Parameters in functies II twee soorten



Dovnload 8.24 Kb.
Datum27.09.2016
Grootte8.24 Kb.

Parameters in functies II




Twee soorten


Er kan op twee manieren gewerkt worden met parameters in een functievoorschrift We nemen als voorbeeld de functie fa(x) = a sin (x)

  • Voer in : y = {1} sin (x)
    De parameter a is dus hier vervangen door { 1 }. Een getal tussen accolades wordt beschouwd als een parameter, waarbij het getal zelf als startwaarde van de parameter dient. Deze waarde kan tijdens het onderzoek in kleine stapjes veranderen, waardoor je gelijk ziet, welke gevolgen dit heeft voor de grafiek.

  • Voer in: y = a sin (x)
    Geocadabra zal tijdens het invoeren van deze formule zowel a als x herkennen als veranderlijken. Welke de variabele is en welke de parameter, zal worden gevraagd, evenals de startwaarde:

Het voordeel van de eerste methode, dat er met meer variabelen gewerkt kan worden. Een algemene sinusoïde van de vorm

Y = a sin ( b ( x-c)) + d

voer je in als

Y = {1} sin ( {1} x – {0}) + {0}

Waarbij je de vier parameter s afzonderlijk kunt variëren, en de gevolgen ervan in de grafiek gelijk terugziet.

Geocadabra ondersteunt maximaal 4 parameters.

Dit parametergebruik is uitgebreid beschreven in het document Parameters in functies I.doc.
Het voordeel van de tweede methode is dat eenzelfde parameter op meer plaatsen mag voorkomen. Een voorbeeld hierbij:

Beschouw de functie fa(x) = a ^ (x/a) met domein [ 0 ; 10]. De parameter a komt op twee plaatsen voor.

Het controlevenster verschilt wezenlijk van de eerste manier. Deze manier van parametergebruik kan niet bij de accoladen-manier. Daar is elk getal tussen accolades een nieuwe parameter.
Bij stapsgewijze verandering van a (door op een handje te klikken) wordt de nieuwe a-waarde op elke positie ingevuld.
Wanneer er meer functies getekend zijn, die een of meer parameters bevatten, staan hun volgnummers onderaan in het applet. Door op de desbetreffende radiobutton te klikken, kan geschakeld worden tussen deze functies. Functies die in de tekening aanwezig zijn, maar geen parameters bevatten, zijn herkenbaar in het applet aan het niet-aanklikbaar zijn (lichtgrijs) van de betreffende radiobutton.

De hier getoonde functie is grappig. Wanneer je a in kleine stapjes laat toenemen, komt de grafiek aanvankelijk steeds een stukje hoger te liggen, maar later (na a = e) schuift deze weer omlaag! Een erbij behorende mooie vraag zou kunnen zijn: Voor welke a is fa(3) maximaal? Met als antwoord: a = e.


Tips

  • Ook in het document Het gebruik van een parameter in een functievoorschrift.doc van de handleiding staat in detail omschreven hoe je bij een functie met parameters omgaat om de grafiek ervan te manipuleren.

  • Parameters kunnen ook gebruikt worden in een kromme, uitgedrukt in poolcoördinaten. Dit geldt voor beide soorten.

  • Parametergebruik van de tweede soort hierboven kan ook gebruikt worden bij parameterkrommen.

  • Door meerder functies te definiëren, elk met een of meer parameters, kan worden bestudeerd, hoe de ene functie ligt ten opzichte van de andere, en wel voor elke functie afzonderlijk.

  • Bij de behandeling van sinusoïden kan uitgegaan worden van de functie . Door deze functie vier keer in te voeren, telkens met een nieuwe kleur, krijg je aanvankelijk bij dit applet alleen de laatste te zien (de functies worden over elkaar heen getekend in volgorde van definitie). In het applet kun je nu een van de functies manipuleren, terwijl de andere blijven staan, waardoor je uit het verband goed de betekenis van amplitude, evenwichtsstand, startpunt en periode kunt toelichten (of laten onderzoeken in een computerpracticum).






Applets parameters in functies II ()





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina