Polen. Geschiedenis



Dovnload 86.2 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte86.2 Kb.

Polen.



Geschiedenis.

  • Voor historisch geïnteresseerden valt in Polen heel wat te beleven.

  • Het lot van Polen is sterk met de geschiedenis van Europa verbonden geweest en door zijn ligging tussen grote mogendheden als Rusland, Pruisen en Oostenrijk zijn er op het grondgebied van Polen veel oorlogen uitgevochten.

  • Omdat de geschiedenis een sterk stempel heeft gedrukt op de omgeving, de steden en de samenleving, zult u tijdens uw bezoek aan het land ongetwijfeld met de geschiedenis worden geconfronteerd.

  • Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen sinds de Middeleeuwen.

De Piasten.

  • Onder de in Polen gevestigde Westslavische stammen namen de Polanen, die tegen het einde van de Grote Volksverhuizing uit het oosten waren gekomen, na enige tijd de leidende positie in.

  • Vanaf het midden van de 9de eeuw ontstond in de omgeving van Gniezno en Poznań de basis van de Poolse staat.

  • Van hun vorsten, die zouden afstammen van de legendarische Plast, is Mieszko /de eerst bekende.

  • Zijn bekering in 966 wordt beschouwd als het begin van de staat Polen.

  • Tijdens de regering van Mieszko ving de kerstening van het volk aan.

  • Hij maakte gebruik van de kerk en de adel om zijn gezag in een groot gebied te vestigen.

  • Zijn zoon Bolesław I Chrobry (de Dappere) trad in diens voetsporen en annexeerde grote gebieden.

  • In 1000 werd in Gniezno het eerste aartsbisdom van Polen gestichten 25 jaar later werd hij tot eerste koning van Polen gekroond.

  • In het noorden van zijn gebied, het huidige Wielkopolska (Groot Polen) waren Gniezno, Poznań en Kalisz de belangrijkste nederzettingen.

  • In het zuidelijk deel, Mafopolska (Klein Polen), waren dat Krakau, Lublin, Sandomierz en Kielce. Groot en Klein Polen vormden de kern van het Poolse Rijk.

  • Zijn grondgebied omvatte verder het huidige Mazovië, Pommeren en Silezië.

  • Na de dood van de koning verbrokkelde het rijk, maar Kazimierz I Odnowiciel (de Vernieuwer) herstelde de eenheid en verplaatste de hoofdstad in 1040 naar Krakau.

  • Minstens zo voortvarend was Bolesław II Smiały (de Stoute), die in 1076 werd gekroond.

  • Aan zijn bewind kwam echter een einde toen hij in conflict raakte met de bisschop van Krakau. Nadat hij deze had laten terechtstellen, werd hij verbannen.

  • Na de dood van Bolesław II Krzywousty (de Scheefmond) in 1138 werd de staat tussen zijn vier zonen verdeeld.

  • Zij voerden elk hun eigen politiek en verdeelden het grondgebied op hun beurt weer verder onder hun erfgenamen, waardoor het rijk werd opgedeeld in steeds kleinere onafhankelijke hertogdommen.

  • Door de grote onrust die het gevolg was van de opdeling van het land, verwierven de adel en de geestelijkheid steeds meer macht.

  • De anarchie die hierdoor ontstond leidde in het noorden tot immigratie van Pruisen en in het zuiden tot invallen van Tartaren die in 1241 Legnica veroverden.

  • In 1225 werd door hertog Konrad van Mazovië een beroep gedaan op de kruisridders van de Duitse Orde look wel Teutoonse ridders genaamd).

  • Deze orde was tijdens de Derde Kruistocht ontstaan en had tot doel om heidenen op het christelijke pad te brengen.

  • Al spoedig bleek dat de ridders zich in hun handelen meer lieten leiden door het streven naar macht dan door bekeringsijver.

  • Weliswaar verdreef de kruisridderorde de vijand, maar hij bleek zelf uiteindelijk voor de bevolking een nog groter gevaar dan de Pruisen.

  • In 1275 hadden de ridders grote gebieden in het noorden veroverd, waar zij zich ook vestigden.

  • De verplaatsing van de zetel van de grootmeester naar Malbork in 1309 was kenmerkend voor de houding van de orde, die aan de handel van de Hanze deelnam en over een zeer goede organisatie beschikte.

  • Door de bezetting van het noorden had Polen in de 14de eeuw geen uitweg meer naar de Oostzee.

  • Intern wankelde het land door de onafhankelijkheid van de adel en de steden, van buitenaf werd het bedreigd door de Duitse Orde, Bohemen en het machtige Litouwen.

  • Koning Władysław I Łokietek (de Lange) trok ten strijde tegen de krachten die de Poolse overheersing bedreigden; hij begon met het herstel van de koninklijke macht.

  • Stukje bij beetje bracht hij het land onder zijn heerschappij en brak hij het verzet van de machtige steden.

  • In 1320 werd hij tot koning gekroond in Krakau, dat sedertdien als kroningsstad zou gelden. Kazimierz III Wielki (de Grote) zette de successen van zijn vader voort en kon na interne consolidatie ook weer een actieve buitenlandse politiek bedrijven.

  • Hoewel Silezië verloren ging aan de koning van Bohemen, veroverde hij met name in het zuidoosten nieuwe territoria zoals delen van de Oekraïne.

  • Door het gehele land bouwde hij kastelen voor de verdediging.

  • Bovendien versterkte hij de positie van de staat door de handel, de economie en de cultuur te bevorderen en de invoering van een uniforme rechtsorde.

  • Hij bood de joden, die tijdens de pestepidemie uit Midden Europa waren gevlucht, onderdak en stond hen autonome wetgeving toe.

  • Tijdens zijn bewind groeide de adel uit tot een politieke eenheid met eigen rechten en belangrijke ambtelijke functies, waardoor de grondslag van de latere adelsrepubliek werd gelegd.

  • Na zijn dood in 1370 kwam de troon aan de Anjous uit Hongarije.

  • De eerste vreemde vorst was Ludwik Wegierski (Lodewijk de Grote).

  • In 1384 werd zijn elfjarige dochter Jadwiga te Krakau tot koningin gekroond.

De Jagiellonen.

  • Jadwiga werd op twaalfjarige leeftijd gedwongen te trouwen met Jagiełło, groothertog van Litouwen.

  • Het huwelijk vond plaats op 18 februari 1386 en twee weken later werd Jagiełło gekroond tot koning van Polen waardoor Polen en Litouwen door een personele unie waren samengevoegd.

  • Hoewel het huwelijk kinderloos bleef en Jadwiga vroeg stierf, bleek het huwelijk politiek gezien een succes.

  • Jagiełło was in staat het hoofd te bieden aan de kruisridders die in 1410 in Grunwald werden verslagen.

  • Bovendien breidde hij het Poolse grondgebied aanzienlijk uit, waardoor het grondgebied van Polen zich uitstrekte van de Oostzee tot de Zwarte Zee.

  • Door de oudere beschaving, de meer ontwikkelde economie, een grotere territoriale samenhang en een dichtere bevolking werd Polen het politieke centrum van deze machtige staat.

  • Krakau werd het centrum van een machtig rijk dat sterk genoeg was om de Duitse expansie te bedwingen en de opmars van de orthodoxen en de Turken tegen te gaan.

  • Tussen Polen en Litouwen voltrok zich langzaam een proces van steeds verdergaande samenwerking en (uiteindelijk) éénwording.

  • Jagiełło werd in 1434 opgevolgd door zijn zoon Władysław til, die tien jaar later in de slag bij Varna tegen de Turken omkwam.

  • Zijn broer Kazimierz IV versloeg de Duitse Orde definitief.

  • Bij de vrede van Toruń in 1466 werd West Pruisen Pools en moest Oost Pruisen de Poolse leenhoogheid erkennen.

  • Doordat er door de nederlaag van de Duitse Orde weer een uitgang was naar de Oostzee, verplaatste het zwaartepunt van Polen zich langzamerhand naar het noorden.

  • Aan het eind van de 15de eeuw vonden er belangrijke veranderingen plaats in de politieke, economische en sociale structuur.

  • De szlachta (adel) werd steeds belangrijker.

  • De stijging van de landbouwproductie en de groei van het agrarisch bedrijf droegen bij aan de vergroting van de rijkdom van de szlachta, aan wie de grond en de boerderijen toebehoorden.

  • Zij had meer vrijheden en privileges dan elders in Europa en bezette alle openbare functies.

  • In de tweede helft van de 15de eeuw ontstond de Sejm, ook wel de Poolse Landdag genaamd.

  • Deze werd gevormd door een kamer met afgevaardigden van de szlachta en de senaat, waarin de ministers, de magnaten, de bisschoppen, de hoogste gezagsdragers en de legeraanvoerders zitting hadden en waarvan de zittingen door de koning werden bijgewoond.

  • Het Liberum Veto deed zijn intrede, waardoor elk besluit tot goedkeuring van wetten of het heffen van belastingen unaniem moest worden genomen.

  • De 16de eeuw was de Gouden Eeuw van Polen.

  • Het land was in deze tijd de grootste staat van Europa.

  • De Jagiellonen heersten in Polen, Litouwen, Letland, Wit Rusland, Ruthenië, Oekraïne, Hongarije en Bohemen.

  • De adel had het monopolie op het landbezit verworven, de boeren waren aan de gond gebonden en moesten herendiensten verrichten.

  • Politieke veranderingen waren niet mogelijk zonder toestemming van de adel.

  • De grenzen van Polen omvatten de glooiende vlakten van Wielkopolska, de dichte bossen van Litouwen, de moerassen van Wit Rusland en de uitgestrekte vlakten van de Oekraïne.

  • De grenzen liepen van Wielkopolska tot in Wit Rusland ver over de Dnjepr en van de Golf van Riga tot Moldavië en de Krim.

  • Binnen de grenzen van het gemenebest werd overvloedig graan verbouwd, maar ook perziken, noten, vijgen en meloenen.

  • Wijn kwam van druiven die groeiden op de hellingen in het zuiden.

  • De bossen van Litouwen leverden hout, was, honing en bont, terwijl aan de kusten barnsteen werd gevonden.

  • Naast graan werd veel wol en dons geëxporteerd, evenals steenzout, ijzer, lood, koper, zilver en lapis lazuli.

  • De handel bloeide en verschillende belangrijke handelsroutes kruisten elkaar in Polen.

  • De Hanzesteden in het noorden, die tot grote bloei waren gekomen, speelden een belangrijke rol in de economie van het land.

  • Hier verhandelde men goederen die over de rivieren werden aangevoerd.

  • Ook de rest van Polen profiteerde hiervan.

  • Koning Zygmunt I Stary (de Oude) droeg in grote mate bij aan de florerende cultuur.

  • Hij was getrouwd met Bona Sforza, een dochter van de hertog van Milaan.

  • Kunsten en wetenschappen bloeiden onder invloed van deze nauwe contacten met Italië.

  • Dank zij de universiteit van Krakau nam Polen actief deel aan de culturele vernieuwing van Europa en het humanisme.

  • De godsdienstvrijheid stimuleerde het geestelijk leven.

  • Naast katholieken, woonden in het land calvinisten, lutheranen, hussieten, Armeense christenen, joden en moslims.

  • Koning Zygmunt II August, die zijn vader opvolgde, was een melancholische figuur.

  • Zijn eerste vrouw werd door Bona Sforza vermoord.

  • Zijn tweede vrouw, koningin Barbara Radziwiłł, die bekend stond om haar schoonheid, stierf reeds na vier jaar.

  • Weer werd Bona Sforza ervan verdacht haar Milanese kunsten te hebben gebruikt.

  • Zijn derde huwelijk draaide uit op een mislukking, waardoor ook dit huwelijk kinderloos bleef.

  • Het rijk, dat door een personele unie werd gevormd, dreigde daardoor uiteen te vallen.

De Adelsrepubliek.

  • Intussen had zich binnen de adel een nieuwe klasse ontwikkeld die een belangrijke factor werd in het politieke leven.

  • De grote namen uit de Jagielloonse tijd raakten op de achtergrond en maakten plaats voor een oligarchie van zogenaamde magnaten, die het politieke toneel van Polen in de volgende eeuwen zou beheersen.

  • Rijke families als Radziwiłł, Lubomirski, Czartoryski, Zamoyski, Potocki en Branicki bezaten enorme gebieden, tientallen dorpen, steden en kastelen.

  • Zij hadden zoveel macht dat zij zich geheel onafhankelijk van het landelijk bestuur konden gedragen.

  • In het koninkrijk hadden zij vrijwel alle macht naar zich toegetrokken.

  • Zij gebruikten die voornamelijk voor hun eigen belangen.

  • Dit ging ten koste van de szlachta, waarvan de bezittingen door erfdelingen aanzienlijk geslonken waren en die zich steeds meer naar de wensen van de magnaten begonnen te gedragen.

  • Een belangrijke bijdrage aan het verval van Polen werd geleverd door het Liberum Veto, dat ertoe leidde dat magnaten en buitenlandse mogendheden door de 'koop' van afgevaardigden hervormingen konden tegenhouden.

  • De magnaten hadden in feite de macht in handen en gedroegen zich als onafhankelijke heersers.

  • Eén van de markantste voorbeelden van deze houding is prins Karol Radziwiłł, die bekend staat als 'pani kochanku' (mijn liefje) omdat hij gewend was mensen met die woorden aan te spreken.

  • Hij had een hofhouding met honderden bedienden en een privé leger dat tienduizenden manschappen telde.

  • Hij was minzaam en zeer populair, maar als hij dronk werd hij gevaarlijk.

  • Hij gaf grote feesten en banketten die vaak eindigden nadat hij iemand had neergeschoten.

  • Als hij daarvan berouw had, schonk hij een kerk of gaf hij een landgoed weg.

  • Toen zijn intendant eens opmerkte dat zijn levenswijze die van de koning in uitbundigheid overtrof, was zijn karakteristieke antwoord 'ik leef als een Radziwiłł, de koning kan doen wat hij wil.'

  • In 1569 kwam de adel in Lublin bijeen en sloot daar de Unie van Lublin waarbij door samenvoeging van Polen en Litouwen een adelsrepubliek tot stand kwam met een gezamenlijk parlement en aan het hoofd een gekozen koning.

  • In datzelfde jaar werd besloten dat de Sejm voortaan in Warschau samenkwam.

  • Na de dood van Zygmunt II August in 1572 begon de periode van de kieskoningen, waarbij de Sejm iedere koning bij zijn aanvaarding van het koningschap een aantal voorwaarden en garanties liet tekenen.

  • Ondanks het feit dat het politieke leven steeds meer door de hoge adel werd bepaald, was Polen het meest democratisch geregeerde land van die tijd.

  • De eerste gekozen koning was Henryk Walezy, de latere koning Hendrik III van Frankrijk.

  • Hij werd al snel opgevolgd door Stefan Bathory, prins van Transsylvanië.

  • Nadat de bisschop van Warmië in 1564 de jezuïeten het land had binnengelaten om de Contrareformatie op gang te helpen, verschafte Bathory de kerk nog meer middelen om de hervormingen te bestrijden.

  • Na de troonsbestijging van de fanatieke Zygmunt III Waza leek de Poolse Contrareformatie definitief te hebben gezegevierd.

  • In 1592 werd deze Zygmunt koning van Zweden, maar in 1604 verloor hij daar na veel problemen alweer zijn kroon.

  • Een jaar later vielen de Zweden op hun beurt Polen binnen.

  • Zij werden weliswaar verslagen, maar het was het begin van een reeks conflicten met Zweden die in 1618 zouden leiden tot de Dertigjarige Oorlog.

  • In 1609 verplaatste Zygmunt III Waza zijn residentie van Krakau naar Warschau.

  • De reden van de verplaatsing was dat de veranderde Poolse politiek steeds meer op Litouwen en de Oostzee werd gericht, een gegeven dat door de aanspraken van de koning op de Zweedse troon versterkt werd.

  • Władysław IV Waza, die zijn vader in 1632 opvolgde, voerde oorlog tegen de Russen en de Turken en stimuleerde de Contrareformatie van de protestants geworden adel.

  • De Dertigjarige Oorlog eindigde weliswaar in 1648 met de Vrede van Toruń, maar tijdens het bewind van Jan II Kazimierz Waza kwam het in 1654 tot een nieuwe uitbarsting van geweld.

  • De Kozakkenopstand in de Oekraïne leverde te samen met financiële tekorten ten gevolge van de vele oorlogen grote problemen op en betekende het verlies van een deel van de Oekraïne aan Rusland.

  • Tot overmaat van ramp haalde Janusz Radziwiłł in 1655 de Zweden binnen omdat hij zich in zijn koninklijke aspiraties bedreigd zag.

  • De 'Zweedse Zondvloed' richtte door het hele land onherstelbare schade aan.

  • Grote delen van het land moesten worden afgestaan aan Pruisen, Zweden en Rusland.

  • Polen kwam zwaar gehavend uit de crisis.

  • Delen van het land waren geheel ontvolkt, steden en kastelen totaal verwoest, de oogsten waren vernield en de handel lag vrijwel stil.

  • In 1672 verklaarde Turkije Polen de oorlog, maar op de dag na de dood van koning Michaf Korybut Wisniowiecki werd het Turkse leger door het Poolse leger onder leiding van Jan Sobieski verslagen.

  • De overwinnaar werd onder de naam Jan III Sobieski tot koning uitgeroepen.

  • In 1683 behaalde Jan Sobieski andermaal een overwinning op de Turken die Wenen belegerden en zo voorkwam hij de verspreiding van de Islam over Europa.

  • Onder zijn bewind beleefde Polen voor het laatst een tijd van politiek herstel en bloei.

  • Polen was nog steeds de grootste staat van Europa en na Rusland de grootste ter wereld.

  • Het succes van Sobieski verhinderde echter niet dat de staat steeds verder afbrokkelde.

  • Na het overlijden van Sobieski werd Polen de speelbal van vreemde mogendheden en de magnaten, die de koningskeuze bepaalden.

  • Het Liberum Veto vormde de grondslag voor anarchie en besluiteloosheid.

  • Zonder militaire of financiële middelen en ontdaan van elk centraal gezag raakte Polen in een toestand van anarchie die door de machtige buren werd gestimuleerd.

  • Met koning August II Mocny begon de Saksische tijd in Polen.

  • Hij was door bedreigingen en intrige op de troon gekomen en is meer bekend geworden door zijn barokke levenswijze en bouwlust dan door zijn politieke activiteiten.

  • Mede door zijn zwakke beheer taande het aanzien dat Polen kort daarvoor nog genoten had.

  • In 1704 werd Stanislaw Leszczyínski door de invloed van Frankrijk en de machtige familie Potocki tot koning gekozen.

  • Lang duurde zijn regering niet, want vijf jaar later kwam August II Mocny met hulp van tsaar Peter de Grote weer op de troon.

  • Na zijn dood volgde een successieoorlog, tussen de door Rusland gesteunde August III en de Poolse tegenkandidaat Stanislaw Leszczyński.

  • Na drie jaar werd Stanislaw met het hertogdom Lotharingen afgescheept.

  • Intussen raakte het land steeds verder in de crisis en werd de roep om hervorming van het staatsbestel steeds sterker.

  • De hervormingsplannen kregen de steun van onder andere de familie Czartoryski, die zich uiteindelijk van de macht meester maakte.

  • In 1764 deed deze familie een beroep op Rusland om hun neef tot koning te laten kiezen: Stanisław August Poniatowski was de laatste en misschien ook wel de bekendste koning van Polen.

  • Hij maakte een begin met vergaande hervormingen.

  • Met name de versterking van het leger en de afschaffing van het Liberum Veto zouden ertoe leiden dat de magnaten en buitenlandse mogend­heden hun invloed zouden kwijtraken.

  • Misnoegd omdat zij de greep op het land leken te verliezen dwongen de Pruisische koning Frederik II en tsarina Catharina II de Grote de landdag de vrije koningskeuze, het Liberum Veto en de adellijke privileges te herstellen.

  • Enkele Poolse edellieden die weliswaar niet hervormingsgezind waren, maar die wel de Russen wilden verdrijven, sloten een verbond, de Confederatie van Bar, waardoor een burgeroorlog ontketend werd.

  • Frederik II, Catharina II en Maria Theresia besloten over te gaan tot de verdeling van het land en in

  • 1772 werden grote delen van het land bij Pruisen, Rusland en Oostenrijk ingelijfd.

  • Wat er van Polen overbleef, was vervallen tot een protectoraat.

  • Onder invloed van de Verlichting en een groeiend nationaal besef wenste de bevolking het einde van buitenlandse inmenging en de anarchie in de binnenlandse politiek.

  • Tijdens de vierjarige Sejm (1788 1792) werd op 3 mei in 1791 een nieuwe grondwet aangenomen die de modernste van Europa was.

  • Onder invloed van de Franse Revolutie werd een constitutionele monarchie gevestigd.

  • Enkele magnaten weigerden de nieuwe verhoudingen te accepteren en zij sloten in 1792 onder leiding van Karol Radziwiłł de Confederatie van Targowica, die door de Russen werd gesteund.

  • In datzelfde jaar kwamen de hervormingsgezinde Polen in opstand onder leiding van Tadeusz Kovciuszko en Józef Poniatowski, een neef van de koning.

  • Deze opstand werd door Rusland neergeslagen en samen met Pruisen verdeelden zij in 1793 nogmaals grote stukken van het land.

  • Na een nieuwe mislukte poging van Kovciuszko om in opstand te komen tegen de bezetting werd ook datgene wat er van Polen was overgebleven tussen de drie grootmachten verdeeld.

  • Op 27 november 1795 werd Stanisław August gedwongen om af te treden.

  • Polen hield op te bestaan.

Polen tot het Congres van Wenen.

  • De drie bezettende machten begonnen het land onmiddellijk te koloniseren.

  • Veel Polen vluchtten naar Frankrijk en namen daar dienst in het leger, in de hoop het land te kunnen bevrijden.

  • Daar verbonden zij zich en namen onder leiding van Dabrowski in 1797 deel aan verschillende veldtochten die moesten leiden tot de bevrijding.

  • Ook Napoleon maakte gebruik van de Poolse troepen.

  • Na zijn overwinning op Pruisen en de vrede van Tilsit verloor Pruisen in 1807 een deel van zijn Poolse gebieden en vormde Napoleon het Groothertogdom Warschau.

  • In nauwe samenwerking met Frankrijk nam dit nieuwe groothertogdom met een leger van 100.000 man deel aan de veldtocht van Napoleon tegen Rusland, in de hoop de Russen uit de Poolse gebieden te verdrijven.

  • Met de val van Napoleon ging die hoop echter in rook op.

  • Bij het Congres van Wenen in 1815 werd het Koninkrijk Polen gevormd dat in een personele unie met Rusland werd verenigd.

  • Het kreeg een constitutie naar Frans model, maar de maatschappij­structuur bleef ongewijzigd.

  • De invloed van de adel bleef onveranderd, de boeren bleven aan de adellijke grootgrondbezitters onderworpen en de herendienst bleef bestaan.

  • Constantijn, de broer van de tsaar, kreeg de feitelijke macht over het land en de hoogste functies werden alle bekleed door Russen.

  • Het joodse deel van de bevolking, dat vooral in de oostelijke gebieden woonde, kreeg het onder het Russische bewind zwaar te verduren.

  • De meeste joden die in Polen woonden hadden in de loop der eeuwen goede posities verworven en zich aangepast aan de Poolse cultuur.

  • Dit veranderde in de 19de eeuw toen de joden, door de Zweedse oorlogen en Kozakkenovervallen zwaar getroffen, een groot deel van hun welvaart hadden verloren.

  • Door de omstandigheden werden ze genoodzaakt een positie in te nemen tussen de grootgrondbezitters en de boeren, bijvoorbeeld als rentmeester, handelaar of herbergier.

  • Door de slechte economische situatie in het land kregen zij het van beide zijden zwaar te verduren. De situatie werd verergerd door de komst van grote aantallen arme Russische joden.

  • Zowel katholieke als joodse Polen bekeken deze asielzoekers met argwaan, hetgeen versterkt werd door de Russische verdeel  en heerspolitiek.

  • De grootste bedreiging werd gevormd door de pogroms van de tsaristische politie in het door Rusland bezette oostelijk deel van Polen, waar de joden daadwerkelijk werden vervolgd in een poging hen op gewelddadige wijze te laten assimileren.

  • Krakau werd een vrije stadsrepubliek, maar Oostenrijk hield Galicië, dat, net als Pruisisch Polen, geen autonomie verkreeg.

  • Economisch was Galicië een achtergebleven gebied.

  • Hoge belastingen, bevoordeling van de Poolse adel boven de Oekraïense boeren en het achterwege laten van investeringen leidden ertoe dat Galicië in de 19de eeuw behoorde tot de armste delen van het Oostenrijkse keizerrijk.

  • De verdeeldheid tussen de katholieke Polen en orthodoxe Oekraïeners maakte het onmogelijk om in opstand te komen tegen de Oostenrijkse heersers.

  • In het Pruisische deel werd aanvankelijk zelfbeschikking toegestaan.

  • Verschillende hervormingen op het gebied van wetgeving, economie en scholing konden worden doorgevoerd, maar de sociale structuur bleef ongewijzigd.

  • Langzamerhand kwam in de verschillende delen de economie weer op gang door de uitvoer van landbouwproducten via Gdańsk, de textielindustrie in Łódź en de metaalbewerking in Warschau.

  • In Warschau, Krakau en Vilnius kwam het culturele en wetenschappelijke leven weer tot bloei.

Opstanden.

  • In 1830 ontkwam koning Constantijn in Warschau ternauwernood aan een aanslag.

  • De Polen werden na de mislukte opstand die daarop volgde door de Russen zwaar bestraft.

  • Autonomie beperkende maatregelen volgden om de bevolking in bedwang te houden.

  • Deelnemers werden verbannen, eigendommen werden geconfisqueerd en de universiteiten werden gesloten.

  • Na een opstand in hetzelfde jaar in het Pruisische deel werd ook hier het roer volledig omgegooid.

  • De adel kreeg minder macht, de kolonisering werd gestimuleerd en het Duits werd de belangrijkste taal.

  • In 1846 brak een opstand uit in Krakau.

  • Voor Oostenrijk was deze opstand een voorwendsel om de republiek Krakau te annexeren.

  • Als reactie op de Italiaanse éénwording ontstond ook in het koninkrijk Polen beroering, waarop enkele hervormingen werden doorgevoerd.

  • Russische ambtenaren werden vervangen door Poolse en de universiteit van Warschau werd weer geopend.

  • In 1861 werd tijdens een betoging weer de éénwording van Polen geëist.

  • Warschau werd belegerd, er vielen veel arrestaties en verdachten werden gedwongen dienst te nemen in het Russische leger.

  • Hierop brak een opstand uit die werd gesteund door de adel en de geestelijkheid, maar niet door de boeren, waardoor deze tot mislukken gedoemd was.

  • Opnieuw werd een schrikbewind uitgeoefend.

  • Ondanks enkele economische successen, zoals de bloei van de textielindustrie in Łódź, bleef het Russische deel van Polen grotendeels agrarisch.

  • Inmiddels werd in elk deel van Polen weer een andere politiek gevoerd.

  • Rusland en Pruisen streefden ernaar de annexatie van de gebiedsdelen waarop zij aanspraak maakten, te bespoedigen door alles wat Pools was af te schaffen.

  • Het Pruisische gedeelte maakte sinds 1871 deel uit van het Duitse Rijk en de harde germanisatie politiek van Bismarck beoogde daar de uitschakeling van de Poolse adel, de katholieke kerk en de taal.

  • Nergens bonden de verschillende standen zo eensgezind de strijd aan tegen de onderdrukking.

  • Aan de andere kant bracht de Duitse overheersing, mede door de aanwezigheid van grondstoffen in Opper Silezië, economische voordelen die het gebied tot bloei brachten.

  • In het Oostenrijkse Galicië was de situatie anders; daar werd het statuut van 1861, dat het Poolse particuliere initiatief bevorderde, goed onthaald.

  • Galicië kreeg een Poolse stadhouder die de keizer vertegenwoordigde en een eigen parlement in Lwów.

  • De Poolse taal werd daar erkend en Oostenrijkse ambtenaren werden vervangen door Poolse, maar het slechte economische beleid leidde er tot steeds grotere armoede onder de boeren.

De twee wereldoorlogen.

  • Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog marcheerde maarschalk Piłsudski met toestemming van de Duitsers met een Pools legioen over de Russische grens.

  • Toen de krijgskansen van de Duitsers keerden, liet hij zich uitroepen tot president van de Poolse republiek, die door de geallieerden werd erkend.

  • In het Verdrag van Versailles werd de grens met Duitsland slechts gedeeltelijk vastgelegd: in Oost Pruisen en Opper Silezië zouden volksstemmingen worden gehouden die over de toekomst van het gebied zouden beslissen.

  • Piłsudski wilde een federatie met de Litouwse, Witrussische en Oekraïense gebieden.

  • Dit leidde tot de zogenaamde Pools Russische Oorlog, waarbij een Russische verovering van Warschau op handen leek, maar Piłsudski wist de Russische omsingeling te doorbreken en in 1920 werd de dreigende val van de stad afgewend, hetgeen bekend staat als het 'Wonder aan de Wista'.

  • De grens die in 1921 werd vastgesteld liep ten oosten van de zogenaamde Curzon lijn die door de geallieerden was vastgesteld.

  • Politiek en economie verkeerden in een chaotische staat.

  • Polen was vooral een agrarisch land dat nog steeds in het bezit was van een klein aantal grootgrondbezitters.

  • De industrie was onderontwikkeld en de werkloosheid was enorm.

  • In het binnenland werden landbouwhervormingen ter hand genomen en werd er eenheid gebracht in de administratie, het rechtssysteem en het verkeer.

  • In de grondwet werden twee kamers met volksvertegenwoordigers ingevoerd, maar echt goed hebben deze nooit gewerkt.



  • De Sejm (het Poolse parlement) bracht met grote regelmaat kabinetten ten val totdat Piłsudski in 1926 door een staatsgreep het heft in handen nam.

  • De financiële toestand van het land verbeterde onder de dictator dank zij de uitvoer van kolen en enige Amerikaanse hulp, maar de crisis van 1929 maakte een eind aan die ontwikkeling.

  • Op 1 september 1939 vielen 1,5 miljoen Duitse soldaten op drie fronten tegelijk Polen binnen, terwijl de Russen aan de oostzijde binnentrokken.

  • Tegenover de Duitse overmacht stond aan Poolse kant een klein aantal tanks en Uhlanen, ruiters te paard die gewapend met sabel en lans streden tegen de Duitse tanks.

  • Na de capitulatie van Warschau op 17 september werd het land onder de beide aanvallers verdeeld.

  • De naziterreur was nergens zo erg als in Polen.

  • Door middel van deportaties, terechtstellingen en de inrichting van concentratiekampen trachtten de Duitsers grote delen van het Poolse volk uit te roeien.

  • In 1943 brak er een grote opstand in het getto van Warschau uit naar aanleiding van de deportatie van de joden die daar waren samengedreven.

  • Het verzet voerde hardnekkig strijd: Warschau kwam in 1944 in opstand, maar het verzet werd gebroken zonder dat de Russische troepen, die aan de overkant van de Wista stonden, te hulp kwamen.

  • De stad werd systematisch verwoest en de bevolking gedeporteerd.

  • Zes miljoen Polen kwamen in de oorlog om, 70°/a van het cultuurbezit ging verloren.

  • Op 17 januari 1945 werd Polen weliswaar van de Duitsers bevrijd, maar tegelijkertijd werd een nieuwe periode van terreur ingeleid.

Polen na 1945.

  • Bij de conferentie van Jalta werden de zogenaamde Oder Neisse­linie en de Curzon lijn als nieuwe grenzen vastgesteld.

  • Bijna 47% van het grondgebied moest worden afgestaan aan de USSR.

  • Daarvoor in ruil werd Polen naar het westen opgeschoven.

  • Vanaf het begin was duidelijk dat de communisten, die steunden op de aanwezigheid van het Rode Leger, de macht in handen zouden nemen.

  • Zij namen direct sleutelposities in en bouwden snel een politieapparaat op dat het totaal ontredderde land onder controle hield.

  • De wijzigingen van de grenzen en het nationaliteitenprobleem trachtte men op te lossen door ingrijpende volksverhuizingen.

  • De verkiezingen voor de Sejm in 1947 werden gemanipuleerd, waardoor de meeste stemmen naar het door de communistische partij aangevoerde blok gingen.

  • De communisten streefden naar een maatschappij naar Russisch voorbeeld: de grondwet van 1952 betekende het einde van de machtenscheiding en de partij beheerste vrijwel alle aspecten van het leven.

  • Onder de bevoking was een duidelijke oppositie tegen het communisme en de invloed van de USSR.

  • Lage lonen en slechte werkomstandigheden leidden tot stakingen, die bloedig werden onderdrukt. Van enige liberalisatie kon pas sprake zijn toen Bierut, de eerste communistische president, vlak na de beroemde anti ­Stalin rede van Chroetsjow in 1956 stierf.

  • Gomutka volgde hem op als secretaris generaal van de partij.

  • In 1959 kon hij de stalinisten uitstoten, maar de politiek bleef met handen en voeten gebonden aan de USSR.

  • In 1966 bereikten de meningsverschillen met de intellectuelen over de vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie een hoogtepunt.

  • De zwakke economische toestand en een mislukte oogst leidden op 13 december 1970 tot drastische verhogingen van de voedselprijzen.

  • De stakingen die daarvan het gevolg waren werden door bloedig ingrijpen de kop ingedrukt, maar nog voor het eind van het jaar werd Gomutka als secretaris generaal van de partij opgevolgd door Gierek.

  • Deze laatste voerde enige liberaliseringen door en hij slaagde erin de levensstandaard van de Polen te verhogen door een aanpassing van de lonen en verbetering van de voedselvoorziening (dank zij het afsluiten van grote leningen).

  • Na enige tijd groeide de ontevredenheid toch weer, ten gevolge van een verharding van de partijpolitiek en een verzwakking van de economie.

  • Langzamerhand werd de omvang van de crisis waarin het land zich bevond steeds duidelijker.

  • De jeugd wist wat er in de wereld gaande was en geloofde geen woord meer van de regeringspropaganda.

  • Een uitgebreid ondergronds netwerk verspreidde informatie en een nationale discussie leidde tot de conclusie dat grote veranderingen noodzakelijk waren.

  • Een belangrijke machtsfactor was de kerk, die door Gierek weer enkele rechten toegekend had gekregen.

  • In de persoon van kardinaal Wyszyński kreeg de regering een belangrijke opposant.

  • De verkiezing van een Pool tot paus gaf het binnenlandse conflict een internationale dimensie.

  • In 1980 was de ontevredenheid van de bevolking aanleiding tot een golf van stakingen.

  • Vooral de stakingen bij de Lenin werf in Gdańsk trokken de aandacht.

  • Lech Wałesa was de aanvoerder van een landelijk stakingscomité, dat uiteindelijk erkenning kreeg als de vakbond Solidarnosé (Solidariteit).

  • Deze vakbond bleef door middel van stakingen, die het land tot chaos brachten, druk uitoefenen op de regering om het sociaal economische beleid aan te passen.

  • In februari 1981 werd generaal Jaruzelski premier en acht maanden later volgde hij Kania op als partijleider.

  • Op 13 december 1981 nam hij ten slotte het heft volledig in handen.

  • De staat van beleg werd afgekondigd en duizenden werden gearresteerd, onder wie leiders als Wałesa, Mazowiecki, Kuroń en Geremek.

  • Schaarse goederen kwamen op de bon en de prijzen explodeerden.

  • In januari had Jaruzelski het land onder controle en eind 1982 werd de staat van beleg opgeheven.

  • Langzaam normaliseerde de situatie in het land zich en in 1985 liet Jaruzelski zich tot president kiezen.

  • Pogingen van de nieuwe premier Rakowski tot herstel van de economie faalden.

  • De ontevredenheid steeg en in 1988 braken opnieuw stakingen uit.

  • Duidelijk was dat er iets ondernomen moest worden.

  • Er volgde een rondetafelconferentie waaraan alle betrokken partijen deelnamen.

  • Een compromis was het resultaat; Jaruzelski werd president en verkiezingen zouden leiden tot de benoeming van Mazowiecki als premier.

  • In Polen was daarmee een omwenteling tot stand gekomen, nog voordat de communistische regimes in de andere Oost-Europese landen het veld moesten ruimen.

  • Het radicale economische plan van Balerowicz, opgesteld in samenwerking met het IMF, gaf de aanzet tot ingrijpende hervormingen.

  • Eind 1990 werd Wałesa, die zijn moreel prestige ontleent aan zijn voormalig leiderschap van Solidarnosé, als opvolger van Jaruzelski gekozen tot president.

  • De regering onder premierschap van Hanna Suchocka heeft uiteindelijk een periode van stabiliteit ingeluid.








Samengesteld door: BusTic.nl






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina