Persmededeling



Dovnload 69.34 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte69.34 Kb.











RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE





NL

7360/11

(OR. en)





PRESSE 52

PR CO 12





PERSMEDEDELING

3073e zitting van de Raad



Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken

Werkgelegenheid en Sociaal beleid

Brussel, 7 maart 2011






Voorzitter Sándor CZOMBA
staatssecretaris voor Werkgelegenheid

Miklos RÉTHELYI
minister van Natuurlijke Hulpbronnen

van Hongarije












Voornaamste resultaten van de Raadszitting

De Raad heeft een oriënterend debat gevoerd over zijn bijdrage aan de Europese Raad van 24/25 maart over werkgelegenheid en sociale aspecten. In dat verband heeft de Raad het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid aangenomen, met conclusies dienaangaande, evenals over het Europees platform tegen armoede.

De Raad is op de hoogte gesteld van de agenda van de tripartiete sociale top van 24 maart, 's ochtends voorafgaand aan de Europese Raad.

De Raad heeft een nieuw Europees pact voor gendergelijkheid aangenomen voor de periode 2011 2020, in de vorm van conclusies van de Raad.

De ministers hebben van gedachten gewisseld over de resultaten van de raadpleging over het Groenboek getiteld "Naar adequate, houdbare en zekere Europese pensioenstelsels".

INHOUD1

DEELNEMERS Error: Reference source not found

BESPROKEN PUNTEN

BIJDRAGE AAN DE VOORJAARSBIJEENKOMST VAN DE EUROPESE RAAD Error: Reference source not found

Gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid - conclusies Error: Reference source not found

Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten Error: Reference source not found

Het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting - conclusies Error: Reference source not found

Sociale dimensie van de Europa 2020-strategie Error: Reference source not found

Voorbereiding van de tripartiete sociale top Error: Reference source not found

DETACHERINGSRICHTLIJN Error: Reference source not found

NIEUW EUROPEES PACT VOOR GENDERGELIJKHEID VOOR DE PERIODE 2011 2020 - conclusies Error: Reference source not found

VOORUITGANG WAT BETREFT DE GELIJKHEID TUSSEN VROUWEN EN MANNEN IN 2010 Error: Reference source not found

PENSIOENSTELSELS: VERSLAG OVER DE RAADPLEGING OVER HET GROENBOEK Error: Reference source not found

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN


  • Griekenland - Procedure bij buitensporige tekorten Error: Reference source not found

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

  • Toetreding van Liechtenstein tot de EU-Zwitserland-overeenkomst inzake het Schengenacquis Error: Reference source not found

  • Toetreding van Liechtenstein tot de EU-Zwitserland-overeenkomst inzake asiel Error: Reference source not found

BUITENLANDSE ZAKEN

  • Financiële mechanismes en protocollen inzake visserij - EU, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen Error: Reference source not found

  • Verlenging van de maatregelen ter ondersteuning van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY) Error: Reference source not found

VERVOER

  • Samenwerkingsovereenkomst met de VS over de veiligheid van de burgerluchtvaart Error: Reference source not found

  • Certificering van met het onderhoud van goederenwagons belaste entiteiten Error: Reference source not found

  • Interoperabiliteit van het Europees spoorwegsysteem - rollend materieel Error: Reference source not found

HANDELSPOLITIEK

  • Handel in bananen - sluiting van overeenkomsten en nieuwe tarieven voor bananen Error: Reference source not found

  • Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen Error: Reference source not found

DEELNEMERS

België

mevrouw Joëlle MILQUET vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, verantwoordelijk voor het migratie- en asielbeleid

Michel DAERDEN minister van Pensioenen en Grote Steden

Bulgarije:

de heer Totyu MLADENOV minister van Arbeid en Sociaal Beleid



Tsjechië:

de heer Jaromir DRÁBEK minister van Arbeid en Sociale Zaken



Denemarken:

mevrouw Inger STØJBERG minister van Werkgelegenheid

mevrouw Benedikte KIÆR minister van Sociale Zaken

Duitsland:

de heer Andreas STORM parlementair staatssecretaris van Onderwijs en Onderzoek



Estland:

de heer Hanno PEVKUR minister van Sociale Zaken



Ierland:

mevrouw Geraldine BYRNE NASON plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger



Griekenland:

de heer Andreas PAPASTAVROU plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger



Spanje:

mevrouw María Luz RODRIGUEZ FERNANDEZ staatssecretaris van Werkgelegenheid

de heer Leandro GONZÁLEZ GALLARDO secretaris-generaal, ministerie van Gezondheid, Sociaal Beleid en Gelijkheid

Frankrijk:

de heer Xavier BERTRAND minister van Werkgelegenheid en Volksgezondheid



Italië :

de heer Maurizio SACCONI minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid



Cyprus:

mevrouw Sotiroula CHARALAMBOUS minister van Arbeid en Sociale Zekerheid



Letland:

mevrouw Ilona JURSEVSKA minister van Welzijn



Litouwen:

mevrouw Audronė MORKŪNIENĖ viceminister van Sociale Zekerheid en Arbeid



Luxemburg:

de heer Nicolas SCHMIT gedelegeerd minister van Buitenlandse Zaken en Immigratie

de heer Mars DI BARTOLOMEO minister van Volksgezondheid en Sociale Zekerheid

Hongarije:

de heer Miklòs RÉTHELYI minister van Natuurlijke Hulpbronnen

de heer Sándor CZOMBA staatssecretaris voor Werkgelegenheid

Malta:

mevrouw Dolores CRISTINA minister van Onderwijs, Werkgelegenheid en Gezin



Nederland :

de heer Henk KAMP minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid



Oostenrijk:

de heer Rudolf HUNDSTORFER minister van Arbeid, Sociale Zaken en Consumentenbescherming



Polen:

de heer Radoslaw MLECZKO viceminister van Arbeid en Sociaal Beleid



Portugal:

mevrouw Helena ANDRÉ minister van Arbeid en Sociale Zaken



Roemenië:

de heer Cristian BĂDESCU plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger



Slovenië:

de heer Ivan SVETLIK minister van Arbeid, Gezinszaken en Sociale Zaken



Slowakije:

de heer Peter JAVORČÍK plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger



Finland:

mevrouw Anni SINNEMÄKI minister van Werkgelegenheid

de heer Juha REHULA minister van Volksgezondheid en Sociale Voorzieningen

Zweden:

mevrouw Hillevi ENGSTRÖM minister van Werkgelegenheid

de heer Ulf KRISTERSSON minister van Sociale Zekerheid

Verenigd Koninkrijk:

de heer Chris GRAYLING minister van Werkgelegenheid



Commissie :

mevrouw Viviane REDING vicevoorzitter

de heer László ANDOR lid

BESPROKEN PUNTEN

BIJDRAGE AAN DE VOORJAARSBIJEENKOMST VAN DE EUROPESE RAAD

De Raad heeft een oriënterend debat gehouden over aangelegenheden die betrekking hebben op de jaarlijkse groeianalyse en het Europees semester, te weten het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid en de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, alsook over vraagstukken in verband met de Europa 2020-strategie, te weten het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting en de belangrijkste boodschappen van het verslag over de sociale dimensie van de strategie. De resultaten van dit debat en het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid worden voorgelegd aan de Europese Raad van 24/25 maart, als onderdeel van de bijdrage van de Raad Epsco.

Uitgangspunt voor het debat was een vragenlijst van het voorzitterschap (6912/11).

De ministers stelden in het bijzonder dat de jaarlijkse groeianalyse en het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid een goed beeld geven van de macro-economische vooruitzichten en de werkgelegenheidssituatie, en een goed uitgangspunt zijn voor het Europees semester. Ze benadrukten in dit verband dat de diverse beleidsterreinen onderling verbonden zijn.

Een aantal ministers wees erop dat de sociale dimensie van de jaarlijkse groeianalyse kan worden versterkt. Ook stelden ze dat het maken van een goede evaluatie van vraagstukken in verband met werkgelegenheid en sociale insluiting tijd vergt.

Tevens wees een aantal ministers erop dat de nationale doelstellingen moeten worden bepaald met voldoende ambitie om verwezenlijking van de langetermijndoelstelling van de EU voor werk­gelegenheid en sociale insluiting mogelijk te maken. De werkelijkheid mag echter ook niet uit het oog worden verloren en er moet rekening worden gehouden met de verschillende uitgangsposities van de lidstaten.

Structurele hervormingen, gericht op het scheppen van banen en op groei, moeten worden bespoedigd en de Raad Epsco heeft daarbij een rol. De Raad Epsco speelt, samen met de Raad Ecofin, ook een rol in de discussies over pensioenkwesties en het loonbeleid in de context van het nieuwe pact voor concurrentiekracht. In dit verband zijn begrotingsconsolidatie en het vergroten van het concurrentievermogen in het bedrijfsleven van belang.

Verscheidene ministers benadrukten dat de uitdaging hem zit in het benutten van het potentieel van de arbeidsmarkt van de EU. De uitkeringsstelsels moeten de mensen aanmoedigen te gaan werken, aangezien werk de beste manier is om uit de armoede te raken. De benaderingen van verschillende lidstaten op het vlak van flexizekerheid moeten worden beschouwd in termen van sociale insluiting.

De ministers zeiden dat er maatregelen moeten worden genomen om de opleiding te verbeteren en werkprikkels te geven aan met name de kwetsbaarste groepen, te weten jongeren, vrouwen en ouderen, zodat deze hun kwalificaties en vaardigheden kunnen aanpassen aan de vraag op de arbeidsmarkt.

Ze prezen het platform tegen armoede en stelden dat sociale insluiting moet worden gecoördineerd tussen regeringen, zodat de armoededoelstellingen worden gehaald.

Veel ministers beklemtoonden de belangrijke rol van de sociale partners, in het bijzonder bij het bepalen van de lonen en het hervormen van de pensioenstelsels. In dat verband waren verscheidene ministers van oordeel dat het loon- en pensioenbeleid binnen de bevoegdheden van de lidstaten vallen, hoewel coördinatie op EU-niveau nuttig kan zijn.

Het Europees sociaal fonds kan een efficiëntere en effectievere rol vervullen, vooral wat betreft de toewijzing van middelen en het begeleiden van werkzoekenden.



Gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid - conclusies

De Raad heeft het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid (7396/11) en de bijbehorende conclusies aangenomen. Het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid schetst de huidige werkgelegenheidssituatie in Europa en de uitvoering van de in oktober 2010 aangenomen werkgelegenheidsrichtsnoeren. Dit jaar wordt in het verslag meer dan voorgaande jaren vooruit gekeken en wordt ook aandacht besteed aan de eerste stand van zaken betreffende de uitvoering van de Europa 2020-strategie.

De belangrijkste boodschappen van het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid zijn dat, hoewel de arbeidsmarkten in de EU zich stabiliseren, de gevolgen van de crisis nog steeds voelbaar zijn en werkloosheid een uiterst belangrijk punt van zorg blijft voor de burgers van de EU. De crisis heeft ook structurele problemen op de Europese arbeidsmarkten aan het licht gebracht die dringend moeten worden aangepakt. Overeenkomstig de doelstellingen van Europa 2020 zijn structurele hervormingen om de economie te stabiliseren en de economische groei opnieuw te stimuleren, van essentieel belang om de voorwaarden te scheppen voor meer werkgelegenheid, vooral met nieuwe vaste banen. Een snelle terugkeer naar groei en een goed ontwikkeld werkgelegenheids- en onderwijsbeleid zijn eveneens van cruciaal belang voor het terugdringen van armoede en sociale uitsluiting.

De conclusies van de Raad bevatten de kernboodschappen aan de Europese Raad (7397/11). Zij:



  • beklemtonen dat de begrotingsconsolidatie vergezeld moet gaan van herstel van economische groei en verhoging van de werkgelegenheid;

  • benadrukken dat arbeidsmarkthervormingen op zichzelf niet volstaan om de vraag naar arbeid op te wekken. Er moet een werkgelegenheidsvriendelijker ondernemingsklimaat worden geschapen en de economische groei moet worden aangewakkerd, door innoverende economische activiteiten met een grote meerwaarde en kansen die ontstaan door het groener maken van de economie, zodat er meer en betere banen worden geschapen, de sociale samenhang wordt versterkt en het volledige potentieel van het menselijke kapitaal van de Unie wordt benut;

  • roepen de lidstaten op om ambitieuze streefcijfers voor werkgelegenheid vast te stellen en sociale integratie te bevorderen, met name door armoede terug te dringen, zodat uiterlijk in 2020 een arbeidsparticipatiegraad van 75% wordt bereikt en het gevaar van armoede en uitsluiting voor ten minste 20 miljoen mensen wordt afgewend.

Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten

De Raad heeft overeenstemming bereikt over een algemene oriëntatie voor een besluit betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2011 (6192/2/11). De richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid voor 2010 zijn pas in oktober 2010 aangenomen en dus wordt voorgesteld ze ongewijzigd voor 2011 te handhaven.

De Raad heeft de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid vandaag echter niet kunnen aannemen omdat hij moet wachten tot de Europese Raad op 24 maart zijn conclusies aanneemt op basis van het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid en omdat het advies van het Comité van de Regio’s nog in de maak is. Het Europees Parlement, het Comité voor de werkgelegenheid en het Economisch en Sociaal Comité zijn reeds akkoord gegaan met het voorstel van de Commissie om de richtsnoeren voor 2011 ongewijzigd te handhaven.

Het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting - conclusies

De Raad heeft conclusies aangenomen over het Europees Platform tegen armoede en sociale uitsluiting (7434/1/11), waarin hij zijn standpunt uiteenzet over de hoofdonderdelen van het vlaggenschipinitiatief van de Commissie in het kader van de maatregelen die moeten worden genomen om de EU-doelstelling voor sociale insluiting/terugdringing van de armoede, die de Europese Raad in juni 2010 heeft vastgelegd, te verwezenlijken.

In de conclusies wordt herhaald dat bepaalde bevolkingsgroepen een groot risico lopen op armoede, sociale uitsluiting of de meest extreme vormen van armoede, wordt benadrukt dat actie tegen armoede en sociale uitsluiting vereist dat alle relevante inspanningen en instrumenten op EU-niveau en op nationaal niveau worden gebundeld en wordt de geïntegreerde benadering van het platform om de meervoudige dimensie van sociale uitsluiting aan te pakken, geprezen.

De Raad heeft ook het advies van het Comité voor sociale bescherming over het platform bekrachtigd, na een presentatie door de voorzitter van het comité (6491/11). In het advies wordt de rol belicht die het Comité voor sociale bescherming voornemens is te vervullen bij de tenuitvoerlegging van de maatregelen die in het kader van het platform worden beoogd en wordt gewezen op diens bijdrage op diverse gebieden zoals actieve insluiting, pensioenen, gezondheidszorg, sociale diensten, armoede onder kinderen en sociale insluiting van risicogroepen.



Sociale dimensie van de Europa 2020-strategie

De Raad heeft de belangrijkste boodschappen van het verslag (6624/11) over de sociale dimensie van de Europa 2020-strategie, opgesteld door het Comité voor sociale bescherming, aangenomen. De voorzitter van het Comité voor sociale bescherming liet weten dat het comité zijn eerste verslag over het toezicht op de sociale situatie en de ontwikkeling van het beleid inzake sociale bescherming, met een beoordeling van de sociale dimensie van de Europa 2020-strategie, af heeft. Het verslag gaat vooral over:



  • vordering met de verwezenlijking van het kerndoel van de EU inzake sociale insluiting/
    armoedevermindering en de koppeling met andere doelen;

  • monitoring van de uitvoering van de sociale aspecten van de geïntegreerde richtsnoeren, en dan vooral richtsnoer 10 (bevordering van sociale integratie en bestrijding van armoede);

  • prioritaire thema's in het kader van de sociale open coördinatiemethode.

Voorbereiding van de tripartiete sociale top

Het voorzitterschap heeft de Raad op de hoogte gesteld van de agenda van de tripartiete sociale top van 24 maart, 's ochtends voorafgaand aan de Europese Raad. De tripartiete sociale top zal een centrale gelegenheid bieden voor een debat met de sociale partners over groei en banen in tijden van budgettaire en begrotingsconsolidatie.

Gelet op de rol van de sociale partners in het beheren van de Europa 2020-strategie zal tijdens de top ook worden gesproken over de vraag hoe de in de jaarlijkse groeianalyse voorgestelde prioriteiten zullen helpen bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de strategie.

De tripartiete sociale top komt over het algemeen twee keer per jaar bijeen en heeft tot taak ervoor te zorgen dat er op het hoogste niveau voortdurend overleg wordt gepleegd tussen de Raad, de Commissie en de sociale partners. De top wordt bijgewoond door de voorzitter van de Europese Raad en die van de Europese Commissie, de regeringsleider van het huidige voorzitterschap (Hongarije) en de regeringsleiders van de twee volgende voorzitterschappen (Polen en Denemarken), vergezeld door de ministers voor werkgelegenheid, het Commissielid voor werk­gelegen­­heid en de voorzitters/secretarissen-generaal van de belangrijkste Europese werkgevers- en vakbondsorganisaties.



DETACHERINGSRICHTLIJN

De Raad heeft conclusies aangenomen over de start van een proeffase voor een elektronisch uitwisselingssysteem dat de administratieve samenwerking in het kader van de detacheringsrichtlijn vereenvoudigt (6196/1/11).

De in 1996 aangenomen detacheringsrichtlijn verplicht de lidstaten tot samenwerking en uitwisseling van administratieve gegevens over gedetacheerde werknemers.

Derhalve stelde de Raad dat er een proefproject moet komen om het nut te testen van een afzonderlijke module van het elektronische gegevensuitwisselingssysteem, met als doel de verbetering van de administratieve samenwerking van de lidstaten, zoals nagestreefd door de detacheringsrichtlijn. De Commissie heeft zich reeds bereid verklaard dit proefproject in de nabije toekomst van start te laten gaan. De Raad ziet uit naar verslagen over de resultaten van dit proefproject.



NIEUW EUROPEES PACT VOOR GENDERGELIJKHEID VOOR DE PERIODE 2011 2020 - conclusies

De Raad heeft een nieuw Europees pact voor gendergelijkheid aangenomen voor de periode 2011 2020.

Het nieuwe pact, een bijlage bij de conclusies van de Raad (7370/11), is een herbevestiging van het voornemen van de EU om de genderkloof op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en wat betreft sociale bescherming te dichten, een beter evenwicht tussen werk en privéleven voor vrouwen en mannen te stimuleren en alle vormen van geweld tegen vrouwen te bestrijden.

De Raad roept op tot actie van de lidstaten en van de Unie om:



  • genderstereotypen uit te bannen, te zorgen voor gelijke beloning voor gelijk werk en de gelijke deelname van vrouwen aan de besluitvorming te stimuleren;

  • het aanbod van betaalbare en hoogwaardige opvangdiensten voor kinderen te verbeteren en flexibele werkregelingen te bevorderen;

  • te zorgen voor een betere voorkoming van geweld tegen vrouwen en een betere bescherming van slachtoffers, en de rol van mannen en jongens voor het uitbannen van geweld te benadrukken.

Het pact heeft een belangrijke economische dimensie en alle lidstaten hebben afgesproken de werkgelegenheid voor vrouwen en mannen in de context van de Europa 2020-strategie te zullen stimuleren.

Daarom worden de lidstaten aangespoord beleid voor gendergelijkheid te bevorderen, in het bijzonder wat betreft de EU-richtsnoeren voor de werkgelegenheid. De Commissie en de Raad worden ook verzocht een gendergelijkheidsperspectief te integreren in de jaarlijkse groeianalyse.

In het pact wordt ook herhaald dat het van belang is de genderdimensie te integreren in alle beleids­terreinen, ook in het externe optreden van de EU.

De conclusies zullen bekend worden gemaakt in het Publicatieblad.



VOORUITGANG WAT BETREFT DE GELIJKHEID TUSSEN VROUWEN EN MANNEN IN 2010

De Raad heeft kennis genomen van het verslag van de Commissie (6571/11) en heeft besloten het voor te leggen aan de Europese Raad.

Overeenkomstig het verzoek van de Europese Raad in het voorjaar van 2003 heeft de Commissie haar jaarlijks verslag over de gelijkheid van vrouwen en mannen ingediend.

In het verslag worden recente ontwikkelingen beschreven met betrekking tot gendergelijkheid in de EU en worden statistieken opgenomen over alle bestreken gebieden en over recente ontwikkelingen in de lidstaten.

In het verslag wordt de stand van zaken opgemaakt op de vijf prioriteitsgebieden in de strategie van de Commissie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2010-2015, te weten


  • gelijke economische zelfstandigheid;

  • gelijke beloning voor gelijk of gelijkwaardig werk;

  • gelijkheid in besluitvorming;

  • waardigheid, integriteit en bestrijding van gender­gerelateerd geweld; en

  • gendergelijkheid buiten de EU.

Het verslag zal ook het uitgangspunt zijn voor de komende genderdialoog op hoog niveau, die de Commissie in haar nieuwe gelijkheidsstrategie heeft aangekondigd, en waaraan Commissie­voorzitter Barroso, vicevoorzitter Reding van de Commissie en vertegenwoordigers van het voorzitterschapstrio, het Europees Parlement, de sociale partners en ngo's zullen deelnemen.

PENSIOENSTELSELS: VERSLAG OVER DE RAADPLEGING OVER HET GROENBOEK

De Raad heeft van gedachten gewisseld over de eerste conclusies over het verslag (6918/11). Commissielid László Andor heeft de Raad verteld over de resultaten van de raadpleging over het Groenboek en over mogelijke richtingen voor te nemen maatregelen, die kunnen worden weergegeven in het Witboek, dat eind dit jaar moet worden gepresenteerd.

Alle ministers wezen erop dat het van belang is dat bij het aanbrengen van verbeteringen aan het bestaande EU-pensioenkader niet zomaar overal dezelfde benadering wordt gevolgd en dat het subsidiariteitsbeginsel volledig wordt nageleefd gezien de verscheidenheid aan nationale stelsels voor sociale bescherming die voortkomt uit de onderling verschillende economische prestaties en demografische tendensen.

De modernisering van de pensioenstelsels moet een evenwicht tot stand brengen tussen de doel­stellingen houdbaarheid en toereikendheid: dat houdt in dat er tussen bijdragen en pensioen­uitkeringen een mate van evenredigheid moet worden gehandhaafd.

Er moet een goed gecoördineerd beleid komen voor het aanpakken van de multidimensionale aard van dit vraagstuk, zoals bijvoorbeeld van aspecten als het aan het werk houden van oudere werknemers, het beperken van vervroegde uittreding tot werknemers in ondernemingen die aan het herstructureren zijn, het verbeteren van de kwaliteit van arbeidsdiensten, het verder ontwikkelen van gezondheid en veiligheid op het werk en het bestrijden van zwartwerk.

Volgens de ministers moet er worden gestreefd naar een evenwicht tussen werk en pensioen en moet een langer werkzaam leven worden vergemakkelijkt. Er moet worden gezorgd voor toereikende inkomens in pensioenen, als bescherming tegen armoede onder ouderen.

Een hogere effectieve pensioenleeftijd wordt algemeen nodig geacht maar moet door middel van nationaal beleid en met medewerking van de sociale partners worden bepaald.

Sommige ministers vonden dat de pensioengerechtigde leeftijd zich moet ontwikkelen in lijn met de levensverwachting; anderen zeiden dat pensioenhervormingen moeten worden gekoppeld aan een actief arbeidsmarktbeleid, mogelijkheden voor een leven lang leren, doeltreffende sociale­zekerheids- en gezondheidszorgstelsels en de verbetering van de arbeidsomstandigheden.

Een aantal ministers wees op het belang van EU-beleidscoördinatie van het pensioenbeleid door het vergemakkelijken van de surveillance, de coördinatie en het wederzijds leren tussen de lidstaten. In het bijzonder wordt de sociale open coördinatiemethode (OCM) beschouwd als het juiste instrument voor de ondersteuning van de inspanningen van de lidstaten om de toereikendheid van de pensioenen te versterken.

In juli 2010 heeft de Commissie in de gehele EU een debat in gang gezet over de vraag hoe toereikende, houdbare en veilige pensioenen moeten worden gewaarborgd en hoe de EU het beleid van de lidstaten het best kan steunen. Er zijn van allerlei instellingen en belanghebbenden bijna 1700 reacties ontvangen.

In het Groenboek wordt het EU-pensioenkader integraal herzien, en worden onderwerpen behandeld zoals langer doorwerken, de interne markt voor pensioenen, de mobiliteit van pensioenen in de gehele EU, gaten in de EU-regelgeving, de toekomstige solvabiliteitsregeling voor pensioenfondsen, het gevaar van insolvabiliteit van de werkgever, op informatie gefundeerde besluitvorming en bestuur op EU-niveau.

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN

Griekenland - Procedure bij buitensporige tekorten

De Raad heeft een besluit aangenomen (6754/11) tot wijziging van Besluit 2010/320/EU gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen

In de wijziging wordt rekening gehouden met lagere bbp-groeicijfers dan voorspeld voor 2011 en 2012 en met bijgewerkte bbp-deflatoren voor 2010 tot en met 2014. De termijn voor het corrigeren van het buitensporig tekort blijft echter ongewijzigd.

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Toetreding van Liechtenstein tot de EU-Zwitserland-overeenkomst inzake het Schengenacquis

De Raad heeft een besluit aangenomen (6077/10 + COR 1) betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.



Toetreding van Liechtenstein tot de EU-Zwitserland-overeenkomst inzake asiel

De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende de sluiting van een Protocol tussen de Europese Unie, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (6242/10).



BUITENLANDSE ZAKEN

Financiële mechanismes en protocollen inzake visserij - EU, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen

De Raad heeft een besluit (9902/10) aangenomen over de sluiting van



  • een overeenkomst tussen de EU, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de Europese Economische Ruimte (EER) voor de periode 2009–2014;

  • een overeenkomst tussen de EU en Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor 2009–2014;

  • een aanvullend protocol bij de Overeenkomst tussen de EEG en IJsland tot vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende de invoer in de EU van bepaalde vis en visserij­producten voor de periode 2009-2014, en

  • een aanvullend protocol bij de Overeenkomst tussen de EEG en Noorwegen tot vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende de invoer in de EU van bepaalde vis en visserij­producten voor de periode 2009-2014.

De sluiting van deze overeenkomsten en protocollen wordt gezien als een belangrijke ontwikkeling van de EER.

In de twee overeenkomsten worden de bestaande financiële mechanismes vervangen door nieuwe, die betrekking hebben op verschillende periodes, verschillende bedragen en verschillende uitvoerings­bepalingen. Met de aanvullende protocollen worden de concessies in verband met bepaalde vis en visserijproducten verlengd en uitgebreid.



Verlenging van de maatregelen ter ondersteuning van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY)

Besluit van de Raad tot verlenging met een jaar van de maatregelen ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY).

De Raad heeft een besluit aangenomen tot verlenging met een jaar van de in 2004 ingevoerde maatregelen ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY). Deze maatregelen verstrijken op 16 maart 2011 en worden tot en met 16 maart 2012 verlengd.

VERVOER

Samenwerkingsovereenkomst met de VS over de veiligheid van de burgerluchtvaart

De Raad heeft toestemming gegeven voor het sluiten van een overeenkomst tussen de EU en de VS betreffende samenwerking op het gebied van de regulering van de burgerluchtvaartveiligheid (6821/11 + 8312/09), die in juni 2008 is ondertekend.

Met deze overeenkomst wordt beoogd de wederkerige aanvaarding mogelijk te maken van verklaringen van overeenstemming en goedkeuringen, een hoge mate van veiligheid in het luchtvervoer te bevorderen, regulerende samenwerking en harmonisatie te bereiken tussen de Verenigde Staten en de EU inzake goedkeuring van luchtwaardigheid en toezicht op burger­luchtvaartproducten, milieutests en goedkeuring van dergelijke producten, en goedkeuring van en toezicht op onderhoudsfaciliteiten.

Certificering van met het onderhoud van goederenwagons belaste entiteiten

De Raad heeft besloten geen bezwaar aan te tekenen tegen de aanneming door de Commissie van een verordening betreffende een systeem voor de certificering van entiteiten die belast zijn met het onderhoud van voor gebruik op het spoornet van de Unie bedoelde goederenwagons (5781/11).

In de ontwerp-verordening worden met name de vereisten geformuleerd waaraan een met het onderhoud van goederenwagons belaste entiteit moet voldoen om te bewerkstelligen dat de wagons veilig zijn, alsook de criteria voor accrediterings- en certificeringsinstanties en het formaat van het aan de entiteit verleende certificaat, dat in de gehele Unie geldig is.

De ontwerp-verordening is onderworpen aan de regelgevingsprocedure met toetsing. Nu de Raad zijn fiat heeft gegeven, kan de Commissie de verordening aannemen, tenzij het Europees Parlement bezwaar aantekent.



Interoperabiliteit van het Europees spoorwegsysteem - rollend materieel

De Raad heeft besloten geen bezwaar te maken tegen de aanneming door de Commissie van een besluit betreffende een technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem rollend materieel van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (5145/11 + ADD 1). Onder rollend materieel vallen locomotieven, passagiersrijtuigen en bepaalde typen mobiele uitrusting voor spoorwegbouw en -onderhoud.

Het ontwerp-besluit is onderworpen aan de regelgevingsprocedure met toetsing. Nu de Raad zijn fiat heeft gegeven, kan de Commissie het besluit aannemen, tenzij het Europees Parlement bezwaar aantekent.

HANDELSPOLITIEK

Handel in bananen - sluiting van overeenkomsten en nieuwe tarieven voor bananen

De Raad heeft een besluit (7782/10) aangenomen over de sluiting van de twee onderstaande overeenkomsten over de handel in bananen:



  • een overeenkomst van Genève tussen de EU en Brazilië, Colombia, Costa Rica, Ecuador, Guatemala, Honduras, Mexico, Nicaragua, Panama, Peru en Venezuela;

  • een overeenkomst tussen de EU en de Verenigde Staten.

Het Europees Parlement heeft op 3 februari 2011 ingestemd met de sluiting van deze overeenkomsten.

De overeenkomst van Genève voorziet in tariefverlagingen voor de invoer van bananen in de EU en maakt het mogelijk de hangende geschillen met de Latijns-Amerikaanse meest begunstigde naties-bananenleveranciers formeel te beslechten. Zij zorgt er tevens voor dat de definitieve afspraken inzake markttoegang voor bananen die de EU zal aangaan in de volgende multilaterale WTO-onderhandelingsronde inzake markttoegang voor landbouwproducten, niet verder gaan dan de afspraken in de overeenkomsten betreffende de tariefbehandeling van bananen. Voorts heeft de Raad in het licht van nieuwe bananentarieven die krachtens deze overeenkomst moeten worden toegepast, in eerste lezing een verordening aangenomen die de huidige regelgeving inzake de invoertarieven voor bananen intrekt. Dit voorstel is eerder op 3 februari 2011 aangenomen door het Europees Parlement (7/11).

De overeenkomst tussen de EU en de Verenigde Staten biedt de oplossing voor hun bananengeschil.

Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen

De Raad heeft een besluit aangenomen waarbij lidstaten worden gemachtigd toe te treden tot het Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen (Verdrag van Parijs), voor de delen die onder de bevoegdheid van de EU vallen (8100/10).

Het Verdrag van Parijs verlangt van landen die internationale tentoonstellingen organiseren dat zij tijdelijk voorwerpen van deelnemers daaraan toelaten. Dit valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie wat betreft de gemeenschappelijke handelspolitiek en wordt geregeld door het communautair douanewetboek.

Het Verdrag van Parijs strekt ertoe de frequentie en de kwaliteit van, en de procedures betreffende internationale tentoonstellingen die onder het toepassingsgebied van het Verdrag vallen, te regelen. De Europese Unie kan zelf niet tot het Verdrag van Parijs toetreden, aangezien enkel soevereine staten partij bij dit verdrag kunnen zijn.



PERS

Wetstraat 175 B – 1048 BRUSSEL Tel.: +32 (0)2 281 5394 / 6319 Fax: +32 (0)2 281 8026



press.office@consilium.europa.eu http://www.consilium.europa.eu/Newsroom

7360/11


NL




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina