P pa papa, va, vader pa (Engels) dad, daddy pa of ma



Dovnload 0.91 Mb.
Pagina13/13
Datum22.07.2016
Grootte0.91 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

pseudoniem van W. Oeljanov   Lenin

psittacosis - pappagaaienziekte

psyche - ziel

psychiater   zenuwarts

psychisch - geestelijk, mentaal

psychische gesteldheid - zenuwgestel

psycho-analyse, vader van de - Freud

psychoanalytisch begrip - narcisme

psychologie - zielkunde, zieleleer

psychologie van het lichamelijk gedrag - behaviourisme

psychologie van het onderbewustzijn - dieptepsychologie

psychose - zielsziekte

pub - cafe, drankhuis, dranklokaal, herberg

puber - halfwas, jongeling, jongeman, melkmuil

puberteitsjaren - jongensjaren, vlegeljaren

publicatie - aankondiging, bekendmaking, kennisgeving

publiceren - afkondigen, bekendmaken, openbaarmaken, uitgeven

publicatietoestemming   evulgetur

publiciteit   bekendheid, naam, openbaarheid, openbaarmaking, propaganda, reclame

publiek   auditorium, aanwezigen, bekend, bezoekers, gehoor, gehoorzaal, kijkers, men, menigte, omstanders, openbaar, openlijk, toegankelijk,toeschouwers, volk

publiek gebouw - bibliotheek, casino, kerk, museum, station, tempel

publieke aanprijzing - reclame

publieke bedrijfsorganisatie - pbo

publieke bekendmaking, annonce

publieke betoging - demonstratie, manifestatie

publieke gebeurtenid - evenement

publieke lokaliteit - cafe

publieke mening - concensus

publieke veiligheidsdienst - politie

publieke vermakelijkheid - bioscoop, circus, dancing, disco, feest, sport

publieke vrouw - hoer, meretrix, prostituee

publieke wandelplaats - park, plantsoen

publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie   P.B.O.

pudding - custard, toetje, vla

puddingsteen - conglomeraat

pudiek - eerbaar, kuis, schaamachtig

pueblo - gemeente, plaats

pueriel   kinderachtig, kinderlijk

Puerto Rico, hoofdstad van - San Juan

puf - animo, fut, lust, moed, trek

puffen - blazen, roken

pufferig - benauwd

pugilist   bokser, vuistvechter

pui   bordes, buitenmuur, gevel, ondergevel, stoep, voorgevel, voormuur

puibil - kikkerbil

puik - best, bloem, elite, fijn, goed, heerlijk, keur, opperbest, parel, patent, prima, probaat, voortreffelijk, uitgelezen, uitmuntend, uitnemend, uitstekend

puikop   kikkervisje, dikkop

puilen - bollen, uitsteken, zwellen

puim - klap, opstopper, slag

puin   afbraak, afval, bik, bouwval, rommel, ruïne, steenafval, steenslag

puinen - zuiveren

puinbed - onderlaag (van een wegdek)

puinhoop - bende, bouwval, chaos, karbonkel, ravage, rommel, rotzooi, ruïne, steenberg, troep

puimsteenaarde - tras

puinsteengruis - bims

pui of muur - wand

puirek - eendekroos

puist - blaar, bobbel, bult, etterzweer, fistel, gezwel, karbonkel, negenoog, pok, pukkel, pustula, zweer, zwelling

puisteen - gevelsteen

puistekop - ellendeling

puisten op de huid - acne, uitslag

puisterig - puistig, pustuleus

puistje - exantheem, pok, pukkel, zweertje

puistjes - uitslag

puit - geldbeurs, kikker, kikvors, klamp, puut, trommel, visnet, zakje

puitaal - aalgeerkwab, aalkwebbe, aalpuit, kwab, kwabbe, kwebaal, lomp, magaal, meun, moeraal

puk - dreumus, kleuter

pukkel - bobbel, pok, puist, ransel, rugzak, soldatentas, zweer

pul - bier(kan), kruik, kuiken, nap, pint, tul, urn, vaas, vaaskuiken

pul bier - pint

pulken   peuteren, plukken, punniken, trekken

pulley - poelie

pulover - puli, trui

pul of pot - vaas

pulp - houtpap, melasse, veevoer

pulp van suikerriet – ampas

puls - polszak

pulsatie - plosslag

pulsen - kloppen, slaan

pulseren   klappen, kloppen, slaan

pulsimeter - polsmeter

pulver - buskruit, poeder, poeier, stof

pulverig   mul, rul

pummel - heikneuter, hufter, kinkel, knuppel, lomperd, lummel, onfatsoen, pummel, rekel, vlegel

punch - pit

punctie - prik

punctie van het trommelvlies - paracentese

punctualiteit - stiptheid

punctueel   nauwgezet, nauwkeurig, precies, stipt

punctuur   prik, punctie

pungel – bundel, zak

pungelaar – smokkelaar

punniken – handwerken, peuteren, pulken

Punisch   Carthaags

Punjab, hoofdstad van - Chandigarth

punt   feit, hoogtepunt, nip, stip, piek, plek, plaats, punctum, nijpunt, sluitteken, spits, timp, tip, tittel, top, zaak

punt aan uitspansel   nadir, zenith

punt in cricketspel   run

punt in zonnestelsel   nadir, zenith

punt op snavel van jonge vogel - eitand

punt van behandeling   kwestie object, onderwerp, thema, zaak

punt van de maanbaan het dichtst bij de aarde - périgeum

punt van een beitel of pijl - aar

punt van een rekening   post

punt van verschil - controverse, finish, geschrijf, gesprek, verschilpunt

punt van waar men uitgaat   begin, uitgangspunt, beginpunt

puntbaardje - Napoleon, sik

puntbrood   timp

puntdicht - epigram, hekeldicht, limerick, satire, sneldicht, xenie

puntdichtschrijver - epigrammist

puntdiertje - nomade

puntdraad - pinnekensdraad, prikkeldraad, rasterdraad

punteloos - morné, stomp

puntelijk - accuraat, keurig, netjes, precies, stipt

punten - scherpen

puntenaantal - score

puntenlijst - cijferlijst, rapport

puntenopeenvolging - lijn

punter - bark, grundel

punterdorp - Giethoorn

punteren - stippelen, varen

punthameren - bosseren, boucharderen

punthoed - mijter, steek

puntig - aardig, beknopt, bondig, geestig, gepunt, hekelend, kattig, kittig, net, netjes, pikant, pittig, prikkelig, proper, scherp(zinnig), snedig, spits, stekelig

puntig afsnijden - geren

puntig baardje   napoleon

puntig (Fr) - aigu

puntig broodje - kadet

puntig deel - slip, split, stip

puntigheid - beknoptheid, raakheid, scherpte

puntig houten paaltje   piket

puntig ijzer - drevel

puntig instrument – priem

puntig krentenbroodje - amanda

puntig omgebogen ijzer   pook

puntig plantendeel   doorn, doren, stekel

puntig scherp voorwerp - naald

puntig toelopende strook grond - sniep

puntig uiteinde   spits

puntig uitsteeksel - angel, arend, doorn, doren, piek, staart, stekel, tand, weerhaak

puntig voorwerp - els, lans, naald, nagel, pen, piek, pin, priem, punaise, pijl, speer, speld, spies, spijker, stift

puntige degen - rapier

puntige haak - kram

puntige (ram)voorsteven van een schip (Romeins) - sneb

puntige spits   spon

puntige staaf – spit

pintige top - spits

puntige uitwas – distel, doorn, spriet, stekel

puntje - stip, tip

punt op de i zetten - betittelen

puntkoralen - milleporen

puntoog - ocel

puntje op snavel   eitand

punt van behandeling - item, kwestie, object, onderwerp, thema, zaak

punt vanwaar men uitgaat - begin, beginpunt, meet

uitgangspunt



puntzak   peperhuisje

pupil   élève, favoriet, kwekeling, leerling, lieveling, oogappel, pleegkind, voedsterling

pupilverwijdend - mydriatisch

puppy - hondenjong

punt van behandeling - kwestie, object, thema, zaak

oogappel, pleegkind



puree - brij, narigheid, stamppot

puree van vruchten - moes

puren - louteren, putten,schoonmaken, zuigen, zuiveren

purgatorium   vagevuur

purgeermiddel   aloe(pil), bitteraarde, boksdoorn, cascara, castorolie, clisteer, cremotart, dragant, drastica, jalap(pe), kastorolie, lactobiel, laxans, laxatief, laxeermiddel, magnesia, purgans, purgatie, purgarief, purge, ricineolie, ricinusolie, seneblad, wonderolie, zetpil

purgeren   laxeren

purgerend - (buik)zuiverend, laxatief

purificatie   reiniging, zuivering

purimfeest   Hamansfeest

purist   taalzuiveraar

purper - donkerrood, karmozijn, paars, paarsrood

purperhart - paardenvleesbout

purperhout - amarant(hout)

purperhoutboom - palissander(hout)

purperkleur - amarant, lila

purperkleurig gesteente - porfier

purperkorrels - kermes

purperminde - ipomoea

purperrode verfstof - liguline, orseille

purperrood - amarant, donkerrood, karmozijn, ponceaurood

purperslak - murex, purpura

purpersteen - porfier, porfiet

purperverf - karmozijn

purperverkoopster - Lydia

purperzuur - murexide

pur sang - raspaard, volbloed

pus   etter, wondvocht

pussen - etteren

pustel - puist

put   afgrond, bron, diepte, dieptepunt, ganzebordfiguur, gat, kolk, kuil, schacht, uitholling, waterdiepte, wel

put zonder bodem   zinkput

putemmer - aker, ameraal, emmer, kruik, puls, puts, putse, schepemmer

putje - kuiltje, uitholling

putoor - roerdomp

putplant - freatofyt

puts - aker, ameraal, kruik, melkemmer, putemmer, putse, schepemmer, scheepsemmer

putsch   coup, staatsgreep

putse - emmer, kruik, puts

puttee - beenwindsel

putten - begraven, inkuilen, scheppen

putten uit - ontlenen

puttenzuiger - rioolwagen, kolkenzuiger

putter - distelvink, drinkebroer, golfstok, putbaas, tukker, zuiper

putterdistel - vederdistel

puur   bloot, enkel, (klink)klaar, louter, maagdelijk, naturel, onbevlekt, ongerept, onverdund, onvermengd, onvervalst, onvoorwaardelijk, rein, zuiver

puzzel - achthoek, contactraadsel, cryptogram, cijferpuzzel, denkertje, diagonaalraadsel, doorloper, enigma, hersenbreker, karbonkel, koppelraadsel, kruiswoord, kruiswoordraadsel, kruiswoordvariatie, kryptogram, lettergreepraadsel, probleem, raadsel, raadselvergelijking, rebus, sudoku, traliewerk, verschuifraadsel, vlechtwerk, vraagstuk, woordrangschikking, woordverandering, woordzoeker

puzzelen - piekeren

pij - habijt, monnikskleed, opperkleed, overkleed

pijjekker - jekker, wambuis, zeemansjas

pijk - schoppen

pijl - fleche, flits, schicht, straal, wegwijzer

pijlbundeldrager - lictor

pijldraak - draakvis

pijler -bogendrager, drager, gewelvendrager, kolom, mijngang, schoorzuil, (steun)pilaar, steunzuil, stut, zuil

pijlgif - antiarine, curare (Zuidamerikaans)

pijlgif der indianen - urari

pijlkruid - adderkruid, adelaarsvaren, sagittaria, serpenttong, snoekenblad, zwanebloem

pijlschans - flêche

pijlsnel - vliegensvlug

pijlstaartvlinder - sfinx

pijlsteen - belemniet, donderbeitel, lynxsteen

pijlvergif der Indianen - curare

pijlvormig - sagittaal

pijlwichelarij - belomantie

pijlwortel - arrownoot

pijn - dolor, droefheid, leed(wezen), lijden, meralgie, penitentie, pijnboom, smart, verdriet, wee, zeer, zielensmart

pijn aandoen - pijnigen

pijn achteraf - napijn, nawee

pijn doen - bezeren, snerpen, striemen

pijn doende - pijnlijk

pijn hebben - lijden

pijn in de beenderen - astealgie

pijn in de gewrichten - jicht, omalgie, reumatiek

pijn in de hartstreek - angina pectoris, hartbeklemming, stenocardie

pijn in de heup - heupjicht, ischialgie, ischias

pijn in de lendenspieren - spit

pijn in de lever - hepatalgie, hepatitis

pijn in de milt - splenalgie

pijn in de nierstreek - nierkramp, stenofrie

pijn in de ruggegraat - rhachialgie

pijn in de schouderstreek - omalgie

pijn in de spieren - kramp

pijn in de tanden - tandpijn

pijn in een gewricht - jicht, myalgie, onalgie, podagra, reumatiek

pijn in het heupgewricht - coxalgie, coxodyni

pijn lijden - kwellen

pijn ondervinden - lijden

pijn veroorzakend - smartelijk

pijnappel - denappel

pijnappelklier - epifise, epifyse, hypofyse

pijnbank - folterbank, torture, tortuur

pijnbankje - fattul

pijnboom - ceder, cipres, den, lariks, lork, mast, spar

pijnbos - dennebos

pijne - last, moeite, smart

pijnen - drukken, kwellen, persen

pijnen (zich) - beijveren, inspannen

pijngevoeligheid - algesie

pijnhars - pek, pik

pijnigen - folteren, grieven, kastijden, krenken, kwellen, kwetsen, martelen, mishandelen, plagen, pijnen, steken, teisteren, tergen, tormenteren, verwonden

pijniger - folteraar, kweller

pijniging - foltering, kwelling, marteling, pijn, torment, tormenteren, tortureren, tortuur

pijnloos - onopvallend, zacht

pijnloosheid - anodyne, sedatief

pijnlijk - genant, gevoelig, hachelijk, lastig, moeilijk, navrant, netelig, nijpend, onaangenaam, penibel, precair, schrijnend, smartelijk, spit,

pijnlijk aangedaan - gegriefd, gekwetst

pijnlijk drukken - knellen

pijnlijk en scherp - stekend

pijnlijk gevolg - nawee

pijnlijk ongemak - hoofdpijn, kiespijn, spit

pijnlijk voorval - scène

pijnlijke gewaarwording - scheut

pijnlijke opzwelling - ontsteking

pijn of kommer - leed

pijn ondervinden - lijden

pijnlijke samentrekking - darmkramp, koliek, kramp, nekkramp, spasme, stuip

pijnlijke zwelling - blaar, bof, buil, bult

pijnstillend - kalmerend, pijnbedarend, pijnverzachtend, sedatief

pijnstillend middel - analgeticum, anodyne, aspirine, calmans, fenacetine, morfine, opiaat, opium, palliatief, saridon, sedatief

pijnstillende olie - kajapoetolie

pijn, verdwenen - analgesie

pijp - ader, blaaspijp, buis, cilinder, fluit, ingang, kachelpijp, koker, leiding, orgelpijp, pijplak, riool, roer, schacht, staaf, stang, tabakspijp, tuit

pijp met tongwerk - labiaal

pijp om vuur aan te blazen - balg, blaas

pijp uit Zuid-Holland - gouwenaar

pijp van een ketel - tuit

pijpbloem - aristolochea, clematis, saraceenskruid

pijpdoorsteker - baleintje, kloker, peuter, pijpekoter, pijpenwroeter, smeel(tje)

pijpen - fluiten

pijpengaal - kruiwagen

pijpenkruid - macaronikruid

pijpenla - slurf

pijpenwroeter - kloker, pijpuithaler

pijper - fluitspeler

pijpestrootje - bentgras, boendergras, kwajongen, molinia

pijphout - bruyère, perehout, vaathout

pijpje - buisje

pijpje kinabast - snitsel

pijpkan - nun

pijp om vuur aan te blazen - blaasbalg

pijpsoort - doorroker, bruyère, gouwenaar

pijptabak - mixture

pijpuithaler - pijpenpeuter

pijpverbinding - koppel, mof, nippel

pijpvis - fluitbekvis

pijpwortelmeel - araroet, arrowroot

pijpzak - doedelzak

pijpzwart - roet

pijpzweer - fistel, syrinx

pijzel - graanzolder

pyama - nachtgewaad, negrito

pygmee - Akka, Bamboeti, dwerg

pygmee buiten Afrika - negrito

pygmoïde negers - negrillen

pyloon - boortoren

pylorus - maaguitgang

Pyreneën, rivier (ontsprongen) in de -

3 Têt

4 Agly, Aspe, Aude, Nive, Tech

5 Adour, Neste, Segre

6 Aragon, Ariège

7 Gallego, Gaonne, Noguera

8 Bidassoa

Pyreneën, top in de - Aneto, Anie, Bilaitous, Vignemale

pyriet   zwavelkies

pyrolacee - montropa, pyrola, stofzand, wintergroen, zonderblad

pyromaan   brandstichter

pyrometer   vuurmeter

pyrotechnicus   vuurwerkmaker

pyroxeen - aumiet, euliet, fassaiet, jadeïet, kunziet, trifaan

1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina