P pa papa, va, vader pa (Engels) dad, daddy pa of ma



Dovnload 0.91 Mb.
Pagina11/13
Datum22.07.2016
Grootte0.91 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

preliminair   inleidend, voorafgaand

prelude   aanhef, aanvang, begin, inleiding, preambule, voorspel

preludium   aanhef, begin, voorspel

prematuur   ontijdig, overijld, voorbarig, voortijdig, vroegtijdig

premie - bonus, beloning, geschenk, gratificatie, prijs, tantième, toelage, toeslag

premie bij verkoping van huizen, schepen enzovoort -

plokgeld, plokpenning, strijkgeld, trekgeld



premie op de invoer van goederen - importpremie, invoerpremie

premie op de uitvoer van goederen - exportpremie, uitvoerpremie

premie voor het ziekenfonds - busgeld

premieartikel - premium

premiecoupon - interestbewijs

premier - eerste minister, ministerpresident, president, staatsman

premier van India - Gandhi, Nehroe

premonstratenzen - norbertijnen

prengel   lomperd, vlegel

prengelaar - gierigaard, pingelaar

prent - afbeelding, afdruk, beeltenis, estampe, ets, foto, gravure, houterig, illustratie, indruksel (haas), linoleumsnede, litho, plaat, portret, print, spoor, stijf (meisje), tekening, voetspoor

prent in steendruk - litho

prent met anecdotische strekking - cartoon, karikatuur, spotprent

prent met een zinnebeeldige voorstelling - emblema

prentachtig - houterig, prenterig, stijf

prentbriefkaart - ansicht, prentkaart

prenten - persen

prentenboek - fotoalbum, plaatjesboek

prenterig - afgemeten, gemaakt, nuffig, preuts, stijf

prentje - plaatje

prentje van Roemer Visser   zinnepop

prentkaart - ansicht

prentkunst   etskunst, grafiek, graveerkunst

prenttekening - aquatint

prenumeratie - vooruitbetaling

preparaat tot wering van de houtworm op schepen - harpuis

preparateur - naturalist, opzetter, taxidermist

preparatie - voorbereiding

preparatieven - toebereidselen

prepareren   gereedmaken, klaarmaken, toebereiden, voorbereiden

preponderant - dominant, overheersend, overwegend

preponderantie - overwicht

prepositie - vooropplaatsing, voorzetsel

preprint - voordruk

preraffaëlieten, een der - Hunt, Millais, Rosetti, Ruskin

prerogatief - voorrecht

presbyoop - verziend

presbyter inAlenandrië - arius

prescriptie - recept, verjaring, voorschrift

preseance - optie, privilege, voorrang

presenning - luikzeil, oliekleed

present   aanwezig, cadeau, gave, gift, geschenk, tegenwoordig, voorhanden

presentabel - toonbaar

presentatie - aanbieding, voorstelling

presenteerblad   schenkblad, dienblad

presenteerdoosje - koektrommeltje

presenteren   aanbieden, (ver)tonen, schenken, voorstellen

presentie - aanwezigheid, tegenwoordigheid

presentje   geschenk, cadeau

preservatie - behoeding

preservatief - condoom, voorbehoedend

preserveren - behoeden, beveiligen

preses - president, voorzitter

president   pr, praeses, preses, pres., staatshoofd, staatsman, vz., voorzitter, voorz.

presidente - voorzitster

president der Bataafse Republiek - pensionaris

president van Chili   Allende

president van de Verenigde Staten - Adams, Buchanan, Buren, Carter, Cleveland, Coolidge, Eisenhower, Filmore, Ford, Grant, Harding, Harrison, Hayes, Hoover, Ike, Jackson, Jefferson, Johnson, Kennedy, Kinley, Lincoln, Madison, Monroe, Nixon, O Bahma, Pierce, Polk, Reagan, Roosevelt, Taft, Truman, Tayler, Tyler, Washington, Wilson

president van Duitsland   Heinemann

president van Egypte   Sadat

president van Frankrijk   Pompidou

president van Indonesië   Soeharto, Soekarno

president van Tunesië.   Bourguiba

presidentiële woning in Parijs - Elysee

presideren - voorzitten

presidia   vesting, garnizoen, strafkolonie

presidio - deportatieoord, garnizoen, strafkolonie, vesting

presidium - voorzitterschap

preskop - hoofdkaas

preskriptie - recept, verjaring, voorschrift

pressant - dringend, spoedeisend, urgent

pressen   drukken, dwingen, noodzaken, nopen, presseren

presseren - aandrijven

pressie - (aan)drang, druk, drukking, dwang, juk

pressostaat - drukregelaar, drukschakelaar

prestant - orgelhoofdpijp, principaal

prestatie   daad, kunnen, noblesse, performance, verrichting, wapenfeit

prestatielijst - rapport

prestatiestimulans - dope

presteren   doen, verrichten, vervullen

prestidigitateur - goochelaar

prestige - aanzien, eer, effect, gelding, gezag, greep, invloed, inwerking, macht, overwicht, reputatie, uitwerking, vat, vermogen

prestissimo - vlug

presto - cito, gauw, gezwind, rap, ras, snel, vito

presumeren   vermoeden; veronderstellen

presumtie - gissing, verdenking, vermoeden, veronderstelling

pret - amusement, divertissement, gaudium, gein, genoegen, genot, jolijt, jool, leukheid, leut, lol, plezier, schik, vermaak, vertier, verzet(je), vreugd(e), vrolijkheid, ijspret

pret maken - ketteren

pretbederver - spelbreker

pretendent - eiser, minnaar

pretenderen   beweren, eisen, voorgeven, voorwenden

pretentie   aanmatiging, aanspraak, eigenwaan, eis, recht, vordering, waan

pretentie van alles te weten - alweterij

pretentieloos - eenvoudig

pretentieus   aanmatigend, grillig, ingebeeld, luimig, nuffig, verwaand

preteren - meegeven

preteritum - imperfectum, o.v.t.

pretext - voorwendsel

pretje - aardigheidje

pretmaker - fuifnummer, kwant, lolbroek, lolmaker, pleziermaker

pret of plezier - vreugde

pretor - landvoogd

prettig   aangenaam, aardig, behaaglijk, bekoorlijk, betrouwbaar, bevallig, degelijk, echt, emmes, fideel, fijn, gemakkelijk, genoeglijk, gezellig, goed, fijn, heerlijk, immes, inderdaad, jolig, kneuterig, knus, lekker, leuk, leutig, lief, lollig, lustig, plezierig, prettig, tof

prettig en lief - knus

prettig in de omgang - sociabel

prettig onderling verkeer - gezelligheid

prettig weer - zonnig

prettige aandoening - geluk, lach

prettigheid - gezelligheid

preukelen - peuteren, porren

preutelen - mompelen, mopperen, morren, prevelen, pruttelen

preuts - eerbaar, fier, ingetogen, kies, kuis, overdreven, over(zedig), prude, schijnzedig, zuiver

preuts koketteren - minauderen

preuts meisje - nuf

preuts persoon - prude, puritein

preutsheid - kuisheid, pruderie

preuve - bewijs, prove

preuvelen - praten

prevalent - overwegend

prevaleren - gebruikmaken

prevaricatie - ontrouw, plichtschending

prevelement - gesprek, pleidooi, praatje, rede, redevoering

prevelen - fluisteren, kletsen, mompelen, murmelen, praten

prevenant - minzaam

preveniëren - beletten, verwittigen, voorkomen, waarschuwen

preventie - voorkoming, vooroordeel, voorzorg, waarschuwing

prieel - berceau, gloriette, koepel, lommerhuisje, loofhut, pergola, theehuisje, theekoepel, tuinhuis(je), zomerhuisje

prieel met gewelfd dak - tonneau

prieelachtige gang - pergola

prieelachtige wandelweg - pergola

prieeltje - tuinhuisje, weesje

priiëelvormige aanbouw - booggang, pergola

priegel - afrossing (gewestelijk), klein, petieterig, peuterig, ransel, slaag,

priegelen - peuteren

priegeltje   iets, pietsie

priel - doorgang, (vaar)geul

priem - aal, breinaald, breipen, bros, dolk, els, marlpen, pen, pik, stift

priem van de leerwerker - bros

priembalk - balanspriem

priemel - kereltje, ventje

priemen   doorboren, doorsteken, prikken

priemkruid - subularia, verfbrem

priem of els - prikpen

priem of naald - els

priemstaart - aarsmade

priemvormig - subulaat

priemvormig orgaan - doorn, stekel

priemvormig voorwerp - naald, speld

pries - snuifje

priester - biechtvader, bisschop, bonze, brahmaan, deken, druïde, Eli, goeroe, kapelaan, lazarist, leviet, magiër, officiaal, pastoor, pater, plebaan, pontifex, pope, prelaat, presbyter, sjinto

priester belast met bewaking van de tempel   Leviet

priester der Griekse kerk   pope

priester der Kelten   druïde

priester die net gewijd is - neomist

priester-arbeider   abbé

priesterband - stool

priesteres van Demeter - Lambe

priesteres van het orakel te Delphi - Pythia

priestergewaad   albe, habijt, parament, pij, soutane, talaar, toog

priestergordel   singel

priesterheerschappij - hiërarchie, hiërocratie, theocratie

priesterhelper - leviet

priesterhuis - convict

priesterkalot   solidee

priesterkleed - albe, amikt, habijt, humeraal, koorkap, pij, soutane, stool, talaar, toga, toog

priesterkoor - presbyterium, sanctuarium

priesterkruin   tonsuur

priesterlijk - hyëratisch, sacerdotaal

priesterlijk opperkleed   stola

priesterlijk overkleed - dalmatiek

priesterlijk parament   stool

priestermuts - bonnet, kalot, solidee

priesterregering   theocratie

priesterschap - hyërarchie

priesterschool - semenarie

priesterstand   clerus, geestelijkheid

piester van de Griekse kerk in Rusland - pope

priester van Silo - Eli

prietpraat   kletspraat

prik - frisdrank, injectie, inspuiting, kik, lamprei, negenoog, pik, punctie, steek, windel

prikje   spotprijs

prikkebeen   spillebeen

prikkel – aandrang, aandrift, aansporing, aantrekkingskracht, beroering, drijfveer, impuls, opwekking, prik, prikkeling, sensatie, stekel, stimulans, tinteling

prikkel van koude   tintel

prikkelbaar   chagrijnig, driftig, galachtig, geïrriteerd, gevoelig, gramstorig, humeurig, incitabel, irretabel, kittelorig, kniezerig, knorrig, korzelig, kregel, kregelig, kribbig, kriemelig, kriewelig, lastig, lichtgeraakt, lichtgevoelig, neetorig, netelig, oplopend, opvliegend, overgevoelig, sanguinisch, sensibel, susceptibel, wrevelig

prikkelbaar, driftig mens - sanguinicus

prikkelbaar mens   chagrijn, driftkop, neetoor

prikkelbaarheid   incitabiliteit, irritabiliteit, kregeligheid, sensibiliteit

prikkeldraad - pinnekensdraad, stekeldraad

prikkelen - aansporen, aanwakkeren, aanzetten, agaceren, enerveren, ergeren, exciteren, inciteren, irriteren, kittelen, kriebelen, nopen, ontstemmen, ontzenuwen, opjagen, opwekken, pikeren, sarren, steken, stimuleren, tarten, tergen, tintelen, verhitten

prikkelend - irritant, irritatief, irriterend, pikant, tintelend, verhittend

prikkelend plagen - tarten

prikkeling - aandrang, aandrift, aandrijving, aansporing, aanvuring, aanzetting, angel, doorn, doren, ergernis, impuls, incitatie, irritatie, instigatie, kriebel, ophitsing, opruiing, opwekking, reactie, sensatie, stekel, stimulans, stimulatie, stimulus, tintel(ing), ergernis, aanstoot

prikkellectuur   erotica, pornografie, schund

prikkel van koude - tintel, tinteling

prikken - aansporen, beledigen, netelen, nopen, opwekken, prikkelen, puncteren, steken, stekken, stoken, tintelen

prikkend - stekend

prikkendief - ooievaar

prikketoot - prikkorf

prikneusje - bernagie, bolderik

prikpen - priem

prikpen voor papier - liaspen

prikplant - cactus

prikslee - ijsslee

priksleestok - polster

prikvis - rondbek

prikwater - spuitwater

prikzucht - kentomanie

pril - fris, groen, jeugdig, jong, nieuw, onrijp, vroeg

pril en jong - jeugdig

prim - leep, slim

prima - akkoord, bekoorlijk, best, brillant, degelijk, eersteklas, eminent, excellent, heerlijk, lieflijk, opperbest, patent, prachtig, probaat, puik, schitterend, steengoed, tiptop, uitmuntend, uitnemend, uitstekend, voorbeeldig, voortreffelijk

primadonna   vedette, ster

prima en fijn - puik

prima in orde - tiptop

primair   (aller)eerst, eerstens, voornaamste

primaire kleur   blauw, geel, rood

prime - grondtoon

primeren   bekronen, overheersen, voorgaan

primeur - eersteling, nieuwtje, scoop

primitief - eenvoudig, gebrekkig, onbeholpen, oorspronkelijk, primair, simpel

primitief vaartuig   vlot

primitief vuurwapen   donderbus, snaphaan

primitief wapen   boog, bij, goedendag, knots, knuppel, lans, pijl, speer, spies

primitieve boot - korjaal

primitieve wereldbeschouwing - animatisme, animisme

primitieven - natuurvolken

primitieve woning - hut

primo   (aller)eerst, eerstens

primogenituur   eerstgeboorterecht

primordiaal   fundamenteel, grondig, oorspronkelijk

primula   sleutelbloem, zevenster

primulacee - aurikel, beveroor, cyclamen, dwergbloem, guichelheil, hottania, melkkruid, penningkruid, sleutlbloem, waterpunge, wederik, zevenster

primus - brander, eerste, kooktoestel

Prince Edward Island, hoofdstad van - Charlottetown

principaal - baas, chef, committent, lastgever, patroon, prestant, superieur, volmachtgever

principe   beginsel, grondbeginsel, grondoorzaak, grondregel, grondstelling, stelrgel, uitgangspunt

principe van oorzakelijkheid - causaliteitsbeginsel

principieel - beginselvast, essentieel, fundamenteel

principiële kwestie - beginsel

prins - koningszoon, vorst

prins in Abessinië - ras

prins in Spanje en Portugal - infant

prinsdom - vorstendom

prinsdom in Engolflnd - Wales

prinsdom in Frankrijk - Orange

prinselijk - groots, weelderig

prinsemarij - justitie, politie

prinsendopper - doperwt

prinsenhof - residentie

prinsenpaleis (Indonesisch) - astana

prinsentitel in Peru - inka, mirza

prinsentitel in Perzië   mirza

prinserij - justitie

prinses   Beatrix, Christina, edelvrouw, Irene, Margriet, Marijke

prinses in Engeland - Anne

prinses in Spanje en Portugal - infante

prinses van België - Louisa, Ludovica, Paola

prinses van Cyrene - Berenice

prinses van Kolchis - Medea

princss van Kreta - Ariadne

prinsesseboon - slaboon, sperzieboon, suikerboon,

prinsessenobel - appel

prins gemaal   Bernhard, Claus, consort

prinsheerlijk - brutaalweg, vrijmoedig,

print - afdruk, prent, uitdraai

printen - uitdraaien

print-out - uitdraai

prior - abt, kloosteroverste, overste, prelaat

priores - abdis

prioriteit   voorrang

priorschap   prioraat

priorij - klooster

prise   snuifje

prismabeeld - spectrum

privaat - afzonderlijk, gemak, hof, kabinet, latrine, particulier, persoonlijk, privé, retirade, secreet, stilletje, toilet, vertrouwelijk, wc

privaatcollege - privatissmium

privaat in de openlucht - latrine, urinoir

privaatles - priveles

privaatput - beerput

privatim - afzonderlijk

privé - eigen, particulier, persoonlijk, privaat

privé-les - privaatles

privé-leven - privacy

privilege - gunst, keus, optie, recht, voorkeur, voorrang, voorrecht

privilegiëren - bevoorrechten

prix - prijs, studietoelage

pro   voor

probaat - afdoend, beproefd, deugdelijk, getest, opperbest, patent, prima, puik, uitstekend

probabel - waarschijnlijk

probabiliteit - waarschijnlijkheid

probatie - proef

probeersel - experiment, poging, proef

probeersteen - toetssteen

proberen   aanzien, beproeven, bezien, onderzoeken, overwegen, pogen, proeve, proeven, testen, toetsen, trachten, wagen

probiteit   eerlijkheid, integriteit, rechtschapenheid

probleem   dilemma, geschil, kwestie, moeilijkheid, opgave, puzzel, raadsel, som, strijdvraag, vraagstuk, werkstuk

probleem van het personeel - personeelsprobleem

probleemstelling - problematiek

problematisch   betwistbaar, onopgelost, onzeker, produktiemethode, twijfelachtig

procédé - behandeling, methode, werkwijze

procederen - handelen

procédé van lichtdrukgravure   koperdiepdruk

procederen - pleiten

procedure   geding, methode, procesrecht, proces(voering), werkwijze

procent - percent, pet, pst

percentsgewijze korting op wissels - disconto

procentueel bedrag waarmee de hoofdsom ener belasting wordt vermeerderd - opcenten

proces - geding, lis, pleidooi, pleit, procedure, rechtsgeding, rechtszaak, twistgeding, verloop, voortgang, zaak

processtukken - dingtalen

proces verbaal   bon, bekeuring, rapport

proces verbaal opmaken - bekeuren

proces waarbij het geluid later op de filmstrook wordt aangebracht - nasynchronisatie

proces waarbij ionen ontstaan - ionisatie

procespartij   eiser, eiseres, gedaagde

processie - bedevaart, kerkvaart, omgang, optocht, rij, sleep, stoet

processievaandel   labarum

processtukken - dossier

procesverbaal - bekeuring, bon, rapport

procesvoerder - litigant

proclamatie - afkondiging, bekendmaking

proclameren - afkondigen, bekentmaken

proconsul - stadhouder

procreatie - teling, voortplanting

procreëren - telen

procuratie - volmacht (schriftelijke)

procureur   proc., pleitbezorger, solicitor

procureur-crimineel - generaal-auditor

procureur generaal   p.g.

procureursspek - boterhamspek

pro deo   p.d., gratis, kosteloos

prodigieut - bovenmatig, verwonderlijk

pro memorie - pm

producent   fabrikant, leverancier, maker, ondernemer, vervaardiger, voortbrenger

produceren - aanmaken, afleveren, fabriceren, leveren, opleveren, vervaardigen, voortbrengen

product   bedrag, gevolg, goed, maaksel, opbrengst, resultaat, uitkomst, uitslag, vermenigvuldigings uitkomst, voortbrengsel, vrucht, waar

produkt aan de lopende band - serieprodukt

produkt bereid uit hars - harskoek, harsspiritus, harszeep

product bij alcoholfabricage   foezel

product bij suikerbereiding   diksap

produkt der bijnieren - adrenaline

produkt der klieren - klieruitscheiding, speeksel, zweet

produkt (merkwaardig) - vreemde

produkt uit Aalsmeer - bloemen

produkt uit Alkmaar en Edam - kaas

produkt uit Banka - tin

produkt uit bladvezels - sisal

product uit Delft   aardewerk, Delfts blauw, gist, porselein, slaolie

produkt uit Deventer - gemberkoek, koek

produkt uit Eindhoven - auto, gloeilamp, verlichtingsartikelen

product uit Gouda   kaarsen, kaas, stroopwafels

product uit Leiden   kaas, laken

product uit ruwe petroleum en koolteer - nafta

product van bladvezels   sisal

product van de bijnieren   adrenaline

product van de kip   ei

product van de lever   gal

product van de olifant - elpenbeen, ivoor

produkt van een getal - veelvoud

produkt van een palmboom - palmolie

product van een potvis - amber

produkt van een schelp - parel

produkt van getallen - vermenigvuldiging

produkt van hennepplant - hasj, marihuana, touw, vezel

product van moeizame geestelijke arbeid   elaboraat

product van schildklier   hormoon

product van twee of meer factoren - macht


1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina