P pa papa, va, vader pa (Engels) dad, daddy pa of ma



Dovnload 0.91 Mb.
Pagina2/13
Datum22.07.2016
Grootte0.91 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13
part   aandeel, brok, deel, derde, fragment, gedeelte, helft, kwantum, moot, partij, portie, quantum, segment, stuk, vierde (enz.)

part   bedrog, gril, list, poets, streek

partageren - verdelen

parten - (ver)delen

parterre   beneden, benedenverdieping, gelijkvloers, onder, schouwburgrang

partiaal - partijdig

pasticipatie - belang, deelneming

participant - aandeelhouder, deelgenoot, deelhebber

participatiestelsel   winstdeling

participium - deelwoord

particulariseren - uiteenzetten, vertellen

particulier - afzonderlijk, familiair, intiem, privé, privaat

particuliere onderwijzer(es) - Gouvernant(e)

particuliere vlootbezitter   Onassis

partieel - gedeeltelijk

partikel   bijwoord, deeltje, rededeel, voegwoord, voorzetsel

partime - deeltijd

partitie - indeling, partituur, verdeling

partizaan - guerrillastrijder, helleveeg

partizanenstrijd   guerrilla, verzet

partje - stukje

partner   dansgenoot, deelgenoot, genoot, maat, man, mededanser, vrouw, wederhelft medespeler

partner van Ot   Sien

partner van Pim   Mien

partner van Snip   Snap

partus - baring, bevalling

- partijdigheid, tweedracht, verdeeldheid

part of moot – schijf

part vis - moot

party - instuif, ontvangst

partij - aan(deel), gedeelte, feest, fractie, fuif, game, groep, hoeveelheid, instuif, kaveling, lading, massa, ontvangst, portie, verenigig, vracht



partij in een rechtsgeding - dager, eiser, eiseres, gedaagde

partij van verzet - oppositie

partijblok in vertegenwoordiging - fractie

partijdig - afhankelijk, eenzijdig, partiaal, vooringenomen

partijdigheid - eenzijdigheid, partialiteit, vooringenomenheid

partijen die oorlog voeren - belligerenten

partijganger - partizaan

partijke - kattestaart, lythrum

partijkrant - orgaan

partijleider - bons, bonze

partij in een rechtsgeding - beklaagde, eiser, eiseres, gedaagde

partijschap



parure - opschik, tooi

Parvati - Durga, Kali

parvenu - opkomeling, oweeër, prol, snob

Parijs modehuis   Dior, Balmain, Patou

Parijs museum in - Louvre

Parijs rood   ijzermenie

Parijse straatrover - apache

Parijse universiteit   Sorbonne

Parijse voorstad - Antony, Argenteuil, Asnières, Aubervilliers, Aul-sous-Bois, Bagneux, Bagnolet, Clicy, Créteil, Bondy, Colombes, Courbevoie, Drancy, Ivry, Meudon, Montrouge, Nanterre, Pantin, Puteaux, Sartrouville, Saint-Denis, Sarcelles, Sèvres, Suresnes, Versailles, Villejuif, Viscennes

Parijse wijk – Bourse, Elysee, Gobelins, Louvre, Luxenbourg, Menilmontant, Montmartre, Opéra, Observatoire, Panthéon, Popincour,Reuily, Temple,

pas - afpassen, bergengte, bergpad, doorgang, doortocht, engte, juist, kortgeleden, laatst(leden), nauwelijks, net, onlangs, paspoort, passage, recent, reisdocument, reispas, schrede, stap, tred (e), tree, voetstap, vrijbrief, vrijgeleide, waterpas, zojuist, zoëven, zojuist, zonet

pas gebeurd – even, net, onlangs, recent, zoëven, zojuist

pas geleden   kortelings, onlangs, recent

pas gemaakt   nieuw

pas gewijde   neofiet, nieuwbekeerde

pas gewijde priester   neomist

pas ontdtaan - nieuw

pas soldaat   recruut, rekruut, big

pas student - feut

pas voor mensen zonder nationaliteit - nansenpas

Pasen - Pascha, Pesaah

pasar (Ind.)   markt, marktplaats

pasbedacht - nieuw

pasganger - hakkenei, telganger

pasgang van een paard   tel(gang)

pasgebakken - vers

pasgebeurd - daareven, kersvers, kortelings, kortgeleden, nauwelijks

pasgeborene - baby, boorling, boreling, zuigeling

pasgebrand - brandvers

pasgehuwde - nupturiënt(e)

pas gekocht - nieuw

pasgetrouwde vrouw - bruid

pas gewijd priester   neomist

pas, hooggelegen berg - col

pashokje - paskamer

pasigrafie - tekenschrift

Pasja, gebied van een - pasjalik

pasje - stapje

paskwil   grap, pamflet, parodie, pasquinade schotschrift, smaadschrift, spotternij, vlugschrift

paskwillig - belachelijk, gek, mal, vreemd

paslood - schietlood

pasmunt – appoint, kleingeld, obolus, obool (Grieks), specie, wisselgeld

paspoort - doorlaatbewijs, geleidebrief, identiteitsbewijs, ontslagbrief, pas, reisdocument, reispas, vrijgeleide

paspoort van een schip   zee pas

paspop - mannequin

pasquinade   libel, paskwil, schotschrift, smaadschrift

passaat - valwind

passabel - draaglijk

passacaglia - muziekstuk

passage   aanwijzing, doorgang, doortocht, doorvaart, overtocht, overvaart, pas, poort, teken, tunnel, weg, winkelgalerij

passage in een toneelstuk - claus

passagebureau - reisbureau

passagegeld - vervoerloon, vracht

passage in een toneelstuk - claus(e)

passagier - forens, reiziger, slechtvalk

passagier die niet betaalt   lifter, verstekeling

passagierder - zwierbol

passagieren - uitgaan

passagiersvalk - pelgrim

passagiersverblijf - cabine, hut

passagiersvliegtuig - liner, stratocruiser

passament - garnering, passabel

passant   reiziger, terloops, voorbijganger

passant (en)   terloops

passantenhuis - baaierd

passato (Italiaans) - verleden

passe - uitval

passe poil - bies, boordsel

passedroit - verongelijking

passeerbaar - gepasseerd, passabel, redelijk, tamelijk

passeerplaatje - centrumpunt

passelijk   redelijk, tamelijk

passement - agrement, belegsel, boordsel, galon, tres

passement van goud- of zilverdraad - bisette

passement van wol - galon

passementerie - boordsel, passement

passementwever - boordselwever

passen - (aan)meten, behoren, betamen, convenieren, horen, letten, lijken, meten, naaien, neggen, overeenstemmen, plaatsen, quadreren, schenken, schikken, voegen

passen bij   harmoniëren, overeenstemmen

passen op   bewaken

passend   aangegoten, adequaat, applicabel, behoorlijk, convenabel, behoorlijk, betamelijk, doelmatig, fair, gegoten, gelegen, genoegzaam, gepast, geschikt, juist, keurig, net, , sortabel, treffend

passend bij de omstandigheden - toepasselijk

passende makker - portuur

passenteller - hodometer, pedometer, podometer, wegmeter,

passe-partout - loper, lijst, perskaart, sleutel

passer - circinus

passer om cirkels te trekken - trekpasser

passer om lijnen te trekken - trekpen

passer voor kleine cirkels - oreillonpassertje

passeren - afwijzen, doorgeven, doortrekken, gebeuren, geschieden, inhalen, overgaan, overslaan, overtrekken, transet, voorbijgaan, voorvallen

passerplaatje - centrumpunt

passe-temps - tijdverdrijf

passie   drift, hartstocht, lijden, verliefdheid

passiebloem - passiflora

passieboek - passionarium

passief - berustend, decadent, gelaten, inactief, lijdelijk, lijdzaam, inactief, lijdend, lijdens, tekort

passieve natuurbeginsel (Chinees) - yin

passieweek - lijdensweek

passiewerktuig - doornenkroon, gesel, hamer, ladder, lans, nijptang, speer

passifloracee - passiebloem

passionato (muziek) - hartstochtelijk

passiva - lasten, schulden

passieve natuurbeginsel (Chinees) - yin

passiviteit - lijdelijkheid

passiewerktuig - doornenkroon, gesel, hamer, ladder, lans, nijptang, speer

Passionisten-congregatie - C.P.

passus - schrede, zinsnede

pasta - balsem, creme, deeg, smeersel, zalf

pastei - paté

pastei (Eng.) - pie

pasteibakker - patissier

pasteigebak - patisserie

pasteitje - kroket, paté, sat-

pastel - kleurkrijt, kleurstift, tekenstift, weda

pastelinkt - waterinkt

pastelkuip - wedekuip

pastella - podometer

pastelschilder - pastellist

pasteltint - geel

pasten - afgietsels

pasteus - deegachtig, vettig, week

pasticheren - nabootsen, volgen

pastille - tablet

pastinaak - pinksternakel

pastoor - biechtvader, cure, herder, priester, zeemeeuw, zielenherder

pastoor van een kathedraal   plebaan

pastoor der parochie - heeroom

pastoorschap - pastoraat

pastoorshemd - melkvel

pastor - herder, hoeder, predikant

pastoraal - herderlijk, landelijk, zielverzorgend

pastoraat - pastoorschap, domineeschap, predikantschap

pastorale   Granida (Hooft), Leeuwendalers (Vondel), gedicht, herdersspel, herderslied

pastoralia   pastoriegoederen, pastoorszaken, predikantszaken

pastorie - weem, weme

pastoriegoederen - pastoralia

pastij - paté

pas voorgevallen - recent

pasvorm - coupe, model, snede, snit

pasvormwerker - bankwerker

pas(te) - stade

pat   schaakterm, schouderstuk, remise

pataat - wortelknol

Patagoniërs - Chuelche, Tehuelche, Thoneca

Patagonische eilanden, een der - Chatham, Navarino, Staten-eiland, Vuurland

patakon - scheefbloem

patat - aardappel, frites,

patatgroeze - aardappelloof

patattebloem - aardappelmeel

paté - pastei, verflaag (schilderij)

patee - leverpastei, wildpastei

pateeke - gebakje

pateel - hostieschotel

patella - knieschijf, offerschotel

patena - ouwelschotel

patent   akte, eminent, evident, excellent, gezond, klaar, licensie, licentie, machtig, octrooi, opperbest, prima, probaat, puik, uitmuntend, uitstekend, vergunning, voortreffelijk

patent geven - patenteren

patent uitreiken of verlenen - patenteren

patenthout – houtdeeg, houtsurrogaat

pater   geestelijke, kloosterling, ordegeestelijke, padre, priester, vader

pater familias   huisvader

paternalisme   bevoogding

paterniteit - vaderschap

paternoster   handboeien, rozenkrans,

paternosterboom - zedrak

paterskap - monnikskap

pathetisch - patetico

pathologie   ziektekunde, ziektenleer

pathologisch - ziekelijk

pathologische gespletenheid - schizofrenie

pathos   bezieling, (gemoeds )aandoening, gezwollenheid, hartstocht, hartstochtelijkheid, hoogdravendheid, stemming, vuur

patiënt - kranke, lijder, zieke

patiëntie   geduld

patig - ridderzuring

patina - schotel

patineerder - meubelspuiter

patio   binnenplaats, binnenhof

patissier - banketbakker

patjakker - deugniet, fielt, ploert, schurk, schelm, smeerlap

patjol - hak

patois - dialect, volkstaal

patos - gezwollenheid, hartstochtelijkheid, stemming

patres, ad-gaan - overlijden

patria   vaderland

patriarch   aartsvader, stamvader

patriarch van een Koptische kerk - Aboena

patrijs - stempel, veldhoen

patrijshond   pointer, setter

patrijspoort - kajuitsraampje, scheepsraam

patrijsvalk - havik

patriot   vaderlander

patriottisch   vaderlands

patristiek - wijsbegeerte

patrocinatie - bescherming, verdediging

patronaat - bescherming

patroneren - begunstigen, behoeden, beschermen

patrones   Anna, beschermvrouwe, vrouw

patrones van de gehuwde vrouw - Anna

patrones van de kerkmuziek - Cecilia

patrones van Parijs - Genoveva

patronymicum - persoonsnaam

patroon - baas, beschermer, beschermheer, beschermheilige, bevorderaar, chef, dessin, granaat, kogel, koker, mal, meester, model, ondernemer, ontwerp, projectiel, schema, staal, stramien, tekening, voorbeeld, verdediger, vorm, schutsheilige, werkgever

patroon in stof - dessin

patroon van het bisdom Haarlem - Bavo

patroonschap - patronaat

patroontas - giberne

patrouille   verkenning, wachtronde

patrouIlletocht   ronde

patrijs - stempel (voor een matrijs), veldhoen

patrijs, soort - frankolijn, roelroel

patrijshond - jachthond, pointer, setter, spaniel, spiljoen, spion

patrijskruid - teunisbloem

patrijzennet - tirag

patrjspoort - spion

patrijsvalk - havik

pats   bons, dreun, klap, kletslel, mep, pets, slag, tik

patsen - gooien, smijten

patser - dikdoener, doordraaier, druktemaker, losbol, opschepper, ploert, poen, prol, pooier, smeerlap, schoft, schurk, souteneur, smeerlap

patijnen - patineren

pats op het oor - oorveeg

pauk - keteltrom, (ruit)trom, trommel,

pauken - keteltrommen, timpani

paukslager - paukenist, pauker

paumele - scharnier

pauper   arme, behoeftige, bezitloze, sloeber, zwerver

pauper worden - pauperiseren

pauropoda - weinigpotigen

paus   P., kerkvader, kerkvoogd, kerkvorst, papa, pontifex

pausa - rustteken

pausaanbidding - papolatrie

pausdom   papisme

pauselijk - papaal, pontificaal

pauselijk besluit - interdict, interdictie

pauselijk college - vicariaat

pauselijk gezant   ablegaat, legaat, (inter)nuntius

pauselijk gezinde - ultramontaan

pauselijk hof   curie

pauselijk kardinaalkamerheer - camerlengo

pauselijk leerstuk   encycliek

pauselijk paleis   Lateraan, Vaticaan

pauselijk schrijven - breve, encycliek, motu, proprio

pauselijk soldaat - zouaaf

pauselijk verblijf   Vaticaan

pauselijk verbod   interdict, interdictie

pauselijk vrijwilliger   zouaaf, zoeaaf

pauselijke afgezant - oblegaat

pauselijke ambassadeur - nuntius

pauselijke ambtenaar die beneficiën verleent - datarie

pauselijke brief   bul

pauselijke driekroon   tiaar, tiara

pauselijke gevolmachtigde - legaat

pauselijke gezant   Nuntius, Internuntius

pauselijke hofgeestelijke - prelaat

pauselijke inkomsten - annaten

pauselijke kleur - geel, wit

pauselijke kroon - tiara

pauselijke kruisstaf - ferula

pauselijke onderscheiding - Christusorde, Gregoriusorde, Piusorde, Silvesterorde

pauselijke rechtbank - rota

pauselijke regering - apostolaat, curie

pauselijke schatmeester   camerlengo

pauselijke soldaat - zouaaf

pauselijke staat   Vaticaan

pauselijke staf   ferula

pauselijke stoel   cathedra

pauselijke vertegenwoordiger - internuntius

pauselijke waardigheid   pontificaat, opperpriesterschap

pauselijke zendbrief - encycliek

pausennaam - Adeodaus, Adrianus, Agatho, Agapitus, Albertus, Alexander, Anastasius, Anavletus, Anicetus, Anterus, Benedictus, Bonifatius, Cajus, Callistus, Celestinus, Clemens, Conon, Coeletinus, Constantius, Cornelius, Christiphorus, Damasus, Deusdedit, Dianysius, Dioscorus, Donus, Eleutherius, Eugenius, Eulalius, Eusebius, Eutychianus, Evaristus, Fabianus, Felix, Formosus, Gelasius, Gregorius, Hadrianus, Hilarius, Hippolytus, Hormisdas, Honorius, Hyginus, Innocentius, Julius, Johannes, lando, Laurentius, Leo, Libarius, Linus, Luius, Marcellinus, Marcellus, Marcus, Martinus, Melchiades, Nicolaus, Novatianus, Paschalis, Paulus, Pelagius, Petrus, Philippus, Pius, Plus, Pontianus, Romanus, Sabinianus, Sergius, Severinus, Silverius, Silvester, Simplicius, Siricius, Sisinnius, Sixtus, Soter, Stephanus, Symmachus, Telesphorus, Theodorik, Theodorus, Urbanus, Ursinus, Valentinus, Victor, Vigilius, Vitalianus, Zacharius,

Zephyrinus, Zosimus



pausgezinde   papist

pausgezindheid - papisme

paustitel - primaat

paus zijn - pontificaat

pauw - horzel, siervogel

pauwebord - waaierbord

pauweweefsel - pauwoog

pauwgans - rotgans

pauze   entracte, intermezzo, onderbreking, rust, rustpoos, rusttijd, rustuur, schoft, stilstand, tacet (muz.), verpozing

pauze tussen twee bedrijven - entracte

pauzeren - onderbreken, pozen, rusten

pauzeren om te eten - schaften

pauzeteken   sela(h)

pavane   dans

paviljoen   bijgebouw, buitencafe, kiosk, lusthuis, parkhuisje

pax   vrede

peccabel - zondig

pech   panne, storing, mankement, oponthoud, storing, strop, tegenslag, tegenspoed, tegenvaller

pech aan schepen - averij

pech met een auto - panne

pechvogel   ongeluksvogel, schlemiel

pecunia - geld, vermogen

pecuniair   financieel, geldelijk

ped   step

pedaal   hefboom, trapper, voetklavier

pedaal van een orgel - voetbas

pedagogie - opvoedkunde

pedagogisch - opvoedkndig

pedagogisch vormen   opleiden

pedagoog   docent, leraar, onderwijzer, opvoeder, opvoedkundige, Comenius, Decroly, Fr�bel, Ligthart, Montessori, Pestalozzi, Rousseau,

pedagogie   opvoedkunde, opvoedingskunst

pedagogisch   opvoedkundig

pedagoog   opvoedkundige, opvoeder

pedagoog   Pestalozzi, Montessorie, Fröbel, Rousseau, Ligthart, Comenius, Decroly

pedant   arrogant, frikkig, ingebeeld, kwasterig, laatdunkend, minachtend, onderwijzer, opgeblazen, schoolmeesterig, schoolvos, verwaand, waanwijs, waanwijze, wijsneus, wijsneuzig

pedanterie   verwaandheid, waanwijsheid, schoolvosserij

peddel   riem, roeispaan, pagaai, paddel

peddelaar   fietser, roeier, wielrijder

peddelen - fietsen

peddelen in een vaartuig   kanoën

pedel   bediende, bode, stafdrager

pediater   kinderarts

pedicure   voetverzorger, voetverzorging

pedigree - stamboom

pedologie   bodemkunde

pedometer - hodometer, schredenteller

pee   biet, wortel

peen   biet, kroot, wortel

peenloof - wortelgroen

peer - fruit, hoofd, vader

peervormig - piriform

pees - gierigaard, koord, ligament, peem, snaar, snoer, spier, spiereinde, vrek, zeen, zenuw

peesdoorsnijding - tenotomie

peesknoop   ganglion

peesontsteking - tendinitis

peesvormig ijzer in een klok - klepel

peet - doopgetuige, peter, meter, peetoom, peetvader, tante,

peetmoei - commère

peetoom   peet, peter

peetoom (Spaans) - padrino

peettante   meter

peetvader - peet, peter

peeuwen - klagen, zeuren

peezuigen - klaplopen, profiteren

peg   keg, pen, pin, spie, wig

pegel   gulden, hoogtemerk, ijskegel

pegelaar - gierihaard, vrek

pegelen - merken, ijken

pegelstok - peilstok, ijkstok

pegulanten - duiten

peiger - kapot

peigeren - doodgaan, overlijden, sterven

peignoir   chamberloek, duster, gewaad, huis, huisgewaad, kamerjas, kimono, negligé, ochtend japon, merkstreep, ochtendjas, sjamberloek

peil - gehalte, graad, hoogte(merk), hoogtepunt, maatstaf, merk, niveau, pin, po, waterspiegel, waterstand, zeespiegel

peil van kennis - niveau

peilballon - sondeerballon

peilen – afdiepen, doorgronden, loden, meten naspeuren, onderzoeken, raaien, sonderen

peilen op de rivier   raaien

peiling - loding

peilinstallatie - radar

peilinstrument - radar, sonar

peillat - peilstok

peillood   dieplood, dieptemeter, handlood, lat(h)ometer, meetlood, schietlood, sonde, zeemeter, zinklood

peilmerk in maatkan   pegel

peilnaald - specillum

peilstift   sonde

peilstok   meetstok, peillat, polsstok, roeistok

peil van positie - graad

peil van water - hoogte

peinzen - broeden, denken, dromen, mediteren, mijmeren, nadenken, overdenken, piekeren, prakkiseren, suffen, zinnen

peinzend   mijmerend, nadenkend, pensief

peinzer - denker, filosoof, mijmeraar

peisteven - voederen, weiden

peizen - denken, piekeren

pek - asfalt, pik, teer

pekblende - uraniet

pekel   brem, brijn, zeewater, zoutwater

pekelachtig - zilt, zoutachtig

pekelbron - zoutbron

pekelen   inzouten, inmaken, inleggen, zouten

pekelwater - brijn

peken - pimpelen, zuipen

pekkool - gagaat

pekpleister - dropax

pekvat - teerton

pel   bast, bolster, dop, huid, schaal, schil(fer), spat, vlak, vlies

pelagische fauna - diepzeedieren

pelargonium - geranium

pelder   baarkleed, lijkkleed, lijkwaad, wade

pêle mêle - dooreen, fotoraam, mengelmoes, overhoop, wanorde, warboel

pelen - epileren, ontharen, pellen

pelerine - kraagmantel, pelgrimskleed, schoudermanteltje

pelgrim   bedevaartganger, passagiersvalk

pelgrim die naar Mekka is geweest - Hadji, Hadzji

pelgrimage   bedevaart

pelgrimsgewaad   paltrok

pelgrimsheilige - Franciscus

pelgrimskleed - paltrok, pelerine, pelgrimsgewaad,

pelgrimsmantel, pelgrimsrok



pelgrimsoord   bedevaartsoord; zie aldaar

pelgrimsoord van hindoes - Gangadvara, Hardwar

pelgrimsrok   paltrok

pelgrimsstaf   bourdon, palster

pelgrimstocht   bedevaart, pelgrimage, Hadj

pelikaan - kropgans, tandartstang

pelikaanachtige vogel   aalscholver, schollevaar

pelikaanachtigen - peticanidae

pelita - nachtlampje

pellen - afbikken, doppen, schillen

peller - pelmolenaar

pelmolenaar - gorter, grutter, peller

pelleterie   bontwerk, bontwinkel, pelswerk

pelleterie peluw   bolster, kussen

Peloponnesus - Morea

peloton - troep

pels   bontjas, dierenhuid, vacht

pels van de moerasbever - nutria

pels van de stinkmarter - nerts

pels van visotter - nerts

pelsbij - metselbij

pelsdier - bever, bisam(rat), karakoel, konijn, mink, nerts, otter, zilvervos

pelser - sardien

pelsjager - trapper, wildstroper

pelsjas   bontjas

pelskraag - rataline

pelsrob - zeebeer

pelssoort - astrakan, hermelijn, iltis, konijn, loutre, mink, nerts, ocelot, persianer, petitgris, sabel, seal, sealskin, sabelbont, veulen, wasbeerbont, yemen, zeebeer

pelsvreters - mallophaga

pelswerk   bont

pelswerker - bontwerker

pelterij   bontwerk, pelleterie

peluw - bolster, bulster, kussen, hoofdkussen, hoofdmatras, onderkussen

pelvimeter - bekkenpasse

pelvis - bekken

pen   balpen, bout, breinaald, ganzenpen, knijper, nagel, pin, pal, schacht, slagveer, spie speet, staaf, stift, veder, vederschacht, veder, vederschacht, veer, vulpen

pen in palingrokerij - speet

pen met palingen   speet

pen om spil vast te zetten   pal

pen tegen wagen rad   lens, luns

pen voor het spannen der snaren - keil, keiltje, wartel

pen voor tekenen van notenbalken - rastraal

penale wetten - strafwetten

penaliteit - straf (bepaling), strafbaarheid, strafwetgeving

penalty   strafschop

penaltygebied - strafschopgebied

penant - muurdam, muurvak, muurvlakte, steunpilaar, trumeau

penantspiegel - trumeau

penanttafeltje   console

penarie   angst, behoefte, benauwd, benauwdheid, ellende, gebrek, geldnood, geldverlegenheid, nood, perikel, rats, trammelant, verlegenheid

Penaten   huisgoden

pendag - wachtdag (ziekengeld)

pendam - schutdam

pendant - oorhanger, tegenhanger, tegenstuk

pendel - hanglamp, slinger

pendelen - forenzen

pendule   pronkklok, slingerklok, slingeruurwerk

pene   boete, straf

Penelope's gemaal   Odysseus

penen - wortelen, wortels

penetrabiliteit - poreusheid

penetrant   doordringend, indringend, scherp

penetreren - doordringen, doorgronden, doortrekken, drenken, uitvorsen

penhoren - torenslak

penibel   hachelijk, lastig, moeilijk, netelig, precair, pijnlijk, smartelijk

penicilline - antibiotica

peninsula - schiereiland

penis - fallus, roede

penitent   boeteling, biechteling

penitentie   boete, boetedoening, straf, bezoeking

pennen - inrijgen, persen, ringen, schrijven

pennenaam - pseudoniem, schuilnaam

pennenkunst   kalligrafie, schoonschrijfkunst

pennenlikker - klerk

pennemes - knipmes

pennennaam - pseudoniem

pennenstreek   haal, lus

pennestreek achter een handtekening - paraaf

pennenstrijd - controverse, polemiek, twistgeschrijf

pennestrijd voeren - polemiseren

pennestrijdvoerder - polemist

pennentrek   krul, paraaf

pennenvrucht   boek, geschrift, opstel, roman

pennenwisser - inktlap

penner - schrijver

pennetje   stift

pennetje in een tol - taats

pennetje in houten nagel - deutel

pennetje met kop - punaise, speld

pennetrek - haal, krul, paraaf

pennevoerder - secretaris

pennevrucht - boek, gedichtenbundel, geschrift, opstel, roman,

verhaal


pennewisser - inktlap

penniform - vedervormig

penning - besant, bras, gedenkpenning, geldstuk, legpenning, medaille, munt, muntstuk, negotie, spaarpenning,

penning met twee koppen of busten - bajoire

penningkenner - numismaticus

penningkruid - judaskruid

penningkunde   numismatiek

penningkundige - numismaticus

penningmeester   afschuimer, fiscus, geldbeheerder, kwestor, questor, thesaurier, trezorier

pennist - schrijver

pen om een spil vast te zetten - pal

penningplaat   plak, plaket

pens - koeienmaag

pensee - paars, viooltje

penseel - kwast, penicillum

penseelaapjes - oeistiti

penseelschrijver   letterschilder

penseelstreek - touche, toets

penselen - schilderen

Pennsylvanië, gebergte in - Alleghanies

Pennsylvanië, hoofdstad van - Harrisburg

penny   d., pence'

pennyweight - d.w.t.

penopening - glip

penose   onderwereld

pens - buik, koeienmaag, lichaam, rumen

penseel - kwast

penseelaapjes - oeistitie

penselen - schilderen

pensief   mijmerend, nadenkend, peinzend

pensioen - ambtsrust, jaargeld, uitkering, wedde

pensioen geven - pensionneren

pensioen uitkering   A.O.W.

pension - kostgeld, kostuis, logement

pensionaat - gevangenis, kostschool

pensiongeld - kostgld

pensjager   stroper

pensum   strafwerk, taak

penszak   dikbuik, vreetzak

penta - vijf

pentaëder   vijfvlak (regelmatig)

pentagonaal   vijfhoekig

pentagoon   vijfhoek

pentagram - stervijfhoek

pentastoma   tongvorm, linguatita

Pentateuch   Exodus, Numeri, Genesis, Leviticus, Deuteronomium

pentatlon - vijfkamp



penter - talie

penterig - pappig

penterschouw - polster

pentosaan - mannen, xylan

pentose   ribose, xylose

penvoerder - secreataris

penwortel - bout, hartwortel, naald, pin, spie

pep - branie, lef, pit, vuur

pepel - vlinder

peper - pimento



peper, bestanddeel van - chavicine, piperi(di)ne

peperachtige slingerplant - betel

peperboom - garoeboon

peperboompje- daphne

peperhuisje - puntzak

pepermunt   menthol

peperen - kruiden

pepereter - toekan

peperig - duur, prijzig

peper in azijn ingemaakt - peperoni

Peperkust - iberia

pepermuntlikeur - menthe

Pepermuntolie - menthol

pepernoot - kruidnoot

peperplant - betel

pepersoort   piment, pimento

peperstruik - kava, kawa

pepervogel - toekan

pepervreter - kirima, toekan, toko

pepervuur - springvuur

peperwortel   lepelblad, mieriks(wortel)

pepite   goudklomp

peplis - waterpostelein

pepmiddelen   amfetamine, cocaïne, dexedrine, heroïne, pervitine

peppel - abeel, esp, populier, ratelaar

peppil - preludine

pepsine   maagferment

per   bij door, in, met, middels, via

per abuis   abusievelijk

per accident   toevallig

per acquit   betaald, voldaan

per adres   p.a.

per cassa   contant

per dag   daags, dagelijks

per duizend   promille

per duizendste uitgedrukt gedeelte - promillage

per expresse   spoed, p.e.

per giro betalen   gireren, storten

per honderd   percent, procent

per honderdste uitgedrukt gedeelte - percentage

per jaar   annuel, jaarlijks

per maand   maandelijks, mensueel

per omgaande   p.o.

per persoon   p.p.

per schip reizen - varen

per se   beslist, stellig, noodzakelijk

per spoor reizen - sporen

per stuk   ad., p. st., à

per telefoon spreken   telefoneren

per telegraaf berichten   seinen, telegraferen

per toeval   accidenteel, toevallig

per tren reizen - sporen

per verzoekschrift - requestreren

per week   wekelijks

perceel - belending, deel, kavel, kaveling, pand, stuk

percent   pct., procent

percentage edele metalen in alliages - allooi

percentage van de rente   rentevoet, rentestandaard percentsgewijs

percentage van de sterfgevallen - letaliteit, mortaliteit,

sterftecijfer



honorarium   royalty

perceptie   inning, ontvangst

percipiëren - vatten

percoleren - filteren

percussie   slag, stoot, botsing

percussiedopje   slaghoedje

perditie - verdoemenis

pereboom - pirus

perelaar - perenboom

peremptoir   afdoend, beslissend, vernietigend

perenboom - parelaar

perenras - Bergamot, Beurré, Catillac, Charneux, Conference, Durondeau, Hardy, Legipont, Lucas, Wijnpeer

perfect - af, al, corrsct, foutloos, gaaf, geheel, keurig, ongeschondnl volkomen, volmaakt, uitmuntend, uitnemend, uitstekend

perfectum   perf.

perfektie   volmaaktheid, voortreffelijkheid

perfide   trouweloos, vals, verraderlijk

perfide Albion   Engeland

perforatie   doorboring, gaatje (s)

perforatielijn - rillijn

perforeren   doorboren

pergola   architraaf (op zuilen), booggang, draaghemel, prieel

peribool - omhaal

pericardium - hartzakje

periculeus   gevaarlijk, hachelijk

periculum - gevaar

periculum in mora   p.i.m.

periderm   kurkweefsel

peridot - chrysoliet, olivijn

periferie   buitenkant, cirkelomtrek, omgeving

perforeren - doorboren

periglaciaal bodemverschijnsel   solifluctie

perigoon   bloemdek

perikel - avontuur, gevaar, moeilijkheid, nood, penarie, probleem, risico, risiko, wederwaardigheid

periklaas - MgO

perikoop - deel

perineum - bilnaad

periode - cijfergroep, cyclus, duur, eeuw, era, fase, kringloop, passage, stadium, termijn, tijd, tijdkring, tijdperk, tijdruimte, tijdvak

periode   periode (geologisch)   kwartair, mesozoïcum, paleozoïcum, tertiair

periode (historisch)   bronstijd, bronstijdperk, m.e., middeleeuwen, oudheid, renaissance, steenperiode, steentijd, steentijdperk, verlichting, ijzerperiode, ijzertijd, ijzertijdperk,

periode ter bepaling van Pasen - epacta

periode tussen Archaeicum en Cambrium - Algonkium, Eozoïcum

periode van drie maanden   kwartaal,trimester

periode van duizend jaar   millennium, chiliade

periode van honderd jaar - centenarium, eeuw, era, seculum

periode van ontwikkeling - stadium

periode van overgang bij de vrouw - menopauze

periode van tien dagen   decade

periode van tien jaar   decennium

periode van twee dagen aan het eind van de week - weekend

periode van twee jaar - biennium

periode van tijd - chiliade, dag, decade, eeuw, era, etmaal, kwartaal, kwartier, lustrum, maand, millennium, minuut, seconde, semester, trimester, uur, week

periode van vier en twintig uur - etmaal

periode van vier jaar   Olympiade

periode van vier maanden - tertiaal, trimester

periode van vijf jaar - lustrum, quinquennium

periode van vijftig jaar - quinquagenarium

periode van zes maanden   halfjaar, semester

periode van zeven dagen - week

periode waarin men onderweg is - rijtijd

periodiek   blad, dagblad, krant, maandblad, magazijn, magazine, regelmatig, tijdschrift, weekblad

periodiek feest - diesviering, eeuwfeest, lustrumfeest

periodiek terugkerend - cyclisch

periodieke hete springbron - geiser

periodieke maanstanden - e.k., fasen, l.k., n.m., v.m.

periodieke niveauveranderingen van het zeewater -

getijden, seiches



periodieke onthouding   p.o.

periodieke regentijd   moesson

periodieke terugkeer - periodiciteit

periodieke uitkering - dagloon, dividend, jaarsalaris, maandloon, pensioen, rente, tantième, weekloon

periodieke vaste bijdrage - contributie

periodieke zwenking van de aarde - mutatie

perioeci   omwoners

periost   beenvlies

perpetie   verandering, omkeer

periscoop - verrekijker (voor onderzeeërs)

periscopisch   holbol

periskoopvis - anablebs

peristaltisch   wormvormig

peristyle - zuilengang, zuilenhof

peritoneum   buikvlies

peritonitis - buikvliesontsteking

perjurieus - meinedig

perk   bed, begrenzing, bloembed, bloemvak, border, gazon, grasveld, rabat, tuinvak,

perk met bloemen - bloembed

perkament – dierenhuid

perkament (fijn) - velijn

perkamentrol die weer leesbaar is gemaakt - palimpsest

perkamentshuid - xeroderma

perkamentshuidziekte - xeroderma

perkamentsoort - francijn, velijn,

perkenier - muskaatnootplanter

perkloos - onbegrensd

perkoen - dennenpaal

permanent - aanhoudend, almaar, blijvend, duurzaam, immer, onafgebroken, steeds, vaststaand, voortdurend

permanent bevroren grond   permafrost

permanent geel - bariumchromaat

permanente commissie   p.c.

permanente sterkte - fort

permanntgeel - bariumchromaat

permanentgroen - chroomgroen

permanentwave aanbrengen - permanenten

permeabel   doordringbaar, doorlatend

permetatie - familie, relatie

permis - vergunning, verlof

Permische periode - Dyas Perm

permissie - toelating, toestemming, vergunning, verlening, verlof

permit   geleidebiljet, toegangsbewijs, verlofbiljet

permitatie - familie, relatie, vergunning



permitteren - lijden, toestaan, vergunnen, veroorloven

permutatie   verandering, verplaatsing, verwisseling

Pernambuco, haven van - Tamandare

Pernambuco, hoofdstad van - Recife

pernicieus   nadelig, schadelijk, verderfelijk

pernod - berger

pernoze - arbeid, werk

peroratie   slotrede, slotwoord

perpendiculair - loodrecht, rechtstandig

perpetreren - bedrijven, begaan, volvoeren

perpetueel   aanhoudend, altijddurend, bestendig, onafgebroken, onophoudelijk

perpetueren - aanhouden, bestendigen, duren, eterniseren,

vereeuwigen, vervolgen, voortzetten



perplex   onthutst, onthutsing, onthutstheid, ontsteld, paf, verbaasd, verbluft, verbijsterd, versteld, verlegen, verwardheid, verward

perplexiteit - bedrempeldheid, ontsteltenis, onzekerheid, verbijstering, verlegenheid

perquireren - onderzoeken, uitvorsen

perron - plankier, platvorm, stationstoep

perron ingesloten door sporen - eilandperron

pers - drukmachine, drukpers, journalisten, mangel, media, medium, perzik, stok, roede, sapmachine, schrijvers, staak, stang

pers om produkten te binden - balenpers

persagentschap - afp

persbreidel - censuur

persbureau - ADN, AFP, Aneta, antara,A.N.P.,ANS(A), AP(A), ATS-SDA, Belga, CNA, CP, DPA, EPE, EXTEL, DYODO, MTI, NCNA, nieuwsagentschap, NTB, Reuter, TANJUG, TASS, UP(I), U.P.I.

perse - absoluut, stellig, zeker

persecuteren - vervolgen

persen - dringen, drukken, duwen, mangelen, nopen, platslaan, prangen, pijnen, samendrukken

persende mengen - kneden

perser - steenvormer

persevereren   volharden, volhouden

persgesprek   interview

persiaan - krimmer

persianer   astrakan

persiflage - bespotting, karikatuur

persing - tenesmos

persing in blaas of darm - tenesmus

perskaart   passepartout, verslaggeverskaart

perskuip - cuvé

perskuip (Fr.) - cuvee

persloop - dysenterie

persman   journalist, persmuskiet,redacteur, verslaggever

persmuskiet - dagbladschrijver, journalist, reporter

personage   persoon, figuur

personeel - werknemers

personeel aantrekken - werven

personeelsblad - orgaan

personen - lui, lieden, mensen

personen die een krant leiden - redactie

personen van adel   edelen

personenlijst - cedel, ceel

personenrecht - naam

personificatie   persoonsverbeelding

personificatie van de dood - Hein

personificatie van de gevaren van het verkeer - verkeersmoloch

personificatie van de Griekse gerechtigheid - Dike (godin)

personificatie van de huwelijkstrouw - Penelope

personificatie van de nijd - Invidia

personificatie van de onschuld - maagd

personificatie van de regenboog - Iris

personificatie van de vrede - Irene

personificatie van de vrijheid - Libertas

personificatie van de wederliefde - Anteros

personificatie van de Zuidenwind - Aeolus, Eolus

personificatie van een toorn - Ira, Nemesis

personificatie van het gemis - Pothos

personificatie van het succes - Felicitas

personificatie van het verlangen - himeros, Mimnermus

personificatie van Engeland - Bull

personificatie van Frankrijk - Marianne

personificatie van land of stad - maagd

personificatie van reinheid - Maria

personificatie van Rusland - Iwan

personificatie van Zwitserland   Helvetia

persoon   eenzaat, enkeling, figuur, heer, iemand, individu, kerel, man, mens, personage, speler, spreker, subject, sujet, vrouw

persoon aan wiens order een wissel gesteld is   nemer

persoon, als, voorstellen - personifiëren

persoon die deel uitmaakt van een vereniging   lid

persoon die een gedachtewisseling voert   debater

persoon die nergens voor deugt - nietsnut, niksnut

persoon die schiet - schutter

persoon die verzorgd schrijft   stilist

persoon die voor het eerst optreedt   debutant

persoon om wie men lacht   risee

persoon tot wie een aanbod is gericht   oblaat

persoon uit de adelstand   aristocraat, aristocrate, baron, barones, freule graaf, gravin, hertog, hertogin, jonkheer, jonker, jonkvrouwe, markies, markiezin, prins, prinses, ridder, vicomte

persoon van geringe afkomst   proleet, nobody

persoon zonder pigmentkleur   albino

persoonlijk - eigen, individualiteit, individueel, particulier, privé, subjectief, zelf

persoonlijk overwicht - autoriteit

persoonlijk voornaamwoord - ego, ge, gij, haar, hem, hen, het, hun, hij, ik, je, jou, jullie, jij, me, mij, ons, we, wij, ze, zij,

persoonlijk voornaamwoord (Duits)- dich, dir, du, er, euch, ich, ihm, Ihn, ihnen, jhr, mich, mir, sie, uns, wir

persoonlijk voornaamwoord (Engels)   he, her, him, me, she, them, they, us, we, you

persoonlijk voornaamwoord (Frans)   elle, elles, il, ils, je, la, le, leur, me, mol, nous, te, toi, toi, tu, vous

persoonlijke bijzonderheden   personalia

persoonlijke opvatting - subjectivisme

persoonlijke overgevoeligheid - idiosyncrasie

persoonlijke waarneming - autopsi

persoonlijkheid - ego, identiteit, individualiteit, karakter, personaliteit, subjectiviteit

persoon of schepsel - mens

persoonsaanduiding - naam

persoonssbeschrijving   signalement

persoonsbewijs   identiteitsbewijs, legitimatie, pas

persoonsgelijkheid   eenzelvigheid, identiteit

persoonsnaam afgeleid naar de naam van de moeder - matronymicum

persoonsnaam afgeleid naar de naam van de vader - patronymicum

persoonsnaamkunde - antroponymie

persoonsregister - naamlijst

persoonsverbeelding - personificatie, prosopopeia

persorgaan   dagblad, krant, maandblad, magazine, tijdschrift, weekblad

persorganen - media

perspectief   diepte, doorzicht, toekomst, toekomstmogelijkheid, uitzicht, vergezicht, verschiet

perspomp - compressor

persuaderen   overhalen, overreden, overtuigen

pert   gril, kuur

perte   pert, (prijs)verlies

pertig - nukkig, vlug

pertinent - afdoend, afdoende, apart, beslist, echt, nadrukkelijk, nauwkeurig, onmisbaar, stellig, stipt, zeker,

Peru, bergtop in - Huascaran

Peru, departement van –

3 Ica

4 Lima, Puno

5 Cuzco, Jumin, Pasco, Piura, Tacna

6 Ancash, Callao, Loreto, Tumbes

7 Huanuco

8 Amazonas, Apurimac, Arequipa, Ayacucho, Moquegua

9 Cajamarc

10 Lambayeque

12 Huancavelica

Peru, departementale hoofdstad in -

3 Ica

4 Lima, Puno

5 Cozco, Piura, Tacna

6 Callao, Huaraz, Tumbes

7 Abancay, Huanuco, Iquitos

8 Arequipa, Ayacucho, Chiclayo, Huancayo, Moquegua, Trujillo

9 Cajamarca, Moyobamba

11 Chachapoyas

12 Huancavelica

Peru, munt in - sol

Peru, rivier in - Maranor, Santa, Ucayali

perunage - peruun

Peruviaans schaap - paco

Peruviaans stinkdier - zorrillo

Peruviaans vogelprodukt - guano

Peruaanse haven - Ancon

Peruviaanse munteenheid - sol

Peruviaanse plaats - Areguipa, Callao, Lima

Peruviaanse vorst - inca, inka

pervers - onnatuurlijk, rot, slecht, tegennatuurlijk, verdorven

perverse geslachtslust - masochisme, sadisme

perversiteit - verdorvenheid

Perzië - Iran

perzik - merkaton

perzik, niet veredelde - purk

perzikkruid - duizendschoon

perziksoort - pavie

Perzisch bevelhebber - sirdar

Perzisch boek - bukifur

Perzisch bouwmeester - Farhad

Perzisch drama - taziye

Perzisch epos - Chamsa, Sjahname

Perzisch filosoof - Zarathustra

Perzisch gebergte - Elbroes, Kohroedgebergte

Perzisch handgeknoopt tapijt - senné, senneh

Perzisch hoofddeksel - pachlevi, tulband

Perzisch Indisch dichter - Faizi

Perzisch koningsgeslacht - Sussaniden

Perzisch lam - astrakan, persianer

Perzisch landvoogd - satraap

Perzisch leraar - mani

Perzisch opperhoofd - sirdar

Perzisch parlement - majdlis

Perzisch rood - almagra

Perzisch schrijver - Hedayet

Perzisch staatshoofd - sjah

Perzisch tapijt - kirman, pers

Perzisch veldheer - mardonios

Perzisch weefsel - kelim

Perzische berg - Elbroes, Zagros

Perzische beschermgeest of fee - Peri

Perzische bevelhebber - sirdar

Perzische bewaker van waarheid en trouw - Mithra, Mitra

Perzische bouwmeester - Fahrad

Perzische derwish - bedelaar, bedelmonnik, fakir

Perzische dichter - Ansari, Anvari, Attam

Perzische dichtvorm - ghasel(e), rubai

Perzische fee - peri

Perzische gedichtenverzameling - Chamsa

Perzische geheime politie - savak

Perzische god - Amsjaspands, A(h)riman, daiva, Darvandis, Dive, Honover, Ized, Mithra, Ormuzd, Peri, Zervane

Perzische godin van de liefde - Ana(h)ita, Anaïtis

Perzische godsdienst - Amsjaspands, Zoroastrisme

Perzische godsdienstleraar - Zoroaster

Perzische gouden munt - toman


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina