P 9 Awel Ernie, hoe gaat het? Uw vrouw? En wat doet dat dan? Dat is omdat het u iets wil vertellen. Dat spook wil u een boodschap geven. Zeker. Weet je wat? Ik zal vannacht de wacht houden in uw bibliotheek en trachten te weten te komen wat uw spook u wil



Dovnload 31.72 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte31.72 Kb.
De Pierkes numero twieje: hertaling naar het AN van de Gentse dialogen
p 9

Awel Ernie, hoe gaat het?

Uw vrouw?

En wat doet dat dan?

Dat is omdat het u iets wil vertellen.

Dat spook wil u een boodschap geven.

Zeker. Weet je wat? Ik zal vannacht de wacht houden in uw bibliotheek en trachten te weten te komen wat uw spook u wil zeggen.

Een boek over paranormale verschijnsels. Dat zal een belangrijke boodschap zijn.



p 10

Gent, dat is toch wel echt de perfecte stad.

Ach, ’t is toch waar. Denk maar eens aan die prachtige Sint-Baafskathedraal.

En we hebben ook moderne monumenten. Dat nieuw stadion van AA Gent, de Ghelamco Arena, dat heeft in Amerika zelfs een designprijs gewonnen.

Dat is allemaal wel juist, Boempa, maar toch…

Alles bij elkaar bind ik dat er in Gent nog iets ontbreekt…

Ah ja, wat dan?

p 11Och, Ik heb wel een idee.

Ik dacht aan een Pierlalamco Arena…



p 12

Boempapierke, op onze gezondheid!

Oei Oei Pierrette, wat scheelt er?

Awel, dat is goed nieuws.

Haja? Hoezo?

Omdat morgen de Gentse Jaarbeurs begint! Daar vinden we zeker een nieuwe voor Pierrette.

Hien vinden we zeker wat we zoeken!

Amai, wat is dat hier allemaal?

Waar zou ik hier mosterd vinden?

En hier mijn speelplaats, de langste toog van ’t land!

Dag Pierrette, kijk eens wat we meehebben van de beurs.

Verdorie toch, ik wist dat is iets vergeten was!



p 13

Vandaag gaan we eens vechten tegen onrechtvaardigheid.

Ha, we kunnen al in actie schieten. Vooruit!

Maar hola zeg. Wat is dat? Concurrentie? Maar allez, ander en beter.

Scheelt er iets, mijn vriend? In slaap gevallen?

p 14

Aha, geen zorgen, meneer. Pierke is hier. Dat zullen we eens regelen.

Maar, maar… ongelooflijk!

Ik kan alleen maar verder zoeken.

Pierke op zoek naar rechtvaardigheid. We zijn weer vertrokken!

Problemen, vriend? Vertel maar eens.



p 15

Deze is voor mij! Naar de bank!

Volg mij maar, meneer, het is hier maar net om de hoek. Ik ga er eens voor zorgen dat ge uw huis terugkrijgt.

’t Is niet waar hé.

Ze gunnen ’t mij niet vandaag. Dan kan ik net zo goed weer naar huis gaan.

Ha, daar ben je eindelijk.

De bakker had u nodig en ik ben in uw plaats moeten gaan.

De kinderen konden hulp gebruiken bij hun huiswerk en je was er niet.

En Pierrette klaagt dat ze alles alleen moet doen in huis terwijl jij weg bent.

Dat is echt onrechtvaardig van u!



p 16

Lap, ’t is zover, ze zetten weer de hemelsluizen open. Juffrouwtje, zeg eens, wat is mijn schuld?

Maar nee, Boempa, ik ben het, Kroak!

p 17

Maar Kroakske, wat scheelt er?

Boempa, mijn beste vriend, heb je het al gehoord? Ik mag niet meer binnen in de bioscoop!

Hoezo? Spelen ze alleen maar films ‘Draken onder de 400 jaar niet toegelaten?’

Je moet niet lachten met mij, ’t Is serieus hoor!

Oei, die mevrouw is flauwgevallen.

Ga een beetje liggen, mevrouw.

Ola pola! Dat is er zeker ene… Van Antwerpen!

Ge moet daar zo niet om huilen, we vinden wel een oplossing…

Laat me eens denken…



p 18

Kom Kroakske, we gaan eens een bezoekje brengen aan mijn goede vriend Walter. We zijn weg naar Sint-Anna!

Ben je er zeker van dat die Walter ons zal kunnen helpen, Boempapier?

Ja, natuurlijk, dat is de baas van de ‘Studioskoop’: ze geven daar de ene drakenfilm na de andere! Dus als er nu een iemand is die ons kan helpen…

Walterke! Je moet ons een helpen, mijn vriend. Je weet goe graag mijn kameraad, Kroakske, met zijn familie naar uw cinema komt, nietwaar. Niemand speelt er zo zijn smaak als gij… Maar nu mag hij niet meer binnen omwille van zijn genies…

p 19

Voor zijn toestand is er geen pilletje. Hij zou vooraan kunnen zitten, maar dan vliegt uw doek in brand. Geef hem eens goei raad.

Dus als ik het goed begrijp, moeten we iets vinden tegen dat fel licht. Laat mij eens denken…

Een dikke merci hoor Boempapierke. Ge hebt dat goed geregeld voor ons. Met die zonnebrillen is ons probleem opgelost en zijn we de tofste gasten in de zaal.

Dat is met alle soorten plezier gedaan, daar zijn kameraden voor hé!

p 20

Pierke pas op, er valt geld uit uw zakken. Daar, net voor uw neus ligt een stukje van twee cent.

Oeie, dankjewel dat je het zegt, Boempa. Maar ’t is wel een stukje van één cent.

Mijn ogen gaan precies erg achteruit!



p 21

Voilà zie, portier, dat zijn hier taartjes met crème fraîche en met bloemsuiker. Ze zijn besteld voor Laurel en Hardy. Wil jij ze naar de kleedkamers brengen? Wat denk je?



p 24

Ik heb hier vier messen en twee scharen, hoeveel kost het om ze te slijpen?

Wat? Maar daarnet zei je acht frank!

p 25

Wedden voor tien frank dat de Engelsen gaan winnen en dat de Duitser zal neerstorten?

Romain, vriend, dat van daarnet, dat was niet eerlijk van mij. Ik had die geschiedenis van dat gevecht al gelezen in De Pierkes nummer één voor we naar de film kwamen kijken.

p 26

Gents is toch zo’n mooie taal. Met al die prachtige uitdrukkingen.

Dat is het bewijs van de intelligentie van de gemiddelde Gentenaar.

En het Hasselts mogen we zeker niet vergeten.

Weet je wat? We zullen aan onze tekenaar vragen of hij geen verhaaltje wil tekenen vol Gentse uitdrukkingen.

Wacht, ik heb hier nog iets liggen.

Hier zie, een map vol tekstballonnetjes met mijn favoriete Gentse zegswijzen.

Kom eens kijken. Hier is wat de tekenaar ervan gemaakt heeft.



p 27

Ik ga uw lief eens tegen mijn gilet trekken. (Ik ga je lief afpakken)

Als een oude schuur in brand staat, is er geen blussen meer aan.

‘k Geloof dat ik een stuk in mijn valies heb. (Ik geloof dat ik dronken ben)

Er staat veel volk aan het station. (Ze heeft een grote boezem)

Hij moet op een ladder staan om aardbeien te plukken. (Hij is erg klein)

Het is een mooi kind maar zijn ene oog zegt slaapwel tegen het andere (Het kijkt scheel)

Als je boven bent, breng mijn pantoffels mee. (Wordt gezegd als iemand in zijn neus peutert)

Ja, op je gezondheid, mijn ratje. (‘Ratje’ is een Gents troetelwoord)

’t Zal wat zijn als het wat is. (’t Is me nogal wat)



p 31

Wacht maar! Op een goeie dag word ik ook een bekend stripfiguur!



p 32

Toe, Kroak, Alsjeblief, niet doen!



p 33

Boempa toch, waarom toch?

Je moet niet zeuren, jongen, Kroak heeft me alleen meegeholpen om mijn pijp aan te steken.

Maar ze brandt toch!



p 34

Hé, Boempa, wat vind ik hier tussen die rommel?

Een brief van Arsène aan Overboempapierke, een week voor de verdwijning van De Rechtvaardige Rechters?

Je weet hier toevallig niet meer over?

Hoe kom je op dat idee?

Dat brengt mij wel op een idee.



p 35

Eerst zoeken we een goedgelovige journalist die dat gerucht verspreidt.

Heb je al ooit gehoord van de rechtvaardige rechters?

Dat staat bij Pierke, in de bakkerij.

Stap twee: Dan zorgen we voor een perfecte kopie.

Ik heb het gevoel dat ik mijn talent verspild heb>.



p 36

En voor we het weten, scheppen we geld met de bakkerij!



p 37

Eerst zien.

Dat was toch gewoon een goeie grap hé Daniel?

p 38

Awel Slimmeke, hoor je nu het geruis van de grote zee in mijn schelp?

Voor mij?

Hallo? Met Pierke!

Maar Maurice, dat is een verrassinge! Is het waar, zit je echt op die stoomboot van Slimmeke Slim?

Maurice, mijn jongen, nog een goeie vaart. Wacht, ‘k zal Slimmeke eens doorgeven.

’t Is dan toch geen erg goeie schelp. Er scheelt een en ander aan.

p 39

Vampierke! Tapierke! Het eten is klaar!

Heb je dat gezien, Kroak? Pas op… ’t is hete saus.

Zelfs als ik een hond zou hebben, dan zou ik nog niet plassen tegen een lantaarnpaal.

En dan?

‘k Ga om met Kroak hier, en nochtans ziet ge mij niet…



p 41

Mmm, als je mij helpt.

Charisma, hé Pierrette, charisma, onthou het goed!

p 42

Hé, maatjes, is het eten hier wat eetbaar bij jullie?

Als de draken het zeggen, zal het wel waar zijn.

p 43

Goeienavond. Mag ik de kaart eens zien, alsjeblief?

Wat raadt u mij aan? Hoeveel moet het hier kosten, want er staat nergens een prijs bij.

Wablieft! 100 euro! Dan is het niet vreemd dat er hier geen draken klant zijn.



p 46

Ziezo, klaar voor het bal van de burgemeester, met strop en al!



p 47

Ze zeggen dat de pest door de reuzenrat komt. Dat geloof je toch niet.

Ola! Er staat een grote kar in het midden van de Korenmarkt! Maar kijk, de kar beweegt! En er is hier geen wind!

’t Is de reuzenrat van de pest. ‘k Snij haar de keel af. Je hebt toch geen schrik?

Schrik? Ik weet niet wat dat is. Maar tussen ons gezegd en elders gezwegen.

Tegen dan is ze gaan vliegen. Het zijn enkel vogels en draken die vliegen.

Bang van u zeker? ’t Is uw schuld dat de pest weer door Gent spookt!

p 48

Begin maar al te lopen voor uw leven en neem de pest maar mee.

Wat leg je in?

Wat doen we?

Word je misschien bang, Ratje

Aha, ’t is de Schelde mijn vriend, ’t is niet moeilijk!



p 49

We hebben gewonnen! Ga nu maar vlug weg en kom nooit meer weer!

We hebben verloren Kroak. Weet jij het? Ik niet…

De klas natuurlijk.



p 51

Hier heb ik dus zes maand aan gewerkt, mensen, maar geduld wordt beloond, zeg ik dan.



p 52

Goeiemorgen, kindjes.

Uw teerbeminde broodwinner, Pierke, is hier weer.

‘k Zie dat jullie al aan de broodjes begonnen zijn?

Dan kom ik er wel gewoon bij zitten.

p 53

Hoe durven jullie te twijfelen aan mijn identiteit

En als familie gaan we nu samen een liedje zingen.

Zing maar mee. De lezers ook. Van één, van twee, van drie. Hoor eens hier, geef die boterham hier. Luister eens naar mij, doe er nog wat kop bij. Meezingen zeg ik!



p 54

Waar ben jij hier zoal mee bezig? Zoetwaterchinees.

Ah… euh… pa!

Goed dat je hier bent, ik ben net aan de jonge snaken aan het leren dat ze braaf hun korstjes moeten opeten.



p 55

Maar jij bent mijn zoon niet! Jij bent een doodgewone Citadelpark eend

Ga weg!

Huh? Amai, dat was nog eens een goed dutje zie

Hmm, zouden de boterhammetjes al klaar zijn?

p 57

Pierke, ik denk dat de duivel ons goed liggen heeft. Hij maakt ons jaloers en we trappen erin als een boer in een koeiestront. Ik denk dat je gelijk hebt. ‘k Ben bij Bakker Arnout geweest en hij zegt dat hij nooit gezegd heeft dat Pierrette haar koeken aangebakken zijn. Zie je wel, Pierke, de duivel is aan het stoken! We mogen ons niet laten doen!

Ik denk dat we prijs hebben!

Awel, meneer, wat kom je in ons schoon Gent zoeken? Ik denk dat je alleen maar gekomen bent om ruzie te stoken.

Ik weet wel wie je bent. ’t Is waarschijnlijk altijd goed warm bij u thuis, nietwaar?

Wedden dat ik beter vuur kan maken dan gij?

‘k Geef u mijn ziel als ge wint. En als ge verliest, dan gaat ge weg uit Gent. Akkoord?

We spreken af vanavond op de Vrijdagmarkt. ’t Daar dan toch stilletjes. Op de vier hoeken van de markt leggen we twee hopen hout. Degene die het snelst vuur kan maken op de vier hoeken, wint.



p 58

Doe maar, ge verliest toch.

Een minuutje, vriend, mijn luciferdoos komt nog af.

p 59

Dat was ik nog vergeten zeggen, maar dat is mijn lucifertje.



p 62

Oh, ik kijk wat naar oude foto’s.

Wel, we kunnen er heen vliegen als je wil?

Op uw rug, nu?

Ja, waarom niet? Kom, we zijn voort.

p 63

Ik neem de trein om terug te keren.

We zijn er!

Jullie kunnen ook tegen niets, hé.

Kom, we gaan Parijs verkennen!

Leun maar niet te ver.

En hoe is ’t met uw rug, Quasi?

Geef mij mijn hoed terug, verdomme!



p 64

Zouden we nog naar de Folies Bergène kunnen gaan?

Gaan jullie maar, ik zal op de kleintjes letten.

p 65

Klaar om terug te keren?

Dat is weer een mooie herinnering.

p 67

Dat vind ik niet plezant. Wel geestig.

Niet dat ik bang ben, maar die geest blijft beter in de kelder!

Slim! De verste plaats van de kelders!

Zo slim als zijn vader!

p 68

Alle cafés toe? Dat moet wat geweest zijn! Bangelijk!

Geen gekraak van Kroak den Droak want die zat op het dak! Hahaha!

Potverdomme, je hebt gelijk! Ik ga kijken.

Ga je mee, Kroakske? Nee, ‘k moet op ’t dak zijn?

Naar ’t dak, Boempa?

Op… op de gang! De duivel!

p 70

Wat voor een rare kerel is dat?

Maar meneer, we zijn in Gent!

p 71

Manneke, dat zijn speciale taartjes voor speciale mensen die veel weten.

Awel Tapierke, Als je mij drie vragen kunt stellen waar ik niet kan op antwoorden, krijg je mijn taartje.

Gemakkelijk: de 21e juni.

Dat weet ik zeker. Dat is Bangkok.

p 72

Maar gastjes, dat is niet voor jullie. Je gaat je vervelen.



p 73

Bon, allez, je mag mee. Maar braaf zijn hé.

Er is zelfs geen schommel.

p 76

Zeg kindjes! Je mag niet zomaar spelen met een erfstuk! Miojn overovergrootvader droeg dat wel toen hij zich verzette tegen Keizer Karel!

Maar je kan vandaag nog altijd horen dat het Spaans op ’t Gents lijkt.

Als hij wil dat we meer belastingen moeten betalen, dan moet hij eerst eens bij mij langskomen. En dan zullen we verder zien.

Als hij het in zijn hoofd haalt om de klok weg te nemen, dan zullen we nog eens praten.

Die Spanjaarden zegden dat tegen de Keizer natuurlijk in ’t Spaans: en tons is ‘entonces’ geworden.

Sommige mensen zeggen dat ‘tons’ van ’t Spaans in ’t Gents gekomen is. Maar de Spaanse soldaten kenden iet goed Vlaams hé. Ze zegden… Ons overoveroverboempa werd er zenuwachtig van.

p 77

Awel, ik ging eens met mijn mama weg.



p 78

Mama, waar ben je?



p 79

En dat is nu de hele geschiedenis van mijn hoed.



p 83

Daar zullen we niet snel meer last van hebben.



p 85

Heb je wel gevraagd of je foto’s mag nemen van mij? Ik denk het niet!



p 86

En si en la en patati en patata. Welke reeks zeg je?



Eenzame planeten? Top van mijn bil? Jawadde! Allez, kom er bij zitten. Drink ook een kopje koffie. Hier in Gent moet niemand eenzaam zijn.


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina