Overzicht subsidieregelingen voortgezet onderwijs



Dovnload 411.24 Kb.
Pagina2/5
Datum20.08.2016
Grootte411.24 Kb.
1   2   3   4   5

Subsidieregeling bevordering internationalisering primair onderwijs en voortgezet onderwijs 2008

Er is een groeiende sense of urgency dat Nederlandse kinderen beter voorbereid moeten worden op de steeds internationaler wordende arbeidsmarkt en samenleving.

Op basis van een nieuwe subsidieregeling krijgen scholen die iets willen doen aan

internationalisering een financieel steuntje in de rug. De huidige vier programma’s worden

samengevoegd tot één programma (onder de merknaam BIOS) en specifieke criteria verdwijnen.

Om de administratieve lasten voor de scholen tot een

minimum te beperken, is de aanvraagprocedure vereenvoudigd.



Scholen voor primair onderwijs; scholen en instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs; scholen voor voortgezet onderwijs; lerarenopleidingen; instellingen die nascholing verzorgen; instellingen genoemd in de Wet subsidiëring landelijke onderwijssteunende activiteiten.

Er gelden subsidieplafonds, zie regeling.

1. De subsidie per schooljaar voor uitwisseling:

a. Primair onderwijs: maximaal € 150,- per deelnemende leerling, plus maximaal € 1.000,- opslag voor voorbereiding en begeleiding door leraren (plus een opslag van maximaal 100% voor deelname van leerlingen met een handicap) met een maximum van € 5.000,- per instelling,

b. Voortgezet onderwijs: maximaal € 150,- per deelnemende leerling, plus maximaal € 2.000,- opslag voor voorbereiding en begeleiding door leraren (plus een opslag van maximaal 100% voor deelname van leerlingen met een handicap) met een maximum van € 10.000,- per instelling,

c. Lerarenopleidingen: maximaal € 750,- per deelnemende student per stage.

2. De subsidie per schooljaar voor:

a. nascholingsactiviteiten van leraren, schoolleiders: max € 3.000,- per instelling,

b. internationalisering via ICT in het primair onderwijs: max € 2.500,- per instelling,

c. tweetalig onderwijs in het voortgezet onderwijs: maximaal € 7.500,- per instelling,

d. versterkt talenonderwijs in het voortgezet onderwijs: maximaal € 4.000,- per instelling,

e. vroeg vreemde talen onderwijs in het primair onderwijs: maximaal € 5.500,- per instelling.

3. Het Europees Platform kan tot 100% van het subsidiebedrag bevoorschotten.


De minister kan aan een instelling subsidie verstrekken voor één of meerdere van de

doelen, bedoeld in artikel 2, tweede lid.



De subsidie wordt op aanvraag verleend. De instelling dient de aanvraag in bij het

Europees Platform.

De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier op de website van het Europees Platform.

Aanvragen die vóór 19 mei 2008 worden ingediend, worden gelijk behandeld. Aanvragen die na 19 mei 2008 worden ingediend, worden in volgorde van ontvangst behandeld, tot het plafondbedrag geheel is besteed

Staatscourant 88 (09/05/2008)
Aanvraagformulieren BIOS bij Europees Platform
Inwerkingtreding:1 april 2008

Geldig tot 31 juli 2009



Regeling voor het aanvragen van een startsubsidie of een subsidie veldinitiatief Passend onderwijs 2008-2009

In voorliggende regeling worden de aanvraagprocedure en de voorwaarden voor de toekenning van een startsubsidie en een veldinitiatief Passend onderwijs beschreven. Ook wordt voorlichting gegeven over het aanvragen van een experiment Passend onderwijs. Omdat de juridische basis voor een experiment de Experimentenwet onderwijs is, wordt de aanvraag van een experiment niet meegenomen in voorliggende regeling

Bevoegde gezagsorganen van scholen voor: primair onderwijs; voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is een bedrag van € 7 miljoen beschikbaar.

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de

aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van

de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag en het tijdstip waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

Voor betaling aanvraag startsubsidie in 2008 (€ 50.000,- per swv vo) dient de aanvraag uiterlijk op 15 oktober 2008 door CFI te zijn ontvangen.

Om in aanmerking te komen voor een veldinitiatief per 1 augustus 2008, dient de aanvraag uiterlijk op 15 juni 2008 door CFI te zijn ontvangen. Om in aanmerking te komen voor een veldinitiatief per 1 januari 2009, dient de aanvraag uiterlijk op 15 oktober 2008 door CFI ontvangen te zijn.

De aanvraag wordt ingediend bij CFI, Postbus 606, 2700 ML in Zoetermeer.



Staatscourant 76 (18/04/2008)
Inwerkingtreding:20 april 2008

Geldig tot 1 augustus 2009



Regeling loon- en prijsbijstelling 2007 en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2008

Inwerkingtreding van de Regeling loon- en prijsbijstelling 2007 en bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, 2008



Deze regeling regelt voor scholen en scholengemeenschappen in het voortgezet onderwijs: de verhoging van de bekostiging voor de exploitatiekosten in 2007 in verband met loon- en prijsbijstelling en de vaststelling van de bekostiging voor de exploitatiekosten voor het kalenderjaar 2008.

Scholen voor vwo, havo, mavo, vbo en praktijkonderwijs; scholengemeenschappen waarin één of meer van deze scholen zijn opgenomen

Deze regeling regelt voor scholen en scholengemeenschappen in het voortgezet

onderwijs:

de verhoging van de bekostiging voor de exploitatiekosten in 2007 in verband met

loon- en prijsbijstelling, en

de vaststelling van de bekostiging voor de exploitatiekosten voor het kalenderjaar

2008.
Voor de exacte bedragen wordt verwezen naar de tekst van de regeling



Staatscourant 197 (11/10/2007)

Staatscourant 231 (28/11/2007)
Bijlage 1 bij artikel 2 v.d. Regeling loon en prijsbijstelling 2007 en bekostiging exploitatiekosten vo 2008

Bijlage 2 bij artikel 5 v.d. Regeling loon en prijsbijstelling 2007 en bekostiging exploitatiekosten vo 2008

Ongewijzigd vastgesteld.

Werkt terug tot 1 januari 2007

Geldigheidsduur tot: 1 januari 2009



Beleidsregel scholen voor voortgezet onderwijs met een licentie van de Stichting Landelijk Overleg Onderwijs en Topsport


Scholen krijgen binnen het onderwijs- en vormingsaanbod toestemming van de minister af te wijken van de inrichtings- en examenvoorschriften voor leerlingen in het voortgezet onderwijs met een door een Olympisch Netwerk of sportkoepel NOC*NSF toegekende

status topsporter op tenminste

toptalentniveau;


VO-scholen die in aanmerking willen komen voor een licentie van de Stichting Landelijk

Overleg Onderwijs en Topsport




De aanvraag dient ondermeer te voldoen aan de volgende criteria:

a. tenminste 40 LOOT-leerlingen,

b. van het criterium onder a kan worden afgeweken door één school per provincie

indien sprake is van tenminste 10 LOOT-leerlingen en ter bewerkstelliging is van

regionale spreiding
De aanvraag van een LOOT-licentie dient ontvangen te zijn uiterlijk op 31 januari van enig jaar


Staatscourant 220 (13/11/2007)
Inwerkingtreding: 1 januari 2007

Regeling wijziging van de Regeling bekostiging personeel PO 2007-2008, de Regeling aanpassing bekostiging personeel PO 2006-2007, het aanpassen van het vermenigvuldigingsbedrag voor het toekennen van de specifieke uitkering aan gemeenten bestemd voor het bestrijden van onderwijsachterstanden en aanpassen van de bedragen leerling-gebonden budget in het VO 2007-2008

Het vermenigvuldigingsbedrag ten behoeve van de specifieke uitkering aan gemeenten,

bestemd voor het bestrijden van onderwijsachterstanden en de bedragen leerlinggebonden budget in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2007-2008 aangepast.



PO en VO

Het vermenigvuldigingsbedrag, bedoeld in artikel 3 van het Besluit vaststelling doelstelling

en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid 2006–2010, voor het schooljaar 2007-2008

bedraagt € 1.377 per eenheid schoolgewicht.
De bedragen, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Bekostigingsbesluit W.V.O.

worden met ingang van 1 augustus 2007 aangepast. Zie tabel in wettekst.




Staatscourant 144 (30/07/2007)
Inwerkingtreding: 1 augustus 2007; met uitzondering van artikel II dat werkt terug tot en met 1 augustus 2006

Regeling aanvullende bekostiging praktijkgerichte leeromgeving 2007

Het praktijkgericht onderwijs in vmbo en praktijkonderwijs innoveert. Veelal moeten daartoe beschikbare lokalen en inventaris worden aangepast. Voor aanpassing van gebouwen kwamen de kosten tot 1 jan. 2005 nog grotendeels ten laste van de gemeente. Sindsdien moet de school ze zelf betalen. Aanpassen van de inventaris is sinds 1993 volledig voor rekening van de school. Het kabinet heeft uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) een budget voor 2006 en 2007 uitgetrokken voor een eenmalige investering in praktijklokalen en inrichting.

Scholen voor VBO en praktijkonderwijs

Voor verstrekking van aanvullende bekostiging op grond van deze regeling is € 12.000.000 beschikbaar.

De aanvullende bekostiging bedraagt, wanneer het project betrekking heeft op:

a. drie of meer afdelingen van de sector techniek: € 858 per meetellende leerling;

b. één of twee afdelingen van de sector techniek: € 644 per meetellende leerling ;

c. de sector Zorg en Welzijn: € 644 per meetellende leerling;

d. de sector landbouw, waarin begrepen het vbo-groen in een AOC : € 644 per

meetellende leerling;

e. de sector economie: € 429 per meetellende leerling;

f. het praktijkonderwijs: € 429 per meetellende leerling.

2. Bij samenvoeging per 1 augustus 2006 dan wel 1 augustus 2007 van twee vbovestigingen

wordt de aanvullende bekostiging voor één vestiging aangewend.

Een aanvraag wordt uiterlijk op 30 september 2007 ingediend bij CFI.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend met gebruikmaking van

het formulier, kenmerk CFI 67073.


Staatscourant 129 (09/07/2007)
CFI 67073
Inwerkingtreding: 11 juli 2007

Geldigheidsduur tot: 1 januari 2015



Wijziging van de Regeling voor stichting, bekostiging en inrichting van Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs (IGVO) in verband met het invoeren van pilot Internationaal baccalaureaatsonderwijs

Naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamer is besloten om het Internationaal baccalaureaatsonderwijs in de bovenbouw van het Internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs open te stellen voor gewone Nederlandse leerlingen. Het vorige kabinet heeft ingestemd met de inrichting van pilots. In verband met het invoeren van pilot IB is besloten de huidige IGVO regeling te wijzigen

Sector VO

De kosten voor het IGVO onderwijs bedragen per leerling ongeveer het dubbele van de kosten bij het Nederlandse VO. De overheid draagt voor een deel bij in de bekostiging van het IGVO, per leerling per jaar bestaande uit eenzelfde vergoeding als die scholen ontvangen voor een havo/vwo leerling plus een toeslag. De overige kosten worden gedragen door de ouders. Eenzelfde bekostiging geldt nu voor Nederlandse leerlingen in het kader van de pilots IB.

De verplichting tot het betalen van een geldelijke bijdrage om tot het internationale onderwijs te worden toegelaten is staande praktijk in Nederland en in het buitenland.

In Nederland was tot heden deze betalingsverplichting niet geregeld. Met deze regeling is de regelgeving gelijkgetrokken met die in het buitenland. De verplichting tot betaling wordt vóór de toelating tot het internationale onderwijs overeengekomen tussen school en ouders of leerlingen.


Staatscourant 124 (02/07/2007)
Inwerkingtreding: 1 augustus 2007

De pilots IB duren tot en met augustus 2012




Wijziging van de Subsidieregeling leerlinggebonden financiering MBO, de Regeling examinering beroepsopleidingen en KCE-tarieven 2006 en de Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010 in verband met diverse aanpassingen

In deze wijzigingsregeling worden de volgende regelingen aangepast: Subsidieregeling leerlinggebonden financiering mbo, de Regeling examinering beroepsopleidingen en KCE-tarieven 2006 en de Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010.

BVE

Zie de reglingen.

De minister beslist uiterlijk op 31 januari van het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.





Staatscourant 112 (14/06/2007)
Bijlage

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat de artikelen I en II terugwerken tot en met 1 augustus 2006 en dat artikel III terugwerkt tot en met 1 januari 2007.



Tijdelijke Stimuleringsregeling EVC en maatwerktrajecten werkend leren in het hoger beroepsonderwijs (hbo)

Deze Tijdelijke stimuleringsregeling EVC en maatwerktrajecten werkend leren in het HBO is een vervolg op de in 2006 gepubliceerde Tijdelijke stimuleringsregeling EVC in het HBO

Scholen en instellingen voor hoger onderwijs

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is € 5.700.000,- beschikbaar.

De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de voor subsidie in aanmerking

komende kosten, met dien verstande dat niet meer wordt verleend dan:

a. € 150.000,- voor een minimum van 200 te realiseren extra EVC-trajecten; b. € 750,- per extra te realiseren EVC-traject met een max van €375.000,- voor 500 te realiseren EVC-trajecten;

c. € 100.000,- voor een minimum van 200 te realiseren extra maatwerktrajecten werkend leren; d. € 500,- per te realiseren extra maatwerktraject werkend leren, met een max van € 250.000,- voor een aantal van 500 te realiseren maatwerktrajecten werkend leren; e. € 125.000,- voor een gecombineerde aanvraag van extra EVC-trajecten en extra

maatwerktrajecten werkend leren, voor een minimum van 100 extra te realiseren EVC-trajecten en 100 extra maatwerktrajecten werkend leren;

f. € 750,- per extra te realiseren EVC-traject en € 500,- per extra te realiseren maatwerktraject werkend leren, met een max van € 625.000,- voor 500 te realiseren EVC-trajecten en 500 te realiseren maatwerktrajecten werkend leren.

Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend tot en met 1 oktober 2007.


Staatscourant 105 (05/06/2007)
Inwerkingtreding: 7 juni 2007

Geldigheidsduur tot: 1 december 2009



Tijdelijke stimuleringsregeling leren en werken 2007


De kabinetsambities met een leven lang leren zijn door de projectdirectie uitgewerkt in een plan van aanpak onder de titel Leren en Werken Versterken

Sectoren vo en bve

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is € 15.000.000 beschikbaar, waarvan

voor activiteiten als bedoeld in:

a. artikel 1.2, eerste lid, onderdeel a: € 5.000.000;

b. artikel 1.2, eerste lid, onderdelen b en c: € 10.000.000.

De startsubsidie bedraagt € 25.000.

De hoogte van de vervolgsubsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten,

met dien verstande dat:

a. voor nieuwe duale trajecten niet meer wordt verleend dan:

1. € 100.000 voor het minimumaantal van 200 tot stand te komen nieuwe duale

trajecten; en

2. € 500 per daarnaast tot stand te komen nieuw duaal traject, met een maximum

van € 500.000;

b. voor de organisatie van een leerwerkloket niet meer wordt verleend dan € 150.000;

en

c. voor werving van deelnemers aan EVC-trajecten en organisatie van het aanbod van



EVC-trajecten niet meer wordt verleend dan:

1. € 100.000 voor het minimumaantal van 200 te behalen deelnemers aan EVCtrajecten;

en

2. € 500 per daarnaast te behalen deelnemer aan een EVC-traject, met eenmaximum van € 500.000.


Een aanvraag voor startsubsidie kan worden ingediend tot en met 1 september 2007.

Een aanvraag voor vervolgsubsidie kan worden ingediend tot en met 90 dagen na de

aanvraag voor startsubsidie.

Staatscourant 66 (03/04/2007)
Inwerkingtreding op 5 april 2007

Geldigheidsduur tot: 1 februari 2009



Regeling aanvullende bekostiging lokalen en bètavakken havo/vwo

Deze regeling is erop gericht om scholen voor havo en vwo die zich inspannen om te komen tot meer stimulerend onderwijs in de bètavakken, maar die daarbij belemmeringen ondervinden in de materiële sfeer, een tegemoetkoming te verstrekken ten behoeve van een nieuwe inrichting en bouwkundige aanpassingen van de leslokalen en practicumlokalen voor de bètavakken.

Scholen met havo en/of vwo

Voor verlening van aanvullende bekostiging op grond van deze regeling is een bedrag van € 19.300.000 beschikbaar

De aanvullende bekostiging per school bedraagt 50% van de totale kosten van het project met een maximum van € 150.000.



De aanvraag voor deze regeling moet uiterlijk op 15 mei zijn ontvangen door het platform Bèta Techniek.

Staatscourant 64 (30/03/2007)
Inwerkingtreding op 2 april 2007

Geldigheidsduur tot: 1 januari 2011



Regeling aanvullende bekostiging aanpassing profielen tweede fase vwo en havo


Voorafgaande aan de wijziging van de W.V.O. ter aanpassing van de profielen in de tweede fase van het vwo en havo ( 1 augustus 2007) zullen alle scholen diverse zaken moeten regelen zoals m.b.t.: Roosters (uren per vak), Aanbieden (nieuwe) vakken, Organisatie (ruimte voor zelfstandig leren), Inrichting programma en schoolexamen bij toegenomen vrijheid (globalisering), Mogelijkheid om havisten vakken op vwo-niveau te laten volgen, Vrijstelling tweede moderne vreemde taal op het atheneum, Combinatiecijfer (welke onderdelen worden hierin opgenomen), Leermiddelen.

Scholen met havo en/of vwo

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven verbonden met de aanpassing van de profielen in de tweede fase van het vwo en het havo aanvullende bekostiging.

De aanvullende bekostiging bedraagt € 32.000 en wordt ambtshalve verstrekt in december 2006.


Verrekening van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats


Staatscourant 231 (27/11/2006)
Inwerkingtreding:29 november 2006.

Geldig tot: 1 januari 2009



Regeling doorontwikkeling praktijkonderwijs


Met ingang van 2006 wordt jaarlijks een vast bedrag en een bedrag per leerling verstrekt om deel te nemen in netwerken waarin scholen samenwerken om de kwaliteit te verbeteren en overdracht van leerlingen naar de arbeidsmarkt te bevorderen in de samenwerking met arbeidsmarktinstanties, gemeenten, werkgevers- en werknemersorganisaties.

Scholen voor praktijkonderwijs en afdelingen voor praktijkonderwijs die verbonden zijn aan een school voor v.b.o of aan een scholengemeenschap waaraan een school voor v.b.o. is verbonden of verbonden aan een agrarische opleidingscentrum.

Het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs ontvangt jaarlijks een vast bedrag van

€ 10.000 en een bedrag van € 100 per leerling.


Het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs ontvangt jaarlijks zonder voorafgaande aanvraagprocedure in november een beschikking omtrent de verstrekking van de aanvullende bekostiging.

De betaling van de aanvullende bekostiging vindt jaarlijks in november plaats.

Staatscourant 222 (14/11/2006)

Inwerkingtreding: 1 aug. 2006

Geldigheidsduur onbepaald


Beleidsregel Scholenplanning voortgezet onderwijs 2007 en 2008

Om het onderwijsaanbod in het vmbo beter af te stemmen op de veranderende vraag van leerlingen, ouders, vervolgonderwijs en het beroepenveld in de regio kunnen scholen voor vbo, scholengemeenschappen met tenminste vbo of een aoc samenwerken in een regionaal arrangement.

Een aanvraag voor goedkeuring van een regionaal arrangement moet met ingang van het schooljaar 2006-2007 altijd worden ingediend met gebruikmaking van het daarvoor bestemde formulier. Het aanvraagformulier kan vanaf 1 oktober 2006 worden besteld door het inzenden van het plaketiket. Het kan ook worden gedownload via de website www.cfi.nl



Voortgezet onderwijs; regionale opleidingen centra; regionale agrarische opleidingscentra

Voor het uitwerken van een regionaal arrangement kunnen de samenwerkende partijen bij de minister een verzoek doen om een financiële bijdrage in de kosten van het tot stand brengen van het regionale arrangement. De hoogte van die bijdrage kan variëren en hangt onder meer af van de bestuurlijke complexiteit van de regionale situatie. Een desbetreffend verzoek kan separaat worden ingediend bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, directie Voortgezet Onderwijs, afdeling Bestel en Besturing; het adres hiervoor is postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.

In afwijking van de data van indiening genoemd in hoofdstukken II en III, kunnen aanvragen voor het verkrijgen van toestemming voor het aanpassen van het onderwijsaanbod op basis van een regionaal arrangement gedurende de gehele periode van 1 augustus 2006 tot en met 1 maart 2008 worden ingediend bij:

de Centrale Financiën Instellingen,

Unit BVO, Postbus 606,

2700 ML in Zoetermeer.

Een afschrift van de aanvraag dient te worden gezonden aan de provincie(s) waar binnen de scholen die deelnemen aan het regionale arrangement zijn gelegen.



Staatscourant 217 (07/11/2006)
Bijlage 1 Stichtingsnormen behorend bij hoofdstuk II
Bijlage 2 Adressen organisaties bestuur en management behorend bij hoofdstuk II
Bijlage 3 Adressen en provincies behorend bij hoofdstuk II
Bijlage 4 Adressen grote gemeenten behorend bij hoofdtuk II
Bijlage 5 Opheffingsnormen (artikel 107 van de WVO) behorend bij hoofdstuk III

Inwerkingtreding: 1 aug. 2006



Regeling innovatiearrangement 2006 tot en met 2009

Het beroepsonderwijs dient zich in de dynamische kenniseconomie te ontwikkelen tot een meer ‘arbeidsnabije’ sector, meer maatwerk leverend (differentiatie) en voor elke leerling strevend naar het hoogst haalbaar onderwijsniveau. Het is daartoe noodzakelijk dat het beroepsonderwijs innoveert en samenwerkt met de partners in de regio

Onderwerpen: instroom, doorstroom in de beroepskolom, aansluiting op de arbeidsmarkt, uitvalbeperking, talentontwikkeling.



VO , BVE

Voor deze regeling is jaarlijks vanaf 2006 tot en met 2009 een bedrag beschikbaar van € 20.000.000,- voor innovatiearrangementen, waarvan € 1.500.000,- bestemd is voor Het Platform Beroepsonderwijs voor de uitvoering van de regeling.

De hoogte van de subsidie voor een innovatiearrangement blijft onveranderd ten opzichte van 2005 en bedraagt maximaal € 1.000.000. Van het innovatiearrangement wordt ten hoogste 40% van de projectkosten die subsidiabel zijn, gefinancierd.




In 2006 wordt een projectvoorstel uiterlijk 1 november ingediend. Voor 2007 e.v. telkens uiterlijk 1 februari, 1 mei of 1 november.

Staatscourant 200 (13/10/2006)

Inwerkingtreding:15 oktober 2006.

Geldig tot: 1 januari 2014


Regeling overgang scholen voor praktijkonderwijs naar lumpsumbekostiging per 1 augustus 2006

De regeling beoogt scholen voor praktijkonderwijs die met ingang van 1 augustus 2006 te maken krijgen met lumpsumbekostiging waar zich een verschil in bekostiging voordoet te ondersteunen via een overgangsregeling. Daarnaast voorziet de regeling in een aanvullende bekostiging personeelskosten voor leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond en een eenmalige aanvullende bekostiging in verband met uittreding Vervangingsfonds.

Scholen voor praktijkonderwijs die op 1 augustus overgaan naar lumpsumbekostiging VO.

De schoolbesturen worden het eerste jaar, gerekend vanaf 1 augustus 2006, volledig gecompenseerd voor het over het schooljaar 2004-2005 berekende bekostigingsverschil; daarna wordt de compensatie met behulp van een jaarlijks drempelpercentage afgebouwd. Afhankelijk van het afbouwregime heeft de overgangsregeling een looptijd van maximaal vier schooljaren en loopt af op 1 augustus 2010.

Het schoolbestuur ontvangt voor leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond aanvullende bekostiging voor personeelskosten. Uitgangspunt bij het bepalen van deze aanvullende bekostiging is het aantal leerlingen, zoals dat is geteld op 1 oktober 2003. Dit aantal leerlingen wordt op dit niveau ‘bevroren’ en vermenigvuldigd met een bedrag per leerling.

In verband met de overgang naar de lumpsumbekostiging per 1 augustus 2006 komt de verplichte aansluiting bij het Vervangingsfonds (VF) ook voor de in deze regeling genoemde scholen te vervallen. Als gevolg hiervan komen de bevoegde gezagen met alleen scholen voor praktijkonderwijs dan wel gecombineerd met scholen voor primair onderwijs in aanmerking voor een eenmalig overgangsbudget. Deze tegemoetkoming, in de vorm van een overgangsbudget van € 42.000,- per bevoegd gezag, wordt in september 2006 betaalbaar gesteld.


Staatscourant 125 (30/06/2006)
Inwerkingtreding:2 juli 2006

Geldig tot: 1januari 2011



Wijziging van de Regeling aanvullende subsidie praktijkgerichte leeromgeving 2006


Met deze wijzigingsregeling wordt een aantal subsidieplafonds in de regeling aangepast. Hiermee wordt voorkomen dat het geld dat door het kabinet uit de middelen van het Fonds Economische Structuurversterking is uitgetrokken, niet ten volle kan worden benut aan verbetering van de praktijkgerichte leeromgeving.

Scholen voor voortgezet onderwijs

Het plafond voor de standaardbijdrage in artikel 3, eerste lid, onder a, wordt verlaagd met € 9 miljoen en het subsidieplafond voor de extra bijdrage voor de eerste periode, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt verhoogd met € 9 miljoen.

Deze wijzigingen hebben geen gevolgen voor de aanvragen van de standaardbijdrage. Deze aanvragen zijn inmiddels volledig gehonoreerd. Deze wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor het subsidieplafond voor aanvragen van het bevoegd gezag van een agrarische opleidingen centra (aoc) voor de standaardbijdrage, bedoeld in artikel 3, tweede lid.



Staatscourant 107 (06/06/2006)
Regeling treedt in werking op

12 juli 2006 via de ministeriële regeling: Inwerkingtreding van de regeling tot wijziging van de Regeling aanvullende subsidie praktijkgerichte leeromgeving 2006


Geldig : onbepaald

Subsidieregeling Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006 - 2010

Op grond van de WEB ontvangen gemeenten jaarlijks een bijdrage voor inkoop van educatieve activiteiten bij een ROC.

Als lokale overheid, publieke werkgever, uitvoerder sociale zekerheid èn opdrachtgever van de volwasseneneducatie kunnen gemeenten bovendien samen met de provincies en gefaciliteerd door het Rijk, de regie voeren over lokale en regionale samenwerkingsarrangementen op het gebied van scholing, onderwijs en leesbevordering en bij activiteiten als bewustmaking, taboedoorbreking en werving van cursisten. Er zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij bestaande plaatselijke en regionale initiatieven



Stichting Centrum voor Innovatie van Opleidingen (CINOP) ‘s-Hertogenbosch;

Stichting Lezen en Schrijven Den Haag;

Stichting Expertisecentrum ETV Rotterdam;

Gemeenten;

Instellingen die educatie verzorgen.


De minister kan in de periode 2006 tot en met 2010 per boekjaar subsidie verstrekken aan de subsidieaanvragers voor activiteiten die naar het oordeel van de minister bijdragen aan het uitvoeren van het Aanvalsplan.
Subsidie wordt verstrekt voor de werkelijke kosten van de gesubsidieerde activiteiten.
Het subsidieplafond is € 4.000.000,- per jaar.
De subsidieaanvragers dienen ieder uiterlijk 1 juli na afloop van het boekjaar waarop de subsidie betrekking had, een aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister.

Staatscourant 96 (17/05/2006)
Inwerkingtreding:1 januari 2006

Geldig tot: 1 januari 2010



Regeling regionaal zorgbudget, subsidie regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs 2006 en reboundvoorzieningen


Met deze regeling wordt het bedrag per leerling vastgesteld voor de berekening van het regionale zorgbudget en de subsidie regionale verwijzingscommissies (rvc’s) voortgezet onderwijs. Deze vaststelling geldt voor het jaar 2006.

Tevens wordt in deze publicatie een regeling gegeven voor reboundvoorzieningen



Scholen voor vwo, havo, mavo, vbo en praktijkonderwijs; scholengemeenschappen waarin één of meer van deze scholen zijn opgenomen; afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs van agrarische opleidingen centra

De hoogte van het bedrag per leerling voor de berekening van het regionaal zorgbudget voor de periode 1-1-2006 tot en met 31-12-2006 is € 160,-.

Voor de werkzaamheden van een RVC verstrekt de minister, binnen door de begrotingswetgever ter beschikking gestelde middelen, voor het kalenderjaar 2006 een subsidie van € 150.000,- per RVC en een aanvullende bekostiging van € 22,- per leerling.

De hoogte van het bedrag per leerling voor de berekening van de aanvullende bekostiging voor een reboundvoorziening, bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt in 2006 € 85,-.
Inmiddels is besloten dat de middelen voor de reboundvoorzieningen structureel op de OCW-begroting beschikbaar zullen zijn. Om die reden wordt in deze regeling de reboundvoorziening voor onbepaalde tijd geregeld.


Staatscourant 63 (29/03/2006)
Inwerkingtreding : 31 maart 2006

Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010


Doelstelling is subsidie te verlenen aan een technocentrum

(a) ter versterking en vernieuwing van de kennisinfrastrucuur in de regio;

(b) ter verbetering van de aansluiting tussen het technisch beroepsonderwijs en het bedrijfsleven.

De Kaderregeling Technocentra 2006 -2010 is een vervolg op de Kaderregeling Technocentra 2003.



Regionale opleidingencentra;

Scholen voor voortgezet onderwijs ;

Instellingen voor hoger onderwijs;

Instellingen voor wetenschappelijk onderwijs;

Technocentra.


Op grond van deze regeling kan de Minister op aanvraag van een technocentrum aanspraak op twee soorten subsidies verlenen te weten een basissubsidie, of een speerpuntsubsidie.

1. Een basissubsidie is de in artikel 7, eerste lid, bedoelde subsidie.

2. Een speerpuntsubsidie is de in artikel 7, tweede tot en met vierde lid, bedoelde subsidie

Het jaarlijkse subsidieplafond bedraagt: voor de basissubsidie € 7.000.000; voor de speerpuntsubsidie € 1.700.000.



De Technocentra dienen de subsidieaanvragen in bij het Platform Bèta techniek voor 15 oktober van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Staatscourant 50 (10/03/2006)
Bijlage A reglement
Inwerkingtreding : 12 maart 2006, werkt terug tot en met 1 januari 2006.

Geldt tot 1 januari 2011



Regeling aanvullende subsidie praktijkgerichte leeromgeving 2006

Doel is praktijkgerichter onderwijs mogelijk maken door aanpassing en evt. inrichting van lokalen

Bevoegd gezag van

  • scholen voor voortgezet onderwijs;

  • AOC’s

Er kan een standaardbijdrage worden gevraagd en , m.u.v. AOC’s, tevens een extra bijdrage.

De standaardbijdrage is gebaseerd op 60% van de gemiddelde kosten. De extra bijdrage is voor ingrijpender veranderingen in gebouwen.

Standaardbijdrage:

a. €858,- per leerling bij drie of meer afdelingen sector techniek;b. € 644,- per meetellende leerling van twee afdelingen sector Techniek, Zorg en Welzijn of Landbouw ( incl. VBO-groen van AOC); c. €429,- per leerling sector economie of praktijkonderwijs.

Bij bereiken subsidieplafond kan bijdrage naar rato worden aangepast.

Subsidieplafond voor standaardbijdrage € 169,17 miljoen. Voor AOC’s 16,33 miljoen.

Voor de extra bijdrage is totaal 50 miljoen gespreid beschikbaar.

Voor standaardbijdrage geldt een eenvoudige aanvraagprocedure. De extra aanvraag wordt getoetst door een beoordelingscommissie.



Aanvraagtermijn voor de standaardsubsidie loopt tot 31 januari 2006

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Wout Neutel, telefoon: 070 348 11 48, e-mail: wneutel@besturenraad.nl

Staatscourant 239 (08/12/2005)

Staatscourant 2 (03/01/2006)
Inwerkingtreding: 5 januari 2006.

Eindigend: 1 januari 2014



Aanvraagformulier standaardbijdrage
Aanvraagformulier extra-bijdrage B

Subsidieregeling KANS:

Koninkrijk der Nederlanden, Algemeen programma voor Nauwe Samenwerking tussen Scholen: een samenwerkingsprogramma voor scholen binnen het Koninkrijk 2006-2010



Samen met partnerinstellingen op de Ned. Antillen en Aruba projecten gericht op (ICT-) innovatie en kwaliteit voor het onderwijs bedenken en uitvoeren.

Basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs, scholen voor voortgezet onderwijs ,scholen voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1 onder b van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

De minister kan aan een instelling subsidie verstrekken. De subsidie wordt op aanvraag verleend. De instelling dient de aanvraag in bij het Europees Platform dat het KANS-programma uitvoert.

Subsidie wordt aangevraagd via het daartoe bij het Europees Platform op te vragen aanvraagformulier.

1. De subsidie bedraagt ten hoogste 5600 Euro per instelling. Indien meer instellingen aan één project deelnemen geldt dit maximum voor de instellingen samen.

2. Een instelling kan niet deelnemen aan meerdere projecten.

3. Kosten voor subsidie in aanmerking:

− reis- en verblijfkosten naar een ander land in het Koninkrijk voor maximaal twee docenten met een maximum van 1500 Euro per docent,

− kosten van communicatie, en

− materiaalkosten die nauw samenhangen met de uitvoering van het project.

4. De subsidie voor de kosten, bedoel in het eerste lid, bedraagt maximaal het in de beschikking tot subsidieverlening overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bedrag.
De subsidieaanvragen ten behoeve van het eerste programmajaar, 2006, worden voor 15 oktober 2005 ingediend bij het Europees Platform. Beslissingen over de aanvragen worden vóór 1 januari 2006 aan de instellingen bekend gemaakt.

2. Voor de programmajaren 2007, 2008, 2009 en 2010 geldt, dat de subsidieaanvragenvóór 15 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de activiteiten plaats vinden, bij het Europees Platform worden ingediend. Beslissingen over de aanvragen worden vóór 1 december voorafgaande aan genoemd kalenderjaar, aan de instellingen bekend gemaakt.


Staatscourant 1 (02/01/2006)

De regeling is op 01/10/2005 in werking getreden en is geldig tot 01/01/2011




Wijziging Subsidieregeling Dieptepilot voor de opleidingsschool en de academische school 2005-2008


Vanwege verlenging van de beslissingstermijn van CFI

Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en BVE-instellingen.

De afwijzende beschiking of uitnodiging tot indiening projectplan zijn uiterlijk 1 februari uitgegaan
De verlenging van de beslissingstermijn in artikel 6 van de regeling heeft tot gevolg dat ook de termijnen voor het indienen van een projectplan opschuiven naar 28 maart 2006 resp. 19 mei 2006.

Gevolg is ook dat de subsidiebetaling wordt opgeschoven van 1mei 2006 naar 1 juli 2006

Staatscourant 246 (19/12/2005)
Staatscourant 190 (30/09/2005)
De regeling treedt op 28 november in werking

Verlenging beleidsregel gemengde leerweg aan scholen voor MAVO of scholen voor VBO 1999-2002

Tweede verlenging van de beleidsregel met 4 jaar.

Er kan een aanvraag tot het geven van onderwijs in de gemengde leerweg worden ingediend.



VO, AOC’s en ROC’s

Voorwaarden zijn gelijk aan die van de jaren 1999 t/m 2006.

Staatscourant 231 (28/11/2005)
Datum inwerkingtreding 1 augustus 2006 .

Geldig tot 1 augustus 2010.



Wijziging van de Subsidieregeling ESF-3 voor onderwijsinstellingen 2000-2006 en de subsidieregeling ESF-1 Flevoland voor onderwijsinstellingen 2000-2006.

De gestelde normen van de percentages uitstroom ll. van praktijkonderwijs en vso naar een arbeidsplaats, zijn bijgesteld.

VSO-scholen in provincie Flevoland kunnen geen subsidie meer aanvragen.



Scholen voor VO, VMBO en MBO.


De termijn waarop de norm moet zijn behaald is versoepeld tot uiterlijk binnen twee en een halve maand na afloop van het project en wordt deze categorie uitgebreid met de instroom in een opleiding BBL van het MBO met een beroepspraktijkovereenkomst binnen twee maanden na afronding van het project.

De normpercentages van het tweede lid van onderdeel B worden met 10% naar beneden bijgesteld.



Staatscourant 235 (02/12/2005)

Regeling vernieuwende projecten doorlopende leerlijnen vmbo/mbo

Doel van deze regeling is het ontwikkelen van een integrale leerlijn volgens de notitie “Vmbo, het betere werk” van april 2005, met als resultaat:

-substantieel verminderen voortijdige schooluitval;

- bereiken kwalificatiewinst;

- meer maatwerk voor ll;

- motivatie en tevredenheid van ll.

- efficiëntere leerroutes.



Bevoegd gezag van scholen VO , AOC’s, ROC’s en ROC-VO scholengemeenschappen.

1.Subsidieplafond 2006 : €900.000,-

2. Subsidie aan 10 projecten waarbij een ROC en een VMBO-school zijn betrokken en 2 projecten waarbij een AOC is betrokken.


Subsidie voor project met max. drie VMBO-scholen is totaal € 50.000,- . Vier of meer VMBO-scholen is totaal € 75.000,-

Aanvragen uiterlijk 13 januari 2006 indienen bij Het Platform Beroepsonderwijs met het formulier dat is te bestellen bij het Platform Beroepsonderwijs: 030-6.91.91.90

Staatscourant 229 (24/11/2005)
Inwerkingtreding 26 november 2005.

Geldt tot 1 augustus 2014.



Subsidieregeling Dieptepilot voor de opleidingsschool en de academische school 2005-2008


Een aantal scholen ontwikkelen zich op het punt van opleiden in de school tot “academische school” of opleidingsschool die dient als goed praktijkvoorbeeld. De scholen waarvoor in dit kader subsidie wordt verstrekt, onderzoeken aan de hand van een project in de eigen praktijk onder welke randvoorwaarden het opleiden in de school duurzaam kan worden geborgd en toetsbaar gemaakt.

Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en BVE-instellingen.

Maximaal 70 procent van de totale kosten van dat project komen in aanmerking voor subsidieverlening. Er worden in principe voor PO 15, VO 15 en BVE 5 projecten uitgevoerd.

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt per project een maximumbedrag van €400.000,- per kalenderjaar, tot een maximum van €1.200.000,- voor het totale project. De totale subsidie wordt verleend voor het tijdvak van 1 maart 2006 tot en met 31 juli 2008.


Informatie over deze regeling en de aanvraagprocedure is verkrijgbaar bij KPMG Business Advisory Services B.V. 020-6564600. Het e-formulier dat dient als projectvoorstel kunt u rechts op deze pagina downloaden.

Projectvoorstellen die niet voor 31 oktober 2005 om 12.00 uur per e-mail zijn ontvangen, worden niet in behandeling genomen.

Staatscourant 190 (30/09/2005)
Download: E-formulier projectvoorstel Dieptepilot
De regeling treedt op 30 september in werking en vervalt op 1 januari 2011

Vaststelling bedragen + Wijziging indexering specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (goa)

2005 – 2006




Specifieke uitkering aan gemeenten ter bestrijding van onderwijsachterstanden

Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en gemeenten

De specifieke uitkering bedoeld in artikel 2 van het Besluit bekostiging gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2002 - 2006 en de opslag bedoeld in artikel 3 van genoemd Besluit worden voor het schooljaar 2005 - 2006 gewijzigd vastgesteld op een vermindering met 29,77% (gecorrigeerd percentage) van de voor het schooljaar 2004 - 2005 toegekende bedragen. De indexering bedoeld in artikel 5 van het Besluit voor het schooljaar 2005 - 2006 is inbegrepen in de gewijzigde bedragen

Staatscourant 157 (16/08/2005)

Correctie bij:



Gele katern 12 (27/07/2005)
De regeling treedt in werking op 30 juli 2005 en is geldig tot 1 augustus 2006
Regeling Kortlopend Onderwijsonderzoek

Uitvoering van kort onderzoek door universitaire instellingen t.b.v. kwaliteitsverbetering , ondersteuning dagelijkse praktijk, schooloverstijgend
Primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo

Er is jaarlijks € 800.000,- beschikbaar.
Aanvragen voor kortlopend onderzoek kunnen jaarlijks tot 1 november worden ingediend bij de KPC Groep

Kennis online

Bezemregeling vereenvoudiging bekostiging voortgezet onderwijs

De overgang van bekostiging op schooljaarbasis naar bekostiging op kalenderjaarbasis geldt ook voor de aanvullende bekostiging. Met deze regeling wordt erin voorzien dat tevens de aanvullende bekostiging overgaat van schooljaar naar kalenderjaar

Scholen voor VO m.u.v. scholen voor praktijonderwijs met declaratiebekostiging

De leeftijdscorrectie voor leraren verdwijnt en daarmee ontvalt vanaf 1 januari 2006 aan de Regeling gewogen gemiddelde leeftijd de grondslag. Deze regeling geldt vanaf die datum niet meer. Daarnaast wordt een groot aantal parameters waarop de bekostiging thans is gebaseerd, verwerkt in de ratio's leerling/personeel en in de vaste voeten zoals genoemd in het Formatiebesluit W.V.O.


1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina