Persmededeling 3209e zitting van de Raad Buitenlandse Zaken



Dovnload 69.7 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte69.7 Kb.











RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE





NL




17438/1/12 REV 1

(OR. en)


PRESSE 516

PR CO 72


PERSMEDEDELING

3209e zitting van de Raad



Buitenlandse Zaken

Brussel, 10 december 2012



Voorzitter Catherine Ashton
hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid




Voornaamste resultaten van de Raadszitting

De ministers hebben een debat gevoerd over recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten. De Raad benadrukte dat de tijd nu rijp is om met het oog op vrede doortastend op te treden, en hij wees op de urgentie van hernieuwde, gestructureerde en substantiële vredesinspanningen in 2013. Hij verklaarde ontzet te zijn over de Israëlische plannen tot uitbreiding van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, en in het bijzonder tot ontwikkeling van het gebied E1, waartegen hij zich met kracht verzet. Indien het wordt uitgevoerd, zou het plan voor E1 de vooruitzichten op een oplossing van het conflict via onderhandelingen ernstig ondermijnen. Tegelijkertijd juichte de Raad het staakt-het-vuren in de Gazastrook en in Israël toe. De Raad erkende weliswaar ten volle de legitieme veiligheidsbehoeften van Israël, maar herhaalde de oproep van de EU tot onmiddellijke, blijvende en onvoorwaardelijke opening van de overgangen voor de aanvoer van humanitaire hulp en commerciële goederen en voor het verkeer van personen naar en uit de Gazastrook.

Tijdens een werklunch hebben de ministers van gedachten gewisseld met Moaz Al-Khatib, voorzitter van de nationale coalitie van Syrische revolutionaire en oppositiekrachten. De Raad betuigde tevens zijn volle steun voor de inspanningen van Lakhdar Brahimi, de gemeenschappelijk speciaal vertegenwoordiger, om een politieke oplossing voor de crisis in Syrië te vinden. De EU herhaalde dat alle daders van misdrijven ter verantwoording moeten worden geroepen en dat dergelijke schendingen en misbruiken niet ongestraft mogen blijven.

De Raad heeft de betrokkenheid van de EU ten aanzien van Oekraïne in het kader van het Oostelijk Partnerschap bevestigd; een en ander zou moeten leiden tot politieke associatie en economische integratie. De Raad verklaarde nogmaals bereid te zijn tot ondertekening van de Associatie­overeenkomst, zodra de Oekraïense autoriteiten vastberaden actie en tastbare vooruitgang laten zien op drie terreinen, eventueel tijdens de top van het Oostelijk Partnerschap te Vilnius in november 2013.

De Raad heeft zijn diepe bezorgdheid uitgesproken over de ernstige politieke en veiligheidscrisis in Mali, met name in het noorden van het land, en over de vertragingen in het proces van politieke overgang. Daarnaast hechtte de Raad zijn goedkeuring aan het crisisbeheersingsconcept voor een GVDB-operatie met het oog op het verzorgen van militaire opleiding en het verstrekken van advies aan de Malinese strijdkrachten. De Raad verwelkomde tevens het voorstel van de hoge vertegen­woordiger om een speciale vertegenwoordiger van de EU voor de Sahelregio aan te wijzen, en verzocht haar hier onverwijld werk van te maken.

INHOUD1

DEELNEMERS Error: Reference source not found

BESPROKEN PUNTEN

Rusland Error: Reference source not found

Vredesproces in het Midden-Oosten Error: Reference source not found

Landen van het Zuidelijk Nabuurschap Error: Reference source not found



  • Egypte Error: Reference source not found

  • Libië Error: Reference source not found

  • Syrië Error: Reference source not found

Westelijke Balkanlanden Error: Reference source not found

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

BUITENLANDSE ZAKEN

  • Oekraïne Error: Reference source not found

  • Oosten van de Democratische Republiek Congo Error: Reference source not found

  • Mali Error: Reference source not found

  • Democratische Volksrepubliek Korea Error: Reference source not found

  • Betrekkingen met Azerbeidzjan Error: Reference source not found

  • Betrekkingen met Georgië Error: Reference source not found

  • Betrekkingen met Armenië Error: Reference source not found

  • Deelname van Armenië aan EU-programma's Error: Reference source not found

  • Beperkende maatregelen ter bestrijding van terrorisme Error: Reference source not found

  • Iran – beperkende maatregelen Error: Reference source not found

GEMEENSCHAPPELIJK VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

  • EU-opleidingsmissie in Mali Error: Reference source not found

  • Uitvoeringsplan voor EUSEC RD Congo Error: Reference source not found

  • EUTM Somalia Error: Reference source not found

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:



Hoge vertegenwoordiger

mevrouw Catherine ASHTON hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid



België:

de heer Didier REYNDERS vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken



Bulgarije:

de heer Nickolay MLADENOV minister van Buitenlandse Zaken



Tsjechië:

de heer Karel SCHWARZENBERG eerste viceminister-president en minister van Buitenlandse Zaken



Denemarken:

de heer Villy SØVNDAL minister van Buitenlandse Zaken



Duitsland:

de heer Guido WESTERWELLE minister van Buitenlandse Zaken



Estland:

de heer Urmas PAET minister van Buitenlandse Zaken



Ierland:

de heer Eamon GILMORE viceminister-president (Tánaiste) en minister van Buitenlandse Zaken en Handel



Griekenland:

de heer Dimitrios AVRAMOPOULOS minister van Buitenlandse Zaken



Spanje:

de heer José Manuel GARCÍA-MARGALLO minister van Buitenlandse Zaken en Samenwerking



Frankrijk:

de heer Laurent FABIUS minister van Buitenlandse Zaken



Italië:

de heer Giuliomaria TERZI DI SANT'AGATA minister van Buitenlandse Zaken



Cyprus:

mevrouw Erato KOZAKOU-MARCOULLIS minister van Buitenlandse Zaken



Letland:

de heer Edgars RINKĒVIČS minister van Buitenlandse Zaken



Litouwen:

de heer Vytautas LEŠKEVIČIUS viceminister van Buitenlandse Zaken



Luxemburg:

de heer Jean ASSELBORN viceminister-president, minister van Buitenlandse Zaken



Hongarije:

de heer János MARTONYI minister van Buitenlandse Zaken



Malta:

mevrouw Marlene BONNICI permanent vertegenwoordiger



Nederland :

de heer Frans TIMMERMANS minister van Buitenlandse Zaken



Oostenrijk:

de heer Michael SPINDELEGGER vicekanselier en minister van Europese en Internationale Zaken



Polen:

de heer Radosław SIKORSKI minister van Buitenlandse Zaken



Portugal:

de heer Paulo PORTAS minister van Buitenlandse Zaken



Roemenië:

de heer George CIAMBA staatssecretaris



Slovenië:

de heer Karl Viktor ERJAVEC viceminister-president, minister van Buitenlandse Zaken



Slowakije:

de heer Miroslav LAJÈÁK minister van Buitenlandse Zaken



Finland:

de heer Erkki TUOMIOJA minister van Buitenlandse Zaken



Zweden:

de heer Carl BILDT minister van Buitenlandse Zaken



Verenigd Koninkrijk:

de heer William HAGUE First Secretary of State en minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

de heer David LIDINGTON onderminister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

Commissie:

de heer Štefan FÜLE lid

mevrouw Kristalina GEORGIEVA lid

De regering van de toetredende staat was als volgt vertegenwoordigd:



Kroatië:

mevrouw Vesna PUSIĆ minister van Buitenlandse en Europese Zaken



BESPROKEN PUNTEN

Rusland

De ministers hebben van gedachten gewisseld over de betrekkingen van de EU met Rusland, voorafgaand aan de 30e top EU-Rusland, die op 21 december te Brussel wordt gehouden. De Raad nam nota van de voorbereidingen voor de top.



Vredesproces in het Midden-Oosten

De ministers hebben de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten besproken, naar aanleiding van de stemming over de status van Palestina in de VN, het staakt-het-vuren in Gaza en recente besluiten van de Israëlische autoriteiten over de nederzettingen en over de belastingontvangsten van de Palestijnse autoriteit.

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. In het licht van de recente ontwikkelingen is de Europese Unie er vast van overtuigd dat de tijd gekomen is om, rekening houdend met eerdere Raadsconclusies, concrete en gedurfde stappen naar vrede te zetten. De partijen moeten nu rechtstreeks en ten gronde gaan onder­handelen - zonder voorafgaande voorwaarden te stellen - over een duurzame oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict, waarmee zij afzien van alle verdere aanspraken.

2. De Europese Unie herhaalt nogmaals dat de sleutel tot het welslagen ligt in een duidelijk omschreven onderhandelingsbasis. Alle partijen moeten zich onthouden van handelingen waardoor het vertrouwen wordt ondermijnd en de haalbaarheid van een tweestaten­oplossing in het gedrang komt. De Europese Unie benadrukt dat in 2013 dringend hernieuwde, gestructureerde en omvangrijke vredesinspanningen nodig zijn en dat zij hiertoe bereid is met de VS en andere internationale partners, ook binnen het Kwartet, samen te werken. Er zal geen duurzame vrede zijn totdat aan de Palestijnse aspiraties van een eigen staat en soevereiniteit en de veiligheidsaspiraties van Israël is voldaan via een alomvattende via onderhandelingen tot stand gekomen vrede op basis van de tweestaten­oplossing. De Europese Unie herinnert eraan dat het Arabische vredesinitiatief regionale steun voor een alomvattend Israëlisch-Palestijns vredesakkoord biedt. De Europese Unie zal samenwerken met al wie zich bij een dergelijk streven naar vrede, stabiliteit en welvaart wil aansluiten.

3. De Europese Unie is ontzet over de Israëlische plannen tot uitbreiding van de neder­zettingen op de Westelijke Jordaanoever, met name in Oost-Jeruzalem, en in het bijzonder tot ontwikkeling van het gebied E1, waartegen zij zich met kracht verzet. Indien uitgevoerd, zou het plan voor E1 de kansen op een vredesregeling door onderhandelingen ernstig ondermijnen, omdat de mogelijkheid van een aaneengesloten, levensvatbare Palestijnse staat, waarbij Jeruzalem als hoofdstad van twee staten fungeert, dan in gevaar dreigt te komen. Het plan kan ook tot gevolg hebben dat de burgerbevolking tot verhuizing gedwongen wordt. Aangezien het verwezenlijken van de tweestatenoplossing voor de Unie centraal staat, zal zij de ontwikkelingen met hun ruimere implicaties op de voet volgen, en dienovereenkomstig handelen. De Europese Unie herhaalt dat de nederzettingen op grond van het internationaal recht illegaal zijn en vrede in de weg staan.

4. Herinnerend aan de parameters die zij voor het hervatten van de onderhandelingen tussen de partijen heeft bepaald in eerdere Raadsconclusies, met name in december 2009, december 2010 and mei 2011, herhaalt de Europese Unie dat zij geen veranderingen ten opzichte van de grenzen van vóór 1967 zal erkennen - ook niet wat Jeruzalem betreft - die niet door de partijen zijn overeengekomen. De Europese Unie verklaart zich vastbesloten ervoor te zorgen dat - overeenkomstig het internationaal recht - in alle overeenkomsten tussen de staat Israël en de Europese Unie ondubbelzinnig en uitdrukkelijk moet zijn vermeld dat deze niet van toepassing zijn op de door Israël in 1967 bezette gebieden, te weten de Golanhoogte, de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, en de Gazastrook. De Europese Unie en haar lidstaten memoreren de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van mei 2012, en herhalen zich te beijveren voor de volledige, doeltreffende uitvoering van de bestaande Uniewetgeving en bilaterale overeenkomsten die op uit de nederzettingen afkomstige producten van toepassing zijn.

5. De Europese Unie roept Israël op zich te onthouden van elke maatregel die de financiële positie van de Palestijnse Autoriteit ondergraaft. Dergelijke maatregelen door Israël zouden de bestaande samenwerkingsmechanismen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit in gevaar brengen en aldus de vooruitzichten voor de onderhandelingen negatief kunnen beïnvloeden. De contractuele verplichtingen, met name uit hoofde van het protocol van Parijs, betreffende de volledige, tijdige, voorspelbare en transparante overdracht van belasting- en douaneontvangsten moeten worden geëerbiedigd.

6. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft Palestina op 29 november bij resolutie A/RES/67/19 de status van niet-lidstaat met waarnemersstatus bij de Verenigde Naties verleend. De Europese Unie doet een beroep op de Palestijnse leiders op constructieve wijze gebruik te maken van deze nieuwe status en geen stappen te onder­nemen waardoor het gebrek aan vertrouwen nog verergert en een door onderhandelingen verkregen oplossing verder weg komt te liggen.

7. De Europese Unie is ingenomen met het staakt-het-vuren dat na enkele dagen van intens geweld in de Gazastrook en Israël is afgekondigd, en prijst de inspanningen van Egypte en allen die bij de bemiddeling waren betrokken. Uit deze tragische escalatie van vijandelijk­heden bleek duidelijk dat de status quo met betrekking tot de situatie in de Gazastrook geen optie is. Onder volledige erkenning van de legitieme veiligheidsbehoeften van Israël dringt de Europese Unie andermaal aan op de onmiddellijke, ononderbroken en onvoor­waardelijke openstelling van de grensovergangen voor de stroom van humanitaire hulp, handelsgoederen en personen naar en vanuit de Gazastrook, waarvan de situatie onhoud­baar is zolang deze politiek en economisch gescheiden blijft van de Westelijke Jordaan­oever. Het is van vitaal belang dat aan alle onderdelen van het staakt-het-vuren de hand wordt gehouden. De Europese Unie wil de sociale en economische ontwikkeling van de Gazastrook bevorderen. Voorts is de smokkel van wapens naar het gebied een kwestie die dringend metterdaad moet worden aangepakt. De Europese Unie is bereid alle instrumen­ten waarover zij beschikt te gebruiken om de inspanningen van de partijen te ondersteunen, en met name de missie EUBAM Rafah eventueel op passende wijze te heractiveren. De Europese Unie onderstreept dat zij bereid is verder na te gaan, ook met de betrokken partijen in de regio, hoe met de situatie in de Gazastrook kan worden omgesprongen, overeenkomstig resolutie 1860 (2009) van de VN-Veiligheidsraad.

8. De Europese Unie dringt er andermaal op aan dat de verscheidene Palestijnse groeperingen zich verzoenen en zich achter president Mahmoud Abbas scharen, in overeenstemming met de in zijn rede van 4 mei 2011 genoemde beginselen, als belangrijk element voor de eenheid van een toekomstige Palestijnse staat en voor het verwezenlijken van een tweestatenoplossing.

9. De Europese Unie herhaalt dat zij, mede gelet op de ernstige dreigingen in de regio, de veiligheid van Israël door en door blijft toegedaan. De Europese Unie zal zich blijven verzetten tegen degenen die geweld gebruiken en aanprijzen als een manier om politieke doelen te verwezenlijken. De Europese Unie verwerpt de opruiende verklaringen van Hamasleiders die Israël zijn bestaansrecht ontkennen. De Europese Unie zal nooit ophouden met de bestrijding van terrorisme dat ernaar streeft de openheid en de tolerantie van samenlevingen door willekeurige daden van geweld tegen burgers te ondermijnen.

10. Het is voor de Europese Unie van wezenlijk belang op te komen voor vrede en democratie in de gehele regio, en voorts een strategische prioriteit een einde te zien komen aan dit conflict, dat zolang het niet is opgelost een bedreiging zal blijven vormen voor de vrede en veiligheid aan haar zuidelijke grenzen."

Landen van het Zuidelijk Nabuurschap


  • Egypte

De Raad heeft de balans opgemaakt van de meest recente ontwikkelingen in Egypte, in de aanloop naar het geplande referendum over de ontwerpgrondwet op 15 december.

  • Libië

De Raad heeft de situatie in Libië besproken. Hij kreeg actuele informatie over de voorbereidingen voor een optreden van de EU ter ondersteuning van het grensbeheer in Libië.

  • Syrië

De Raad heeft de jongste ontwikkelingen in Syrië besproken, in de aanloop naar de volgende vergadering van de Groep "Vrienden van het Syrische volk" in Marrakech op 12 december. Tijdens de werklunch hebben de ministers van gedachten gewisseld met Ahmed Moaz Al-Khatib, voorzitter van de nationale coalitie van Syrische revolutionaire en oppositiekrachten.

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. Onder verwijzing naar eerdere Raadsconclusies, spreekt de EU haar ontzetting uit over de nog steeds verslechterende situatie in Syrië, die vooral te wijten is aan het ongekende geweld dat door het regime wordt gebruikt. De EU veroordeelt de recente aanvallen op een UNDOF-konvooi, waarbij vier vredeshandhavers gewond raakten. Zij veroordeelt tevens alle aanvallen die zonder onderscheid tegen burgers waren gericht, waaronder de recente terroristische aanslagen. De huidige situatie is onhoudbaar en laat geen ruimte voor een toereikende bescherming van de burgers, met name kwetsbare groepen en religieuze gemeenschappen. De EU is ernstig verontrust over de mogelijkheid dat chemische wapens in Syrië worden gebruikt en overgebracht, en herinnert het Syrische regime en andere partijen eraan dat, mochten deze wapens worden ingezet, de verantwoordelijken ter verantwoording zullen worden geroepen. De EU blijft zich grote zorgen maken over de overloopeffecten van de Syrische crisis naar de buurlanden. Zij blijft hechten aan de soevereiniteit, de onafhankelijkheid en de territoriale integriteit van Syrië.

2. Zij betuigt opnieuw haar volle steun aan de inspanningen van Lakhdar Brahimi, de gemeenschappelijke speciaal vertegenwoordiger van de Verenigde Naties en van de Liga van Arabische Staten, om een politieke oplossing voor de crisis te vinden die gebaseerd is op de beginselen van het communiqué van Genève van 30 juni 2012 . De EU neemt nota van de voorstellen die de heer Brahimi doet in zijn verslag aan de VN-Veiligheidsraad van 29 november 2012. De EU blijft alle leden van de VN-Veiligheidsraad oproepen hun verantwoordelijkheid op zich te nemen.

3. De Raad is verheugd dat hij vandaag de gelegenheid had van gedachten te wisselen met Moaz Al-Katib, voorzitter van de nationale coalitie van Syrische revolutionaire en oppositiekrachten die door de EU worden aanvaard als de legitieme vertegenwoordigers van het Syrische volk. De EU is ingenomen met de inspanningen die de coalitie heeft gedaan in de vergadering in Cairo op 28-29 november om structuren op te zetten, en meer operationeel en inclusief te worden. De EU spoort de coalitie aan die doelen te blijven nastreven, alsmede te blijven ijveren voor de naleving van de beginselen van mensen­rechten, inclusiviteit en democratie, en voeling te houden met alle oppositiegroeperingen en alle geledingen van de Syrische civiele samenleving. De EU spoort de coalitie aan contacten te leggen met de speciaal vertegenwoordiger van de VN en de LAS en haar programma voor politieke overgang te presenteren als een geloofwaardig alternatief voor het huidige regime. De EU zal de coalitie bij die inspanningen alsmede in haar betrek­kingen met de internationale gemeenschap in brede zin ook in de toekomst gaarne terzijde staan en steunen.

4. De EU ziet uit naar de bijeenkomst van de Groep vrienden van het Syrische volk op 12 december in Marrakesh, die het mogelijk maakt de internationale druk op het Syrische regime te handhaven en haar steun voor het streven naar democratie van het Syrische volk te bevestigen.

5. De EU roept alle partijen in het conflict andermaal op de toegang en verstrekking van humanitaire hulp aan de behoeftige bevolking te faciliteren, het neutrale karakter ervan te garanderen en het internationaal humanitair recht na te leven. Zij herhaalt tevens haar verzoek om specifieke bescherming voor medisch personeel en medische voorzieningen. De EU dringt er bij alle partijen op aan om burgers, en vooral vrouwen en kinderen die door het geweld zijn ontheemd, een veilige doorgang en bescherming te bieden. De EU steunt de internationale humanitaire hulp onder leiding en coördinatie van de VN-Noodhulpcoördinator. Zij blijft steun verlenen aan de getroffen bevolking in Syrië en de omringende landen. Zij voert de humanitaire hulp op, nu de humanitaire situatie verder dramatisch verslechtert. De EU roept alle andere donoren op de leniging van dringende noden verder te intensiveren, met het accent op levensreddende humanitaire operaties, en hun inspanningen op te voeren om dringende humanitaire noden te verhelpen door grotere humanitaire bijdragen te leveren, in coördinatie met de VN en in overeenstemming met de humanitaire beginselen.

6. De EU is ingenomen met de aanneming van de resolutie betreffende de mensenrechten­situatie in Syrië door de Derde Commissie van de AVVN. De EU veroordeelt daarnaast de recente beperkingen van het gebruik van telecommunicatie en internet in Syrië en acht het van het grootste belang dat ongehinderde toegang tot alle media, met inbegrip van internet, gewaarborgd is.

De EU blijft ernstig bezorgd over de grootschalige, systematische schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht die, volgens de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie, kunnen neerkomen op misdrijven tegen de menselijk­heid en oorlogsmisdrijven overeenkomstig het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Zij herhaalt dat alle daders van dergelijke misdrijven ter verantwoording moeten worden geroepen en dat dergelijke schendingen en misbruiken niet ongestraft mogen blijven. De EU heeft herhaaldelijk gesteld dat als de bezorgdheid over oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid niet adequaat wordt aangepakt op nationaal niveau, dit moet gebeuren door het Internationaal Strafhof. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties kan de toestand in Syrië op elk moment voorleggen aan het Internationaal Strafhof. De EU roept de VN-Veiligheidsraad op de toestand in Syrië in al haar aspecten, waaronder deze kwestie, dringend te bespreken.

7. De EU zegt de organisaties van de civiele samenleving opnieuw haar steun toe bij de versterking van hun capaciteit en benadrukt hun belang voor de opbouw van het toekomstige democratische Syrië.

De EU erkent tevens het belang van de ondersteuning van lokale civiele structuren in heel Syrië.

8. De EU zal nauw en uitgebreid met de internationale partners blijven samenwerken op het gebied van planning om te zorgen dat de internationale gemeenschap gereed staat om snelle ondersteuning te verlenen aan Syrië zodra de transitie zich voltrekt. Zodra een echt democratisch transitieproces begint, zal de EU gaarne een nieuw, ambitieus partnerschap met Syrië ontwikkelen op alle gebieden van wederzijds belang."



Westelijke Balkanlanden

De Raad heeft de balans opgemaakt van de meest recente ontwikkelingen in de regio, en heeft het uitbreidingspakket van de Commissie van 2012 met betrekking tot de Westelijke Balkanlanden besproken voor wat de aspecten van buitenlands beleid betreft. De hoge vertegenwoordiger lichtte de ministers in over de jongste ontwikkelingen in de dialoog tussen Belgrado en Pristina.



ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

BUITENLANDSE ZAKEN

Oekraïne

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad bevestigt nogmaals de betrokkenheid van de EU met Oekraïne in het kader van het Oostelijk partnerschap, op weg naar politieke associatie en economische integratie op basis van de eerbiediging van gemeenschappelijke waarden, erkent de Europese aspiraties van Oekraïne en is tevreden over Oekraïnes Europese keuze. De Raad herinnert aan het resultaat van het debat in mei 2012, waarin wordt gesteld dat Oekraïnes prestaties bepalend zullen zijn voor het tempo van de inzet, en zullen worden beoordeeld op grond van de vooruitgang op drie gebieden: de conformiteit van de parlementaire verkiezingen van 2012 aan internationale normen en vervolgmaatregelen, alsmede vooruitgang die Oekraïne boekt bij de aanpak van de selectieve rechtspraak en het voorkomen van herhaling ervan, en bij de uitvoering van de hervormingen die in de gezamenlijk overeengekomen Associatie-agenda staan.

2. De Raad merkt met bezorgdheid op dat de parlementsverkiezingen van 28 oktober een gemengd beeld hebben getoond met verschillende tekortkomingen, en op verschillende gebieden een verslechtering waren ten opzichte van voordien nageleefde normen. De Raad ziet uit naar het eindverslag door de OVSE/ODIHR en onderstreept dat het van belang is dat zijn aanbevelingen volledig ten uitvoer worden gelegd en dat de geconstateerde tekortkomingen worden aangepakt. De Raad verwacht ook van de regering van Oekraïne dat zij in een inclusieve dialoog met de oppositie de verbintenissen uitvoert die de premier van Oekraïne publiekelijk is aangegaan, met inbegrip van spoedige maatregelen om een betrouwbaar kiesstelsel op te bouwen, gebaseerd op een verkiezingscode en op duidelijke regels voor evenwichtige toegang tot de media voor electorale concurrenten. De Raad zal er nauwlettend op toezien hoe er wordt opgetreden in de vijf kieskringen met één enkel mandaat waar de verkiezingen geen duidelijk resultaat hebben opgeleverd.

3. De Raad geeft nogmaals uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de politiek gemotiveerde veroordelingen van leden van de voormalige regering na processen die niet voldeden aan internationale normen inzake een eerlijk, transparant en onafhankelijk proces, en betreurt dat het oppositieleiders, ten gevolge daarvan, onmogelijk is gemaakt deel te nemen aan de parlementsverkiezingen. De Raad looft de inspanningen van de waarnemingsmissie van het Europees Parlement in Oekraïne onder leiding van de voormalige voorzitters Cox en Kwaśniewski. De Raad verwacht dat de autoriteiten de gevallen van politiek gemotiveerde veroordelingen onmiddellijk onderzoeken en verdere stappen te ondernemen om de rechterlijke macht te hervormen teneinde herhaling te voorkomen. In dit verband onder­streept de Raad het belang van een duidelijke toezegging door de Oekraïense autoriteiten dat alle arresten van het Europees Hof voor de rechten van de mens en de aanbevelingen door de Raad van Europa die verband houden met de omstandigheden van detentie en medische bijstand aan gedetineerden, spoedig zullen worden uitgevoerd.

4. De Raad is verheugd over de inwerkingtreding van een nieuw wetboek van strafvordering, de nieuwe wetgeving inzake de balie, alsmede de vaststelling van een nationale preventie­mechanisme tegen foltering, en onderstreept het belang van de daadwerkelijke tenuitvoer­legging ervan. In de geest van de verbintenissen van Oekraïne in de Associatieagenda verwacht de Raad van Oekraïne dat het extra maatregelen neemt op het gebied van justitiële hervormingen, onder meer middels een alomvattende herziening in nauw overleg met de Raad van Europa en de Commissie van Venetië van de wet inzake het functioneren van het Bureau van de openbare aanklager, van het wetboek van strafrecht, van de rol van de Hoge Raad van Justitie, van de wetten inzake het justitiële stelsel en de status van rechters en een hervorming van de politie. De Raad is ingenomen met het voornemen van de Europese Unie en Oekraïne om een informele dialoog aan te gaan over justitiële hervorming zodat Oekraïne op die punten vorderingen kan maken.

5. De Raad herinnert aan het belang van de gezamenlijk overeengekomen Associatieagenda voor de voorbereiding van een eventuele toekomstige inwerkingtreding van de Associatie­overeenkomst en de daarin opgenomen diepe en brede vrijhandelszone. Electorale, rechter­lijke en grondwettelijke hervormingen in overeenstemming met internationale normen zijn onderdeel van het voorstel en gezamenlijk overeengekomen prioriteiten. De Raad ziet uit naar nodige hervormingen voor de totstandbrenging van een diepe en brede vrijhandels­zone. Aanhoudende inspanningen zijn ook vereist om vooruitgang te boeken bij de bestrijding van corruptie en bij de hervorming van het beheer van de overheidsfinanciën, met inbegrip van de uitbreiding van de bevoegdheid van de Rekenkamer. De Raad verzoekt Oekraïne vastberaden actie te ondernemen ter verbetering van het verslechterende ondernemings- en investeringsklimaat, en verwelkomt in dit verband het feit dat Europese Unie en Oekraïne voornemens zijn een informele dialoog aan te gaan over het bedrijfs­klimaat. Voorts wijst de Raad op het belang van inclusieve hervormingen door een constructieve dialoog tussen regering, parlementaire oppositie en de civiele samenleving.

6. De Raad verzoekt de hoge vertegenwoordiger om samen met de Commissie toe te zien op en de Raad op de hoogte te houden van de geboekte vooruitgang, zoals de voorbereidingen voor de aanstaande Top EU-Oekraïne, de Samenwerkingsraad EU-Oekraïne 2013 en de top van het Oostelijk partnerschap in november 2013 in Vilnius. De Raad verklaart nogmaals bereid te zijn tot ondertekening van de reeds geparafeerde Associatie­overeenkomst waarin een diepe en brede vrijhandelszone is opgenomen, zodra de Oekraïense autoriteiten vastberaden actie en tastbare vooruitgang laten zien op de drie bovengenoemde terreinen, eventueel tijdens de top van het Oostelijke partnerschap te Vilnius in november 2013. De ondertekening kan worden geflankeerd door openstelling van delen van de overeenkomst voor voorlopige toepassing.

7. In de geest van de totstandbrenging van een diepe en brede vrijhandelszone verwacht de Europese Unie van Oekraïne dat het afziet van protectionistische maatregelen, zoals heffingen voor recycling op voertuigen, die potentiële inbreuken zijn op Oekraïnes WTO-verplichtingen. De Europese Unie verzoekt Oekraïne nogmaals om de kennisgeving voor nieuwe onderhandelingen over zijn WTO-verplichtingen uit hoofde van artikel XXVIII van de GATT in te trekken, aangezien dit initiatief commerciële bezwaren doet rijzen en afbreuk doet aan de integriteit van het multilaterale handelssysteem.

8. De Raad bevestigt opnieuw zijn steun voor het proces van modernisering van Oekraïne en voor het werk dat de EU samen met Oekraïne met dat doel blijft verzetten, ook via bilaterale financiële bijstand en potentiële macrofinanciële bijstand van de EU, en de versoepeling van de steun van internationale financiële instellingen voor de modernisering van het Oekraïense gastransmissiesysteem, in overeenstemming met bestaande overeen­komsten, zoals het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap.

9. De Raad herbevestigt voorts zijn verbintenis tot de gedeelde doelstelling van visumvrij reizen te zijner tijd, mits de in het actieplan voor visumliberalisering gestelde voorwaarden inzake een goed beheerde en veilige mobiliteit worden ingevoerd, en spoort Oekraïne aan om meer inspanningen te doen met betrekking tot de uitvoering van de eerste fase van de ijkpunten. Hij kijkt uit naar de spoedige sluiting van de gewijzigde visumversoepelings­overeenkomst.

10. De EU kijkt uit naar nauwe samenwerking en voortdurende politieke dialoog met Oekraïne op alle niveaus, met inbegrip als toekomstige voorzitter van de OVSE. De EU verwacht van Oekraïne dat het alle bestaande verplichtingen van de OVSE handhaaft en bevordert, dat het een leidende rol speelt in de uitvoering van de besluiten die tijdens de ministeriële bijeenkomst in Dublin zijn genomen, en dat het de inspanningen van de OVSE om conflicten op te lossen, opvoert."



Oosten van de Democratische Republiek Congo

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De EU herinnert aan de Raadsconclusies van 19 november 2012 en blijft uiterst bezorgd over de situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC). De terugtrekking van M23 uit Goma, waartoe de leiders van de Internationale Conferentie over het gebied van de Grote Meren (ICGLR) hadden opgeroepen, is slechts een eerste stap op weg naar hernieuwde stabiliteit en het aanpakken van het onverdraaglijke lijden van de bevolking in het oosten van de DRC. De EU veroordeelt alle mensenrechten­schendingen en wil dat diegenen die zich daaraan schuldig maken, ter verantwoording worden geroepen. De EU herhaalt het onaanvaardbaar te vinden dat M23 steun van buitenaf krijgt, en roept de daarbij betrokken partijen op hiermee te stoppen. Zij onder­streept dat de soevereiniteit en territoriale integriteit van de DRC moeten worden gerespecteerd. Zij roept de regering van de DRC op daadwerkelijk te ijveren voor de veiligheid en de rechtsstaat in het oosten van het land.

2. Dat de verschillende partijen bij het conflict nu met elkaar in dialoog zijn, is een belang­rijke stap vooruit. Daarnaast verwelkomt de EU de contacten op hoog niveau tussen de presidenten van de DRC, Rwanda en Uganda, respectievelijk de heren Kabila, Kagame en Museveni, en de inzet van de ICGLR en de Afrikaanse Unie (AU) om een verdere verslechtering van de situatie te voorkomen en te beginnen werken aan een duurzame oplossing. Zij roept alle staten en organisaties in de regio op hun dialoog te intensiveren, constructief te werken aan het uitvoeren van de akkoorden en straffeloosheid te bestrijden.

3. De EU verwelkomt de Resoluties van de VN-Veiligheidsraad nr. 2076 en 2078, en ook de verlenging van het wapenembargo en van de sancties tegen gewapende groepen en de leiders van M23. Zij ziet uit naar de conclusies van de Veiligheidsraad over meldingen van externe steun aan M23 en naar de voorstellen van de secretaris-generaal van de VN over een optimale uitvoering van het MONUSCO-mandaat. Nauwe samenwerking en complementariteit tussen de AU, de ICGLR, de SADC (Ontwikkelingsgemeenschap van zuidelijk Afrika), de VN en de EU is van essentieel belang. In dit verband verwelkomt de EU de aanstelling van de heer Boubacar Gaoussou Diarra tot speciale vertegenwoordiger van de AU voor het gebied van de Grote Meren en moedigt zij de secretaris-generaal van de VN aan een speciaal gezant te benoemen. De EU staat klaar om actief bij te dragen aan initiatieven die kunnen leiden tot een duurzame oplossing voor de crisis en herhaalt in dit verband dat zij bereid is het uitgebreide gezamenlijk verificatiemechanisme van de ICGLR te steunen.

4. Het is van levensbelang dat alle partijen in de regio alsook de internationale gemeenschap bijdragen aan een blijvende oplossing voor de cyclische crises in het oosten van de DRC door dit conflict aan de wortel aan te pakken."



Mali

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De EU blijft diep verontrust over de ernstige politieke en veiligheidscrisis in Mali, met name in het noorden van het land, waar terroristische groepen en georganiseerde criminele groeperingen zich van een vrijhaven hebben verzekerd die een ernstige bedreiging vormt voor de Sahelregio, voor West- en Noord-Afrika, en voor Europa.

2. De EU herhaalt dat er een samenhangende totaalaanpak voor de crisis in Mali moet komen waarin de inbreng van Mali, de regio en heel Afrika essentieel is. In dit verband steunt de EU een intensievere internationale coördinatie in nauwe samenwerking met de speciale gezant van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Romano Prodi.

3. De EU maakt zich zorgen over de lange duur van de politieke transitie. Zij roept de politieke leiders in Bamako op hun toewijding voor het welzijn van alle Malinezen te tonen door nu spoedig een geloofwaardig en op consensus gebaseerd stappenplan voor het herstel van de grondwettelijke en de democratische orde in Mali aan te nemen en uit te voeren, in het kader waarvan de Malinese strijdkrachten weer onder civiel gezag worden gesteld en er zo spoedig mogelijk vrije en transparante verkiezingen worden georganiseerd. Een geloof­waardig kader voor nationaal dialoog is eveneens essentieel om alle Malinezen, met inbegrip van vertegenwoordigers van gemeenschappen uit het noorden van het land en van gewapende groeperingen die niet bij terroristische activiteiten betrokken zijn, bijeen te brengen in een proces van verzoening en vredesopbouw dat de territoriale integriteit van het land en de rechtsstaat eerbiedigt. De EU herhaalt dat zij bereid is tot geleidelijke hervatting van haar ontwikkelingssamenwerking zodra er een geloofwaardig stappenplan is aangenomen en afhankelijk van de voortgang bij de uitvoering daarvan.

4. Parallel aan het politieke proces steunt de EU de verdere planning van een internationale ondersteuningsmissie ten behoeve van Mali onder Afrikaanse leiding (Afisma). De EU wacht op de machtiging daartoe van de VN-Veiligheidsraad (UNSC) op grond van de UNSC-resoluties 2056 en 2071, als antwoord op het verzoek van de Malinese autoriteiten, de Ecowas en de AU. De EU verwelkomt de aanbevelingen van de VN-secretaris-generaal, onder meer over eerbiediging van het internationaal humanitair recht. De EU herinnert aan het belang van passende financiële steun voor Afisma van de staten en organisaties in de regio en van andere belangrijke internationale partners en organisaties. De EU verklaart zich nogmaals ertoe bereid financiële steun te verlenen via de Vredesfaciliteit voor Afrika.

Teneinde de voorspelbare en duurzame steun van de EU aan Afrikaanse vredeshand­havingsoperaties, met inbegrip van de missie in Mali, te waarborgen, verzoekt de Raad de Commissie om aan te geven welke extra middelen er uit het tiende EOF vrijgemaakt kunnen worden.

5. In dat verband heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan het crisisbeheersingsconcept voor een militaire GVDB-missie met het oog op het verzorgen van militaire opleiding en het verstrekken van advies aan de Malinese strijdkrachten. Hij benadrukt dat de planning daarvoor nu snel dient te verlopen en er een Raadsbesluit tot instelling van de missie dient te worden opgesteld. De Raad beklemtoont dat deze missie een essentieel element is van de totaalaanpak van de EU in het kader van de strategie van de Europese Unie voor veilig­heid en ontwikkeling in de Sahel, en verlangt dat er ook in de toekomst wordt gestreefd naar samenhang en synergieën tussen de verschillende EU-instrumenten, waaronder GVDB-activiteiten in de wijdere regio. De Raad neemt er nota van dat deze militaire missie zal plaatsvinden op verzoek van de Malinese regering, naar aanleiding van haar verzoek om bijstand, alsmede in het kader van UNSC-resolutie 2071 en in coördinatie met alle andere VN-activiteiten op dit gebied.

6. De Raad merkt op dat de EU-opleidingsmissie in Mali tot doel heeft het functioneren en de operationele doeltreffendheid van de Malinese strijdkrachten te verbeteren, onder civiel gezag, en eraan bij te dragen dat de rechtsstaat en de internationale gedragsnormen, mede inzake het internationaal humanitair recht, de bescherming van de burgerbevolking, met name van vrouwen en kinderen, en de mensenrechten, door hen geëerbiedigd worden. Daarnaast merkt de Raad op dat de Europese opleidingsinspanningen moeten worden aangevuld met ruimere internationale steun voor het beschikbaar stellen van uitrusting voor de Malinese strijdkrachten. Hoewel er ter plaatse een nauwe coördinatie met de Malinese strijdkrachten en met de Ecowas en de AU zal moeten plaatsvinden, onderstreept de Raad dat de opleidingsmissie geen aandeel aan operationele acties zal hebben en dat eventuele verdere ondersteuning van Ecowas/Afisma in een afzonderlijk proces zal worden overwogen.

7. De Raad begroet met instemming het voorstel van de hoge vertegenwoordiger om een speciale vertegenwoordiger van de EU voor de Sahelregio aan te wijzen en verzoekt haar hier onverwijld werk van te maken."



Democratische Volksrepubliek Korea

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De Raad heeft zijn diepe bezorgdheid uitgesproken over de aankondiging door de DVK om tussen 10 en 22 december een "werksatelliet" te lanceren. Ongeacht het verklaarde doel ervan is voor die lancering ballistische rakettechnologie vereist, wat een nieuwe, duidelijke schending vormt van de internationale verplichtingen van de DVK, zoals die zijn vastge­legd in met name de Resoluties 1695, 1718 en 1874 van de VN-Veiligheidsraad, en wat onmiddellijk strijdig is met de gezamenlijke oproep van de internationale gemeenschap om geen dergelijke lanceringen uit te voeren.

2. De EU zou een dergelijke lancering opvatten als een provocatie, die de diplomatieke inspanningen voor duurzame vrede en stabiliteit op het Koreaanse schiereiland en de gehele regio in gevaar zou brengen. Een duidelijk internationaal antwoord hierop zou nodig zijn, in combinatie met overleg in de VN-Veiligheidsraad, met inbegrip van mogelijke beperkende maatregelen.

3. De Raad heeft er derhalve bij de DVK sterk op aangedrongen de aangekondigde lancering niet uit te voeren en ten volle zijn internationale verplichtingen na te leven. De EU roept de DVK op tot een constructieve hervatting van de besprekingen met de internationale gemeenschap over de nucleaire kwestie, en wel met het oog op duurzame vrede en veiligheid op het Koreaanse schiereiland."

Betrekkingen met Azerbeidzjan

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het EU-standpunt en de voorlopige agenda voor de dertiende bijeenkomst van de Samenwerkingsraad EU-Azerbeidzjan op 17 december in Brussel.



Betrekkingen met Georgië

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het EU-standpunt en de voorlopige agenda voor de dertiende bijeenkomst van de Samenwerkingsraad EU-Georgië op 18 december in Brussel.



Betrekkingen met Armenië

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het EU-standpunt en de voorlopige agenda voor de dertiende bijeenkomst van de Samenwerkingsraad EU-Armenië op 17 december in Brussel.



Deelname van Armenië aan EU-programma's

De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van een protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met de Republiek Armenië, op grond waarvan Armenië kan deelnemen aan EU-programma's. De Raad heeft het ontwerpbesluit betreffende de sluiting van het protocol ter goedkeuring aan het Europees Parlement toegezonden.



Beperkende maatregelen ter bestrijding van terrorisme

De Raad heeft de lijst van personen, groepen en entiteiten waarvoor beperkende EU-maatregelen gelden met het oog op de strijd tegen het terrorisme, herzien overeenkomstig Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB. Er werden geen wijzigingen aangebracht in de maatregelen, die thans op 11 personen en 25 groepen en entiteiten betrekking hebben.



Iran – beperkende maatregelen

De Raad heeft de voorbereidingen voor de jaarlijkse herziening van de beperkende EU-maatregelen tegen Iran goedgekeurd.



GEMEENSCHAPPELIJK VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

EU-opleidingsmissie in Mali

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het crisisbeheersingsconcept voor een eventuele militaire opleidingsmissie van de EU in Mali. Zie voor nadere informatie persmededeling 17395/12.



Uitvoeringsplan voor EUSEC RD Congo

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het uitvoeringsplan voor de adviserende en bijstandverlenende missie van de EU op het gebied van hervorming van de veiligheidssector in de Democratische Republiek Congo (EUSEC RD Congo) voor de periode tot en met 30 september 2013.



EUTM Somalia

De Raad heeft een herzien crisisbeheersingsconcept voor de EU-opleidingsmissie in Somalië vastgesteld. De missie wordt met twee jaar verlengd. De exercitie is bedoeld om de activiteiten van de missie voortaan te richten op politiek en strategisch advies over de ontwikkeling van de veilig­heidssector, en op begeleiding, capaciteitsopbouw en opleidingsadvies.


17438/1/12 REV 1



NL




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina