophie van Salmen? Kan zij
inderdaad identiek zijn aan de Sophie van Salm uit ES NF Band IV Tafel 93?

Groetjes,

Frans

http://groups.yahoo.com/group/soc_nederlandse_adel/message/6752

Van Da(e)lem uit Van Arkel

Hallo mede-lijsters.


Ik stuitte op oudere berichten uit december 2005 waarin de link van
Van Dalem naar Van Arkel werd besproken. Ook ik heb de vermelde
personen in mijn boompje staan.

Ge�ntrigeerd door het relaas van zowel Hans Vogels als Arnold
Zuiderent ben ik eens gaan rondkijken op internet (helaas ja, nog
steeds een fors gebrek aan bronmateriaal/tijd) en vond de volgende,
wellicht interessante gegevens. Deze afstamming rammelt natuurlijk op
vele punten, maar mogelijk is deze toch handig voor het trekken van
bepaalde conclusies (er staan in ieder geval enkele bronvermeldingen bij):

I. ROELOF II VAN DALEM:

Geboren ABT 1330
Overleden Juni 1361, tussen 19 maart 1361 en 15 september 1361
Beroep: Ridder
Ridder (hij wordt vermeld vanaf 1336), bezat goederen in het
land van Altena, in Dalem, Stade en Sammenoord, beneven het Slijcoort,
en in Rijswijk (de Cruijskampen).
Op 22 mei 1350 kochten Roelof en zijn vrouw Beatrix van haar
vader Snickerieme zijn woning te Donghen, de lage rechtspraak tot 5
schellingen en 69 bunder, 347 en 'n halve roede, land aldaar en te
Gilze, als leen van haar vader.
Bron: Ned. Leeuw 83 (1966), kolom 389-390; GTMWB 18 (1994),
blz.12, nr 32.
Volgens het necrologium van Sint Servaes te Utrecht stierf hij
in juni 1361.

huwde

Beatrix DUYVENVOORDE, VAN:

Geboren ABT 1330
Overleden AFT 25 November 1378
Bastaarddochter van Willem van Duyvenvoorde, bijgenaamd Snickerieme.
Wonende te Geertruidenberg.
bron: Arch. Nassause Domeinen I, band 2, reg. 785].

kinderen:

*Lysbet Roelofsdr. DALEM, VAN (v)

Geboren ABT 1348
Overleden 12 Juli 1368
Geboren rond 1348 (?), overleden op 12 juli 1368, ongeveer 20
jaar oud.
Zij was zeer jong weduwe met vermoedelijk slechts een dochter,
welke in het klooster is gegaan. (Martin de Ruyter)
Lysbet was gehuwd met Heer Wischel, geboren rond 1348 (?).

*Floris Roelofszn. DALEM, VAN (m)

Geboren ABT 1350
Overleden Juli 1376
Floris was gehuwd met Ave NN [NB is dit de dochter van heer
Boudijn van Rijswijk?] geboren rond 1344 (?), overleden na 1386,
minstens 42 jaar oud.

*Alyet Roelofsdr. DALEM, VAN (v)

Geboren ABT 1353
Overleden 19 Februari 1376
Geboren rond 1353 (?), overleden op 19 februari 1376, ongeveer
23 jaar oud.
Alyt was gehuwd met Atto van Gellicum, geboren rond 1305 (?),
overleden op 3 maart 1375, ongeveer 70 jaar oud.

*Elsbenne DALEM, VAN (v)

Geboren ABT 1355
Overleden 17 Februari 1415
Belia Roelofsdr. vrouwe van Venloon, was gehuwd (1) met
Gijsbrecht Ridder van Hoeckelum, geboren rond 1355 (?), wonende te
Utrecht (?) (neef en nicht in de tweede-derde graad van elkaar).[NB
klopt deze opmerking wel?!]
1363 "op Sinte Andries Avond de Apostels (29 november),
huwelijkse voorwaarden tussen Ghisebrecht van Heukelum, knape en
jonkvrouwe Belya Roelofsdr. van Dalem.
Belia was gehuwd (2) met Paulus van Haestrecht, geboren rond
1330 (?), overleden rond 1400, ongeveer 70 jaar oud. Heer van
Haestrecht, Heer van Loon op Zand, Tilburg, Goirle, Drunen en
Gansoyen, Tresorier van Holland (1393-1394).
Uit Taxandria 1911;

Den 13 December 1396 had Paulus van Haestrecht de oude, Heer van
Loon-op-Zand en gehuwd met Elsebeen van Daelem, van Johanna, hertogin
van Brabant, vergunning gekregen, om een watervaart te graven van Loon
op Zand naar �s-Hertogenbosch en �s-Gravenmoer.
Door deze vaart, ook genoemd Loonsche vaart, turfvaart of �s
Beerenvaart, voor een gedeelte loopende langs Sprang, werden de
overtollige turven door de Sprangsche bewoners naar de Dieze en verder
naar Gelderland vervoerd.
Van dit vaarwater, dat in verbinding stond met het Oude Maasje en de
Donge, maar dat later van lieverlede verzandde, zijn op sommige
plaatsen nog sporen aanwezig. Tegenwoordig een vaartuig te Sprang te
zien, zou wellicht even vreemd zijn als een schip op de heide aan te
treffen. Z�� kunnen de eeuwen alles veranderen ! ( J. Van Der Hammen
Nicz. Besoijen).
Taxandria 1912. Inventaris Loon op Zand. (18 Dec. 1610).
IV.
Item een copye mentie maeckende vande moeren aengaende
tpatronaetschap van Sinte Lambrecht tot Vucht,
vercocht by Else van den Dale l), vrouwe van Loon,
aen heer Willem van Rosmeer, broeder vander Duytscher
ordre, gegeven opten thienden dach in January int
jaer ons Heeren 1409, met een vernaerschap gedaen by
Dierick van Haestricht, heere tot Venloon, met
noch een transpoort �voor schepenen van Venloon geschiet
int selve jaer ons Heeren 1409, ende noch een ander
simpel copye daerby wesende tsamen by een gebonden ende
buyten geteeckent metten getale X.
�) Bedoeld wordt Elsebeen van Dalem, weduwe van Paulus van Haestrecht
den oude.
Item vijff verscheyde besegelde brieven int franchijn met
groene ende roode zegels, eensamentlijck een testament van
Elsbeen van Dalem, vrouwe tot Venloon, wnerinne
sy bekendt heeft verscheyden moeren tot aelmisse ende
sekere andere lasten van diensten gegeven heeft den Predicheeren
ende Minnebroeders tot Tschertogenbossclte als
andere conventen, geteeckent tsamen metten getale XX. V.

NB - Mogelijk zijn Elsebeen en Elisabeth dezelfde persoon, althans
wordt Elsebeen in een akte uit 1394 'Elisabetten' genoemd!

"1394 des andere dages na Sinte Bavendach. vrijstelling

Willem, heer van Hoerne en Altena, geeft Pauwels van Haestrecht en
zijn echtegnoet Elisabetten van Dalem vrijstelling van schattingen en
bede van goederen en rechten die zij nu hebben of in de toekosmt
zullen krijgen in het Land van Altena, ook verleent hij hen
vrijstelling van de veerschat, de tol en ongelden in Almkerk."

(bron: RHC Tilburg; Heerlijkheidsarchief Loon op Zand; Afschrift, 17e
eeuw, ALOZ (781), vnr. 1353 Origineel 1393 in AHLoZ, inv. nr. 105)


*Willem Roelofszn. DALEM VAN DONGEN, VAN:

Geboren ABT 1360
Begraven 29 Juni 1438, Dongen
Beroep: Heer van Dongen en de Zwaluwe
Geboren rond 1360, wonende te Dongen, overleden aldaar, begraven
aldaar op 29 juni 1438, ongeveer 78 jaar oud.
Hij volgt zijn vader op als Heer van Dongen. Al zijn kinderen
(ook bastaardkinderen) hebben dezelfde rechten om de achternaam 'van
Dongen' voor henzelf en hun nakomelingen aan te houden.
Komt vele malen voor in de regesten van de Nassause Domeinraad.
[NB zegelt in 1383 en 1396 met twee tegengekantelde dwarsbalken
(Arkel), in het schildhoofd een barensteel van drie
hangers.(Nass.Domeinen, invent. Hingman XXXIV, fo1.379 vo., XXX, fol.
378 vo.) bron: kwartierstaat Both-Wilhelm]

1)= 11 December 1386 met Sophia SALMEN:

Geboren ABT 1360
Overleden AFT 26 Juni 1438

2)relatie met Badeloga Jansdr. BIJE, DE:

Geboren rond 1356 (?), wonende te Dongen, dochter van Jan
Anselmus de Bije

3)relatie met Elisabeth Wericusdr. JONGHE, DE:

Geboren rond 1361 (?), dochter van Wericus (Wierix) de Jonghe en
Elisabeth Theodorusdr. Sterken.
(zie Gens Nostra 1994, Gilze-artikel, Die Reede/ Srees,
afstammelingen van Elisabeth noemen zich van Gilse).

4)relatie met Yda Jansdr. MEYNAERTS:

Geboren rond 1361 (?), dochter van Jan Meynaerts en Engele.

*Christina Roelofsdr. DALEM, VAN (v)

Geboren ABT 1361
Overleden 12 Januari 1402, Utrecht
Geboren rond 1361 (?), wonende te Utrecht, overleden aldaar op
12 januari 1402, ongeveer 41 jaar oud.

*Jan Roelofszn. DALEM, VAN (m)

Geboren rond 1361 (?).
Hij erfde bij de deling van 27 Juli 1360 zijns vaders
goederen in het Land van Altena. (in sommige stukken
wordt hij vermeld als bastaardzoon). Geen nadere
gegevens vermeld. (Martin de Ruyter)


II. ROELOF I VAN DALEM:

Geboren ABT 1295
Overleden ABT 1358
Beroep: Heer van Dalem
Heer van Dalem, in 1336 voor het eerst vermeld.
Bron: Ned. Leeuw 88 (1971), kolom 130-146 en 170-199; J.C.Maris
van Sandelingenambacht, Historie van het Arkel-wapen; GTMWB 18 (1994),
blz.12, nr 31].


III. ARNOUT I VAN NOORDELOOS:

Geboren ABT 1260
Overleden 1307
Beroep: Heer van Noordeloos
Heer van Noordeloos; genoemd 1289 - 1307.
Bron: Ned. Leeuw 88 (1971), kolom 130-146 en 170-199; J.C.Maris
van Sandelingenambacht, Historie van het Arkel-wapen; GTMWB 18 (1994),
blz.12, nr 30.

= ALEIJD [NB van Ochten? mogelijke dochter van Ricold II (Riculf) Van
Ochten & Jutta; zou tevens gehuwd zijn geweest met Roelof I de Cock
van Weerdenburgh] Geboren rond 1265.

kinderen:

*ROELOF I VAN DALEM

*JAN I VAN ZOELEN (m)

Geboren 1312
Overleden 1352, (? datum)
Beroep: Heer van Zoelen

*RICOUD (m) [P3590]

Overleden 1321


IV. JAN I VAN ARKEL:

Geboren 1211
Overleden 1272
Begraven Gorichem
Beroep: Heer van Arkel
Jan I "de Sterke", Heer van Arkel komt voor in een oorkonde uit
1254, tesamen met zijn broer Herbaren van Bergambacht.
Komt 29 oktober 1263 voor als "Johannes miles dominus de Arkele".
Jan van Arkel,
gestorven 1264(?) was de eerste Heer van Arkel die in een
oorkonde (van 1254) genoemd wordt. Zijn geslacht, gesproten uit dat
van de Ledes, had bezittingen tussen Lek en Merwede.
Encarta(R) 98 Encyclopedie Winkler Prins Editie.
Heer van Arkel, bijgenaamd 'de Sterke', genoemd 1234-1272, zoon
van Herbaren van der Leede, vermeld 1207-1243, ridder in 1227, en
Aleid van Heusden.
Bron: Ned. Leeuw 88 (1971), kolom 130-146 en 170-199; J.C.Maris
van Sandelingenambacht, Historie van het Arkel-wapen; GTMWB 18 (1994),
blz.12, nr 29].

= BERTHA VAN OCHTEN: [NB Moet dit niet zijn Yda van Andel?]

Geboren ABT 1230
Overleden AFT 1281
Begraven Gorinchem

kinderen:

*ARNOUT I VAN NOORDELOOS
*JAN II VAN ARKEL

(bron: Genealogie Broekhoven
http://home.versatel.nl/broekhoven2/Broekhoven/genstart.htm)

Tevens vond ik op de website van Ben van Rijswijk de volgende gegevens:


*Ave van Rijswijck (ovl na 1387) dochter van heer Boudijn van Rijswijk

= Floris van Dalem, zoon van Roelof van Dalem en Beatrix van Duivenvoorde

Tenslotte een stuk uit het tijdschrift voor de Historie van Tilburg:

(..)Dat met dit goed in Goirle hetzelfde bezit wordt bedoeld als met
de beemden en weiden die Paulus I van Haastrecht in 1379 voor vijf
jaar �kocht� (i.c. in onderpand verkreeg), wordt duidelijk uit een
notitie in het zogenaamde �Spechtboek� van de hertog. Daarin wordt al
in 1402 � en ten onrecht, zoals we zagen � gezegd dat Roelof van
Haastrecht de Brabantse lenen van zijn vader had ge�rfd, behoudelic
den leen yegen Wouteren van Goorle vercregen.(28) Mogelijk werd dit
pand later toch gelost, of anders moet het eigendom ervan bij de
erfgenamen van Wouter van Goirle zijn gebleven. In 1462 blijken die
erfgenamen Van Dalem te heten. Dat lijkt althans de conclusie uit het
gegeven dat �[o]p het laatst van 1462� Adriaan van Daelhem (zoon van
Roelof en woonachtig te Brecht, waar Wouter de Bie meier was geweest!)
het leengoed Die Vloet onder Goirle erft. De erflater is Jan van
Daelhem, die het in 1457 erfde van zijn broer Floris. Hun vader heette
Jan, net als hun grootvader, die het goed in 1379 gekocht zou hebben
van Gerrit de Bije.
(Deze gegevens naar G. J[uten], �Genealogische fragmenten. 3. Van
Daelhem�, Taxandria 45 (1938) 272. Ook Janson, Bijdrage, 69-70, geeft
Adriaen van Daelhem die het leen De Vloed aanvaardt op 25 november
1462. Hij wordt op 20 juli 1482 opgevolgd door zijn dochter Sibylle
van Daelhem. In 1906 wordt De Vloed verkocht aan de domproost van Luik.)

Hopelijk heb ik met al deze gegevens de discussie niet laten verzanden
en kunnen deze bijdragen tot een mogelijke oplossing.

Mvgr,

Saskia S.

http://groups.yahoo.com/group/soc_nederlandse_adel/message/9543

Dalem I

Inleiding
De aanhechting van de Arkel-tak van de heren van Dalem heeft in de
periode 1943-1986 diverse malen de pennen in beweging gebracht. Ook
hier op de nieuwsgroep is na 2000 menig berichtje gevuld met Dalem-
telgen.

Allereerst was het O. Merckens in 1943 in zijn Arkeliana Vetera (NL
jrg. LXI, kolom 230) die opperde dat Roelof van (Arkel-)Noordeloos
waarschijnlijk de stamvader was van de heren van Dalem. Zijn
opmerking werd kort daarop van tafel geveegd door J.P. de Man (NL
LXI, 1943, kolom 269-270). Vervolgens was het A.W.E. Dek die in 1966
(NL LXXXIII, kolom 376-402 op basis van de aantekeningen van wijlen
J.P. de Man) er een heel hoofdstuk aan besteedde. Hij wees daarbij
o.a. op een heer Floris van Dalem uit 1255 (vermoedelijk een broer
van Herbaren van de Lede 1227-1243, de stamvader van het geslacht
Van Arkel), maar ook op een aantal 14e eeuwse Van Dalem-naamdragers
en op de postume opmerking van Abraham Kemp uit 1656

http://www.dbnl.org/tekst/wits004biog04_01/wits004biog04_01_0028.htm

dat na het overlijden van heer Floris van Dalem in 1330 de
heerlijkheid Dalem weer aan Arkel terugviel. Op het genealogische
gebied beperkte hij zich veiligheidshalve door de stamboom te laten
aanvangen met Roelof van Dalem. In 1971 was J.C. Maris van
Sandelingenambacht aan de beurt in diens bijdrage `Historie van het
Arkel-wapen Anno 1621 van Christoffel Peter Cornelisz. van Ghilse,
vergezeld van allerhande commentaar' (NL LXXXVIII, kolom 196-200).
De auteur besprak de bevindingen en argumenten van de vorige
deelnemers en kwam o.a. met een creatieve oplossing. Roelof van
Dalem moest niet één maar twee personen zijn: een gelijknamige vader
en zoon. De visie van Maris van Sandelingenambacht vond vervolgens
onbetwist haar weg naar het grote publiek. In 1986 bracht B. de
Keijzer middels een bijdrage over de Van Bloklands en Van
Kijfhoeks: `Een jongere `tak' van de heren van Arkel' (Zuidhollandse
Genealogieën) de Van Dalems kort ter sprake als mogelijke
aftakkingstam.

Afstamming
Niettegenstaande enkele bovengenoemde veronderstellingen kunnen we
kort zijn over de afkomst van de latere 14e eeuwse heren van Dalem.
Ze stammen af van de op 25 juni 1254 (Paasstijl) beleende heer
Floris van Dalem. Van deze belening zijn meerdere afschriften
bewaard gebleven (mededeling mevr. Alie Lommen). P.G.F. Vermast
heeft de tekst afgedrukt in zijn artikel over `De Heeren van Goye'
(NL LXVII (1950) kolom 171-172). Op 5 februari 1360 gaf de Proost
van Elst op verzoek van de in Utrecht wonende schildboortige Floris
van Dalem (!) in samenwerking met notaris Gijsbrecht van Beesde
Janszoon, clerck tot Utrecht, een videmus van de originele bezegelde
leenbrief uit 1254. De verzoeker in 1360, Floris van Dalem zal
ongetwijfeld de leenbrief uit 1254 van zijn eigen voorouders hebben
geërfd. In het laatste gedeelte van de leenbrief vinden we enkele
leenrechtelijke opmerkingen:

"Wanneer Heer Florens gestorven is, soo sal zijnen outsten zoone,
alle die voorscreven goeden van ons ontfangen te leen zonder eennich
gelt dair off te geven. Ende dus zoo sullen die andere bruederen,
die een naeden anderen volgen alze verre als die eerste broeder
stervet zonder wittachtige geboorte. Ist zaecke dat alle H. Florens
kynderen sterven sonder geboorte, soos al die outste dochter alle
dese voorscr. Goederen naeden leen Recht van ons ontfangen ende soo
voort van den anderen dochteren. Voort meer sullen wij belijen ende
geven horen Erven, naeden leen Recht zoonen ende dochteren van
geslachte tot geslachte."

De conclusie moet duidelijk zijn. Het leen van Dalem mocht vererfd
worden op zowel mannelijke als vrouwelijke kinderen/nakomelingen.
Kijken we naar de datum 5 februari 1360 waarop de videmus werd
opgemaakt dan valt op dat de verzoeker Floris van Dalem, te
vereenzelvigen valt met Floris van Dalem, de oudste zoon van Roelof
van Dalem. Van Roelof is bekend dat hij op 26 januari 1360 (gewoon?)
verhinderd en 8 mei 1360 door ziekte verhinderd was. Op 27 juni 1360
maakte hij alvast een verdeling van zijn na te laten goederen.
Volgens het necrologium van Sint Servaes te Utrecht stierf hij in
juni 1361. Zijn oudste zoon Floris volgde hem op als heer van Dalem,
Stade en Sammenoord. In het licht van een aanstaande opvolging is
het niet verwonderlijk dat er een geverifieerd afschrift gemaakt
werd van de originele nog in het familiearchief aanwezige leenakte
van juni 1254.

De onjuistheid van de 17e eeuwse en latere overlevering c.q.
veronderstellingen
Volgens Kemp zou na de dood van Floris van Dalem in 1330 de
heerlijkheid Dalem terug gevallen zijn aan het leenhof van Arkel.
Uit de aantekeningen van C. Booth (1605-1678)
http://www.dbnl.org/tekst/desc001midd01/desc001midd01_021.htm
zou opgemaakt kunnen worden dat Roelof van Noordeloos gelijk was aan
Roelof van Dalem, hetgeen tweemaal leidde tot een publicatie waarin
gesteld word dat de heerlijkheid opnieuw werd uitgegeven aan een
telg van de jongere Arkel-tak van de heren van Noordeloos. Deze
(veronder-) stellingen zijn echter om meerdere redenen ondoordacht
te noemen.

J.C. Kort bracht in zijn reeks bewerkingen van Leenhoven al onder de
aandacht dat de heerlijkheid Dalem oorspronkelijk een leen van de
heer van de Lede moet zijn geweest (Een leenhof van Jan van der
Leede en zijn nazaten 1254-1424, in: Ons Voorgeslacht 1984, blz.607-
608). De heerlijkheid Dalem moet dus in 1254 formeel een leen zijn
geweest van de leenhof Leede. De 17e eeuwse onderzoekers kan dit
niet aangerekend worden omdat het Land van der Leede na 1304 aan de
heer van Arkel kwam, zodat de leenhof Arkel de lenen van het leenhof
Leede overnam.

Leengoederen worden vererfd, verkocht en geallodiseerd. Ze kunnen
ook bij gebrek aan een wettige leenopvolger terugvallen aan de
leenheer. Indien dit nu het geval zou zijn geweest bij de
heerlijkheid Dalem, dan is het hoogst merkwaardig dat Dalem
vervolgens in leen werd uitgegeven aan een jongere zoon van een
jongere zijtak der heren van Arkel. Meer voor de hand zou hebben
gelegen dat Dalem in 1330 aan het domein van de heer van Arkel zelf
zou zijn toegevoegd, en bij gelegenheid aan een (half-)broer of zoon
van heer Jan IV van Arkel zou zijn uitgegeven.

De in 1943 opgegeven redenen tegen de suggestie dat Roelof van
Noordeloos wellicht Roelof van Dalem was, lagen op het vlak van de
chronologie en de betiteling. Van Roelof van Noordeloos is bekend
dat hij reeds vóór 4 juni 1358 dood was terwijl Roelof van Dalem pas
in 1361 overleed. De andere reden was dat eerstgenoemde geen ridder
was terwijl de laatstgenoemde in 1360 wel als zodanig werd
aangeduid. Dat bracht J.C. Maris van Sandelingenambacht op het idee
om van Roelof van Dalem twee gelijknamige personen personen te
maken: vader Roelof van Noordeloos alias van Dalem (vermeld 1336-
1346, + voor 1358) en zoon Roelof van Dalem (vermeld 1350-1361, +
1361). Dit was een creatieve maar gekunstelde oplossing want heer
Roelof van Dalem blijkt achteraf helemaal geen ridder te zijn en was
bovendien meermalen gehuwd met kinderen uit beide huwelijken. Het
resultaat van dat alles is dat er twee personen zijn: een Roelof van
Noordeloos, ongehuwd overleden vóór 4 juni 1358; en een Roelof van
Dalem, dood in juni 1361, tweemaal gehuwd waarvan de eerste keer al
omstreeks 1330 (begin jaren '30). Zodoende heeft Roelof van Dalem
zijn vermeldingperiode 1336-1361 zelf veel te hard nodig om hem nog
eens te moeten delen met een fictieve vader.

Heer Roelof van Dalem
Bij J.P. de Man (1943), A.W.E. Dek (1966) en J.C. Maris van
Sandelingenambacht (1971) vernemen we dat Roelof van Dalem ridder
was. Eerstgenoemde geeft daarbij ook nog het jaartal 1360. En
inderdaad vinden we in regest 585 een vertaling van een - gezien de
aanhef en aanduiding van Luik – Latijnse oorkonde d.d. 26 januari
1360 waarin Rodolphus van Dalem, ridder, verzoekt hem te
verontschuldigen (S.W.A. Drossaers, Het archief van den Nassauschen
Domeinraad, eerste deel: Het archief van den Raad en rekenkamer te
Breda tot 1581, regestenlijst I, 1948). In dezelfde regestenlijst
alsmede in F.F.X. Cerutti's Middeleeuwse rechtsbronnen van stad en
heerlijkheid Breda, deel 1 (1956) komen we tal van vermeldingen
tegen van Roelof van Dalem, deels in gezelschap van personen die
expliciet als ridder worden aangeduid. Geen enkele keer behoudens in
regest 585 zien we Roelof als ridder. Dan hebben we ook nog de
goederenscheiding van 27 juni 1360 die Roelof maakt tussen zijn
kinderen (met dank aan Alie Lommen voor de volledige tekst) en de
latere aanduidingen van zijn weduwe als jonkvrouwe in plaats van de
aanduiding `vrouwe' of `ver'. Kortom Roelof van Dalem is nooit
verder gekomen als schildknaap. Dat betekend dat in de Latijnse
oorkonde van 1360 bij Roelof zal hebben gestaan de
aanduiding `dominus', een term die je afhankelijk van de inhoud
enerzijds kunt vertalen met heer en anderzijds met ridder. Dat
Roelof van Dalem heer was van de heerlijkheid Dalem is iets waar in
de literatuur geen twijfel over bestaat. In de bewerking van regest
585 heeft dus een simpel leesfoutje van de bewerker consequenties
gehad voor de latere genealogische interpretaties.

Roelof van Dalem en zijn gezin
In de goederenscheiding van 1360 alsmede een oorkonde uit 1363
vernemen we naam van zijn vrouw, jonkvrouwe Beatrijs/Biatrijs, en de
namen van zijn kinderen:
1. Florans/Florens van Dalem, was in 1360 al gehuwd met kinderen.
2. Lisebet van Dalem, wordt vrou genoemd. Ze was dus de vrouw van
een ridder. Haar man was dood want ze wordt vergezeld met een
naamloze momboir en door haar zoon Robbrecht.
3. Aleyt van Dalem, gehuwd met ridder Otto van Ghellichem.
4. Een onbenoemde dochter van Dalem, non (zus van Florans). Zij
blijkt later Christina te heten.
5. Ruelken die bastaert.
6. Willem van Dalem, heer van Dongen, oudste zoon van jkvr. Biatrijs.
7. Jan van Dalem, minderjarig met voogd Floris van Rijswijk.
8. Een in 1360 niet met naam genoemde, zuster van Willem en Jan,
hoogstwaarschijnlijk nog een minderjarig kind die later in 1363 bij
haar huwelijk Bely/Belen/Bele van Dalem blijkt te heten.

In de publicatie van H.M. Brokken, "Het ontstaan van de Hoekse en
Kabeljauwse twisten" uit 1982 valt vernemen (blz. 365) dat Beatrijs
op 9 april 1343 voor het eerst wordt genoemd zonder en op 1 juni
1345 (blz. 240) voor het eerst met man Roelof van Dalem. Zowel
Brokken als A.W.E. Dek, in "Het nageslacht van Philips van
Duivenvoorde eerste heer van Polanen" (Ons Voorgeslacht 1983 blz. 97-
134) plaatsen Beatrijs als een van de jongere dochters van Willem
van Duivenvoorde. Van Beatrijs kunnen we dus stellen dat ze tussen 1
juni 1345 en 9 april 1343 zal zijn gehuwd.

Ik had oorspronkelijk het huwelijk van dochter Elisabeth van Dalem
met (heer Robbrecht I) van Wisschel oorspronkelijk op ca.1340 staan
en dat van zoon Robbert (II) op ca. 1370 met jkvr. Luijtgart van
Haren. Deze laatste schatting kan echter ook naar ca. 1380 (vóór
1386) bijgesteld worden. Hun oudste zoon Robbrecht (III) wordt in
1405 vermeld als gehuwd. De vermelding van zoon Robbrecht II samen
met moeder in 1360 duidt er in ieder geval op dat hij minstens 7
jaar zal zijn geweest. Hij moet dus minimaal 1353 geboren zijn. Zijn
vaderlijke grootvader was een Jan de Jonge (van Wisschel) en de
moederlijke grootvader was Roelof van Dalem. We mogen op basis van
de destijds gangbare vernoeming verwachten dat Robbrecht II twee
oudere broers met Jan en Roelof zal hebben gehad die vóór juni 1360
jeugdig zullen zijn overleden. Dat plaatst het huwelijk Wisschel-
Dalem al snel op ca.1350. Moeder Elisabeth van Dalem zal dus in dat
jaar al haar procreatieve leeftijd hebben bereikt, zeg ca.15 jaar,
zodat we haar geboorte in uiterlijk 1335 mogen plaatsen. Dat is een
geboorteschatting die heel dicht bij de eerste vermelding in 1336
ligt van vader Roelof van Dalem. Ze zal ongetwijfeld zijn oudste
dochter zijn geweest. Van de oudste zoon Floris weten we dat hij
vermeld wordt tussen 1360 en 1376. In de goederenscheiding van 1360
is sprake van dat hij al (meerdere) kinderen had. Dat plaatst zijn
huwelijk zo bij benadering al rond 1355. Omdat ik verwacht dat
Floris vernoemd is naar zijn vaderlijke grootvader schat ik hem in
als zijnde tussen de 20 en 25 jaar bij zijn huwelijk. Dat impliceert
een geboortejaar van 1330/1335. Als jongste dochter kunnen we
Elsebeen van Dalem aanmerken. Ze huwde in 1363 voor het eerst en
ca.1370 opnieuw met heer Pauwels van Haastrecht. Haar zoon Roelof
van Haastrecht zien we vermeld worden vanaf 1386 (belening).

Roelof van Dalems voorganger was de in 1330 overleden Floris II van
Dalem. Roelofs oudste zoon droeg ook de voornaam Floris zodat we
zonder veel problemen mogen aannemen dat Roelof van Dalem de zoon en
opvolger van Floris II van Dalem zal zijn geweest. Het lijkt me niet
bezwaarlijk dat er van uit te gaan dat Roelof omstreeks 1330 is
gehuwd met als oudste kinderen een Floris en een Elisabeth
(ca.1335). Kort voor 1345 is hij dan hertrouwd met Beatrijs van
Duivenvoorde.

Volgens Dek in "Bijdrage tot de genealogie van het geslacht Van
Arkel" in de NL 1966, kolom 395 wordt Willem van Dalem, de latere
heer van Dongen, op 20 februari 1350 bedacht door zijn grootvader
Willem van Duivenvoorde. Dit gegeven zien we niet terug in diens
publicatie van 1983. Wel bij S.W.A. Drossaers, "Het archief van den
Nassauschen Domeinraad; eerste deel: Het archief van den Raad en
Rekenkamer te Breda tot 1581, regestenlijst I (1170-1427)", uit
1948, in regest 464. In regest 517 zien we op 2 april 1355 verklaard
worden dat de heerlijkheid Dongen overgedragen is aan Willem
Roelofsz. van Dalem. Beleend wordt Willem pas daadwerkelijk op 24
september 1357 (regest 559) zodat hij op die datum leenrechtelijk
meerderjarig moet zijn geweest. Dat is naar Hollandse begrippen 12
jaar en naar Brabants leenrecht minimaal 14 jaar. Willem zou dus
geboren zijn in of kort voor september 1343 of september 1345. In
het voorgaande is gewezen op een huwelijk van zijn ouders tussen 1
juni 1345 en 9 april 1343. Het laatste jaartal geeft problemen zodat
we mogen concluderen dat Willem van Dalem naar Hollands leenrecht
moet zijn beleend en dat hij geboren zal zijn omstreeks (24)
september 1345. Zijn ouders zullen dan eind (uiterlijk december)
1344 gehuwd zijn.

Een extra dochter voor jonkvrouwe Beatrijs
Regest 743, 22 juli 1380
Gheraet van den Broeke en Hadewy Heinric Laps dochter maken
huwelijksvoorwaarden, waarbij zij beloven Sente-Gheertrudenberghe
niet te zullen verlaten dan met toestemming van den heer van
Oosterhout en jonkvrou Beatrijs, Hadewijs moeder, op een boete van
200 oude schilden, de eene helft voor den bisschop van Ludic en de
andere voor den heer van Oosterhout. Voorzien van twee bewaard
gebleven zegels.

Het lijkt me dat jkvr. Beatrijs van Duivenvoorde na overlijden van
jonker Roelof van Dalem is hertrouwd met een Heinric Laps. Hadewij
moet dan haar dochter uit deze relatie zijn. De heer van Oosterhout
(Willem) was dan haar oom en diens zus jkvr. Beatrijs haar moeder.
(Het Archief van den Nassauschen Domeinraad. Eerste deel, Het
Archief van den Raad en rekenkamer te Breda tot 1581, regestenlijst
I (1170-1427), S.W.A. Drossaers 1948).

In Cerutti deel I, regest 289, d.d. 31 maart 1392 zien we Willem van
Dalem, heer van Dongen in aanwezigheid van getuigen een oorkonde
uitgeven. Daarin noemt Willem als zijn zwagers, enerzijds een heer
Pauwels van Haestrecht, heer van Loon op Zand en anderzijds een
Zebrecht Tierloet. Van heer Pauwels van Haestrecht is bekend dat hij
met een Elsebeen van Dalem, een volle zus van Willem, was gehuwd.
Omdat Willem van Dalem, heer van Dongen wettig gehuwd was met Sophia
van Salmen, dient Zebrecht Tierloet of met een zus van Willem of met
een zus van Sophia te zijn gehuwd. Omdat een derde getuige in deze
oorkonde een neef (dus bloedverwant) was van Willem ligt de eerste
optie meer voor de hand. Zebrecht is niet van dezelfde categorie als
de Van Dalems, de Van Wisschels en de Van Haastrechten, zodat hij
hoogstwaarschijnlijk met een halfzus van Willem van Dalem is gehuwd.
Voor de hand ligt daarbij de uit 1380 bekende Hadewy Laps. Haar man
ben ik na 1380 niet meer tegengekomen zodat Hadewy goed kan zijn
hertrouwd met de Bredase schout Zebrecht Tierloet.

Hans Vogels

http://groups.yahoo.com/group/soc_nederlandse_adel/message/9587

Dalem II

Een andere onderbouwing voor het gegeven dat de heren van Dalem een
in de 13e eeuw afgesplitste tak van de Lede/Arkel-familie moet zijn,
valt te vinden in de huwelijken van Elsbeen/Elsbene van Dalem. Deze
dochter van Roelof van Dalem huwde tweemaal met een andere Arkel-
telg. Bij huwelijken tussen verwanten komt al snel een huwelijks-
dispensatie kijken als beide partners in of binnen de 4e graad aan
elkaar bloedverwant zijn (de langste generatieschakel is dan
uiterlijk 4 generaties naar de gemeenschappelijke stamvader). Een
dergelijke dispensatie is niet bekend evenals een andere mogelijk
benodigde dispensatie tussen haar zus Aleit van Dalem en Otto van
Ghellichem (ook al een Arkel-telg).

Normaliter zou je wel eens kunnen denken dat dit wel
eens `gemakshalve vergeten' zou kunnen worden omdat het een
belemmering oplegt bij het zoeken naar een geschikte huwelijkspartner
in je naaste omgeving. Bij de huwelijken van Elsbeen/Elsbene van
Dalem hebben we echter te maken met leden van een door hun wapenbeeld
en familiebewustzijn herkenbare familiegroep (een clan).

Zetten we de stamreeksen van Elsbeen/Elsbene van Dalem en haar mannen
naast elkaar dan krijgen we het volgende schema. De cijfers voor de
generatie geeft het aantal generaties aan naar een eventuele
gemeenschappelijke stamvader.

5. Herbaren .....4.
…… van der Lede
_______________________
4. Jan I ............ I .............(4) Floris
…… van Arkel ........ I ................ van Dalem
..................... I
3. Jan II ........3. Otto I .........(3) N.N.
…… van Arkel ....... van Heukelum ...... van Dalem

2. Jan III .......2. Jan I ...........2. Floris
…… van Arkel ....... van Heukelum ...... van Dalem

1. Dirk Alras ....1. Otto II .........1. Roelof
…… van Haestrecht .. van Heukelum ...... van Dalem

0. Pauwels .......0. Gijsbert ........0. Elsbeen
…… van Haestrecht .. van Heukelum ...... van Dalem

De conclusie die we hieruit kunnen trekken is dat de 14e eeuwse heren
van Dalem niet af kunnen stammen van Jan I van Arkel of diens vader
Herbaren van de Lede omdat anders later een huwelijksdispensatie
benodigd was voor de huwelijken van Elsbeen/Elsbene van Dalem.
Met de eerder reeds genoemde argumenten mogen we dus gerust stellen
dat heer Floris van Dalem uit 1255 de rechtstreekse voorouder moet
zijn van de latere heren van Dalem.

Duidelijk is dan ook dat heer Floris van Dalem af moet stammen van of
a) een broer of
b) een neef
van heer Herbaren van der Lede.

Optie a) vervalt omdat van heer Herbaren van der Lede maar één
wettige broer met naam Jan I van der Lede bekend is. Van deze heer
van de Lede is bekend dat diens oudst bekende zoon de naam Floris
heeft gedragen. Deze zoon is echter zonder wettige nakomelingen
overleden. Jan I van der Lede werd namelijk opgevolgd door zijn zoon
Hugo Botter van der Lede. Na diens overlijden werd Lede en Haestrecht
opgedeeld tussen broer Herbaren van der Lede, heer van Haestrecht, en
oomzegger Jan III van der Lede, heer van de Lede. Indien die oudste
zoon Floris van der Lede nakomelingen zou hebben gehad dan zouden
deze in Lede en Haestrecht zijn opgevolgd. Dan zouden we ongetwijfeld
ook iets hebben vernomen over `minderjarige' erfgenamen en/of
voogden. Ook zouden deze eventuele erfgenamen zich ongetwijfeld
hebben gemeld na de verdrinkingsdood van Jan III van der Lede om de
heerlijkheid Lede en Haestrecht te claimen.

Niets van dit alles blijkt dat dit ooit heeft gespeeld, zodat de
oorsprong van de heren van Dalem gezocht moet worden in een neef van
de gebroeders heer Herbaren en Jan van der Lede.

Hans Vogels

http://groups.yahoo.com/group/soc_nederlandse_adel/message/9548

Re: Dalem

Hallo Alie,

Het staat buiten kijf dat hoe minder informatie beschikbaar is hoe
meer ruimte er is voor interpretatieverschillen. In je bijdrage
worden enkele zaken aangekaart waar we buiten de nieuwsgroep om al
eens over hebben gefilosofeerd. Op enkele onderdelen kan ik je een
antwoord verschaffen.

Op 31 maart 1392 zien we Willem van Dalem, heer van Dongen,
oorkonden dat hij 51 bunder moer te Dongen in erfcijns heeft
uitgegeven aan zijn `lieve' zwager heer Pauwels van Haestrecht, heer
tot Loon op Zand en diens erfgenamen. De oorkonde wordt door Willem
voorzien van zijn zegel. Maar om meer zekerheid te bieden aan heer
Pauwels en diens nakomelingen voor Willem en zijn nakomelingen die
na hem heer van Dongen zullen zijn, heeft hij gevraagd aan Robbrecht
van Wissel zijn `lieven aume" (lees oomzegger, Robbrecht II van
Wissel was Willems zusterszoon, vader Robbrecht I was een ridder) en
Zebrecht Tierloet mijn zwager als mijn getrouwe mannen (lees
leenmannen) en twee schepenen te Dongen, om deze oorkonde mede te
bezegelen.

Dat is in het kort een uitvoeriger regest van de oorkonde in Cerutti
I te vinden onder nr.289. In deze oorkonde van Willem worden drie
verwanten genoemd waarvan twee als zwager. We mogen gevoeglijk
aannemen dat de aanduiding zwager voor beide verwanten uniform moet
worden uitgelegd. De betekenis van een 'swager' is vrij duidelijk.
Het is een aangehuwde verwant. Tegenwoordig denken we in eerste
instantie aan schoonbroer maar de middeleeuwen hebben we doorgaans
met slechts twee betekenissen rekening te houden:
schoonzoon/schoonvader en schoonbroer. De betekenis van (aangehuwde)
neef/verwant komt slechts incidenteel voor. Van heer Pauwels van
Haestrecht weten we dat hij tweemaal gehuwd was en de laatste keer
met een jkvr. Elsbeen/Elsbene van Dalem. Bij haar had hij een zoon
Roelof die in 1386 al zo oud was dat hij beleend werd met een goed.
Heer Pauwels was heer van Loon op Zand dat oostwaarts aan de
heerlijkheid Dongen grensde. In de literatuur is overeenstemming in
de opvatting dat jkvr. Elsbeen van Dalem de dochter was van Roelof
van Dalem en Beatrijs van Duivenvoorde (bastaarddochter van de
bekende Willem van Duivenvoorde, heer van Oosterhout).

Als jij aanwijzingen hebt die wijzen op iets anders dan de gangbare
opvatting dat lijkt het genealogisch gezien nuttig dat deze
indicaties ook voor een groter publiek beschikbaar komen. Van Roelof
van Haestrecht, de zoon van Heer Pauwels van Haestrecht is bekend
dat in zijn nageslacht de nodige natuurlijke telgen te vinden zijn
die in Den Bosch en Sint Oedenrode voor verdere nakomelingen hebben
gezorgd die bij menigeen in de kwartierstaat zullen zijn beland.
Heer Pauwels was dus de zwager/schoonbroer van Willem van Dalem,
heer van Dongen, zijnde gehuwd met diens (volle) zus. Dan moet ook
zwager Zebrecht Tierloet een zwager/schoonbroer zijn geweest, dus
gehuwd met een zus van Willem. Daarvoor komt dan mooi Hadewy Laps in
aanmerking.

Ook wil ik er op wijzen dat de heerlijkheid Dongen afkomstig was van
grootvader Willem van Duivenvoorde. Deze had slechts natuurlijke
kinderen waardoor we hem in tal van oorkonden bezig zien om de
kinderen desalnietemin een stuk mee te geven van zijn verworven
rijkdom/bezit. Het is na zijn dood nog een heel gedoe geweest tussen
zijn erfgenamen voordat iedereen uiteindelijk vrede moest nemen.
Daarbij is het opmerkelijk dat dochter Beatrijs van Duivenvoorde en
haar man Roelof van Dalem wel een en ander verwierven maar het was
kleinzoon Willem die de heerlijkheid Dongen kreeg. In Dongen gaf
Willem in 1392 die 51 bunder moer uit. Mocht Willem zonder wettige
erfgenamen komen te overlijden net als zijn oom Willem, heer van
Oosterhout, dan zouden zijn volle broer en zus, en zijn halfzus zijn
erfgenamen zijn. Van die naaste erfgenamen zien we er twee in 1392.
Een als koper en een als getuige.

Hadewy's vader Hendrik Laps zien we overigens als Heyne Lappe op 24
oktober 1358 verklaren dat hij een stuk land in de `Gawech' te
Geertruidenberg voor 4 pond had verkocht aan Roelof van Dalem (zie
Archief Nassauschen Domeinraad deel I (1948), regest 571). De
voornaam Zebrecht/Sebert komt in de regio Breda veelvuldig voor
evenals in Limburg zodat we niet beducht hoeven te zijn voor een
incestueuze relatie.

Inzake je opvatting dat Floris van Arkel, volgens Abraham Kemp
(1656) heer van Dalem, de vader moet zijn van Roelof van Dalem kan
ik opmerken dat die opvatting niet echt levensvatbaar is. Uitgaan
van die (17e eeuwse) opmerking zou er een te nauwe verwantschap
hebben bestaan tussen Pauwels van Haestrecht en Elsbeen van Dalem.

Pauwels..x ca.1370....Elsbeen van Dalem
I I
Dirk Alras van Arkel..Roelof van Dalem 1e graad
I I
Jan III van Arkel.....Floris van Arkel 2e graad
--------------------------------------
I
Jan II van Arkel 3e graad bloedverwant
I
Jan I van Arkel (in de Kronieken `de sterke' genoemd).

Heer Pauwels van Haestrecht en Elsbeen van Dalem zouden dus 3e
graads bloedverwanten zijn in deze opstelling. Dit valt niet te
verwachten aangezien voor een huwelijk tussen 4e graads
bloedverwanten al een pauselijke huwelijksdispensatie benodigd was.
In de artikelen van Dek en Maris van Sandelingenambacht kunnen we
lezen dat Willem van Dalem, heer van Dongen al een bewogen leven
heeft gehad met twee minaressen (verwant aan elkaar in de 3e en 4e
graad) en een wettige echtgenootte. Als ook zijn zus Elsbeen nog in
een kerkelijk ongewenste situatie zat dan zou dat ongetwijfeld zijn
bijgebleven of zijn vastgelegd.

Met vriendelijke groet,
Hans Vogels

--- In soc_nederlandse_adel@yahoogroups.com, "alielommen"
wrote:
>
> Even een paar opmerkingen mijnerzijds:
>
> In oorkonden en vermeldingen heb ik Roelof van Dalem (gehuwd met
> Beatrijs van Duivenvoorde) nergens gevonden dat hij heer van Dalem
> was. De omschrijving Roelof, heer van Dalem, ben ik tot nu toe
niet
> tegengekomen. Ik denk dat, als hij heer van Dalem was, hij dat
zeker
> had laten vermelden.
>
> De heerlijkheid Dalem behoorde in 1254 tot het leenhof Van der
Leede.
> Voor 1/3 werd dit beleend aan Floris. Dit leenhof werd in 1304
> verbeurd verklaard en in 1320 kwam het aan Jan van Arkel, aldus
J.C.
> Kort in OV 1984.
>
> In 1330 is er een vermelding (in het cartularium van Marienweerd)
van
> Jan van Dalem, zoon van Gijsbrecht van Beesd en Saelmien. Haar
andere
> kinderen zijn Govaert, Claes en Alveraet. Saelmien haar vader (of
> haar eerste man) moet geheten hebben Jan van Dalem. Waarschijnlijk
> was hij een zoon van de in 1254 genoemde Floris.
> In het vidimus van 1360 staat notaris Gijsbrecht van Beesde
Janszoon
> genoemd.
> De Floris van deze vidimus is denkelijk niet de zoon van Roelof
van
> Dalem (gehuwd met Beatrijs), maar een zoon van Jan van Dalem (van
> Beesd).
> Floris' zoon Jan, vele malen genoemd heer van Dalem, had drie
zonen
> genaamd Floris, Gijsbrecht en Claas (geen Roelof!). Zij staan
vermeld
> in de oorkonde 13 maart 1420 Sint Catharina Klooster te Heusden,
> waarbij zij o.a. 12 morgen geheten Jonkvrouw Saelmien hoeve
> overdragen aan het klooster. Deze Saelmien hoeve is dus vernoemd
naar
> de overgrootmoeder van deze heer van Dalem. Er staat immers in het
> vidimus dat de heerlijkheid ook kan vererven via de vrouwelijk
kant.
> Van het vidimus heb ik twee vermeldingen gezien, maar vermoedelijk
> allebei vanuit de bron te Utrecht. Hopelijk kan ik deze vidimus
nog
> een keer in het origineel zien.
>
> De volgens Abraham Kemp (blz 44) genoemde Floris, zoon van Jan van
> Arkel, zoon van Jan de Sterke werd o.a. met de heerlijkheid Dalem
> beleend door zijn broer Jan in 1302 nadat de neef Hugo Botter was
> omgekomen bij de slag bij Kortrijk. Dit jaartal kan ook zijn 1304
of
> wellicht later.
> In 1330 kwamen de heerlijkheden na de dood van Floris weer terug
naar
> Jan.
> Deze Floris van Arkel wordt genoemd in een oorkonde 6 juni 1294,
> alwaar staat dat koning Eduard I van Engeland zijn getrouwen
beveelt
> vrijgeleide te verlenen aan Arnoud van Ranst, Gerard van Days,
Hugo
> van Maarland en Floris van Arkel die in zijn opdracht zullen
> vertrekken naar Duitsland.
> Op de lijst van het Kollegiatstifskapel van Braunschweig St
Blasius
> wordt bij de naamsvermelding in 1322 Floris van Dalem genoemd,
alwaar
> hij wordt voorgesteld aan Paus Johannes XXII. Vermoedelijk is dit
> dezelfde Floris.
> Mijn idee gaat eerder uit dat deze Floris van Arkel de vader is
van
> de (bastaard)zoon Roelof van Dalem. Hierover heb ik echter nog
geen
> concrete aanwijzingen.
> In 1355 probeert Jan van Arkel de verbeurdverklaarde goederen van
> Roelof van Dalem in te nemen, maar door Willem V, graaf van
Holland,
> wordt uitspraak gedaan dat Roelof de goederen zelf mag behouden
(ND).
>
> Over Willem van Dalem, zijn zwagers Paulus van Haastrecht en
Zebrecht
> Tierloet.
> De term zwager moet denkelijk, evenals de andere termen neef e.d.,
> niet altijd strict genomen worden, maar verwanten. In de oorkonde
31
> maart 1392 worden zij drieën genoemd (Cerutti). Zebrecht Tierloet
was
> schout van Breda.
> Volgens Dek kolom 396 had Willem Willemsz van Dalem een verhouding
> met Lijsbet Zebrecht Feijtersdr. Als dit de dochter is van
Zebrecht
> Tierloet, is dat dan geen incest?
> Heyn Lappe was al eerder bekend bij Roelof van Dalem, zie ND 1358
> (inv 568). Daar ontvangt hij van Roelof van Dalem 4 pond. Waarvoor
is
> mij nog niet bekend.
>
> Alie Lommen
>



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina