Persdossier haring



Dovnload 79.06 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte79.06 Kb.
PERSDOSSIER HARING
Factsheets:
Algemeen Uiterlijke kenmerken

Voedsel


Trek

Voorplanting

Leefomgeving

Natuurlijke vijanden en parasieten

Historie Haring en economie

Vismethodes

Leidens ontzet: haringen en wittebrood

Willem Beukelszoon

Wetten en regels

Mannen vissen, vrouwen ‘boeten’

Vangst Haringquota

Visverbod

Noorse, Deense en Schotse haring

Haringvangst: feiten in het kort

Moderne haringvisserij

Figuur 1: bestanden Noordzeeharing


Verwerking Kaken en rijpen
Handel & Export Afzet van haring
Duurzaamheid Marine Stewardship Council

Beheermaatregelen


Hollandse Nieuwe Wat is Hollandse Nieuwe?

Maagdelijke haring

Uiterlijk en smaak

Hollandse of andere Nieuwe?


Consumptie Regionale voorkeuren

Haring moet zwemmen


Haring aan de staart, of toch anders

Haring met een uitje

Haringproducten

Voedselveiligheid


Gezondheid Rijk aan omega-3

Voedingswaarden

Festiviteiten Start van het haringseizoen

Veiling van het eerste vaatje

Vlaggetjesdag

Haringparty

Koninginnenharing

Haring en carnaval


Bijlagen Websites over haring

Haringactiviteiten in 2010

ALGEMEEN
Uiterlijke kenmerken

De haring (Clupea harengus) is een slanke, vrij kleine vis met één korte vin op de diepblauwe rug. De graten van de haring zijn zacht. Ongeveer een kwart van het lichaamsgewicht kan uit vet bestaan. Na twee tot drie jaar is de haring volwassen en ongeveer twintig centimeter lang. Een haring kan wel 56 centimeter lang worden. Noordzeeharing wordt acht tot tien jaar oud.


Voedsel

Haringen leven met honderdduizenden tegelijk in scholen en voeden zich met plankton en de allerkleinste zeediertjes. Het minieme roeipootkreeftje, niet groter dan een speldenknop, is gewild voedsel. De vis gebruikt zijn kieuwzeven om het voedsel achter te houden dat met het zeewater zijn geopende bek instroomt en gefilterd via zijn kieuwen weer wegvloeit. Het dierlijk plankton waarmee de haring zich voedt, heeft een hoog vetgehalte. Dit leidt ertoe dat de vis zeer vet is, vooral tijdens de zomer.


Trek

Elk jaar trekt de haring volgens een bepaald patroon de Noordzee rond. Achtereenvolgens worden voedselgebieden, paaiplaatsen en overwinteringsgebieden bezocht. De haring houdt zo lang mogelijk vast aan ‘vaste’ trekroutes. Uit onderzoek blijkt dat wanneer de temperatuur of waterstroom verandert, de haring het gedrag niet aanpast maar dezelfde routes aanhoudt. Deze gewoonte wordt door jonge haringen overgenomen, die vervolgens ook via dezelfde routes de Noordzee door trekken. Hierdoor is het vaak makkelijk te voorspellen in welke gebieden de haring zich ophoudt.


Voortplanting

Afhankelijk van het voedselaanbod en de watertemperatuur duurt het twee tot drie jaar voordat haring kan paaien. In augustus, september en oktober vormt zich hom in de mannetjes- en kuit in de vrouwtjesharing. In december zijn hom en kuit voldoende gerijpt en worden ze afgezet. De bevruchting van de eitjes gaat buiten de vissen om in zee. Een vrouwtjesharing kan meer dan honderdduizend eitjes produceren, die allemaal worden bevrucht. Het produceren van hom en kuit vergt veel van de vis en gaat ten koste van het vetgehalte. Na het paaien is de vis in de winterperiode erg mager en moet hij weer op krachten komen. In het voorjaar raakt het vetgehalte door het toenemende voedselaanbod geleidelijk weer op peil, zodat in mei de visserij op vette maatjes weer kan beginnen.


Leefomgeving

De haring is een pelagische (midwater) soort, die wijdverbreid is over de Noordelijke Atlantische Oceaan. Hij komt voor bij de kust van Noorwegen, rond IJsland, Groenland en voor de oostkust van de VS en Canada. Ook in de Stille Oceaan wordt haring gevangen. Overdag verblijft de haring in dieper water dan ’s nachts, wanneer de school opstijgt om zich te voeden.


Natuurlijke vijanden en parasieten

Haringlarven en jonge haring worden gegeten door andere vissen, zoogdieren en vogels. Kabeljauw, wijting, zalm, orka’s, albatrossen, zeehonden en dolfijnen zijn de grootste natuurlijke vijanden.

De haring zelf kan parasieten bevatten, waarvan de haringworm de bekendste is. De naam is een beetje misleidend, de glazige worm komt namelijk ook in andere vissen en zeedieren voor. Voor de mens is deze worm, die enkele weken zout en zuur kan overleven, gevaarlijk. Hij kan ernstige inwendige aandoeningen veroorzaken. Om die reden moet haring voor consumptie altijd eerst ingevroren zijn geweest. Dat overleeft de parasiet niet.

HISTORIE
Haring en economie

Haring speelt een voorname rol in de geschiedenis van Nederland. In de late Middeleeuwen was de haringhandel een hoofdpijler van de economie. De welvaart van plaatsen als Amsterdam, Veere, Maassluis, Vlaardingen en Zuiderzeehavens als Enkhuizen werd hier onder andere door bepaald. De haringvisserij vormde de basis van de latere successen van de kooplieden in de Republiek, de grondslag voor de Gouden Eeuw. Nederland behield telkens zijn voorsprong op concurrerende naties. In de negentiende eeuw verschoof de handel meer naar kustplaatsen als Scheveningen, Katwijk, Noordwijk, Zandvoort en Egmond.


Vismethodes

Eeuwenlang is op de Noordzee naar haring gevist. De haring werd aan boord gekaakt en gezouten en met snel zeilende ‘jagers’ aan wal gebracht. Een jager nam de haring over van de vissers op zee. Andere landen slaagden er niet in dit systeem te evenaren. De ontwikkeling van de bomschuit in de negentiende eeuw maakte deel uit van de succesformule. De platte bodem van de bomschuit maakte het mogelijk haring ook aan te voeren op plaatsen langs de kust waar zich geen havens bevonden. De teruggekeerde schepen konden glijdend op hun vlakke bodem over het natte zand het strand op worden getrokken zonder dat zij kantelden. Bomschuiten staan onder meer afgebeeld op het Panorama van Mesdag in Den Haag. De schepen gingen wel korter mee dan andere vissersvaartuigen. Ze hadden veel te lijden van de manier van ‘landen’.


Leidens ontzet: haring en wittebrood

Jaarlijks wordt op 3 oktober in Leiden gevierd dat de Spanjaarden in 1574 het beleg van de stad staakten. Leiden had tijdens de Tachtigjarige Oorlog de kant gekozen van Willem van Oranje en Spaansgezinden buiten de poorten gezet. Troepen van Philips II legden daarop een ring rond de stad, het begin van een beleg dat bijna een jaar duurde. Nadat prins Willem van Oranje een aantal dijken liet doorsteken, liep het laaggelegen Rijnland onder water en sloeg de Spaanse belegeraar in de nacht van 2 op 3 oktober op de vlucht. In de vroege ochtend van 3 oktober schoten de Watergeuzen de Leidenaren te hulp. Op hun platbodems voerden zij voor de hongerige bevolking haring en wittebrood mee. Nog altijd houdt Leiden de traditie in ere door tijdens het jaarlijkse feest haring te eten.


Willem Beukelszoon

Beweerd wordt dat Willem Beukelszoon (haringhandelaar uit Biervliet gelegen in het huidige Zeeuws Vlaanderen) eind veertiende eeuw het haringkaken uitvond. Toch paste hij het kaakprocédé niet als eerste toe. In Scandinavië kende men deze methode van het op speciale wijze verwijderen van de ingewanden al langer. Het is namelijk aangetoond dat gekaakte Oostzeeharing al eerder zijn weg vond naar Brugge. Ook Vlamingen konden al kaken. Het kaken verlengt de houdbaarheid van de gevangen haring, belangrijk in een tijd waarin de nog kleine zeilvaartuigen lang onderweg waren en niet over koelmogelijkheden beschikten. Na de ontdekking van het kaken konden de schepen groter worden en raakten verder gelegen vangstgebieden binnen bereik. Men kon daardoor meer vis vangen en aan land brengen. Door deze schaalvergroting nam de welvaart toe.


Wetten en regels

Wetsartikelen van eeuwen geleden spreken al van haring. Wettelijk kwam vast te liggen welke steden zich mochten bezighouden met het verwerken van haring en hoe dit moest worden gecontroleerd. Een monopoliepositie stond garant voor hoge inkomsten. Hoe groot de economische betekenis was van de haringvaart en -handel, blijkt uit de oorlogen die erover uitbraken, bijvoorbeeld met de Engelsen. Bovendien was haring vooral een belangrijke voedselbron tijdens de vele vastendagen die de rooms-katholieke kerk had ingevoerd.


Mannen vissen, vrouwen ‘boeten’

Vissersschepen werden van oudsher bemand door mannen. Als jongetje van tien voeren ze voor het eerst uit, op hun vijftiende waren ze vaak al volleerde zeelieden. Ze bleven actief zolang zij het zware werk lichamelijk konden volhouden. De leeftijdsverschillen aan boord konden zo’n zestig jaar bedragen. De nieuwlichters verrichtten aan boord allerhande karweitjes, maar zij werden ook aan dek ingezet bij het kaken zodra de vangst binnen boord was gehaald. Vrouwen voeren niet mee, volgens het zeemanscredo: ‘Een vrouw en een klip zijn een ramp voor het schip’. Zij leverden aan de wal hun aandeel door kapotte netten te repareren (‘netten boeten’) en een deel van de vangst uit te venten tot in de grote steden.



HARINGVANGST
Haringquota

In een poging te voorkomen dat ongebreidelde visvangst onherstelbare gevolgen heeft voor de verschillende soorten, stelt de EU elk jaar maximale vangsthoeveelheden vast. Ook voor de haring wordt een jaarlijks quotum vastgesteld. Overzicht van de quota van de afgelopen jaren:


2004 460.000 ton

2005 535.000 ton

2006 455.000 ton

2007 341.000 ton

2008 201.000 ton

2009 171.000 ton

2010 164.000 ton
De vangstquota zijn verdeeld over Nederland, België, Duitsland het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Frankrijk, Zweden en Noorwegen.

Van de totale toegestane vangsthoeveelheid van Noordzeeharing voor humane consumptie van 164.000 ton in 2010 wordt ca. 30.000 ton (30 miljoen kilo) verwerkt tot Hollandse Nieuwe. Dat zijn in totaal 200 miljoen haringen. De overige hoeveelheid Noordzeeharing (134.000 ton) is geen Hollandse Nieuwe, maar wordt ofwel verwerkt tot haringconserven of gerookte haring, ofwel wordt aan boord in hele staat ingevroren en geëxporteerd naar landen buiten de EU.


Visverbod

Tussen 1977 en 1984 lag de haringvisserij op de Noordzee stil als gevolg van een internationaal vangstverbod. De ingrijpende maatregel was noodzakelijk om de soort te redden en de stand weer op peil te krijgen. Overbevissing was de oorzaak van dat het voortbestaan van de haring gevaar liep. Tot het verbod in 1977 werd uitgevaardigd, was de Noordzee vrij toegankelijk. De toenmalige EG-landen breidden, samen met Noorwegen, hun visserijzones uit. Daarmee werd de Noordzee ‘eigendom’ van de aanliggende kuststaten. Het vangstverbod kon na zes jaar worden opgeheven. De haring was op het nippertje gered.


Deense, Noorse en Schotse haring

De sluiting van de Noordzee voor de haringvisserij in 1977, zochten enkele Nederlandse vissers hun geluk in de Ierse Zee. Zij hoopten hier haring aan te treffen die te vergelijken was met die uit de Noordzee. Uiteindelijk bleek de zee bij Denemarken een geschikter alternatief. De Denen visten in het Skagerrak op haring die sterk leek op de ‘Hollandse’ maatjesharing. Een aantal vissers en inkopers van verwerkende bedrijven uit Nederland vestigde zich in het noorden van Jutland.



De Denen eten de haring niet zoals wij (verwerkt tot Hollandse Nieuwe). Nederlandse bedrijven benutten hun know-how ter plaatse en voerden de kaaktechniek in. Bij één bedrijf in Skagen gebeurt het kaken nog met de hand, elders staan computergestuurde kaakrobots die met grote precisie elke haring scannen en machinaal onnavolgbaar snel kaken. Nadat de haringvisserij op de Noordzee weer werd vrijgegeven, bleef Denemarken het belangrijkste aanvoerland. Daarnaast verlegden Nederlandse bedrijven hun werkterrein ook naar Noorwegen en Schotland.
Haringvangst - feiten in het kort:

  • De sterkte van de jaarklassen van het Noordzeeharingbestand heeft de aflopen 30 jaar met een factor veertig gefluctueerd. Hoewel deze variabiliteit kan leiden tot een plotselinge daling van de bestandsomvang en zelfs, bij slecht beheer, tot een ineenstorting van het bestand, betekent het ook dat haringbestanden veerkrachtig zijn. Zo herstelde het Noordzeeharingbestand zich in de afgelopen decennia vanuit een zeer geringe bestandsgrootte.

  • De internationale visserijonderzoekers (ICES) hebben aangegeven dat de huidige reeks van zes zwakkere jaarklassen van de Noordzeeharing niet veroorzaakt wordt door een te hoge visserijdruk. De oorzaak moet gezocht moet worden in één of enkele veranderingen in de natuurlijke omgeving van de haringpopulatie. Zo zijn er indicaties van veranderingen in het natuurlijk milieu in de Noordzee die van invloed zijn op het aanbod van geschikt voedsel voor de larven en jonge levensstadia van de haring.

  • De meest recente wetenschappelijke informatie toont aan dat de 2006-jaarklasse meer dan twee keer zo groot was als de biologen eerst dachten. Hierdoor is de omvang van het Noordzeeharingbestand substantieel groter dan tot vorig jaar werd gedacht. Ook is geconstateerd dat de visserijdruk ruim onder de toegestane waarde ligt. De verwachting is dan ook dat de quota omhoog zullen gaan. Dit is zeer gunstig voor de visserij, aangezien de quota voor 2010 zich op een historisch laag niveau bevinden.

  • Sinds mei 2006 vindt de haringvisserij plaats door leden van de Europese Pelagic Freezer-trawler Association (PFA) onder het duurzaamheidscertificaat van de Marine Stewardship Council (MSC). In de Europese Pelagic Freezer- trawler Association (PFA) zijn de Nederlandse visserijondernemingen verenigd die de haringvisserij beoefenen. De certificering van deze visserij betrof de eerste grote visserij in Europa die MSC gecertificeerd werd.

  • Omdat pelagische vis als haring in scholen van dezelfde soort zwemt, kan de visserij heel gericht plaatsvinden. Dit betekent dat er vrijwel zonder ongewenste bijvangst gevist kan worden. De bijvangst van dolfijnachtigen is in de pelagische trawlervisserij, zoals de haringvisserij, vrijwel nihil.

  • Voor Nederland is de haring in de zuidelijke en noordelijke Noordzee verreweg het belangrijkste.


Moderne haringvisserij

De Nederlandse haringvisserij wordt hoofdzakelijk uitgeoefend door vriestrawlers, die de vis direct na de vangst sorteren en invriezen voor latere verkoop en/of verwerking. Trawlers zijn, met hun lengte van zo’n negentig meter, de grootste schepen van de vissersvloot. Het overgrote deel van de Hollandse Nieuwe wordt aangevoerd door ongeveer 30 a 40 Noorse, Deense en Schotse trawlers. Zij maken gebruik van een ringnet. Een ringnet hangt als een enorm cirkelvormig gordijn in het water, dat een complete school haring kan insluiten. Als het net aan de onderzijde wordt dichtgetrokken, blijft de vangst in leven. Het net kan worden leeggepompt, maar het kan voorkomen dat de schipper vaststelt dat de vangst kwalitatief niet voldoet. Dan kan hij het net weer openen en de vis laten gaan. De haring wordt vervolgens aan boord ijskoud gekoeld. De haring wordt voornamelijk door Deense, Noorse en Schotse schepen uitgevoerd.


In de zomermaanden vissen nog twee Nederlandse schepen op de Noordzee op haring. Het zijn spanvissers die samen een net door het water trekken. Deze vissers mogen in beperkte mate de haringbestanden bevissen, die zich bevinden ten noordwesten van Schotland, ten zuidwesten van Schotland en het zogeheten Atlanto haringbestand. De vis wordt met een pomp uit het net aan boord van de schepen gezogen. Deze haring wordt aan boord machinaal gekaakt, gepekeld en ingevroren. Dat gebeurt verder nergens meer op een schip, aangezien dit meestal niet met de complete vangst lukt. Een deel van de haring wordt ongekaakt ingevroren, de zogeheten ‘plaatharing’.
Toelichting bij figuur 1, volgende pagina:
Biomass (bestand aan volwassen haring ofwel paaibestand): het gaat om de zwarte lijn die boven het voorzorgsniveau moet liggen (=kleine stippellijn). De laatste inzichten (nog niet op dit plaatje te zien) geven aan dat in 2010 het paaibestand zich weer op het voorzorgsniveau bevindt (1,3 mln ton).
Catches (hoeveelheid aangelande haring): te zien is dat de afgelopen jaren de aanlandingen fors zijn afgenomen, in lijn met de reducties van de toegestane vangsthoeveelheden.
Mean F (gemiddelde visserijsterfte): de berekende sterfte van de haring ten gevolge van de visserij. Daarnaast heb je nog de natuurlijke sterfte van haring (hier niet weergegeven). Het gaat om de zwarte lijn (sterfte van volwassen haring (F 2-6 jaar oude haring). Deze moet liggen op of onder de kleine stippellijn, hetgeen het geval is. Op dit moment (2010) is deze visserijsterfte nog verder omlaag gegaan en ligt nu fors onder deze stippellijn. Dit geeft aan dat de visserijdruk voldoende laag is.
Recruitment (jaarlijkse aanwas van jonge haring - uitgedrukt in miljoenen haring):

Dit geeft een wisselend beeld te zien, met sedert 2001 een wat lagere jaarlijkse recruitment. Na 3 jaar is de haring volwassen en komt die in de vangst. Een lage recruitment leidt dus na 3 jaar tot lagere vangsthoeveelheden. De nieuwste inzichten (nog niet te zien op dit plaatje) geven aan dat de 2006 jaarklas 225% hoger was dan tot nu toe werd gedacht. De 2006 staaf moet dus flink hoger zijn dan in dit plaatje aangegeven.



Figuur 1: Bestanden Noordzeeharing




VERWERKING
In de meeste gevallen wordt haring aan boord gekoeld en aan wal gekaakt en vervolgens droog gezouten of gepekeld (in een zoutoplossing waarvoor ook zeewater met extra zout wordt gebruikt). Het zoutgehalte wordt bepaald aan de hand van wisselende factoren: de grootte van de haring, het vetgehalte, de temperatuur van de vis en de smaak van afnemers. Met het pekelen begint gedurende een aantal uren een gecontroleerde rijping, die de uiteindelijke smaak van de Hollandse Nieuwe bepaalt. In emmertjes, bakken of vacuümgetrokken plastic zakken gaan de haringen vervolgens met de pekel de diepvries in. Het zout heeft een remmende werking op de rijping en de lage temperatuur zet het rijpingsproces vrijwel stil. Het invriezen is verplicht om de mogelijk in de vis aanwezige haringworm, onschadelijk te maken.
De verwerking van haring vindt plaats in drie typen bedrijven: producenten/ handelaren in gezouten haring, haringinleggerijen en haring- en makreelrokerijen. Daarnaast zijn er leveranciers van grondstof voor de productiebedrijven. Maatjesharing wordt behalve door deze gespecialiseerde bedrijven ook verwerkt en verhandeld door de binnenlandse visgroothandel. De haringverwerkende industrie is voor de grondstofvoorziening vooral afhankelijk van de ontwikkeling van de haringvisserij in de Noordzee en het Skagerrak. De Nederlandse industrie verwerkt niet meer dan 10 tot 15% van de internationale haringaanvoer uit dit gebied.
Kaken en rijpen

Bij het kaken, dat steeds vaker wordt toevertrouwd aan razendsnel werkende computergestuurde robots, worden de kieuwen (kaak = kieuw), de ingewanden en de keel van de haring verwijderd. De vis kan zo goed ontbloeden, met als resultaat blank visvlees.

Niet alle ingewanden worden weggehaald. De alvleesklier (pancreas) blijft in de vis. Deze klier produceert een enzym dat de haring helpt zijn voedsel te verteren. Het enzym verandert na de dood van de haring de eiwitten in de vis. Zo komt de rijping op gang die de Hollandse Nieuwe zijn hoogst eigen smaak, geur en textuur oplevert.
AFZET
Haring is sinds jaar en dag een van de meest gegeten vissoorten in Nederland? (omzet). Maar ook in het buitenland zijn grote afnemers van haring te vinden. Ruim de helft van de aangevoerde haring blijft in Nederland, het andere deel wordt geëxporteerd naar Duitsland en België. De export- producten worden meest geleverd aan groothandelaren en importeurs en in het binnenland zijn de visgroothandel en de visdetailhandel de belangrijkste afnemers.
Er zijn in Nederland zo’n 10 haringhandelaren actief. Een aantal van deze bedrijven beschikken over eigen verwerkende bedrijven in Scandinavië en Nederland. Deze bedrijven zijn volledig uitgerust voor de distributie van het product van en naar het buitenland.
Bij de visserij op maatjesharing wordt de haring vers aangeland en daar gekaakt, gepekeld en vervolgens ingevroren. Het invriezen van haring is een wettelijke verplichting om de mogelijk in de vis aanwezige haringworm onschadelijk te maken. De op zee ingevroren haring wordt afgezet aan bedrijven voor verdere verwerking, vrijwel altijd aan bedrijven binnen Europa, of wordt geëxporteerd voor directe consumptie. Deze laatste export richt zich in het algemeen op landen buiten Europa (niet EU landen).
Van de totale vangsthoeveelheid Noordzeeharing van 164.000 ton (2010) wordt 30.000 ton tot Hollandse Nieuwe verwerkt. Dat zijn in totaal 200 miljoen haringen. Hiervan gaan er 50% naar Duitsland, 42,5% blijft in Nederland en 7,5% wordt naar België geëxporteerd. De overige hoeveelheid te vangen Noordzeeharing (170.000 ton) is geen Hollandse Nieuwe, maar wordt vaak verwerkt tot rolmops, gerookte haring, of wordt aan boord in hele staat ingevroren en geëxporteerd.

DUURZAAMHEID
Het woord duurzaamheid wordt de laatste jaren veelvuldig gebruikt. Kort gezegd draait het bij duurzaamheid om drie pijlers: people (mensen), planet (milieu) en profit (economie). Deze ‘drie p’s’ betekenen in feite dat we onze aarde zo beheren dat ook onze kleinkinderen gezond en veilig kunnen leven. Duurzame (of verantwoorde) vis voldoet aan drie belangrijke normen:


  1. De hoeveelheid van een vissoort moet op orde zijn, zodat de vis zich door voortplanting in stand kan houden.

  2. De vangstmethode moet het milieu zoveel mogelijk ontzien.

  3. De vistechniek moet zo gericht mogelijk kunnen vissen met zo min mogelijk ongewenste bijvangst in de netten.


Marine Stewardship Council

Er is inmiddels een aantal keurmerken dat diverse aspecten van duurzaamheid garandeert. Een bekend internationaal keurmerk is het MSC keurmerk van de Marine Stewardship Council. Het MSC label garandeert dat de vis op zo’n manier gevangen is dat het voldoet aan de hierboven genoemde voorwaarden. Het MSC keurmerk betreft een uitstekend onafhankelijk initiatief, maar het is nog niet direct voor iedere vis en elke visleverancier weggelegd. Het is daarom niet reëel om als consument alleen te vragen naar MSC gecertificeerde vis. Bovendien geldt het keurmerk alleen voor wild gevangen vis. De Nederlandse haringvisserij heeft binnen Europa een voorbeeldpositie ingenomen als het om duurzaamheid gaat. Nadat in 2006 alle door Nederland gevangen Noordzeeharing het label van de Marine Stewardship Council (MSC) mocht voeren, volgt in 2009 de rest van de haringvisserij.


Beheermaatregelen

Twee uitdagingen bij het beheer van de haringvisserij zijn het vangstvermogen van de moderne vloten en de natuurlijke fluctuaties in de omvang van het bestand. Dit heeft consequenties voor de manier waarop de bestanden beheerd moeten worden. Voor de Noordzeeharingvisserij zijn de belangrijkste beheermaatregelen:



  • Een door de EU en Noorwegen vastgesteld beheerplan, dat is gebaseerd op een na te streven bandbreedte van een visserijsterfteniveau voor zowel de visserij op volwassen haring voor de humane consumptie als voor de visserij op jonge haring voor de productie van visvoer.

  • In dit beheerplan zijn ook streefniveaus opgenomen voor de omvang van het paaibestand, die als ‘triggers’ gelden voor aanvullende maatregelen. De afgelopen 5 jaar hebben deze triggers ook goed gefunctioneerd en zijn de TAC’s (Total Allowable Catch) voor humane consumptie en voor visvoer steeds fors gekort. Omdat het beheer goed reageerde op het veranderende bestand heeft MSC haar certificaat voor de PFA kunnen handhaven.

  • Het belangrijkste instrument waarover visserijbeheerders beschikken om de visserijdruk op haring te controleren is het vaststellen van de jaarlijkse TAC’s voor de verschillende visserijvloten die op Noordzeeharing vissen. Zo voorkwam een halvering van de TAC in 1996 een mogelijke instorting van het Noordzeebestand en is sindsdien het beheerplan vernieuwd, is het paaibestand naar een historisch hoge omvang gegroeid, wederom weer wat afgenomen en is de afgelopen vijf jaar de TAC naar aanleiding hiervan fors gedaald.

  • De invoering van een separate TAC voor de bijvangst van haring in de visserij op sprot (die is gericht op de vismeelindustrie) met als doel het verminderen van de sterfte onder jonge haring, is eveneens succesvol gebleken.

  • Voor haring geldt geen minimummaat voor de aangevoerde vis, wat voor andere soorten veelal wel het geval is. Dit instrument is alleen zinvol bij visserijmethoden, waar de selectie van verschillende vissoorten door middel van de maaswijdte effectief is. Dit is echter niet het geval bij haring, omdat deze vis in dichte scholen zwemt er nauwelijks andere vissen worden bijgevangen.

HOLLANDSE NIEUWE
Wat is Hollandse Nieuwe?

De Hollandse Nieuwe wordt in zes weken tijd (half mei tot juli) gevangen, want juist dan is de haring in het goede biologische stadium om er Hollandse Nieuwe van te maken. Elk jaar doorloopt de haring dezelfde cyclus. In de wintermaanden is hij mager en in het voorjaar begint de haring te groeien door de aanwezigheid van plankton in het water. Onder gunstige omstandigheden kan een haring zich in het voorjaar elke dag 2 procent vetter eten. Een kwart van zijn gewicht kan uiteindelijk uit vet gaan bestaan. In mei, als de haring voldoende vet is, begint de periode waarin op maatjesharing wordt gevist. Die duurt doorgaans tot juli. Haring mag Hollandse Nieuwe heten als hij goed vet is, en op de traditionele Hollandse manier gekaakt, gezouten en gefileerd is.


Maagdelijke haring

Hollandse Nieuwe wordt ook wel maatjesharing genoemd. Deze benaming verwijst naar het biologische stadium waarin de haring zich bevindt. Op het moment dat de Hollandse Nieuwe wordt gevangen, heeft zich nog niet opnieuw hom en kuit gevormd. Na het jaarlijkse paaien is de vis telkens weer ‘maagdelijk’. De aanduiding maatje is een verbastering van maagdje. In België is de Hollandse Nieuwe bekend als ‘maatjes’, de Duitsers spreken van ‘Matjes’.


Maatjesharing

Alle haring die tussen half mei en juli wordt gevangen, gaat na het kaken en pekelen de diepvries in. Ingevroren haring kan maandenlang worden bewaard, waardoor de consument het hele jaar door Hollandse Nieuwe kan eten. De haring die later wordt gegeten, kan door het uiterst trage rijpingsproces in het vrieshuis iets voller van smaak zijn. In de praktijk vervalt na augustus de aanduiding Hollandse Nieuwe. Gebruikelijker is dan de naam ‘maatjesharing’. Het is dezelfde haring, met hetzelfde vetgehalte en door de toepassing van de moderne, snelle vriestechniek van dezelfde kwaliteit als de eerste Hollandse Nieuwe van het seizoen.


Uiterlijk en smaak

Zodra de nieuwe haring weer in het land is, willen honderdduizenden liefhebbers hem zo snel mogelijk proeven. Smaak, geur en uiterlijk vormen het gespreksonderwerp. Een perfecte Hollandse Nieuwe is goed ontbloed en heeft vrij blank vlees. De geur is fris en zilt, de rijping bepaalt het belangrijkste kenmerk: de smaak. Wanneer de haring wordt aangeboden, bij voorkeur direct na het schoonmaken, mag hij geen restjes ingewanden of schubben meer bevatten.

Een haring die enige tijd blijft liggen en aan de lucht wordt blootgesteld, gaat achteruit in kwaliteit. Het vet in de vis gaat onder invloed van zuurstof oxideren en de haring kan na verloop van tijd een ranzige smaak krijgen. De beste haring wordt ter plekke schoongemaakt. Een redelijk alternatief voor haring vers-van-het-mes is voorverpakte haring. In supermarkten wordt haring aangeboden in een afgesloten verpakking. Daarin is zuurstof vervangen door stikstof, die de houdbaarheid vergroot. Er zijn ook consumentenverpakkingen met diepgevroren schoongemaakte haring te koop.
Hollandse of andere Nieuwe?

Toen eind jaren zeventig van de vorige eeuw een vangstverbod voor haring gold, weken groothandelaren uit Nederland uit naar Denemarken. In het Skagerrak visten de Denen op een haringsoort die erg leek op de maatjesharing uit de Noordzee. Kaken en laten rijpen was voor de Denen onbekend terrein. De Nederlanders begonnen in Jutland de haring de eigen vertrouwde behandeling te geven. Na 1983 was haringvisserij op de Noordzee op beperkte schaal weer toegestaan. Toch bleven de Nederlanders Deense haring kopen en verwerken. Het is nu dezelfde Noordzeeharing waar voorheen zoveel Hollandse schepen op hebben gevist. In later jaren breidden Nederlandse haringhandelaren hun werkterrein uit tot Noorwegen. Ook ‘Schotse’ haring, eveneens in dezelfde gebieden in de Noordzee gevangen, mag na de behandeling Hollandse Nieuwe heten.


CONSUMPTIE
Regionale voorkeuren

Er bestaan onderling smaakverschillen bij de Hollandse Nieuwe. Diverse factoren zijn van invloed op het uiteindelijke resultaat: het vetgehalte van de vis, de zorgvuldigheid waarmee gekaakt wordt, het zouten of pekelen en de rijping. Zelfs in een klein land als Nederland kunnen de voorkeuren van de consument per regio verschillen:

De Amsterdammer prefereert in het algemeen een malse, goed doorgerijpte, wat grotere haring. Van dit formaat gaan er zes tot zeven in een kilo. De haring wordt in stukjes gesneden en in veel gevallen gegeten met gesnipperde ui en/of bieslook, en met schijfjes zoetzure augurk. In Rotterdam en omgeving is een kleinere, licht gezouten haring geliefd. Daarvan gaan er zeven tot tien in een kilo. Friezen en Groningers houden van wat meer zout, Brabanders hebben liever een nog kleinere, maar vrij stevige haring waarvan er tien of elf in een kilo gaan. Voor een deel zouden de smaakvoorkeuren historisch zijn bepaald. Volgens de theorie zijn ze toe te schrijven aan het feit dat voor haring die over grotere afstanden moest worden vervoerd, meer zout werd gebruikt. De lichter gezouten en korter gerijpte haring voor Rotterdam werd van oudsher aangevoerd vanuit Vlaardingen en was dus korter onderweg.
Haring moet zwemmen

De romige, zilte en malse smaak van de Hollandse Nieuwe laat zich niet makkelijk combineren met dranken. Korenwijn (graanjenever), gewone jenever, wodka en aquavit zijn populair. Ook witbier wordt bij haring gedronken. Droge sherry kan een geschikte begeleider zijn, evenals cider (appelwijn). Slechts een paar wijnen komen in aanmerking, waaronder een muscadet uit de Loire.


Haring aan de staart, of toch anders

Haring wordt gegeten aan de staart, in stukjes, op een broodje, als borrelgarnituur of in een salade. Van de consumenten die thuis maatjesharing eten, doet 75% dat tijdens een broodmaaltijd of tussendoor. Aan de kar kiest driekwart voor een haring ‘los’, in stukjes gesneden of aan de staart. De rest wil er een broodje omheen. Bij een maaltijd is een aantal variaties mogelijk. Haring laat zich in salades vergezellen met bietjes en appel, komkommer en tomaat, gekookt kalfsvlees, mierikswortel, en zure room met mosterd.


Haring met een uitje

De smaak van de Hollandse Nieuwe die wij nu waarderen - licht gezouten, zacht en romig - is een andere dan onze grootouders kenden. Haring werd eeuwenlang op een andere manier behandeld, met een afwijkende smaak als resultaat. De vissers gebruikten heel veel zout om de haring te kunnen conserveren. De sterk gezouten vis was enkele maanden houdbaar, maar niet direct eetbaar. Hij moest eerst worden ‘teruggeweekt’ in een mengsel van water en melk. Door dat terugweken kon de haring ook weer net te flauw van smaak worden. Vermoedelijk daardoor is de gewoonte ontstaan haring te eten met wat gesnipperde ui.


Haringproducten

Het hele jaar op haring gevist, alleen maatjesharing wordt van half mei tot eind juni gevangen. De minder vette haring die na het seizoen wordt gevangen, vraagt om een andere verwerking. Ook de conservenindustrie verwerkt de magerder haring en brengt ze ingeblikt op de markt, meestal in tomatensaus. Een opsomming:



  • Rolmops: haring die als eerste na het Hollandse Nieuwe seizoen wordt gevangen en gemarineerd.

  • Panharing: gebakken haring en daarna ingelegd in azijn.

  • Bakbokking: licht gerookte, gefrituurde haring.

  • Bokking: warm of koud gerookte haring.

  • Spekbokking: gerookt bij een temperatuur van tussen de 20 en 30 ºC.

  • Strobokking: gerookt bij ongeveer 80 ºC.

  • Kipper: opengevouwen gerookte haringen, zowel warm als koud gerookt.


Voedselveiligheid

In haring komt soms de parasiet haringworm voor, die bij mensen de maag- of darmwand kan beschadigen. Dit is omstreeks 1900 door Pieter Hendrik van Thiel ontdekt. Om deze worm te bestrijden is het in Nederland wettelijk verplicht om alle haring voor consumptie eerst in te vriezen. Vers gekochte haring kan slechts kort, maximaal een dag, in de koelkast bewaard worden.



GEZONDHEID
‘Haring in het land, dokter aan de kant.’ Het oude gezegde is geen hol rijmpje, want haring -net als vis in het algemeen- vormt een rijke bron van voedingsstoffen. Zo zijn de eiwitten die in vis voorkomen van hoge kwaliteit en hebben een gunstig effect op onze spieren, organen, ons zenuwstelsel en de samenstelling van ons bloed.
Rijk aan omega-3

Het vet van de haring bestaat voor een voornaam deel uit onverzadigde vetzuren (omega-3). Deze vetzuren verlagen het cholesterolgehalte in het bloed en verlagen het risico op hart- en vaatproblemen. Ook zijn er aanwijzingen dat de vetzuren dementie helpen voorkomen en de kans op diabetes mellitus verkleinen. Daarnaast zijn de vetten van belang voor de ontwikkeling van de hersenen. De vetten dragen bij aan het goed functioneren van de wanden van hersencellen. Om aan de dagelijks aanbevolen hoeveelheid omega-3 vetten van 450 mg te komen, heb je al genoeg aan 2 haringen per week.


Voedingswaarden

Per 100 gram bevat haring gemiddeld de volgende voedingsstoffen:


16 gram vet*

18 gram proteïne (eiwitten)

Een reeks vitaminen: A1, B1, B2, B6, B12, C, D en E.

Calorische waarde per 100 gram: 222 kcal / 932 kJ


*Het vetgehalte varieert en hangt mede af van het moment van de vangst.
FESTIVITEITEN
Start van het haringseizoen

Ieder jaar wordt een “startdatum” voor de verkoop van maatjesharing vastgesteld. Aangezien de vangst van maatjesharing slechts gedurende een korte periode kan plaatsvinden, luistert het bepalen van deze datum zeer nauw. Al geruime tijd voordat het eerste vaatje Hollandse Nieuwe is aangevoerd en geveild, verkeert de hele bedrijfstak in Nederland - vissers, inkopers, de grote verwerkingsbedrijven en detaillisten - in gespannen afwachting. Reikhalzend wachten zij op de eerste maatjesharing, zodat ze kunnen vaststellen of de haring zich bij een gunstige temperatuur goed genoeg heeft kunnen voeden om het juiste vetgehalte op te bouwen. De allereerste vangst zegt niet alles. Het vangstgebied is daarvoor te groot. De meeste maatjesharing komt via Denemarken en Noorwegen naar Nederland en de samenstelling van haringscholen is wisselend.


Veiling van het eerste vaatje

De haringhandelaren stellen elk jaar in gezamenlijk overleg vast wanneer het seizoen begint. Meestal is dat in de eerste week van juni. De Nederlandse reders brengen emmertjes met monsters van de eerste vangst naar de visafslag in Scheveningen. Keurmeesters van de afdeling vis van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees beoordelen de nieuwe haring. De beste haring wordt als ‘eerste vaatje’ traditioneel diezelfde (dinsdag)middag op de Scheveningse visafslag geveild. De opbrengt is bestemd voor een goed doel.


Vlaggetjesdag

In 1947 ontstond de eerste publiciteit rond Vlaggetjesdag. De media begon aandacht te schenken aan de start van het haringseizoen in Scheveningen. Het gebruik is al veel ouder. Aanvankelijk speelden de feestelijkheden zich af op de zaterdag voor Pinksteren, als de vloot uitbundig met vlaggen was versierd. Eerste Pinksterdag stond in het teken van kerkbezoek, de dag erna paradeerden inwoners en bezoekers langs de kaden om de opgetuigde vissersschepen te bekijken. De dag erna voeren de vissers uit, richting Schotland, om op de Noordzee de eerste nieuwe haring te vangen. Het uitvaren van de vloot betekende een lichtpuntje voor de arme bevolking. Met de komst van de nieuwe haring braken wat betere tijden aan. Het vlaggetjesfeest was daar een soort voorschot op.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide Vlaggetjesdag uit tot een festijn dat steeds meer bezoekers trok van buiten Scheveningen. Direct daarop volgde de haringrace tussen de schepen die als eerste de Hollandse Nieuwe aan land probeerde te brengen. Tegenwoordig vieren vele tienduizenden mensen niet langer het uitvaren van de vissersvloot, maar het feit dat de nieuwe haring in het land is. Vlaggetjesdag is daarom nu iets later dan vroeger, meestal op de eerste zaterdag van juni.

Haringparty

Weinig producten maken zoveel los in het land als nieuwe haring. De komst van de Hollandse Nieuwe leidt tot verschillende festiviteiten en vieringen, soms op grote schaal. Flinke gezelschappen begeven zich jaarlijks naar haringparty’s. Bekend zijn de Wegener-party, het haringbanket in het Kurhaus en de bijeenkomst op Nijenrode. Ook bedrijven, (sport)verenigingen en clubs beginnen de laatste jaren hun eigen maatjesfeesten te organiseren, waarbij soms voor een goed doel een vaatje haring bij opbod wordt verkocht. Zie bijlage 2 voor een lijst met de bekendste haringparty’s.


Koninginnenharing

Het hele jaar door nemen rijkskeurmeesters monsters van de aangevoerde haring. Haring die in hun ogen van de allerbeste kwaliteit was, kreeg vele jaren lang het predikaat ‘koninginnenharing’. Een vaatje met die haring werd officieel aangeboden aan het staatshoofd. In de achttiende eeuw al schonken bestuurders de prinsen van Oranje haring. Vlaardingen zette daarbij de ‘haringsjees’ in, een rijtuig waarmee de reders de oranje geschilderde platte vaatjes naar het hof lieten vervoeren. De koninginnenharing kwam meestal in de tweede helft van juni uit zee. Soms moest het hof een jaar wachten. Dan voldeed de kwaliteit niet. In 2001 werd met de traditie gebroken.


Haring en carnaval

Haring hoort bij carnaval. Volgens oud gebruik wordt, na de uitbundige festiviteiten in de zuidelijke provincies, op Aswoensdag de vastentijd ingeluid met het eten van haring, het zogenaamde ‘haringhappen’. Het gebruik stamt uit de tijd waarin de rooms-katholieke kerk op vastendagen het eten van vlees verbood. Het eten van vis was wel toegestaan.



BIJLAGE 1
Lijst met websites waar informatie over haring staat:
http://www.visrecepten.nl

http://www.visbureau.nl

http://www.pvis.nl

http://www.pelagicfish.eu

http://www.haringtest.com/

http://www.tseg.nl/2004/1-bochove.pdf

http://www.visuitnoorwegen.nl/page?id=1908&key=15847

http://www.msc.org

http://haring.beginthier.nl/

http://nl.wikipedia.org/wiki/Clupea_harengus

BIJLAGE 2




  1. Haringactiviteiten in 2010




      1. Activiteiten in Nederland

        1. Dinsdag 8 juni: Veiling eerste vaatje in de visafslag om 11.00 uur, Scheveningen

        2. Woensdag 9 juni: Wedstrijd Haringmaster 2010, Hanos, Amsterdam

        3. Zaterdag 12 juni: Vlaggetjesdag Scheveningen


Zaterdag 19 juni: Wereldrecordpoging haringhappen, Spakenburgse visspecialist, Leiderdorp

        1. Haringparty’s


Dinsdag 8 juni: Wegener Haringparty, Hilton Amsterdam

Woensdag 9 juni: ’s-Gravenzandse haringparty, De Spaansche Vloot, ‘s-Gravenzande

Donderdag 10 juni: CBL Haringparty, Kurhaus, Scheveningen

Vrijdag 11 juni: De Varende haringparty, Rederij Triton, Leidsch Dagblad, Katwijk

Maandag 14 juni: De 15de Amsterdamse Haringpartij, Kon. Amsterdamsche Roei- en Zeilvereniging ‘De Hoop’, Amsterdam

Dinsdag 15 juni: De Noordelijke Haringparty, Chateau de Havixhorst, De Schiphorst

Woensdag 16 juni: Nationale Haringparty, Nijenrode, Breukelen

    1. Activiteiten in België

                  1. Dinsdag 8 juni: Sint Niklaas, Parlevliet NV i.s.m. het Nederlands Consulaat der Nederlanden


Oostende, aankomst Hollandse Maatjes met tal van prominenten
                  1. Middelkerke, 8e editie Maatjeshappening, gratis toegankelijk voor iedereen

                  2. Donderdag 10 juni: Deurle, in Auberge du Pêcheur het jaarlijks maatjesfestival

                  3. Zaterdag 12 juni: Blankenberge, Stadsbestuur i.s.m. de vzw De Scute, Haven en anderen
                    Dinsdag 15 juni: Brussel, Permanente Vertegenwoordiging Nederlandse Landbouwraad

                  4. Haring aanbieden Europese commissie Brussel



Activiteiten in Duitsland

Woensdag 9 juni: Opening haringseizoen, Bremen



Veiling eerste vaatje op de Bremer Domshof

Factsheets haring 2010 - Nederlands Visbureau




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina