Pedagogiek als tijdrede ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van



Dovnload 9.67 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte9.67 Kb.
Symposium Pedagogiek als tijdrede ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van

prof. dr. Jan Dirk Imelman, Rijksuniversiteit Groningen, 1 juli 1999,

Senaatszaal, Academiegebouw.

Opvoeding tussen traditie en nieuwe tijd


Daan Thoomes
De voorgaande sprekers brachten enkele actuele pedagogisch relevante zaken naar voren en bepleitten een gedistantieerde kritische doordenking daarvan vanuit klassiek-pedagogische en triadisch-pedagogische optiek. Ik wil één van de lijnen naar die klassiek-pedagogische traditie even trekken.

Voor dit doel heb ik nagedacht over de mogelijke relatie tussen de triadische pedagogiek en de opvoedingsfilosofie van Schleiermacher. Per slot van rekening is de triadische pedagogiek in Nederland sterk verbonden met de naam ‘Jan Dirk Imelman’, en heb ik hem enige jaren achtereen lastig gevallen met het denken van Schleiermacher.

Voor zijn bereidheid om mij aan te horen, ben ik hem trouwens nog steeds dankbaar.
Ik wil slechts kort ingaan op één aspect in de Opvoedingstheorie, namelijk de constatering dat opvoeding een proces is dat zich afspeelt in de omgang tussen de oudere en jongere generatie in een bepaalde tijd en cultuur. ‘Opvoeding’ is een verschijnsel dat zich voordoet tussen traditie en nieuwe tijd.
Met die constatering bracht Schleiermacher, in 1826, een aantal andere vragen op gang.

Want, vervolgens moet dan de vraag gesteld worden: wàt moet de oudere generatie aan de jongere doorgeven en hoe? Het is te simpel om te zeggen dat het in de opvoeding gaat om cultuuroverdracht. Want, moeten we bijvoorbeeld ook alle onvolkomenheden doorgeven aan de volgende generatie? En, zijn er dan geen veranderingen gewenst? De tijd heeft toch niet stil gestaan? Daarom moet er aan de kenmerken van opvoeding nog iets worden toegevoegd: behalve om cultuuroverdracht moet het in de opvoeding ook altijd gaan om cultuurvernieuwing (of: cultuurverandering, -aanpassing of -verbetering).

Maar daarmee is het probleem nog niet helemaal opgelost. Want het lijkt een beetje een dooddoener of een zwak compromis om te zeggen dat de opvoeding de continuïteit en de vernieuwing van de cultuur waarborgt. Want nog steeds zijn de vragen niet beantwoord: wèlke cultuurinhouden geven we door, en hòe?
Schleiermacher sprak in dit verband over de dialectiek tussen bewaren en vernieuwen in het culturele proces (‘Erhaltung und Verbesserung’). Want het gaat om een tegenstelling: datgene wat je bewaart, dat verander je niet. En datgene wat je verandert, dat bewaar je niet meer in zijn oorspronkelijke vorm.

Die dialectische spanning moet dus nog naar bevrediging worden opgeheven.

Per slot van rekening moet de opvoeder in de praktijk weten waarvoor hij moet kiezen.
Met Schleiermacher komen we er nu niet helemaal uit. Hij wilde de polariteiten in zijn dialectiek ‘verenigen’, en in de opvoeding – in de praktijk – koppelen aan cultuursferen die we nu al lang niet meer zo kennen (zoals de Kerk en de Staat).
Maar er lijkt inmiddels een andere oplossing mogelijk. En zeker in het kader van deze Studiedag ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van Jan Dirk, is dat een aantrekkelijk perspectief.
Want de eerdergenoemde dialectische spanning tussen cultuuroverdracht en cultuur-vernieuwing kan wellicht worden overwonnen wanneer we dit probleem triadisch- pedagogisch doordenken. Het antwoord hoeft dan niet te komen van een filosoof, maar wordt gevonden in het verstandelijk-kritische onderwijsleerproces dat modelmatig kan worden voorgesteld als een pedagogische triade.

Of anders gezegd: de cultuurinhoud (de leerstof) moet deeluitmaken van de kritische wisselwerking tussen opvoeder en kind. De wisselwerking in het onderwijsleerproces tussen, enerzijds, kennis-verantwoordend-inleiden en kennis-verantwoording-vragend-leren, anderzijds.

De pedagogische opdracht blijft daarbij gehandhaafd. En de dubbele taak van cultuur-overdracht en cultuurvernieuwing eveneens. Want de oudere generatie móet de jongere generatie telkens allerlei culturele verworvenheden blijven voorhouden, en de jongere generatie kan besluiten om die verworvenheden al of niet ‘kritisch mee te nemen’ in het culturele vervolgproces. Voor de opvoedingswetenschap leidt deze opvatting tot een permanente praktijkgebonden herbezinning (door het houden van ‘tijdredes’ bijvoorbeeld).

Tot zover de summiere vergelijking tussen het denken van Schleiermacher en de aanpak van de triadisch-pedagogen.


Wij hebben het idee dat Jan Dirk het gezicht van de pedagogiek in Nederland met zijn kritische stellingname in zijn vele publicaties, fundamenteel heeft meebepaald. Zijn invloed beperkt zich niet tot de academische wereld, maar strekt zich uit tot verschillende pedagogische praktijkvelden (zoals onderwijs: leerplan en didactiek, vernieuwingsscholen, onderwijsbeleid, incest, kinderopvang, algemene discussies). Invloed – niet steeds (of zelfs zelden) in de zin van: men doet wat hij zegt. Integendeel, vaak strijkt hij tegen de haren in en roept hij controverses op. Hij zet aan tot denken – wat van praktisch belang is.

Wíj – dat zijn Wilna, Piet en ik – en ook enige anderen die hier aanwezig zijn. Het aardige is dat ze dat duidelijk gemaakt hebben in de vorm van een schriftelijke bijdrage aan een boek. Ze belichten allen een bepaald aspect van de ‘triadische pedagogiek’ en geven op die manier uitdrukking aan jouw ‘Wirkungsgeschichte’. En het leek ons een goed idee dat boek je nu te overhandigen ……..



Wilna Meijer, Piet van der Ploeg en Daan Thoomes (red.), Pedagogiek als tijdrede.

Baarn, Intro, 1999.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina