Over het existentialisme van J. P. Sartre en S. De Beauvoir



Dovnload 30.06 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte30.06 Kb.

Over het existentialisme van J.P. Sartre

en S. De Beauvoir

De mens is in de eerste plaats een project dat zichzelf subjectief beleeft, en niet een schimmel, rottigheid of bloemkool; er is niets dat aan dat project voorafgaat, er valt niets aan de hemel af te lezen; de mens is in de eerste plaats zoals hij zichzelf projecteert.

(Sartre in Het existentialisme is een humanisme)

Je wordt niet als vrouw geboren. Je wordt tot vrouw gemaakt.

(Simone de Beauvoir in Le deuxième sexe)


Het existentialisme is een filosofie ontstaan tussen de twee wereldoorlogen en werd zeer populair tussen de jaren 1950-1980.

De gekendste vertegenwoordiger was de Franse filosoof-schrijver Jean-Paul Sartre (1905-1980).

Zijn hoofdwerk L'être et le néant verscheen in 1943. Een zeer toegankelijk werkje is L' existentialisme est un humanisme. Sartre schreef ook romans (La Nausée - De walging) en toneelstukken (Huis clos -Gesloten deuren).


Sartre werkte en discussieerde in de café's en restaurants op de Parijse boulevard Saint-Germain en boulevard Montparnasse. In de jaren 1960 werd hij zeer populair en zijn denkbeelden waren bij zeer velen in de mode. Het existentialisme werd zelfs een soort levensstijl. Later trok Sartre de aandacht door zijn extreem linkse stellingnames.
Bekend was Sartres levenslange relatie met de existentialistische en feministische filosofe en schrijfster Simone de Beauvoir (1908-1986), een open relatie, want Sartre had vele andere affaires.







Korte uiteenzetting van Sartres filosofie

Basisprincipe
Het existentialisme wil onderzoeken wat het voor mensen betekent om te bestaan, en antwoordt op die vraag met volgende kernidee:

het bestaan (de existentie) is aan de mens gegeven zonder vooraf gegeven invulling of bepaling van dat bestaan (zonder vooraf gegeven essentie).


Dit betekent: er is geen vooraf gegeven doel of zin van het menselijk bestaan.

De mens is ongevraagd "in de wereld geworpen" zonder dat hij weet waardoor of waarom. Hij kan enkel vaststellen dat hij bestaat ("een existentie heeft"), zonder dat hij de oorsprong of de zin van dat bestaan kent.

Hij kan die zin ook niet afleiden uit vaststaande waarheden, vooraf gegeven inhouden, opgelegde doelen, wezenlijke kenmerken ("essenties") van het bestaan. In het bijzonder is er geen god die iets aan de mens zou opleggen. De mens moet dan ook zelf een zin geven aan zijn bestaan, een doel stellen in zijn leven.

Sartre drukt dit uit met volgende term: de mens moet zelf voor zichzelf "een project" uitdenken, of nog anders uitgedrukt: hij moet zich "engageren" voor iets.

De mens kan inderdaad zelf zijn levensproject ontwikkelen, want hij is vrij. Dit verwijst naar het mensbeeld van het existentialisme.

Mensbeeld
Ook m.b.t. de mens geldt het basisprincipe: de existentie gaat aan de essentie vooraf.

Dit betekent: de mens heeft geen vooraf gegeven wezen, geen vooraf of voor goed vastgelegd karakter of gedragswijze. De mens kan vrij zijn karakter en gedrag bepalen. Hij is verplicht zelf zijn karakter en gedrag te "kiezen". Je wordt niet als een agressief persoon geboren, of als een geleerde, of als iemand met rechtse ideeën, nee, je kiest ervoor om dat te worden.

Simone De Beauvoir paste dit zelfs toe op het vrouw of man zijn. In haar gekend werk Le deuxième sexe drukt ze dit als volgt uit: "Je wordt niet als vrouw geboren. Je wordt tot vrouw gemaakt." Dit betekent: met uitzondering van enkele lichamelijke kenmerken is het vrouw-zijn niet gegeven door de natuur, maar vastgelegd door de mens. De mens (de cultuur) heeft er tot nu toe voor gekozen dat een vrouw passief, lief, minder verstandig, bezig met de opvoeding enz.. moet zijn.

Om deze stelling aannemelijk te maken, valt Sartre terug op een theorie over het zijn in het algemeen (filosofen noemen dat een ontologie).



Fundering van dit mensbeeld in een zijnsleer
De (niet-menselijke) dingen bestaan als een op-zich-zijn (in het Frans: "en-soi), ze bestaan in (of op) zichzelf. Dit betekent: dingen vallen samen met zichzelf, ze zijn wat ze zijn zonder meer, ze kunnen zichzelf niet veranderen. Een steen blijft een steen (tenzij een natuurkracht of de mens hem verandert in een hoopje stof, of in een beeldhouwwerk).

De mens daarentegen bestaat als een voor-zich-zijn (in het Frans: "pour soi"). Dit betekent: de mens heeft een zelfbewustzijn, waardoor hij over zichzelf kan nadenken, zichzelf beoordelen, zichzelf kan bekijken zoals hij ook de andere dingen bekijkt. Hij kan van zichzelf afstand nemen. Maar dit brengt mee dat hij ook zichzelf kan veranderen.

De mens kan loskomen van de manier waarop hij vroeger bestond en op een andere manier gaan bestaan. Hij kan afstand nemen van zijn "essentie" die hij tot nu toe gehad heeft en kiezen voor een nieuwe "essentie". Stel dat je door een ervaring in je kindertijd (of door de cultuur waarin je leeft, of door de klasse waarin je opgroeit) agressief bent geworden. Door je zelfbewustzijn kan je je bewust worden van deze karaktertrek en van de oorzaak ervan. Maar juist daardoor is die karaktertrek voor een stuk die van een ander geworden (je persoon die je kritisch bekijkt) en komt er bij jezelf als het ware plaats vrij om een andere karakter te ontwikkelen. Je krijgt het besef dat de karaktertrek die je tot nu toe bepaald heeft, jou niet levenslang moet bepalen. Je kan kiezen om die bepaling te wijzigen.

Een andere manier om dit alles uit te drukken is: de mens is vrij.

Een gevolg van de vrijheid is verantwoordelijkheid. Dit wijst op de morele gevolgen van de existentialistische visie.

Morele betekenis van dit mensbeeld
Wie vrij kan kiezen, is verantwoordelijk voor zijn keuze. Je kan je niet verbergen achter excuses in de trant van "maar ik ben nu eenmaal agressief of rechtsdenkend, omdat ik dat en dat heb meegemaakt", want in werkelijkheid kies je ervoor om zo te zijn. Je kan immers altijd kiezen om anders te worden, anders te handelen of te denken. De mens is veroordeeld tot de vrijheid.

Wie zich toch achter zo'n excuses verbergt, noemt Sartre "ter kwader trouw". Zo iemand weigert te kiezen of beweert dat hij niet kan kiezen, maar in feite kiest hij natuurlijk wel: hij kiest om niet zelf te kiezen, maar om zich te laten bepalen door toevallige omstandigheden buiten zichzelf. Zo iemand noemt Sartre niet-authentiek.

Om te begrijpen waarom Sartre daar zo de nadruk op legt, moet je bedenken dat de theorie ontstond na de nazi-gruwelen. Sartre wil de nazi-helpers voor hun verantwoordelijkheid stellen. Hij is niet tevreden met het excuus van de Duitsers "we hebben het niet geweten", zelfs als het waar is: ze hadden het kunnen weten en dat maakt hen mee verantwoordelijk voor de jodenuitroeiing.
De vraag blijft: waarvoor moet de mens in concreto kiezen. Hoe kan de mens zich waardig tonen tegenover de vrijheid waarmee hij begiftigd is?
Sartre is er nooit in geslaagd om uit zijn theorie af te leiden waarvoor de mens het best kiest (bv. is het beter om links te zijn dan rechts). De aangekondigde uitwerking van een concrete moraal heeft Sartre nooit kunnen realiseren. De enige regel die hij kon funderen is: de mens is verplicht te kiezen en de verantwoordelijkheid voor zijn keuze op te nemen.

In de praktijk kan je twee soorten engagement onderscheiden.



Twee mogelijke vormen van engagement
Als de mens volledig vrij is te kiezen, is er een grote kans dat hij in de eerste plaats kiest voor zichzelf tegen de andere in. In het begin stelt Sartre dat dat altijd het geval is. In één van zijn toneelstukken zegt een personage: "l'enfer c'est les autres" (de hel dat zijn de anderen).

Daar komt het feit bij dat er geen god en geen vooraf gegeven zin is van het leven (geen objectieve zin, dit is in het bestaan zelf vervatte zin, los van de mens). Dit alles kan leiden tot een pessimistische, of toch weemoedige levenshouding. De existentialistische jeugd uit de jaren 1960 kleedde zich bij voorkeur in het zwart en luisterde naar weemoedige jazzliedjes of chansons van Juliette Gréco.

Vrij vlug erkent Sartre dat ook een andere keuze mogelijk is waarbij wederzijds vertrouwen, gemeenschappelijke strijd, edelmoedigheid, offer en zelfs liefde centraal staan. Het project dat zin geeft aan ons leven kan bestaan in een engagement voor een andere, hopelijk betere wereld. De zwarte kledij van de existentialistische jeugd is ook symbool van verzet tegen de bestaande maatschappij. In zijn eigen leven heeft Sartre in elk geval zeer duidelijke morele en politieke keuzes gemaakt.
Sartre heeft zich steeds geëngageerd in maatschappijkritische bewegingen, in acties voor een rechtvaardiger wereld. Hij probeerde een radicaal linkse partij in Frankrijk op te richten, hij steunde arbeiderstakingen en de studentenopstand van mei '68, hij bezocht linkse terroristen in de gevangenis (de Duitse terroristen Baader en Meinhoff).

Simone de Beauvoir van haar kant kwam op voor de emancipatie en gelijkberechtiging van de vrouw. Haar boek Le deuxième sexe werd de bijbel van het feminisme in de jaren 1950-60.

Er kan een verband gelegd worden tussen dit maatschappelijk engagement en de filosofie van Sartre.

Sartre beklemtoont dat de mens zichzelf (en dus zijn cultuur en de samenleving) kan veranderen, en dat betekent in principe verbeteren. De mens heeft als het ware de plicht om zichzelf beter te maken, om zijn verantwoordelijkheid voor een betere maatschappij op te nemen.

De overtuiging van Sartre dat zo'n verbetering gelijk moet gesteld worden aan meer maatschappelijke gelijkheid en dus een linksere samenleving (en niet een rechtse of liberale samenleving), baseert hij op de filosofie van Karl Marx. Iin zijn later werk heeft Sartre geprobeerd om zijn eigen existentialistische filosofie te combineren met de marxistische filosofie, maar die poging wordt door de meesten als weinig gelukt beschouwd.

Korte commentaar en beoordeling
Zoals veel filosofen ziet Sartre een belangrijk iets in en werkt dat uit in zijn consequenties, zonder nog veel met andere zaken rekening te houden.

Hij wil de aandacht trekken op een belangrijk, verwaarloosd deel van de werkelijkheid en vergeet daardoor - toch in de eerste periode van zijn werk - andere aspecten van de werkelijkheid. Anders gezegd: zijn theorie is eenzijdig (in zijn later werk heeft hij die eenzijdigheid willen corrigeren).


Sartre vergeet teveel dat de mens ook een ding is, een "en soi". De beïnvloedingen in het begin van je leven (cultuur en klasse waarin je geboren woedt, je opvoeding, je kinderervaringen) zijn geen vrije keuze (het zijn ten hoogste vrije keuzes die anderen in jouw plaats hebben gemaakt, en vaak zijn het gewoon toevalligheden).

Ook als je later inzicht krijgt in die beïnvloedingen, betekent dat nog niet dat je die zo maar ongedaan kan maken. Vaak hebben die beïnvloedingen ons zo sterk bepaald, dat we de werking ervan niet onmiddellijk kunnen stopzetten. Het is niet eenvoudig om je karakter te veranderen, of andere ideeën te ontwikkelen. De oorzaak van een zaak inzien, betekent nog niet dat je die zaak kan veranderen. Misschien kan je geen vat krijgen op die oorzaak. Maar in vele gevallen is dat wel, toch voor een deel, mogelijk.



Verantwoordelijkheid tegenover onszelf
Sartre heeft wel gelijk als hij stelt dat de mens principieel de mogelijkheid heeft om zichzelf en zijn vorming van op afstand (kritisch) te bekijken en dus om zichzelf en zijn bepaling te wijzigen. De mens kan, toch voor een deel, zich losmaken van vroegere ervaringen en bepalingen. Voor karaktertrekken zal dat moeilijker gaan dan voor gedragingen of ideeën, maar zelfs ons karakter is niet voor eens en altijd vastgelegd (gewoon al volwassen of ouder worden kan het karakter wijzigen).

Sartre spoort ons aan om dat te doen, om onze vrijheid ook daadwerkelijk te gebruiken (om "authentiek" mens te worden).

Dit is de kern van Sartres boodschap: ok, stel dat je geconditioneerd bent door jouw verleden, wat telt is wat jij doet met wat dat verleden van jou heeft gemaakt. Wat telt is jouw ontwerp ("project") dat je maakt voor de toekomst en dat jouw verleden achter zich laat of toch kan proberen achter zich te laten. Wat jij nu bent, mag niet afhankelijk zijn van wat je tot nu toe was, maar van wat je wil zijn. Dat is de opdracht.

Is dat een goed advies?


Wie zich slecht voelt bij zijn eigen karakter of gedrag of denkbeelden (of wie er nadelen van ondervindt), heeft er natuurlijk alle belang bij om daarover na te denken en dat proberen te veranderen (in de mate van het mogelijke). Maar ook wie zich prima voelt, doet er goed aan over zichzelf na te denken.

Wie we zijn (welke "essentie" we hebben, welk karakter we hebben, hoe we ons gedragen, hoe we denken) is immers toevallig tot stand gekomen. We hadden andere ouders kunnen hebben (en dus ander genetisch materiaal), we hadden in een andere cultuur kunnen geboren worden of in een andere klasse, we hadden andere ervaringen kunnen hebben en andere zaken meegemaakt hebben. We hadden met andere woorden anders kunnen zijn én - dat is de boodschap van Sartre- we kunnen nu ook nog anders worden (toch tot op zekere hoogte). Over die mogelijkheid van verandering moeten we nadenken.

Wat toevallig tot stand is gekomen is daarom nog niet het beste (ook al voelen we er ons goed bij: dat wil misschien enkel zeggen dat we er ons aan aangepast hebben en er daardoor geen nadelen van aanvoelen). Misschien is een andere toestand (een ander karakter, gedrag, denkwijze) beter voor ons (of voor anderen) en zouden we dus moeten proberen om die andere toestand te realiseren. Zo kan iemand beweren: je kan met verstandelijke argumenten aantonen dat het beter is links te zijn (op te komen voor een samenleving waarin gelijkheid centraal staat) dan rechts te denken (verschillen in waarde tussen mensen en op basis daarvan discriminatie goedkeuren). Een rechts persoon - ook al is hij overtuigd van zijn opvattingen - heeft de vrijheid en dus de verantwoordelijkheid om zich ernstig met deze argumenten te confronteren.

Uitmaken of een nieuwe gewijzigde toestand (een nieuwe essentie van onszelf, bv. een nieuwe politieke denkwijze) inderdaad beter is, blijft een moeilijke zaak. Maar in de geest van Sartre kan je stellen: we blijven beter niet de gevangene of de slaaf van ons verleden dat we bijna nooit zelf hebben gekozen.

"Echt" mens zijn betekent gebruiken maken van onze vrijheid om te veranderen in een richting die we zelf voor ons kiezen. Dat is soms zeer moeilijk en vaak zelfs pijnlijk. De vaste metgezel van de vrijheid is de angst. Niemand die wel eens over zichzelf als mogelijkheid heeft nagedacht, zal dat ontkennen. Maar angst mag ons niet verlammen. Verantwoordelijkheid vraagt moed - en meestal is dat de moeite waard.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid
Sartres pleidooi voor verantwoordelijkheid is ook van groot maatschappelijk belang. Het voorbeeld van Nazi-Duitsland toont dat aan. Hier volgt een actueel voorbeeld.

Vandaag de dag probeert men ons (vooral via reclame) elke dag te beïnvloeden om steeds meer genot te zoeken door het kopen van materiële goederen. Men wil het kritiekloos consumeren tot de kern (de essentie) van ons bestaan maken. Wie deze levensstijl volgt, kiest daarvoor. Meestal is dat geen bewuste keuze: de bewustzijnsindustrie probeert ons (vooral door amusement) te beletten kritisch na te denken over die levenstijl. Sartre wijst ons echter op dit feit: het is hoe dan ook een vrije keuze, want het kan anders (we kunnen anders gaan leven - dat "anders" zal overigens echt "anders" moeten zijn en niet het afgekookte "anders" van politieke partijen die niet veel meer doen dan ons geweten wat sussen). De keuze maakt ons persoonlijk verantwoordelijk voor die levenswijze en dus ook voor de catastrofale gevolgen ervan: vernietiging van het milieu en een toenemende kloof tussen het arme zuiden en het rijke noorden (dat immers zo rijk kan worden doordat het de rijkdommen van het zuiden zonder billijke vergoeding wegrooft). Het excuus "we hebben de gevolgen niet echt beseft" zal niet aanvaardbaar zijn.

De sartriaanse filosofie houdt daarbij een zeker optimisme in.
Sartre wijst op de principiële mogelijkheid van verandering, als gevolg van de menselijke vrijheid, die immers altijd blijft bestaan, ook als de beïnvloeding van mensen enorm groot wordt (de bestaanswijze van de mens als "pour soi" is een ontologisch gegeven, een basiskenmerk van de werkelijkheid dat los staat van alle maatschappelijke of culturele veranderingen).

Vaak willen individuen wel zaken veranderen, maar voelen ze zich machteloos. Het milieuprobleem en de noord-zuid-kloof zullen waarschijnlijk slecht echt opgelost kunnen worden als het kapitalistische systeem wereldwijd wordt gewijzigd. De overgrote meerderheid zal dus moeten meewerken. Voorlopig lijkt dat niet haalbaar. Dus zegt het individu: "ik wil wel, maar ik kan niet en dus probeer ik niet". Ook dat is een excuus dat neigt naar "kwade trouw". Sartre wijst er immers op dat het altijd kan.



Als de anderen niet mee willen, wordt de eigen verantwoordelijkheid wel groter. De vrije en dus verantwoordelijke mens heeft de last van de hele wereld op zijn schouders. Maar juist dit besef van grotere verantwoordelijkheid moet én kan dienen als tegengif voor de verlamming als gevolg van het gevoel van machteloosheid.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina