Pasen feest van bevrijding 1



Dovnload 280.64 Kb.
Pagina1/10
Datum17.08.2016
Grootte280.64 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

PASEN - FEEST VAN BEVRIJDING 1

INHOUD


I Pesach in het Oude Testament en in het Jodendom

1. Het Pesch-feest in het Oude Testament


2. De Séder-avond in het Jodendom

II Pasen in het Nieuwe Testament en in de vroege kerk



  1. Jezus en het paasfeest

  2. De Pesach-datum in de Evangeliën

  3. De quartodecimanen (Klein-Azië)
  4. Paasfeest op 14 Nisan en/ of paasfeest op zondag


  5. Pascha als lijden en als voorbij-/ overgang

  6. De paasstrijd (Eusebius)

III Pasen en het concilie van Nicea

  1. Het concilie van Nicea (325 nChr.)

  2. Ontwikkelingen na Nicea inzake een gemeenschappelijke paasdatum

IV Latere ontwikkelingen inzake een paasdatum

1. Pogingen om tot een vaste paasdatum te komen


2. Het verzet/ de argumenten tegen een vaste paasdatum

V. Het derde millennium – een nieuw begin?!

1.. Geen vaste, wel een gemeenschappelijke paasdatum?

2. Pesach – pasen in één adem


3. Overzicht van paasdata volgens verschillende berekeningen/ afsluitende

opmerkingen


EXCURS A

I. DE JOODSE KALENDER (n.a.v. Rabbijn S.Ph.De Vries Mzn, Joodse riten en symbolen; p .308v)

II. KALENDERZAKEN (over de Joodse kalender/ algemeen)

EXCURS B


Over de Joodse viering van Pesach nu (hoofdzakelijk ontleend aan: Rabbijn S.Ph.De Vries Mzn, Joodse riten en symbolen; p. 117vv)

EXCURS C


(Over het verschil tussen de synoptische Evangeliën en het Evangelie naar Johannes inzake de paasdatum)

Uit H.L.Strack-P.Billerbeck, in Kommentar zum Neuen Testamant aus Talmud und Midrasch; Bnd. 2; Exkurs: Die Angaben der vier Evangelien über den Todestag Jesu unter Berücksichtigung ihres Verhältnisses zur Halakah, S 812ff. NB: de bewijsvoering in de kleine letters is in het algemeen in dit uittreksel niet meegenomen.

NOTEN

LITERATUUR


De icoon over de opstanding is te vinden in de Orthodoxe Parochie

H.H.Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus te Deventer, deel

uitmakend van het patriarchaat voor de Russisch-Orthodoxe

parochies en kloosters in West Europa (vallend onder het Oe-

cumenisch Patriarchaat van Constantinopel)


PASEN - FEEST VAN BEVRIJDING


----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Waarom viert de christelijke kerk het paasfeest? En waarom viert zij dat feest niet op dezelfde dag als de Joden pesach vieren? In beide gevallen gaat het immers om de herdenking van Gods grote daden in de geschiedenis van Israel? Pesach is het feest van de bevrijding van het Godsvolk door Israels God uit het slavenhuis van Egypte. En pasen is het feest van de bevrijding van Gods kinderen door de door God gezonden Messias, een bevrijding uit zonde, dood, hel en satan. Hoe is het gekomen, dat die twee vieringen uit elkaar zijn gegroeid? Vanwaar dat verschil in paasdata? En krijgt de christelijke kerk in het derde millennium, nu het paasfeest in veel gevallen in dezelfde week valt als het Joodse pesach-feest niet een nieuwe kans om het verband tussen die twee feesten te doorlichten en te doorleven? Dat zijn de vragen die me geruime tijd hebben beziggehouden en de aanleiding zijn geworden tot het schrijven van het boekwerkje dat u thans in handen hebt.

I . Pesach in het Oude Testament en in het Jodendom




1. Het Pesach-feest in het Oude Testament


We beginnen met een verkenning van wat de Bijbel ons zegt over de oorsprong van het feest van pasen. Blijkens vele tekstgegevens in het Oude Testament is het Joodse paasfeest één van Israels hoge feesten, door de Heere ingesteld als een feest dat de Israelieten jaarlijks moesten vieren ter gedachtenis aan de uittocht uit Egypte. 1. Wij lezen er voor het eerst van in Exodus 12 : 1vv. Daar gebiedt de Heere Zijn volk in Egypte in de nacht van de 14e Nisan met een bundeltje hysop het bloed van een lam te strijken aan de binnenzijden van deurposten en bovendorpel van hun woningen. Het bloed van een volkomen gaaf mannelijk lam van een jaar oud. Achter dat bloed der verzoening wisten de Israelieten zich gedekt, toen de engel van het verderf in de laatste nacht van hun verblijf in Egypte aan hun woningen voorbijging. In diezelfde nacht moesten de kinderen Israels het vlees van dat lam, gebraden aan het vuur, eten, met ongezuurde broden en gedoopt in saus van bittere kruiden. Een maaltijd in allerijl bereid en staande genuttigd. Dit alles ter gedachtenis aan de haast waarmee zij het land waar zij zo lang het brood der ellende gegeten hadden, verlieten. Terwijl alle eerstgeborenen – mensen en beesten - van de Egyptenaren stierven, was het volk van God geborgen in Gods genadige verzoening. Daaraan hadden zij ook deel in het eten van het paaslam. Daarna ging het Godsvolk het land van de slavernij uit, de vrijheid tegemoet. Aan deze instelling van het Pésach-feest herinnert ook de brief aan de Hebreën in Hebreën 11 : 28.

Het woord Pesach wordt in verband gebracht met het Hebreeuwse werkwoord ‘חספ’ (pasach). Vgl.1 Koningen 18 : 21 waar het wordt gebruikt in de betekenis van ‘mank gaan’ en 2 Samuel 4 : 4 waar het de betekenis van ‘mank worden’ heeft. Zo krijgt het werkwoord de betekenis van: over iets heenspringen, voorbijspringen, (sparend) voorbijgaan. 2. Het Griekse equivalent πάσχα is reeds in de tijd van de Septuagint in gebruik in de synagogen van de diaspora. 3. Het woord ‘mazzah’ (ongezuurde brood) komt vermoedelijk van het Hebreeuwse ‘הצמ’ (uitzuigen, uitpersen) of van ‘ץצמ’ (zuigen; zoals in Jesaja 66 : 11); het woord zou dan betekent, dat het hier gaat om brood zonder sap, gezuiverd van alle zuurdeeg. De sterke nadruk op het eten van ongezuurd brood maakt, dat het feest van pascha zowel bij de Joden zelf als ook in heidenchristelijke gemeenten ook zonder meer: het feest van de ongezuurde broden kan heten. 4.

Dat geweldige gebeuren staat onuitwisbaar in het geheugen van Israel gegrifd. De Israelieten beleven het als het ware elk jaar weer opnieuw, als zij paasfeest vieren. Tussen twee avonden (de avond van de 14e en de15e Nisan), de eerste maand van het jaar. 5. Zeven dagen lang – van de 14e tot en met de 21ste Nisan – is alle zuurdeeg uit de huizen weggedaan en eten zij ongezuurde broden. In Exodus 12: 25 - 27 lezen we: ‘En het zal geschieden, als gij in dat land (het beloofde land) komt, dat u de Heere geven zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij deze dienst onderhouden. En het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zeggen zullen: “Wat hebt gij daar voor een dienst?” Zo zult gij zeggen: “Dit is de Heere een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaren sloeg en onze huizen bevrijdde!” ’ En in Exodus 13 : 2 - 16 bindt de Heere het Zijn volk nogmaals op het hart om deze instelling van het paasfeest nimmer te verwaarlozen. 6.
Wat Israel op het Pesach-feest gedenkt, is niet maar een zich in de herinnering roepen wat er in de uittocht uit Egypte is geschied; een terugkeer tot de wortel, het begin van Israels volksgeschiedenis. Het is in feite ook een steeds weer opnieuw beleven, hoe geweldig de God van Israel is. De belijdenis van die God Die Israel uit Egypte opvoer en uitleidde, is om zo te zeggen ‘oerbelijdenis van Israel’. Hij is de enige dienenswaardige God Die het voor het zeggen heeft onder Israel, ja in heel de wereld. In Exodus 20 : 2vv herinnert de Heere Zijn volk met klem daaraan: ‘Ik ben de Heere uw God Die u uit Egypteland uit het diensthuis, uitgeleid heb. Gij zult…gij zult niet’. 7.
Het pesach-feest is in feite ook een vollemaansfeest. Martin Rösel schrijft in zijn in noot 1 genoemde verhandeling, dat pesach een vollemaansfeest is, omdat op de 14e van een maand (die begint met de nieuwe maan) onder alle astronomische voorwaarden de maan als volle maan zichtbaar is 8.
Uit alle tekstgegevens van het Oude Testament blijkt, dat pesach als een gezins- en familiefeest in de huizen is gevierd. Tegelijk echter is het ook een feest dat – later - in de tempel gevierd wordt. 9. Het slachten van de paaslammeren is dan een liturgisch gebeuren dat zich in de tempel voltrekt. Indrukwekkend zijn de beschrijvingen van de grote paasfeestvieringen tijdens de koningen Hizkia en Josia in 2 Kronieken 30 : 16v en 35 : 11v. 10. Verder lezen we in Leviticus 23 en Numeri 28 : 16vv over de offers der verzoening en de feestoffers die met het pesach-feest verbonden zijn.

Over de viering van het paasfeest door Israel in de Sinai-woestijn wordt geschreven in Numeri 9 : 1 - 14. Hier vinden we ook de regeling voor de viering van het paasfeest door hen die door onreinheid het paasfeest niet op de bestemde tijd kunnen vieren; zij mogen dat een maand later doen. Ook de vreemdeling onder Israel is verplicht het paasfeest te vieren.


2. De Séder-avond in het Jodendom

Uit de schriftelijke fixatie van de traditie in de Misjna (vanaf einde 2e eeuw nChr.) kunnen we opmaken, dat de bijbelse bepalingen omtrent de viering van het paasfeest met grote nauwgezetheid door de Joden zijn onderhouden. In een excurs zullen we de hoofdzaken weergeven van de Séder-viering door het hedendaagse Jodendom volgens wat rabbijn De Vries daarover in zijn bekende boek Joodse riten en symbolen heeft geschreven.


Hier willen we nu eerst nagaan wat we in het Misjna-tractaat Pésachim over de orde van de huiselijke Séder-maaltijd lezen. Ook al stammen de bepalingen van de Misjna (het geheel van de mondelinge overlevering van de leer) uit later tijd, we mogen ervanuit gaan, dat het er in hoofdzaak met de viering van het paasfeest in de dagen van de Heere Jezus net zo naar toeging. En met het oog daarop halen wij hier een aantal zaken naar voren die in het genoemde Misja-tractaat te vinden zijn.

Toen de tempel in Jeruzalem nog niet verwoest was – dus vóór 70 nChr. – werden ter gelegenheid van pesach in de tempel de paaslammeren geslacht om drie uur in de middag van de 14e Nisan in de voorhof van de priesters in drie op elkaar volgende afdelingen door gelovige mannen van het volk Israel (en niet door de Levieten, c.q. priesters) onder begeleiding van het zingen van het Hallel: de psalmen 113 tot 118. De priesters vingen met zilveren en gouden schalen het bloed van de geslachte lammeren op en brachten het naar het altaar, waar het op de altaargrond en niet tegen de zijden van het altaar gesprenkeld werd. Deze laaste ritus was in de plaats gekomen van het strijken van het bloed aan de deurposten, zoals in de huizen van Israelieten in Egypte. 11.
Josephus (Joodse oorlogen, boek 6, hoofdstuk 9.3) verhaalt, dat er tijdens het beleg van Jeruzalem door de Romeinse veldheer Titus in 70 nChr. 97.000 Joden gevangen werden genomen en 1.100.000 mensen om het leven kwamen. ‘De meesten’, aldus Josephus, ‘waren Joden, maar niet uit Jeruzalem. Want uit het gehele land was het volk naar de hoofdstad gestroomd om er het feest der ongezuurde broden te vieren, toen zij onverwachts door de oolog ingesloten werden….’ Uit een telling door de hogepriesters onder Vestius (t.t.v. Nero) blijkt, dat er tijdens het feest van pasen inderdaad grote menigten in de stad waren. Pelgrims uit heel het land, maar ook uit de diaspora. Josephus schrijft: ’Op het juist invallende zogenaamde paasfeest nu, waarop men van de negende tot de elfde ure offert, terwijl zich om ieder offer een gezelschap van minstens tien, meermalen echter van twintig mannen verzamelt (daar één alleen het offer niet verteren mag), telde men 256.500 offers. Stellen wij nu dat er aan ieder offer tien mannen hebben deelgenomen, zo krijgen wij een getal van 2.700.000 mannen en deze allen reine en gewijde personen (geen melaatsen, maar ook geen vreemdelingen).’
In het donker werden dan de paaslammeren buiten de tempel in de huizen en hoven van Jeruzalem gebraden en geheel gegeten, waarbij geen been van het paaslam gebroken mocht worden. Daartoe verzamelden zich in de namiddag van de 14e Nisan vaak vele maaltijdgenoten aan één tafel. 12.
Volgens genoemd Misjna-tractaat over het pesach-feest is het echter niet belangrijk, dat er na de verwoesting van de tempel in 70 nChr. door Titus geen pesach-offer meer mogelijk was. Met het laatste – aldus het Misjna-tractaat (Mpes V.6) – is voor de Séder-viering niets fundamenteels verloren gegaan. Pesach wordt immers in hoofdzaak in huiselijke samenkomsten (in gezins- en familiekring) gevierd.
Voor de paasliturgie in huiselijke kring worden er dan in het genoemde tractaat de volgende aanwijzingen gegeven. Bij de Séder-viering laat de huisvader vier verschillende bekers rondgaan, vergezeld van zegenspreuken. Ook staat er een beker op tafel, gevuld met wijn voor de profeet Elia, de voorbode van de verlossing in de eindtijd. En dan – op een vraag van één van de kinderen, wat dit alles te betekenen heeft - vertelt vader de geschiedenis van de uittocht uit Egypte volgens Deuteronomium 26 : 5 - 11. Daarvoor maakt hij gebruik van de zgn. pésach-haggadàh (een verzameling liturgische teksten). De slotzin daarvan luidt: ‘Volgend jaar in Jeruzalem’. Intussen is het ongezuurde brood (‘het brood der armoede’) gegeten met zoete spijzen, met de bittere kruiden en zout water, herinnering aan de verlossing uit de bittere slaventijd in Egypte. Ook worden de Hallel-Psalmen gereciteerd. 13. Met deze Séder-avond is de inzet gegeven van het paasfeest dat in feite zeven dagen lang - van de 15e tot en met de 21e Nisan - wordt gevierd.
Opvallend is het absolute verbod van het gedesemde. Omtrent het middaguur van de 14e Nisan (mPes.I.4f:II.1) moet alle zuurdeeg uit de bezittingen weggedaan zijn. Want vanaf dit uur werden volgens Exodus 34 : 25 in de tempel de paaslammeren geslacht. Reeds op de avond van de 13e Nisan moest de huisvader het hele huis onderzoeken op het voorkomen van zuurdeeg. Het laatste restje moet minstens om vier uur in de middag van de 14 Nisan verbrand zijn en al het overige voor ‘stof der aarde’ zijn verklaard. Als de 14e Nisan op een sabbat valt, moet één en ander op de dag ervoor plaatsvinden.
Séder-schotel met ingrediënten




Plechtig is de Sédermaaltijd op de avond van de 14e Nisan. Reich schrijft daarover het volgende. ‘Seder betekent volgorde. In Israel wordt deze sedernacht één en in de Diaspora twee keer gevierd…De tafel is met matzot en een plaat met rituele symbolen gedekt. Een hardgekookt ei, een gebakken kippebeentje, een schoteltje met zoutwater, radijzen, mierikswortel en een samengestelde pasta met nootjes, appelen en wijn gemaakt sieren de tafel. Het ei en het beentje herinneren symbolisch aan de offerplechtigheden in de Tempel. Het gezouten water herinnert aan het vergieten van de tranen van de Israëlieten, mierikswortel aan het bittere kruid, radijzen aan de zoetstof van het bittere kruid en de pasta aan de mortel die de Israëlieten in Egypte bewerkten. Behalve deze symbolen, worden de vier bekers wijn gedronken (arba kosot). Deze vier bekers moeten verplicht door alle tafelgenoten gedronken worden. Behalve matzot en voedingsprodukten deelt men aan arme mensen wijn uit om hen toe te laten deze verplichting te kunnen nakomen…De vier bekers moeten in een geleunde houding aan de linkerzijde gedronken worden, zoals destijds de Romeinen dronken, als teken dat men een vrij mens is. ‘ 14.
Ferdinand Dexinger in zijn uiteenzetting over het exodus-motief in het Jodendom 15. wijst erop, dat er ook in het hellenistische Jodendom hoog werd opgegeven van dit machtige gebeuren van de exodus in alle tijdperken van de Joodse geschiedenis. Zo lezen we in het apocryphe boek Wijsheid (19 : 22): ‘In alles hebt u, Heere, Uw volk groot gemaakt en verheerlijkt; U hebt het niet in de steek gelaten, maar hebt het steeds en overal bijgestaan’. Ook Philo van Alexandrië heeft grote achting voor het exodus-gebeuren dat in het pascha gevierd wordt. God herinnert volgens hem in het paasfeest niet alleen het Joodse volk aan de uittocht uit Egypte, maar ook de hele mensheid aan het begin van de mensheidsgeschiedenis, doordat Hij het elk jaar weer lente laat worden.
In de zgn paas-haggadàh wordt dan ook de Schepper alle lof en eer gebracht. Heel treffend beschrijft Dexinger de actualisering van het exodusgebeuren bij de pesach-viering, als hij herinnert aan de oproep aan elke deelnemer: ‘In alle tijden en geslachten is het de plicht van iedere enkeling zichzelf zo te zien, alsof hij uit Egypte getogen was’. Het volk Israel verstaat dus de exodus als ‘ervaren geschiedenis.’ Ook Buber noemt het paasfeest het ‘geschiedenisfeest voor alle geschiedenisfeesten der wereld.’ Als illustratie verwijst Dexinger naar het in de haggadàh geschilderde voorval, dat enige beroemde rabbinistische leraars, onder wie rabbi Akiba, eens bij een Séder-viering bij elkaar zaten, ‘en de ganse nacht door van de uittocht uit Egypte spraken, tot hun leerlingen kwamen en zeiden: de tijd van het ‘Sjema’, van het morgengebed, is reeds aangebroken’. (tPes.10,11-12). Welk een grote God toch Die Israel met een sterke hand uit Egypte verloste. Zo wordt het exodusgebeuren in de haggadàh niet als verleden tijd, maar als altijd tegenwoordige, bevrijdende werkelijkheid gezien. De vermelding van de uittocht uit Egypte zal dus nooit afgeschaft worden. Zelfs in de Messiaanse tijd zal zij het symbool zijn van een nog grotere zaak, nl. van de verlossing uit de knechtschap der regeringen.
Treffend wordt ook over dit ‘bevindelijke’ gebeuren van pesach geschreven door Rudolf Boon. Hij schrijft: ‘Het kenmerkende…van de gedachtenisviering (bij Pésach) is, dat bewaring en bevrijding van weleer in die viering worden beleefd als een werkelijkheid in het heden, die ook in de toekomst een werkelijkheid zal zijn. Wat wordt gevierd, beseft en beleeft, beleden en geduid, geldt niet de bewaring en bevrijding in haar historische kader, maar haar actualiteit voor heden en toekomst. Want Pharao is niet de laatste gebleven, die Israel poogde te vernietigen. Wel is Pharao de gestalte geworden van al die vijanden, welke door de eeuwen heen Israel naar het leven hebben gestaan. Israel zal zich niet erover moeten verwonderen, dat ook in de toekomst Pharaonen zullen opstaan. Israels bewaring en bevrijding uit de hand van Pharao zijn het patroon geworden van de trouw, waarmee de Heer zijn volk sedertdien, door nood en dood heen, steeds weer naar een nieuwe toekomst heeft geleid….Hoe zwaar ook het lijden onder een toekomstige Pharao moge zijn, het wonder Gods van uitkomst en opstanding uit de dood zal zich ook dan voltrekken…De viering van de bevrijding uit Egypte is niet alleen een gedachtenis aan en dankzegging voor Gods uitreddingen sedertdien, maar vooral ook een voorsmaak van de uiteindelijke bevrijding, de ”geoellah”, wanneer Israel, verlost uit de schier eindeloos durende ballingschap, de “galoeth’, van alle windstreken zal worden bijeengebracht door de messias om dan onder diens geleide te worden teruggevoerd naar Sion.…

Het besef van dit alles leidt tot een beleving van de gemeenschap der heiligen, van de verbondenheid met allen, die in hun dagen het werk van de uitreddende hand Gods hebben ervaren en daarvan hun getuigenis hebben nagelaten. Deze verbondenheid komt treffend tot uiting in de verklaring, die de huisvader geeft met betrekking tot het ritueel op de Séder-avond: “Dit is ter wille van wat de Heer mij heeft gedaan bij mijn uittocht uit Egypte” (Exodus 13 : 8). Het Misjnah-tractaat Pesachim (X,4) knoopt hierbij aan. Het antwoord, dat de vader tijdens de maaltijd geeft aan het kind op diens vragen, waarom deze avond van alle avonden verschilt, begint met de woorden uit Deuteronomium 26: “Een zwervende arameeër (namelijk Jakob) was mijn vader” – of, zoals Targoem Onkelos parafraseert: “Een arameeër (Laban) wilde mijn vader (Jakob) vernietigen” – waarna verhaald wordt over Gods uitgeleide van Jakobs nageslacht uit Egypte (vss. 5 - 9; vgl. Deuteronomium 6 : 20 - 24). Met verwijzing naar Exodus 13 : 8 wordt gezegd, dat in elke generatie de gelovige in Israel zich moet beschouwen als iemand, die uit Egypte bevrijd werd’ (R.Boon, Ontmoeting met Israel…). 16.






  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina