P pa papa, va, vader pa (Engels) dad, daddy pa of ma



Dovnload 0.91 Mb.
Pagina3/13
Datum22.07.2016
Grootte0.91 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

Perzische groene amandel - pimpernoot, pistache


Perzische haven - Abadan

Perzische heerser -

4 Omar, Sefi, Sjah

5 Abake, Abbas, Ahmad, al-Tai, Arses,Baydu, Cyrus, Jazed, Kobad, Peroz, Roech

6 al-Amin, al-Hadi, al-Kaim, al-Radi, Asjraf, Bahram, Balasj,

Darius, Firoez, Ghazam, Haroen, Hisjam, Ismail, Jamsap,

Marwan, Narsch, Orodes, Osroës, Xerxes

7 al-Kair, al-Kahir, al-Moeti, al-Nasir, al-Walid, al-Zahir,

Arghoen, Hoesein, Ibrahim, Mahmoed, Pacous, Tahmasp,

Vonones

8 al-Mamoen, al-Rasjid, al-Wakhik, Ardasjir, Cambyses,

Chosroës, Cinnamus, Gaykhatu, Gotarzes, Hoelagoe, Phraates,

Seleucus, Vardanes

9 Alexander, al-Mansoer, al-Moetazz, Antiochus, Artabanus,

Demetrius, Hormisdas, Jezdegerd, Moesawijah, Oldjaitoe,

Soelaiman, Vologases

10 Al-Moehtadi, al-Moektadi, al-Moektafi, al-Moestadi, al-

Moestain, al-Moestadid, al-Moestasim, al-Moettaki,

Artaxerxes, Phraataces, Sinatruces

11 Al-Moektadir, al-Moentasir, al-Moestakfi, al-Moestasim,

Mithradatis



12 Adnoer-Narseh, al- Moestansir, al-Moestazhir,

13 Al-Moestarsjid

14 Al-Moestandjid, al-Moettawakkil, Parthamaspates

Perzische herberg voor karavanen - khan

Perzische herendienst - angarie

Perzische hoofdstad - Teheran

Perzische inhoudsmaat - artaba

Perzische keizer - Ardasjiz, Artaxerxes, Caspyor Cyrus, Cambyses, Darius, Kobad, Chrosroës, Hormoesd, Jezdegerd, Jesgederd,Narses, Sapor, Sjah, Varanes, Xeres

Perzische keizerin - Farah, Soraya

Perzische koning - Darius, Xerxes

Perzische landvoogd - satraap

Perzische lichtgod - Mthra(s), Mitra

Perzische literatuurtaal - pahlavi, pehlevi

Perzische lijfwacht - trawant

Perzische marktplaats - bazar

Perzische munt - abas, dareik, rial, toman

Perzische onderkoning - khedive

Perzische oude lengtemaat - parasang

Perzische oude taal - Pehlevi

Perzische paliszaal - iwan

Perzische prins - Mirza, mizza

Perzische provinciale gouverneur - satraap

Perzische provincie - Fars, Isfahan, Khoezistan, Khorassan, Kirmansjahan, Koerdistan, Mazandaran

Perzische schriftvariant - talik

Perzische stad - Choi

Perzische stadhouder - satraap, Tissaphernes

Perzische student - softa (rechten, theologie)

Perzische taal - Pahlewi

Perzische tabakspijp - nargileh

Perzische tulp - mithra

Perzische tweede kamer - marjelis

Perzische vorst - sjah

Perzische vorst (oud) - Darius, Xerxes

Perzische vorstentitel - sjah

Perzische vorstenzetel - pauwentroon

Perzische vuuraanbidder - Pars

Perzische zijde - ablaue, ardassine

Perzische zonnegod - Mitras, Mithras

Perzische zuilengang - apadana

perzuur - overzuur

Pesach - Pasen

pesante (muz.) - slepend, zwaarwichtig

Pescadores, een der - Peng-hoe

pessem - kweek

pessimist - donkerkijker, kniesoor, zwartkijker

pessimistisch - donkerziend, zwaarhoofdlg, zwaartillend, zwartgallig

pest - epidemie, pestilentie

pest, door gezwollen lymfeklier - buboon

pestaardig - pestachtig, pestilent, pestilentieel

pestel - molenroede, stamper

pesten - jennen, judassen, klieren, kwellen, narren, negeren, plagen, sarren, tarten, tergen, treiteren

pesterij - gesar, getreiter

pesthuis - lazaret

pestig - besmettelijk

pestkool - anthrax

pestkop - judas, kweller, plaaggeest, sar, treiter(aar)

pestman - gierigaard, lijkendrager

pestvogel - be(e)mer, bombycillidae, gors, sneeuwvogel, wintervogel, wijnstaart, zwartmantel, zijdestaart

pestziekte - epidemie, pestilentie

pet - begrip, hoofddeksel, inzicht, knudde, nietswaardig, paat verstand

pet met stijve klep - klak

peter - doopvader, peetoom

peterselie - eppe

pethidine - dolantine

petieterig - klein, pietluttig

petileren - blinken, fonkelen, paarlen, parelen, schitteren

petit maftre - pronker, saletjonker

petitie - adres, rekwest, request, smeekbede, smeekschrift, verzoek, verzoekschrift

petitoir - eigendomsrecht

petitum - conclusie

petoet - bajes, bak, cachot, cel, gevang (enis), lik, nor

petrefact - verstening

petroleum - aardolie, gasoline, kerosine, nafta, olie, peterolie, petroleum (pop.), petrolie, peut,

petroleumaandelen - olies

petroleumauto - tankwagen

petroleumbrander - primus

petroleumether - ether, nafta,

petroleumschip - tanker

petroleumvergasser - primus

pets - klap, Iel, mep, pats, slag, tik

petsen - klappen, slaan

petticoat - onderrok

petto (In) - bewaren, tegoed

pet zonder klep - pots

petulant - bruisend, onstuimig, wild

peukel - baardje, bobbel, puistje

peukje - eindje, stompje

peul - schil

peulerwt - keker

peuleschil - kleinigheid

peulvrucht - boon, capucijner, dopboon, (dop)erwt, dopper, flageolet, grauwerwt, hauw, huls, kapucijner, keker, klimerwt, kookerwt, krombek, kroonerwt, kruipelerwt, legumineusen, linze, lupine, molleboon, paardeboon, peul, prinsesseboon, pronkboon, pronkerwt, raasdonder, slaboon, snijboon, spekboon, sperzieboon, stamboon, tuinboon, veldpeul, wikke

peulvrucht (Ind.) - katjang

peun - klap, mep, stoot

peur - poer, wormentros

peuren - peuteren, roeren, wroeten

peurkwast - lamprei, prik

peurtje - eindje, stompje

peut - dreun, klap, opdoffer, opstopper, slag, stomp, stoot, watjekou

peut - benzine, petroleum, terpentine

peuter - baby, dreumes, kind, kleuter, uk(kepuk)

peuteraar - muggenzifter

peuterbewaarplaats - crèche

peuteren - afbreken, beuzelen, friemelen, frunniken, futselen, haspelen, knoeien, knorren, knutselen, lostrekken, mieren, mopperen, morrelen, mullen, oogsten, peuren, pluizen, poken, prutsen, pulken, punniken, razen, talmen, toeteren, trekken, uittrekken, uitvaren, urmen, vloeken, wroeten, wurmen,

peuterend verzorgen - likken

peuterig - beuzelachtig, kriebelig, klein, popperig, prutserig, teuterig

peuterig en stijf - stram

peuterwerk - neuzelwerk

peuzel - treuzelaar

peuzelen - eten, happen, knabbelen, meuzelen, muizen, smikkelen, snaaien

pezel - graanzolder

pezen - hardrijden, zwoegen

pezerik - bullenpees

pezeweven - dralen, talmen

pezig - taai, tendineus, vezelig

p.f. - m.g.

phantasie - verbeelding

phenol - cabolzuur

Philippijnen, een der - Mindanoa

Phlippijnse inwoner - Filippino

Philippijnse munt - peso

Phoenicische zonnegod - Bel

Phoenix-eilandn, een der - Canton, Enderbury

phosphorus - p., fosfor

Phrygische godin - Cybele

Phytolaccacee - karmozijnbes

piama - nachtkleding, pyama

piamento - ootmoedig, vroom

piangevole - droevig, wenend

pianino - kamerklavier

pianist - musicus, muzikant, pianospeler

pianist die alleen onder zijn voornaam optreedt - Solomon

piano, soort - clavecimbel, clavichord, concertvleugel, hakkebord, klavier, pianola, salonvleugel, spinet, vleugel

pianocompositie - sonate, toccata

pianofoon - vestzakpiano

pianoforte - hard, sterk

pianohamertje - tangent

pianokrukje - taboeret

pianola - fonola

piano-oefening - etude, studie

piano pianissimo - ppp

pianospelen (slecht) - tingelen

pianospeler - pianist

pianostemmer - accordeur

pianostuk met orkestbegeleiding - pianoconcert

plinostuk voor vier handen - quatremains

pianowerk - sonate, sonatine, toccata

Piaristen - S.P.

pias - clown, dwaas, grapjas, grappenmaker, grullenmaker, guit, hansworst, harlekijn, klown, kwant, kwibus, malloot, nar, olijkerd, paljas, pierrot, potsenmaker, rare, snaak, zot

piassava - palmyra

piassig - gek, kluchtig

piazza (It.) - plein, marktplein, straat

Picardië, stad in - Abbeville, Aniens

Picareske roman - schelmenroman

piccolo - fluit, liftjongen

pick-up - grammofoon, pathefoon, platenspeler, vrachtauto,

picobello - uitstekend

picrinezuur - ontploffingsstof

pictografie - beeldenschrift

picturaal - schilderachtig

piedestal - voetstuk, pedestal

pief - kerel, man

piek - bergpunt, bergspits, bergtop, gulden, lans, prik, punt, speer, spies, spits, steek, top, uitschieter

piek met dwarsbijl - hellebaard

pieken - prikken, steken

piekenier - spiesdragen

piekenval - dirk, gaffeltoptouw, nokkeval

piekeraar - stakker, tobber

piekeren - denken, dubben, kniezen, mijmeren, nadenken, peinzen, prakkeseren, puzzelen, suffen, tobben

piekgras - liesgras

piekuur - spits

piekijzer - geus, gieteling

pielepoot - ooievaar

pienter - alert, bijdehand, gevat, gewiekst, gis, glad, goochem, handig, helder, intelligent, kien, link, mans, scherpzinnig, schrander, slim, sluw, snugger, spits, uitgerekend, uitgeslapen, vernuftig, verstandig, wakker

piepend geluid - gepiep

pieper - aardappel, anthus, lokfluitje, muis, patroon, verklikker verrader

pier - (aard)worm, dun, havendam, haast, havenhoofd, licht, los, losplaats, moelje, strekdam, wandelhoofd, regen(worm), spoed, wurm, ijl

piere - kot, val, huis; vogelknip

pierement - draaiorgel, straatorgel

pierenbakje - patroontas

pierenverschrikkertje - borreltje

pierewaaien - bambocheen, boemelen, flierefluiten, rinkelrooien, stappen

pierewaaier - boemelaar, doordraaier, fuifnummer, losbol, zwierbol

pierewiet - grappenmaker

pierhaak - bootshaak

piëriden - muzen

pierig - aangetast, wormstekig

pioerrot - clown, hansworst, nar, pias

piet - kanarievogel

pieterig - klein, min, peuterig, tenger

piëteit - verering, vroomheid

pieterig - klein, min, tenger

pieterman - gulden

pietervissen - trachinidae

piëtisterij - femelarij

pietlut - krent, krentenweger

pietluttig - kleingeestig, kleinzielig, krenterig

pietluttigheid - angstvalligheid, kleingeestigheid, kleinzieligheid, krenterigheid, scrupulositeit

pietsie - iets, priegeltje, snufje

pietsje – beetje, kleinigheid

pieus - godvruchtig, vroom

piezel - beetje

piëzometer - drukkingsmeter

pigment - kleurstof

pigmentgezwel - melanoma, melanoom

pigmentloze - albino, witteling

pigskin - varkensleer

pik - deukje, droefheid, haat, pek, (pik)houweel, steek, verdriet, wonde, wrok,

pikant - bits, gekruid, gepeperd, gewaagd, hartig, jaloers, prikkelend, scherp, schuin, vinnig

pikante dans - striptease

pikante saus - ketchup, Worcester

pikante saus bij nasi - soja

pikbroek - matroos, zeeman

pikdonker - aardedonker, stikdonker

pikeren - boeien, doornaaien, krenken, prikkelen, steken, stikken

piket - brandwacht, paaltje

pikeur - paardenafrichter, rijmeester, Jockey, vrouwenjager

pikhaak - hechthaak, schippershaak

pikhouweel - bikkel, hak, pik

pikkel - been, stip(pel)

pikkelen - hinken

pikken - afjatten, gappen, kapen, ontvreemdenpakken, roven, stelen, toeeigenen, wegkapen, wegnemen, wegpakken

pikker - rover, steler, zakkenroller

pikketanisje - afzakkertje

pikrinezuur, zout van - pikraat

pikzwart - gitzwart

pikzwart mineraal - git, steenkool, uraniet

pil - dragee

pilaar - ante, atlant, kolom, naald, paal, penant, pijler, pilaster, standaard, steunzuil, stijl, stut, zuil

pilaar als vrouw - kariatide

pilaar in de gedaante van een man - atlant

pilaar in de vorm van een vrouw - kariatide

pilaarbijter - schijnheilige

pilaarheilige - styliet

pilaarhoofd - kapiteel

pilaartafeltje - console

pilaster - ante, kolom, pilaar, zuil

pilatusvisje - pitvis

pileermachine - wrijfwals

pillendraaier - apotheker. scarabaeus

pillenzaad, tot- bewerken - pilleren

piloot - aviateur, luchtvaarder, stuurman, vliegenier, vlieger

pilvarenachtigen - marsileaceën

piment - jamaicapeper

pimpelaar - drinker, drinkebroer, zuiplap

pimpelmees - blauwmees

pimpernel - bevernel, guichelheil

pimpernelroos - duinroos

pimpernoot - pistache

pimpernootachtigen - stapgyleaceeën

pin - bout, deutel, deuvik, drevel, keg, klamp, nagel, pen, plug, prang, punt, spie, spijker, staaf, stift,

pinacee -

3 pijn

4 arve, lork, mast, spar

5 abies, ceder, larix, picea, pins, tsuga,

6 cedrus

7 bergpijn, douglas

8 kamerden

9 zilverden

pinakel - fiaal, siertorentje

pinang - areka(palm), betel

pince-nez - knijpbril, lorgnet

pincet - tangetje

pinda - aardnoot, apenoot(je). olienoot(je)

pinegel - stekelvarken

pingel - strafschop

pingelaar - beknibbelaar, dribbelaar

pingelen - afdingen, dribbelen, marchanderen, pingelen, sjacheren, tawarren

pingping - duiten, geld

pingpong - tafeltennis

pinguins - spfenisci

pink - bokje, oogwenk

pinkelen - flonkeren, tintelen, turen, schitteren, twinkelen

pinken - flikkeren, knipperen

pinkers - oogharen, wimpers

pinkops - katoenafval, poetskatoen

Pinksteren - sinxen

pinksteranjelier - grasanjer

pinksterbloem - haanderik, kievitsbloem, koekoeksbloem, kraaiebloem, pinksterbruid, veldkers

pinkstergebruik - kallenmooi

pinksterlummel - luilak

pinksternakel - pastinaak

pinksterroos - pioen, pioenroos, pionierroos

pinnetje - staafje

pinnig - bazig, fel, haaiig, schriel, zuinig

pinnig of stekelig - venijnig

pinot - wijnstok

pint - beker, bierglas, glas, kan, kelk, kom, kroes, maat, nap, pul

pinten - drinken

pinter - drinker

pioen - pinksterroos, stinkbloem

pioenroos - boerenroos, paeonia, pinksterroos, pioen

pion - schaakstuk

pionier - baanbreker, geniesoldaat, genist, padvinder, sappeur, schansgraver, spoorzoeker, voortrekker

pionier van het blindenonderwijs - Braille

pionierroos - pioen

pip - betrokken, bleek, lusteloos, mat, pips, ziekelijk, zwak

pios – pikhouweel

piot - hoofdluis

pippeling – goudappel

pipet - zuigbuisje

pips - betrokken, bleek, bleu, flets, lusteloos, mat, onwel, pip, wit(jes), ziekelijk, zwak

piqué - diamant (lichtelijk onzuiver, kopstoot (biljart)

piraat - bandiet, boekanier, kaper, misdadiger, zee(rover), zeeschuimer

piraat aan de wal - wegpiraat

piraatje - sigaret

piraidale spits van een pinakel - kapel

piramide - grafmonument, naald

piramide, kleine - piramidion

piramidetempel uit het Inkarijk - teotihuacan

piramidevormig - obelisk

piraterij

piranha - serrasalmo

piratenzender - etherpiraat

piraterij - zeeroverij

pisafdrijvend - diuretisch

pisang - bacove, banaan

pisangteelt - bacovencoltuur

pisangvezels - abaca

pisbuis - urethra

pisbak - urinoir

pisces - vissen

pissebed - isopodum, keldermot, roesje, zeug

pissen - urineren, wateren

pissoir - urinoir

pissteen - uroliet

pistache - amandel, pimpernoot, knalbonbon

piste - arena, baan, circuit, hippodroom, menage, parcours, racebaan, renbaan, skibaan, wielerbaan

pistole - gevangenisvertrek

pistolet - broodje, tekenmal, pistooltje

piston - knalpatroon, slaghoedje, ventiel, zuiger

pistonblazer - pistonist

pistool - Browning, Luger. F.N.

pistool - blaffer, browning, handvuurwapen, munt (gouden), revolver

pistool van Volta - knalgaspistool

pistoolfoedraal - holster

pistoolhouder - holster

pit - binnenste, brander, draad, energie energiek, esprit, fut, gasbrander, geest, geestig, geestkracht, humor, katoen, kern, kernachtig, kiem, korrel, kous (lamp), kracht, krachtig, kuiltje, merg, merghebbend, pittig, scheut, snedig, spirit, steenpit, vlammetje, werkkracht, zaadkorreltje

pit van appelen en steenvruchten - keest

pit van grotere vruchten   steen

pit van lamp   kous

pitoor   roerdomp, wouwaapje

pitriet - rotanstengel

pits   nijp, kneep

pitsen – prikken

pitstang - nijptang

pitte - agave, aloë, pita

pitten   dutten, inkuilen, maften, meuren, putten, slapen

pittig - aantrekkelijk, aardig, bondig, energiek, geestig, fel, flink, hartig, kernachtig, kittig, kort, krachtig, kras, kregel, laconiek, levendig, lief, pikant, pit, rap, sententieus, snedig, straf, vinnig, vurig, zakelijk

pittig en geurig - kruidig

pittig gezegde - aforisme

pittoresk   schilderachtig

pit van een lamp - kous, wiek

pitvis - pilatusvisje, postillon, schelvisduivel

piu allegro - sneller

piu forte - krachtiger, sterker

piu mosso - opgewekter, vlugger

piu stretto - haastiger, korter, sneller

plaag   beproeving, bezoeking, ètre, gesel, hinder, kastijding, kwelling, last, marteling, onaangenaamheid, onheil, obsessie, overlast, pest(kop), plaaggeest, porment, ramp, sar, straf, terg, torment, tourment, verdriet, ziekte

plaag der mensheid   oorlog, ziekte

plaaggeest - demon, duivel, jenner, judas, kwelgeest, kwelduivel pestkop, plager, sar, terg, treiter(aar)

plaaggeesten, de 3 furiën - Eumeniden

plaagziek - kwelziek, ontdeugend, plagerig, sarrig

plaagzieke vrouw - helleveeg, huiskruis, huisplaag, Xantippe

plaan - strijkbout

plaat   blad, ets, gravure, illustratie, kopie, ondiepte, plank, plaque, prent, tekening, zandbank, zee, zeebank

plaat die in een elektroliet gezet is - elektrode

plaat gemaakt van vezelstof - hardboard

plaat in een boek of tijdschrift   illustratie

plaat in steendruk   litho, steengravure

plaat of prentvertoning - tint

plaat tussen een zuil - impost

plaat van een handpers   degel

plaat van vezelstof   hardboard

plaatdrukkersgereedschap - robber

plaatje van hout of metaal - lamel, lamelle, lamette

plaatje - afdruk, dia, foto, prentje

plaatje aan een tamboerijn - rinkel

plaatje aan vissenhuid   schub

plaatje metaal   lamel (le)

plaatje schieten   fotograferen, kieken

plaatje voor het bespelen van snaarinstrumenten - plectrum

plaatjesverhaal   beeldroman, strip

plaatjeszwam   amaniet

plaaikieuwig weekdier - eendemossel, mossel, oester, parelmossel

plaatkieuwigen - schelpdieren

plaatletterdruk   stereotypie

plaats   ambt, betrekking, boerderij, boerenplaats, buurtschap, dorp, gebied, gehucht, gemeente, hofstede, kaap, locus, negorij, oord, passage, placer, plein, plek, positie, rang, ruimte, stad, stand, status, ste(d)e, streek, terrein, vlak, vlek, werkkring,


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina