Persbericht waar in Nederland zie je dit? Oude Waal natuurparadijs



Dovnload 24.85 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte24.85 Kb.
PERSBERICHT
Waar in Nederland zie je dit?

Oude Waal natuurparadijs
Op nauwelijks een kilometer van de Waalkade vind je nu de mooiste moerasparel van de hele regio: de Oude Waal. De waterstand is perfect voor paaiende vissen. De broedvogels die van natte en zompige omstandigheden afhankelijk zijn, vinden hier een paradijselijke situatie. De spiegelende, ondiepe watervlakte trekt duizenden trekvogels aan om na een lange reis op krachten te komen. Zelfs bevers laten zich vaak observeren. Hier moet je zijn om bijzondere soorten te zien. Maar ook zonder speciaal oog voor flora en fauna zie je in één oogopslag hoe fantastisch de Oude Waal er bij ligt. Waar in Nederland zie je dit?
 

Waterpeil cruciale factor
Na een lange periode van agrarisch waterpeilbeheer is nu eindelijk een natuurlijk peilbeheer mogelijk. De agrariërs zijn uitgekocht, nu mag de natuur regeren.

Staatsbosbeheer heeft onlangs tijdens een hoogwatertje de natuur een handje geholpen en via het sluisje water ingelaten in de Oude Waal. Daarna is de sluis weer dicht gedraaid en regeren verdamping en wegzijging over de plas. Het waterniveau zakt nu ongeveer 1 cm per dag. Flora en fauna hebben maandenlang profijt van de drasse situatie. Waar zie je tegenwoordig nog een hoog waterpeil in het voorjaar? Bijna overal in ons land wordt het water snel afgevoerd ten behoeve van de landbouw. In de Oude Waal kunnen we nu eindelijk weer zien hoe uitbundig de natuur reageert als ze weer natte voeten heeft. Nijmegen boft met zo’n parel om de hoek.


Publieksdag zondag 10 mei

Natuurliefhebbers zijn zo verrukt over deze nieuwe situatie dat ze op zondag 10 mei een publieksdag organiseren. Zij willen hun enthousiasme delen met de Ooijpolder-recreanten. Van 10-16 uur bemannen ze een standje langs de dijk ter hoogte van de afslag naar de Vlietberg. Voor wie interesse heeft is er informatie over het waterpeil, de bijzondere natuurresultaten en de toekomst van het gebied. Maar het allerleukst zijn de gratis fiets- en wandelexcursies onder leiding van gidsen met telescoop. Iedereen is welkom om mee te doen. De excursies starten regelmatig na elkaar. Een unieke kans dus om veel mooie vogels te zien.


World Migratory Bird Day

10 mei staat wereldwijd in de spotlight als World Migratory Bird Day. 2009 staat in het teken van obstakels en barrières voor trekvogels. De natuurliefhebbers in de Ooijpolder willen een positieve draai geven aan dit thema. Juist door te laten zien hoe bij de Oude Waal het herstel van de natuurlijke waterstand nieuwe kansen biedt aan de vogels, hopen ze de gezaghebbende instanties te inspireren en het grote publiek bewust te maken.

Alle vogelwaarnemingen van de Oude Waal van vandaag worden verzameld op een totaallijst, die op de website www.vogelwerkgroepnijmegen.nl wordt geplaatst.
Organiserende clubs

De publieksdag op 10 mei wordt georganiseerd door ARK Natuurontwikkeling (www.ark.eu), Vogelwerkgroep Rijk van Nijmegen (www.vogelwerkgroepnijmegen.nl), IVN Rijk van Nijmegen (www.ivn.nl/rijkvannijmegen/) , Flora-&Fauna-werkgroep Gelderse Poort (www.geldersepoort.net)


Contactpersoon voor de pers: Johan Bekhuis: tel 06-51790835

Informatie voor de gidsen
Proefjaar 2008: eerste experiment met verhoogde waterstand
In het voorjaar van 2008 heeft Staatsbosbeheer een eerste proef genomen met verhoogde waterstand in het voorjaar. Doel van het experiment was om te kijken hoe de natuur zou reageren en of er overlast zou optreden voor de bewoners.

Het experiment leerde dat een aanzienlijk beter waterpeil mogelijk is zonder dat de omwonenden overlast hebben van kwel. Verder werd duidelijk dat het langzaam uitzakken van het water in de Oude Waal tot een voor het rivierengebied uniek biotoop leidde met de volgende ecologische effecten:

• grote oppervlakte plas-drassituaties op telkens weer nieuwe locaties, waarvan tal van

broedvogels en doortrekkers profiteerden waaronder grote aantallen Slobeend, Bergeend, Zomertaling, Tureluur, Grutto maar ook Grote zilverreiger (max. 5), Ooievaar (max. 9), Lepelaar (2) en Kwak (1). Na jaren van afwezigheid zijn weer enkele territoria van Watersnip vastgesteld. Later in de zomer zijn vooral grote aantallen Kleine zilverreigers en Lepelaars waargenomen.

• moeras- en rietontwikkeling kwam pas laat op gang (het schiereiland viel pas eind mei

deels droog, het riet bij Tiengeboden begon pas eind juni / begin juli uit te lopen).



Achtergrondinfo bij de Oude Waal
Welke zoogdieren komen hier voor?

De bever heeft de Tiengeboden, de Oude Waal en het Zeumke in het jaar 2000 gekoloniseerd.

Er zijn momenteel burchten bekend van een wilgeneilandje en in de omgeving van de visplas

Sluiskamp. Momenteel worden ook regelmatig twee bevers gezien langs de Zwarteweg. Problemen met beverholen in de winterdijk ter hoogte van de Oude Waal in 2004 zijn opgelost door het plaatsen van gaas in de teen van de dijk.

Steenmarter en Wezel zijn recent nog nabij het gebied gezien, waarnemingen van Hermelijn

zijn al geruime tijd niet meer verricht. Bunzings zijn ook uiterst zeldzaam geworden.

De Oude Waal zal in de toekomst een geschikt leefgebied voor de otter kunnen zijn. Nu de Nederlandse populatie na de herintroductie in Wieden/Weerribben weer uitbreidt, zijn de verwachtigen voor de Gelderse Poort hooggespannen.

Recent onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen in de Gelderse Poort heeft uitgewezen welke soorten bij de Oude Waal voorkomen: Gewone dwergvleermuis (talrijk), Rosse Vleermuis (schaars) en Meervleermuis (zeldzaam). Het gebied functioneert alleen als

foerageergebied en er zijn geen kraamkolonies aanwezig.
Welke vogels komen hier voor?

Broedvogels

De zomerpolder bestond in het begin van de 20e eeuw vooral uit natte, onbemeste weilanden,

rietmoeras en open water. Uit die tijd is het voorkomen bekend van Kemphaan, Kwartelkoning en Watersnip (alledrie talrijk) in de natte graslanden en Baardmannetje in de rietvelden. Kievit en Grutto waren een eeuw geleden nog uiterst zeldzaam in deze regio, die namen pas toe toen bemesting gebruikt werd (stalmest in kleine hoeveelheden) en de wormenstand in de bodem toenam.

Rietvogels zoals Bruine kiekendief, Roerdomp en Snor verschenen pas later in het onderzoeksgebied toen zich dankzij de kleiwinning op grote schaal rietmoeras ontwikkelde.

In 1977 konden in de (riet)moerassen rondom de Oude Waal en de rietvelden van Tiengeboden de volgende moerasvogels worden aangetroffen: Dodaars (13), Roerdomp (5), Woudaap (2), Zomertaling (5), Slobeend (12), Tafeleend (4), Waterral (3), Porseleinhoen (1), Watersnip (7), Zwarte stern (8), Grote karekiet (6) en Rietzanger (5) (aantal territoria uit Brouwer e.a., 1985). Incidenteel zijn ook soorten als Baardmannetje (1971, 1975 en 1977), Blauwborst (1-2), Bruine kiekendief (1 in 1975), Purperreiger (1 in 1975), Sprinkhaanzanger (2 in 1972, 1 in 1974) en Snor (1 in 1974) als broedvogel gemeld.

De agrarische graslanden waren medio jaren ’70 het broedgebied van o.a. Kievit (talrijk) Grutto (17), Patrijs (5), Tureluur (7) en soms Kwartelkoning.

In de loop van de jaren is de broedvogelsamenstelling flink gewijzigd. De weidevogels zijn opnieuw van samenstelling veranderd. Grutto, Kievit en Tureluur verdwijnen in het huidige tijdperk van drijfmest en laag grondwaterpeil, maar ook de Patrijs, Veldleeuwerik en Gele Kwikstaart. De Grauwe Ganzen ontpoppen zich tegenwoordig als nieuwe weidevogel. In de rietmoerassen is ook het nodige veranderd. Bepaalde rietvogels zijn verdwenen (Grote karekiet, Roerdomp en Woudaap), Zwarte sterns broeden nog wel maar zijn afhankelijk van kunstmatige nestvlotjes. Water- en ruigtevogels zijn toegenomen (Blauwborst, Bergeend, Kuifeend, Sprinkhaanzanger en IJsvogel) of verschenen (Grauwe gans en Krakeend met in 2006 73 resp. 21 territoria).

In het voorjaar van 2006, toen voor het eerst sinds 1980 het water na instroom van hoogwater

weer langer is vastgehouden in de Oude Waal, bereikten tal van moerasvogels voor het eerst

sinds lange tijd weer behoorlijke aantallen waaronder Dodaars (6), Zomertaling (8), Slobeend

(22), Waterral (9), Porseleinhoen (4) en Snor (1).
Doortrekkers en wintervogels

De Oude Waal is van groot belang als doortrek- en overwinteringsgebied voor tal van

steltlopers (Grutto, Watersnip) en watervogels waaronder eenden als Pijlstaart, Slobeend en

Wintertaling.

In de loop van de jaren ’80 is het belang van de Gelderse Poort als overwinteringsgebied voor

ganzen flink toegenomen. Ze hebben sterk geprofiteerd van beschermingsmaatregelen

(jachtbeperking) en verbetering van het voedselaanbod door landbouwintensivering. Vooral

de cultuurgraslanden achter de Oude Waal en in de Stadswaard zijn ’s winters in trek bij

overwinterende Kolganzen.

Sinds het begin van de 21e eeuw valt het steeds grotere aantal Grote zilverreigers op in de

Gelderse Poort. De grootste aantallen worden vastgesteld in de herfst. Ook Lepelaars laten

een duidelijke groei zien en deze verschijnen vaak al vroeg in de zomer om in het najaar

een piek te bereiken. De Oude Waal is een van de belangrijkste foerageergebieden

voor beide soorten.


Welke amfibieën komen hier voor?

Naast de vier algemeen voorkomende amfibieën (Bruine kikker, Gewone pad, Groene kikker

complex en Kleine watersalamander) is ook de aanwezigheid van Kamsalamander en Rugstreeppad bekend. Vooral kleinere en later in het seizoen meer geïsoleerde wateren zoals kolken, kleiplassen en sloten rondom de Oude Waal zijn van belang voor amfibieën.

De actuele verspreiding van de meeste amfibieën is niet goed bekend.

De Rugstreeppad is voornamelijk afhankelijk van pioniersituaties die ontstaan na kleiwinning

en de soort is momenteel nog aanwezig in het in 1995 vergraven weiland ten noorden van de

rietvelden bij Tiengeboden. Voor overwintering is de soort aangewezen op hoogwatervrije

locaties zoals de Vlietberg of de Groenlanden.


Welke vissen komen hier voor?

Bij hoogwater kunnen vissen vanuit de Waal in de Oude Waal en andere wateren terecht komen. Alle uiterwaardplassen zijn dan met de rivier verbonden.

Op basis van visinventarisaties in 1993 kan de visfauna worden ingedeeld in twee categorieën: habitatgeneralisten en limnofiele soorten. Van de eerste categorie, algemeen

voorkomende soorten, zijn Alver, Baars, Blankvoorn, Brasem, Giebel, Karper, Kolblei, Pos, Snoek en Snoekbaars bekend uit de Oude Waal.

Limnofiele soorten stellen hogere eisen aan hun leefmilieu: veel waterplanten en een betere

waterkwaliteit. Driedoornige stekelbaars, Grote en Kleine modderkruiper, Kroeskarper,

Rietvoorn en Zeelt zijn limnofiele soorten die zijn aangetroffen in de Oude Waal.

Incidenteel zijn rheofiele (stroomminnende) soorten gevangen waaronder Aal, Kwabaal en Riviergrondel.

Een actueel beeld van de visfauna van de zomerpolder ontbreekt.
Welke ongewervelden komen hier voor: een greep uit de meest opvallende

Drie groepen ongewervelden namelijk dagvlinders, libellen en sprinkhanen zijn recent goed

Onderzocht. Uit dit onderzoek zijn geen beschermde of bedreigde dagvlinders of sprinkhanen bekend. De Oude Waal vormt wel het leefgebied van de bedreigde Glassnijder, een libellensoort die graag langs rietmoeras en bosranden jaagt.
Iets over de flora

Opvallend is het verdwijnen van het waterriet dat in de jaren zeventig nog de Oude Waal omzoomde. Ook soorten die indicatief zijn voor rivierkwel verdwenen uit de Oude Waal (Krabbenscheer, Waterviolier). Soorten als Engelse alant, Groot blaasjeskruid en Moeraswolfsmelk hebben zich wel gehandhaafd.



Vlietberg

Vanaf 1873 ligt de kunstmatige hoogwatervrije terp de Vlietberg in de uiterwaard. De schoorsteen herinnert ons nog aan de hier tot 1975 gevestigde steenfabriek. Het huidige bedrijventerrein wordt momenteel in fasen gesaneerd, waardoor ruimte ontstaat voor natuurontwikkeling.

Plaatselijk komen op de Vlietberg pionier-, ruigte en stroomdalplanten voor evenals ooibos. Het terrein fungeert als hoogwatervluchtplaats voor fauna. De natuurwaarden zijn momenteel echter nog beperkt. In de toekomst kan hier hardhoutooibos tot ontwikkeling komen.

Stadswaard

Sinds het begin van de 19e eeuw is het dynamische karakter van de Stadswaard steeds meer

aan banden gelegd door het vastleggen van de rivier. Zandbanken, nevengeulen, rivierduinen

en wilgenstruwelen hebben geleidelijk plaatsgemaakt voor steeds intensiever benut agrarisch

cultuurland en populierenbos. Delen van de opgeslibde uiterwaarden zijn afgegraven door de

baksteenindustrie. Van de voormalige nevengeulen resteert nog een klein, maar grotendeels

verland en verbost deel (het Zeumke). Vanaf 2005 is er meer ruimte voor natuurontwikkeling

onder invloed van natuurlijke begrazing. Ruimte voor rivierdynamiek is echter momenteel



nog beperkt omdat de Stadswaard hoog is opgeslibd.

In de loop van de tijd hebben karakteristieke riviersoorten (Kleine plevier, Oeverloper, pionier- en stroomdalflora) plaatsgemaakt voor cultuurvolgers (weidevogels, hooilandflora). Door landbouwintensivering zijn deze recent gedecimeerd. Door de recente natuurontwikkeling ontstaan weer mogelijkheden voor meer riviergebonden soorten (Bever, Rivierrombout, Roodborsttapuit, stroomdalflora, zachthoutooibos).



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina