Persmededeling 3172e zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken



Dovnload 123.41 Kb.
Pagina1/2
Datum22.08.2016
Grootte123.41 Kb.
  1   2











RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE





NL




10760/12

(OR. en)



PRESSE 241

PR CO 34


PERSMEDEDELING

3172e zitting van de Raad



Justitie en Binnenlandse Zaken

Brussel, 7 en 8 juni 2012



Voorzitter Morten Bødskov
minister van Justitie van Denemarken




Voornaamste resultaten van de Raadszitting

De ministers van Binnenlandse Zaken hebben een algemene oriëntatie aangenomen inzake twee wetgevingsvoorstellen met betrekking tot de Schengengovernance, namelijk:

  • de wijziging van de Schengengrenscode, de gemeenschappelijke regels inzake de tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen in uitzonderlijke omstandigheden;

  • de wijziging van het Schengenevaluatiemechanisme, de gemeenschappelijke regels om te controleren dat het Schengenacquis juist wordt toegepast. De Raad heeft tevens besloten de rechtsgrondslag daarvan te wijzigen van artikel 77 in artikel 70 VWEU.

In dit kader hielden de ministers een politieke bespreking over de uitvoering van een gemeenschappelijk kader voor oprechte en daadwerkelijke solidariteit met lidstaten waarvan de asielstelsels onder bijzondere druk staan, mede als gevolg van gemengde immigratiestromen. Zij spraken met name over steun aan Griekenland in grensgebieden, asiel en migratiebeheer.

De ministers hebben voorts de stand van zaken bekeken bij de ontwikkeling van het Gemeenschappelijk Europees asielstelsel. In het bijzonder kon de Commissie haar meest recente voorstel voorleggen tot wijziging van de Eurodac-verordening, op grond waarvan de rechtshandhavingsautoriteiten toegang kunnen krijgen tot deze centrale EU-vingerafdrukkendatabase.

De ministers hebben voorts nota genomen van de stand van zaken met betrekking tot overnameovereenkomsten tussen de EU en derde landen, en daarbij bijzondere aandacht aan Turkije, Pakistan en Marokko besteed. Vervolgens namen zij Raadsconclusies aan over de oprichting van een wereldwijde alliantie tegen seksueel misbruik van kinderen via het internet en over een doeltreffender gebruik van het Europol-informatiesysteem (EIS) in de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit. De EU-coördinator voor terrorismebestrijding legde zijn meest recente discussienota over de terrorismebestrijdingsstrategie van de EU voor.

In de marge van de Raad heeft het Gemengd Comité (de EU plus Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) een politiek debat gehouden over het pakket Schengengovernance. Het heeft tevens de stand van de uitvoering van het Schengeninformatiesysteem (SIS II) besproken.


Tot de belangrijke punten die zonder debat zijn aangenomen (A-punten), behoorden de verordening betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten op het gebied van erfopvolging en betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring, en de richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA), met als doel de inzameling, het hergebruik en de recycling van gebruikte elektronische toestellen te verbeteren. De Raad heeft voorts conclusies aangenomen over de oprichting van een Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit.

De ministers van Justitie hebben een algemene oriëntatie bereikt over een richtlijn betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en betreffende het recht op communicatie bij aanhouding, en over de herschikking van de verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (de zogenaamde Brussel-I-verordening).

Voorts hebben de ministers een partiële algemene oriëntatie bereikt over twee verordeningsvoorstellen tot vaststelling van de financieringsprogramma's op het gebied van justitie en de grondrechten binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020 (het programma "Justitie" en het programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap").

Ook heeft de Raad ingestemd met de tekst van het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van een meerjarenkader voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor 2013-2017, en heeft hij besloten de tekst ter goedkeuring aan het Europees Parlement toe te zenden.

Ten slotte hebben de ministers een oriënterend debat gehouden over de vraag hoe er gestalte kan worden gegeven aan een voorstel voor een verordening betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht.


INHOUD1

DEELNEMERS Error: Reference source not found

BESPROKEN PUNTEN

Schengengovernance - wetgevingsvoorstellen Error: Reference source not found

Gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) Error: Reference source not found

Gemeenschappelijk kader voor oprechte en daadwerkelijke solidariteit Error: Reference source not found

Overnameovereenkomsten Error: Reference source not found

EU-terrorismebestrijdingsstrategie - discussienota Error: Reference source not found

Europol-informatiesysteem (EIS) - conclusies van de Raad Error: Reference source not found

Wereldwijde alliantie tegen seksueel misbruik van kinderen via het internet - conclusies van de Raad Error: Reference source not found

Recht op toegang tot een advocaat Error: Reference source not found

Beslissingen in burgerlijke en handelszaken Error: Reference source not found

Meerjarenkader voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor 2013-2017 Error: Reference source not found

Meerjarenkader 2014-2020 (Justitie) Error: Reference source not found

Europees kooprecht Error: Reference source not found

Diversen Error: Reference source not found

Gemengd Comité Error: Reference source not found

Schengengovernance - de situatie in het Schengengebied Error: Reference source not found

Schengengovernance - wetgevingsvoorstellen Error: Reference source not found

SIS II Error: Reference source not found

Diversen Error: Reference source not found

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN


  • Erfopvolging * Error: Reference source not found

  • Jaarverslag Eurojust Error: Reference source not found

  • Ondervoorzitter van Eurojust Error: Reference source not found

  • E-justitie Error: Reference source not found

  • EU-drugsstrategie Error: Reference source not found

  • Europees cybercriminaliteitscentrum Error: Reference source not found

  • Wederzijdse rechtshulp in strafzaken Error: Reference source not found

  • Uitwisseling van rechtshandhavingsinformatie Error: Reference source not found

  • Automatische uitwisseling van gegevens met Estland Error: Reference source not found

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

  • Toetreding van Zuid-Sudan tot de Overeenkomst van Cotonou Error: Reference source not found

  • ACS-EU-Raad van ministers Error: Reference source not found

  • Voedselhulpverdrag Error: Reference source not found

VERVOER

  • Vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering voor olietankschepen Error: Reference source not found

WERKGELEGENHEID

  • Beschikbaarstelling van middelen, ten behoeve van Spanje, uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering Error: Reference source not found

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

  • Wijziging van bijlage XXI (Statistiek) bij de EER-Overeenkomst Error: Reference source not found

  • Wijziging van Protocol 31 bij de EER-Overeenkomst Error: Reference source not found

  • Wijziging van Protocol 31 en Protocol 37 bij de EER-Overeenkomst Error: Reference source not found

MILIEU

  • Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur * Error: Reference source not found

BENOEMINGEN

  • Economisch en Sociaal Comité Error: Reference source not found

DEELNEMERS

België:

mevrouw Joëlle MILQUET minister van Binnenlandse Zaken

mevrouw Maggie DE BLOCK staatssecretaris voor Asiel, Immigratie en Maatschappelijke Integratie

mevrouw Annemie TURTELBOOM minister van Justitie



Bulgarije:

de heer Tsvetan TSVETANOV minister van Binnenlandse Zaken

mevrouw Diana KOVATCHEVA minister van Justitie

Tsjechië:

de heer Jan KUBICE minister van Binnenlandse Zaken

de heer Jiří POSPÍŠIL minister van Justitie

Denemarken:

de heer Morten BØDSKOV minister van Justitie

mevrouw Anne Kristine AXELSSON permanent secretaris, ministerie van Justitie

Duitsland:

de heer Hans-Peter FRIEDRICH minister van Binnenlandse Zaken

mevrouw Sabine LEUTHEUSSER-SCHNARRENBERGER minister van Justitie

Estland:

de heer Ken-Marti VAHER minister van Binnenlandse Zaken

de heer Matti MAASIKAS permanent vertegenwoordiger

Ierland:

de heer Alan SHATTER minister van Justitie



Griekenland:

de heer Christos GERARIS minister van Burgerbescherming

de heer Ioannis IOANNIDIS staatssecretaris van Justitie

de heer Théodoros SOTIROPOULOS permanent vertegenwoordiger



Spanje:

de heer Alberto RUIZ-GALLARDÓN minister van Justitie

de heer Ignacio ULLOA RUBIO staatssecretaris van Veiligheid

Frankrijk:

de heer Manuel VALLS minister van Binnenlandse Zaken

mevrouw Christiane TAUBIRA minister van Justitie

Italië:

mevrouw Paola SEVERINO DI BENEDETTO minister van Justitie

de heer Carlo DE STEFANO staatssecretaris, ministerie van Binnenlandse Zaken

Cyprus:

mevrouw Eleni MAVROU minister van Binnenlandse Zaken

de heer Loukas LOUCA minister van Justitie en Openbare Orde

Letland:

de heer Rihards KOZLOVSKIS minister van Binnenlandse Zaken

mevrouw Ilze JUHANSONE permanent vertegenwoordiger

Litouwen:

de heer Remigijus ŠIMAŠIUS minister van Justitie

de heer Evaldas GUSTAS hoofd van de kanselarij, ministerie van Binnenlandse Zaken

Luxemburg:

de heer Jean-Marie HALSDORF minister van Binnenlandse Zaken

de heer François BILTGEN minister van Justitie

de heer Nicolas SCHMIT minister van Arbeid, Werkgelegenheid en Immigratie



Hongarije:

de heer Károly KONTRÁT parlementair staatssecretaris, ministerie van Binnenlandse Zaken

de heer Tibor NAVRACSICS minister van Ambtenarenzaken en Justitie

Malta:

de heer Chris SAID minister van Justitie, Dialoog met de bevolking en Gezinszaken



Nederland:

de heer Gerd LEERS minister voor Immigratie, Integratie en Asiel

de heer Fred TEEVEN staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

de heer Pieter de GOOIJER permanent vertegenwoordiger



Oostenrijk:

mevrouw Johanna MIKL-LEITNER minister van Binnenlandse Zaken

de heer Walter GRAHAMMER permanent vertegenwoordiger

Polen:

de heer Piotr STACHAŃCZYK staatssecretaris, ministerie van Binnenlandse Zaken

de heer Michal KRÓLIKOWSKI onderstaatssecretaris, ministerie van Justitie

Portugal:

de heer Juvenal SILVA PENEDA staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken

de heer Fernando SANTO staatssecretaris, ministerie van Justitie

Roemenië:

de heer Marian-Grigore TUTILESCU staatssecretaris, ministerie van Binnenlandse Zaken

de heer Titus CORLǍTEAN minister van Justitie

Slovenië:

de heer Robert MAROLT staatssecretaris, ministerie van Binnenlandse Zaken

de heer Helmut HARTMAN staatssecretaris, ministerie van Justitie

Slowakije:

de heer Jozef BUČEK staatssecretaris, ministerie van Binnenlandse Zaken

mevrouw Monika JANKOVSKA staatssecretaris, ministerie van Justitie

Finland

mevrouw Päivi RÄSÄNEN minister van Binnenlandse Zaken

de heer Jan STORE permanent vertegenwoordiger

Zweden:

mevrouw Beatrice ASK minister van Justitie

de heer Tobias BILLSTRÖM minister van Migratie

Mr Magnus G. GRANER staatssecretaris, ministerie van Justitie



Verenigd Koninkrijk:

de heer Kenneth CLARKE Lord Chancellor, minister van Justitie

mevrouw Theresa MAY minister van Binnenlandse Zaken

Commissie:

mevrouw Viviane REDING vicevoorzitter

mevrouw Cecilia MALMSTRÖM lid

De regering van de toetredende staat was als volgt vertegenwoordigd:



Kroatië:

de heer Vladimir DROBNJAK permanent vertegenwoordiger



BESPROKEN PUNTEN

Schengengovernance - wetgevingsvoorstellen

De Raad heeft een algemene oriëntatie bereikt ten aanzien van beide wetgevingsvoorstellen inzake Schengen die op dit moment worden besproken:



    1. Schengenevaluatiemechanisme

Inzake de herziening van het Schengenevaluatiemechanisme die de Commissie in september 2011 heeft ingediend, heeft de Raad met algemene stemmen besloten de rechtsgrondslag van het voorstel te wijzigen van artikel 77, lid 2, onder e) in artikel 70 VWEU (10319/2/12). De Raad besloot tevens het Europees Parlement op vrijwillige basis te raadplegen om te waarborgen dat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de mening van het Parlement in al haar aspecten voordat de Raad de definitieve tekst aanneemt.

Aangaande de inhoud van de tekst ter tafel (5754/6/12) dienen de volgende belangrijkste bepalingen te worden vermeld:



  • Doel en toepassingsgebied: evenals in het bestaande stelsel zijn de regels niet alleen bedoeld om te controleren dat die landen die al deel uitmaken van de Schengenruimte het Schengenacquis juist toepassen, maar ook om te controleren dat landen die deel wensen uit te maken van de Schengenruimte aan alle voorwaarden voldoen om met de toepassing van het Schengenacquis te beginnen.

  • Verantwoordelijkheden: in tegenstelling tot het bestaande stelsel, dat berust op een intergouvernementeel systeem van onderlinge toetsing waaraan de Commissie slechts als waarnemer deelneemt, en in tegenstelling tot het originele Commissievoorstel voor een aanpak op Europees niveau met controles ter plaatse door teams onder leiding van de Commissie, vermeldt de compromistekst dat de lidstaten en de Commissie gezamenlijk voor de uitvoering van het evaluatie- en toezichtmechanisme verantwoordelijk zijn. Ieder evaluatieteam heeft twee hoofddeskundigen, één uit een lidstaat en één van de Commissie.

  • Evaluaties: de evaluaties omvatten alle aspecten van het Schengenacquis, met inbegrip van de afwezigheid van grenscontroles aan de binnengrenzen, die momenteel buiten beschouwing blijft. In de nieuwe tekst is tevens toegevoegd dat rekening moet worden gehouden met het functioneren van de autoriteiten die de relevante delen van het Schengenacquis toepassen.

  • Meerjaren- en jaarprogramma's: de Commissie is verantwoordelijk voor het opstellen van meerjarenprogramma's en jaarlijkse evaluatieprogramma's die aangekondigde en onaangekondigde bezoeken ter plaatse omvatten. De jaarlijkse evaluatieprogramma's houden rekening met de aanbevelingen uit de jaarlijkse risicoanalyse die door het Europese agentschap voor het beheer van de buitengrenzen (Frontex) wordt opgesteld. Aangekondigde bezoeken ter plaatse in een lidstaat worden voorafgegaan door een vragenlijst.

  • Evaluatieverslagen: de evaluatieteams trachten een compromis te bereiken over de definitieve verslagen, die, zoals nu het geval is, gebreken en aanbevelingen voor het verhelpen daarvan omvatten. De Raad neemt het evaluatieverslag aan zoals het door de Commissie is ingediend.

  • Voortgangsbewaking: de betrokken lidstaat moet een actieplan om de gebreken te verhelpen, indienen. De Commissie zal het actieplan blijven monitoren en hierover aan de Raad verslag blijven uitbrengen totdat het actieplan volledig is uitgevoerd. Deze monitoring en rapportering kan aangekondigde of onaangekondigde vervolgbezoeken omvatten.

  • Ernstige gebreken: als bij een bezoek ter plaatse een ernstig gebrek wordt ontdekt dat als een belangrijke bedreiging voor de openbare orde of de interne veiligheid in het gebied zonder controles aan de binnengrenzen wordt beschouwd, stelt de Commissie, op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat, de Raad en het Europees Parlement hiervan zo spoedig mogelijk in kennis.

  • Jaarlijks beknopt verslag: de Commissie legt jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad een beknopt verslag over de verrichte evaluaties voor.

    1. Schengengrenscode

In de Schengengrenscode die is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 562/2006 worden enerzijds de regels voor grenstoezicht aan de buitengrenzen bepaald en worden anderzijds de afschaffing van het toezicht aan de binnengrenzen en de mogelijkheid tot herinvoering hiervan in beperkte gevallen geregeld. De wijzigingen die de Commissie in september 2011 heeft voorgesteld, brengen een verandering aan in dit laatste deel van de Schengengrenscode, te weten de bepalingen over de herinvoering van het toezicht aan de binnengrenzen.

De Raad heeft overeenstemming bereikt over een compromistekst (6161/4/12), die nu als basis zal dienen voor de onderhandelingen met het Europees Parlement.

De tekst bepaalt dat het toezicht aan de binnengrenzen in drie gevallen opnieuw kan worden ingevoerd - twee onder het hoofd "Ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid", en één in verband met het Schengenevaluatiemechanisme onder het hoofd "Specifieke maatregelen in geval van ernstige gebreken met betrekking tot het toezicht aan de buitengrenzen":

i) Ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid:



  • Evenals volgens de bestaande regels kan een lidstaat in uitzonderlijke gevallen unilateraal besluiten tot tijdelijke wederinvoering van het toezicht aan de binnengrenzen, namelijk indien er sprake is van een "ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid".

Eerste geval: voorzienbare gebeurtenissen

  • Indien de bedreigingen die de grondslag voor de wederinvoering vormen voorzienbaar zijn (bijvoorbeeld grote sportevenementen, politieke demonstraties of politieke bijeenkomsten op hoog niveau), wordt de wederinvoering van het toezicht aan de grenzen beperkt tot dertig dagen, met de mogelijkheid deze termijn telkens opnieuw met dertig dagen, tot ten hoogste zes maanden, te verlengen. De betrokken lidstaat moet de andere lidstaten en de Commissie uiterlijk vier weken vóór de geplande herinvoering hiervan in kennis stellen. In specifieke omstandigheden zijn kortere termijnen mogelijk.

  • De lidstaat moet alle relevante informatie over de strekking, de duur en de redenen voor de voorgenomen wederinvoering verstrekken. De Commissie kan een advies over deze kennisgeving uitbrengen, wat kan leiden tot overleg tussen de lidstaten en de Commissie.

Tweede geval: dringende gevallen

  • In dringende gevallen (bijvoorbeeld een terroristische aanval) kan de wederinvoering onmiddellijk ingaan. In dergelijke gevallen is de wederinvoering van het toezicht aan de grenzen beperkt tot 10 dagen met de mogelijkheid deze termijn telkens opnieuw met 20 dagen, tot ten hoogste twee maanden, te verlengen.

ii) Specifieke maatregelen in geval van ernstige gebreken met betrekking tot het toezicht aan de buitengrenzen:

Derde geval: voortdurende ernstige gebreken aan de buitengrenzen

  • Indien in een evaluatieverslag krachtens het Schengenevaluatiemechanisme (zie a) in een lidstaat ernstige gebreken bij de uitvoering van de procedures voor toezicht aan de buitengrenzen worden vastgesteld, kan de Commissie de lidstaat verzoeken teams van Europese grenswachten in te zetten, overeenkomstig de bepalingen van de Frontex-verordening, en/of zijn op risico-evaluatie gebaseerde strategische plannen voor te leggen teneinde de situatie te verhelpen.

  • Als in een evaluatieverslag krachtens het Schengenevaluatiemechanisme (zie a) is geconcludeerd dat een lidstaat ernstig is tekortgeschoten in zijn verplichtingen en het algehele functioneren van het gebied zonder binnengrenstoezicht in gevaar heeft gebracht, en als de Commissie na het verstrijken van de termijn van drie maanden vaststelt dat deze situatie ongewijzigd is, kan de Raad, op basis van een voorstel van de Commissie, één of meer specifieke lidstaten aanbevelen het binnengrenstoezicht aan alle of bepaalde delen van de binnengrenzen opnieuw in te voeren. Zoals in de eerste twee gevallen hierboven moeten de ernstige gebreken met betrekking tot het toezicht aan de buitengrenzen een belangrijke bedreiging voor de openbare orde of de interne veiligheid vormen. In dit geval is het opnieuw invoeren beperkt tot zes maanden, met de mogelijkheid deze termijn telkens opnieuw met zes maanden, tot ten hoogste twee jaar, te verlengen.

  • Een dergelijke aanbeveling kan alleen in laatste instantie worden aangenomen, en de Raad moet een aantal zaken overwegen, waaronder: of de wederinvoering van het toezicht aan de binnengrenzen een adequaat antwoord kan vormen op de bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid; of de maatregel proportioneel is; of er bijkomende technische of financiële ondersteunende maatregelen zijn, inclusief van Frontex, het EASO, Europol etc., die de situatie kunnen verhelpen.

Gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS)

De Raad heeft op basis van een nota van het voorzitterschap (10431/12) de stand van zaken bekeken van de onderhandelingen over de diverse in behandeling zijnde wetgevingsvoorstellen betreffende het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS). De Commissie heeft haar nieuwe, vorige week ingediende, voorstel voor een herziene Eurodac-verordening (10638/12) voorgelegd.



De situatie in verband met de vier in behandeling zijnde dossiers is als volgt:

  • Richtlijn opvangvoorzieningen: de onderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement zijn lopende. Het voorzitterschap beoogt eind juni een politiek akkoord te bereiken. De Commissie heeft op 1 juni 2011 een herzien voorstel ingediend (11214/11).

  • Naar verwachting zullen de onderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement over de Dublin-verordening, die de procedures vaststelt om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming, eind juni worden afgerond. De Raad heeft een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing, paraatheid en crisisbeheer ingevoerd. Dit mechanisme strekt ertoe het praktische functioneren van nationale asielstelsels te evalueren, de lidstaten in nood bij te staan en asielcrises te voorkomen. Het mechanisme is gericht op het vaststellen van maatregelen ter voorkoming van asielcrises, in plaats van het aanpakken van de gevolgen van dergelijke crises wanneer deze al zijn ontstaan.

  • In aanvulling op het mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing, paraatheid en crisisbeheer in de gewijzigde Dublin-verordening heeft de Raad in maart 2012 conclusies aangenomen over een gemeenschappelijk kader voor oprechte en daadwerkelijke solidariteit met lidstaten waarvan de asielstelsels onder bijzondere druk staan, mede als gevolg van gemengde immigratiestromen. Deze conclusies zijn bedoeld als instrumentarium voor de solidariteit op EU-niveau met de lidstaten die het sterkst worden geconfronteerd met een bijzondere druk op en/of problemen in verband met hun asielstelsels.

  • Richtlijn asielprocedures: het voorzitterschap heeft het mandaat gekregen de onderhandelingen met het Europees Parlement zo spoedig mogelijk aan te gaan. De Commissie heeft op 1 juni 2011 een herzien richtlijnvoorstel ingediend (11207/11).

  • Eurodac-verordening: de Commissie heeft vorige week haar nieuwe voorstel ingediend voor een herziene Eurodac-verordening (10638/12), op grond waarvan de rechtshandhavingsautoriteiten ten behoeve van de bestrijding van terrorisme en georganiseerde criminaliteit, onder strenge gegevensbeschermingsvoorwaarden toegang kunnen krijgen tot de centrale EU-vingerafdrukkendatabase. Na bespreking door de voorbereidende instanties van de Raad kunnen de onderhandelingen met het Europees Parlement zo spoedig mogelijk aanvangen.

Op vier andere gebieden van het CEAS is al overeenstemming bereikt en zijn er besluiten aangenomen. Het betreft:

  • de kwalificatierichtlijn, die voorziet in betere, duidelijker en meer geharmoniseerde normen om te bepalen welke personen internationale bescherming behoeven, is in november 2011 aangenomen en in januari 2012 in werking getreden.

  • De richtlijn langdurig ingezetenen is in april 2011 aangenomen.

  • De oprichting van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), dat in het voorjaar van 2011 operationeel is geworden.

  • Het in maart 2012 genomen besluit om gemeenschappelijke EU-hervestigingsprioriteiten voor 2013 vast te stellen, alsook nieuwe regels voor EU-financiering van door lidstaten verrichte hervestigingsactiviteiten.

Om de zaken in een meer algemene context te plaatsen, zij eraan herinnerd dat de Europese Raad in zijn conclusies van juni 2011 heeft bevestigd dat de onderhandelingen over de verschillende elementen van de het CEAS in 2012 afgerond moeten worden (EUCO 23/11).

Gemeenschappelijk kader voor oprechte en daadwerkelijke solidariteit

Op basis van een nota van het voorzitterschap (10465/12) heeft de Raad een politiek debat gehouden over de uitvoering van het gemeenschappelijk kader voor oprechte en daadwerkelijke solidariteit met lidstaten waarvan de asielstelsels onder bijzondere druk staan vanwege gemengde migratiestromen, zoals vastgelegd in de respectieve conclusies van de Raad van maart 2012.

Na een presentatie door het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) over trends in asielaanvragen in de EU is de aandacht met name uitgegaan naar de lopende steun voor en de situatie in Griekenland op het gebied van grens-, asiel- en migratiebeheer. De Commissie en Griekenland hebben verslag gedaan van de belangrijkste ontwikkelingen betreffende de uitvoering van het Griekse nationale actieplan inzake asiel en migratie.

In de bovenvermelde nota van het voorzitterschap wordt de balans opgemaakt van de acties sinds maart 2012. De nota bevat geen uitputtende lijst van alle solidariteitsmaatregelen van de EU, noch van de bilaterale activiteiten van de lidstaten.

De conclusies van de Raad van maart 2012 zijn bedoeld als instrumentarium voor de solidariteit op EU-niveau met de lidstaten die het sterkst worden geconfronteerd met een bijzondere druk op en/of problemen in verband met hun asielstelsels. De conclusies behandelen onder meer de aspecten solidariteit door verantwoordelijkheid en onderling vertrouwen, solidariteit door middel van preventieve samenwerking, solidariteit in noodsituaties, solidariteit in de vorm van intensievere samenwerking tussen het EASO en Frontex, financiële solidariteit, solidariteit door relocatie en solidariteit in de vorm van versterkte samenwerking met belangrijke landen van doorreis en oorsprong, alsmede met landen van eerste asiel. De conclusies zijn tevens bedoeld om als aanvulling te dienen van en bijstand te verlenen bij de implementatie van het geplande mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing, paraatheid en crisisbeheer van de gewijzigde Dublin-verordening (zie apart punt over het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO)).

Overnameovereenkomsten

De Raad heeft nota genomen van de stand van zaken met betrekking tot overnameovereenkomsten tussen de EU en derde landen, en daarbij bijzondere aandacht aan Turkije, Pakistan en Marokko besteed.

Wat Turkije betreft,is het Deense voorzitterschap van plan in juni Raadsconclusies aan te laten nemen inzake de ontwikkeling van samenwerking met Turkije op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. Deze conclusies zullen naar verwachting gunstige omstandigheden scheppen om de tekst van de door beide zijden in februari 2011 overeengekomen overnameovereenkomst tussen de EU en Turkije te paraferen en te ondertekenen. Nadat overeenstemming was bereikt, heeft de Raad ook conclusies ter zake aangenomen.

De onderhandelingen over een overnameovereenkomst tussen de EU en Marokko zijn in mei 2010 opgeschort. De Commissie heeft met de Marokkaanse autoriteiten een dialoog over migratie, mobiliteit en veiligheid aangeknoopt, wat tevens een nieuwe impuls aan de onderhandelingen over een overnameovereenkomst heeft gegeven.

De Overnameovereenkomst tussen de EU en Pakistan is in december 2010 in werking getreden.

Sinds 2000 heeft de Raad in negentien gevallen onderhandelingsrichtsnoeren over het sluiten van overnameovereenkomsten met derde landen vastgesteld, die reeds tot de inwerkingtreding van dertien overnameovereenkomsten hebben geleid1. Met één land zijn de onderhandelingen afgesloten2 en met twee andere lopen ze nog3.

De Raad heeft in juni 2011 conclusies over het bepalen van de overnamestrategie van de Europese Unie aangenomen.

EU-terrorismebestrijdingsstrategie - discussienota

De EU-coördinator voor terrorismebestrijding heeft zijn meest recente discussienota aan de Raad voorgelegd (9990/12).

In de nota wordt de nadruk gelegd op praktische maatregelen die genomen kunnen worden om op te treden tegen de momenteel meest verontrustende fenomenen: terreurhandelingen van "eenzame wolven" en het ontstaan van toevluchtsoorden buiten de EU. De EU-coördinator voor terrorismebestrijding doet een aantal aanbevelingen inzake de rol van organen en instanties van de EU, preventie en bestrijding van radicalisering, terrorismebestrijding en mensenrechten, het verband tussen veiligheid en ontwikkeling en activiteiten specifiek voor Afrika.

Europol-informatiesysteem (EIS) - conclusies van de Raad

De Raad heeft conclusies aangenomen betreffende een intensiever en doeltreffender gebruik van het Europol-informatiesysteem (EIS) in de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit.

Deze conclusies vormen een vervolg op de bespreking in de zitting van de Raad JBZ in december 2011 over rondtrekkende criminaliteit en de rol van Europol en het Europol-informatiesysteem.

In december 2010 heeft de Raad conclusies aangenomen over maatregelen ter bestrijding van misdrijven die worden gepleegd door mobiele (rondtrekkende) dadergroepen.



Wereldwijde alliantie tegen seksueel misbruik van kinderen via het internet - conclusies van de Raad

De Raad heeft conclusies aangenomen betreffende een wereldwijde alliantie tegen seksueel misbruik van kinderen via het internet, zoals de Commissie had voorgesteld.

Doel van de voorgestelde wereldwijde alliantie is om van landen in de hele wereld toezeggingen te krijgen dat zij actief aan de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen via het internet zullen deelnemen. De toezeggingen zouden gekoppeld moeten zijn aan een reeks wereldwijde, overkoepelende politieke streefdoelen die middels specifiek omschreven acties moeten worden verwezenlijkt. De volgende stap is de verwachte goedkeuring van de wereldwijde alliantie op de ministeriële bijeenkomst van de EU en de VS op 20-21 juni 2012.

Recht op toegang tot een advocaat

De Raad heeft een algemene oriëntatie bereikt over het voorstel voor een richtlijn betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en betreffende het recht op communicatie bij aanhouding (10908/12). Hoewel enkele lidstaten op bepaalde punten nog steeds moeilijkheden hebben met de tekst, werd algemeen erkend dat het nu tijd is om onderhandelingen met het Europees Parlement te starten, zodat er een akkoord kan worden bereikt over de definitieve versie van de richtlijn.

De algemene oriëntatie kwam precies één jaar na de indiening door de Commissie van haar voorstel op 8 juni 2011 tot stand. Deze vrij lange periode van beraadslagingen kan worden toegeschreven aan het gevoelige karakter van het dossier: de richtlijn beoogt de wetgevingen van de lidstaten nader tot elkaar te brengen op een gebied waarop de nationale stelsels aanzienlijk van elkaar verschillen en waarop de lidstaten het niet eens zijn over de uitlegging van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Toen de Commissie haar voorstel indiende, stuitte het op weerstand van de lidstaten. Daarom werd de tekst van het voorstel ingrijpend gewijzigd. De huidige tekst tracht de standpunten van alle lidstaten met elkaar in evenwicht te brengen. Het meest innoverende element is opgenomen in artikel 3, lid 4, waar er een onderscheid wordt gemaakt met betrekking tot de inspanningen die een lidstaat moet leveren in verband met het recht op toegang tot een advocaat. De lidstaten moeten de nodige regelingen treffen om ervoor te zorgen dat een verdachte of beklaagde in alle gevallen waarin hem zijn vrijheid wordt ontnomen, in staat is zijn recht op toegang tot een advocaat doeltreffend uit te oefenen; in het geval dat de verdachte of beklaagde niet zijn vrijheid wordt ontnomen, mogen de lidstaten hem niet beletten zijn recht op toegang tot een advocaat uit te oefenen.

De voorgestelde richtlijn maakt deel uit van de routekaart voor het strafprocesrecht, die de Raad in november 2009 heeft vastgesteld1, en die een aantal voorstellen bevat die ertoe strekken gemeenschappelijke minimumnormen vast te stellen met betrekking tot de rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures.

De aan de Raad voorgelegde versie van de ontwerprichtlijn regelt onder meer onderstaande aangelegenheden (11497/11):



  • het recht van de verdachte of beklaagde op toegang tot een advocaat (wanneer, onder welke voorwaarden);

  • het beginsel van vertrouwelijkheid van de communicatie tussen de advocaat en de verdachte of beklaagde;

  • het recht van de verdachte of beklaagde wie de vrijheid is benomen, om met consulaire of diplomatieke autoriteiten van zijn land te communiceren;

  • de mogelijkheid om uitsluitend in uitzonderlijke omstandigheden en in geval van dwingende redenen tijdelijk van bepaalde rechten af te wijken;

  • het recht van personen tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, om in de tenuitvoerleggingsstaat toegang tot een advocaat te krijgen.

Beslissingen in burgerlijke en handelszaken

De Raad heeft een algemene oriëntatie bereikt (10609/12 + ADD 1) met betrekking tot de herschikking van de verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (de zogenaamde Brussel-I-verordening)1. Doel van het voorstel is het verkeer binnen de Unie van beslissingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken en te versnellen, zulks in overeenstemming met het beginsel van wederzijdse erkenning en de richtsnoeren van het programma van Stockholm.

De herschikte verordening zal het systeem van "Brussel I" aanzienlijk vereenvoudigen, omdat de exequatur, d.w.z. de procedure waarmee een beslissing in een andere lidstaat uitvoerbaar wordt verklaard, wordt afgeschaft. De herschikte verordening bepaalt dat de lidstaten niet langer nationale regels kunnen toepassen op consumenten en werknemers die buiten de EU woonachtig zijn. Dergelijke eenvormige bevoegdheidsregels zullen ook gelden voor partijen die buiten de EU woonachtig zijn, namelijk in situaties waarin de gerechten van de lidstaten uit hoofde van de toekomstige verordening exclusief bevoegd zijn of waarin die gerechten op grond van een overeenkomst tussen de partijen bevoegd zijn geworden. Een andere belangrijke verandering is de bepaling over internationale aanhangigheid op grond waarvan de gerechten van een lidstaat de procedure op discretionaire basis kunnen aanhouden en eventueel staken, indien er voor een gerecht van een derde staat reeds een zaak tussen dezelfde partijen of een verwante zaak aanhangig is op het ogenblik dat de EU-rechtbank wordt ingeschakeld.

Het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen deel aan de aanneming van de herschikte verordening. Denemarken neemt niet deel aan de aanneming van de voorgestelde verordening, die niet bindend zal zijn voor, noch van toepassing in dit land. Zodra de herschikte verordening zal zijn aangenomen, zal deze ook van toepassing zijn op Denemarken, in het kader van de ter zake bestaande overeenkomst tussen de EU en Denemarken van 2005.



Meerjarenkader voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor 2013-2017

De Raad heeft ingestemd met de tekst van het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van een meerjarenkader voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor 2013-2017, en heeft besloten de tekst ter goedkeuring aan het Europees Parlement toe te zenden.

Volgens de verordening waarbij het bureau is opgericht1, moeten de thematische werkterreinen van het bureau worden vastgelegd in een meerjarenkader met een looptijd van vijf jaar. Het bureau vervult bovengenoemde taken binnen deze thematische werkterreinen, en ieder jaar stelt de raad van bestuur overeenkomstig het meerjarenkader het werkprogramma van het bureau vast. Het huidige meerjarenkader (2007-2012) loopt tot eind 2012.

De tekst omvat momenteel de volgende thematische werkterreinen (10615/12):



  • toegang tot de rechter;

  • slachtoffers van misdrijven, met inbegrip van schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven;

  • informatiemaatschappij, in het bijzonder eerbied voor de persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens;

  • integratie van Roma;

  • justitiële samenwerking, uitgezonderd in strafzaken;

  • rechten van het kind;

  • discriminatie op grond van geslacht, ras, huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuigingen, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid;

  • immigratie en integratie van migranten, visa en grenscontrole en asiel;

  • racisme, vreemdelingenhaat en daarmee samenhangende onverdraagzaamheid.

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan de tekst van een mogelijkerwijs bij de aanneming af te leggen verklaring over de evaluatie van het meerjarenkader. In de verklaring staat dat de Raad zich zal beraden op voorstellen tot wijziging van de verordening waarbij het bureau is opgericht, en dat hij in dit verband zal nagaan of dit besluit dient te worden gewijzigd teneinde politiële en justitiële samenwerking in strafzaken op te nemen in de lijst van thematische werkterreinen.

Dit voorstel is gebaseerd op artikel 352 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zodat eenparigheid van stemmen in de Raad en goedkeuring van het Europees Parlement zijn vereist. Het besluit zal definitief worden aangenomen zodra het Europees Parlement zijn goedkeuring heeft verleend.



Meerjarenkader 2014-2020 (Justitie)

De Raad heeft een partiële algemene oriëntatie bereikt over twee verordeningsvoorstellen tot vaststelling van de financieringsprogramma's op het gebied van justitie en de grondrechten binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020. Die teksten zullen nu de basis vormen voor onderhandelingen met het Europees Parlement, zodat er een akkoord kan worden bereikt. In beide voorstellen vallen de bepalingen over de financiële middelen buiten het bestek van de partiële algemene oriëntatie, omdat zij op horizontaal niveau zullen worden behandeld.

Het eerste voorstel heeft betrekking op het programma "Justitie" (10645/12), een financieringsprogramma ter ondersteuning van acties met een Europese meerwaarde op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke en strafzaken en justitiële opleiding.

Het tweede voorstel heeft betrekking op het programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap" (10642/12), de opvolger van drie bestaande programma's: Grondrechten en burgerschap, Daphne III en de onderdelen "Antidiscriminatie en diversiteit" en "Gendergelijkheid" van het Programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit (PROGRESS). Het nieuwe programma beoogt bij te dragen tot de totstandbrenging van een ruimte waarin de rechten van personen, zoals die zijn verankerd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, worden geëerbiedigd, bevorderd en beschermd. Het programma zal dan ook acties ondersteunen op het gebied van burgerschap van de Unie, non-discriminatie op grond van geslacht, ras, etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, vreemdelingenhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid; het voorkomen en bestrijden van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen, het beschermen van slachtoffers en risicogroepen, gegevensbescherming; de rechten van het kind en de rechten van consumenten en bedrijven in de interne markt.

Op horizontaal niveau beogen de twee programma's de toegang tot financiering op deze gebieden te stroomlijnen en te vereenvoudigen; de voorstellen bevatten dan ook specifieke indicatoren om de verwezenlijking van die doelstellingen te evalueren en te meten.

Beide voorstellen werden op 21 november 2011 door de Commissie ingediend, en vallen onder de gewone wetgevingsprocedure.



Europees kooprecht

De Raad heeft een oriënterend debat gehouden over de vraag hoe de verdere onderhandelingen over het voorstel voor een verordening betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht (15429/11) moeten worden gevoerd. De Raad was verzocht zich te beraden op de rechtsgrondslag en de noodzaak van het voorgestelde gemeenschappelijk Europees kooprecht, de werkingssfeer ervan en de vraag of er een aanvang moet worden gemaakt met de modelovereenkomsten.

Uit het debat is gebleken dat de meningen van de lidstaten over het voorstel uiteenlopen, maar dat het desalniettemin mogelijk is geweest een aantal concrete conclusies te formuleren over de organisatie van de verdere werkzaamheden.

Hoewel de benaderingen ter zake verschillen, was men het erover eens dat van start moet worden gegaan met de bespreking van de inhoud van de bijlage bij het voorstel.

Hoewel een definitief standpunt over de rechtsgrondslag slechts kan worden bepaald nadat de definitieve structuur en de werkingssfeer van het voorstel zijn verduidelijkt, mogen de uiteenlopende meningen over de rechtsgrondslag geen belemmering vormen voor het aanvatten van de besprekingen over de bijlage.

Er werd specifiek benadrukt dat er voldoende tijd moet zijn voor een grondige bestudering van het voorstel tijdens de lopende besprekingen over de bijlage, en dat er rekening moet worden gehouden met de opvattingen en opmerkingen van alle lidstaten.

Bovendien moet tijdens de bespreking van de bijlage de klemtoon komen te liggen op de vraag in hoeverre de verschillende onderdelen van het voorstel zullen bijdragen tot het wegwerken van de huidige praktische obstakels voor de interne markt.

Diversen

Onder het punt "Diversen" heeft de Cypriotische minister de Raad ingelicht over de prioriteiten van het aantredende Cypriotische voorzitterschap van de EU op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

Op het gebied van binnenlandse zaken omvatten deze prioriteiten: de voltooiing van de ontwikkeling van het Gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) tegen het einde van 2012; een beter reactievermogen om rampen en crises doeltreffend en snel aan te pakken; de intensieve onderhandelingen over de JBZ financiële instrumenten voortzetten; het pakket inzake legale migratie en in het bijzonder de seizoensarbeiders en de richtlijnen betreffende overplaatsingen binnen een onderneming; de strategische aanpak van het EU-optreden in verband met migratiedruk; de modernisering van de grenscontrole van de EU; en de uitvoering van de vernieuwde totaalaanpak van migratie en mobiliteit;

Op het gebied van justitie omvatten deze prioriteiten: de bevordering van het nieuwe wettelijk kader voor gegevensbescherming; vooruitgang inzake het voorstel betreffende de bevriezing en confiscatie van opbrengsten van misdrijven; preventie van marktmisbruik door middel van doeltreffende strafrechtelijke sancties; en de onderhandelingen voortzetten over een verordening betreffende het Europees beschermingsbevel (EPO), wat een belangrijk instrument voor de bescherming van schuldeisers kan vormen.

De Raad is tevens ingelicht over de stand van zaken betreffende een aantal wetgevingsvoorstellen:


  • twee hebben betrekking op legale migratie, te weten de ontwerpverordeningen betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming. Inzake de voorgestelde regels voor overplaatsing binnen een onderneming is onder de lidstaten algemene overeenstemming bereikt. Dientengevolge kunnen de onderhandelingen met het Europees Parlement van start gaan. De voornaamste kwestie is dat de Raad aan personen die binnen een onderneming worden overgeplaatst dezelfde rechten als gedetacheerde werknemers wil geven, terwijl het Europees Parlement aan deze personen dezelfde rechten als onderdanen van de EU-lidstaten wil toekennen.
    Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van de voorgestelde regels voor seizoensarbeiders. Er zijn echter nog een aantal zaken die meer werk in de Raad vragen, namelijk de vraag of verblijven van minder dan drie maanden hieronder moeten vallen of niet;

  • de andere drie hebben betrekking op strafrechtdossiers, te weten de ontwerprichtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten en de bescherming van slachtoffers van misdrijven en voor slachtofferhulp, de ontwerprichtlijn over aanvallen op informatiesystemen en de ontwerprichtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken (EOB).

Ierland heeft een toelichting gegeven over bepaalde zaken met betrekking tot de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, Slovenië over de ministeriële conferentie in het kader van het proces van Brdo op 18 mei 2012, en Tsjechië over de ministeriële conferentie in het kader van het Forum van Salzburg op 24-25 mei 2012.

Gemengd Comité

In de marge van de Raadszitting heeft het Gemengd Comité (de EU plus Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) de volgende onderwerpen besproken:




  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina