Pauline Vanden Berghe Ik was een spionne



Dovnload 35.9 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte35.9 Kb.
Pauline Vanden Berghe

Ik was een spionne

Willy Tillie in Aan de Schreve, naar artikels uit Het Wekelijks Nieuws.o.a.
Vandaag de dag, zijn er maar weinig oud-strijders uit de eerste Wereldoorlog die nog in !even. Iedere keer er een van hen overleed zag men de oorlogsmakkers achter een met rouw omfloerst vaandel in de rouwstoet opstappen, om de goede vriend, die 4 jaar harde strijd aan de IJzer meemaakte, ten grave te leiden.

Dergelijke begrafenis had plaats te Poperinge op woensdag 26 maart 1958. En toch was de overledene geen van die soldaten die 4 jaar aan de IJzer hadden gestreden, het was een vrouw, Mevr. Pauline Vanden Berghe, die te Poperinge in het H.-Hartinstituut, waar ze haar laatste levensjaren had gesleten, overleden was.

Heel weinig Poperingenaars kenden Pauline Vanden Berghe, die een pensioen genoot als soldaat, oud-strijder en oorlogsinvalide van de oorlog 1914-18. Ze was een van die moedige vrouwen, die tijdens de 4 bange bezettingsjaren spionne was geweest,

Zo begon het

Buiten haar militaire spionage opdrachten, hield ze zich, vooral tijdens de jaren 1917 bezig met het rekruteren van vrijwilligers die het Belgisch leger aan de IJzer wilden vervoegen en zijzelf begeleidde niet minder dan 118 van deze jonge mannen naar de Nederlandse grens, vanwaar ze dan via Nederland naar Groot-Brittannië werden 'gesmokkeld.

Viermaal werd Pauline Vanden Berghe door de Duitsers aangehouden. Driemaal wist ze na enige tijd terug vrij te geraken, maar de vierde maal werd ze ter dood veroordeeld. Alleen de wapenstilstand redde haar van het executiepeloton. Over oorlogsspionnen is weinig bekend: eenmaal de oorlog beëindigd was, verdwenen ze meestal terug in de anonimiteit. Zo was bet ook met Pauline Vanden Berghe. Over haar activiteiten is niet veel bekend, want ze hield er geen dagboek op na.


Afkomstig uit Menen


Pauline Vanden Berghe werd geboren te Menen op 1 november 1870 in een gegoede burgerfamilie, als dochter van wijlen Philippe Vanden Berghe en Leonie Mulle,

Pauline Vanden Berghe studeerde, was onderwijzeres, maar toonde al vrij vlug een ruime belangstelling voor de ziekenverpleging, Van het juar 1893 tot 1900 stond ze in het onderwijs in de lagere afdeling van de Kostschool van het H.- Hart te Ninove. Van 1900 tot 1910 vervulde ze dezelfde functie in het lager onderwijs van de vrije scholen te Pollare, bij Ninove. In die periode was ze een toegewijde en graag geziene onderwijzeres. In 1910 evenwel zou ze het onderwijs verlaten daar ze gelegenheid kreeg, verder te studeren voor ziekenverpleegster, een beroep waarvan ze al lang droomde.

Verpleegster

Op 40-jarige leeftijd nam ze dienst in het burgerlijk hospitaal te Ninove. Terwijl ze door haar dagelijks werk in de praktijk een bekwame ziekenverzorgster was geworden bekwaamde ze zich toch verder door tijdens haar vrije tijd pakken medische studieboeken te verslinden.

Op 26 Maart 1912 verscheen ze voor de Centrale jury in het Bijlokehospitaal te Gent en behaalde er het diploma van ziekenverpleegster met grote onderscheiding.

Als verpleegster bleef ze werkzaam te Ninove waar de toenmalige voorzitter van de beheerraad in het Stedelijk Hospitaal, Dr. Burgemeester Behn, en Dr. geneesheer met wie ze samenwerkte, Dr. August Carlier, vol lof waren over haar werk.

Toen tijdens de zomer van 1914 de oorlog zich als een lawine over ons land stortte, was het logisch dat dat Pauline Vanden Berghe een der eersten was om haar diensten bij het Rode Kruis aan te bieden. Ze was onmiddellijk aan het werk gezet in het Rode Kruishospitaal, van het Leopoldspark te Brussel.

Brieven- en soldatensmokkel


Dag aan dag werden gewonden binnengebracht. Pauline Vanden Berghe verzorgde hen met de grootste toewijding, maar geheel onverwacht begon ze zich meer en meer in te laten met 'karweitjes', die haar zouden leiden tot het gevaarlijk spionagewerk.

Gewonde soldaten vroegen herhaaldelijk nieuw van thuis en trachtten op een of andere manier hun familieleden over hun lot in te lichten. Tijdens de eerste oorlogsdagen was het voor Pauline Vanden Berghe vrij eenvoudig om haar zieken nieuws van thuis te bezorgen en om hun eigen berichten aan familieleden over te maken, maar naarmate de Duitse opmars vorderde was het alsmaar moeilijker en gevaarlijker. De brievenpost werd brievensmokkel.

De Duitsers die Brussel waren binnengerukt. verrasten haar in het hospitaal van het Leopoldspark op het ogenblik dat ze een soldaat. afkomstig uit Oostende, een brief van zijn vrouw had overhandigd en terwijl ze de sukkelaar hielp bij het beantwoorden van de brief. De man bleek voor de Duitsers niet ernstig genoeg gewond om nog langer in het hospitaal te verblijven en werd in de auto meegenomen.

Pauline begon in te zien dat nog andere gewonden een dergelijk lot mochten verwachten. Terwijl de Duitsers de soldaat wegbrachten. slaagde ze erin drie andere soldaten die zich nog enigszins konden behelpen, het hospitaal te laten verlaten. Ze bracht hen naar de woning in de Tongerenstraat, waar ze toen bij haar familie verbleef. Ze hield er hen verborgen tot ze verder in veiligheid gebracht konden worden.

Ze vreesdedat de Duitsers nog andere gewonde soldaten zouden meenemen en ze haastte zich naar het hospitaal te Etterbeek waar ze de zusters verpleesters waarschuwde en vanwaar zijzelf nog vier soldaten naar haar woning overbracht.

Enkele dagen later wist ze het klaar te spelen de soldaten naar Antwerpen over te brengen

Waar ze in een hopsitaal werden opgenomen en waar er geen gevaar voor ontvoering was. Vandaar werden deze mannen naar Oostende overgebracht om verder door te reizen naar Groot-Brittanië.

Intusten geraakte Pauline Vanden Berghe meer en meer in de spionage verwikkeld. Tijdens haar veelvuldige reizen heen en weer van de Belgische stellingen naar de streken van Luik en Namen wist ze kostbare gegevens te verzamelen. Tezelfdertijd smokkelde ze voor de soldaten geld en brieven. Zolang het beleg der forten van Antwerpen duurde heeft Pauline Vanden Berghe daar een belangrijke rol gespeeld.


Tussen Brussel en Antwerpen


Tijdens de tweede helft van augustus 1914, en na de eerste oorlogsweken waarbij hey Belgisch leger zich grotendeels tot Antwerpen en zijn fortengordel teruggetrokken. De slag van Halen op 12 augustus en die van Houtem-St.-Margriet op 13 augustus, waar vooral West-Vlamingen uit het 4de Lansiers ende karabinier rijwielrijders, de zogenaamde 'zwarte duivels'; de trots van de Duitse adel bloedige verliezen hadden toegebracht, waren samen met de weerstand van de forten van Luik, waar generaal Leman in het fort van Loncin zelf tot de laatste man had gestreden, de eerste grote trefpunten van deze oorlog geweest. Toen Loncin viel lag de weg naar Brussel open.

Bussel was door de Duitsers bezet en toen op 25 augustus het leger een eerste aanval deed vanuit de richting Antwerpen, om het zuidelijk front aan de Marne in Frankrijk te ontlasten, schiep dit een vreemde toestand. De burgerbevolking kon zich nog, tussen de strijdtonelen door, bewegen en voor iemand als Pauline Vanden Berhe was het zelfs vnj gemakkelijk om zich van het door de Duitsers bezette Brussel naar het door onze troepen verdedigde Antwerpen te begeven.

Zo kon ze bijna dagelijks soldaten en brieven naar Antwerpen smokkelen, op levensgevaar, hoewel hier moet worden aan toegevoegd dat het minder risico inhield dan dat later het geval zou zijn.

Van 9 tot 13 september werden hevige gevechten geleverd in de buitenste verdedigingsstellingen van Antwerpen, de zgn. 'grote aanval van Antwerpen'. In die dagen trof men Pauline aan als.verpleegster in de forten van Antwerpen. Haar voornaamste werkterrein was het hospitaal in de Van Schoonbeekstraat te Antwerpen. De laatste dagen van het beleg van Antwerpen trof men haar aan in het fort nr 6 te Wilrijk, waar ze vooral geld en documenten van soldaten in veiligheid wist te brengen toen het fort in de handen van de vijand viel.


Naar Nederland


Met de val van Antwerpen op 10 oktober liepen de krijgsverrichtingen in open veld stilaan ten einde. Het front zou zich spoedig, na de Slag aan de IJzer, van 24 tot 29 oktober 1914, in een vaste lijn stabiliseren.

Het Belgisch leger had zich na de val van Antwerpen voor een deel langs de grens van Nederland tot Oostende teruggetrokken. Verschillende eenheden waren evenwel verplicht geweest zich neer te leggen bij een internering in het neutrale Nederland. Niemand kon op dat ogenblik voorspellen welke wending de oorlog zou nemen. Heel ons land was in November bezet, op een gebied na:

Met de val van Antwerpen was Pauline alle contact met de legereenheden op ons grondgebied verbroken. Ze zocht dus naar een middel om deze verbinding te herstellen. Als verpleegster van het Rode kruis kon ze zich in Nederland vrij gemakkelijk bewegen . Ze nam steeds de voorzorg om een handleiding van het Rode Kruis bij zich te hebben, zoals dat ook het geval was bij het Nederlands personeel van het Rode Kruis.

Over haar verblijf in Nederland getuigde een kilometerboekje van de Nederlandse Spoorwegen, waarmee ze voor een bedrag van 10 gulden, en mits een waarborg van 2, 50 gulden voor teruggave van het boekje, een afstand mocht afleggen van 500 km.

Begin december 1914 schafte ze ich dit boekje aan, het was geldig tot 5 jam 1915. Pauline zou het echter niet lang gebruiken, want slechts 403 km werden verreden in vier dagen tijd. Vooraan stond haat identiteit als volgt vermeld 'Vanden Berghe Pauline. Slagveld. Yperen.

In Den Haag. in Assen en in Utrecht ontmoette ze personen met wie ze bij haar later spionagewerk zou in contact komen. In Amersfoort. het grote interneringskamp. waar talrijke Belgische soldaten door de Nederlandse overheden geïnterneerd waren, nam ze inlichtingen over de soldaten die daar verbleven om bij hun terugkeer in België zo veel als mogelijk familieleden in te lichten over het verblijf van een vader, een zoon, een broer....

Reeds op 9 december reisde ze terug naar België om er zich aan haar nieuwe taak te wijden.

Oorlogsvrijwilligers


Langs een gebied dat zich uitstrekte van de IJzer tot aan de Zwitserse grens, was intussen op het West-Europese front een strakke lijn getrokken,.waar de tegenstanders elkaar beloerden.

In het door de Duitsers bezet gedeelte van ons land. dus praktisch heel België, op de kleine driehoek achter de IJzer na, verbleven inmiddels honderden jonge mannen die niet eens de kans meer zagen om zich bij het leger aan te sluiten. Ontelbaar waren ook de soldaten. die tijdens de eerste dagen van de oorlog van hun eenheid waren afgesneden, sommigen omdat ze gewond waren en door medelijdende mensen verzorgd werden, waarna ze zich, angstvallig voor de Duitsers moeten verborgen houden om niet gedeporteerd te worden.

Om deze oorlogsvrijwilligers en soldaten de gelegenheid te geven het front le bereiken, ontstond een extra-dienst. de 'Passeurs Hommes', de overbrengers van soldaten naar het

front. Het waren gewone mensen die het op zich namen om het leger aan de IJzer van manschappen te voorzien. Hun opdrachten waren dikwijls veel gevaarlijker dan het gewone spionagewerk en wie door de vijand als 'passeur' betrapt werd kon op geen genade rekenen.

Aanvankelijk werd hier en daar nog de mogelijkheid gevonden om door de frontlijn te glippen. Het is bekend dat heel wat van de 'passeurs' via Alveringem het front bereikten. Maar spoedig bleef alleen de weg langs Nederland open. Eens over de grens en op neutraal gebied werden de vrijwilligers vandaar naar Groot-Brittannië gesmokkeld vanwaar het front bereikt kon worden. Met dit werk belaste Pauline Vanden Berghe zich van het begin van 1914.

De historische bronnen over deze activiteiten zijn schaars want geen enkel 'passeur' hield er voor de veiligheid een dagboek op na. Het was een taak die belangeloos vervuld werd zonder enig organisatieverband. Persoonlijk ging ze de mannen opzoeken van wie ze wist dat ze naar het front wilden en dan begon de tocht, doorgaans onder een of andere vermomming, te voet of met een gelegenheidsvoertuig. Deze verplaatsingen moesten gewoonlijk 's nachts gebeuren, want overdag waren de wegen te onveilig door de verschillende troepenverplaatsingen.

Pauline had twee locaties waar ze bij de Belgisch Nederlandse grens liet overschrijden, ofwel via Gent-Zelzate in Oost-Vlaanderen of wel via Bree-Bocholt en omliggende gemeenten in het Noorden van Limburg.

Omdat ze goed bekend was in Brussel vond ze haar eerste rekruten in talrijke ministeriële diensten die van voor de oorlog kende. Pauline had er zorg voor gedragen dat ze een degelijke identiteitskaart bezat, een "Persal-Ausweis'. Dit document werd haar uitgereikt te Schaarbeek op 9 juni 1915, als beroep stond er op vermeld 'garde malade'.


Aan de prikkeldraad


Het Noorden van de provincie Limburg wasq aanvankelijk een ideaal doorgangsgebied waar de de 'passeurs' een goed ingerichte dienst onderhielden. De Duitsers hadden er evenwel de Nederlandse grens afgesloten met prikkeldraad, die onder elektrische hoogspanning stond, zodat de overtocht levensgevaarlijk was. Het over brengen was het werk van specialisten. Op de ene plaats was de afsluiting eenvoudig weg ondergraven met een gang en op een andere plaats was het een waterloop waar een duiker goed werk verrichtte.

Pauline leiidde de vrijwilligers tot aan de grens. Het overbrengen zelf moest ze aan anderen overlaten. In de meeste gevallen werd deze overbrengingsdienst verzekerd door personen die voor deze gevaarlijke job werden betaald. Zo getuigde na de oorlog een zekere Henri Vandebroeck uit Neeroeteren dat hij in 1916 voor rekening van Pauline 18 jonge mannen over de grens had gebracht doorheen de geëlektrificeerde versperringen heen. Vandebroeck vervolgde zijn verhaal met te beklemtonen dat acht van deze mannen hem 200 fr. betaalden voor de overtocht, de negen overigen had hij uit 'vaderlandsliefde gratis overgebracht gratis overgebracht. Het waren arme jongens uit Menen, Wervik en Komen..Midden februari 1916 liep het fout. Pauline Vanden Berghe had 6 jonge mannen tot Neerpelt, in het Noorden van Limburg, begeleid. De Duitsers bewaakten er ten een zeer brede grensstrook zodat het gevaarlijkste deel van de overtocht erin bestond een strook van ongeveer een kilometer breed over te steken voor men de eigenlijk grens bereikte.

Zoals altijd bewaakte Pauline de vrijwilligers die aan haar waren toevertrouwd tot op het moment dat ze wist dat ze goed en wel aan de overzijde waren geraakt. Maar deze keer verrasten de Duitsers de Belgische jongens op nauwelijks 100 meter van de grens en ze openden het vuur. Drie jonge mannen werden gewond en een van de gewonden viel in handen van de soldaten. Pauline wist met de vijf overigen te ontsnappen. Twee gewonden kregen bij vrienden in Neerpelt de nodige verzorging en nog geen 24 uur later trok het groepje verder in de richting van Gent.

Daar woonde aan de Wijngaardstraat Alfons Vanden Berghe, broer van Pauline. Terwijl het vijftal er onderdak kreeg, zocht Pauline naar een nieuw middel om de de Nederlandse grens over te steken.


Levende vlotten


Aan de vaart van Gent naar Brugge wist ze een zekere Pierre llondas wonen, ook een oorlogsspion, aan wie ze al verschillende keren brieven had toevertrouwd die naar Nederland moesten worden overgebracht.

Pierre Bondas was goed bekend met de grensstreek en vooral met de omgeving van het Sas van Gent, langs de vaart Gent-Terneuzen. Als palingvisser was hij zelfs een goed bekende figuur in de streek, ook de Duitsers kenden hem, misschien wel niet in zijn ware gedaante, maar dan toch als een verwoede visser. Toen Pauline hem zijn mening vroeg over een nieuwe tactiek om de grens over te steken begon hij onmiddellijk een plan uit te werken.

1De vijfde nacht na hun aankomst te Gent zouden de vijf oorlogsvrijwilligers de tocht wagen. Slechts twee van hen konden zwemmen; maar Bondas meende dat dat niet van belang was . In alle stilte had hij een vlot klaar gemaakt dat gelijkenis vertoonde met het vlot waarmee brieven en pakjes over het water werden gebracht. Aan de overzijde zorgden een paar helpers dat de verdere tocht veilig zou verlopen.

De overtocht gebeurde nachts en verliep veilig. Het in veiligheid brengen van het materiaal na deze gevaarlijke operatie vergde echter heel wat tijd zodat het al volop dag was eer Pierre Bondas en Pauline terug naar Gent konden reizen. Intussen hadden ze van de overzijde bericht gekregen dat ook daar alles goed verlopen was op de verdere reis naar de vrijheid.


Aangehouden


Onderweg wend overlegd om in de toekomst via deze vluchtroute naar Nederland te gaan.. maar de kansen zouden keren. Op nauwelijks 100 meter van de woning van Bondas werden twee vroege wandelaars tegengehouden door een Duitse wachtpost. Bondas had bij wijze van voorzorgsmaatregel enig visgerei bij zich zodat de Duitsers tegenover hem geen argwaan koesterden. Maar wie mocht die vrouw wel zijn die zich in zijn gezelschap bevond.

Pauline legde bereidwillig haar 'Personal-Ausweis' voor en op de vraag wat ze daar in de omgeving van de vaart kwam uitspoken, antwoordde ze eenvoudig dat ze de palingvisser Bondas was komen opzoeken om van hem een partij paling te kopen. Thuis zou er een familiefeestje gehouden worden en dan mocht er wel eens iets ectra van af al was het dan ook oorlog.

De twee Duitsers zaten met het geval verveeld en vertrouwden het niet. Om in de omgeving te verblijven, waar de twee wandelaars werden aangetroffen, was immers een bijzondere toelating nodig. Bondas bezat die maar die vrouw bezat die niet.

Es zat voor Pauline niets anders op dan de Duitsers naar de Kommandatur te volgen, waar haar geval verder onderzocht zou worden. Op de Kommandatur vond men evenmin een bezwaar, tenzij dat ze zonder toelating in een verboden gebied was aangetroffen. Ze was ervan overtuigd dat ze er met een flinke uitbrander van zou afkomen, toen er plots iemand ten tonele verscheen die ze daar alleszins niet verwacht had, de echtgenote van een Gents fotograaf, die van Duitse afkomst was en als tolk dienst deed op de Kommandatur.

De vrouw had Pauline intussen al een hele tijd goed bekeken en beweerde dat ze diezelfde persoon een weel vroeger ook al eens had ontmoet, verkleed als kloosterzuster. Ze hield zelfs staande dat ze er een foto van had gemaakt in haar studio. Een onderzoek bracht aat het licht dat het inderdaad zo was. De Duitsers besloten daaruit dat de vrouw die ze hadden aangehouden misschien wel een gevaarlijke spionne was en sloten haar op op in de gevangenis.

Pauline gaf zich echter niet gewonnen en telkens al haar tijdens verschillende ondervragingen uitleg werd gevraagd over dezer vermomming als kloosterzuster, want dat was werkelijk het geval, had ze maar een antwoord: re was een uit Amiens verjaagde kloosterzuster en als Franse kloosterzuster had ze de toelating om zich in burgerkledij op straat te begeven.

De Duitsers pluisden het geval verder uit, maar ze konden. met de magere bewijzen waarover ze beschikten Pauline niet van spionage beschuldigen. Alleen de zaak van de kloosterkleren bleef hen dwars zitten en in religieuze kwesties bleken ze niet goed onderlegd te zijn.

Als het wat was wat Pauline vertelde, was er geen bezwaar tegen haar vrijlating. maar intussen bleef ze toch achter slot en grendel. Na zes weken opsluiting kwam onverwacht de oplossing. Twee leden van de Duitse Geheime Politie begeleiden jaar naar het klooster van de Paters Minderbroeders aan de Oude Violettekaai in Gent. Pauline had beweerd daar een zekere Pater Eleazard te kennen die haar beweringen kon bevestigen. En kregen de Duitsers inderdaad te horen dat Frnase kloosterzusters, die uit hun land verdreven waren, doorgaans van de bisschoppen de toelating kregen om in burgerkledij op straat te komen op straat te komen. Na dit onderhoud werd Pauline vrijgelaten. Ze was op het nippertje doorheen de mazen van het net geglipt.

Opnieuw het oude werk

Nauwelijks was. Pauline uit de gevangenis van Gent ontslagen of ze begon opnieuw met brievensmokkel en het overbrengen van oorlogsvrijwilligers en dienstplichtigen naar Nederland. Voorlopig vond ze echter dat de Gentse omgeving te gevaarlijk was, omdat de Dyutsers er haar al een keer betrapt hadden. Tijdens de zomer van 1916 was het trouwens ook tegengevallen voor Pierre Bondas, die te Gent met haar samenwerkte. Bondas werd aangehouden en van spionage beschuldigd. Hij werd opgesloten in het gevangenkamp van Sedan, waar hij op 7 juni 1918 overleed.

Intussen had Pauline contact genomen met Mevr. Vanaesselare in Tourcoing en daar trad ze in de 'echte' spionagedienst. Documenten die haar werden ter hand gesteld en die van het grootste belang waren voor de geallieerde legerleiding moesten naar Nederland overgebracht worden vanwaar ze verder hun weg vervolgden om via Groot-Brittannië hun eindbestemming te bereiken.

Maar voor deze opdrachten moest Pauline verre verplaatsingen doen en daarvoor beschikte ze niet over de nodige documenten. In bepaalde streken van het bezet gebied mocht men zich niet ophouden tenzij men voorzien was van een speciale 'Schein'.

Het is om deze reden dat Pauline in de loop van het jaar1917 nog zou kennis maken met de gevangenis te Charleroi en zelfs met deze van St.-Gillis te Brussel, waar ze in november 1917 gedurende 4 weken werd opgesloten.

Opdracht beëindigd


Vlugger dan ze vermoed had, liep haar opdracht van oorlogsspionne ten einde. De Duitse politie vertrouwde deze vrouw niet langer, die zowat overal in het land wegengens het ontbreken van geldige papieren was aangehouden geweest en toen de poorten van St.-Gillis te Brussel zich achter haar sloten ze ze zogezegd terug in vrijheid was, zou het spoedig blijken dat ze voortdurend werd geschaduwd. De beruchte Duitse politieoverste Mayer kwam erachter orn haar ware identiteit te achterhalen en op 1 februari 1918 werd Pauline te Antwerpen aangehouden.

Voor wat gaar persoonlijk spionagewerk betreft hadden de Duitsers een betrekkelijk klaar inzicht gekregen in haar activiteiten. Bij een eerste vonnis werd ze tot 5 jaar gevangenis veroordeeld, later tot acht jaar dwangarbeid en tenslotte kreeg ze voor het krijgsgerecht te Luik nog 15 jaar dwangarbeid.

Deze veroordeling stelden Pauline buiten strijd, maar toen uit het verder onderzoek bleek dat ze zich had bezig gehouden met het overbrengen van soldaten naar Nederland werd ze ter dood veroordeeld. Deze veroordeling zou evenwel door tussenkomst van invloedrijke personen in levenslange hechtenis werd omgezet.

Pauline 'deed' veel voor de goede zaak, maar 'wist' ook veel. Nooit hebben de Duitsers van haar een bekentenis of ook maar de minste uitleg over haar daden gekregen. Tijdens haar opsluiting beleefde ze bange momenten, maar niets kon haar doen spreken. Tijdens de periode die haar veroordeling vooraf ging, was ze verschillende weken opgesloten in d gevangenis van Hasselt, waar ze geconfronteerd werd met andere personen die in Limburg waren aangehouden en die men van medeplichtigheid verdacht. Ze werd er bijna krankzinnig door het harde gevangenisregime. Ze huilde de gehele nacht door als een waanzinnige en vocht tegen haar bewakers.

De kommandant van de gevangenis die haar op zekere dag in haar cel kwam bezoeken om haar tot kalmte aan te sporen kreeg een zitbankje naar zijn hoofd, zodat hij met een gapende hoofdwonde verzorgd moest worden. Slechts na haar ter doodveroordeling, terwijl ze in de gevangenis van St.-Gillis opgesloten zat, verbeterde jaar toestand enigszins.

In de gevangenis van St.-Gillis zou ze nog wel contact hebben opgenomen met medegevangenen via de zogenaamde (telegraaf), m.a.w. door te kloppen op de afvoerbuizen. Maar haar taak was ten einde.

Slechts de wapenstilstand bevrijdde haar. In de voormiddag van de bewuste 11 november 1918 hoorde ze een medegevangene vanaf een benedenverdieping roepen "Pauline, 't is wapenstilstand, wij zijn vrij!"

Terug in de vergetelheid


Hier eindigt het oorlogsverhaal van de spionne Pauline Vanden Berghe. De wapenstilstand had haar bevrijd. Als een onbekende was ze tijdens de oorlog een en voorbeeld geweest van heldenmoed. Ook nu kwam ze als een onbekende terug in de maatschappij, waar ze zo vlug mogelijk moest uitkijken naar werk om haar boterham te verdienen.

Het duurde ruim twee jaar voor haar wankele gezondheid haar weer toeliet om te werken. In 1921 kreeg ze een job bij de diensten voor oorlogsschade te Brugge. Daarna kwam ze in dienst bij het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg te Brussel. Toen ze in 1038 met pesioen ging, kwam ze zich vestigen in het H.-Hartinstituut te Poperinge, waar ze een teruggetrokken leven leidde.



Van op haar kamer zag ze de kinderen van de Congrie spelen en weer kwam bij haar de drang op om te helpen. Voor vele van deze kinderen breidde ze een warme halsdoek of een pull. Want zo zou Pauline Vanden Berghe tot haar laatste dag blijven: stuurs van blik en staalharde ogen, maar met een hart van goud.
Het Wekelijks Nieuws 1/4. - 11/4 en 18/4/1928.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina