PowerPoint voor beginners Programma



Dovnload 41.12 Kb.
Datum27.09.2016
Grootte41.12 Kb.
PowerPoint voor beginners
Programma:

PowerPoint is bedoeld voor het maken van eenvoudige tekeningen, sheets, dia’s en presentaties met animaties (bewegende beelden). Veel van de functies in PowerPoint zijn hetzelfde als bekende Word-commando’s, zoals Control C/V voor kopiëren en plakken, en Control-S voor tussentijds opslaan.



Opstarten van PowerPoint


Het programma vraagt bij opstarten of er een bestaande of een nieuwe presentatie moet worden geopend. Kies Nieuwe presentatie. Kies vervolgens een Autoindeling. In de meeste gevallen is het het handigst om de tweede dia op de eerste rij te kiezen, met een titel, en daaronder een tekstvak met opsommingstekens. Elke nieuwe dia zal dan standaard volgens deze opmaak gemaakt worden. Het blijft altijd mogelijk om dia’s volgens een andere opmaak te maken. In beeld verschijnt een lege dia, met twee tekstvakken, een titel en een groot tekstvak met opsommingstekens.

Het selecteren van het type presentatie en de stand van de dia’s.


Er zijn verschillende presentatietypes: dia’s, A4, voorstellingen etc. Het is het veiligst om al in het begin van de presentatie dit type te definiëren. Elk presentatietype heeft namelijk een andere hoogte-breedte verhouding, en wijziging van het type achteraf heeft soms tot gevolg dat bv. rondjes ineens ellipsen worden, of vierkanten rechthoeken. Definieer het presentatie-type als volgt: kies Bestand, en daarna Pagina-instelling. Links bovenin staat een keuzevakje Diaformaat aanpassen aan. Kies hieruit één van de volgende opties:

Diavoorstelling:

Dit is voor een voorstelling die direct vanaf een computer gedraaid wordt. Bij deze voorstelling kan ook gebruik worden gemaakt van animaties en evt. geluiden. Hiervoor is tijdens de presentatie (voor publiek) wel een beamer nodig. Bij de meeste congressen is dit tegenwoordig standaard aanwezig. Bij twijfel van tevoren bij de organisatie informeren. Voordeel van dit type: je kunt tot enkele minuten voor de presentatie nog veranderingen aanbrengen, en het oogt professioneel. Nadeel: je moet enigszins met de computer om kunnen gaan, om tijdens de presentatie geen flater te slaan. Als de presentatie groter dan 1.4 mb is, past hij niet meer op een floppy, en moet hij op CD gebrand worden (vraag hiervoor hulp, weet ik ook niet).



35-mm dia’s:

Dit is bedoeld als je echte dia’s wilt laten maken. Het bestand kan bij de fotografische dienst worden ingeleverd, en er worden vervolgens dia’s van gemaakt. Nadeel is dat je de dia’s ca. 1 week van tevoren moet klaarhebben. Voordeel is dat dia’s lang meegaan en niet kunnen crashen tijdens een presentatie.



Overhead /A4 (verschil?):

Voor het maken van sheets en A4tjes. Het precieze verschil tussen deze twee opties is mij niet duidelijk, misschien is er geen verschil. Kleuren niet aanbevolen, tenzij er sheets voor kleurenprinters aanwezig zijn.

N
portrait
a het selecteren van het type dia’s, moet er gekozen worden voor een basislay-out. Kies bij Afdrukstand voor 1 van de volgende opties:

D
landscape
ia’s staand
voor standaard A4 lay-out; “portrait”

Dia’s liggend voor liggende lay-out; “landscape”

Het meest wordt gekozen voor liggende dia’s.

Deze vorm komt nl. het rustigst op de kijker over, omdat onze ogen ook naast elkaar liggen, en gewend zijn om “landscape” te kijken. De term Afdrukstand is wat verwarrend. Het geldt nl. ook bij een presentatie die niet wordt afgedrukt, zoals een diavoorstelling. Als je eenmaal kiest voor 1 van deze 2 standen, dan is de rest van de dia’s ook aan dit formaat gebonden. Je kunt niet 1 dia tijdelijk in een andere stand kiezen. Wil je dit per se toch, dan moet je de afwijkende dia in een ander bestand zetten en er echte 35 mm dia’s van laten maken, of via een hyperlink gaan werken (voor gevorderden).
Basisopmaak van de dia’s (achtergrond, lettertype en grootte)

Achtergrond


Bij het maken van dia’s of een voorstelling is het gebruikelijk om een achtergrondkleur te kiezen. Bij het maken van sheets wordt dat meestal niet gedaan, dan kiest men meestal voor zwarte letters op een witte achtergrond (dit is al standaard). Bij dia’s of een voorstelling wordt meestal voor een donkere achtergrond en lichte letters gekozen. Dit is oogt nl. erg rustig in een donkere zaal. Kies voor het instellen van een achtergrond Opmaak en daarna Achtergrond. Onder het grafiekje staat een wit keuzeveld. Klik op het pijltje en kies een kleur. Standaard kun je kiezen uit ca. 5 kleuren.

Het meest wordt gekozen voor een blauwe achtergrond. De standaardkleur blauw vind ik persoonlijk erg fel. Als je een wat donkerder of een andere kleur wilt, kies dan op Meer kleuren, dat onder de rij met de vijf standaardkleurtjes staat. In beeld verschijnt een zeshoek, kies hier een gewenste kleur uit, bv. donkerblauw (rechtsboven in het kleurenpalet). Nu komt menu Achtergrond weer terug. Er kan eventueel ook een kleurverloop worden aangebracht. Onder Meer kleuren staat Opvuleffecten, kies daarna het tabblad Kleurovergang (komt meestal standaard al in beeld), en kies bv. de variant die boven lichter is en onderaan donkerder. Je komt weer terug in menu Achtergrond. Klik op Overal toepassen, dan komt de gekozen achtergrond straks op alle dia’s.



Lettertypes, kleuren, en grootte van titels en tekst: het Diamodel


Je bent nu weer terug op je eerste dia. In beeld staat twee tekstvakken, van de titel en van de tekst er onder. Je kunt op de vakken klikken en tekst invoeren. Het is het makkelijkst om eerst een standaard te kiezen voor de titel en de tekst eronder. Het liefst wil je natuurlijk dat op elke dia de tekst dezelfde kleur, lettertype en grootte heeft. Dit oogt straks het rustigst. Je kunt per dia het tekstvak aanklikken en veranderen, maar het is het makkelijkst om de lettertypes en kleuren te veranderen in het zog. Diamodel. Dan zijn ze straks in alle nieuwe dia’s al goed.

Kies hiervoor pulldown menu Beeld, daarna Model, daarna Diamodel. In beeld staan weer de twee tekstvakken met de titel en de tekst eronder. Klik eerst op het titelvak.




Kies nu een lettertype op de werkbalk Opmaak (meestal linksboven in beeld; zie figuur hierboven). Standaard staat Times Roman aan. Dit is een wat ouderwetse letter, met een schreef (liggende streepjes onder bv. de letter n). Arial is wat moderner (schreef-loze letter). Zeer modern is bv. Comic Sans MS (dit document). Kies ook een grootte van de titel, standaard is 44, iets kleiner mag ook, bv. 36. Nu nog de kleur van de titel. Bij een donkerblauwe achtergrond wordt vaak een gele titel gekozen. Zoek ergens op je scherm het symbooltje A-met-een-streep-eronder, in de werkbalk Tekenen. Mocht het icoontje niet te vinden zijn, dan moet je de werkbalk Tekenen eerst nog aanzetten. Kies het pulldown menu Beeld, selecteer Werkbalken en vink Tekenen aan. Als het goed is komt er nu een nieuwe werkbalk ergens op het scherm, met daarin het symbooltje A met streep eronder. Klik erop en selecteer bv. geel. Mocht geel niet in beeld staan bij de standaardkleuren, kies dan op Meer tekstkleuren en selecteer de gewenste kleur uit het kleurenpalet.

Klik nu op het onderste vak, en kies ook daar een lettertype (het liefst hetzelfde als de titel) en een lettergrootte (bv. 28-32). Je kunt ook het lettertype en de grootte van de diepere opsommingsniveaus aanpassen. Als kleur van de tekst wordt vaak wit gekozen. Selecteer eerst met de muis alle opsommingsniveaus, klik op A-met-streep-eronder en selecteer wit.

Dit is veel werk, maar nu zullen alle dia’s straks hetzelfde zijn. Bovendien kun je via het Diamodel straks in 1x alle dia’s veranderen, mocht je later een ander lettertype willen. Het blijft altijd mogelijk om 1 enkele dia te laten afwijken van het diamodel.

Klik nu op het menuutje Model, Sluiten. Je bent nu weer terug in de gewone diaweergave.
Het invoegen van een figuur of logo in elke dia.

Het staat erg professioneel om in elke dia een logootje van bv. het Antonius ziekenhuis te zetten, op een vaste plaats. Hiervoor moet je eerst aan het logootje zien te komen, als figuur-bestand, op een floppy of de harde schijf van de computer waar je op werkt. Meest gebruikte figuur types zijn .jpg .tif of .bmp. Ga weer naar het Diamodel (Beeld, Model, Diamodel). Kies nu het pulldown menu Invoegen, en dan Figuur, Uit bestand. Ga naar de plaats waar het gewenste plaatje staat, bv. A-flop, klik op het plaatje, en daarna op Invoegen. Je ziet nu het plaatje op het Diamodel. Vermoedelijk is het plaatje veel te groot. Een logo moet nl. niet te veel ruimte innemen, anders hou je straks geen plaats over voor de eigenlijke tekst. Om het plaatje heen staan 6 witte vierkantjes, dit zijn een soort handvaten om het plaatje te verkleinen. Ga naar bv. de rechterbovenhoek van het plaatje, tot je cursor een diagonaal pijltje wordt. Klik nu 1x, houdt de muis ingedrukt, en sleep de muis naar linksonder, het plaatje wordt kleiner, terwijl lengte-breedte verhouding hetzelfde blijven. Laat de muis los. Ga nu midden in het plaatje staan, tot je cursor een kruisje met pijltjes is, dit is het symbool voor verplaatsen. Klik 1x, houdt de muis ingedrukt, en verplaats het plaatje bv. naar de rechter onderhoek. Als het logo de gewenste plaats en grootte heeft, sluit dan het Diamodel af.



Dia’s maken: tekst


Nu de basislay-out van de dia’s gedefinieerd is, kan het intypen van de tekst beginnen.

Klik op het tekstvak Titel of Tekst, om de teksten in te voeren.



Het wijzigen van het lettertype/grootte/kleur van (een deel van) de titel of tekst van 1 enkele dia

Klik op het gewenste tekstvak. Selecteer met de muis de tekst die moet wijzigen van kleur, lettertype of grootte. Verander kleur, grootte of lettertype, op dezelfde manier als beschreven bij het Diamodel, met behulp van de werkbalk Opmaak. Het verschil is dat nu alleen de aangegeven tekst gaat veranderen. De rest van de teksten en titels houdt de opmaak van het Diamodel.


Het verplaatsen, verkleinen of vergroten van een tekstvak


Klik op het gewenste tekstvak. In beeld verschijnt het tekstvak: een gearceerde vierkante lijn met witte vierkantjes. Met de hoekpunten kan de grootte van het tekstvak veranderd worden. Met de punten aan de zijkant wordt alleen de hoogte of de breedte van het vak gewijzigd. Als je op de gearceerde lijn gaat staan, maar niet op een wit vierkantje, dan wordt de cursor een symbool met vier pijltjes, en kan het gehele tekstvak verplaatst worden, zonder van grootte te veranderen.

Het maken van een nieuw tekstvak

Zorg dat werkbalk Tekenen aanstaat (Beeld, Werkbalken, Tekenen aanvinken). In de werkbalk Tekenen staat een symbool Tekstvak, een wit vlakje met een A en enkele lijntjes. Klik hierop, het wordt nu actief. Ga nu op de dia staan en klik met de linkermuisknop voor het vastzetten van een hoekpunt van het nieuwe tekstvak. Hou de knop ingedrukt, schuif naar bv. rechtsonder, en laat de knop los. Voer nu de gewenste tekst in.


Het maken of weghalen van een lijn om een tekstvak heen


Ga in het tekstvak staan. Klik met de rechtermuisknop. Kies Autovorm opmaken of Tekstvak opmaken. Bij een tekstvak dat met het diamodel is aangemaakt zal er Autovorm staan, bij een zelf gedefinieerd tekstvak komt Tekstvak in beeld, maar het uiteindelijke bewerken maakt niet uit. Er verschijnt nu een window, met diverse tabbladen. Kies tabblad Kleuren en lijnen. Bij het vakje Lijn, Kleur, kan gekozen worden voor de optie Geen Lijn, of voor een bepaalde lijnkleur. Met de keuzevakken Streepjes, Stijl of Dikte kan de vorm van de lijn bepaald worden. NB. standaard staat de lijndikte op 0.75 punt, maar dit oogt een beetje iel op de dia. Kies liever voor 1 of 2 punts voor een wat duidelijker lijn. Vink het hokje Standaard voor Nieuwe Objecten aan, als je wilt dat alle nieuwe tekstvakken met de gekozen lijnstijl aangemaakt worden.

Het veranderen van de opvulkleur van een tekstvak


Ga in het tekstvak staan en klik met de rechtermuisknop. Kies weer Autovorm opmaken of Tekstvak opmaken. Kies tabblad Kleuren en lijnen, en verander bij vakje Opvulling de opvulkleur. Kies Geen opvulling als het tekstvak doorzichtig moet blijven.

Het veranderen van de richting van de tekst (tekst kantelen)

Maak een tekstvak aan en typ de gewenste tekst in. Klik ergens in het tekstvak, en klik met de rechtermuisknop. Kies Tekstvak opmaken. Kies tabblad Grootte. Voer bij Draaihoek de juiste draaihoek, in graden in, bv. 90 voor tekst die naar beneden wijst of –90 (of 270) voor tekst die omhoog wijst.



Het invoegen van een plaatje


Dit gaat eigenlijk hetzelfde als beschreven bij het Diamodel (zie hierboven). Het verschil is dat nu een plaatje wordt ingevoegd die slechts op 1 bepaalde dia te zien is, niet op alle dia’s. Kies op pull-down menu Invoegen voor Figuur, en daarna op Uit Bestand. Ga naar de gewenste directory en kies de juiste figuur. Kies vervolgens op Invoegen. Zet het plaatje op de gewenste plaats, en maak het eventueel groter of kleiner (zie hoe dit moet bij Diamodel). Kies 1 van de hoekpunten als het plaatje de goede breedte/hoogte verhouding moet behouden, kies voor 1 van de zijpunten als deze verhouding moet wijzigen. Klik met de rechtermuisknop op het voorwerp als er iets bijgesneden moet worden, kies Figuur opmaken, tabblad Figuur, en voer het gewenste aantal cm in dat er vanaf gesneden moet worden.

Het tekenen van eenvoudige objecten


Zorg allereerst dat de werkbalk Tekenen aanstaat (Beeld, Werkbalken, Tekenen aanvinken). Als de werkbalk als een Window in beeld staat, met een blauwe balk, pak hem dan bij de blauwe balk op en zet de werkbalk op een handige plaats, bv. geheel links of onderin beeld. Als de werkbalk geen blauwe balk heeft, maar plat tegen een zij- of onderkant aanligt, kan de werkbalk verplaatst worden door hem op te pakken bij de dubbele streepjes boven of naast het woord Tekenen.

Het tekenen van een rechthoek of vierkant


Zoek het vierkante symbooltje op de werkbalk Tekenen en klik erop. Het symbooltje wordt lichter van kleur, ten teken dat het actief wordt. Ga met de muis naar de dia en klik ergens op het beeld voor 1 van de hoekpunten van de rechthoek. Hou de knop ingedrukt en ga naar rechtsonder en laat de knop nu weer los. Voor het maken van een perfect vierkant, hou je tijdens het aanmaken van de rechthoek de Shift toets ingedrukt. In beeld staat een rechthoek, standaard is deze meestal groen van kleur. Lees hieronder hoe de opvulkleur en lijnen veranderd kunnen worden.

Het tekenen van een ellips of cirkel


Klik op het ronde symbooltje op de werkbalk Tekenen. Het symbooltje wordt actief (lichter van kleur). Klik nu met de linkermuisknop op de plaats van de dia waar de cirkel moet komen te staan, houd de knop ingedrukt en schuif naar een andere plaats op de dia en laat de knop weer los. Voor het maken van een perfecte cirkel, hou je tijdens het aanmaken van de ellips de Shift toets ingedrukt.

Het tekenen van een lijn, of pijl


Kies op de werkbalk Tekenen het symbooltje Lijn of Pijl. Klik met de linkermuisknop op de plaats van de dia waar de lijn of pijl moet komen te staan, houd de knop ingedrukt, verplaats de muis naar een andere plaats en laat de knop weer los.

Het tekenen van een Autovorm of een vrije vorm


In de werkbalk Tekenen staat een keuzevak Autovorm. Hiermee kunnen bepaalde standaard-objecten gemakkelijk worden getekend, zoals dikke pijlen, accolades en zeshoeken. Onder keuzehokje Lijnen staat een keuzehokje Vrije vorm. Klik hierop zodat het hokje actief wordt. Ga nu naar het werkvlak, en klik telkens met de linkermuisknop op het beeld, en verschuif telkens de muis. Er wordt nu van punt tot punt een lijn getrokken. Als je uiteindelijk weer op het beginpunt aankomt, sluit de vorm zich automatisch. Standaard is de vrije vorm groen van opvulkleur. Verander de vorm van een Vrije vorm door na het aanmaken van het object op de rechtermuisknop te drukken. Kies Punten bewerken en verplaats eventueel bepaalde punten. Ook kunnen eenvoudig punten worden toegevoegd of weggehaald, door op de rechtermuisknop te drukken en de gewenste bewerking te kiezen.

Het verplaatsen, vergroten of verkleinen van een object


Klik op het object, zodat er 8 witte vierkantjes omheen komen te staan. Het object is nu actief. Ga midden in het object staan om het te verplaatsen. Verander met de linkermuisknop de grootte van het object door 1 van de witte hoekpunten te verplaatsen. Standaard zullen objecten altijd op punten van een (onzichtbaar) raster worden geplaatst. Dat wil zeggen dat je objecten niet op elke willekeurige plaats kunt neerzetten, maar dat ze alleen op bepaalde punten neergezet kunnen worden. Dit is handig als je bv. twee haakse lijnen perfect op elkaar wilt laten aansluiten. Kies bij werkbalk Tekenen op vakje Uitlijnen en klik dan op Aan Raster om deze functie aan of uit te schakelen. Wil je een object vrij kunnen bewegen en neerzetten, houd dan de Alt toets ingedrukt tijdens het verplaatsen. Ook kun je de hulplijnen, die standaard in beeld staan gebruiken. Je kunt de hulplijnen verplaatsen door erop te staan en de lijnen te verslepen. Bij het verplaatsen van een object in de buurt van een hulplijn, zal het object altijd op de lijn worden gezet. Dat is handig om bepaalde objecten netjes uit te lijnen. Wil je dit niet, verplaats de hulplijn dan even wat verder weg, dan heb je er geen last van. Eventueel kan dit ook via de werkbalk Tekenen, Uitlijnen en verdelen worden gedaan.

Het veranderen van de opvulkleur of lijnen van een object


Verander de kleur van een rechthoek of cirkel op of in het object te staan, en klik met de rechtermuisknop. Er verschijnt een menuutje in beeld, kies Autovorm opmaken. Klik op tabblad Kleuren en lijnen. Hier kun je de opvulkleur veranderen. Kies Geen opvulkleur voor doorzichtige objecten. Ook kan hier de lijnkleur veranderd worden, of de stijl van de lijn. Opvulkleuren en lijnen kunnen ook op een andere manier veranderd worden, namelijk met de corresponderende symbooltjes op de werkbalk Tekenen.

Groeperen, spiegelen, uitlijnen, volgorde


In de werkbalk Tekenen staan veel handige knoppen. Hiermee kunnen objecten (bv. vierkantjes of streepjes) op 1 lijn worden gezet, bv. allemaal links uitlijnen, of allemaal in het midden, of allemaal op een bepaalde lijn. Ook kan de volgorde van objecten veranderd worden, zodat 1 object boven op een andere komt te liggen, of juist eronder, en kunnen objecten gespiegeld worden. Met de optie Groeperen kunnen bepaalde objecten bij elkaar in een groep gezet worden. Selecteer meerdere voorwerpen tegelijkertijd door de Shift toets ingedrukt te houden, of door met de muis een bepaald vlak te selecteren. Kies nu op de werkbalk Tekenen de gewenste optie. Het gaat iets te ver om alles uit te leggen, de meeste dingen wijzen zich vanzelf.

Hulplijnen


In beeld staan standaard twee hulplijnen, een horizontale en een verticale. Met deze lijn kunnen objecten ook eenvoudig op dezelfde hoogte worden plaatst, of kan gecontroleerd worden of alle teksten op dezelfde hoogte staan. Objecten in de buurt van de hulplijn zullen bij verplaatsen altijd tegen de lijn aangezet worden. Is dit niet de bedoeling, houd dan de Alt-toets ingedrukt, of verplaats de hulplijn een stukje verderop.

Nieuwe dia’s maken, dia’s bekijken, dia’s verplaatsen

Het maken van een nieuwe dia


Kies pulldown menu Invoegen, en kies Nieuwe dia. Kies weer de gewenste indeling. Links onder in beeld staat nu Dia 2 van 2. Soms is het handig om Dia Dupliceren te kiezen, bv. als je veel plaatjes hebt die in de volgende dia terug moeten komen.

Het bekijken van alle dia’s


Kies Beeld, en daarna DiaSorteerder. Je kunt dit ook op een andere manier doen. Links onder in beeld staan enkele symbooltjes (zie plaatje hiernaast). Als je er wat langer met de muis op blijft staan zie je ook wat ze voorstellen Kies daaruit het symbooltje met de vier kleine vierkantjes linksonder in beeld, de DiaSorteerder. Alle dia’s komen in beeld, in verkleinde weergave. Kies eventueel een andere inzoomfactor (witte vakje bv. 66%). Ga weer terug naar 1 enkele dia door op Beeld, Dia te kiezen. Je kunt dit ook op een andere manier doen, door linksonder in beeld het symbooltje Dia te kiezen.

Het bekijken van 1 dia, beeldvullend


Kies Beeld, Diavoorstelling, of klik op het overeenkomende symbooltje onderaan in beeld. De dia komt nu beeldvullend, zonder werkbalken, in beeld. Met Enter of pijltjes naar rechts/links/ omhoog/omlaag kun je naar de volgende of de vorige dia. Ga terug naar het programma via de ESCape toets.

Het veranderen van de volgorde van dia’s


Kies Beeld, Diasorteerder of direct via het symbooltje linksonder. Klik op de dia die van plaats moet veranderen. Er komt een zwarte rand omheen. Pak de dia nu op (met de muis). De dia wordt nu weergegeven door een verticale streep. Verplaats hem tussen de twee gewenste buur-dia’s, en laat hem weer vallen.

Overgangen tussen dia’s


Het is mogelijk om de dia’s met een bepaald effect in elkaar te laten overlopen.

Ga naar Beeld, Diasorteerder (of het symbooltje met de vier vierkantjes). Alle dia’s komen in beeld. Links boven in beeld staat een keuzevak voor de overgangen tussen de dia’s. Standaard staat dit op Geen overgang. Selecteer de dia’s waarvoor een overgang gewenst is. Als je de Shift toets ingedrukt houdt kun je meerdere dia’s selecteren. Selecteer alle dia’s door op Control-A te drukken. Kies de gewenste overgang. Voorbeelden van overgangen zijn mozaïeken, bedekken vanaf links etc. Persoonlijk vind ik de meeste overgangen veel te bont, ik laat het meestal achterwege. Bekijk het effect van de verschillende overgangen met Beeld, Diavoorstelling.


Het 1 voor 1 in beeld laten komen van opsommingen


Als je hebt gekozen voor tekstvakken met opsommingen kun je die vrij eenvoudig 1 voor 1 in beeld laten komen. Ga naar Beeld, Diasorteerder (vier vierkantjes). Rechts naast het keuzevak voor de overgangen tussen dia’s staat een tweede keuzevak, voor dit doel. Selecteer eerst de gewenste dia, of evt. alle dia’s (Control-A). Kies daarna de gewenste manier van in beeld komen. Bekijk het effect met Beeld, Diavoorstelling (of via het overeenkomende symbooltje). Druk op Enter of pijltje omlaag/naar rechts om de volgende tekst in beeld te laten komen.

Je kunt dit ook bewerkstelligen via Animaties, zie hieronder.



Animaties binnen 1 dia


Nu komt het echte werk! Met animaties kun je stapje voor stapje een bepaalde tekening opbouwen. Bij elke muisklik komt er meer in beeld. Ook kunnen geluiden worden ingebouwd. Pas wel op, want overdaad schaadt! Bedenk eerst welke voorwerpen in welke volgorde in beeld moeten komen. Objecten die tegelijkertijd in beeld moeten komen, moeten eerst in een groep gezet worden (selecteer de gewenste objecten, en kies op werkbalk Tekenen de optie Groeperen).

Breng de animaties aan door op de gewenste dia te gaan staan, en kies onder pull down menu Diavoorstelling de optie Aangepaste Animatie. Je kunt ook direct op het symbooltje Animaties klikken (zie plaatje hiernaast).

In beeld staat nu een lijst van alle objecten (lijnen, tekstvakken, figuren, groepen) die op de geselecteerde dia staan. Klik op de objecten die in de animatie moeten komen, en vink het vakje Animatie aan. De geselecteerde objecten komen nu in een lijst van geanimeerde objecten te staan. Titels en logootjes die op elke dia staan, worden meestal niet geanimeerd, dat wil zeggen, ze komen straks gewoon in beeld. Klik met de pijltjes in de lijst van geanimeerde objecten om de volgorde van animatie te veranderen. Klik op vak Effecten om het animatie-effect te wijzigen. Het rustigst is Verschijnen, maar er zijn ook flitsende spiralen of ronddraaiende effecten te kiezen. Let op: maak niet de fout door alles te laten bewegen, dit werkt zeer vermoeiend voor de kijker. Gebruik het alleen indien nodig.

Met de knop Voorbeeld kan de animatie versneld worden afgespeeld. Kies op OK om de gekozen animatievolgorde te bewaren.


Animaties van tekst


Klik op het tekstvak en zet de animatie aan. Vink het vakje aan bij Gegroepeerd per alinea van het 1e niveau. Het is erg chique om bij tekst die 1 voor 1 in beeld komt de vorige regel een donkerder kleur te geven. Kies dan bij Effecten,bij het vakje Na animatie een bepaalde kleur, bv. blauw bij een witte tekst.

Het afspelen van de animatie


Kies op Beeld, Diavoorstelling (of het symbooltje met de grote dia) om de volledige dia in beeld te laten komen. Klik met de rechtermuisknop, en er komt steeds meer in beeld. Ook kan met de pijltjestoetsen gewerkt worden. Pijltjes omlaag of naar rechts: er komt een voorwerp meer in beeld. Pijltje omhoog of naar links is het weer weghalen van een voorwerp of dia.



Hand-outs


Hand-outs zijn mini-afdrukjes van je dia’s. Dit kan handig zijn bij het geven van een cursus, of andere voordracht, waarbij je wilt dat je publiek een geprinte versie heeft van de voorstelling.

Kies onder pull-downmenu Bestand de optie Afdrukken. Onder in staat een keuzevak Afdrukken, kies hier Hand-outs 2, 3, of 6 dia’s per pagina. De hand-outs worden uitgeprint zonder achtergrond, in een zwarte letter op wit papier, zelfs als je witte letters op een donkere achtergrond hebt gekozen.



Diavoorstelling

Voor de voorstelling


Bij het geven van een presentatie met PowerPoint is het belangrijk om van tevoren enkele dingen te controleren:

  • is er een beamer (soort diaprojector) aanwezig?

  • is er een laptop of andere presentatie-computer aanwezig en staat daar PowerPoint op?

  • werkt de voorstelling wel?

Zorg dat de presentatie op een CD-rom of diskette staat. Als de presentatie op een diskette staat, werk dan NOOIT vanaf de diskette! Het lezen vanaf een A drive is nl. erg traag, en het publiek zal alleen maar zandlopertjes zien. Kopieer het bestand dus eerst op de computer die aan de beamer gekoppeld is. Het maakt niet uit waar je het bestand zet, bv. in C:/temp.

Vaak zie je bij praatjes dat de spreker eerst PowerPoint opstart, het document opent, dan zie je alle dia’s eerst in beeld, en dan klikt de spreker op de Diavoorstelling. Dit kan natuurlijk professioneler:

Open dan vanaf de C schijf op de presentatie-computer het Powerpoint-bestand (.ppt). Sla nu het bestand op als een Powerpoint-voorstelling als volgt: kies onder Bestand, Opslaan als, en kies onder Bestand opslaan als de mogelijkheid Powerpoint-voorstelling (.pps). Het bestand wordt nu onder dezelfde naam maar met de extensie .pps opgeslagen. Zet het bestand op de Desktop en sluit het programma af. Op het beginscherm van de presentatie-computer staat nu de voorstelling. Dubbelklik erop, en de voorstelling begint vanzelf.

Controleer ook of de beamer aansluitingen werken. Zie je de voorstelling wel op het scherm, maar niet via de beamer, en zijn alle snoertjes goed aangesloten, dan kan het zijn dat de laptop op een verkeerde stand staat, en het signaal niet naar de beamer doorgeeft. Soms is het probleem via Function F3 (of een andere functietoets) te verhelpen.



Als je zelf een laptop meeneemt. sluit de computer dan op de netstroom aan. Niets is zo vervelend als een lege accu tijdens een presentatie.

De voorstelling zelf


Ga met de linkermuisknop of eventueel een afstandsbediening door de dia’s heen. Mocht je onverhoopt te ver geklikt hebben, dan zijn er twee mogelijkheden om een stapje terug te doen. Het netst en onopvallendst is om op de presentatie-computer het pijltje omhoog of naar links aan te klikken. Is dat niet mogelijk (omdat je met een afstandsbediening of muis presenteert) klik dan op de rechtermuisknop en kies Vorige. Helaas staat dit menu dan ook levensgroot op het scherm. Na de voorstelling (met een .pps) gaat het scherm op zwart.

Succes met de presentatie!


Elies Bik, moleculair bioloog, april 2001

Pagina van 27-9-16




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina