P pa papa, va, vader pa (Engels) dad, daddy pa of ma



Dovnload 0.91 Mb.
Pagina8/13
Datum22.07.2016
Grootte0.91 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

plezier achteraf - napret

plezieren - verblijden

plezier hebben in - lusten

plezier in het leven - levensvreugd, levensvreugde

plezier in het op jacht gaan - jachtgenoegen, jachtgenot,

jachtvermaak



plezier om het verdriet van een ander - leedvermaak

plezier vooraf   voorpret

plezierig - aangenaam, aardig, amusant, fleurig, fijn, geestig, genoeglijk, genotvol, gezellig, heerlijk, jofel, jolig, keurig, kostelijk, leutig, lollig, mooi, opgewekt, plezant, prettig, vergenoegd, vermakelijk

plezierig uitgaan - trip, tripje

plezierige roes - euforie

plezierjacht - boeier, jacht, motorkruiser, pleziervaartuig, zeejacht

pleziermaker   cabaretier, clown, geinmaker, grapjas, grappenmaker, lolbroek, pretmaker, komiek

plezier of lol - vermaak

plezier of pret - vreugde

plezierpapier   accommodatiewissel

plezierreisje   cruise, excursie, plezierbootvaart, rondvaart, Rijnreisje, spelevaart, trip, uitstapje, vakantiereis, vliegreis,

plezierreiziger - toerist

plezierrijtuig - brik, janplezier, tentwagen

plezierrit - corso, dagtocht, excursie, rondrit, rijtoer

plezierterrein - lunapark, lusthof, pretpark

pleziertje - lolletje, pretje

pleziertocht - rondvaart

pleziertocht in een boot - spelevaart

pleziervaart   spelevaart

pleziervaartuig - boeier, jacht, zeilboot

pleziervoertuig   janplezier

plezierwerk - hobby

plezometer - drukkingsmeter

plicht   incumbentie, officium, opdracht, taak, verplichting

plichtenleer - deontologie, ethiek

plichtsbetrachting - ernst

plichtschending - prevaricatie

plichtsvervulling - plichtsbetrachting, prestatie

plichtbeweging - compliment

plichtenleer - ethiek

plichtenleer (Islamitisch) - Fikh

plichtig - schuldig, verschuldigd

plichtpleging - beleefdheidsbetuiging, ceremonie, compliment, egard, hoffelijkheid

plimsolimerk - laadstreep, uitwateringsmerk

plint - muurlijst, richel, vloerlijstvoetlijst

pliotron - triode

plissé   geplooid, plooisel

plisseren - plooien

plissoir - nagelborstel

plod - dronkaard, luiaard, slet, vod

plodde - dronkaard, luiaard, slet

ploeg - afdeling, eg(ge), elftal, ensemble, equipe, groep, koppel, landbouwwerktuig, messing, ploegschaaf, team, troupe, voetbalteam, werkploeg

ploeg met een dubbel rister - aanaardploeg

ploegbaas - kras, mandoer, onderbaas, opzichter, voorman, werkmeester

ploeg, deel van een - rister

ploeg spelers - team

ploeg van ministers - kabinet, ministerie

ploeg van voetballers - elftal, team

ploeg voor de stoppels - stoppelploeg

ploeg zonder schaar - egeleg, egelegge, haakploeg

ploegbaas - kras, mandoer, onderbaas, opzichter, voorman,

werkmeester



loegbaas (Ind.) - tandol

ploegbalk - ploegboom

ploegbeen - aangezichtsbeen

ploegblad - schaar

ploegdeel - rister, stortbord, strijkbord

ploegen   akkeren, bevaren, doorklieven, groeven, moren, omwerken, omwoelen, zwoegen

ploeger - landman

ploeggenoot - maat

ploegleider - voorman

ploegmes - kouter, riester

ploeg rister - strijkbord

ploegschaar - scharre

ploegschaarnavel - schaarbek

ploegsnee   voor, vore

ploeg spelers - team

ploegstaart   stuurstang

ploegstoker - ploeghak

ploegijzer - kouter, ploegschaar, riste-

ploert - barrel, dikdoener, doordraaier, fielt, filister, hufter, huisbaas, losbol, misbaksel, onverlaat, patser, plug, poen, pooier, prol, proleet, schavuit, schoft, schurk, schelm, smeerlap, sujet

ploertachtig   alledaags, bekrompen, gemeen, kleinburgerlijk, laag, liederlijk, ruw, verlopen

ploertendoder - cassé, tete

ploerterij - lichtmisserij

ploertig   bot, gemeen, grof, laag, liederig, lomp, onbeschaamd, ongemanierd, poenig, ruw, schofterig

ploertigheid - onbeschoftheid, ruwheid

ploertin - hospita

ploeteraar - werkezel, zwoeger

ploeteren - baggeren, modderen, moren, otteren, plassen, plons, pof, sloven, tobben, wroeten, wurmen, zwoegen

plof   bons, dreun, explosie, klap, knal, smak, stoot, val.

plofboot - motorboot

ploffen - exploderen, knallen, kwakken, vallen

ploffer   explosief, klapper, schietwapen, ontploffingsgeluid

plofkland - explosie, occlusief

plok - bosje, handvol, plukje, ruit, toef

plokgeld - strijkgeld

plombe - loodje, loodzegel, tandvulling, zegellood

plomberen - loden, verzegelen, vullen

plomp - bot(weg), dik, dotterbloem, grof, log, lomp, lummelachtig, onbehouwen, onbeleefd, onbeschaafd, ongelikt, onhebbelijk, ongemanierd, ontsierlijk, plat, plons, ruw, vormloos, waterboterbloem, zwaar

plompaard - lomperd

plomp dier - neushoorn, nijlpaard, olifant

plompheid - grofheid, logheid

plompe meid - trien

lompen – springen

plomp gebouwd rund - buffel

plompheid - grofheid, logheid

plomp persoon - bobberd

plompverloren - abrupt, botweg, pardoes, onverhoeds, onverwachts, opeens, plotseling

plonsstok - kloet, pols

plonzen - plempen,n, spattespetteren

plooi - antiform, frommel, frons, golving, groef, inleg, kneep, kreuk, kreukel, lies, link, model, neep, plica, plooisel, pof, pijpplooi, reef, ribbel, rimpel, rugae, vorm, vouw, zeet

plooi van zeil - reef, rif

plooi in het strottenhoofd - stemband

plooibaar   buigbaar, buigzaam, flexibel, gewillig, inschikkelijk, kneedbaar, lenig, meegaande, opvouwbaar, soepel, willig

plooibaarheid - souplesse

plooibare verbinding tussen delen van een portefeuille   slak

plooidal   aardplooi, trog, synclinale, terreinplooi

plooien - buigen, golven, kreuken, pliseren, regelen, rimpelen, schikken, schipperen, vouwen

plooier - schipperaar

plooiing - anticlinaal, anticlinale, antiform

plooi in de huid - rimpel

plooi in het gezicht - frons

plooiing in gesteente - flexuur

plooiingtectogeen - orogeen

plooiloos - effen, egaal, glad

plooi of neep - kneep

plooi of vouw - ribel

plooisel   lob, lub, plissage, plissé, ruche

plooisel van een kraag   lob, lub

plooisel van maag - spasme

plooivleugeligen - vespidae

plooiijzer - fristeertang

plot - knoop, plan

plots - abrupt, accuut, eensklaps,halsoverkop, inens, onverhoeds, onverwachts, onvoorzien, opeens, pardoes, plotseling

plotseling   abrupt, acuut, eensklaps, hals over kop, ineens, klakkeloos, nauwelijks, onvoorbereid, opeens, onverdacht, onverhoeds, onverwacht, onverwijld, pardoes, plompverloren, plots, plotsklaps, schielijk, snel, subiet, subito

plotseling (muz.)   subito

plotseling beginnend - acuut

plotseling binnenkomen   inval

plotseling idee - inval

plotseling lachen - proesten

plotseling omkeren - omslaan

plotseling ophouden - afnokken, stoppen

plotseling opkomend   acuut

plotseling opkomende gedachte - inval

plotseling sterk geluld   gil, kreet, schreeuw

plotseling verlangen   opwelling, drift

plotseling verschijnende ster   nova

plotselinge aandoening   aanval, attaque (attak)

plotselinge algemene schrik   ontsteltenis paniek, shock, verwarring

plotselinge angst – paniek, schrik

plotselinge bevlieging - rage

plotselinge beweging   ruk, schok, stoot

plotselinge koersdaling   slump

plotselinge ommekeer - ontknoping, peripetie, wending,

plotselinge overval - inval, raid, razzia

plotselinge radeloze angst - paniek

plotselinge schrik - ontsteltenis, paniek, shock, verwarring

plotselinge trek   ruk .

plotselinge verheffing van de wind - zeng

plotselinge vrees - schrik

plotselinge ziekteaandoening   aanval, attaque, beroerte

plotsklaps - eensklaps, ineens, onverwachts, opeens, plotseling

plotter - tekenmachine

plot van een verhaal - intrige

pluche - fluweel, katoen, pluis, veloers, wol,

pluche beer - pandabeer

pluche, namaak - pluchette

plug   bout, deutel, keg, mond, mondstuk, pin, schroefbout, stekker, stop, stuk, wig

plugijzer - deutelijzer

pluim   aigrette, bloeiwijze, compliment, dons, kwast, kwastje, panache, plumeaustaart, toef, veer, veder, vederbos,

pluim van de haver (met korrels) - teil

pluimage   gevederte, veren, vogelpluim

pluimbal   vederbal, volant

pluimbalspel - badminton, raketspel

pluimbol - paardebloem

pluimborstel - helmbos, panache, pluimbos, plumeau, vederbos

pluimen - plukken

pluimenbed - verenbed

pluimenbos - helmbos, panache

pluimgierst - millet

pluimgras - halm, helm

pluimig - donzig

pluimpjesbal   badminton, shuttle

pluimpje   compliment, loftuiting, plumula

pluimpje aan de staart - kwispel

pluimpjesbal - badminton, shuttle

pluimriet - struisriet

pluimstaart - eekhoorn, eker

pluimstaartaap - saki

pluimstrijken - aaien, flemen, flikflooien, slijmen, strooplikken, vleien

pluimstrijkende ambtenaar - sycofant, verklikker

pluimstrijker - flemer, flikklooier, kruiper, slijmjurk, vleier

pluimstrijkerij - kruiperij, liefdoenerij, vleierij

pluimvaren - koningsvaren

pluimvee   eend, gevogelte, haan, hen, hoen, hoender, kloek, kalkoen, kippen

pluimveeprodukt   ei

pluimveeziekte - cocsidiosa, legnood, pseudo-vogelpest, pip, pluimwit - talkpoeder, pullorum, snot

pluis - fatsoenlijk, gemakkelijk, glad, haartje, nop, onbedorven, opplant, pluche, rafel, rein, veilig, vers, vezel(tje), vlok, vlokje, zedig

pluis fluweel - felp, fulp

pluisje - draad, nop, vlokje

pluisjuweel - paan, pluche, trijp

pluiskruid - kruiskruid

pluismachine - effilocheur

pluis op wollen stof   nop

pluister - pluis, vezel, vlok

pluit - roeischuit, zeilboot

pluiter - roeischuit, zeiljacht

pluizen   navorsen, peuteren, uitrafelen

pluizig - oneffen, ruw

pluizig haar - dons

pluk - beetje, boeket, bos(je), dot, handvol, kuif, lok, oogst, plok, plukje,toef, tuiltje, vlok,

pluk tabak boven de pijp - pruik

pluk de dag - carpe diem

plukharen - bakkelien, kibbelen, ravotten, stoeien, twisten, vechten

plukje - bos, dot

plukje haar   lok

plukken - afscheuren, beroven, bestelen, oogsten, pluizen, pulken, roppen, trekken

plukker - oogster

pluksel - charpie, linament, pluk, rafeling, verbandmiddel

pluksla - dunsel, molsla

plukvet - darmvet

plumaketel - akeleiruit

plumbaginacee - armeria, lamsoor, limoenkruid, limonium, schapenoor

plumbago - loodkruid

plumbum   pb., lood

plumeau - vederborstel

plunderaar - dief, marodeur, rover, steler

plunderaarstroepen - haidoeken, heidukken

plunderen   beroven, depouilleren, devaliseren, gappen, maroderen, paraderen, rampokken, ravageren, roven, ruiken, ruiten, saccageren, spolieren, stelen, strooptocht, stropen, uitkleden

plunderen en roven - rampokken

plundering - beroving, diefstal, furie, marode, raid, rampokpartij, roof, soliatie, spoliatie

plundering door soldaten   furie, marode, stroperij

plundertocht – raid, marode, rampok, rooftocht

plunderziek – roofzuchtig

plunje - garderobe, kleding, kloffie

plunjer - zuiger

pluralis   meervoud, pl.

pluralis majestatis   majesteitsmeervoud

pluraliteit   meervoudigheid

pluriform   veelvormig

pluriformiteit   veelvormigheid

plus   daarbij, en, meer, optelteken, positief, (wisk.) vermeerderd met

plus de buurt er omheen   e.o

plusfour - pofbroek, kniepantalon

plusminus   circa, ca., omstreeks, omtrent, ongeveer, p.m.

plusminus 145 l - aam

pluspool   anode

plutocraat - geldaristocraat, kapitalist, nabob, rijkaard

plutocratie - geldheerschappij

plutonisch gesteente   sill, laccoliet

plutonium   Pu

pluviale   koorkap

pluvier - goudkievit, goudpluvier, regenvogel, wilster, zilverpluvier

pluvierachtige vogel   griel, kemphaan, kievit, kluut, renvogel, scholekster, scholekster, strandruiter, zeekieft (gewestelijk),

pluviersoort - renvogel, steenloper

pluviervogel - kluut

pluviometer   regenmeter

pluviose - regenmaand

pneu - luchtband

pneuma   adem, geest, lucht

pneumatiek - aeromechanica

pneumatisch muziekinstrument - fonola

pneumatofoor - ademwortel

pneumonie - longontsteking

po - nachtspiegel, ondersteek, pispot

pochel - lichaam, rug

pochen   bluffen, bogen, bracheren, grootspreken, opscheppen, opsnijden, pralen, pronken, roemen, snoeven, steunen, vanteren

pocher - blaaskaak, blageur, bluffer, branie, dikdoener, doordraaier, fanfaron, fraseur, geurmaker, grootspreker, kwast, opschepper, opsnijder, parademaker, patser, pedant, pochhans, poehamaker, poen, poseur, praalhans, praatjesmaker, praler, proneur, pronker, snoever, spekschieter, stoffer, trotsaard, windbreker, windbuil, ijdeltuit, zwetser

pocheren - koken

pocherij   bluf, blufferij, fanfaronnade, gesnoef, grootspraak, opschepperij, opsnijderij, pedanterie, praal, 7pralerij, rodomontade, snoeverij

pochet   lefdoekje, zakdoekje

pochhans - branie, fanfaron, grootspreker, pocher, poen, praler, , scheeuwer, snoever, zwetser

pochpotje - pochspelletje

pocketboek   paperback, zakuitgave

poco   p., iets, wat,

poco à poco - allengskens, langzamerhand

poculeren - drinken, zuipen

podagra   pootje, voeteuvel, voetjicht

poddel - hoer, lichtekooi

podesta   ban, landvoogd, machthebber, satraap, stadhouder, stadsbestuurder

podium - almemmor, ambo, boa, bima, buhne, estrade, optrede,platvorm, olankier, plankier, platvorm, toneel

podogra - jicht

podometer - afstandmeter, schredenteller

podsol - schierzand

podsolhorizont - koffielaag, loodzand, oerbank, schierzand

poedel – blunder, bok, does, doeshond, misgooi, misschot, misstoot, misworp, poedelhond, wentelaar

poedelen   baden, blunderen, krulhond, missen, wassen

poedelhond   does, poedel

poedelnaakt   moedernaakt, ontkleed, spiernaakt

poeder   bedak, blanketsel, gruis, medicament, meel, poeier, pulver, rouge, schoonheidsmiddel, toiletartikel

poeder bereid uit zeewier - alginaat

poeder of kleursel voor het gezicht - blanketsel

poeder van de meekrapplant - krap

poeder voor vla - custard

poederachtig - mul, rul

poederchocolade - cacao

poederen - blanketteren, fijnwrijven

poederig - mul, rul

poederjas - kapmantel

poederkoffie - oploskoffie

poederkwastje - donsje

poedermantel - peignoir

poeders met stroop - bolus

poedersuiker - basterd, farinesuiker, melis, strooisuiker

poeder van puin - gruis

poedervormig metaal   thorium

poedervormig slijpmiddel - amarilpoeder

poeiem - gedicht, vers

poëet   bard, dichter, kunstenaar, rijmer, verzenmaker, zanger

poef - zitkussen

poefen - paffen, schieten

poeha - bombarie, drukte, grootspraak, leven, omhaal, omslag, ophef, rumoer, spats, vertoon

poehaan - kraan, voorman

poehamaker - bluffer, ranie, drukteschopper, opschepper

poeier - afstraffingdreun, dreun, opdoffer, oplawaai, pulver, stomp

poeieren - fijn, wrijven

poel   afgrond, draskolk, kolk, laak, meer(tje), moeras, plas, somp, ven, vijver, waterplas, wetering

poelen - baden, zwemmen

poelepetaat - parelhoen

poelet - soepvlees

poelgras - rietgras

poelie - pully, riemschijf, snaarschijf

Poloe Pinang, stad op - Georgetown, Penang

Poeloe Weh, stad op - Sabang

poelslak - limnaea

poelsnip - capella, watersnip

poelvis - smeerling

poema - zilvermeeuw

poen   bluffer, branie, dikdoener, duiten, geld, geurmaker, moos, opschepper, opsnijder, patser, ploert, pocher, praler, proleet, snoever, snob, snot

poen   geld, moos

poene   boete, straf

poenen - slaan

poenerig - patserig

poenig - fatserig, poenerig, praalziek

poenig mispunt - kwal

poenka - fan, waaier

poepuil - steenuil

poer   hors, morsbanker, peur, vistuig, wormentros

poerga - boeran

poerlood - peur

poes - kat(er), dakhaas

poesje - pouse-café

poes met papieren - raskat

poesjenel - hansworst, marionet

poeslief - aanhalerig, fluweelachtig, stroperig, suikerzoet,

vlijerig


poespas   drukte, knoeitaal, mengelmoes, onzin, potpourri, rommel, rompslomp, salmagundi, soesa,

poesta - steppe, grassteppe

poestig - opvliegend

poet   buit, geld, hoop, massa

poëtisch   dichterlijk

poëtische naam voor Ierland   Eire, Erin

poets   bak, frotteren, grap, grol, joke, klucht, list, mop, parten, pots, streek, truc

poetsen - boenen, decrotteren, reinigen, schoonmaken, wrijven

poetser - schoonmaker

poetsgoed - appretuur

poetskatoen   dot, pinkops

poetslap   dot

poetsmiddel - cleaner, glans, koperpoets, poetspommade, politoer, schuurpoeder, was, zilverpoets

poetsmiddel voor aanrecht   staalfix

poetsmiddel voor hout   teakolie

poetsmiddel voor kachels   kachelglans

poetsmiddel voor tanden   tandpasta

poets of streek - list, loer

poettie - puttee, beenwindsel

poetsproduct - smeer

poezelig - mollig, poezel

poezelige vrouw - mokkel

poezengeluid - spinnen

poëzie   dichtkunst, gedichten, verzen

poezig - lief(tallig), zacht



pof   bol, gezwollen, klap, knal, krediet, opgezet, windstoot

pofadder - cobra

pofbroek - plusfour

poffen- borgen, duwen, kloppen

poffer - voetzoeker, zakpistool

poffertje   bollebuisje, brodertje,

poffertjeskraam - bakkeet

pofmais - popcorn

pofspel - trictrac

pogen   beproeven, conatus, proberen, streven, trachten

pogen te bereiken   haken, rekken streven

poging   experiment, moeite, proef, probeersel, streven

poging tot dichten   gerijmel, rijmelarij

poging tot koop   bod

poging tot moord   aanslag

pogrom   jodenvervolging, verwoesting

poids   gewicht, overwicht

poileren - afzetten, ombiezen

point   punt

point d'orgue   orgelpunt

pointe   clou, gedachte, geestigheid, moraal, strekking, tendens, woordspeling

pointer - patrijshond

pointeren   aanstippen, aantekenen, richten, verifiëren, wagen, zetten

pointlacé - borduursel

pok   blaar, bult, puist, pukkel, puistje, zweer(tje)

pokdalig   mottig

poken   aanzetten, duwen, kloppen, moeren, oprakelen, porren, rakelen, stoken, wekken


1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina