Politieke ontwikkelingen. 1 Actuele evolutie in de wereld



Dovnload 94.49 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte94.49 Kb.
Politieke ontwikkelingen.

1) Actuele evolutie in de wereld.

1.1) De Koude oorlog.

1e Fase:

- wederzijds wantrouwen (’45)

Theorie: Russen: VS met opzet te laat geland in Normandie

 zoveel mogelijk doden Nasis + Russen

 2diktaturen elkaar laten vernielen

Am.: Technische reden veel boten, … nodig
Oorzaken van Koude oorlog:

 Klassieke interpretatie:

communistisch systeem + Stalin verantwoordelijk

 Revisionistische interpretatie:

verkeerde inschatting + overreactie van de VS op pol. S.U.

(Façade om onderlinge soc. econ. belangen te verbergen)

 Postrevisionistische interpretatie:

tegenstellingen & machtsverhouding  conflict moeilijk te vermijden


- Berlijn (’48)

Am. tegen ruilhandel  voeren munt in (Fr., Eng. doen mee S.U. niet)

 S.U. blokkeert toegang

 Am. jaarlang luchtbrug


- Korea (’50- ’53)

Noord : Sovj. + China (’47)

Zuid : Am.

 ’50 Noord valt Zuid aan Zuid steun UNO terug tot 38°

 Noord trekt terug, onduidelijkMc Kartjer Noord terug tot Chinese grens onduidelijk

 stelt voor China aan te vallen (A-bom) ontslagen


2e Fase:

’53 stierf Stalin onder Chroesjtsjov begin 2e fase

- Destalinisatie(’56) = ontspanning

 afgebroken na onderdrukking opstanden in Hongaar (door Ru. leger)


- Hongaarse opstanden (’56)

(tegelijk 2e Israëlische-Arabische oorlog Suez-kanaal, na nucleaire bedreiging stopgezet)

Stalin dood Hongarije kiest nieuwe staatschef = Imre Nagy

 persvrijheid ingevoerd tot ’55  Sovj. mag niet meer  moet aftreden

jaar later komt destalinisatietoespraak naar Hongarije

standbeelden worden omver getrokken, Imre Nagy teruggeëist

 S.U. krijgt dit te horen  zenden tanks om opstand neer te slaan

 escaleert  burgeroorlog, niet te winnen door de Sovjet

 wapenstilstand

 mensen willen Rus. terug naar Rusland, Hongarije trekt zich terug uit het Warschau pact

Oostblok tegenhanger van NAVO

 oorlogsverklaring iedereen iets met opstand/ oorlog te maken doodgeschoten


- Cubaanse rakketen crisis (’62)

zwaarste bedreiging v/d wereldvrede op nippertje kernoorlog vermeden (dankzij Chroesjtsjov)

’59  dictator + Am.= vriendjes belangen in fruitsector,…

 verjaagd door opstandelingen (F. Castro, Sjégovara,…)

Sjé. exporteert revolutie naar B. in Zuid Am.  doodgeschoten

Castro landbouwhervorming: groot grondbezit afgeschaft

 genationaliseerde landbouw + industrie  Am. krijgt niets

Am. niet tof veel belagen

 SIAE  moordcomplot tegen Castro

Am.blokkeert Cuba, (verbreken diplomatische betrekkingen,…)

 Cuba vriendjes met S.U.

sept. ’62  foto’s rakketen/ bommenwerpers Am. genomen

 kernkoppen = oorlogsverklaring russen krijgen schuld

1) moeten alles terug nemen naar Rusland

2) elk schip naar Cuba tegengehouden + controleren

 Rusland geeft fout toe trekken raketten terug

Am.  belooft Turkse raketten terug te trekken + Cuba niet aan te vallen
3e Fase:

- Vreedzame coëxistentie (’64)

 nog steeds dreiging van vernietiging

 vele gesprekken over wapenvermindering tss grootmachten

 SALT= strategid arms limitition talks
- Praagse lente (’68)

= beproeving: bewind in Tsjecho-Slowakije wou “socialisme met menselijk gezicht”

 democratische waarden met behoud v/h communistische systeem (door S.U. opgedrongen)

- persvrijheid

- vrije verkiezingen

- ...


 S.U. voelden zich bedreigd ’68 vielen troepen Warschaupact binnen

 Brezjnevdoctrine voortaan relatie tss S.U. & Oostblok dicteren

 Sovjet regime mag nergens nog veranderen geen eigen stelsel in Oostbloklanden

(Oost-Du., Polen vinden Praagse lente niets beloven in sovjet kamp = W.pact te blijven

 Polen, O-Du bang Dubrêck verkiezingen gaat winnen plannen inflatie)

In andere delen v/d wereld nog steeds  conflicten Oost  West

- Vietnam oorlog (’64 – ’75)

(Vietnam bezet door Japan Na WOIIJapan verjaagd verloren oorlog vervangen door Fr.= onafhankelijkheid ’54 Fr. verslagen)

Terugtrekken Fr. koloniale troepen

 verdeling van Vietnam in Noord(communistisch) en Zuid (westers)

Am. angst communistische machtsovername steunt terreurbewind Zuid president Diem

wij uit land = invloed weg invloed buurlanden  ook Communistisch worden

terreur opstanden gesteund door Noorden

 oorlog escaleerde na bombardementen op Noord-Vietnam buurlanden Laos, Cambodja ook betrokken

uitzichtloosheid voor Am. geen  tss Vietnamese en opstandelingen

 oproepen in Am. tot dienstplicht  massale protesten

Onder presidentschap Nixon gevietnamiseerd (= Am. troepen teruggetrokken)

Am. regering geen afgang wou + geen onderhandelingen vanuit inferieure positie

 slepend conflict

’73 “pro forma-vredesverdrag”Am. trok terug, Zuid-Vietnamese hoofdstad ingenomen

Laos, Cambodja(met schrikbewind, milj. vermoord) ook communistisch

4e Fase:

- Reagan – Brezjnev - Ena (’80)
- Afghanistan (’80)

 aangevallen door S.U.  angst voor Islamitisch fundamentalistisch regime

 Sovjettroepen verstrikt in guerrillaoorlog met Islamitische opstandelingen

(gesteund door geloofsgenoten en VS(Oost-West relatie verziekte))

Am. steunt Bin Laden tegen russen, die uiteindelijk blijven vechten maar verliezen

NAVO besliste kruisraketten te plaatsen modernisering verouderde sovjetraketten

 door publieke opinie aangevochten, toch uitgevoerd
- Polen (’81)

ontstond o.l.v. Lech Walesa onafhankelijke vakbond

 dynamische elektricien die stakingen begon te leiden

overheid geeft vlug toe  stakers erkend vakbond opgericht

gematigde geen ruzie, enkel vakbond

extreme vakbond = pol. partij, eisen vrije verkiezingen

 steeds belangrijkere rol in Poolse samenleving eiste (mede door impuls Paus)

Vakbond eiste in dec.’81 vrije verkiezingen

 generaal Jaruzelski uit angst invasie S.U. staatsgreep

 vakbond verboden, fundamentele ontevredenheid bleef


Eindfase:

- Gorbatsjov (’85)

Besef van USSR dat ze het nooit van VS zouden halen

 corruptie, bureaucratie, eindeloze rijden voor winkels, geld opslorpende wapenwedloop…

oude partijleider sterft Gorbatsjov = jongste belooft niets te veranderen

maart ’85 Michail Gorbatsjov  secreetarisch KP

(1e jaar gebeurd niets dan  - politiek bureau vervangen door nieuwe mensen

- journalisten beginnen vrij te schrijven

- reeks schandalen komen boven)

uitschakelen oudere functionarissen  campagne van openheid glasnost

 economische hervormingen perestrojka

- militairen teruggetrokken uit Afghanistan

- dissidenten gerehabiliteerd

- aantal vergaande ontwapeningsvoorstellen gelanceerd

(vanuit streng communistische hoek verzet maar pol. gewoon doorgezet en kreeg aanhang)
openheid serieus :

 Baltische republieken (Estland, Letland, Litouwen) onafhankelijkheid geëist.

 Polen Jaruzelski & vakbond voor vrije verkiezingen
Mei ’89 Hongaarse hervormingen grens tss Oostenrijk open

(maakte decreet dat men op reis mocht maar binnen bep. tijd terug moest zijn werk kwijt,

iemand vergat enkele regels toe te voegen tekst = “Je mag naar het westen” Berlijnse muur bestaat niet meer, mensen door hefboom

 ergens open overal open  dichtdoen maakt onpopulair = burgeroorlog laat open)

 vlucht naar Westen = ’61(bij bouw Berlijnse muur) DDR liep leeg

hervormers eisten aftreden partijleider Honecker(wou geen hervorming)

massabetogingen  vervangen nieuwe leider sloot 9 nov.opening Berlijnse muur af

 100 000 staken grens over hereniging Du. geëist

kleine maand later massabetogingen in Tsjecho-Slowakije machtsovername oppositie

In Bulgarije oude dictator ook afgezet

Roemenië moeizaam uit communisme, dictator organiseert opstanden in zijn voordeel plots keren die tegen

 schijnprocesdoodgeschoten, communisme blijft nog even maar valt even later toch

Albanië pas in ’91-‘92
- Oost-Europese kettingrevolutie (’89) = gevolg van Sinatradoctorine(binnen sovjet wil men onafhankelijkheid)

- ontbinding van de Sovjetunie (’91)

Gorbatsjov had geheime bespreking met presidenten van enkele republieken

 paniek bij harde communisten plande staatsgreep mislukte

 onafhankelijkheid uitgeroepen van republieken

Jelsin(vond Gorb. niet extreem genoeg) nam macht over verbood KP= eind communistische regime

Gorbatsjov nam ontslag als president van S.U.  Rusland formeel democratie

 koude oorlog begraven


Fukuyama: “20e eeuw, strijd 3 ideologie - Nazisme: ’45

- Communisme: ’91

- Democratie = best vorm  model”

Huntington:

“ 20e eeuw = eeuw van gevecht om ideologieën , 21e eeuw= eeuw waar men vecht om andere dingen (beschavingen onderling, culturen,…) Vb: Christenen en Hindoese  11sept.”

(lees nog even na in cursus)



1.2) Andere naoorlogse ontwikkelingen.

1.2.1) Israël - Palestina

’47 voormalig Brits mandaat verdeeld in Joods en Palestijs-arabische staat

Israëlische onafhankelijke  1e oorlog vele Palestijnen vluchten (naar Jordanië, Libanon, Syrië)
2e oorlog:

Egyptische president in ’56 Suezkanaal nationaliseerde om Assoean-stuwdam te betalen

Israël reageerde met aanval gesteund door Eng.&Fr.(wouden econ. belangen veilig stellen)

grootmachten gingen dreigen UNO-vredesmacht ingezet

’67  UNO trok terug, Egypte sloot straat van Tiran af = nieuw aanval uitlokken

 Israëlisch-Arabisch conflict  6-daagse oorlog

Israël nam - Sinai-woestijn (Egypte)

- Golanhoogte (Syrië)

- Westelijke Jordaanoever (Jordanië)

- Jeruzalem werd geheel Israëlitisch

 milj. Palestijnen op vlucht, overgeblevene slechts diepe wraakgevoelens
’73 Egyptisch + Syrisch leger vallen op Joodse feestdag (Jom Kippoer) Israël binnen

= Jom Kippoer-oolog

succes gevolgd door tegenslag onder druk VS & SU wapenbestand afgekondigd

 Arabische landen kondigden olieboycot af voor al wie Israël zou steunen

Totaal onverwacht  ’78 Egyptische president Sadat initiatief tot compromis

 Camp David-akkoorden

- Israël trekt zich terug uit Sinai

- vormt een autonomie voor de Palestijnen (west-bank)

 Aan Palestijns probleem eigenlijk niets gedaan mensen beginnen te wanhopen

(akkoord met Syrië bleef uit)


Plo = Palestijnse terreurbeweging pleegt o.l.v.Arafat sinds’72 aanslagen tegen Israël

 Israël reageert ’80 met inval Zuid Libanon (hier ook Syrische troepen actief)

’82 Plo verdreven + 2vluchtelinenkampen uitgemoord

 ’88 1e opstand v/d Palestijnen = intifada

 start onderhandelingen met Israël  Plo erkend  vrede krijgt kans

 overkoepeld door inval Saddam Hoessein (kreeg sympathie van Palestijnen VS “boos”)

Na oorlog  Oslo akkoorden  terreuraanslagen Hammas+extremistische Joden verbrodde

 onverzoenbare Linkoed-regering aan macht onderhandelingen bevroren

’99 Barak = premier gaf toe deel terug te trekken uit West-bank

 probleem: achterban wou niet mee werken mislukte conferentie

provocerend bezoek Jeruzalem  2e intifada

 Barak verloor verkiezingen, Sharon zelf premier

 zelfmoordaanslagen

Na inval 2003 van VS in Irak nieuwe onderhandelingen tss Sharon en Abbas

Israël begon aan bouw van muur in West-bank
(Vooraf: Holocaust: joden zoeken thuisland (diaspora) = zionisme

 ’47: Britse kolonisten stellen UNO verdeling voor (Joods – Palestijnse staat), als joden gaan inwijken  direct oorlog  Palestijnen vluchten

Suezkanaal van Fr., president Egypte neemt over Fr., Eng., Israëli’s vallen Egypte binnen (bang voor tanks)

 Suezcrisis Fr., Eng. stoppen(door UNO vredesmacht), Israëli’s niet

 terugtrekken slecht idee geen getuigen  Eng., Jord., Syr.  vallen Israël aan

 ’73: Jom-Kippoer, verjaagd zoals voordien, wapenstilstand (VS,SU)

’78: Camp David akkoorden

 ’82: Palestijnen in Zuid-Libanon(Pro) burgeroorlog Israël valt binnen, Arafat vlucht naar Tunesië

 2vluchtelingenkampen in Zuid-Libanon worden uitgemoord door Libanese bondgenoten Israël

 ’88- ’00 intifada opstanden Palestijnen

’91: Onderhandelingen (Plo erkennen Israël breken af)

’92: Oslo akkoorden lukt niet

 ’99: Likoed komt aan de macht, Barak = toegeving, verliest verkiezing(te gematigd) Sharon komt aan de macht

 ’00:tweede intifada na bezoek van Sharon op Palestijnse tempel

’03: Irak-crisis vernieuwde onderhandelingen: Israël bouwt muur stuk binnenin om Palestijnen uit te sluiten)
1.2.2) Iran – Irak

Eind ’70 Iran streng islamitische groepering die zich afzet tegen hét Westen (fundamentalisme)

in ’79 voor het eerst geradicaliseerd toenmalige sjah van Iran =Am. bondgenoot

 problemen met Islamitische oppositiebeweging (tegen opgedrongen door geheime politie modernisering)

 massabetogingen deden regime wankelen Am. trok steun in onverdraagzaam, repressiever bewind aan macht
’80 – ’89 = 1e golfoorlog

Begon tss Iran en Irak(Saddam Hoessein) als grensconflict  uitputtingsoorlog

(veel ‘vrijwilligers’ gesneuvelde, bombardementen)
’90 Irakese militairen vielen Koeweit binnen (2e golfoorlog) om water

Internationale coalitie(vooral VS-militairen) luchtoorlog  grondoorlog Irak uit Koeweit verdreven

(Hoessein kwam hier geld halen) 

- opstanden Sjiieten&Koerden door Irakese regime neergeslagen

- geruchten dat NBC-wapens produceerde  streng bewapeningsprogramma

ontdekte wapens vernietigd

Na tijd controle verboden  embargo

Recent:


radiacaal-islamisme 11/9

 Afghaanse Talibanregime weigerde bep. mensen uit te leveren Afghanistan oorlog

 na oorlog  vernietiging massavernietigingswapens Irak

 tegenwerking openlijk conflict UNO & Westerse bondgenoten (conflict via VN oplossen)

maart 2003 VS & Groot-Brit. zonder goedkeuring VN Irak binnen (3e golfoorlog)

 regime ten val (geen harde bewijzen gevonden)


1.2.3 niet kennen

1.2.4) Ex-Joegoslavië (lees na cursus)

Ineenstorten van het communisme had zeer destabiliserende invloed op Joegoslavië


Slovenië (5daagse oorlog) & Kroatië: beide meest Noordelijke

Na WOI federale staat opgericht  Joegoslavië

Dood commun. partizanenleideren dictator Tito(’80) verzet tegen dominante v/d Serviërs

 bloederige collaboratie v/d Kroaten met Nazi-Du

Servië nationalisme aangewakkerd door leider communistische partij Milosevic

 problemen Kroatië + Kososvo aangreep om nationalistisch te profileren


Midden-Europese communistische regimes’89 snel viel

 Slovenië, Kroatië pas ’90 vrije verkiezingenjaar later onafhankelijkheid uitgeroepen

Servische minderheid in Kroatië nam weerwraak gevechten rond Vukovar, Zagreb, kuststad Dubrovnik
’92: onafhankelijkheid Bosnië-Herzegovina + burgeroorlog

(Bosnië = veelvolkerenstaat = Serviërs, Kroaten, Moslims)

UNO-troepen niet genoeg macht + wapens

(Ned. bataljon kon niet verhinderen dat Moslimmannen werden uitgemoord door Serviërs in UNO-veiligheidszone)

diplomatieke initiatievenmislukte vechtende partijen niet geïnteresseerd in oplossing

(UNO-verband wel akkoord  oprichten internationale strafrechtbank ‘ad hoc’: bestraffen misdaden tegen mensheid in ex-Joegoslavië)

’95 veroverden Bosnische Kroaten terrein op Bosnische Serviërs

na granaataanval = vele slachtoffers besliste NAVO luchtaanvallen tegen Serviërs

 blokkade rond Sarajevo opgeheven, Milosevic moest onderhandelen

 jaar later akkoorden van Dayton(bijzijn 3 betrokken presidenten) wapenstilstand

rustpunt, Bosnië in 3 verdeeld
Kosovo

kwam in Dayton niet aanbod

Albanese meerderheid verzette zich tegen Serviërs geloofde land van hen uit mythe,voor extreme het echte Servië

’89 Milosevic riep door grondwetwijziging bestaande autonomie van Kosovo uit

 hevige reacties etnische Albanezen (ze hadden steeds vreedzaam geprotesteerd om Dayton niet in weg te staan)

 oprichten UçK= Kosovaars bevrijdingsfront terreuraanslagen Servische repressie

 dreigende Balkanoorlog
“conferentie van de laatste kans georganiseerd” in Parijs mislukte  ’99 bombardementen

door NAVO op Servische steden (Servië trok terug uit Kosovo gebied bezet met buitenlandse troepen)

2001 Milosevic na verkiezingsfraude door volksopstand van macht verdreven

nieuw bewind leverde hem uit naar internationale strafrechtbank in Den Haag



2) De Europese integratie.

2.1) De recente geschiedenis

(Na WOI  Du te veel laten betalen Hitler schaft af  populair)

Na WOII groeide verlangen (bij DU.,Fr.) naar leren uit fouten na WOI

1e stap = aanzet:

’48 Fr. minister buitenlandse zaken: Robert Schuman

 richt raad van EU op =intergouvernementele instelling louter adviserend

(Eng. weinig enthousiasme)  Schumann en Jean Monnet richten Eu gemeenschap voor kolen en staal = EGKS ’52 op = basissector van Westerse economie  supranationaal  (nieuwe Fr-Du oorlog onmogelijk)
2e stap:

Europese defensiegemeenschap (EDG)  lukte niet:

- dooi in koude oorlog na Stalin’s dood

- integratie West-Duitse leger(’49)

 oprichting Noord-Atlantische verdragsorganisatie (NAVO) ( = EDG maar dan met VS)

- Frans-Indochinese oorlog


Aantal jaren later:

besprekingen Verdrag van Rome (’57, tss Benelux, Frankrijk, West-Du., Italië)

opgericht: - economische gemeenschap

- EGKS


- Europese gemeenschap van atoomenergie (Euratom)

doel: creatie van supranationaal orgaan dat beslissingen zou kunnen treffen met geleidelijke uitschakeling van vetorecht van lidstaten


Nu 15 Europese Unie landen:

België, Nederland, Luxemburg  BeNeLux

Frans, Duitsland, Engeland, Italië grootmacht

Portugal, Spanje, Griekenland mediterrane

Denemarken, Ierland  2kleine noordelijke landjes

Zweden, Finland, Oostenrijk

+10 binnenkort:

Estland, Litouwen, Letland  Baltische landen

Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Malta, Cyprus

Er bestaan geen Europese wetten enkel adviezen, beschikkingen,…

commissie parlement raad (ieder land om beurt voorzitter)

initiatief  advies  beslist


Intergouvernementeel  supranationaal

A ja +B ja  Ja 16x Ja 14x Nee Ja

A ja +B nee  nee beslissingsbevoegdheid ligt boven landen
2.2) De Europese instellingen

2.2.1) De instellingen van de Unie

2.2.2) Andere Europese instellingen

(zie ook nog p17-18 cursus)



Europese ministerraad:

=meeste macht

bestaat uit  ministers van de lidstaten /specialiteit

1x/j


concretiseert het beleid in allerlei beslissingen

Europese raar = top

Staats + regerings leiders

Minsten 1x/6maand

-belangrijkste beslissingen ->meestal unanimiteitsregel , soms gekwalificeerde meerderheid

(= >landen meer inbreng dan <, meerderheid geld)

-stippelt beleid van de unie uit


Europese conventie

Pol., soc., econ. samenwerking van de Europese unie voorbereiden


Europese commissie

(in Brussel =EC)

dagelijks bestuur van de Eu

-benoemt door de leden van Eu parlement

-staat in voor de uitvoer van beslissingen (van de ministerraad)

-voorstellen voorleggen aan raad van ministers


Europese parlement

Om de 5j door Eu kiezers gekozen

-controleert ec kan commissarissen tot ontslag dwingen ,controleert de commissie

-controleert de begroting

-inspraak in deel van de Eu wetgeving opgesteld door minister raad

-adviseert raad van ministers

-adviseert commissie
Eu hof van justitie

Controle van lidstaten of ze de Eu verdragen navolgen


Eu centrale bank = ECB

-Controleert de munteenheid

Hoofdzetel in Frankfurd.
3) De Belgische politiek.

3.1) De recente geschiedenis

3.1.1) De evolutie van het partijlandschap diversifiëren van politieke ideologieën

Bij 1e verkiezingen België 2 ideologische strekkingen: Katholieke  Liberale

(Als iedereen voor zijn voetpad veegt  straat schoon Liberaal

kansen gelijk bij begin, iedereen starten in wedstrijd van leven met gelijke kansen kansengelijkheid

wie het moeilijk heeft helpen/compensatie vanaf dan eerlijk

Als iedereen voor het voetpad van zijn buur veegt  straat schoon Socialist

kansen gelijk bij einde, iedereen sterft even rijk/arm resultatengelijkheid

ze nemen allemaal pillen  iedereen straftijd komen samen aan, zien meer fouten tijdens wedstrijd)


19e eeuw Katholieke, Liberalen steeds meerderheidsregeringen

coalities (toen) erg emotioneel, ideologisch levensbeschouwelijke tegenstellingen overal

huidige coalitievorming van nu bestond niet
Liberalisme: (Liberale partij Partij voor vrijheid en vooruitgang Vlaamse liberale democraten)

ontstaan in context Fr. revol., 1840

wereldbeeld van zelfbewuste, individualistische denkende burger vertrouwend in vrije markt, gelijke startkansen voor iedereen die bereid is econ. risico’s te nemen

Socialistische partij:

1885 BWP reactie op sociale wantoestanden  (gematigde versie van revolutionaire marxistische stromingen)

- verdediger arbeidsbelangen

- pleitte voor sociale hervormingen (in periode van intense strijd tss werkgevers en syndicale organisaties)


op 1e ideologische tegenstellingen entte zich in loop van 19e eeuw 2e soc.-econ. tegenstelling
(Belgische werklieden partij Belgische socialistische partij Socialistische partij Sociale partij anders/ Sociale partij anders)
Christen-democratische partij: (3e ideologie)

Ontstaan na pauselijke encycliek (1891) rerum novarum

= tegengewicht voor socialisme

uitgangspunt: sociaal personalisme

idee dat pol beleid principieel moet vertrekken van persoon, menselijk in alle levensfazen, beschermingswaardig wezen meer dan lid van klasse/abstracte nasie of op eigen voordeel belust individu
(Christen democraten Christelijke volks partij Christelijke democratisch en Vlaams)
 van deze 3 ideologieën = België eind 19e eeuw  typisch verzuild land

geheel van organisaties op ideologische grondslag

in hoogtijdagen van verzuiling lid van wieg tot graf

in loop 20e eeuw

hervormingen van stemrecht  democratische basis van de politiek ruimer

 nieuw communautaire tegenstellingen

 Belgische staten na WOI sterk opkomend flamingantisme later Vlamingen  Walen

Na WOII


aantal partijen heropgericht:

’54  Volksunie:



communautaire partij’70gesplits: - volledig onafhankelijke Vlaamse vleugel

- volledig onafhankelijke Waalse

 elke regering = coalitieregering (!evolutie)
 nieuw breuklijn = ecologische levensbeschouwing ontstond(’60)

- kritiek tegen consumptiemaatschappij

- engagement voor 3e wereld

- feministische invalshoek

- bijzonder milieubewust

 AGALEV (’70) fietserbeweging, bezinningscentrum, diverse milieugroeperingen

1976 Agalev Groen!
Vlaams Blok: afsplitsing van Volksunie

 verdedigd meer extreem Vlaams-nationalisme (dan volksunie snoepte hun kiezers)

’80 -’90 meer succes met vreemdelingenthema + vrij conservatief ideeëngoed

(1954 Vu  Nva 1978 Vlaams Blok)

 Spirit

In loop 20e eeuw België meer staat met overlegstructuur = pacificatiedemocratie

= democratie waar elk conflict opgelost word door samen te komen en dan samen een akkoord te sluiten (vb van grote akkoorden: schoolpack, cult. pack)

(model = erg succesvol in temperen van gewelddadige conflicten)

3conflictgebieden immers gestreefd naar globale compromissen = pacten

 Gewelddadige ontsporingen (die in andere landen voorkwamen) vermeden



3.1.2) De staatshervorming evolutie van een unitaire naar een federale staatsstructuur

De communautaire kwestie,

 aantal eisen van “frontbeweging”  Na WOI

verzette tegen wantoestanden in het leger

 unitaire staat onder druk Vlaamse beweging  politici keuze:

- veralgemeende tweetaligheid (afgewezen door Vl.+Wal.)1staat + 2 talen

- Vlaanderen en Wallonië 1talig gebied beschouwen 2regio’s + 1taalgrens

In Vlaanderen overheidsdiensten, rechtbanken, scholen, universiteiten vernederlandst

’63: taalgrens vastgelegd mogelijk taalgebieden indelen met eigen bevoegdheid

met bijzonder statuten voor minderheden

’70 – ’80  poging unitaire staat te hervormen tot federale staat

 (cultuur)gemeenschappen bevoegd voor cultuurgebonden aangelegenheden

 eerst enkel voor cult. later ook ziekenhuizen,… = persoonsgebonden)

 gewesten gevormd bevoegd voor streekgebonden materies(= leefmilieu, econ.,…)

Vlaams, Waals, Brussels gewest

 domein van het onderwijs aan gemeenschappen toegewezen

 België = federale staat

3e fase: dubbelmandaat afgeschaft  aparte verkiezingen voor  niveaus

(mandaat = lastgeving pol.: moet jou stem verdedigen)

 door Vlamingen + Belgen verkozen bij dubbel mandaat/ dubbele bevoegdheid

ging over Belgische en Vlaamse zaken

vb: ma: munt Be woe: Be voetbalploeg vrij:Be…

di: haven van Ant. Vl. do: watervallen van Co Wal.
Eind 20e eeuw nog enkele minder belangrijke bevoegdheden overgedragen
Paradoxaal:

niet alle deelgebieden bevoegdheden overgenomen van vroegere centralistische staat

federalisering vertrekt van grotere Europese staat

 Na oprichting EU diverse terreinen Europese normen uitgevaardigd

(vb: Belgische frank  Euro ook beslissingsmacht =essentie van financiële pol. overgedragen)
3.2) Politieke kernprincipes

beslissingbevoegdheid en hoe macht verworven werd


3.2.1) De scheiding der machten

Belgische, Vlaams+Waalse, provinciale, gemeentelijke instellingen

 systeem 3machten in evenwicht (19e eeuw doctrine: scheiding der machten)

diegene die verbod creëert(=wet maakt) = diegene die overtreding bestraft  machtsmisbruik

beter: scheiding der machten

controle = uitvoerende macht = regering


(rechterlijke macht geconcentreerd in de rechtbank)

Verhouding tss wetgevende en uitvoerende macht:

Federaal niveau

wetgevende: parlement

uitvoerende: regering
Aan begin van legislatuur na regeringsverklaring

 meerderheid krijgen, vertrouwen geven

vertrouwen kan in uiterste geval ontnomen

 via motie van wantrouwen

 document met officiële in vraagstelling van beleid van regering

 vraag om ontslag of vertrouwensstemming  meerderheid  regering neemt ontslag

(meestal voelt men aankomen neemt minister zelf ontslag)
gewone controle via interpellatie

= regelmatige terugkerende eis naar bep. regeringslid/leden om af te treden

uitgevoerd door bijzondere onderzoekscommissie
(ook koning kan parlement voortijdig ontbinden)
wetgevende macht: parlement 2 kamers

- senaat


- kamer van volksvertegenwoordigers

gewone wetsontwerpen en wetsvoorstellen alleen in kamer behandeld + (goed)gekeurd

senaat  reflectiekamer

wijzigingen in grondwet door beide kamers goedgekeurd


uitvoerende macht: regering

max.15ministers

uitgezonderd 1e minister zijn er = aant. Vl. als Wal. ministers

regering vergaderd in kabinetsraad = alle ministers

regeringstop = kernkabinet = samenkomen belangrijkste ministers

koning in grondwet tak van uitvoerende macht

 omschreven: kondigt wetten af ondertekend KB = koninklijk besluit

 ondertekend telkens min. 1minister = politiek verantwoordelijke


Regionaal niveau

idem federaal niveau kan Vlaams parlement motie van wantrouwen opstellen

! moet constructief zijn vervangende regering of minister dient voorgesteld

parlement niet voortijdig = voor eind legislatuur worden ontbonden

 uitvoerend kan ook wetgevend zijn “straffen” regering elk moment parlement ontbinden (vervroegde) verkiezingen

machtsinstrument van wetgevende macht = notie van wantrouwen kan regering ten val brengen


staatshervorming samenstelling regionale wetgevende instelling
5regionale parlementen:

- Brusselse hoofdstedelijke raad

- raad v/d Du. gemeenschap

- Vlaams parlement  asymmetrie

- Franse gemeenschapsparlement

- Waalse gewestparlement


oude naam raad = parlement oude naam vroeger geen bevoegdheid = nogal dom grote naam te geven

executieve = regering

hiërarchie van rechtsnormen v/d regionale instellingen
begin: normen van alle parlementen  juridisch gelijk

voor verwarring term decreet  Vlaanderen

ordonnantie Wallonië

regionale regering beslissingen = besluiten

(alle normen wet noemen = verwarrend  per instelling andere naam)
Uitvoerende macht

- Vlaamse regering

- Franse gemeenschapsregering

- Waalse gewestregering

(vervolledigd met kleinere Brusselse hoofdstedelijke regering en regering van Du. gemeenschap)
Lokaal niveau

Wetgevende macht uitgeoefend door provincie- en gemeente raad

Uitvoerende macht

 provinciaal niveauBestendige deputatie (gouverneur + 6 bestendig afgevaardigden)

 gemeentelijk niveau college van burgemeesters en schepenen
motie van wantrouwen bestaat op dit niveau niet

wetgevende macht kan niet voortijdig ontbonden worden

gemeente niveau, kan gemeente raad (=wetgevend) college niet ten val brengen

 regionaal niveau


regionaal:

wetgevende macht uitvoerende macht

gemeenschap  Ne. gemeenschaps parlement  Ne. gemeenschaps regering

 Fr. gemeenschaps parlement  Fr. gemeenschaps regering


gewest  Vlaams gewest parlement  Vlaamse gewest regering

 Waals gewest parlement  Waalse gewest regering


+ = samen Vlaams parlement  2Vlaamse & 4Waalse instellingen

+ = samen Vlaamse regering  asymmetrie van staatshervorming


lokaal:

provincie provincieraad bestendige deputie

 provincie gouverneur

gemeente gemeenteraad college van burgemeester en

schepenen  schepencollege
3.3) Politieke instellingen

doel verkiezingen: verwerven van pol. macht

via zetel in parlement, regering


3.3.1) Wetgevende organen

federaal parlement in Brusselse wetstraat = Kamer van volksvertegenwoordigers + senaat

Wet maken:
Stap 1

mensen warm maken voor idee

 via belangengroepen (pers,…)

vage belofte maken


Stap 2

bespreking + eventuele goedkeuring

eerst in commissie later in plenaire vergadering van wetsontwerpen (regering)en wetsvoorstellen(parlement)

wetsvoorstel beperkt deel van initiatieven wetgevende macht in praktijk op 2e plaats (uitvoerende op 1e)

na goedkeuring wetsontwerp in regering is parlementaire goedkeuring slechts kwestie van tijd
in commissie besperken: wetsvoorstel parlementslid

wetsontwerp minister


Stap 3

 wetgevingsproces bepaalt gevolgen

meerderheid voorstellengoedkeuring

(merendeel van voorstellen afgekeurd)


- gewone meerderheid: 50%

- meerderheid voor grondwetsvoorziening:

2/3 meerderheid 2/3 quorum  Belgische wet  Vlaamse

- communautaire meerderheid:

2/3 meerderheid ½ meerderheid in elke taalgrens

½ quorum in elke taalgroep


Stap 4

implementatie= in vervulling brengen

wet die niet word uitgevoerd straffen

vb: flitspalen rolletjes vervangen, bak moet werken,…


3.3.2) Uitvoerende organen

3.3.3) Rechterlijke organen

(lees aandachtig p33 cursus)










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina