Pieter bogaard de zesde naam op de lijst



Dovnload 14 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte14 Kb.
Harry L. Bogaard tekst voor 7 oktober 2014 bij ‘Het Haantje'

Wij herdenken hier vanavond tien mannen. Vandaag is het zeventig jaar geleden, dat zij op deze

plek werden vermoord. We staan hier met nog enkele van de directe nabestaanden; en verder

staan onze familieleden en vrienden van de tweede en de derde generatie hier om ons heen.

Over één van de tien namen op het monument voor ons mag ik u wat vertellen.

PIETER BOGAARD de zesde naam op de lijst.

Mijn vader, geboren in Alphen aan den Rijn op 7 april 1902. Op de dag die wij nu herdenken was hij

42 jaar en 5 maanden oud.

Oudste zoon van een schipper, kleinzoon van een schipper en zelf ook een groot deel van zijn

leven schipper. Beurtschipper, heette het toen.

Zijn opa, ook Pieter Bogaard (!) , moet al vóór 1850 met een praam zijn gaan varen in Aarlanderveen

en omgeving. Trekkend of duwend met handkracht, hangend in het “zeel”. Na jaren kwam daar een

paard voor in de plaats. Rond ’14 –’18 was er een schuit, die een zeil had. En in de jaren twintig

zelfs een motorschip! Heel hard werken; taaie, pezige kerels. De meeste lading in het binnenland

ging toen nog per schuit verhuizingen, stukgoed, vee. Vaak bij nacht over de meren. De beide

rivieren vernoemd: “De Rijn en Gouwe”, zó kende men deze firma. Na de Eerste Wereldoorlog ging

het tijdenlang goed: een tweede boot, een sleepbootje zelfs. En veel werk, voor Opa, Pieter, broer

Anne en de knecht Hannes.

Begin jaren dertig trouwt Pieter – dwars tegen traditie en usance in – met een Róóms meisje!

(maar wel het mooiste meisje van Alphen, die Nelly Meijers!)

Ik heet Harry en werd in 1932 geboren, mijn beide zusjes in ’33 en ’34 Rietje en Corry.

Vlak vóór die tweede baby kwam, stond plotseling het huis in lichterlaaie. Middenin de nacht,

Op blote voeten in de vrieskou naar buiten: alles kwijt…

Een catastrofe: voor moeder werd voortaan haar levenlang iedere gebeurtenis gedateerd volgens

één stelregel: vóór of na de brand… En er kwam méér onheil: de crisis van eind jaren twintig sloeg

nu ook in hun zakelijk leven toe. “Rijn en Gouwe” ging failliet. De pas aangeschafte vrachtauto

raakte bij aan ernstige aanrijding total-loss.. En drie gezinnen raakten brodeloos. Samen met die

honderdduizenden anderen. Tot in de oorlog probeerden opa en mijn vader op allerlei manieren

rond te komen. In 1940 was er een baantje, als portier bij een fabriek in Breda. Daar gingen mijn

ouders toen wonen, en probeerden ze hun leven weer op de rit te krijgen: ook hier.

En dan worden de omstandigheden in de oorlog gaandeweg feller, verbetener. Honderdduizend

joden hebben de Duitsers erg genoeg tamelijk geruisloos weten weg te sluizen, naar hun

vernietiging, Anne Frank als één van de laatsten, augustus 1944.

Maar dan komt de oorlog echt dichterbij: 6 juni 'D-day', invasie; september Slag om Arnhem, zojuist

herdacht. Paniek bij de landverraders, als men denkt, dat de geallieerden bij ons al de grens over

zijn… Ten onrechte. ‘Dolle Dinsdag’, zei men.

Onze regering in Londen kondigt van daaruit de Algemene Spoorwegstaking af. Die onmiddellijk zijn

beslag krijgt: het spoorwegnet komt plat te liggen! Wat echter géén succes is. Welk lot treft

al die duizenden spoorwegmensen: machinisten – conducteurs – rangeerders – wisselwachters?

Die dreigen te verkommeren, zonder enig inkomen. En dan zijn er een paar knappe koppen bij

de Nederlandse Bank: zij zien kans, enorme kapitalen te reserveren voor met name dit doel:

al die mensen financieel te hulp te komen. Iedere week zal hen het geld, dat ze nodig hebben,

persoonlijk worden overhandigd. En hier komt Vader Pieter ook in beeld. Hij werd één van dat

team en bezocht trouw zijn ‘contribuanten”. Verzetsnaam: PIET HAAG

In de weken ervoor hebben ze hun kinderen in veiligheid gebracht bij zijn broer in Breda. Maar in

augustus heb ik nog ruim een week bij hen in Den Haag kunnen logeren op hun onderduikadres

(heb ik me pas achteraf gerealiseerd…); ik was geslaagd voor het toelatingsexamen Gymnasium, en

mijn ouders waren daar apetrots op… Dat was allemaal in de Schilderswijk (de Hoefkade!)

Van zijn werk “met dat geld” vond ik jaren later een agendaatje van Vader: achterin stond heel klein

een soort code: D 20 – L 15 – K 25 enz. Waarschijnlijk was dit zijn “boekhouding”, heb ik toen

bedacht…


Heel treurig, dat in deze weken een “mol” heeft weten te infiltreren in deze verzetsgroep, de V-man

Breed (een “verrader”) heeft met de Sicherheitsdienst een hinderlaag gelegd op het

contactadres van deze groep aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag.

Dat gebeurde op 30 augustus 1944. De arrestanten werden naar de gevangenis in Scheveningen (het

‘Oranjehotel’) gebracht. Daarvan werden we pas een week later in Breda op de hoogte

gebracht. Het werk van een koerier, meneer Bezemer, van het verzet, kwam ons dat nieuws

brengen… Let wel, dat deed hij op 7 oktober…

Wij hebben de week erna in heel grote spanning geleefd, en gehoopt op een mogelijke vrijlating.

Die kans is er geweest, heb ik achteraf gehoord. Maar die kans is in de grond geboord,

toen de vrijdag erop, in de nacht van 6 oktober, door een andere verzetsgroep de spoorlijn

hiernaast werd opgeblazen. Het tarief daarvoor was heel eenvoudig, volgens de Gestapo:

tien man fusilleren…

En die mannen waren net voorhanden, dankzij deze recente arrestatie. En zo geschiedde op de

zaterdag erna, einde van de morgen.

In een week waarin ook het gruwelijke feit van de Razzia in Putten plaatsvond, ook na een

verzetsdaad, en daar met zo’n 550 slachtoffers.

En dat vader en zijn vrienden écht gedood waren, hoorden we dus pas rond half oktober…

Moeder moest in haar vreselijke verdriet naar haar broer in Leiden toe. Daar heeft ze de

verschrikkelijke hongerwinter mee moeten maken. En terwijl wij in Brabant inmiddels

bevrijd werden door Poolse troepen, onder bevel van Gerenaal Maczek, waren de verbindingen

tussen Noord-Brabant en de Randstad vrijwel geheel verbroken. Pas begin juli 1945, maanden ná

de bevrijding, wist zij ons in Breda te bereiken, na een uiterst moeizame tocht, broodmager en

uiterst moedeloos.

Ik moet hier nog wel even zeggen, met echte dankbaarheid, dat er voor mensen, zoals mijn moeder

en haar kinderen, al spoedig uitermate hartelijk en ruimhartig is zorg gedragen door de Stichting 40-

45.


Heel jammer, dat pas vlak na het overlijden van moeder op 10 augustus 1980 (bijna 80 jaar oud) ons

een brief bereikte, waarin de postume toekenning van het Verzetsherdenkingskruis aan mijn vader

werd meegedeeld. In september 1980 mocht ik uit handen van Prins Bernhard deze

onderscheiding in ontvangst nemen. Voor ons betekende dit een wezenlijke erkenning



van vaders’ bescheiden rol in het grote geheel van het verzet in ons land…



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina