Pi-Pu pi m où houweel piano [pi'a~: no] m ioù piano pianoañ



Dovnload 342.45 Kb.
Pagina1/5
Datum22.07.2016
Grootte342.45 Kb.
  1   2   3   4   5
Pi-Pu

pi m houweel

piano [pi'a~:no] m  ioù piano

pianoww piano spelen

piano-lostek m vleugel(piano)

pianoour m -ien pianist

piano-sonn m piano

piaou m - in e piaou da in het bezit van

piaouww bezitten ; het recht hebben (da om)

piaouer m -ien bezitter ; rechthebbende

piastr m -ed, -où piaster (munt)

pibenn v -où pijp, tube; hevel, sifon

Piberieg plaatsnaam Pipriac

pibid v pip (vogelziekte); bot van inktvis

pibidww de pip hebben

pibien ['pibjEn] meerv van pab pausen

pibiñ ww pobet bakken - zie pobañ

piched m -où wijnkarafje

pichedad m -où inhoud van een wijnkarafje

pichelota ww pichelotaet, pichelotet twijgjes/kleine takjes zoeken

pichenn v -où kleine bundel koren of boekweit

picher ['piSEr] m -où waterpot, kruik ; wijnkaraf

picherad m -où inhoud van een waterpot/kruik

pichod m -ed uiterst zorgvuldige man

picholenn v picholoù twijgje, klein takje

pichon m -ed kuikentje ; vogeljong

pichot bn uiterst zorgvuldig

pichourell m/v -où mantelkap

pichourellek bn met een mantelkap

pidenn v -où penis

pietegezh v piëtisme

pietour m -ien piëtist

pif m -où dwarsfluit, piccolofluit

pifal ww dwarsfluit spelen

pifer m -ien dwarsfluitspeler

pifigww zwaar uitademen (nadat men de adem ingehouden heeft)

pifon m -où pook, koterhaak

pifonww in het vuur poken

pig ['pi:k] v  ed ekster; pig pe vran a gan ekster of kraai zingen (= iets of iemand
brengt het uit ; uiteindelijk komt de waarheid aan het licht - vgl. al moesten de
kraaien het uitbrengen); etre unnek eur ha kreisteiz e sav ar big diwar he
neizh
tussen elf en twaalf uur staat de ekster op uit zijn nest

pig² m -où houweel

pigal m dolik, raaigras

pigell v -où houweel, hak

pigell² m roggebrand

pigellat ww hakken met een houweel

pigeller m -ien man die werkt met een houweel

pigellerezh m het werken met een houweel

pigme m -ed pygmee

pigmeel bn van de pygmeeën

pign in e pign hangend ; opgehangen

pignadur m -ioù het stijgen, het klimmen

pignat ['pK~¯at] ww stijgen, klimmen; (gant) bestijgen

pignerez [pK~'¯e:rEs] v  ed lift

pignidigezh v -ioù bestijging, beklimming

pignouer m -où hoge steen of houten bank om het bestijgen van een paard mogelijk
te maken

pigos m -où, -ioù (vogel)bek

pigosat ww pikken, oppikken ; slaan (met een hamer enz.)

pigosek bn met een grote bek

pig-spern v piged-spern klapekster ; helleveeg

pijama [pi'Za~ma] m  où pyjama

pik ['pik] m  où punt, vlek, prik, steek ; piek (wapen) ; spijt

pik² m -ed ekster ; zie pig

pikadenn [pi'ka:dEn] v  où steek

pikador m -ed picador

pikadurezh v -ioù prikkeling

pikailhat ww bespotten

pikailher m -ien spotter

pikailhez col spotternijen, gespot

pikww steken, prikken; beledigen, kwetsen ; ontroeren ; stikken (naaien) ;
losse delen van een dak herstellen ; pikañ stank snel doorstappen; bezañ
piket e galon gant unan bennak
door iemand het hart doorstoken zijn (=
smoorverliefd zijn op iemand)

pik-du bn met zwarte vlekken

piked m piket (kaartspel)

pikek bn gestoken ; stekelig

pikenaodenn, pikenaouenn v -où zuur wijntje ; mede, honigwater

piker m -ien piekdrager

pikerez v -ed mug, muskiet

pikern m -où, -ioù ; pikernenn v -où piek, bergtop

pikerom m -où paaltje

pik-estlamm m uitroepteken

piketez m -ioù ; piketezenn v -où zuur wijntje

pikez v -ed twistzieke vrouw

pikez² m schoppen (kaartspel)

pikezenn v -où kaart van de kleur schoppen

pik-goulenn m pikoù-goulenn vraagteken

piklamm m -où sprong in de hoogte

piklammat ww in de hoogte springen

pikmoan bn fijn en puntig

pikol m -où ; vóor een naamwoord : groot, enorm ; ur pikol ki een vreselijk grote
hond

pikolded v enormiteit

pikolenn v -où erg groot voorwerp ; vóor een vrouwelijk naamwoord : groot, enorm

pikolo m -ioù piccolo

pikoù-arsav meerv ophangingspunten

pikoù-panez ['piku'pa~:nEs] meerv zomersproeten

pikous bn leepogig

pikouz col dracht van de ogen

pikouz² m -ed, -ien man met leepogen

pikouzww leepogen hebben/krijgen

pikouzek bn leepogig

pik-pik [pik'pik] in dour pik-pik limonade

pikrek bn met picrinezuur

pikroez m -ioù stuk ijzer aan de steel van een zeis, als tegenwicht voor het blad

Pikt m -ed Pict

pikteg m taal van de Picten

pikus bn stekend, stekelig

pik-virgulenn m kommapunt

pil in glav pil pletsende regen

pil m keerzijde (van een medaille) ; pil pe groaz kruis of munt

pil² m -où stomp/blok hout

pilad-dour m piladoù-dour ; pilad-glav m hevige stortbui

pilat ww slaan ; verpletteren ; verbrijzelen; omhakken, doen vallen; da bep oad e
vez pilet koad
er wordt hout gehakt in elke leeftijd (= de dood kent geen
leeftijd)

pil-beg m babbelaar (fam)

pil-dour m hevige stortbui

piled m -où lange kaars

piler m -ien man die slaat/verplettert/omhakt

piler² m -où, -ioù pijler, pilaar

piler-gwez m pilerien-wez houthakker

pilerad m -où pijlervormige stapel ; klomp (boter)

piler-torfedourien m schandpaal

pileter m -où, -ioù wijwatervat

pilev m -où tweetandige marter

pilevat ww snuffelen in/zich moeien met andermans zaken

pilgalon m -où hartklopping

pil-genou m babbelaar (fam)

pilgerc’h col dolik, raaigras

pilgofek bn dikbuikig

pilgos zie piltos m -ioù houtblok, hakblok

pilh m -où vod, lomp

pilhaoua ww pilhaouaet, pilhaouet lompen zoeken

pilhaoueg m pilhaoueien in vodden geklede man

pilhaouek bn in vodden gekleed, haveloos

pilhaouer m -ien voddenraper, voddenkoopman

pilhek bn in vodden

pilhenn v -où stuk stof, vod

pilhenneg m pilhenneien in vodden geklede man

pilhennek bn in lompen gekleed

pilhon m -où stuk stof, lap, vod ; penn ha pilhon met huid en haar (vernietigen,
verzwelgen …
)

pilhot m -où vod, lomp

pilhotww tot vodden maken/scheuren

pilhotek bn in vodden gekleed

pilhotour m -ien voddenraper, voddenkoopman

pilhoustennww (uit)rafelen ; in kleine stukjes scheuren/gescheurd worden

pilhoustennek bn (uit)gerafeld ; in kleine stukjes gescheurd

pili meerv van pal spaden

pilifrenn v heel kleine hoeveelheid

pilikant m -ed pelikaan

pil-koad, pilkoad m -ed groene specht

pillig ['pilik] v –où pan (ook voor pannenkoeken); teil ; lakaat ar ber war ar billig
vorstelijk ontvangen

pilligad v -où inhoud van een pan/teil

pilligadur m -ioù het warmen met een beddenpan

pilligww warmen met een beddenpan

pilligata ww pilligataet, pilligatet (een dier) voederen met graan en zemelen

pilliger m -ien ketellapper

pillig-lostek v pan met een steel

pillig-wele v pilligoù-gwele beddenpan

piloch m -où houten paal met punt

pilochadur m -ioù heipaal

pilochww (hei)palen inslaan

pilor m -ioù pylorus, uitgang van de maag

pilorjed m -ed vogelaar

pilorjerezh m het vangen van vogels

pilouer m -où stamper

piloueradur m -ioù het (vast)stampen

pilouerww (vast)stampen

pilpas m kleine stapjes

pilpasww trappelen, stampvoeten

pilpaserezh m getrappel, gestamp

pil-pave in seurez pil-pave valse devote

pilpot m -où tol met houten top

pilpous bn schijnheilig, hypocriet

pilpouz m kleine stukjes, pluksel

pilpouz² m -ien, -ed schijnheilige, hypocriet

pilpouzww (uit)rafelen ; tot kleine stukjes scheuren/gescheurd worden

pilpouzek bn uitrafelend

pilpouzek² bn schijnheilig

pilpouzerezh m hypocrisie

pil-prenn m piloù-prenn ; pilprenn m -où blok hout, stuk hout om kluiten te
breken

pilprennat ww kluiten breken met een stuk hout

pilprennek bn gemaakt van houtblokken; bag pilprennek prauw

pilprennenn v -où prauw

piltos m -ioù houtblok, hakblok

piltosegezh v massiviteit

piltosek bn massief

piltrenk bn rins

piltrot m korte draf

piltrotat ww trippelen

pilulenn [pi'ly:lEn] v  où pil

pimant m Spaanse peper

pimantww kruiden met Spaanse peper, sterk kruiden

pimpatrom m -où model, prototype

pimperlamm m gestrekte galop

pimpoellenn, pimpoellennad v -où buiteling, pirouette

pimpoellennww een buiteling/pirouette maken

pin ['pK~:n] co l dennen

pin² m -où kraan van een vat

pinard m -ed rijkaard

pinbrevww volledig verbrijzelen

pineg v -i, -où dennenbos

pinenn v -où grote kist voor het graan

pinenn-doazek v pinennoù-toazek kneedtrog

pinfww versieren ; opdirken

pinferezh m -ioù het versieren ; juwelen

pinijww uitboeten (zijn zonden); penitentie doen

pinijenn v penitentie; (ironisch, anticlericaal) ma breudeur ha ma c’hoarezed
kristen, sellit ouzh ma c’hof ha grit pinijenn
mijn christelijke broeders en
zusters, kijk naar mijn buik en doe penitentie

pinijennour m -ien boetpriester

pinochenn v -où soort visnet

pinochez col spinazie

pinous bn verlegen, bedremmeld

piñsad m -où neep

piñsat ['pK~sat] ww nijpen

piñsedoù meerv (nijp)tang

piñsetenn v -où, piñsetez v -ioù tang, pincet

piñsin m -où wijwatervat; n’eo ket a-walc’h staotat er piñsin ha mont er-maez da
c’hoarzin
het volstaat niet te plassen in het wijwatervat en naar buiten te
gaan om te lachen (je moet ook de gevolgen dragen)

piñsinad m -où inhoud van een wijwatervat

piñsin-badeziñ m doopvont

piñsin-dour-binniget m wijwatervat

pint m -ed vink

pint² m -où pint ; karafje, kan voor wijn of water

pintad m inhoud van een pint ; pintje

pintal ww overdadig drinken, zuipen

pintek bn met een punt (muts)

pinter m -ed vink

pintet bn hoog gezeten (op een tak)

pinvidig m pinvidien rijke

pinvidigezh [pK~nvi'di:gEs] v  ioù rijkdom

pinvidik [pK~n'vi:dik] bn rijk; pinvidik-mor, pinvidik-parfont schatrijk

pinvidikaat ww rijk worden, zich verrijken; ar paour, pa binvidika, gwashoc’h
evit an diaoul ez a
de arme, als hij rijk wordt, wordt slechter dan de duivel

pinvidikadur m -ioù het zich verrijken, het rijk worden

pioch bn binnenwaarts gekeerd (voet)

pioka m zeewier Chondrus crispus, gebruikt in de papierfabricage

Pioueol plaatsnaam Péaule

pip v -où ton, vat

pipad v -où inhoud van een ton/vat ; oude inhoudsmaat

pipww de rest opeten, zijn hele bord uiteten

piped m -où spil, pin, as

pipetenn v -ed kokette vrouw (fam)

pipi m -ed saletjonker

pipial ww piepen

pipoul m postelein

piramidel bn piramidaal

piramidenn v -où, piramidoù piramide

pirc’hirin m -ed pelgrim; kanevedenn diouzh ar mintin, sin vat d’ar pirc’hirin
regenboog in de morgen, goed teken voor de pelgrim

Pirc’hirin, Ar Pirc’hirin plaatsnaam Le Pellerin

pirc’hirinadenn v -où pelgrimage, bedevaart

pirc’hirinww op bedevaart gaan

pirc’hirinded v -où, pirc’hirinerezh m -ioù pelgrimage, bedevaart

pirc’hirindour m -ien pelgrim

pireneat bn Pyrenees

Pireneoù meerv Pyreneeën

pirien meerv van par pairs

pirilh m -où gevaar

pirilhww in gevaar brengen ; vergaan, óndergaan

pirilhus bn gevaarlijk

pirit m -où pyrite

pirofor m -où substantie die vanzelf ontbrandt bij contact met lucht

pirometr m -où pyrometer

pirometrek bn pyrometrisch

piron m -où, pironenn v -où maag; ingewanden

piroteknek bn pyrotechnisch

pirotekniezh v pyrotechniek

piroteknikour m -ien pyrotechnicus

pishaat ww duidelijk worden/maken, preciseren

pishañ superlatief van pizh

pishoc’h bn juister, preciezer

pismigadenn v -où (een) uiting van kritiek

pismig [piz'mi:ga~] ww moeilijk doen (bv. voor het eten); kritiek uitbrengen

pismigellat ww zijn werk doen met horten en stoten

pismiger m -ien man die nooit tevreden is met het eten ; moeilijk man, criticaster

pismigerezh m kritiek, het kritiseren

pismigoù meerv grimassen, maniertjes

pismigus bn gemakkelijk kritiserend, moeilijk, veeleisend

pistachenn v -où pistache, groene amandel

pistachenn-douar v aardnoot

pistachez col groene amandels

pistig m -où steek (in de zij); pijnscheut

pistigadur m -ioù steek ; lichte verwonding

pistigww steken ; steken (in de zij) veroorzaken

pistigenn v - in fontañ e bistigenn zijn goed verkwisten (fam)

pistigus bn stekend

pistol m -ed, -où pistool (oude gouden munt)

pistolenn v -où pistool

pistolenn-dro v pistolennoù-tro revolver

pistri m gif, vergift

pistriww vergiftigen

pistrier m -ien gifmenger

pistrius bn giftig, vergiftig

pistroll m -ed steltloper (vogel)

pitach m -où dwaasheid

pitagorad m pitagoriz Pythagoreeër

Pitagoras mansnaam Pythagoras

pitagoregezh v leer van Pythagoras

pitaod m -ed rijkaard

pitaouennek bn zonderling (man)

pitaouer m -ien liederlijk man

pitell m -ed, piteller m -ien man die zich moeit in het huishouden

piti in boulloù piti knikker

pitilh bn dwaas ; dwaas verliefd (gant, ouzh op) ; moeilijk te bevredigen

pitoez m onderste uiteinde van de steel van een zeis

pitouch m -ed zonderling man

pitouilh bn van een lekkerbek ; kieskeurig wat het eten betreft

pitouilhat ww met lange tanden eten

pitouilher m -ien dagloner voor het oogsten van zeewier

pitrouilhez col vodden, lompen

piv ['piw] bw wie

pivoen m -où pioenroos

piz col erwten ; tennañ d’ar bizenn loten, strootje trekken

pizaj m soort zeewier (fucus vesiculosus)

pizww uitbreken (van zweet)

pizañs m stro van erwtenstengels

piz-bihan col kleine erwtjes

piz-bras col bonen

piz-c’hwerv col lupine

pizeg v -i, -où veld erwten

pizek bn met een overvloed aan erwten

pizel m wikke

pizennww uitbreken (van zweet)

pizennek bn eigen aan peulgewassen

pizh ['pi:s] bw/bn juist, precies, minutieus ; oplettend ; gierig

pizhard m -ed vrek

pizhardenn v -ed gierige pin

pizhded v, pizhder m juistheid, precisie ; aandacht; gierigheid

pizhderi v gierigheid

pizhenn v -ed gierige pin

pizhoni v gierigheid

pizhskejadur m -ioù ontleding, sectie

pizhskejww ontleden, opensnijden

pizhskrivww kalligraferen

pizhskriver m -ien kalligraaf

pizhskriverezh m kalligrafie

pizhskriverezhel bn kalligrafisch

piz-logod col wikke

piz-moc’h col wilde erwten; eikels

piz-munut col kleine erwtjes


  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina