Parkpop 2008 29 juni 2008 • Zuiderpark Den Haag (NL)



Dovnload 19.93 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte19.93 Kb.
Parkpop 2008

29 juni 2008 • Zuiderpark Den Haag (NL)

Was het regenachtige weer de afgelopen twee edities spelbreker, dit jaar baadde het Haagse festival Parkpop, gehouden op zondag 29 juni jl., van begin tot eind in de zon. Aan het begin van de middag, toen het evenement van start ging, stond er nog wel een flink briesje en hingen er enkele wolken, maar een kniesoor die daar om maalde. Waarmee het aloude credo “Met Parkpop begint de zomer” deze keer wél bewaarheid werd. Gelukkig maar, want al is Parkpop dan gratis toegankelijk, dat laat niet verlet dat plensbuien veel, zo niet alles van de sfeer, het welbehagen en het kijk- en luisterplezier ontnemen. Mede hierdoor togen deze dag meer dan 250.000 mensen naar het Zuiderpark.


Onder een aangenaam zonnetje genieten van topacts als Sheryl Crow, Kula Shaker, Jason Mraz, Racoon, Moke en Monte Montgomery, wat wil een muziekliefhebber nog meer? Ja, een koud biertje op zijn tijd misschien. En ook dát kon, want aan verkooppunten voor versnaperingen ontbrak het niet. En wie even iets anders wilde doen dan een optreden gadeslaan, kon gaan rondsnuffelen op de immense festivalmarkt, zich ergens op het uitgestrekte grasveld neervlijen of (tegen betaling) gaan bungeejumpen.

Opmaat naar Parkpop op 27 en 28 juni
Hoewel het op 29 juni jl. voor de 28e maal gehouden festival Parkpop een ééndaags gebeuren is, wordt het al meerdere jaren voorafgegaan door het festival Haags Pop Podium LIVE. Zo ook dit jaar. Op 28 juni was de Grote Markt in het centrum van de stad het toneel van diverse, vooral jonge Haagse acts, terwijl die dag in het Zuiderpark de kleintjes plezier konden beleven aan Kinder Parkpop. Als opwarmertje voor het eigenlijke festival werd het Haags Pop Podium LIVE afgesloten met een optreden van een van de Parkpop-artiesten: gitaarmaestro annex singer-songwriter Monte Montgomery.
Nóg een dag eerder vond de halve finale plaats van een urban talentenjacht tussen zes lokale bands, die streden om drie plaatsen op de Haagse XStage, een der drie hoofdpodia op Parkpop. De winnaars werden BujuMouse, Lady K-Wida en L4, waarmee deze aanstormende talenten letterlijk en figuurlijk een podium geboden werd. Op de Haagse XStage traden een dag later tevens zes in meer of mindere mate reeds gevestigde Nederlandse acts aan: Concrete, Kleine Jay, The Opposites, Maj Farah, Morgan Heritage en Orishas.

Aan podia geen gebrek
De Haagse XStage was niet het enige podium van formaat: de Staedion Stage en Dommelsch Stage waren er ook nog. Op de Staedion Stage verschenen achtereenvolgens Mala Vita, The Hoosiers, Jason Mraz, The Proclaimers, Racoon en Sheryl Crow, terwijl de Dommelsch Stage het territorium was van Silkstone, Moke, Matt Bianco, Monte Montgomery en Kula Shaker.
Een klein podium midden op het terrein was gereserveerd voor optredens in het kader van “Dommelsch Local Only! On Tour”. Hier kon het publiek kennismaken met het werk van lokale independent bands. Tegelijkertijd was het voor deze “Local Heroes” een mooie gelegenheid om speelervaring op te doen. Te zien en te horen waren hier Chemisphere, Outerspace Overdose, Wilsum, Airbag, The Excitors en Kern Koppen.
Daarnaast was er nog de Vestia Jong Stage, waar Red Bull NewHorizons een programma had samengesteld bestaande uit een potpourri van dans, cabaret, poëzie, sport, workshops, presentatie en, hoe kan het ook anders op een festival als dit, muziek.

Vijf decennia muziek
Op Parkpop passeerden in zekere zin vijf decennia populaire muziek de revue, zonder dat dit altijd iets te maken met de leeftijd van de uitvoerenden. Zo riep de rauwe gitaarrock van Moke bij tijd en wijle herinneringen op aan muziek uit de jaren ’60, had de oosters getinte rock van Kula Shaker een jaren ’70-tintje, herleefden met Matt Bianco en The Proclaimers deels de jaren ’80 weer even, maakte Sheryl Crow met haar bekendste songs een sprongetje naar de jaren ’90 en lieten diverse nieuwe(re) artiesten werk uit deze eeuw horen. In het navolgende een impressie van de optredens die ondergetekende bijwoonde.
Het Britse Matt Bianco scoorde in de jaren ’80 dik met jazzy latinopopsongs als Whose Side Are You On?, Half a Minute, Get Out of Your Lazy Bed, Don’t Blame It On the Girl en Wap Bam Boogie. In hun gelederen bevond zich in de beginperiode de Poolse zangeres Basia (met de moeilijk uitspreekbare achternaam Trzetrzelewska), met haar karakteristieke, zoetgevooisde stem. Zij ging echter op zeker moment solo en nam toetsenist Danny White in haar kielzog mee. Een kortstondige reünie van de twee oudgedienden daargelaten bestaat de kern van Matt Bianco al vele jaren uit zanger Mark Reilly, bandlid van het eerste uur, en toetsenist, componist en studiotechnicus Mark Fisher. Zij gingen een koers varen die meer op bossa nova en salsa gericht was. Dat het zo lang stil is geweest rond deze swingende groep, mag op zijn zachtst gezegd raadselachtig genoemd worden, want het optreden dat de heren en dame (een achtergrondzangeres die op de voorgrond stond) ten beste gaven, swingde de pan uit. Hun heerlijk zomerse klanken leken deze dag nóg zonniger te maken dan hij al was. Matt Bianco anno 2008 brengt werk, dat af en toe vergelijkingen oproept met het repertoire van Kid Creole and the Coconuts, maar toch een heel eigen identiteit heeft.
Iets rustiger, maar niet minder onderhoudend ging het eraan toe bij The Proclaimers. Deze Schotse band heeft als spil én blikvangers de eeneiige tweeling Charlie en Craig Reid. Zij en hun kompanen lieten horen, hoe oorstrelend het kan zijn als folk, rock ‘n’ roll en country samensmelten. Hun verreweg bekendste song, I’m Gonna Be (500 Miles), zo’n twintig jaar oud alweer, heeft in Schotland zowat de status van volkslied verworven. Wie dat voor elkaar krijgt, stelt iets voor in de muziekwereld. In 2007 werd het nummer opnieuw een tophit dankzij een versie die de Britse komieken Matt Lucas en Peter Kay voor Comic Relief gemaakt hadden. Ook scoorden ze met onder meer met Letter to America (hun eerste hit), Sunshine on Leith (van het gelijknamige succesalbum) en covers als King of the Road (Roger Miller), No Particular Place to Go (Chuck Berry), Get Ready (The Temptations) en Bye Bye Love (The Everly Brothers). The Proclaimers, die er in hun songs niet voor terugdeinzen om politieke kwesties aan te snijden, zijn buiten hun eigen landsgrenzen vooral in Australië populair. Op de site van Parkpop wordt hun muziek betiteld als nerdpop – niet geheel onbegrijpelijk, omdat de twee broers verre van macho overkomen en ooit brillen met behoorlijk dikke monturen droegen. De brillen van weleer hebben inmiddels plaatsgemaakt voor moderne exemplaren, waardoor de twee er meteen een stuk hipper uitzien. Maar flitsende outfits, daarin zullen de gebroeders Reid zich waarschijnlijk nooit hullen. En dat is misschien maar goed ook, want zoals ze gekleed waren op Parkpop – geruit overhemd, T-shirt – zien we The Proclaimers toch eigenlijk het liefst: als no-nonsense muzikanten.
Een hele overgang is het van The Proclaimers naar Monte Montgomery. Niet zo vreemd, want de twee acts liggen niet alleen geografisch, maar ook muzikaal mijlenver uit elkaar, verder zelfs dan de door eerstgenoemden bezongen 500 mijlen. Deze in Alabama geboren, maar in Texas opgegroeide gitaarvirtuoos maakt aanstekelijke bluesrock in de beste traditie van één van zijn grote voorbeelden, Stevie Ray Vaughan (die in 1990, slechts 35 jaar oud, bij een helikopterongeluk om het leven kwam). Monte Montgomery at WorkPlay – Live, een registratie van zijn concert in het WorkPlay Theater in Birmingham, Alabama, werd in 2005 op zowel CD als DVD gezet en ging als warme broodjes over de toonbank. Hoewel Montgomery doorgaans, zoals ook in Den Haag, de akoestische gitaar hanteert, slaagt hij erin, daaruit een geluid te laten komen dat klinkt als dat van een elektrische gitaar. Op Parkpop maakte hij met zijn energieke optreden meer dan duidelijk waarom hij bekend staat om zijn “electric acoustic guitar performances”. Hij prijkte menigmaal hoog op ranglijsten van beste gitaristen en is de enige die zeven keer op rij de Best Acoustic Guitar Player Award won op het South By Southwest (SXSW) Festival in Austin. Bij dit alles zou je bijna vergeten dat deze man óók nog een begenadigd zanger en songschrijver is. Ook op dát vlak toonde hij in Den Haag zijn vakmanschap. Kortom, het wordt hoog tijd dat dit multitalent na een carrière van zo’n 25 jaar eens doorbreekt in Europa, waar hij momenteel op tournee is. Een interview dat we met deze sympathieke Amerikaan hadden volgt later op deze website.
Een sterke voorkeur voor het akoestische gitaargeluid legt ook het uit Zeeland afkomstige kwartet Racoon aan de dag. Racoon bestaat al sinds 1997, maar is in Nederland met name de laatste drie jaar buitengewoon succesvol. Met hun melodieuze rocksongs weten ze je tot in je ziel te raken. Toen zich bij aanvang van hun optreden een legertje fotografen had verzameld voor de Staedion Stage (waarin zich ook ondergetekende bevond), sprak zanger Bart van der Weide niet zonder gevoel voor zelfspot zijn verbazing daarover uit: “Da’s wel mooi: er staan hier ongeveer honderd fotografen – nou ja, twintig. Maar wij zijn muzikanten.” Waarna hij besloot om het aantal plaatjesschieters toch weer op te krikken: “Honderd fotografen! En die fotograferen het mooiste gezichtje van de wereld!” Tijdens hun met humor doorweven optreden wisten de Zeeuwen niet alleen hun instrumenten, maar ook hun toehoorders uitstekend te bespelen. Bij hun allergrootste hit, de betoverende ballad Love You More, zong het publiek uit volle borst mee. En toen de krakers Happy Family, Laugh About It en Close Your Eyes over de speakers schalden, ging echt het dak eraf (ook al was dat er niet). Bij laatstgenoemd nummer dansten op het podium zowaar twee daarop toegelaten festivalgangsters vrolijk mee! Op welk festival maak je zoiets nog meer mee?
Vanaf de eerste noten die de Britse formatie Kula Shaker ten gehore bracht, werd de beuk erin gegooid, en dat paste ook wel bij deze mannen, die vrij stevige gitaarrock brengen. Doordat zanger Chrispian Mills een verbondenheid voelt met India, en dan met name de spirituele levenswijze van veel mensen aldaar, worden de songs van Kula Shaker vaak overgoten met een oosters sausje. Hun teksten zijn al evenmin doorsnee te noemen: daarin komen thema’s aan de orde als Orwelliaanse paranoia en de oorlog in Irak. Vermeldenswaardig is verder wellicht nog dat de leden strikte vegetariërs zijn en dat ze ervan houden, discussies aan te gaan over de legende van Koning Arthur. De naam Kula Shaker is, à propos, een verbastering van Kulashekhara, een Indiase koning die in of rond de achtste eeuw leefde. Doet de naam van de groep een belletje rinkelen, maar weet je niet waardoor, dan kan dat kloppen. Want in de lage landen schitterden ze in hitlijsten vaker door afwezigheid dan aanwezigheid. Hun bekendste wapenfeit is nog wel de Deep Purple-cover Hush, afkomstig van de soundtrack van de horrorfilm I Know What You Did Last Summer uit 1997. Maar ook sloegen songs aan als Tattva (hun debuutsingle), Grateful When You’re Dead en Hey Dude (die hun grote doorbraak betekende). In augustus 1999 werd de band opgeheven, maar eind 2005 kwam het tot een wederopstanding. Kula Shaker liet op Parkpop overtuigend zien, niets van de oude glans verloren te hebben. Anders gezegd: ze rockten er ouderwets goed op los.

Zinderende afsluiting met Sheryl Crow
Sheryl Crow sloot Parkpop zinderend af met een miniconcert van ruim een uur waarbij ze haar grote klasse als zangeres en gitariste toonde. Hoewel ze in haar set de nadruk hád kunnen leggen op nummers van haar jongste album Detours, trakteerde ze het publiek hoofdzakelijk op een selectie van haar grootste successen, hetgeen veel bijval vond. Hits als All I Wanna Do, Can’t Cry Anymore, Run, Baby, Run, If It Makes You Happy, My Favorite Mistake, Soak Up The Sun, The First Cut Is The Deepest… ze kwamen allemaal voorbij – en steeds in loepzuiver gezongen vorm.
De mengeling van rock, folk, blues en country die haar werk kenmerkt, bracht menig bezoeker meer dan eens in een ware feeststemming. Het was bijna niet voor te stellen dat deze van energie bruisende, met haar 46 jaar verbluffend jeugdig ogende dame twee jaar geleden nog in een strijd met borstkanker verwikkeld was. Of ze in de moeilijke periode die ze heeft doorgemaakt wellicht kracht heeft geput uit de aan haar eigen brein ontsproten frase “All I wanna do is have some fun before I die”? Ondenkbaar is het zeker niet. En fun, dat hád ze deze avond ontegenzeglijk, want het plezier waarmee ze speelde spatte werkelijk van het podium af.
Aan het begin van haar wervelende show sprak ze de naar eigen zeggen enige Nederlandse woorden die ze kende (ofschoon ze haar gehoor af en toe in het Nederlands bedankte): “Laten we er iets moois van gaan maken!” En dat deden Crow en haar bandleden, want een mooiere finale van Parkpop, direct voorafgaand aan die andere finale, van het EK voetbal, hadden zowel organisatoren als festivalgangers zich niet kunnen wensen.
Ton van Rooij

© Foto’s: Ton van Rooij




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina