Overeenkomst van aanneming



Dovnload 32.98 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte32.98 Kb.


Overeenkomst van aanneming.
Partijen:

  • Opdrachtgever: O.

  • Aannemer: A

  • Onderaannemer: X

De casus:


In casu geeft opdrachtgever O de opdracht aan aannemer A om lichtdoorlatende beplating op een loods aan te brengen. De aannemer besteedt dit uit aan een onderaannemer X. Na oplevering van het werk blijkt dat er lekkage optreedt door slechte montage van deze beplating door X. Tussen beide partijen is overeengekomen dat X voor een goede oplossing gaat zorgen. Deze oplossing laat echter op zich wachten. Tevens stelt X zich op het standpunt dat deze niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de schade die A hierdoor lijdt. De schade van A is o.a. de schade van opdrachtgever en de extra kosten die A moet maken.
Met betrekking tot de aansprakelijkheid stelt X zich op het standpunt dat deze niet aansprakelijk gesteld kan worden voor door opdrachtgever geleden schade.
De juridische posities
In casu zijn de posities met de relevante wettelijke regelgeving van alle betrokken partijen als volgt in kaart te brengen. Omdat A en X een geschil hebben omtrent de uitvoering van hun overeenkomst zal ik deze posities eerst uiteenzetten:


  • De verhouding tussen de aannemer A en de onderaannemer X is mogelijk gebaseerd op een overeenkomst van werk in de zin van Titel 12 van Boek 7 BW (art. 7:750 e.v.). Met dien verstande dat aannemer A in deze optreedt als opdrachtgever en X als aannemer.

Tevens vloeien uit de overeenkomst voor beide partijen verbintenissen voort onverschillig of er sprake is van aanneming van werk, waardoor de juridische verhouding mede wordt vormgegeven door Titel 1 van Boek 6 BW (art 6:1 e.v.). In concreto betekent dit dat op X de verplichting rust om de opdracht naar wens van A uit te voeren (renovatie van het object aan de L te D) en dat op A de verplichting rust om het afgesproken geldbedrag uit te betalen aan X.

  • De verhouding tussen opdrachtgever O en aannemer A is nagenoeg gelijk aan de bovengenoemde verhouding met dien verstande dat als opdrachtgever O aangemerkt moet worden en A als de aannemer van het werk.


Titel 12 van Boek 7 BW.
Titel 12 van Boek 7 BW behandelt de verhouding tussen de opdrachtgever en de aannemer in het kader van de overeenkomst van aanneming van werk. Volgens art. 7:750 lid 1 BW is een dergelijke overeenkomst:
de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld.
Bij toepassing van dit artikel blijkt het volgende:

  • er is sprake van een overeenkomst (zie bijlage);

  • waarbij de ene partij (X) zich tegenover de opdrachtgever (A) verbindt;

  • om buiten dienstbetrekking (zonder arbeidsovereenkomst);

  • een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren (vervangen van lichtdoorlatende beplating en verhelpen van lekkages);

  • tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld ( € xx.xxx,xx excl. BTW).

Afgaande op bovenstaande invulling van art. 7:750 lid 1 BW is mijns inziens Titel 12 van Boek 7 van toepassing op de door beide partijen gesloten overeenkomst. Deze wettelijke regeling noemt in art. 7:754 BW voor de aannemer de verplichting dat:


De aannemer bij het aangaan of het uitvoeren van de overeenkomst verplicht is de opdrachtgever te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht voor zover hij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen. Hetzelfde geldt in geval van gebreken en ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever, daaronder begrepen de grond waarop de opdrachtgever een werk laat uitvoeren, alsmede fouten of gebreken in door de opdrachtgever verstrekte plannen, tekeningen, berekeningen, bestekken of uitvoeringsvoorschriften.
Bij vertaling van dit artikel naar de betreffende situatie houdt dit in dat op X, in deze de aannemer, de verplichting rust om bij het aangaan of het uitvoeren van de overeenkomst A, de opdrachtgever, te waarschuwen als een juiste uitvoering ervan niet mogelijk is onder deze omstandigheden. Dus als X bij het begin van de werkzaamheden of tijdens de uitvoering ervan van mening is dat men het gewenste resultaat niet kan garanderen wegens een gebrek in de zaak van A, dient X dit gelijk te melden aan A. Hetzelfde geldt als X dit gebrek niet kende, maar dit redelijkerwijs had behoren te kennen.
Indien X niet voldoet aan bovengenoemde waarschuwingsplicht, dan komen de gevolgen van de ondeugdelijke uitvoering van de overeenkomst voor zijn rekening blijkens art. 7:760 lid 2 BW.
Bij gebreken in de uitvoering van de overeenkomst moet op grond van art. 7:759 BW X in de gelegenheid worden gesteld om deze gebreken binnen redelijke termijn te verhelpen.
De aansprakelijkheid van X o.b.v. art. 7:750 BW e.v.
Met betrekking tot de bovengenoemde verantwoordelijkheden is tussen de partijen A en X al een woordenwisseling geweest omtrent de aansprakelijkheid. X heeft hierbij aangegeven dat men in het geheel niet aansprakelijk gesteld kan worden op grond van de volgende reden:

Naar aanleiding van diverse gesprekken met u over een oplossing voor de lekkages aan het project in D. heb ik afgelopen week contact gehad met een leverancier en een constructeur waar ik regelmatig mee werk.

Uit dit contact is naar voren gekomen dat ik totaal niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de lekkages zoals ze nu geconstateerd worden.Simpel uitgelegd kwam het er op neer dat een huis bouwen op een slechte fundering er in de toekomst toe zal leiden dat er problemen ontstaan. In deze is het zo dat er aangesloten moet worden op bestaande beplating die maakt dat het garanderen van waterdichtheid niet te doen is.(E-mail van X aan A verzonden op dinsdag 25 september 2012)

Hieruit valt af te leiden dat X achteraf aangeeft dat al duidelijk was dat de overeenkomst mogelijk niet naar behoren zou kunnen worden uitgevoerd, omdat de nieuwe beplating op bestaande beplating moet worden gemonteerd.


Ervan uitgaande dat X op dit gebied vakkundig is lijkt mij dat men dit of bij het aangaan of tijdens de uitvoering van de opdracht al had ontdekt, dan wel had behoren te ontdekken. In dat geval had het op de weg van X gelegen om A daarvoor te waarschuwen.
Uit de volgende passage blijkt dat X de partijen hiervoor niet heeft gewaarschuwd.
Ik kan er toch vanuit gaan wanneer ik  een gespecialiseerd bedrijf inschakel en opdracht verleen voor de werkzaamheden dat dit bedrijf vakkundig  genoeg is in zijn werkzaamheden en weet hoe hij de platen dient te monteren?

Vooraf heb je nooit aangegeven dat de bestaande situatie niet geschikt was voor montage. Je hebt naderhand zelf aangegeven dat de platen officieel een extra overlap dienden te hebben en dit niet alleen niet uitgevoerd is. (E-mail van A aan X verzonden op 3 oktober 2012?)


Hieruit kan geconcludeerd worden dat X zijn waarschuwingsplicht, die voortvloeit uit art. 7:754 BW, niet is nagekomen. Als gevolg hiervan komen de gevolgen van de ondeugdelijke uitvoering voor rekening van X blijkens art. 7:760 lid 2 BW.

X is dus mijns inziens aansprakelijk voor de schade die A lijdt als gevolg van de ondeugdelijke uitvoering van de overeenkomst.

NB: Op 18 oktober 2012 heeft A partij X in gebreke gesteld en de gelegenheid gegeven om de gebreken binnen 3 weken weg te nemen in de zin van art. 7:759 BW.
De contractuele aansprakelijkheid.
Daarnaast is er sprake van een overeenkomst tussen A en X waaruit voor beide partijen verbintenissen voortvloeien in de zin van Titel 1 boek 6 BW. Als 1 van beide partijen zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet nakomt, deze partij wanprestatie pleegt in de zin van art. 6:74 BW. Dit artikel luidt:

Lid 1: Iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend.

Lid 2: Voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, vindt lid 1 slechts toepassing met inachtneming van hetgeen is bepaald in de tweede paragraaf betreffende het verzuim van de schuldenaar. (art. 6:81 t/m 87 BW).

Voordat men de schuldenaar aansprakelijk kan stellen moet er eerst sprake zijn van schuldenaarsverzuim. Uit art. 6:81 BW blijkt dat de schuldenaar in verzuim is gedurende de tijd dat de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden en aan de eisen van de art. 6:82 en 6:83 BW is voldaan.

Art. 6:82 BW stelt als eis voor schuldenaarsverzuim dat de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Art. 6:83 noemt de situaties wanneer het schuldenaarsverzuim intreedt zonder ingebrekestelling, In dit geval is een ingebrekestelling niet nodig voordat het schuldenaarsverzuim intreedt.
Hierna kan de schuldeiser de schuldenaar aansprakelijk stellen en blijkens art. 6:88 lid 1 BW aanspraak maken op:


  • de schadevergoeding waarop de tekortkoming recht geeft… (lid 1 sub a)

  • ontbinding van de overeenkomst waaruit de verbintenis voortspruit, als de schuldenaar zich erop beroept dat de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend (lid 1 sub b)

Of

  • als de schuldeiser nakoming verlangd, doch daar niet binnen een redelijke termijn word voldaan, dan kan hij al zijn rechten wederom doen gelden van lid 1. (lid 2)


De aansprakelijkheid van X o.b.v. art. 6:74 BW
Toepassing van de bovengenoemde regeling op de concrete situatie blijkt dat er sprake is van wanprestatie in de zin van art. 6:74 lid 1 BW, omdat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis. X heeft zich verbonden tot het lekkagevrij maken van een gevel die tot nu toe nog niet naar behoren is uitgevoerd, want er treedt nog steeds lekkage op. Deze tekortkoming kan X ook worden toegerekend, omdat het bedrijf hier speciaal voor is ingeschakeld.

Op grond van art. 6:74 lid 2 BW blijkt dat in dit geval paragraaf 2 (art. 81 – 87 BW) betreffende het verzuim van de schuldenaar van toepassing is, omdat alsnog een juiste nakoming van de verbintenis (herstel van de lekkage) nog steeds mogelijk is.


Met betrekking tot het verzuim van X kan vastgesteld worden dat de prestatie opeisbaar is sinds dinsdag 24 januari 2012 (vier werkdagen na aanvang op 19 januari 2012). Verder moet aan de eisen van art. 6:82 en 83 worden voldaan.

X is reeds in gebreke gesteld in de zin van art. 6:82 BW door middel van een schriftelijke aanmaning (per mail wordt ook geaccepteerd blijkens jurisprudentie1) en A heeft hem een redelijke termijn gesteld om de verbintenis alsnog naar behoren uit te voeren. Hij heeft tot 7 november 2012 de gelegenheid om de lekkages te verhelpen. Mocht X dit binnen deze termijn niet doen, dan kan X aansprakelijk gesteld worden voor de schade die A hierdoor lijdt.


Art. 6:83 BW is niet van toepassing, omdat:

  • sub a: binnen de termijn de verbintenis door X wel is nagekomen, maar niet naar behoren. Met de ingebrekestelling wordt X op de hoogte gebracht van de ondeugdelijke nakoming!

  • sub b: de verbintenis van X vloeit niet voort uit onrechtmatige daad of strekt (nog niet) tot schadevergoeding in de zin van art 6:74 BW.

  • Sub c: X heeft (vooraf) geen mededeling gedaan waaruit A af kan leiden dat KSM in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten.

Kortom als X de overeenkomst voor 7 november 2012 de overeenkomst niet naar behoren heeft uitgevoerd, kan deze ook aansprakelijk worden gesteld op grond van art. 6:74 BW en kan A vergoeding eisen van de vertragingsschade blijkens art. 6:85 BW en o.g.v. art. 6:88 BW aanspraak maken op schadevergoeding die in de plaats treedt van een correcte uitvoering van de overeenkomst. Als X zich erop beroept dat deze tekortkoming hem niet kan worden toegerekend, dan kan A de overeenkomst ontbinden in de zin van art. 6:265 BW. In dit geval wordt de overeenkomst teruggedraaid en in beginsel zal X het van A ontvangen bedrag terug moeten betalen en de werkzaamheden van X zullen ongedaan moeten worden gemaakt.


Conclusie
X kan dus, in tegenstelling tot eerdere uitlatingen van X, aansprakelijk gesteld worden voor de schade die A lijdt als gevolg van het niet naar behoren uitvoeren van de overeenkomst. Dit kan zowel op grond van Titel 12 van Boek 7 BW, omdat X zijn waarschuwingsplicht ex art 7:760 lid 2 BW niet is nagekomen, als afdeling 9 Titel 1 van Boek 6 BW, omdat X met het niet naar behoren uitvoeren van de overeenkomst, wanprestatie pleegt ex art 6:74 BW.
Momenteel heeft X nog de tijd tot 7 november om de overeenkomst naar behoren uit te voeren. Als dit per 7 november nog niet is gedaan, dan is X officieel in verzuim en kan A deze aansprakelijk stellen:

  • voor alle (nadelige) gevolgen van de ondeugdelijke uitvoering van het werk (lid 1 van art. 7:760 BW). In het onderhavige geval zou dat betekenen dat men alle schade die A lijdt door de ondeugdelijke uitvoering zou kunnen verhalen op X (waterschade, vertragingsschade, extra kosten materiaalhuur, het inschakelen van een ander bedrijf om de betreffende werkzaamheden te verrichten, etc).

  • Voor alle schade die A lijdt als gevolg van de wanprestatie (lid 1 van art. 6:74 BW)

In beide gevallen moet er wel een causaal verband bestaan tussen de geleden schade en het niet naar behoren uitvoeren van de overeenkomst.
NB: Bovengenoemde benadering is een strikt juridische van het geschil en is mogelijk niet de snelste oplossing (juridische procedure, beoordeling rechter e.d.). In het licht van de huidige stand van zaken heeft X aangegeven dat men bereid is tot het uitvoeren van het herstel van de gebreken. Als enige struikelblok geeft X aan de huur van speciaal materieel, omdat ten tijde van bezichtiging de gevel vrij was van obstakels en afgesproken is dat men de werkzaamheden vrij van obstakels kon uitvoeren. Op basis hiervan is X akkoord gegaan met de onderliggende overeenkomst en afgesproken dat X zou zorgen voor de steiger/hoogwerker (uit de overeenkomst blijkt kennelijk dat de overeengekomen prijs inclusief het leveren van een steiger/hoogwerker is). Toen de overeenkomst uitgevoerd moest worden waren allerlei obstakels geplaatst waardoor X speciaal materiaal moet gebruiken ter uitvoering van de werkzaamheden. Door A is toen, mijns inziens correct, een goede hoogwerker ter beschikking gesteld aan X. Desondanks blijkt achteraf dat de werkzaamheden niet naar behoren zijn uitgevoerd door X.
Huidige stand van zaken.
Met betrekking tot de nog uit te voeren werkzaamheden heeft X een voorstel gedaan om de betreffende lekkages rondom de 2 banen aangebrachte lichtdoorlatende platen op te lossen (zie bijlage). Wellicht ten overvloede merk ik op dat uit de overeenkomst blijkt dat X ook moet zorgen voor herstel van lekkage aan de gedeeltes van de gevel over een lengte van 46 m¹ onder, tussen en boven de lichtplaten.

X heeft hierbij te kennen gegeven dat men niet wil opdraaien voor de kosten van speciaal materieel. X heeft namelijk in verband met aangebrachte obstakels (zware onderdelen van een booreiland) speciaal materiaal nodig om de werkzaamheden uit te voeren en dit was toen niet voorzien.

Feit is echter dat A toen een (duurdere) hoogwerker, op haar kosten, ter beschikking heeft gesteld om X in de gelegenheid te stellen de werkzaamheden correct uit te kunnen voeren.

Als gevolg hiervan lijkt het mij onredelijk om A dit keer weer op te laten draaien voor deze kosten. Zeker omdat tussen partijen initieel afgesproken is dat X de kosten zou dragen voor de hoogwerker/steiger.

Tussen partijen is ook afgesproken dat X ook de kosten draagt van het leveren en aanbrengen van de benodigde materialen en bevestigingsmiddelen. Bij het herstel van de gebreken lijkt het mij voor de hand te liggen dat X ook de kosten draagt van de aanvullende kosten hiervan.

© Mr. P. Visbeen

Juridische Info Dienst

jid@goedkoopstejurist.nl

www.goedkoopstejurist.nl

Bijlage: Voorstel omtrent herstel gevelplaten door X

Geachte heer J, Beste S,


Naar aanleiding van jou mail van 17-10-2012 hierbij onze reactie:
U geeft aan dat ik mij niet verantwoordelijk voel voor het aanbrengen van de gevel beplating. Dit is onjuist. Ik voel mij absoluut verantwoordelijk voor het aanbrengen van de door mij gemonteerde gevel beplating. Waar ik mij niet verantwoordelijk voor voel is het waterdicht krijgen van de totale gevel. Omdat voor mij niet duidelijk is dat de lekkage zoals door jullie gesteld alleen zit op de plekken daar waar ik de beplating gemonteerd heb kan ik daar simpel weg niet voor verantwoordelijk gehouden worden. Mijn opdracht bestond uit het monteren van een gedeelte van de totale gevel en niet de gehele gevel + dak ( de plekken waar lekkage kan ontstaan ). Omdat er diverse redenen kunnen zijn voor lekkage kan ik niet verantwoordelijk gehouden worden voor de gehele gevel + dak maar alleen voor het gedeelte wat ik gemonteerd heb.  
Dit neem niet weg dat ik niet mee wil denken over een oplossing. Dit is wat ik de afgelopen periode ook heb laten zien. Zoals bij jullie bekend zijn er ook zaken die ook vanuit jullie niet overeen kwamen met de opdracht namelijk: montage ruimte was niet toereikend om met de hoogwerker te kunnen draaien, dit maakte dat ik met ander materieel heb moeten werken wat mij veel tijd en moeite heeft gekost. Met de wijsheid van nu had ik de montage niet voort moeten zetten maar moeten wachten totdat er voldoende ruimte was om te werken zoals afgesproken. Omdat ik altijd mee denk met m`n klant heb ik ook hier gekozen om door te gaan in het belang van mijn klant en zijn planning.  
Ondanks dit alles is mijn voorstel als volgt:
Ik overlap de plekken waar ik beplating en lichtstraat gemonteerd heb en neem de kosten van materiaal en arbeid voor mijn rekening. Het speciale materieel wat nodig is om er goed bij te komen neem ik niet voor mijn rekening. Ik heb dit destijds wel gedaan maar heb mezelf hier financieel al mee in de vingers gesneden. Hier heb ik destijds niets mee gedaan vanuit de gedachten in de toekomst meer werk voor jullie te kunnen maken. Alleen was bij opdracht verstrekking de afspraak dat ik vrij van obstakels kon monteren. Bij start van de werkzaamheden was dit het geval bij latere voortzetting was dit niet meer mogelijk wat maakte dat ik speciaal materieel nodig had om mijn werkzaamheden af te ronden. Destijds is door jullie dit materieel geregeld en ik ga er dan ook vanuit dat jullie dit weer zullen doen. Een ander optie is dat ik wacht totdat normale montage weer mogelijk is en het speciale materieel niet nodig is.
Wanneer de werkzaamheden afgerond zijn leveren we per direct op en gaan er dan ook vanuit dat de opdracht afgerond is. Oplevering vind dan plaats met A en X.
Met vriendelijke groet,
K. S.

1 LJN: BC0337, Rechtbank Amsterdam, 21-11-2007





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina