Piramidaal provinciaal



Dovnload 74.03 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte74.03 Kb.








Atletiek









Piramidaal provinciaal















1

CATEGORIEEN











Miniemen (A + B) : jongens – meisjes

Cadetten (A + B) : jongens – meisjes

Scholieren ( A + B) : jongens – meisjes

Junioren : jongens – meisjes














2

DEELNAME











2.1 Nummers

Miniemen meisjes Cadetten meisjes Scholieren & junioren meisjes

100m 100m 100m

800m 800m 800m

1500m 1500m 1500m

kogel 2 kg kogel 3 kg kogel 3 kg

hoog (1.00m)* hoog (1.10m)* hoog (1.20m)*

Ver Ver Ver

4x100m 4x100m 4x100m


Miniemen jongens Cadetten jongens Scholieren & junioren jongens

100m 100m 100m

800m 800m 800m

1500m 1500m 3000m

kogel 3 kg kogel 4 kg kogel 5 kg

hoog (1.10m)* hoog (1.20m)* hoog (1.30m)*

Ver Ver Ver

4x100m 4x100m 4x100m


(…)* = aanvangshoogte – klimming per 5 of 10 cm is afhankelijk van de organisatie
2.2 Een schoolploeg bestaat uit 1 leerling per individueel nummer eventueel aangevuld met andere leerlingen om het aflossingsteam te vormen.
2.3 Eenzelfde atleet mag aan een tweede nummer deelnemen (geen 2 individuele loopnummers), dat evenwel niet voor het ploegenklassement in aanmerking komt. Iedere leerling moet vooraf zijn eerste keuze kenbaar maken. In het individueel nummer kan wel een titel behaald worden.













3

MATERIAAL











De deelnemers zorgen zelf voor voldoende veiligheidsspelden.
















4

WEDSTRIJDREGLEMENT











4.1 LOOPNUMMERS

100m en 4x100m in banen (loting). Alleen bij de 100m worden reeksen en een finale gelopen. Tot de finale worden toegelaten: de beste tijden afhankelijk van het aantal banen.

Bij de overige loopnummers wordt onmiddellijk een finale gelopen. Indien er toch meerdere reeksen zijn, wordt een rangschikking gemaakt volgens gelopen tijden.


Er geldt een nultolerantie bij een valse start voor alle categorieën, behalve voor de miniemen

  • Miniemen A : nadat eenzelfde atleet 2 valse starts veroorzaakte wordt deze uitgesloten.

  • Miniemen B : idem, maar de prestatie van de leerling die een valse start veroorzaakt kan niet gehomologeerd worden (in tegenstelling tot min.A). De prestatie telt wel mee voor het klassement en de medailles.

4.2 KAMPNUMMERS



Verspringen en kogelstoten: elke deelnemer heeft recht op 3 pogingen. De 8 best gerangschikten krijgen 3 bijkomende pogingen, indien organisatorisch mogelijk. Indien een leerling een loopnummer en verspringen of kogelstoten combineert en deze proeven op hetzelfde moment plaatsvinden, krijgt de leerling de resterende pogingen van het kampnummer na de loopproef, indien organisatorisch mogelijk.

Hoogspringen: 3 pogingen. Als een leerling het hoogspringen combineert met een loopnummer en deze 2 proeven op hetzelfde moment plaatsvinden, dan dient de leerling een keuze te maken. Deelnemen aan de loopproef heeft tot gevolg dat hij / zij opnieuw aansluit bij het hoogspringen op de hoogte die op dat ogenblik door de anderen wordt betwist.














5

RANGSCHIKKING











5.1 Per nummer en per categorie wordt een ploegenrangschikking en een individuele rangschikking opgemaakt.


5.2 Onvolledige ploegen komen niet in aanmerking voor de ploegenrangschikking. Uitzondering wordt gemaakt voor de afwezigheid op één proef (uitgezonderd de aflossing) waarbij de afwezigheid gelijkgesteld wordt met opgave.
5.3 De ploegenrangschikking wordt opgemaakt aan de hand van de beste prestatie van 6 verschillende leerlingen in de individuele proeven (100m, 800m, 1500-3000m, hoog, kogel en ver) en de prestatie in de aflossingsproef; behaalt een zelfde leerling(e) het beste resultaat in 2 proeven, dan dient zijn/haar prestatie in één van de 2 proeven te worden vervangen door de beste prestatie van een schoolgenoot; bij meerdere mogelijkheden wordt de prestatie van die leerling(e) in aanmerking genomen met het beste resultaat voor de ploeg tot gevolg (er dient dus vooraf geen proef meer gekozen te worden die in aanmerking komt voor de ploegenrangschikking).
5.4 De punten worden als volgt toegekend en dit voor elk nummer: iedere deelnemer krijgt evenveel punten als de plaats die hij behaalde in de ploegenrangschikking, behalve de eerste die nul punten krijgt.
Voorbeeld met 10 ingeschreven ploegen:
Plaats: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Punten: 0 2 3 4 5 6 7 8 9 10


5.5 Bij opgave, diskwalificatie of ongeldige pogingen worden de punten van de laatste +1 toegekend.
5.6 Bij ex aequo beslist de aflossingsproef.

Piramidaal Vlaams














1

CATEGORIEEN











Zie provinciaal















2

DEELNAME











2.1 Nummers: zie provinciaal

LET OP: aanvangshoogte bij het hoogspringen :

min. M: 1.10m; nadien 1.20m; vervolgens stijging per 5 cm.

min. J: 1.30m; vervolgens stijging per 5 cm

cad. M: 1.20m; nadien 1.30m; vervolgens stijging per 5 cm

cad. J: 1.30m; nadien 1.40m; 1.50m; vervolgens stijging per 5 cm

sch. M: 1.30m; nadien 1.40m; vervolgens stijging per 5 cm

sch. J: 1.40m; nadien 1.50m; 1.60m; vervolgens stijging per 5 cm
2.2 Een leerling kan zich enkel plaatsen voor het Vlaams kampioenschap op voorwaarde dat er minimum 4 deelnemers uit zijn /haar school voorkomen in de provinciale uitslagenbundel.
2.3 Worden tot het Vlaams kampioenschap toegelaten:


  • Per provincie en per categorie: de 2 best gerangschikte schoolploegen. Indien die niet deelnemen, komen (in dalende volgorde) – de 3de, 4de, enz. in aanmerking.

  • De 5 best gerangschikte deelnemers per nummer en per categorie en de eerste 2 aflossingsploegen van het provinciaal kampioenschap.

2.4 Een schoolploeg bestaat uit 1 leerling per individueel nummer eventueel aangevuld met andere leerlingen om het aflossingsteam te vormen.




    1. Eenzelfde atleet mag aan een tweede nummer deelnemen (geen 2 individuele loopnummers), dat evenwel niet voor het ploegenklassement in aanmerking komt. In voorkomend geval dient vooraf duidelijk gemeld te worden welk nummer meetelt voor het ploegenklassement en welk individueel is. In het individueel nummer kan wel een medaille of titel behaald worden.















3

MATERIAAL











Zie provinciaal















4

WEDSTRIJDREGLEMENT











Zie provinciaal















5

RANGSCHIKKING











Zie provinciaal


Informatie over atletiek is te vinden op www.val.be (Vlaamse Atletiekliga).











Atletiek indoor








Open kampioenschap















1

CATEGORIEEN











Miniemen A – Miniemen B: jongens – meisjes

Cadetten (A + B): jongens – meisjes

Scholieren (A + B): jongens – meisjes

Junioren: jongens – meisjes














2

DEELNAME











2.1 Nummers


Miniemen meisjes Cadetten meisjes Scholieren & junioren meisjes

60m 60m 60m

200m 200m 200m

800m 800m 1500m

kogel 2 kg kogel 3kg kogel 3kg

hoog (1.00m)* hoog (1.10m)* hoog (1.20m)*

Ver Ver Ver
Miniemen jongens Cadetten jongens Scholieren & junioren jongens

60m 60m 60m

200m 200m 200m

800m 800m 1500m

kogel 3 kg kogel 4 kg kogel 5 kg

hoog (1.10m)* hoog (1.20m)* hoog (1.30m)*

Ver Ver Ver
(…)* = aanvangshoogte
Aanpassingen beginhoogtes:

min. M: 1m; nadien 1.10m; 1.20m; vervolgens stijging per 5 cm.

min. J: 1.10m; nadien 1.20m; 1.30m; vervolgens stijging per 5 cm

cad. M: 1.10m; nadien 1.20m; 1.30m; 1.40m; vervolgens stijging per 5 cm

cad. J: 1.20m; nadien 1.30m; 1.40m; 1.50m; 1.60m; 1.70m; vervolgens stijging per 5 cm

sch. M: 1.20m; nadien 1.30m; 1.40m; vervolgens stijging per 5 cm

sch. J: 1.30m; nadien 1.40m; 1.50m; 1.60m; 1.70m; vervolgens stijging per 5 cm
2.2 Deelname

Een school moet per organisatie met minstens 4 leerlingen deelnemen.

Bij miniemen zijn 6 deelnemers / school / geboortejaar / proef toegelaten.

Bij cadetten en scholieren wordt de deelname beperkt tot 3 deelnemers per school / categorie / loopproef en 2 deelnemers per school / categorie / kampnummer.




    1. Er worden geen deelnemers buiten wedstrijd toegelaten.

2.4 Eenzelfde atleet mag aan 2 proeven deelnemen.















3

MATERIAAL











De deelnemers zorgen zelf voor voldoende veiligheidsspelden.















4

WEDSTRIJDREGLEMENT











4.1 Loopnummers





  • 60 m in banen. Er worden reeksen en een finale gelopen. Tot de finale worden toegelaten: de 8 beste tijden.

  • 200 m in banen. Er worden alleen reeksen gelopen. De rangschikking gebeurt volgens tijd.

  • 800 m en 1500 m: rangschikking volgens tijd.

  • De officiële startreglementering wordt toegepast : nultolerantie bij een valse start voor alle categorieën, behalve voor miniemen A.

  • Miniemen A : nadat eenzelfde atleet 2 valse starts veroorzaakte wordt deze uitgesloten.

4.2 Kampnummers


Kogelstoten - verspringen: 3 pogingen * . Indien een leerling een loopnummer en verspringen of kogelstoten combineert en deze proeven op hetzelfde moment plaatsvinden, krijgt de leerling de resterende pogingen van het kampnummer na de loopproef, indien organisatorisch mogelijk.
Hoogspringen: miniemen A: 2 pogingen; miniemen B: 3 pogingen*; cadetten en scholieren: 3 pogingen*. Deelnemen aan de loopproef heeft tot gevolg dat hij / zij opnieuw aansluit bij het hoogspringen op de hoogte die op dat ogenblik door de anderen wordt betwist.
* het aantal pogingen kan gereduceerd worden naar 2 afhankelijk van het aantal inschrijvingen en wordt bepaald bij de aanvang van de wedstrijd.














5

RANGSCHIKKING











Per nummer en per categorie wordt een individuele rangschikking opgemaakt. Bij de miniemen wordt een individuele rangschikking per geboortejaar opgemaakt.


Informatie over atletiek is te vinden op www.val.be (Vlaamse Atletiekliga).






SCHOOLSPORTVADEMECUM 2012 – 2013 - ATLETIEK

01.09.12






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina