Overlegorgaan nutsvoorzieningen vereniging van nederlandse gemeenten



Dovnload 185.51 Kb.
Pagina1/3
Datum25.07.2016
Grootte185.51 Kb.
  1   2   3


LEIDRAAD VOOR

GEMEENTEN EN NUTSBEDRIJVEN

INZAKE

(HER-) STRAATWERKZAAMHEDEN



IN

NOORD-HOLLAND



DECEMBER 2000

De originele versie is opgesteld in september 1990 door


OVERLEGORGAAN NUTSVOORZIENINGEN

VERENIGING VAN NEDERLANDSE GEMEENTEN



INHOUD



INLEIDING

HOOFDSTUK I – ALGEMENE BEPALINGEN


Artikel 1 - Begripsbepalingen
Artikel 2 - Reikwijdte

Artikel 3 - Van toepassingverklaring

Artikel 4 - Nadere regeling


HOOFDSTUK II – ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN

Artikel 5 - Algemene werkafspraken

Artikel 6 - Noodmaatregelen

Artikel 7 - Uitvoering door het nutsbedrijf

Artikel 8 - Uitvoering door de gemeente

Artikel 9 - Geschillen


HOOFDSTUK III – TECHNISCHE BEPALINGEN

Artikel 10 - Leidingen in overige wegen en waterwegen

Artikel 11 - Kwaliteitseisen

Artikel 12 - Plaatsbepalingen

Artikel 13 - Kruisingen

Artikel 14 - Melding werkzaamheden

Artikel 15 - Bouwstoffen

Artikel 16 - Maatregelen voor werkzaamheden in de nabijheid van te handhaven beplantingen

Artikel 17 - Uitvoering verkeersmaatregelen

Artikel 18 - Grondwerk

Artikel 19 - Straatwerk

Artikel 20 - Ongebonden fundering

Artikel 21 - Maatregelen voor werkzaamheden in groenvoorzieningen

Artikel 22 - Beschikbaarheid tracé

Artikel 23 - Verwijderen leidingen
Toelichting technische bepalingen
HOOFDSTUK IV – GRONDSLAGEN VAN DE TARIEVEN VOOR HET HERSTEL VAN SCHADEN

AAN ELEMENTENVERHARDING

Artikel 24 - Algemeen

Artikel 25 - Uitvoeringskosten

Artikel 26 - Onderhoudskosten

Artikel 27 - Degeneratiekosten

Artikel 28 - Beheerkosten
Toelichting grondslagen tarieven
BIJLAGE A - Tarievenblad en toelichting

BIJLAGE B - Kostenspecificatie en toelichting

BIJLAGE C - Rekenvoorbeelden

BIJLAGE D - Overzicht bodemgesteldheid gemeenten





INLEIDING
De gas-, water-, elektriciteits- en warmtebedrijven beschikken in Nederland over een leidingenbestand ter lengte van in totaal ruim 400.000 km. een aanzienlijk gedeelte hiervan ligt in gemeentegrond. Door nutsbedrijven uit te voeren werkzaamheden aan leidingen zullen dan ook in de meeste gevallen met instemming van het betrokken gemeentebestuur kunnen geschieden.

Aangezien deze werkzaamheden dagelijks op tal van plaatsen plaatsvinden, verdient het aanbeveling hiervoor in de relatie gemeente nutsbedrijf standaard afspraken te hanteren.

Tegen de in 1985 uitgebrachte voorwaarden (de AVN) van het Nederlands Instituut van Directeuren en Ingenieurs van Gemeentewerken (NIDIG) hadden de nutsbedrijven bezwaren. Deze bezwaren hebben er toe geleid dat op initiatief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) overleg heeft plaatsgevonden tussen de overkoepelende organisaties van nutsbedrijven VEEN, VEGIN, VESTIN en VEWIN aan de ene kant en de VNG aan de andere kant om tot een landelijk model voor zulke afspraken te komen. Dit overleg vond plaats onder voorzitterschap van de heer mr. ing. C. van Tilborg, directeur bestuursmiddelen van de VNG. Het overleg in werkgroepverband stond onder leiding van de DHV Raadgevend Ingenieursbureau BV. Aan de zijde van de VNG heeft het NIDIG als adviseur aan het overleg deelgenomen.

Het resultaat van de besprekingen is neergelegd in deze 'Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijven inzake (her-)straatwerkzaamheden'.

De Leidraad heeft dus betrekking op (her-)straatwerkzaamheden, met dien verstande dat de (her-) straatactiviteiten dienen voort te vloeien uit op initiatief van de nutsbedrijven verrichte werkzaamheden aan hun leidingenbestand in gemeentegrond. In beginsel betreft het nutsbedrijven die in bovenstaande koepels zijn verenigd.

In deze Leidraad komen achtereenvolgens de juridische, technische en financiële aspecten aan de orde. In dit verband wordt opgemerkt dat de financiële bepalingen uitsluitend betrekking hebben op wegen met een ongefundeerde elementenverharding.

Indien gemeente en nutsbedrijf het model (zoveel mogelijk) over wensen te nemen, zal in alle gevallen invulling dienen te worden gegeven aan de Algemene werkafspraken zoals genoemd in hoofdstuk II, artikel 5.

De toelichting op de hoofdstukken I en II treft u hieronder aan onder 'Juridische aspecten'. De hoofdstukken III en IV zijn voorzien van een artikelsgewijze toelichting.




Juridische aspecten

De wijze waarop gemeenten en nutsbedrijven hun afspraken ten aanzien van werkzaamheden aan leidingen in gemeentegrond formaliseren, kan nogal verschillen. Dit kan op publiekrechtelijke maar ook op privaatrechtelijke wijze gebeuren.


Publiekrecht

Een voorbeeld hiervan is de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Veel gemeenten zijn bijvoorbeeld overgegaan tot de wijziging van hun APV conform het model van de VNG. Dit houdt in dat daarbij ook een artikel is opgenomen betreffende het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg (artikel 2.1.5.2. model APV). Krachtens deze bepaling heeft bijvoorbeeld degenen die leidingen in de weg wil leggen een voorafgaande vergunning van burgemeester en wethouders nodig. Aan deze vergunning kunnen voorschriften worden verboden met betrekking tot de bruikbaarheid en veiligheid van de weg. Hierbij doet niet ter zake of het gemeentelijk nutsbedrijf deze leiding legt dan wel een andere nutsbedrijf.
Kiest een gemeente voor een dergelijke publiekrechtelijke regeling, dan heeft dat tot gevolg dat het de gemeente niet langer vrij staat deze materie geheel privaatrechtelijk af te doen. De jurisprudentie ten aanzien van de verhouding privaatrechtelijk en publiekrechtelijk optreden van de gemeentelijke overheid gaat onmiskenbaar in de richting van het publiekrecht indien de overheid zelf een publiekrechtelijke regeling dienaangaande heeft vastgesteld. De keuzevrijheid die rechterlijke colleges tot voor kort nog aanwezig achtten, is thans in discussie.
Privaatrecht

De praktijk tot nu toe laat zien dat vaak voor het leggen van leidingen in gemeentegrond alleen gewerkt wordt met overeenkomsten, hoe ook genaamd, uit het privaatrecht °°. Voortzetting van deze praktijk zal, zoals uit het vorenstaande duidelijk mag zijn geworden, niet zonder meer mogelijk zijn.

In de publiekrechtelijk regeling, in dit geval artikel 2.1.5.2. van de model-APV, dient men het leggen van leidingen uit te zonderen van de werkingssfeer van dit artikel. Daarvoor dient in artikel 2.1.5.2. een vijfde lid te worden opgenomen dat als volgt zou kunnen luiden:
'5 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het leggen, omleggen, vernieuwen, herstellen en

verwijderen van kabels en buizen met toebehoren in wegen door een bedrijf dat zich in het kader van

de openbare voorzieningen bezighoudt met de levering van gas elektriciteit, water en/of warmte'.
De gemeenten die geen publiekrechtelijke regeling hanteren of voor het leggen van leidingen een uitzondering in die betreffende regeling hebben opgenomen zoals hierboven is aangegeven, dienen als grondeigenaar met het nutsbedrijf een privaatrechtelijke overeenkomst te sluiten waarin de afgesproken voorwaarden zijn neergelegd, die de bruikbaarheid en de veiligheid van de weg tijdens en na afloop van de werkzaamheden moeten waarborgen.

De hierna volgende Leidraad beoogt aan te geven welke afspraken de gemeente en het desbetreffende nutsbedrijf ten aanzien van het leggen van leidingen in acht zouden kunnen nemen.


Indien deze Leidraad ingevolge artikel 3 bij schriftelijke overeenkomst van toepassing is verklaard, vloeit daaruit een aantal besluiten voort.

Krachtens artikel 5 komen de gemeente en het nutsbedrijf overeen welke gegevens het nutsbedrijf aan de gemeente dient te overleggen indien het van plan is leidingen te gaan (ver-)leggen.

Daarbij wordt onderscheiden de aard en de omvang van de werkzaamheden.

Bij eenvoudige werkzaamheden kan men in het algemeen met eenvoudige globale afspraken volstaan.

In dergelijke gevallen beperkt het nutsbedrijf zich tot een melding vooraf of als het spoedeisend karakter van de werkzaamheden dat noodzakelijk maakt, achteraf.



Voor de overige werkzaamheden worden per individueel project gedetailleerde afspraken gemaakt en vastgelegd.

Het moge duidelijk zijn dat wanneer de gemeente in de APV een vergunning eist, de afspraken, die krachtens de Leidraad worden gemaakt en betrekking hebben op de veiligheid en de bruikbaarheid van de weg, als voorschrift aan de vereiste vergunning zullen moeten worden verbonden.



HOOFDSTUK I – ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 – Begripsbepalingen


GEMEENTE : het college van burgemeester en wethouders °°
NUTSBEDRIJF : het bedrijf dat zich in het kader van de openbare voorzieningen bezighoudt

met de levering en/of het transport van gas, elektriciteit, water en/of warmte.

LEIDINGEN : kabels en buizen met toebehoren



LEGGEN VAN LEIDINGEN: hieronder tevens te verstaan: het omleggen, vernieuwen, herstellen en

verwijderen van leidingen.


OPENBARE WEGEN : voor het publiek toegankelijke wegen en wateren, inclusief fietspaden,

voetpaden, trottoirs, bermen, plantsoenen en parken die in beheer zijn bij de



gemeente.
Artikel 2 – Reikwijdte


  1. Deze voorwaarden hebben betrekking op het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het leggen van leidingen door nutsbedrijven in openbare wegen.


Artikel 3 – Vantoepassingverklaring


  1. Deze voorwaarden zullen tussen de gemeente en het nutsbedrijf van kracht zijn indien zij schriftelijk bij overeenkomst van toepassing zijn verklaard.

In vorenbedoeld geval zullen deze voorwaarden integraal van toepassing zijn, tenzij afwijkingen van een of meer van deze voorwaarden schriftelijk zijn overeengekomen.
Artikel 4 – Nadere regeling


  1. Met betrekking tot zaken waarin deze regeling niet voorziet, zullen de gemeente en het nutsbedrijf samen een nadere regeling treffen.


HOOFDSTUK II – ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
Artikel 5 – Algemene werkafspraken


  1. Het nutsbedrijf richt zich tot de gemeente met het verzoek om schriftelijke afspraken ter zake van het leggen van leidingen in openbare wegen.




  1. Voor deze werkzaamheden worden afspraken gemaakt omtrent de gegevens die de gemeente van het nutsbedrijf nodig heeft en op welk tijdstip. Hiertoe behoort in elk geval de vermelding van de opdrachtgever van de herstraatwerkzaamheden (i.c. gemeente en/of nutsbedrijf). Overigens zullen in het algemeen daartoe tevens kunnen behoren een situatietekening, een omschrijving van de werkzaamheden en de te treffen verkeersmaatregelen alsmede het verwijderen van leidingen (zie ook artikel 23).




  1. Voor werkzaamheden van geringe omvang, zoals die ten behoeve van huisaansluitingen, kan in afwijking van het bepaalde in het tweede lid met eenvoudige, globale afspraken worden volstaan. In die gevallen kan het nutsbedrijf zich beperken tot een melding vooraf, dringende omstandigheden uitgezonderd. Desalniettemin kan de gemeente, in bijzondere gevallen, die zulks rechtvaardigen, nadere eisen stellen.




  1. Ten aanzien van de uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, worden zo nodig per geval concrete afspraken gemaakt.




  1. Alle afspraken die krachtens dit artikel worden gemaakt, worden schriftelijk door de gemeente aan het nutsbedrijf ter bevestiging toegezonden.


Artikel 6 – Noodmaatregelen


  1. Ingeval naar het oordeel van het nutsbedrijf dreigend gevaar voor de omgeving door of vanwege een nutsvoorziening dan wel het stagneren van een dergelijke voorziening, het onverwijld uitvoeren van werkzaamheden aan leidingen in openbare wegen vergt, en overleg met de gemeente daaromtrent niet kan worden afgewacht, is het nutsbedrijf gerechtigd om tot zulke werkzaamheden over te gaan, evenwel onder de verplichting daarvan onverwijld bij de gemeente melding te maken.


Artikel 7 – Uitvoering door het nutsbedrijf


  1. Indien en voor zover de werkzaamheden door of in opdracht van het nutsbedrijf worden verricht, is dit bedrijf verantwoordelijk voor de goede uitvoering daarvan, een en ander overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze voorwaarden.




  1. Het nutsbedrijf zal de redelijkerwijs mogelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden tengevolge van de uitvoering van de werkzaamheden schade lijden.




  1. Het nutsbedrijf is, met inachtneming van het overigens in of krachtens de voorwaarden bepaalde, aansprakelijk voor schade tengevolge van de uitvoering van de hier bedoelde werkzaamheden toegebracht aan eigendommen van de gemeente, tenzij het aannemelijk maakt dat noch het bedrijf zelf, nog degenen die in opdracht van het bedrijf die werkzaamheden uitvoeren, schuld hebben aan die schade.




  1. Ter zake van de uitvoering van de werkzaamheden zal het nutsbedrijf aan de gemeente de vergoeding verschuldigd zijn die in hoofdstuk 4 worden vermeld.




  1. Het nutsbedrijf zal de fysieke verkeersmaatregelen nemen die noodzakelijk zijn bij de uitvoering van de betreffende werkzaamheden overeenkomstig de afspraken gemaakt krachtens artikel 5 tweede of vierde lid.




  1. De gemeente is gerechtigd om op de uitvoering van de werkzaamheden toe te zien en aanwijzingen te geven.




  1. Indien wegbestratingen, straatbermen, gronddekking en dergelijke niet zijn uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze voorwaarden, heeft de gemeente het recht te verlangen dat zij alsnog conform deze voorwaarden worden uitgevoerd.


Artikel 8 – Uitvoering door de gemeente


  1. Indien en voor zover de werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd, is de gemeente verantwoordelijk voor de goede uitvoering daarvan, een en ander overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze voorwaarden.




  1. De gemeente zal de redelijkerwijs mogelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat het nutsbedrijf dan wel derden tengevolge van de uitvoering van de werkzaamheden schade lijden.




  1. De gemeente is, met inachtneming van het overigens in of krachtens deze voorwaarden bepaalde, aansprakelijk voor schade tengevolge van de uitvoering van de hier bedoelde werkzaamheden, toegebracht aan eigendommen van het nutsbedrijf, tenzij zij aannemelijk maakt dat noch zijzelf, nog degenen die in haar opdracht die werkzaamheden uitvoeren, schuld hebben aan die schade.




  1. Ter zake van de uitvoering van de werkzaamheden door de gemeente zal het nutsbedrijf de vergoedingen verschuldigd zijn die in hoofdstuk IV worden vermeld.




  1. Het nutsbedrijf is gerechtigd om op de uitvoering van de werkzaamheden toe te zien en aanwijzingen te geven.




  1. Indien wegbestratingen, straatbermen, gronddekking en dergelijke niet zijn of worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze voorwaarden, heeft het nutsbedrijf voor zover zulks in zijn belang is, het recht te verlangen dat zij alsnog conform deze voorwaarden worden uitgevoerd.


Artikel 9 – Geschillen


  1. Alle geschillen, die mochten ontstaan naar aanleiding van deze voorwaarden of overeenkomsten die daarvan het gevolg zijn, zullen worden beslecht door arbitrage overeenkomstig het Reglement van het Nederlands Arbitrage Instituut°.·


HOOFDSTUK III – TECHNISCHE BEPALINGEN
Artikel 10 – Leidingen in overige wegen en waterwegen


  1. De bepalingen van hoofdstuk III zijn gericht op het uitvoeren van graafwerkzaamheden ten behoeve van het leggen van leidingen onder elementenverhardingen, in openbare wegen. Voor het leggen en in standhouden van leidingen onder andersoortige verhardingsconstructies of door of over water of in kunstwerken worden door het nutsbedrijf en de gemeente zo nodig afzonderlijke overeenkomsten aangegaan. Deze overeenkomsten hebben hun eigen specifieke karakter.


Artikel 11 – Kwaliteitseisen


  1. Ontwerpen, bouwstoffen en uitvoeringsmethoden zullen voldoen aan de geldend c.q. gebruikelijke eisen, zoals die onder meer blijken uit de Standaard RAW bepalingen, Normbladen en KOMO publicaties.


Artikel 12 – Plaatsbepaling


  1. In overleg met het nutsbedrijf reserveert de gemeente voor nieuw te leggen leidingen aparte leidingstroken en geeft daarin voor ieder nutsbedrijf in principe de ligging van de leidingen aan. De leidingstroken zijn zoveel mogelijk vrij van gesloten verhardingen en te handhaven beplanting.




  1. Voor de afstand van nieuwe leidingen tot objecten gelden de volgende minimale streefmaten in meters:

gevels bomen struiken

- distributiegasleidingen 1,00 2,00 1,00

- distributiewaterleidingen 1,00 1,00 0,50

- laagspanningskabels 0,50 1,00 0,50



- communicatiekabels 0,50 1,00 0,50
De afstanden worden in overleg vastgesteld.


  1. In bermen langs rijbanen is de afstand tot de zijkant van de verharding ten minste gelijk aan de diepteligging, tenzij anders wordt overeengekomen.




  1. De gemeente reserveert voor te handhaven beplanting aparte plantvakken, waarbinnen geen leidingstroken voorkomen.




  1. Het nutsbedrijf wijkt niet af van de overeengekomen plaats, tenzij met voorafgaande toestemming van de gemeente.


Artikel 13 – Kruisingen


  1. Bij kruising van wegen, of andere daarvoor in aanmerking komende plaatsen, kan de gemeente in overleg met het nutsbedrijf het aanbrengen van mantelbuizen en het maken van doorpersingen of boringen verlangen.




  1. Kruisingen met wegen, voorzien van een gefundeerde of gesloten verharding dienen in principe te worden uitgevoerd middels het maken van doorpersingen of boringen.


Artikel 14 – Melding werkzaamheden


  1. Het nutsbedrijf meldt tijdig aan de gemeente de datum van aanvang en de tijdsduur van de werkzaamheden.




  1. Het nutsbedrijf meldt tijdig aan de gemeente het einde van de onderhoudstermijn, tenzij anders wordt overeengekomen.




  1. Indien de gemeente de herstraatwerkzaamheden uitvoert is lid 2 niet van toepassing.


Artikel 15 – Bouwstoffen


  1. Het nutsbedrijf is verantwoordelijk voor het verwijderen van alle bouwstoffen, restmaterialen en opstallen na uitvoering van de werkzaamheden.




  1. De door de gemeente niet van waarde verklaarde oude bouwstoffen worden door het nutsbedrijf verwijderd.



Artikel 16 – Maatregelen voor werkzaamheden in de nabijheid van te handhaven beplantingen


  1. Gemeente en nutsbedrijf komen overeen welke maatregelen worden genomen om schade aan te handhaven beplanting te beperken en welke te handhaven beplanting als waardevol wordt beschouwd.




  1. Bij waardevolle beplanting dient graven in de wortelzone te worden te worden voorkomen. Indien voor nieuwe leidingen een tracé buiten de wortelzone niet mogelijk is, dient de wortelzone te worden gepasseerd door het boren van mantelbuizen onder de wortelzone.




  1. Van te handhaven beplanting mogen wortels dikker dan 25 mm in diameter niet worden verwijderd. Ontgraven wortels dienen te worden beschermd tegen uitdrogen, vorst en beschadiging.




  1. Ontgravingen binnen de wortelzone van te handhaven beplanting dienen zo snel mogelijk te worden aangevuld.




  1. Bij het verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone van te handhaven beplanting in het groeiseizoen (april tot december) de beplanting zo nodig water geven. Hiervoor dient zo mogelijk oppervlaktewater met voldoende zuurstof te worden gebruikt.




  1. Het inrichten van werkterrein binnen de wortelzone van de te handhaven beplantingen is in principe niet toegestaan.


Artikel 17 – Uitvoering verkeersmaatregelen


  1. De verkeersmaatregelen, volgens CROW 96B, worden uitgevoerd door het nutsbedrijf, tenzij anders wordt overeengekomen




  1. Het nutsbedrijf draagt zorg voor de bereikbaarheid van woningen, winkels, openbare gebouwen e.d. voor (minder valide) voetgangers. In overleg met de betrokkenen kan de mate van bereikbaarheid nader inhoud worden gegeven.




  1. Het nutsbedrijf draagt zorg voor een doorgang voor het fietsverkeer en de voetgangers of in overleg met de gemeente voor een omleidingroute.




  1. Het nutsbedrijf houdt het gemotoriseerd bestemmingsverkeer naar woningen, winkels, bedrijven, bouwwerken, landerijen enz. in overleg met de betrokkenen zoveel mogelijk in stand. Indien met de betrokkenen geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid, treedt het nutsbedrijf tijdig in overleg met de gemeente.




  1. Het nutsbedrijf draagt zorg voor de bereikbaarheid door de hulpdiensten.


Artikel 18 – Grondwerk
Ontgraven sleuven

  1. Teelaarde en zand dienen elk gescheiden te worden ontgraven van overige grondsoorten.


Aanvullen sleuven

  1. Bij aanvullen van sleuven dienen de grondsoorten te worden aangebracht in de oorspronkelijke lagen. De dikten van de teelaarde en de zandlagen dienen gelijk te zijn aan de oorspronkelijke laagdikten.




  1. De werkzaamheden dienen zo mogelijk te worden uitgevoerd in een droge sleuf.




  1. Indien voor het onttrekken van grondwater een vergunning of melding vereist is, draagt het nutsbedrijf zorg voor de verkrijging daarvan. Het nutsbedrijf draagt de kosten voor het verkrijgen en voldoen aan de bepalingen ervan.




  1. Afhankelijk van de uitvoeringswijze en omstandigheden levert het nutsbedrijf in voorkomende gevallen zand of andere grond bij of voert overblijvende grond af.

  2. Indien bij de uitvoering blijkt, dat de uitkomende grond niet voor aanvulling geschikt is, kan niet, dan na overleg, van het nutsbedrijf worden verlangd dat andere grond wordt geleverd, tenzij dit alsnog wordt overeengekomen of afzonderlijk wordt verrekend.


Verdichten aanvullingen

  1. Alle aanvullingen dienen laagsgewijs te worden verdicht.




  1. De verdichting van de aanvulling dient zodanig te geschieden dat de oorspronkelijke dichtheid voorafgaande aan het ontgraven zo goed mogelijk wordt benaderd.




  1. De proctordichtheid van de aanvullingen onder verhardingen mag na verdichten niet meer dan 3% afwijken van de oorspronkelijke proctordichtheid, zoals deze op korte afstand naast de sleuf wordt aangetroffen.




  1. Van zand, dat in aanvullingen onder verhardingen is verwerkt, moet de verdichtinggraad ten minste:

- 98% bedragen voor het zandbed van rijbanen en voet- en fietspaden op zandondergrond en van rijbanen

op klei ondergrond.

- 97% bedragen voor het zandbed van rijbanen op veen ondergrond en voet- of fietspaden op klei

ondergrond.



- 96% bedragen voor het zandbed van voet- en fietspaden op veenondergrond.


  1. De controle van de verdichting tijdens de uitvoering mag geschieden met behulp van een hand-sondeerapparaat, mits de conuswaarde wordt gerelateerd aan een, voor de te verdichten sleufaanvulling, representatief proefvak.




  1. Grond, die in aanvulling is verwerkt in beplantingsvakken of onder gras op een diepte van minder dan

0,80m, mag na verdichten een conuswaarde hebben van maximaal 2,0 N/mm2.


  1. Bij verdichten van grond in beplantingsvakken of onder gras mag geen verkneding of structuurbederf optreden.




  1. Teelaarde dient te worden verdicht.



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina