Preek Genesis 26: 1-33 Schildwolde, 25 augustus 2013



Dovnload 23.2 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte23.2 Kb.
Preek Genesis 26:1-33

votum en groet

Gz.132:1,2,5,6

wetslezing

Ps.112:1,2,3

gebed


lezen: Gen.26:1-33

1 Tim.6:11-19

Ps.37:2,11

preek: Gen.26:24

Ps.105:5,6

gebed


collecte

Ld.78:1,4



zegen
Gemeente van Christus,
** belofte
‘Isaak’, zei de Heer op een nacht, ‘kijk eens naar de sterren. Zo groot wordt jouw nageslacht. Wat ik je vader beloofde, beloof ik ook aan jou. Draag mijn zegen en zegen op jouw tijd weer je zoon.’ Dat heeft Isaak gedaan. In ontroerende trouw. Hij leefde van die belofte. Hij leefde met de Heer.
Isaak is de minst bekende van de drie aartsvaders. Zijn naam wordt vaak in één adem genoemd: de God van Abraham, Isaak en Jakob. Over Abraham zijn veel verhalen verteld. En de verhalen over Jakob zijn net begonnen. Maar over Isaak is weinig bekend. In één hoofdstuk is zijn leven beschreven. Hij is vooral de zoon van zijn vader en de vader van zijn zoon. Er zijn niet veel spannende gebeurtenissen, geen grote wendingen, geen bijzondere godservaringen. Een beetje kleurloos. Wat vlakker. Niet zo uitgesproken. Wat gewoner. Wat saaier misschien. Misschien wat meer zoals de meeste mensen. Maar toch: in zijn gewoonheid was hij trouw. Trouw aan de God die hem zijn eigen plaats heeft gegeven. Hij leefde in ontzag voor de God die zijn leven leidde.
Ook aan hem verschijnt God. Ook hij krijgt de zegen. Een zegen die veel oplevert. Zijn zonen vechten niet voor niets om het eerstgeboorterecht, zo lijkt de verteller ons duidelijk te willen maken. Een groot bezit, een welvarend bedrijf, belangrijke relaties. Isaak laat een beste erfenis na. Zijn zoons staan elkaar erom naar het leven. Waarbij de belofte de belangrijkste is: God die ervoor kiest om via een familie de wereld te redden. Isaak leefde bij die belofte. Zo werd hij drager van Gods zegen.
‘Wat ik je vader heb gezworen, zal Ik ook aan jou geven’. Is dat niet vervelend om steeds in de schaduw van je vader te staan? De naam van Abraham komt in dit hoofdstuk zeven keer voor. De verhalen waarin Isaak de hoofdrol speelt, lijken een herhaling van gebeurtenissen die Abraham heeft meegemaakt. Zo vader, zo zoon. Inderdaad, ook in het verbond. Isaak is de ware erfgenaam van Abraham, zo wordt ons duidelijk gemaakt. Juist in zijn trouw. God heeft zich werkelijk verbonden aan zijn vriend Abraham.
Hoe kostbaar is een goede erfenis! Een goede geestelijke erfenis. Kreeg je die van je vader en je moeder? Of van een ander? Wees er trouw in, zodat je ook jouw kinderen daarvan kunt geven. Houd de dienst aan God in ere. Met Gods belofte kun je leven! Je hoeft geen spectaculaire Godservaringen te vertellen. Je hoeft niet zelf het geloofswiel uit te vinden. Je hoeft geen bekende of spraakmakende christen te zijn. Je mag ook gewoon schakel zijn in de doorgaande keten van Gods verbond. Zoon van je vader, vader van je zoon. Dochter van je moeder, moeder van je dochter. Levend bij de belofte van God.
**blijf!
‘Blijf hier’. Dat is de opdracht die Isaak krijgt. ‘Reis niet verder.’ ‘Maar, Heer, ik ben nog niet halverwege! Als het in Kanaän zo droog en dor is, dan is het hier in Gerar toch ook niets? Ik moet eigenlijk verder om in leven te blijven, tot de vruchtbare gebieden van Egypte?’ ‘Blijf hier. Dit behoort nog bij het land dat ik je ga geven. Wees niet bang voor de honger. Ik zal je terzijde staan.’
De benedictijnse kloostertraditie kent de gelofte van de ‘stabilitas loci’. Een gelofte op je plek te blijven en je omgeving niet te verlaten. Niet in tijden van oorlog en niet in tijden van honger. De benedictijnen hebben er veel respect mee opgebouwd. En deze gelofte heeft ook wel een mooie geestelijke inhoud. Niet weglopen van datgene waaraan jij je verbonden hebt en waar je verantwoordelijkheid voor draagt. Laat je niet afleiden, maar blijft trouw op je post. Blijf bij je keuze. Loyaal aan de mensen om je heen. Toegewijd aan je plaats. Als ik God hier niet kan vinden, kom ik hem elders ook niet tegen.
Mag ik dat verbinden aan de opdracht die Isaak krijgt? ‘Blijf hier!’ Abraham kreeg als opdracht: ‘Trek weg’. Het was zijn daad van geloofsgehoorzaamheid om zijn vaderland en familie te verlaten. Voor Isaak is het een daad van geloofsgehoorzaamheid om het beloofde land niet te verlaten. Zelfs niet in de onmogelijke omstandigheden van een hongersnood.
In onze samenleving draait alles om mobiliteit en beweging. Veertig jaar bij dezelfde baas wordt niet als compliment beschouwd. Nieuwe ervaringen opdoen, nieuwe horizonten verkennen, het wordt je aanbevolen voor je ontwikkeling. Als je omstandigheden niet ideaal zijn, als je relaties niet meer voldoen, als je je niet gelukkig voelt, pak dan je tent op en zoek wat anders. Misschien dat je er in onze maatschappij niet onderuit komt. Maar overweeg ook eens of je niet zou moeten blijven. Wat betekent trouw? Ook in dorre perioden in de leven, in de kerk, in je huwelijk, in je leven met God. Zulke perioden komen voor. Maar dorheid is geen goede reden om de bakens te verzetten. Volharding levert meer op. Trouw op de plaats die je hebt gekregen. Toegewijd aan de beloften die je hebt ontvangen.
** moraal?
‘Wie is die mooie vrouw aan je zijde, heer Isaak?’ Een mooie vrouw, dat was de knecht van Abraham ook al opgevallen toen hij destijds een bruid voor Isaak zocht. Kennelijk is Rebekka haar schoonheid nog niet verloren. Ze trekt de aandacht van de mannen. Maar in plaats van de gebruikelijke opmerkingen onder elkaar, vragen ze er openlijk naar. Is het ongehoorde brutaliteit? Of zoeken ze naar de mogelijkheid van een politieke of diplomatieke verbinding, waarbij vrouwen als ruilmiddel werden gebruikt? ‘Zij is mijn zuster’, loog hij. Doodsbenauwd dat zijn mooie vrouw hem wel eens de kop kon kosten. Als de koning zijn zinnen op haar zou zetten…
Hoe zou Rebekka zich voelen bij dit antwoord? Handelswaar? Miskend als vrouw? Ik kan me voorstellen dat het de eerste tijd niet echt heel gezellig was in hun tent. Maar op een gegeven moment slijt het. Want als ze aan vrijen zijn ziet de koning hen toevallig vanuit het venster waarmee hij over de schutting kon kijken. Hij begreep dat hij bedrogen was. ‘Heer Isaak, u wilt toch niet volhouden dat dat uw zuster is? Waarom hebt u gelogen?’ ‘Ik was bang sire, ik vreesde voor mijn leven.’ ‘En ondertussen laat je het risico lopen het bed te delen met een getrouwde vrouw!’ Het schaamrood staat Isaak op de kaken. Deze onbesneden koning Abimelech leeft meer vanuit de wetten van God dan de drager van het verbond. Het geloof kent z’n zwakke momenten. Gods kinderen maken verkeerde beslissingen, laten zich leiden door angst of eigenbelang. Het Godsvertrouwen is soms zoek. De geloofsgehoorzaamheid soms verdwenen.
Mooi eigenlijk, dat de gelovigen in de bijbel mensen blijken te zijn. Die aartvaders van Israël, Abraham, Isaak en Jakob, hebben allemaal hun zwarte bladzijden. Het is niet waar dat Gods kinderen altijd een hoge moraal hebben. Dat ze altijd voorbeeldige mensen zijn. Je kent vast christenen die verkeerde dingen hebben gedaan. Je kent hopelijk ook eigen fouten. En de wereld buiten de kerk kan ze ook wel aanwijzen. Angst en eigenbelang. Ongeduld en eerzucht. Het is niemand vreemd. Maar wat maakt het veel kapot.
Isaak dacht zijn leven veilig te stellen door leugens. Maar nu wordt het pas riskant. Maar koning Abimelech zorgt voor de veiligheid. Hij beschermt de eer van Rebekka. En bewijst Gods genade aan Isaak. Zelfs een aartvader moet het hebben van Gods genade. Wees dan niet verbaast dat alle mensen het moeten hebben van Gods genade. En wees al helemaal niet zo hoogmoedig om te denken dat die genade voor jou niet zo nodig is. Maar prijs God dat Hij ons niet uitlevert aan onze angsten en fouten. En dank hem voor de genade dat Hij tóch zegent, ook al heeft een mens dat niet verdiend.
** zegen maakt rijk
Rijk, rijker, schatrijk. Een multimiljonair. Ik kan me niet voorstellen hoe je dan leeft. Het klinkt wel leuk, maar het lijkt me tegelijk niet gemakkelijk. Grote rijkdom vraagt om grote verantwoordelijkheid. En toch is rijkdom ook een zegen. Zeker in de tijd van het oude testament, als Gods zegen vaak heel aards zichtbaar wordt in gezondheid en welvaart. God is goed voor Isaak. Een honderdvoudige oogst op het land. Dat is uitzonderlijk goed. De eerste aartsvader die zaait en oogst in het beloofde land, krijgt daarop een voelbare bevestiging. Over de hongersnood horen we niets meer. Israël moet het weten: Als God zegent, is het beloofde land zeer vruchtbare grond. Het gaat Isaak goed. Koeien en kamelen, schapen en geiten, knechten en meiden. Hij wordt een man van betekenis. Wat is die man gezegend!
Maar op aarde roept Gods zegen niet alleen waardering op. De Filistijnen worden jaloers op Isaak. De gezegende wordt de benijde. Welvaart en geluk vormen een voedingsbodem voor jaloezie en angst. Ach, je kent dat patroon toch? Jaloers omdat zij, zonder er iets voor te doen, altijd hoge cijfers haalt. Boos omdat hij verkering krijgt met het meisje dat jij graag wilde hebben. Afgunstig omdat zij, ondanks alle ongezonde leefgewoonten, toch nooit iets heeft. Ongemakkelijk omdat het bij hen altijd zo fijn lijkt te gaan in hun gezin. Bezorgd dat hij door zijn welvaart jouw positie bedreigd. En de zegen van een ander wordt voor jou tot een vloek.
Vervelend eigenlijk, dat iets goeds als Gods zegen tot zulke slechte reacties leidt. Jaloezie is een giftige plant. Het brengt ontevredenheid en frustratie. Je raakt verbitterd en verspeelt je vrede. Je loopt het risico dat je de strijd aangaat. Zoals de Filistijnen die Isaak eerst het leven onmogelijk maken door de waterbronnen dicht te gooien. Nota bene de waterputten die Abraham nog had gegraven. En vervolgens sturen ze hem bot weg. ‘Wegwezen hier. Je bent me te groot geworden. Je bent een bedreiging voor onze welvaart.’ Kijk uit voor jaloezie! Kan het zijn dat je iemand Gods zegen misgunt? Dan zet je God zelf op afstand. Als je afgunst in je hart ontdekt, breng het bij God. Probeer een ander niet klein te krijgen, maar maak God groot. Dan zul je delen in Gods zegen.
** strijd om de bronnen
‘Wegwezen hier. Dat water is van ons.’ Als de strijd om de bronnen eenmaal is begonnen, stopt die niet. Waterbronnen, oliebronnen, energiebronnen. Kopermijnen, aluminiummijnen, goudmijnen. De wereld is er niet echt beter op geworden. Ik vermoed dat je onder alle oorlogen een strijd om de economische bronnen kunt aanwijzen.
‘Wegwezen hier. Dat water is van ons.’ Isaak heeft dan weliswaar het gebied van koning Abimelech verlaten, maar in het dal van Gerar gaat de strijd door. De akkerbouw is beperkt gebleven tot hooguit een paar seizoenen. Isaak gaat weer verder met de tenten en de kuddes. We volgen zijn leven. De aartsvader die niet opvalt. Die zijn plaats inneemt in het doorgeven van Gods belofte. Trouw aan zijn roeping. Met respect voor God. Iemand die door angst voor mensen tot grote leugens komt. En die toch door God royaal wordt gezegend. Maar de gezegende wordt de gehate.
‘Wegwezen hier. Dat water is van ons.’ En Isaak is zo wijs dat hij zwijgt en zo sterk dat hij niet terugslaat. Hij wist zich vreemdeling en daarmee gast op aarde. ‘Esek’ noemt hij de bron: bron van ruzie. En hij trekt weer verder. Bereid om de nodige mijlen te gaan. Kennelijk beschikt hij over een andere bron waaruit hij put. Een bron van geestelijke kracht. Hij legt recht en vrede in de handen van God.
‘Wegwezen hier. Dat water is ook van ons.’ Heeft hij eindelijk weer water gevonden, wordt ook dat hem bestreden. ‘Sitna’: bron van vijandschap. De vossen hebben holen, de vogels hebben nesten, maar Isaak trekt verder. Zie je Jezus in hem? Die niet zijn eigen recht en eer zocht. Die zijn macht niet bewees door terug te slaan. Maar die uiteindelijk de vrede bracht.
Niet vergeefs is Isaak verder getrokken. Weer vindt hij water. ‘Rechobot’: bron van ruimte. De Heer heeft ruimte gemaakt. Levensruimte. Echte vrede kun je niet bevechten. Je kunt die alleen ontvangen. En daarom kun je als christen vele mijlen met iemand gaan. Zonder dat je je eigenwaarde verliest. Die ligt immers in Jezus Christus. Wat geeft dat een ruimte! Levensruimte. Ruimte om te incasseren zonder gefrustreerd te raken. Want je leeft in de vaste hoop van Christus. Ruimte om te wijken zonder slapheid. Want je leeft in de vrede van Christus. Ruimte om op te geven zonder bijgedachten. Want je leeft in de liefde van Christus. In Hem liggen de bronnen voor het leven.
** bij Berseba ligt de grens
‘Isaak, ik ben de God van je vader Abraham. Wees niet bang, Ik sta je terzijde. Ik zal je zegenen.’ Opnieuw krijgt Isaak een hemelse bemoediging. Dan is hij inmiddels niet meer in Rechobot, maar is hij verder getrokken naar Berseba. Daarmee is hij weer terug. Terug bij de meest zuidelijke plaats waar Abraham een poos heeft gewoond toen hij het land inspecteerde dat God voor hem bestemd had. Abraham bouwde daar een altaar om het land te claimen voor God de Heer. Isaak bouwt daar een altaar bij zijn definitieve vestiging in Berseba. Zodat het leven verbonden wordt aan God de Heer. Berseba wordt later de woonplaats van Isaak genoemd. Onbetwistbaar onderdeel van het beloofde land.
‘Wees niet bang, Ik sta je terzijde.’ Niet eerder heeft de Heer zich met zulke woorden verbonden aan een mens. Hij verbindt zich niet aan plaatsen of momenten, aan bepaalde handelingen of tradities. Hij verbindt zich aan een mens. Het zal niet de laatste keer zijn dat Hij zulke woorden spreekt. ‘Ik sta je terzijde. Ik ben met je.’
Een bemoediging na jaren van vreemdelingschap. Na jaren van terugtrekken en loslaten. Het hoeft niet meer. In Berseba ligt de grens. Isaak mag tot rust komen. De zegen voor Abraham heeft Isaak ervaren en ontvangen. Met de belofte van Abraham heeft Isaak geleefd. De God van Abraham is de God van Isaak. Gezegend is degene die zo’n God aan zijn zijde heeft. Die zijn vertrouwen op de Heer vestigt. Die luistert naar de stem van de Heer. Die zijn Heer volgt. En parallel aan zijn leven trouw is in de dienst aan de Heer. Je komt thuis.
‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld’. Het zijn de woorden van de Heer Jezus Christus. In zijn nabijheid gaat je leven open. Je vind zijn kracht om je weg te gaan. Je ontvangt zijn Geest om in wijsheid en zachtbmoedigheid te leven. Je ontvangt zijn liefde om trouw en dienstbaar te zijn. De angst verdwijnt waar Hij je terzijde staat. Je hebt je thuis gevonden. Je leeft in de nabijheid van God. Hij zelf woont in je leven.
** een oase in de woestijn
‘Isaak, daar komen ze weer aan.’ Ja, het verhaal van Isaak is bijna klaar. Maar de belofte en zegen van Gods verbond krijgen nog meer glans. De naam van Abraham wordt niet meer genoemd. Hier staat Isaak, drager van de belofte, gezegende van God. ‘Wat komt u hier doen? U haat mij toch? U hebt mij toch weggestuurd?’ Wat een andere Isaak is dit! Tegenover koning Abimelech met zijn makker Achuzzat en zijn generaal Pichol. Dit is een man die zijn waarde kent. En die koning kent eveneens zijn plaats.
‘Wij komen u eer bewijzen. U bent een gezegende van God. Graag zouden wij een verbond met u sluiten. Voor nu en voor de toekomst. Dat we elkaar niet vijandig bejegenen. Zou u daartoe bereid zijn?’ De rollen zijn omgedraaid. Zijn ze bang voor God en zijn gezalfde? Willen ze delen in zijn zegen? Of hebben ze een vermoeden van het geheim dat God aan het leven van deze Isaak heeft verbonden? In elk geval is het een eerste glimp van hoe het zal gaan rond de zegen van God. Volken zullen komen om erin te delen.
Er ontstaat echte vrede. Ze hielden maaltijd met elkaar om de verbondenheid te vieren. En diezelfde dag krijgt Isaak het bericht dat het boren naar een waterbron resultaat heeft gehad. Door vijf meter rots heen is een put uitgehakt. Midden in de woestijn ontstaat een oase. Even een klein paradijs van vruchtbaarheid en vrede. Messiaanse vruchtbaarheid en messiaanse vrede. De glans van het leven met Gods belofte. In de dagelijkse trouw. In het respectvol gehoor geven aan Gods liefde. In het bewaren, doorgeven en voorleven van wat de Heer heeft gezegd. Gods zegen voor de hele wereld.
Amen




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina