P5 ta-prov(2002)0509 Ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2003



Dovnload 40.24 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte40.24 Kb.
P5_TA-PROV(2002)0509

Ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2003

Begrotingscommissie

PE 318.745

Resolutie van het Europees Parlement over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2003 (C5 0300/2002 - 2002/2004(BUD)) en over de nota van wijziging nr. 1/2003 bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2003 (12640/2002 - C5-0480/2002)

Het Europees Parlement,

– onder verwijzing naar artikel 272 van het EG-Verdrag en artikel 177 van het Euratom-Verdrag,

– gelet op Besluit nr. 2000/597/EG, Euratom van de Raad van 29 september 2000 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen1,

– gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure2,

– gelet op het nieuwe Financieel Reglement dat op 1 januari 2003 in werking zal treden3,

– gezien het voorontwerp van algemene begroting voor het begrotingsjaar 2003 (COM(2002) 300),

– gezien het ontwerp van algemene begroting voor het begrotingsjaar 2003 (C5-0300/2002),

– onder verwijzing naar zijn resolutie van 2 juli 2002 over de begroting voor 2003 met het oog op de overlegprocedure voorafgaand aan de eerste lezing door de Raad4,

– onder verwijzing naar zijn resolutie van 2 juli 2002 over de begroting 2002: implementatieprofiel, overschrijvingen en gewijzigde en aanvullende begrotingen5,

– gezien het maximum stijgingspercentage van 3,8% voor de niet-verplichte uitgaven in 2003 (C5-0207/2002),

– gezien de nota van wijziging nr. 1/2003 (12640/2002 - C5-0480/2002) bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2003,

– gelet op artikel 92 en bijlage IV van zijn Reglement,

– gezien het verslag van de Begrotingscommissie en de adviezen van de andere betrokken commissies (A5-0350/2002),

A. overwegende dat de betalingskredieten in het ontwerp van begroting van de Raad overeenkomen met 1,01% van het EU-BNI, vergeleken met 1,08% zoals vastgelegd in de financiële vooruitzichten en 1,03% zoals voorgesteld in het voorontwerp van begroting van de Commissie,

B. overwegende dat de betalingskredieten op de ontwerpbegroting € 96,991 miljard bedragen, hetgeen neerkomt op een verlaging van € 1 215 miljoen (-1,2%) ten opzichte van het VOB, een verhoging van 1,4% ten opzichte van de begroting 2002, en een stijging van de verplichte uitgaven met 1,84% en van de niet-verplichte uitgaven met 2,1% in vergelijking met de begroting 2001,

C. overwegende dat de Commissie een voorstel heeft ingediend tot toepassing van het flexibiliteitsinstrument, overeenkomstig punt 24 van het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999, voor een totaalbedrag van € 125 miljoen, waarvan € 66 miljoen dient ter dekking van het tekort in rubriek 5 van het VOB, € 32 miljoen voor de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid en € 27 miljoen ter financiering van het tweede deel van de herstructurering van de communautaire vissersvloot,

D. overwegende dat de Commissie na de overstromingen in de zomer van 2002 tevens een voorstel heeft ingediend voor een nieuw interinstitutioneel akkoord voor de invoering van een mechanisme voor de financiering van het herstellen van schade veroorzaakt door natuurrampen in de lidstaten en de kandidaat-lidstaten waarmee onderhandelingen worden gevoerd,



Resultaten van het overleg

1. onderstreept dat de Raad en het Parlement, voor het eerst voorafgaand aan de eerste lezing van de Raad, overeenstemming hebben bereikt met als belangrijkste resultaat dat de uitgaven uit hoofde van rubriek 5 onder het in de financiële vooruitzichten vastgelegde plafond blijven en zij aldus het verzoek van de Commissie om toepassing van het flexibiliteitsinstrument hebben verworpen, zonder de voorbereiding op de uitbreiding in gevaar te brengen;

2. herinnert eraan dat naast de strengheid die is toegepast met betrekking tot de huishoudelijke uitgaven, volledig is voldaan aan de door het Parlement gestelde voorwaarden, met name het besluit om de uitbreiding te financieren door middel van vervroegde financiering (front-loading), om de vervroegde-uittredingsregeling uit te breiden tot het Parlement, ook voor het personeel van de fracties, om het toepassingsbereik van de reserve voor noodhulp voor civiel crisisbeheer te vergroten en om een proces op gang te brengen om het Parlement in de toekomst op passende wijze te betrekken bij het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB);

Tenuitvoerleggings- en begrotingsmethodes

3. is ingenomen met de resultaten van de initiatieven van het Parlement, met name met het nieuwe begrotingsdebat waarin het Parlement de gelegenheid krijgt de Commissie in kennis te stellen van zijn bezorgdheden met betrekking tot begrotingskwesties en dat bijdraagt tot een nieuwe institutionele dynamiek in verband met de nieuwe bepalingen betreffende het wetgevingsprogramma en de inventarisatieprocedure; wijst met nadruk op de positieve resultaten van de nieuwe tenuitvoerleggingsmethodes als gevolg waarvan de gespecialiseerde commissies een betere kwantitatieve en kwalitatieve controle van de begroting kunnen uitvoeren; is ingenomen met de voorbereidende werkzaamheden in verband met de toekomstige nomenclatuur voor de activiteitgerelateerde begrotingsmethode (Activity Based Budgeting);



Betalingen en achterstanden

4. benadrukt dat de bezuiniging van € 1 215 miljoen ten opzichte van het VOB die de Raad in de ontwerpbegroting heeft doorgevoerd niet overeenstemt met het doel de uitvoering van de financiering door de EU te verbeteren, zoals gewenst in de richtsnoeren van de beide takken van de begrotingsautoriteit; wijst erop dat het om een gematigde verhoging gaat, waarbij het plafond van de financiële vooruitzichten volledig wordt geëerbiedigd;

5. onderstreept de verantwoordelijkheid om het geld van de Europese "belastingbetalers" zo goed mogelijk te besteden; wijst in dit verband op de aanzienlijke hoeveelheden niet-gedane uitgaven die de afgelopen jaren zijn teruggevloeid naar de lidstaten; is voorts bereid een goed beheer van de begroting van de EU te waarborgen door de Commissie van de nodige middelen te voorzien;

6. herinnert aan de gemeenschappelijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie van 14 december 2000 over de verlaging van de uitstaande verplichtingen tot een normaal niveau vóór december 2003 als belangrijke doelstelling in het kader van de hervorming van de Commissie; wijst erop dat de Commissie zich er in de begrotingsprocedure 2002 toe heeft verbonden uitvoeringsprofielen en een actieplan voor te leggen, om een einde te maken aan het abnormale niveau van de nog uitstaande verplichtingen; betreurt dat ondanks de vooruitgang die de Commissie heeft geboekt bij het keren van de negatieve tendens met betrekking tot de uitstaande verplichtingen, met name bij programma's in het kader van de externe maatregelen, het totaal aan uitstaande verplichting in september 2002 nog steeds € 107 miljard bedroeg; verhoogt de betalingskredieten op de begrotingslijnen waarvan de achterstand in het afgelopen jaar is verkleind, teneinde de Commissie te voorzien van de noodzakelijke middelen om de positieve ontwikkeling voort te zetten;

7. verzoekt de Commissie om voorlegging vóór de tweede lezing van:

- een verslag waarin de Commissie uitlegt hoe zij haar eigen doelstelling om de uitstaande verplichtingen vóór december 2003 tot een normaal niveau terug te brengen, denkt te halen;

- een plan, gemodelleerd naar het uitvoeringsplan, voor het wegwerken van de uitstaande verplichtingen;

- de toezegging dat uiterlijk samen met het voorontwerp van begroting een uitvoeringsplan zal worden voorgelegd en dat de begrotingsautoriteit regelmatig op de hoogte zal worden gehouden van de afwijkingen in vergelijking met het oorspronkelijke profiel, waarbij op passende wijze verantwoording wordt afgelegd voor afwijkingen en voorstellen worden gedaan voor verbeteringen;

- een opnemingsplan op basis van een door de begrotingsautoriteit goed te keuren bindend tijdschema;

B...A-lijnen

8. is voornemens door te gaan met de rationalisatie van de behoefte aan kredieten voor operationele en administratieve uitgaven op basis van een nieuwe raming van de behoeften aan administratieve uitgaven; besluit de kredieten van de B…A-lijnen waarvan de uitvoering per 15 juli lager is dan 10% te verlagen en de corresponderende operationele lijnen met het dienovereenkomstige bedrag te verhogen; besluit voorts een algemene reserve te creëren voor de kredieten op de B…A-lijnen waarvan de uitvoering per 15 juli tussen de 10% en 35% ligt;



Rubriek 1: Landbouw

9. zegt zijn steun toe voor de alomvattende verdere ontwikkeling van het gemeenschapelijk landbouwbeleid; verlangt een rechtvaardig, eerlijk en duurzaam landbouwbeleid, zowel voor de lidstaten als voor de kandidaat-lidstaten; herhaalt in verband hiermee zijn verzoek om geleidelijke verschuiving van de nadruk op landbouwfinanciering naar versterking van de plattelandsontwikkeling, bijvoorbeeld door middel van steun voor jonge boeren;

10. besluit een deel van de marge in rubriek 1a), die door de Commissie in het VOB is overgelaten en door de Raad in de OB is verruimd, te gebruiken voor de financiering van de prioriteiten van het EP, met name maatregelen op het gebied van dierziektes, volksgezondheid en genetische hulpbronnen; verzoekt de Commissie deze prioriteiten op te nemen in haar nota van wijzigingen; beklemtoont het belang van omschakeling van de tabaksteelt op andere gewassen en andere activiteiten; is ingenomen met de voorgestelde extra financiële middelen voor onderzoek naar mogelijkheden voor een dergelijke omschakeling;

11. staat kritisch tegenover het huidige systeem van uitvoerrestituties voor het vervoer van levende dieren; stelt ter vergroting van de transparantie voor de nomenclatuur van de begrotingslijnen betreffende uitvoerrestituties voor rund- en kalfsvlees (B1-210), varkensvlees (B1-2300) en pluimvee (B1-2311) te wijzigen door middel van de invoering van nieuwe begrotingslijnen voor het vervoer van levende dieren; stelt voor de uitvoerrestituties voor rund- en kalfsvlees te verminderen, teneinde het transporten van levende dieren terug te dringen;



Rubriek 2: Structuurfondsen

12. acht de door de Raad in zijn ontwerpbegroting toegepaste verlaging van de betalingskredieten met € 525 miljoen onaanvaardbaar, omdat de lidstaten ertoe moeten worden aangemoedigd de mogelijkheden van de structuurfondsen volledig te benutten; roept de lidstaten met aanzienlijke betalingsachterstanden uit eerdere programmeringsperiodes ertoe op deze achterstanden weg te werken en verdere vertragingen te voorkomen; benadrukt de noodzaak van een verdere vereenvoudiging van de procedures;

13. herinnert aan de gemeenschappelijke verklaring van het EP en de Raad om het resterende bedrag van € 27 miljoen voor het herstructureringsprogramma van de communautaire vissersvloot die in Marokkaanse wateren actief was, te financieren in overstemming met de bepalingen van het IA;

14. neemt kennis van de nota van wijzingen nr. 1/2003 bij het VOB; is van mening dat het hangende het besluit van het Parlement en de Raad over de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid en bij ontstentenis van een overeenkomst over de financiële vereisten voor de hervorming te vroeg is om nieuwe kredieten op de begroting op te nemen;



Rubriek 3: Interne beleidsmaatregelen

15. is verheugd dat de stemming over de begrotingsamendementen een weerspiegeling vormt van de richtsnoeren ten aanzien van verhoging van de bijdrage uit de EU-begroting voor het migratie- en asielbeleid, in overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad van Sevilla, door het opnemen van aanvullende kredieten voor beleidsmaatregelen op dit gebied, zoals het Europees vluchtelingenfonds, maatregelen ter verbetering van het migratiebeleid, met inbegrip van betere samenwerking met derde landen, en het opzetten van programma's om integratie te vergemakkelijken en sociale uitsluiting te bestrijden;

16. benadrukt de noodzaak de voorbereiding op de uitbreiding te vergemakkelijken met via verhoging van de kredieten voor proefprojecten en voorbereidende acties met het oog op de ontwikkeling van communautaire programma's die zijn aangepast aan de nieuwe geografische en economische omvang van de uitgebreide Unie; zet een nieuw proefproject op dat gericht is op het ontwikkelen van netwerken tussen KMO's uit de huidige en de uitgebreide Unie en KMO's die onder de programma's TACIS, MEDA en CARDS vallen;

17. benadrukt de noodzaak de capaciteit van KMO's, met name ambachtelijke bedrijven, en micro-ondernemingen te vergroten in de zich ontwikkelende economische en geopolitieke context van de ophanden zijnde uitbreiding, maatregelen op het gebied van beroepsopleidingen te steunen, en duurzame programma's te ontwikkelen om het niveau van gezondheid, veiligheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid te verbeteren;

18. neemt kennis van de inspanningen van de Commissie om de follow-up van proefprojecten en voorbereidende acties te verbeteren; verzoekt de Commissie de start van het proces te versnellen, een specifiek uitvoeringsplan voor de proefprojecten en voorbereidende acties op te stellen en de begrotingsautoriteit elk kwartaal kwantitatieve en kwalitatieve gegevens te verstrekken over de uitvoering;

19. beklemtoont dat het noodzakelijk is door te gaan met het verlenen van begrotingssteun via proefprojecten en voorbereidende acties voor initiatieven die niet worden gedekt door de belangrijkste meerjarenprogramma's op het gebied van onderwijs, jeugdbeleid, met inbegrip van e-leren overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Lissabon, en minderheidstalen; roept in dit verband een nieuw proefproject in het leven voor experimentele maatregelen ter bevordering van technologische ontwikkeling en samenwerking met universiteiten op regionaal niveau door middel van de totstandbrenging van kennisregio's;

20. is ingenomen met het besluit een proefproject getiteld ENEA op te zetten ter bevordering van de mobiliteit en het vrije verkeer van ouderen op Europees niveau op sociaal, cultureel, artistiek, onderwijs- en sportgebied; is voorstander van verdere ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het sociaal beleid van de EU via nieuwe vormen van dialoog met het maatschappelijk middenveld; dringt er bij de Commissie op aan te komen met een voorstel voor steun voor organisaties die een bijdrage leveren tot de ontwikkeling van de dialoog met het maatschappelijk middenveld;

21. herinnert eraan dat de inspanningen van het Parlement de afgelopen jaren gericht waren op de invoering van een communautair voorlichtingsbeleid ten dienste van de burgers dat betere waar voor zijn geld biedt en nieuwe synergieën creëert; verlangt in verband hiermee dat de interinstitutionele werkgroep voorlichting, uiterlijk op 30 april 2003, een plan voorlegt voor besparingen op administratieve en menselijke hulpbronnen, met name op gedecentraliseerd niveau; is van mening dat de verlaging van de middelen voor PRINCE na de invoering van de euro niet strookt met het oorspronkelijke doel van het programma, namelijk het verstrekken van informatie aan de Europese burgers over de prioriteiten van de Unie; voert derhalve een deel van de kredieten opnieuw op met een onderverdeling die een weerspiegeling vormt van de nieuwe prioriteiten, zoals de uitbreiding en de toekomst van de Unie; herinnert de Commissie eraan dat zij de beginselen van het PRINCE-programma, zoals overeengekomen in de begroting voor 1996, niet mag ondermijnen; is ingenomen met de opname op de begroting van kredieten om de toegang tot documenten voor de Europese burgers te vereenvoudigen;

22. steunt het besluit van de Raad om de stijging van de subsidies voor de gedecentraliseerde agentschappen te beperken; besluit 50% van de kredieten voor gedecentraliseerde organen die nog in afwachting zijn van een oplossing met betrekking tot hun locatie en effectieve werkzaamheid, in de reserve te plaatsen; is ingenomen met de prioriteiten inzake budgettaire transparantie in het nieuwe Financieel Reglement, dat op 1 januari 2003 in werking zal treden; wijst echter op de inconsistentie dat de Raad en de Commissie de agentschappen nieuwe taken opleggen, maar daarvoor geen extra middelen vrijmaken; wenst met het oog op de opstelling van de nieuwe financiële vooruitzichten voor de uitgebreide Unie de kosten van de voorbereiding op de uitbreiding duidelijker zichtbaar te maken in de begrotingen van alle agentschappen;

23. is ingenomen met het begrotingsbesluit om een nieuw proefproject op te zetten in verband met de noodzaak van investeringen, in de lidstaten, in "schone ontwikkelingsmechanismen" zoals vastgelegd in het Kyoto-protocol; is van mening dat in ontwikkelingslanden dezelfde maatregelen kunnen worden genomen, als onderdeel van de actie "Milieubeheer in ontwikkelingslanden" (B7-620);



Rubriek 4: Externe maatregelen

24. benadrukt dat het vanwege de beperkingen in rubriek 4 onmogelijk is alle behoeften in de context van de externe maatregelen te financieren, waardoor de geloofwaardigheid van de EU in de gehele wereld in gevaar komt; betreurt met name de verlagingen op de begroting 2002 voor een aantal belangrijke programma's en begrotingsartikelen, met inbegrip van het MEDA-programma waarvoor de vastleggingen 25% lager zullen zijn dan in het begrotingsjaar 2000; dringt er bij de Raad en de Commissie op aan om hiermee bij voorstellen voor nieuw beleid rekening te houden en samen te werken bij de oplossing van het structurele probleem van het plafond van rubriek 4 op de korte en middellange termijn;

25. is van mening dat de financiële vooruitzichten met het oog op de noodzaak van een grotere budgettaire transparantie zouden moeten worden herzien, teneinde de pre-toetredingssteun voor Cyprus en Malta over te hevelen van rubriek 4 naar rubriek 7;

26. herbevestigt zijn wil om de wederopbouw van Afghanistan te steunen; herinnert er echter aan dat deze steun afhankelijk is van handhaving, in grote lijnen, van het niveau van de uitgaven voor andere EU-prioriteiten, zoals gedefinieerd door het EP; verlaagt de hulp voor Afghanistan met € 63 miljoen in vergelijking met de ontwerpbegroting; is bereid de resterende behoeften voor Afghanistan te financieren binnen het kader van het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999; verzoekt de Raad derhalve met het Parlement in onderhandeling te treden, teneinde de noodzakelijke financiële middelen vrij te maken;

27. erkent dat de wereldwijde HIV/AIDS-crisis een belangrijk gezondheids-, ontwikkelings- en veiligheidsprobleem is dat gevolgen heeft voor alle landen; herhaalt vastbesloten te zijn een bevredigende oplossing te vinden voor de financiering van een passende bijdrage van de EU aan het Global Fund;

28. herhaalt zijn voornemen om een begrotingslijn op te nemen voor het herstel en de wederopbouw van de gebieden onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit, in overeenstemming met de conclusies van zijn resolutie van 12 maart 2002 inzake de begrotingsrichtsnoeren voor 2003 - Afdeling III - Commissie1;

29. wijst met nadruk op de dringende noodzaak de rechtstreekse EU-maatregelen op het gebied van basale gezondheidszorg en basaal onderwijs in ontwikkelingslanden uit te breiden, op basis van de overeenkomst om minimaal 35% van de kredieten toe te wijzen voor uitgaven in de sociale sector; betreurt ten zeerste dat uit de bestaande landenstrategiedocumenten blijkt dat 31% van de middelen aan vervoer wordt besteed en slechts 10% aan gezondheidszorg en onderwijs; herhaalt dat volledige implementatie en daadwerkelijke toepassing van overeengekomen doelen en indicatoren voor het meten van prestaties als randvoorwaarden moeten worden gesteld voordat enigerlei verdere vereenvoudiging van de begroting in overweging wordt genomen;

30. heeft besloten de begrotingslijnen voor NGO's en mensenrechten te verhogen, teneinde het niveau van de begroting 2002 te herstellen; is bezorgd over de vertragingen bij de uitvoering van de micro-projecten in het kader van het Europees initiatief voor democratie en mensenrechten (EIDHR) in 2001 en 2002; herinnert eraan dat het Europees Parlement bij verschillende gelegenheden verzocht heeft om een vereenvoudiging van de regels voor kleinschalige projecten en in verband hiermee met klem heeft gewezen op het belang van het decentraliseringsproces; verzoekt de Commissie derhalve om opheldering over de interne audit die op dit moment bij EuropeAid wordt uitgevoerd om vast te stellen in hoeverre de delegaties van de Commissie in staat zijn de regelingen voor micro-projecten uit te voeren;

31. herinnert eraan dat tijdens het overleg van 19 juli 2002 geen overeenkomst is bereikt over bedragen voor het GBVB; neemt derhalve € 30 miljoen op in hoofdstuk B8, hetgeen overeenkomt met de begroting 2002, zoals voorzien in artikel 39 van het IA; is ingenomen met de EUPM in Bosnië-Herzegovina als bijdrage tot stabiliteit en veiligheid; geeft uiting aan zijn bereidheid te zoeken naar passende financiële middelen, gepaard aan een passende betrokkenheid van het EP en de Commissie bij dergelijke maatregelen in het kader van het GBVB, zoals overeengekomen tijdens het overleg van juli 2002; is van mening dat hiertoe vóór de tweede lezing van de begroting 2003 een interinstitutioneel akkoord tussen de Raad, het EP en de Commissie moet worden gesloten; verzoekt de Raad bovendien zijn werkplan met een gedetailleerd overzicht van de operationele uitgaven voor het GBVB en het EVDB in de periode 2002-2007 voor te leggen;

Rubriek 5: Administratieve uitgaven

32. is ingenomen met de overeenkomst die het in juli 2002 met de Raad heeft bereikt alsook met de gezamenlijke inspanningen om met betrekking tot de administratieve uitgaven van de Unie strengheid te blijven betrachten door deze uitgaven onder het plafond van rubriek 5 te houden, de behoeften te financieren door middel van het vervroegen van uitgaven (front-loading) en door in de begroting 2002 te anticiperen op komende uitgaven; wijst erop dat deze operatie het begin is van een concrete meerjarenaanpak die zich uitstrekt over twee begrotingsjaren;

33. bevestigt zijn voornemen om prioriteit te geven aan de voorbereiding op de uitbreiding en met name te zorgen voor de noodzakelijke kredieten voor menselijke hulpbronnen en de publicatie van het acquis communautaire; is van mening dat het resultaat van de besparingen en het vervroegen van uitgaven tot dit doel dient bij te dragen via een overschrijving naar deel A van de begroting;

34. herbevestigt zijn inzet voor gelijke kansen voor mensen met een handicap, door een verwijzing hiernaar op te nemen in de toelichting bij hoofdstuk A-30 ("Communautaire subsidies"); verzoekt de Commissie tijdig vóór de tweede lezing van het ontwerp van begroting voor 2003 een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar de financiële gevolgen van het opzetten van een dagverblijf- en zorgcentrum voor gehandicapte kinderen van Europese ambtenaren;

35. dringt er bij de Commissie op aan een voorstel in te dienen voor een verordening tot oprichting van een pensioenfonds voor ambtenaren van de instellingen en organen van de Europese Unie; creëert hiervoor een passende begrotingsstructuur met als doel een positief signaal te geven in afwachting van de goedkeuring van het betreffende besluit;

36. steunt het besluit om de aanpassingscoëfficiënt vanaf juli 2002 niet meer toe te passen op de salarissen van de leden van de Commissie en verwacht dat dit in de nabije toekomst zo zal blijven; ziet uit naar een besluit van de Commissie waarin gedetailleerd uiteengezet wordt hoe de sinds 1998 gedane betalingen zullen worden terugbetaald;



Hervorming van de Commissie

37. herinnert de Commissie eraan dat haar belangrijkste project de hervorming van haar administratie en beheerssysteem is, waarbij ze volledig wordt ondersteund door het Parlement; verklaart dat de succesvolle afronding en uitvoering van deze hervorming gedurende de mandaatsperiode van deze Commissie een randvoorwaarde is voor het welslagen van de uitbreiding en een betere acceptatie van de EU door haar burgers; wijst erop dat het publiek geen duidelijk beeld heeft van de hervorming en van de inspanningen die worden ondernomen om de burgers beter te dienen en waar voor hun geld te geven; verzoekt de Commissie het Parlement vóór 15 november 2002 een gedetailleerd verslag voor te leggen over:


- de conclusies van het tweede verslag van het Comité van onafhankelijke deskundigen over de hervorming van de Commissie en de opmerkingen van het Parlement over dat verslag in zijn resolutie van 19 januari 20001;

- de resultaten (in tabelvorm) van de verwezenlijkte hervormingen, de lopende hervormingen en de nog te nemen maatregelen, vergezeld van een gedetailleerd tijdschema voor uitvoering;


38. herhaalt bereid te zijn het welslagen van de hervorming van de Commissie te waarborgen door middel van nauwlettend toezicht op het gebruik van de in de begroting beschikbaar gestelde kredieten, met name voor de extra menselijke hulpbronnen; is vastbesloten door te gaan met de inspanningen ter verbetering van de uitvoering van de begroting, teneinde de uitstaande verplichtingen te verminderen aan de hand van een strikt uitvoeringsplan;

39. is verheugd dat de stemming over de begrotingsamendementen een weerspiegeling is van de richtsnoeren voor wat betreft het in opdracht te geven onderzoek waarin potentiële prioriteiten moeten worden vastgesteld voor communautaire beleidsvorming op het vlak van buitenlandse zaken voor de periode 2002-2007; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat dit onderzoek vóór 30 september 2003 aan het Parlement wordt voorgelegd;



Rubriek 7: Pre-toetredingssteun

40. herstelt de door de Raad verlaagde betalingskredieten voor PHARE, SAPARD en ISPA, in overeenstemming met zijn algemene strategie inzake betalingen, de aanzienlijke verbetering van de uitvoering en de wil om de voorbereiding van de uitbreiding te stimuleren;



°

° °


41. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie vergezeld van de amendementen te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de overige betrokken instellingen en organen.

1 PB L 253 van 7.10.2000, blz. 42.

2 PB C 172 van 18.6.1999, blz. 1.

3 PB L 248 van 16.9.2002.

4 P5_TA(2002)0348.

5 P5_TA(2002)0349.

1 P5_TA(2002)0096.

1 PB C 304 van 24.10.2000, blz. 135.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina