Parodontale aandoeningen : vragen 2dejaar arts januari 2008



Dovnload 17.34 Kb.
Datum27.09.2016
Grootte17.34 Kb.
Parodontale aandoeningen : vragen 2dejaar arts januari 2008

1- Verklaar de 3 sleutel factoren die parodontale ontstekingen laten

ontstaan en in stand houden. Waar geeft parodontitis locaal aanleiding

toe? Licht daarbij het onderscheid toe tussen gingivitis en parodontitis!


  1. Sleutelfactoren:

  1. Vatbaar terrein

  • Vooral genetisch bepaald: slechtere chemotaxis en fagocose vd neutrofielen

  • Roken (x4), medicatie (daling speekselproductie), immuunsuppressie, diabetes, stress, misschien virale infecties

 cf 2% juvieniele parodontitis: enkel bij heel gevoelige patiënten

  1. Aanwezigheid van pathogene species

P. gingivals, A. acticomycetem comitans, T. forsytensis, spirocheten…

  1. Tekort aan beneficiële species

Actinomyces, S. sanguis, S. mitis

 maken H2O2




  1. Lokale gevolgen

Gingivitis is een ontsteking van de gingiva die reversibel is door grondig mechanisch reiningen (2x/d, 5/4-5d plaqueverwijdering, evt +CHX). Als zij maanden onbehandeld blijft, geeft zij aanleiding tot irreversibele parodontitis: afbraak van het alveolaire bot (progressief tot aan de wortelpunten). De pocket verdiept, de gingiva trekken terug, de tandhalzen komen vrij (gevoeligheid). Terminaal komen de tanden los te staan, vallen uit en ontwikkelen zich tandabcessen.

Cf parodontitis als frequentste oorzaak van (partiële) tandeloosheid bij volwassenen



Cave: gingivits en parodontitis zijn pijnloos en worden vaak miskend.

2 – Slechte ademgeur, bloedend tandvlees en cariës zijn kardinale

tekens van de effecten van de microflora in de oropharyngeale biotoop.

Bespreek het ontstaan, de samenstelling en de dynamiek van “ tand

plaque “ en verduidelijk haar rol bij de pathogenese van cariës , van

parodontale ontsteking en van halitosis



  1. Tandplaque

  • Plaque = biofilm = clusters van bacterieën (multipele species) met daartussen vloeistofkanalen; meerlaging en bedekt met een oppervlakkige matrix

Gevormd door accumulatie van bacterieën op de pellikel

  • Ontstaat op de tanden thv gingivale randen, vanuit interdentaal en op ruwheden. Wanneer zij niet verwijderd wordt kruipt ze van daar verder over het hele tandoppervlak




  • Specifieke problemen vd biofilm:

  • Oppervlakkige matrix = fysische barrière

 antibiotica en mondspoelmiddelen dringen niet (diep genoeg) door

 ook bèta-lactamasen van beneficiële species die parodontogene mee beschermen

  • Meerlagig: bacterieën in de onderlaag krijgen geen voeding en delen niet

 antibiotica die werken op delende cellen hebben geen effect

  • DNA-uitwisseling

 selectie van superresistente stammen

  • DUS: Enkel mechanisch te verwijderen: tanden poetsen (ook interdentaal). 1X/48u perfect poetsen volstaat om tandsteen te voorkomen.

CHX werkt enkel adjuverend als de biofilm al mechanisch verstoord is.



  1. De rol van tandplaque in de pathogenese van

  • Cariës:

De bacterieën in de plaque breken suikers uit de voeding af tot melkzuur: zuurstoot waardoor demineralisatie vh glazuur

  • Parodontitis:

Uit hoe meer lagen plaque bestaat en hoe dieper in de pocket ze zit, hoe meer anaëroben en gramnegatieven (parodontogenen) ze bevat. Hun afbraakproducten diffunderen tot het bindweefsel vd gingiva met gingivitis die na maanden overgaat in parodontitis (aanvreting vh alveolaire bot)

  • Halitosis

Zoals alle anaërobe ontstekingen stinkt ook deze.

3 - Waarom tandvlees niet borstelen? Waarom werken antiseptica niet

subgingivaal ? Waarom zal men bij parodontitis de bacteriële plaque met

instrumenten verwijderen uit de parodontale pockets, van tand- en

tongoppervlak? En waarom zal men niet vaak antibiotica voorschrijven ?



  1. Gingiva niet borstelen

Gingiva hebben een turn-over van 2x/d. borstelen is dus nutteloos en zorgt enkel voor schadelijke recessie vh tandvlees.


  1. Antiseptica werken niet subgingivaal

Antiseptica dringen niet door in de pocket (CHX dringt maximaal 6% door in de pocket bij mondspoeling)


  1. Intrumentele verwijdering van plaque bij parodontitis

Plaque is resistent tegen antibiotica en mondspoelmiddelen (cf infra). Enkel mechanische verwijdering is dus zinvol.

Parodontitis ontstaat bij een vatbare patiënt met een teveel aan pathogene bacterieën en een tekort aan beneficiële bacterieën in de mondholte: therapiedoel is een shift vd mondflora. Wanneer alle tandsteen en plaque verwijderd is, volgt een natuurlijke rekolonisatie, normaalgezien met vooral beneficiële bacterieën  kolonisatieresistentie.

Vanaf dan kunnen regelmatige verwijdering van beginnende plaque en mondspoeling volstaan om parodontitis te voorkomen.

Als de pockets te diep blijven (anaëroob milieu) worden ze weggesneden.




  1. Geen antibiotica voor parodontitis

Plaque = biofilm

  • Oppervlakkige matrix = fysische barrière

 antibiotica en mondspoelmiddelen dringen niet (diep genoeg) door

  • Antibiotica resistentie

 ook bèta-lactamasen van beneficiële species die parodontogene mee beschermen

  • Meerlagig: bacterieën in de onderlaag krijgen geen voeding en delen niet

 antibiotica die werken op delende cellen hebben geen effect

  • DNA-uitwisseling

 selectie van superresistente stammen

4 – Bespreek de wisselwerking tussen het parodontium en de algemene

gezondheidstoestand. Interne aandoeningen of hun behandeling

veroorzaken of beïnvloeden de progressie van parodontale afwijkingen;

en parodontitis (de meest belangrijke vorm van focal infection)

beïnvloedt vice versa meerdere interne aandoeningen negatief.

Wat weet U hiervan?
Het totale geülcereerde oppervlak bij parodontitis bedraagt zo’n 15cm²: dagelijks komen massa’s baceterieën en ontstekingsmediatoren in de bloedbaan en veroorzaken effecten op afstand.

Het belang van deze effecten wordt de laatste jaren steeds duidelijker



  • Atheromatose: duidelijk verband. Oa aantonen van parodontale pathogenen in atheroomplaten en stijging van hersentrombosen

  • Endocarditis lenta: cf strenge mondhygiëne bij risicopatiënten, mondsanering voor oa klepoperaties, profylaxe voor tandheelkundige ingrepen bij risicopatiënten.

  • Akuut harinfarct

  • Vroeggeboorte en laag geboortewicht: behandeling van parodontitis bij zwangeren verlaagt de kans op vroeggeboorte 4x

  • Gewrichtsontstekingen

  • Longinfecties

  • Slechter controleerbare diabetes

Sommige interne aandoeningen beïnvloeden het paradontium

Bv HIV, ondervoeding, stress (immunodeficiëntie)  A.N.U.G.

Bv diabetes, stress, immuundeficiëntie  gingivitis parodontitis




5 – Wat beoogt een behandeling van parodontitis?

Hoe wordt dit doel bereikt.?

Tenslotte, hoe worden de “irreversibele” gevolgen van parodontitis

behandeld.


  1. Therapiedoel

Shift vd orale flora: parodontogeen  onschuldig (kolonisatieresistentie)


  1. Therapie: mechanisch

  • Verwijdering van tandsteen (scaling), schrapen tong

  • Uitlepelen vd pockets

  • Natuurlijke rekolonisatie met (vooral onschuldige) flora volgt

  • Indien pockets te diep blijven (na 3 maanden): wegsnijden om een meer aëroob milieu te creëren (incl curretage ontstoken bot)

  • Blijvende mondhygiëne: grondige mechanische reinining (incl interdentaal) + CHX




  1. Behandeling irreversibele gevolgen

  • Soms membranen subperiostaal ter regeneratie parodontale steunweefsels

  • Tandextractie met implantaten (cave: nog steeds plaquecontrole nodig)

Annelies Verbiest 2011-2012




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina