Pol, de vertrouwde eerste vraag : stel uzelf even voor ?



Dovnload 14.03 Kb.
Datum03.10.2016
Grootte14.03 Kb.

POL SIMOENS


In tegenstelling met de andere adviesorganen, heeft de adviescommissie van de academie voor Schone Kunsten een minder gepolitiseerde werking”.


Leopold (of Pol) Simoens werd onlangs door het stadsbestuur gehuldigd. Vandaag, in 1984 zetelt deze amateur-beeldhouwer namens de SP gedurende 25 jaar in de adviescommissie van de Academie voor Schone Kunsten. Meteen een aanleiding tot een gesprek met deze nu 66-jarige partijgenoot en ex ABVV-bode.
Pol, de vertrouwde eerste vraag : stel uzelf even voor ?
Ik ben nu sinds mijn 60ste bruggepensioneerd. Vanaf 1951 werkte ik als vakbondsbode bij het ABVV-Aalst. Aanvankelijk was ik echter zelfstandig beeldhouwer bij Fons Uylebroeck. Later heb ik nog gedurende een drietal jaren als steenhouwer bij Michel Verhulst gewerkt. In 1949 kon ik om gezondheidsredenen dit toch wel zware beroep niet verder zetten.

Eigenlijk ben ik afkomstig van Brugge, maar sinds 1926, ik was toen 8 jaar, woont onze familie in Aalst. Hier trouwde ik met Maria Uylebroeck. Onze enige dochter Liliane is gehuwd met de vroegere partijvoorzitter van Aalst-Centrum Sylvain Bogaerts.


Uw ouders werden verplicht om in minder gunstige omstandigheden Brugge te verlaten.
Inderdaad, mijn ouders Evarist en Palmyre Simoens, nu respectievelijk 88 en 89 werden om hun socialistische overtuiging in Brugge gebroodroofd. Desondanks is mijn vader steeds een actief socialist gebleven, nu nog is hij partijlid en tot een paar jaar geleden was hij ook bestuurslid van de socialistische gepensioneerdenbond.

Je ziet, nu worden velen partijlid om een job te bekomen, toen bleef men socialist ook al verloor men er zijn job door ! Aan de jongeren om hier eens over na te denken.


Wil u dit voorval even toelichten ?
Mijn vader kwam als arbeider, hij was witte steenhouwer, steeds voor zijn rechten op. Ten tijde van onze grote socialistische voorman Achiel Van Acker, was 1 mei nog geen officiële feestdag. Mijn vader had tegen het verbod in van zijn werkgever toch deelgenomen aan de 1-mei optocht. Hij was muzikant bij de socialistische fanfare “Werkerswelzijn”. De patroon stond toen aan het volkshuis te kijken naar personeelsleden die durfden deelnemen. En ja, de volgende dag werd mijn vader ontslagen. Zijn patroon had bovendien de andere Brugse werkgevers op de hoogte gebracht, zodat mijn vader in zijn geboortestad geen werk meer kon vinden. Vermits er in 1927 nog geen werkloosheidsvergoeding bestond waren wij genoodzaakt te verhuizen naar een andere stad. Je moet zoiets meemaken om te weten wat armoede en vooral de ontzettend vernederende onmacht betekent. Alleen de solidaire arbeidersstrijd heeft hierin verbetering kunnen brengen.

De eigenlijke aanleiding voor dit gesprek was uw nu 25-jarig lid zijn van de besturende commissie van de Academie voor Schone Kunsten ; een rijke ervaring ?

Sinds 1952 ben ik socialistisch afgevaardigde in deze stedelijke adviescommissie. Echter niet ononderbroken ; tijdens de vorige legislatuur werd ik, eigenlijk wel onverwacht, vervangen door Roger D’Hondt. In 1982 kreeg ik opnieuw de kans in deze commissie te zetelen. Onlangs werd ik voor mijn 25-jarig lidmaatschap door het stadsbestuur gehuldigd.


Wat is de eigenlijke taak van deze commissie ?
De commissie geeft adviezen aan het stadsbestuur m.b.t. de werking van de academie. De meest uiteenlopende aspecten komen hier ter sprake : aanstellingen, uurroosters, examens, opgelegde saneringen, infrastructuurproblemen, e.a.

Kan er in deze commissie sprake zijn van een socialistische inbreng ?

In mindere mate. In tegenstelling met de andere adviesorganen is in deze commissie niet de verantwoordelijke schepen voorzitter ; wat meteen een aanduiding is voor het weinig gepolitiseerd karakter van deze commissie. Hoewel zich rond bepaalde aspecten, spijtig genoeg, een aan het stadsbestuur gelijklopende meerderheid aftekent : de verkiezing van de voorzitter was hiervan een sprekend voorbeeld. Van een socialistische inbreng kan hier dus weinig sprake zijn, en dat heeft ook te maken met de beperkte interesse vanuit de partij. De inbreng van het partijbestuur beperkt zich immers tot onze aanduiding, verder is er van opvolging geen sprake.


Het is nu wel de bedoeling om via geregelde overlegvergaderingen tussen onze afgevaardigden in de verschillende adviesorganen tot een beter overleg te komen.
Ja, dit initiatief van secretaris Guido Moens is zeer waardevol. Zo zullen wij in de toekomst tot een betere wisselwerking met de partij kunnen komen en al een toch wel noodzakelijke politieke beleidslijn kunnen vastgelegd worden. Dit zal de individuele inbreng van onze vertegenwoordigers ten goede komen. Eindelijk zullen we ergens terecht kunnen met onze problemen.

Wanneer u de werking van 25 jaar terug vergelijkt met die van nu, zijn er dan opmerkelijke verschillen waarneembaar ?

25 jaar terug verliep alles veel gemoedelijker. Vandaag is alles zeer gespecialiseerd geworden ; er bestaan nu 101 nationale richtlijnen, omzendbrieven, wetten en decreten waarmee moet rekening gehouden worden. Wij werden in een administratief en financieel keurslijf gedrukt.


U bent wellicht één van de meest ervaren commissieleden, vermits uzelf de academie als leerling hebt doorlopen.
Als toekomstig witte steenhouwer werd ik op tienjarige leeftijd van thuis uit verplicht naar de academie te gaan. Toen moest men nog 10 jaar doorlopen : gaande van lijntekenen, over ornamenten, blokken, halve koppen, koppen, tors, figuur, naar levend model. Op de binnenplaats van de academie staat nog een basreliëf van mij tentoongesteld. In de academie behaalde ik verschillende medailles waaronder de grote zilveren medaille voor beeldhouwkunde en de bronzen medaille voor boetseren.

Nam u geregeld deel aan tentoonstellingen ?

Eigenlijk niet, wel heb ik eens samen met andere academieleerlingen deelgenomen aan de wereldtentoonstelling in Parijs. Ook in Aalst stelde ik in 1940 samen met anderen ten toon in het Belfort, maar hier heb ik eerder slechte herinneringen aan overgehouden.


Na een inspectiebezoek van de Duitse bezetter kreeg ik immers voor mijn gezin geen rantsoenzegels meer. De Duitsers gingen ervan uit dat ik voldoende geld kon verdienen met de verkoop van mijn beeldhouwwerken. Zodoende was ik genoodzaakt om naar Frankrijk te gaan werken.

Heeft de Aalsterse academie grote kunstenaars voortgebracht ?

In de voorbij 180 jaar, de academie werd opgericht in 1805, hebben meerdere nu gekende kunstenaars school gelopen in Aalst, Louis Paul Boon heeft nog samen met mij op de banken gezeten. Ook Modest Van Mulders, Louis Van Der Meirsch, Louis Van Der Meirsch, Jozef De Schrijver en zovele anderen.



Ooit laureaat van de arbeid geweest ?

Neen, aan deze wedstrijden heb ikzelf nooit deelgenomen. Na mijn operaties kon ik trouwens nog slechts sporadisch beeldhouwen. Wel heb ik jarenlang in de jury van deze examencommissie gezeteld. In dit verband droom ik er reeds lang van ook in Aalst de arbeiderskunstenaars dichter bij mekaar te brengen. Onder onze militanten zijn er meerderen die reeds in één of andere kunstbranche bewezen hebben wat ze kunnen. Ik vind dat we ons in Aalst zouden moeten organiseren en een socialistische kunstkring tot stand brengen.



Wat zou de bedoeling zijn van zo’n kunstkring ?

Ik denk vooral aan interne uitwisseling, het opzetten van informatieavonden, bezoeken aan tentoonstellingen, eigen tentoonstellingen opzetten, enz. N.a.v. het 100-jarig bestaan van onze partij zou er toch een tentoonstelling kunnen opgezet worden met socialistisch geïnspireerde werken van onze eigen leden. Ook Bert Van Hoorick heeft hier ideeën over ; ik denk dat we ons gewoon eens moeten rond de tafel zetten en van start gaan.


De laatste jaren bent u ook sterk geïnteresseerd in de partijwerking. U nam zelfs deel aan de evaluatievergaderingen van de jongsocialisten m.b.t. de huidige partijwerking.
Ja, niet zonder reden heb ik deelgenomen aan deze enquête. Volgens mij, en de enquêteresultaten tonen aan dat ik niet de enige ben, moet er dringend werk gemaakt worden van een vernieuwde aanpak : coördinatie ontbreekt, meer algemene vergaderingen zijn noodzakelijk, iedereen moet kansen krijgen, jong en oud moeten opnieuw gaan samenwerken. Zoals Van Miert het zegt : “Samen sterk voor vrede en werk”.
Patrick De Smedt

Voor Allen – 1983





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina