P pa papa, va, vader pa (Engels) dad, daddy pa of ma



Dovnload 0.91 Mb.
Pagina7/13
Datum22.07.2016
Grootte0.91 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   13

plant voor groenbemesting   lupine

plant voor ,kleurstof   mee, meekrap

plantaanachtige - plantaanceeën

plantaardappel - planter, pootaardappel, poter

plantaarde - humus, potaarde, teelaarde, tuinaarde

plantaardig - vegetarisch

plantaardig leder - veritex

plantaardig toevoegsel voor bier - gruit

plantaardig vergif - nicotine

plantaardig voedsel   groente, fruit, brood, aardappel

plantaardige eiwitten - glutelinen

plantaardige geelrode verfstof - orleaan

plantaardige kleurstof - anatto, fibrine

plantaardige olie - kamfer, sesamolie

plantaardige verfstof - meekrab, orleaan

plantaardige vezel - katoen, linnen, stengelvezel

plantafdruk in steen - biblioliet

plantage - aanplanting, aanplantpark, culture, kweekplaats, plantsoen

plantagenet, lid van ht huis -

3 Jan

4 Anne, Joan, John

5 Adele, Edward, Fulco, Henry, Roger

6 Arthur, Edmund, Eduard, George, Lionel, Robert, Thomas,

Willem


7 Blanche,Filippa, Hendrik, Richard,

8 Eleonora, Geoffry, Godfried, Humphry, Mathilde, Philippa,

Stefanus


10 Margarethap

plantaginacee - littorella, plantao, weegbree

plantdier - hydropoliet, kwal, zoöfiet

planteermachine - stelmachine

plantein - weegbree

planteëiwit in tarwe - aleuron

planteboter - palmine

plantein - weegbree

plante-ivoor - tagua

plantekaasstof - legumine

plantekening - protografie

planteleurstoffen gele - flavonen

plantelijm - glutine

planteluis - phytophtiras

plantendeel   blaar, blad, bloem, doorn, kelk, kroon, meeldraad, stamper, steel, stempel, vezel, vruchtbeginsel, wortel

planten – borduren, gewas, gooien, groen, hekelen, inpoten, poten, prikken, steken, stekken, stikken, telen, werpen,

planten, geografisch begrip - bitoop, monotoop, polytoop

planten geslacht der veelknopigen - duizendknoop

plantenaardrijkskunde   fytogeografie

plantenalbum   herbarium

planten anatomie - fytotomie

plantenbeschrijving - fytografie

plantenboter   palmine

plantenbus - boraniseertrommel

plantencelwandttof - cellulose

plantendeel - blad, bloem, doorn, kelk, kroon, meeldraad, stamper, steel, stengel, vezel, wortel

plantenetend dier - fructivoor, herbivoor

planteneiwit in tarwe - aleuronaat

planten en bloemen - flora

plantenetend dier   fructivoor, herbivoor

plantenetend zeedier - doejoeng, lamentijn, zeekoe

planteneter   fytofaag, herbivoor, vegetariër

plantenfamilie - mimosa

plantenfamilie der wieren - algen

plantengeslacht - arabis, bernage, bernagie, borage, eucalyptus, euonymus, eupatorium, euphorbia, gagel, gentiaan, klaverzuring, klis, klit, lis, look, maluwe, melde, mimosa, nieskruid, nigille, orego, reigersbek, ribes, ruit, saxifraga, silene, tabak, tijm, zuring

plantengeografie - geobotanie

plantengeografisch begrip - bitoop, monotoop, polytoop

plantengeografisch gebied - Antarctis, Australis, Capensis, Holarctis, Neotropis, Palaeotropis

plantengroei   plantenleven, vegetatie, woekering

plantenhuis   (broei)bak, kas, oranjerie, serre

plantenkasstof - legumine

plantenkast - schap

plantenkenner - botanicus, botanist, plantkundige

plantenkunde - botanie, fytologie

plantenleven - flora, plantengroei, vegetatie, woekering

plantenloogzout - potas

plantenmeel - cassave

plantenontleedkunde - fytotomie

plantenreservestof - hemicellulose

plantenresten - humus

plantenrijk -flora

plantenrijk, hoofdgroep uit het   algen, cormophyta, spermatophyta, tallophyta, wieren

plantenslaap - nyctinasie

plantensoc iologie - vegetatiekunde

plantensoort der palmen   sabal

plantensproeier - gieter

plantenstekel   doorn, doren

plantentuin   hortus

plantentuin te Buitenzorg (Ind.)   kebon

plantenverfstof - fibrine

plantenverzamelaar - herborist

plantenverzamelen - botaniseren, herboriseren

plantenverzameling - herbarium, hortus

plantenverzorger - gardenier, hovenier, tuinier, tuinman

plantenvezel - jute, katoen, sisal

plantenvezelstof - fibrine

plantenvlo - collembola

plantenvocht - sap

plantenvoedsel   compost, humus, kunstmest, mest, pokon

plantenwereld   flora

plantenziekte   aal (ziekte), aardappelziekte, bladziekte, bleekziekte, dauw, gal(appel ziekte), gomziekte, hartrat, hondsrozenspons, iepziekte, koprot, krinkel, kroesziekte, krul, molenaarsziekte, noot, reup, roest, roet, rood, smeul, spint, steelrot, steelziekte, wormziekte,

plntenziekte door schimmels veroorzaakt - aardappelziekte, brandzwam, brandzwammen, honingzwam, iepenziekte, meeldauw, roestzwam, roestzwammen, zwam, zwammen

plantenziekteleer   fytopathologie

planter   kweker, poter, teler, verbouwer

planter van suikerriet - rietplanter

planteresten - humus

planteslinger als versiering - arabesk

plantgewassen - vegetabiliën

planthof - planterij

plantje   ereprijs, kroos, mos, ogentroost, reigersbek, stek

plantkunde   botanie, botanica, fytologie

plantkundige - botanicus, botanist

plantkundige term - endogeen, exogeen

plant met aarde - pol

plant met bittere blaren - alsem

plant met stekels - cactus

plant uit Zuid-Amerika - aardappel, tabak, tomaat

planton   wachtpost

plantontleding   fytoanatomie

planlontleedkunde - fytotomie

plantraap - koolraap

plantsoen   aanleg, gazon, park, pinctum (van pijnbomen), perk, plantage, wandelpark

plantsoen in de vorm van een ster - sterrebos

plantsoen van pijnbomen - pinetum

plantureus - weelderig

plan voor weg - trace

plapperen - babbelen, bazelen, klapperen, ploeteren, slobberen

plas   ank, elft (jonge), fint, haf, hank, kolk, krentenbroodje, lagune, meertje, meer, poel, slenk, ven, vochthoeveelheid, vijver, waterkuil, zee

plas op de hei - slat, ven

plasma - bloedbestanddeel, bloedwei

plasmodium - malariaparasiet, sporozoa, syncytium

plasregen   plensbui, slagregen, stortbui

plassen - ploeteren, spatten, urineren, waden, wateren

plassen in water - lobberen

plastics   isomeren

plasticiteit   aanschouwelijkheid, kneedbaarheid, smijdigheid

plastics - isomeren, kunststoffen

plastiek - boetseer, beeldwerk, modelleer, snijkunst, uithouw

plastieke stof - bakeliet

plastisch - beeldend, aanschouwelijkheid

plastron - buikschild, borstlap

plat - afgezaagd, alledaags, banaal, burlesk, dialect, dun, eenvoudig, effen, egaal, flauw, gelijk, geslepen, gewoon, glad, horizontaal, ondiep, ordinair, plet, prozaïsch, triviaal, vlak, vuil, vulgair, week

plat aandrukken - pletten

plat afhangend - sluik

plat beschuitje - rotje

plat burgerlijk persoon - filister

plat dak - terras

plat drukken - vermorzelen

plat Duits - Nederduits

plat en egaal - vlak

plat Engels - cockney, pidgin

plat gehamerd - beslagen

plat gesuikerd preparaat - pastille

plat grendeltje - klem, knip, praam

plat hoofddeksel   pet

plat hout   plank, lat

plat huisdak - platform

plat laagje - film, fineerlaag

plat maken - platten, pletten

plat open zeilbootje - lark

plat ovaal vat - aad

plat persen - pletten

plat rond gebak - bolus

plat rond hoedje - matelot

plat rond voorwerp - schijf

plat schip - kaan

plat slaan - drukken, persen, vergruizen

plat stuk - schijf

plat stuk drijfijs - ijsschots

plat stuk hout - plank

plat vaartuig - kaag, pont, praam

plat vlechtwerk   hor

plat ijzer om te lichten - penter

platzaad - perzikkruid

plataanachtigen - platanaleeën

plataf   ronduit, vlakaf, kortweg

platbol   platconvex

platboomd vaartuig   aak, bokschip, bom(schuit), bijlander, blazer, bok, bons, botter, bijlander, hengst, kaag, klinkaard, pleit, praam, punter, samoreus, schietschouw, schouw, smak, somp, tjotter, tromp, vlet, vlot, Westlander, zolderschuit

platboomde boerenschuit - plat

platboomde schuit - praam, schietschouw

platboomde vissersschuit - bons, knots, pluit(er), pluut, smak

platburgerlijke personen - filibusters

plateau   bedienblad, dienblad, hoogvlakte, mesa, (presenteer)blad, tafelberg, tafelland, schenkblad, theeblad

plateau (Noors) - fjeld

plateau in Irak - Djazira

plateel   aardewerk, faience, majolica, pul, schaal, schotel, vaas

plateelbakkerij - keramiek

plateelgoed   aardewerk

platenaars - meekrap

platenatlas   album

platenboek - album

platendraaier - grammofoon, pickup, platenspeler

platengek - discofiel

platenspeler - draaitafel, grammofoon, pathefoon, pick up, wisselaar

platenverzamelaar   discofiel

platenverzameling   album, atlas, discotheek, verzameling

platerescostyl - platereske

platform   balkon, booreiland, bordes, perron, terras, plateau, platje, trambalkon, verhoging

platform in een synagoge - bema

platform in gebouw   podium

platform in schouwburg   toneel

platform in tram   balkon

platvorm, verhoogd - in een synagoge - almemmor, bima

platform voor gebouw   bordes

platheid   banaliteit, boersheid, grofheid, platitude, proza, trivialiteit, vulgariteit,

plathol - planconcaaf

platina   Pt., witgoud

platinadruk - platinotypie

platinametalen - iridium, osmium, palladium, platina, rhodium, ruthenium

platinasulfide - coöperiet

plating - walbeschoeing

platitude - platheid

platje - guit, kwantje, platluis, schelm

platkop - platyrrhina

platluis - schaamluis, weegluis

platmaken - omkopen, pletten

platneus - guit, platje, slimmerd

Plato's fantastisch eilandenrijk - Atlantis

platschelp - tellina

platslaan - pletten, vergruizen

platsnavel - todie

platstaart - Platurus, zeeslang

platster - archaster, zeester

platteerwerk - pleet

platte balein - planchet

platte biezen mand - kalebas

platte broeikas - éénruiter

platte buidel - tas

platte dameshoed - matelot

platte flacon voor sterke drank - peter

platte handkoffer - attachecase

platte heuvel, door het ijs gevormd   drumlin

platte houten lepel   spaan

platte kandelaar - blaker

platte koek - flap, wafel

platte koker voor mes - schede

platte lat - richel, tengel

platte muts - baret

platte op latjes geplakte vlieger - kolder

platte ovale steenvrucht - amandel

plate schop - bats, schoef

platte schotel - plateel

platte schuit - praam, westlander

platte schuit voor schipbruggen - ponton

platte sleutel - yalesleutel

platte steen - estrik, scheersteen, tegel

platte streng - platting

platte taal   Bargoens, boers, dieventaal, patois, slang, straattaal

platte taal van het land   boers, patois

platte turf   baggelaar

platte vlieger - kolder

platte vrouw - lat, strijkplank

platte zak   tas

platteband - bandlijst

platteerwerk - pleet

plattegrond   grondtekening, grondvlaktekening, (land)kaart, map, plan, situatieplan, tekening,

plattegrondbepaling   ichnografie

plattekaas - rongel

platteland - campagne

plattelander - boer, boertje, buitenmens, dorpeling

plattelands - agrarisch, dorps, landelijk, provinciaal, ruraal

plattelandsdokter - chirurgijn (oud)

plattelandsgemeente   dorp

platuit - ronduit, rondweg

platvink   portemonnee, portefeuille

platvis - (aal)bot, griet, heilbot, raapbot, rog, schar, schol, tarbot, tong

platvissen - herosomata

platvloers - banaal, grof, ordinair, plat, triviaal, vulgair

platvloersheid - vulgariteit

platvoet - plancius

platvoeten   maaivoeten, strijkijzers

platwalsen - pletten

platweg - platuit, ronduit, rondweg

platwormen - plathelminthes

platzak - arm, berooid, blut, rut

platzand - perzikkruid

plausibel - aannemelijk, aanvaardbaar, acceptabel, geloofwaardig, waarschijnlijk

plausibiliteit   aannemelijkheid, waarschijnlijkheid

plavei - straatsteen, vloersteen, vloertegel

plaveien   bestraten, betegelen, bevloeren

plaveier - straatmaker

plaveisel   bestrating, betondek, bevloering, estrade, straatdek, straatstenen, wegdek

plaveisteen   straatsteen

plavuis - estrik, vloersteen, vloertegel

playbacken - mimen, naapen

playboy - fuifnummer, nietsnut, versierder

plebejer   onbeschaafde, onadellijke

plebejisch   onbeschaafd, plat, vulgair

plebisciet   volksstemming, referendum

plebs   falderappes, gepeupel, grauw, janhagel, massa, rapalje, schorremorrie, schuim, soepie

plecht - scheepsdek, voorsteven

plechtanker - noodanker, redmiddel (laatste)

plechtgewaad - ornaat, statiekleed, toga

plechtig   ceremonieel, deftig, eerwaardig, ernstig, formeel, gewijd, grave (muziek), maestoso, officieel, solemneel, statig, verheven, vormelijk, waardig

plechtig bevestigen - inaugureren, inhuldigen, inwijden

plechtig gewaad - gala, ornaat, toga, smoking

plechtig gezang - koraal

plechtig godsdienstig gewaad - pontificaal

plechtig herdenken - solemniseren

plechtig langzaam - statig

plechtig lied - koraal

plechtig openen   inwijden

plechtigheid   begankenis, begrafenis, belijdenis, ceremonie, doop, opening, solemniteit, statigheid, troonrede, wijding

plechtigheid in parlement   troonrede

plechtigheid na een uitvaartmis - absoute

plechtige bedegang – processie

plechtige belofte   eed, gelofte

plechtige dracht   gala, ornaat

plechtige ingebruikneming   inwijding

plechtige inkomst   intree, intrede, entree

plechtige kleding - gala, ornaat, rok, smoking, toga

plechtige lofzang - hymne

plechtige optocht - processie

plechtige toezegging   eed, gelofte

plechtige verklaring   eed, gelofte

plechtigheid - ceremonie, doop, solemniteit, staatsie, statie, wijding

plechtstatigheid - graviteit, deftigheid

plee   bestekamer, doos, gemak, latrine, retirade, toilet, watercloset, w.c.

pleegkind - pupil

pleegzuster - nurse

pleeruimer - beersteker

pleet - double

plegen - bedrijven, begaan, doen, gewoon (zijn), uiten, uitwerken, verrichten

plegen van overspel - echtbreuk

pleger   bedrijver, dader, delinquent

Pleiaden, een der - Pleione

pleidooi - betoog, pleit(rede)

plein   agora, brink, bijeenkomst, dries, forum (Latijn), markt, marktplein, plaats, piazza, plaza

plein in Alkmaar   Kaasmarkt

plein in Amsterdam   Dam, Frederiksplein, Mercatorplein, Munt, Rembrandtsplein, Surinameplein

plein in Den Haag   Binnenhof, Buitenhof, Toernooiveld

plein in dorp   brink, laar

plein in Maastricht   Vrijthof

plein in Utrecht   Neude, Vreeburg

plein in vele plaatsen   Stationsplein

plein met kramen - markt

plein-pouvoir - volmacht

pleinschaal - kompas

pleinvrees - agorafobie, ruimtevrees

pleinzaad - dennezaad

pleister - emplastrum, gips, gipsmeel, hechtpleister, kalkmengsel, muurkalk, specie, stuc, verzachting, vergoeding

pleisteraar   stukadoor

pleisteren   aanleggen, bestrijken, ophouden (zich), rapen, rusten, stukadoren

pleisterkalk - gaas, gips, mortel, stuc, stuk,

pleisterplaats - halte, kalkmergel, motel, pleisterspecie, relais, standplaats, station

pleisterplaats (Duitsland)   Rasthof

pleisterplaats in woestijn   oase

pleisterspecie - stuc

pleisterwerker - stucadoor

pleistoceen   diluvium, Kaenozoïcum, plistoceen

pleistocene ijstijd   Günz, Mindel, Riss, Würm, Saaie, Weichsel

pleit  apologie, defensie, geding, geschil, pleidooi, proces, rechtsgeding, rechtsstrijd

pleitbezorger   advocaat, advokaat, procureur, raadsman, verdediger

pleite - bankroet, foetsie, gegaan, kwijt, platzak, vertrokken, vlucht, weg

pleite gaan - vluchten

pleiten - bepleiten, eisen, plaideren, procederen, verdedigen

pleiter - advocaat, verdediger

pleitgeding - geschil, pleidooi, rechtszaak

pleitrede   dingtaal, pleidooi

pleitzak   dossier

pleitzaal - rechtzaal

pleitziek - betwistbaar, litigieus

plek - area, gehucht, kaap, klad, oord, plaats, punt, stede, stee, vlak, vlek

plek aan appel - stee, valstee

plek in weefsel - glee

plek op dierenvoorhoofd - kol

plek waar dieren gevoederd worden - voederplaats

plek waar gewisseld wordt - wisselplaats

plek waar vis zit - leg

plekje - hoek

plekker - plafondmaker, stukadoor, witter

plekkig - vlekkig

plek of regio - oord

plek of striem - moet

plemp - vissersboot

plempen   aanvullen, dempen, plenzen, plonzen, storten

plenair   volledig, voltallig

plengen - storten, uitgieten, vergieten, verzachten

plenging - offerande

plengoffer - bloedoffer, drankoffer, libatie, offerande

plenipotentiaris - gevolmachtigde

pleno-in - plenair

plens  golf, guts, scheut

plensbui - gietbui, plasregen, slagregen, stortbui, stortregen wolkbreuk,

plensen - gieten, gutden, stromen

plensregen - wolkbreuk

plenty - genoeg, overvloed, overvloedig, veel, volop

plenzen - gieten, gutsen, plempen, regenen, slagregenen, uitstorten

plenzende hoeveelheid - plens

plet - pletterij

pletbaar - malleus, smeedbaar

piethamer - slechthamer

pletora - volbloedigheid

pletrol - wel, wals

pletsen - uitgieten

pletten - lamineren, platmaken, platslaan, platten, slaan, uitpersen, uitslaan, uitpersen, uitsmeden, vergruizen, verbrijzelen, walsen

pletter - wals

pletteren - neersmijten

pletwerktuig - mangel, pletmolen, pletrol, stoomwals, wals,

pleura - borstvlies

pleuren - leggen, plaatsen, smijten

pleureuse - lamfer, rouwband

pleuritis   borstvliesontsteking

pleviervogel - goudsnip, griet, grutto, houtsnip, kemphaan, kievit, kluut, snip, scholekster, strandloper, tureluur, watersnip, wulp

plezant - aangenaam, jofel

plezier - aardigheid, alert, amusement, behagen, divertissement, gein, genoegen, genot, jolijt, jool, leut, liefhebberij, lol, lust, oele, plezier, pret, schik, vermaak, verzet(je), vreugd(e), vrolijkheid, welbehagen, welgevallen, ijspret


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina