Praktijklesjes voor kleuters uit groep 1 en 2 De belangrijkste voetgangerstaak is



Dovnload 18.3 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte18.3 Kb.

OVERSTEKEN


(Praktijklesjes voor kleuters uit groep 1 en 2)
De belangrijkste voetgangerstaak is oversteken.

Goed kunnen oversteken is dus een belangrijke voorwaarde voor veilig verkeersgedrag. Omdat kinderen al heel jong als voetganger aan het verkeer deelnemen, moet het leren oversteken op zo jong mogelijke leeftijd beginnen. Immers zo gauw het kind thuis de oprit verlaat, is het een verkeersdeelnemer.



Doel


Kinderen de handelingen leren, die nodig zijn voor goed oversteekgedrag en deze handelingen leren benoemen en in de goede volgorde leren uitvoeren: hen de daarbij behorende begrippen leren.

Uitgangspunten


Jonge kinderen leren door doen en nadoen. Daarom kan het oversteken niet alleen in de klas worden geleerd, maar moet er ook op het schoolplein en ook op straat worden geoefend.

Bij het oefenen van de oversteekhandelingen speelt het goede voorbeeld van de volwassenen een belangrijke rol.

Oefenen op straat kan alleen maar met voldoende hulp van ouders.

Het is belangrijk dat ouders informatie krijgen met daarin ook de veiligheidsafspraken die met de kinderen zijn gemaakt, zodat de ouders zelf met hun kinderen kunnen oefenen en dezelfde afspraken gaan hanteren.



Oversteeksituaties


  1. Oversteken in rustige straten.

  2. Oversteken bij geparkeerde auto’s.

  3. Oversteken bij klaar-overs.

  4. Oversteken bij een zebrapad.

  5. Oversteken bij een voetgangerslicht.



Veiligheidsafspraken


Kleuters zijn niet in staat de snelheid van en de afstand tot een naderende auto vast te stellen. Wij stellen daarom een veiligheidsregel in: wij spreken met de kleuter af, dat pas wordt overgestoken als er geen verkeer aankomt.


  1. Oversteekhandelingen bij OVERSTEKEN IN RUSTIGE STRATEN

Als kinderen willen oversteken kan er verkeer aankomen rijden. Wat de kinderen in zo’n situatie moeten doen, wordt in dit onderwerp aangeleerd. De hierbij behorende oversteekhandelingen zijn:

  • stoppen voor de stoeprand.

  • Bij de stoeprand naar links, dan naar rechts en dan weer naar links kijken.

  • Wachten als er verkeer aankomt.

  • Opnieuw uitkijken als het verkeer voorbij is.

  • Als er niets meer komt aanrijden, rustig en recht oversteken.




  1. Oversteekhandelingen bij OVERSTEKEN BIJ GEPARKEERDE AUTO’S.

Oversteken bij geparkeerde auto’s is lastig. De auto’s bemoeilijken het uitkijken. Vooral wanneer in de omgeving veel straten met geparkeerde auto’s zijn, moeten de kinderen leren hoe daar moet worden overgestoken.

  • Stoppen voor de stoeprand.

  • Bij de stoeprand in de geparkeerde auto kijken. (om te zien of er iemand inzit, anders bestaat de kans dat de auto kan gaan aanrijden).

  • Stoppen bij de kijklijn op de goede plaats. (Aan de achterkant van de auto, evenwijdig aan de hoek van de auto, het dichts bij de middellijn van de weg).

  • Daarna begint weer het uitkijken, zoals onder punt 1. is vermeld.




  1. Oversteekhandelingen bij KLAAR-OVERS.

  • Als er klaar-overs staan moet je daar oversteken.

  • Wacht op de stoeprand, als de klaar-over heeft gezegd “ klaar…. over”, dan mag ertussen de klaar-overs worden overgestoken.




  1. Oversteekhandelingen bij ZEBRAPAD

  • Als er vlakbij een zebrapad is moet je daar oversteken. Bij een zebrapad moet je ook eerst stoppen bij de stoeprand, uitkijken, en als er geen verkeer aankomt, dan mag je oversteken.




  1. Oversteekhandelingen bij een VOETGANGERSLICHT

  • Als er vlakbij een voetgangerslicht is, moet je daar oversteken.

  • Bij het oversteeklicht stoppen bij de stoeprand. (Als het licht rood is en er zicht een drukknop op de paal, dan deze knop indrukken, loslaten en wachten tot het groen wordt.) Als het licht groen wordt, eerst uitkijken (zie bij 1.) daarna oversteken. Als het licht rood wordt en je bent nog niet aan de andere kant, dan niet teruglopen, maar doorlopen.



PRAKTIJKOEFENEN


De praktijk oefeningen worden gehouden op het schoolplein en in een rustige straat.

Nodig zijn 4 ouders, 2 ouders geven instructie en 2 ouders gaan kinderen uit de klas halen, vertellen vast aan de kinderen wat de bedoeling is en brengen het voorafgaande groepje weer terug.

De groepjes bestaan uit 6 tot 8 kinderen (de helft van groep 1 en de helft van groep 2. )

De instructie zal ongeveer 10 minuten duren.

Er wordt 2 keer op het schoolplein geoefend en 1 keer in een straat.

DIPLOMA


Kinderen uit groep 1 krijgen na 3 keer oefenen een oefendiploma en de kinderen uit groep 2 krijgen een oversteekdiploma.
BERICHT AAN OUDERS

Ouders krijgen van tevoren bericht met alle bovenvermelde informatie over het oversteken met kleuters en hoe dit op school wordt aangeleerd.

Hierop staat ook de opmerking, dat de oversteekhandelingen geen vrijbrief geven om hun kinderen alleen over te laten steken, maar het is een stukje bewustwording en een begin om een veilig verkeersgedrag aan te leren.
Oefenen op schoolplein:

Men tekent een straat met stoepkrijt op het schoolplein.

Voordat de ouder begint legt ze aan de kinderen uit wat ze getekend heeft.

Controleer de kinderen of ze de begrippen kennen door te vragen, ga eens netjes aan de stoeprand staan. Of loop allemaal eens naar de stoeprand.


Oefeningen: Dag 1.

  • Altijd stoppen bij de stoeprand/aan de kant van de weg.

  • Oversteken bij klaar-overs. (indien zebra of voetgangerslicht in de buurt, dan dit ook oefenen)

  • Uitkijken eerst naar links, dan naar rechts en weer naar links.

(kinderen zeggen hardop: Ik wil oversteken, dan kijk ik eerst naar links, dan kijk ik naar rechts, dan kijk ik weer naar links, er komt niets aan, dan mag ik oversteken).

Let erop dat kinderen ook echt kijken met hun hoofd meegaan.



  • Rustig en recht naar de overkant lopen.

  • Begrippen aankomen, voorbijrijden en wegrijden (De 2e ouder die instructie geeft kan met een getekende auto “voorbijrijden”.)

Oefeningen: Dag 2.

  • In het kort herhalen dag 1.

  • Daarna aanleren oversteken bij een geparkeerde auto.

(nodig: een auto b.v. getekend op een grote kartonnen doos, waar kinderen niet overheen kunnen kijken).

  • Het gaat hier vooral om de kinderen uit te leggen, dat ze in de geparkeerde auto moeten kijken en waar de kijklijn ligt.

  • Ga dan met de kinderen oefenen. Loop naar de stoeprand, kijk of er iemand inzit, loop naar de achterkant van de auto, ga naar de kijklijn, daarna ik wil oversteken, …..enz.

Oefeningen: Dag 3.

  • Zoek een rustige straat bij de school en parkeer er een auto.

Oefen allen handelingen die de kinderen op het schoolplein hebben geleerd
Opmerkingen: De ouder die instructie geeft doet voor en vertelt wat ze doet. Daarna allemaal samen en tot slot de helft van het groepje om de beurt alleen. Op straat dragen de ouders die instructie geven oranje hesjes, zodat de groep beter opvalt bij de andere weggebruikers.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina