Over de voorloper van jezus



Dovnload 25.4 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte25.4 Kb.
OVER DE VOORLOPER VAN JEZUS

(Om de Heere te bereiden een toegerust volk n.a.v.luk.1:17 slot; een Bijbelstudie)


In de naar hem genoemde Sint Janskerk te Gouda kunt u hem vinden in het gebrandschilderde glas: Johannes de Doper, de boetgezant en voorloper van de Messias Jezus. In zijn armen een lam met een kruis over de schouder. En zijn vinger wijst maar gedurig op dat Lam: ‘Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt’.1
Kernachtiger kan het niet uitgebeeld worden, wie Johannes de Doper was en welke taak hij heeft vervuld.
In de dagen rondom het Kerstfeest komt hij vaak ter sprake. In zondagsschoolvertellingen, in Kerstwijdin-gen en preken. Geen wonder. Johannes de Doper is een onvergetelijke en onuitwisbare gestalte in het Adventsevangelie. En in de geschiedenis van de kerk heeft hij altijd diepe indruk gemaakt.
Intussen moeten wij wel oppassen, dat wij geen vertekend beeld van hem geven. Er is geen enkele reden tot legendevorming. Hij was weliswaar bepaald meer dan een historisch interessante figuur. Maar hij was er anderzijds ook niet de man naar om op een troon gezet te worden. Omstanders van Johannes hebben ooit overwogen, of hij mogelijk niet de Christus Zelf zou kunnen zijn. Maar dat heeft hij altijd ten stelligste ontkend.
Het is alleen zijn prediking die hem voor ons onvergetelijk en onuitwisbaar maakt.
‘Wat zal toch dit Kindeke wezen?’, zeiden de buren, toen de kleine Johannes ter wereld kwam. Een wonderkind, ‘stof van vreugd’ voor zijn vader en moeder. Maar al jong moet hij vervolgens van huis getrokken zijn. Hij werd een ‘ascetische’ woestijnbewoner die zich kleedde met een mantel van kemelshaar en teerde op het dieet van sprinkhanen en wilde honing. Hij dronk wijn noch sterke drank: een Nazireeër Gods.
Rond zijn dertigste verscheen hij aan de rand van de bewoonde wereld bij de Jordaan en preekte: een profeet van de Allerhoogste, waartoe hij ook was afgezonderd door zijn vader Zacharias en door God Zelf. Een ster die even in het voorbijgaan aan het firmament verscheen; helder, maar heel kort als een komeet.
Het is vooral door zijn prediking aan Jordaan dat Johannes de Doper getypeerd wordt. Een getuige van het Licht. Meer wilde hij niet zijn. Hij gebruikt daar zelf een aantal trefwoorden voor.

Stem van een roepende/ heraut

Een van die trefwoorden uit zijn zelfgetuigenis is: ‘stem van een roepende in de woestijn’. Een ander woord uit zijn zelfaanduiding is: ‘wegbereider’. De Doper beleefde zijn eigen optreden als dat van een heraut. Een bode die voor een vorst uitloopt en de mensen toeroept: ‘Maakt u gereed; de koning komt eraan’. Zo liep hij voor Jezus uit om Zijn komst aan te kondigen en een oud heimwee wakker te maken naar de Davidszoon, de Langverwachte. Hij had het maar voortdurend over ‘Een die na hem kwam’.


Daarbij voelde hij zichzelf als een slaaf die het zich niet waardig keurde om de schoenriem van zijn Meester te ontbinden. Zo cijferde hij zich geheel weg en maakte zichzelf overbodig. Hij had het blijkbaar helemaal verdisconteerd, dat hij maar ‘tijdverschijnsel’ was. Als het zonlicht van Jezus, de Messias maar zou toenemen.Dan mocht het licht van zijn ster wel doven.

‘Hij moest wassen, Johannes minder worden’ (Joh. 3:30).


Prediker van het gericht
Dat alles kon moeilijk uitgelegd worden als de aankondiging van een feest waarbij de mensen alvast de vlag konden gaan uithangen en de slingers ophangen. Johannes’ prediking was prediking van het gericht. Hij ging voor zijn Messias uit in de geest en de kracht van Elia. Die zou toch immers eerst komen?
Zeker, als de mensen hem maar als zodanig hadden ontvangen. Met klem en kracht kwam hij op voor het te heiligen recht des Heeren. ‘Een beroerder Israels’, bestraffend alles wat tegen Gods wil indruiste. Soldaten riep hij op om tevreden te zijn met hun soldij en tollenaars om ermee op te houden de mensen af te zetten. Eigengerechtigde vromen waarschuwde hij om zich niet op uiterlijke verbondsrechten te laten voorstaan; hij noemde hen ‘adderengebroedsels’ (Luk. 3:7) die de toorn van God niet zouden ontvlieden.
En Herodes Antipas, ‘die vos’ ...; deze had zijn eigen vrouw de deur uitgezet en was gehuwd met de gescheiden vrouw van zijn halfbroer Filippus, dus met zijn schoonzus. Johannes de Doper verscheen ook aan het hof en liet de over hem gestelde gezagsdrager niet ongewaarschuwd zijn zondige gang gaan. ‘Het is u niet geoorloofd haar te hebben’, had hij gezegd (Mark. 6:18).

Johannes, in een woord: een lastpost in de ogen der mensen. Hij heeft zijn mond niet gehouden. Hij sprak onomwonden, op de man af. Hij verbloemde het kwade niet. Al kostte hem dat zijn leven.


Want hoe kan de Messias komen, als zijn volk in de zonde tiert? Neemt Hij niet Zijn intrek in een hart dat schuldverslagen is en dat smeekt: ‘Doe intocht, Heer' in mijn gemoed’? Gaat het ooit buiten het heilig recht des Heeren om? Gaat het ooit buiten bekering om? Kan er ooit een geestelijke opwekking ontstaan, los van een intense boetvaardigheid? ‘O, land, land, land, hoort des Heeren Woord’.
Er zal geen Messiaanse heilstijd aanbreken, als wij niet met zijn allen leren wat moeder vroeger tegen mij zei, als wij ruzie maakten met elkaar: ‘Kind, wees jij nu maar de minste’. Zonder dat worden er geen problemen uit de wereld geholpen. Zonder dat vecht iedereen zich dood voor eigen rechten.

Vriend van de Bruidegom

Maar niet slechts boetgezant was Johannes de Doper. Laat ons geen eenzijdig beeld van hem schetsen. Albert Schweitzer heeft van de Doper gezegd, dat hij onmiddellijk een catastrofaal wereldeinde verwachtte, maar dat de prediking van Johannes noch die van Jezus trouwens in dit opzicht is uitgekomen.


En nu is het waar, dat de Doper de komst van Jezus en het eindgericht in één perspectief zag. Het zal ook waar zijn, dat het vuurgericht dat hij aankondigde, langer op zich heeft laten wachten dan de boetgezant Johannes dacht; ‘de bijl ligt alrede aan de wortel der bomen’ (Luk. 3:9a). Maar overigens heeft die boetgezant aan de Jordaan net iets meer gedaan dan Jezus’ komst ten oordeel aankondigen.

Hij heeft Jezus Christus ook aangekondigd als ‘het Lam dat de zonde der wereld wegneemt’ (Joh. 1:29b). Daarbij heeft hij stellig gedacht aan het Offerlam van Jesaja 53. Zou de Christus niet eerst Zijn leven moeten geven tot een losprijs voor velen? Moest Hij niet vooraf Redder van zondaren worden, alvorens Hij als Wereldrechter zou optreden?


Ik denk aan het verhaal van iemand die bij een verkeersongeval met zijn auto te water raakte. Gelukkig kon een voorbijganger hem op het nippertje van een verdrinkingsdood redden. Enkele maanden later stond de gedupeerde - ja, hoe gaat dat - voor de

rechter. Maar voordat daar de schuldvraag aan de orde kwam, keek die rechter hem eerst met een blik van herkenning aan. Hij was het zelf die de man uit het water had gehaald. Daarom zei hij: ‘Enige tijd geleden was ik uw redder, nu ben ik uw rechter’.


Het zal zeker iets ontzagwekkends zijn om de Rechter van de ganse aarde te moeten ontmoeten in het eindgericht. Tenzij Hij intijds ook onze Redder is geworden. Dan zal ‘t meevallen. Dat heeft Johannes de Doper ook altijd gezegd.
Hij heeft zijn kracht niet gezocht in een gerichtsprediking, los van het Evangelie. Het ging er hem om ‘Gods volk kennis der zaligheid te geven in vergeving hunner zonden’ (Luk. 1:77). Hij heeft de mensen hoopvol gestemd en niet wanhopig gemaakt. Hij heeft Christus Jezus als Rechter aangekondigd, maar Hem tegelijk aangewezen als Redder.
Als zodanig noemde Johannes zich vriend van de Bruidegom. En de vriend van de bruidegom was iemand met een langdurig goede relatie met die bruidegom, die ook wel uit zijn naam naar de hand van het toekomstige bruidje had gedongen. En op het bruiloftsfeest speelde hij een voorname rol als paranimf, zeg maar: ceremoniemeester.

Het is een bijzondere status, als iemand zich vriend van de bruidegom mag noemen. En dat is het zeker, als die Bruidegom niemand minder dan Jezus is. Johannes wilde niet meer zijn dan dat. Hij was ook niet minder dan dat. Daarom was hij ook zielsblij, toen hij de bruid van zijn Adventsgemeente die door ‘de doop der bekering tot vergeving van zonden’ (Luk.3:3) op de uitkijk was gaan te staan, naar de Bruidegom Jezus mocht leiden.


Johannes is geleidelijk aan zijn gehoor aan Jezus kwijt

geraakt. Zo was het hem goed. Want op die manier heeft hij de Heere - naar wat reeds aan vader Zacharias was toegezegd – ‘een toegerust volk bereid’.


En is het niet een groot genoegen voor een dienaar van het Woord, als hij zijn hoorders aan Jezus mag overdragen?
Veel meer dan een profeet was Johannes de Doper. Wie was hij? Hoe oordeelden omstanders over hem? Hoe sprak hij over zichzelf? Op die vragen probeerde ik in het boven staande antwoord te geven.
De belangrijkste vraag echter is nog onbeantwoord. Dat is niet de vraag naar het zelfgetuigenis van de Doper. De kernvraag is: wat zei Jezus van hem? Ook daarover laat de Bijbel ons niet in het ongewisse.
Straks zit Johannes in zijn sombere gevangenis, de bergvesting Macherus bij de Dode Zee. En boven zijn hoofd wacht een vrouw het geschikte moment af om het doodvonnis aan hem te laten voltrekken: Herodias, door Johannes in haar ‘eer’ aangetast.

Van daaruit zendt de Doper zijn discipelen naar de Meester met de vraag: ‘Zijt Gij degene Die komen zou of verwachten wij een ander?’ (Luk. 7:19b).


Dat hadden wij - eerlijk gezegd - niet verwacht. Is Johannes, die nietsontziende profeet dan tenslotte toch nog op twee gedachten gaan hinken; en gaat hij straks zijn leven eindigen in wanhoop en vertwijfeling? In geen enkel opzicht. Hoe men ook oordeelt over die vraag van Johannes aan Jezus, één ding is duidelijk. Wachten is moeilijk. Wachten op het heerlijk einde van een Messias die alle dingen nieuw maakt. Wachten tot in een martelaarsdood. Wachten totdat de Messias als het Lam Gods aan een kruis op Golgotha sterft. Wachten op de Bloedbruidegom.
Dat wachten kost strijd en tranen. Toen en nu.
En toen vroeg Jezus aan de mensen: ‘Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen?’ (Luk.7:24m). Waarom liep u zo te hoop om die geweldige man te horen? Toch niet omdat hij in zichzelf maar een zwakke rietstengel was, door de wind heen en weer bewogen? En al helemaal niet, omdat hij een man was van ‘Kleider machen Leute’.
Maar waarom dan wel? Johannes was veel meer dan alle profeten die ooit tot u zijn gezonden. Op de drempel van de nieuwe tijd, aan de ingang van het Koninkrijk van God.
Maar waar blijven wij, als wij ons zijn boodschap niet aantrekken? Het zal ons niet echt verder helpen, als wij precies kunnen vertellen, wat voor een figuur de Doper is geweest. Het is van het hoogste belang, dat wij ons aan zijn boodschap gelegen laten liggen.
Noem hem de grootste sterveling die ooit uit een vrouw is geboren. Als u maar bedenkt, dat hij ter wille van zijn prediking het hoofd op het blok heeft moeten leggen. Als u maar niet vergeet, dat het in ons leven tot ‘ommekeer’ moet komen. En als u zich maar intijds uitlevert aan het Lam. Uw zaligheid heeft Zijn bloed gekost. Hij wil uw Redder zijn.
En Hij komt eraan: Rechter der wereld.
John Bunyan heeft eens gezegd: ‘Indien mijn predi-king geen vrucht voortbracht, was het mij onverschillig, wie mij gunstig beoordeelde. Maar was mijn prediking vruchtbaar, dan was het mij om het even, wie haar veroordeelde.’
Dat had de Doper ook kunnen zeggen.
Zijn prediking moge voor u en mij onvergetelijk blijven als het genademiddel, waardoor wij terecht kwamen in de armen van het Lam dat ook onze zonde wegnam.
Zo is Johannes: ‘groot voor de Heere’ (Luk.1:15)
O dierbaar kind, o stof van vreugd,

geschenk van ‘t Alvermogen!

Elk noem’ u Gods profeet en geev’ u eer;

Gij treedt voor ‘t aanschijn van de Heer’,

en baant Zijn weg door leven en door leer.

(Lofzang van Zacharias:3b)



1  De afbeelding is een fragment uit Glas 6 van de St.Janskerk te Gouda (van Dirck Crabeth; 1571. De kracht van het door de Doper aangewezen Lam Gods ligt in Zijn kruisdood.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina