Preek Immanuëlkerk 24 februari 2013 Broeders en zusters, jongens en meisjes



Dovnload 10.53 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte10.53 Kb.
Preek Immanuëlkerk 24 februari 2013

Broeders en zusters, jongens en meisjes,


Op de berg, boven alles verheven. Wie dat wel eens heeft meegemaakt, zal in dit verhaal veel herkennen. Misschien zijn sommigen net terug uit de Alpen, dan is de herinnering nog vers. Het geraas van heel onze jachtige wereld ver achter je, beneden je. Alleen nog maar stilte om je heen. En als je daarvoor open staat: alleen nog maar God om je heen. Dat zoekt Jezus: een plek alleen, een plek om te bidden. Drie leerlingen mogen mee de berg op, Petrus en Johannes en Jacobus. Net zoals Mozes op de berg drie naaste medewerkers meenam: Aäron, Nadab en Abihu (Ex. 24:9). Die mochten op de berg God aanschouwen; en hier zullen de drie leerlingen de Heer aanschouwen in zijn heerlijkheid - de heerlijkheid van ná Pasen: de overwinnaar die zijn hemelse glorie nu al even laat zien.
Maar tussen die verheerlijking straks en het voorproefje ervan nu, tussen deze bergtop hier en de volgende top daarginds, ligt een diep dal. Het dal van de schaduw des doods. Voordat Jezus dat dal doormoet, beklimt Hij nog eenmaal de berg. Om biddend vast even de overkant te zien. Want als je midden in het dal zit en je een weg moet banen door de wildernis, door spelonken en onder donkere bomen, dan zie je de bergtoppen niet waar je misschien ooit komen zult. Deze gang omhoog is een aanloop voor de gang naar beneden straks. Mozes en Elia - die ook met God alleen waren geweest op de berg, veertig dagen en veertig nachten - zij spreken met Jezus over wat hij in Jeruza­lem moet volbrengen: zijn levenseinde volgens de Nieuwe Bijbel Vertaling, letterlijk staat er zijn exodus, zijn uittocht uit dit aangevochten mensenleven vol haat en geweld, zijn uittocht tenslotte uit de tirannie van zonde en dood, en daarmee zijn overwinning, zelfs op de dood. Maar eerst dat dal door. Daarover spreekt Hij met Mozes en Elia. M.a.w. Hij is in gesprek met de Wet en de Profe­ten. Daar haalt Hij zijn kracht uit om het dal door te komen.
En die leerlingen, dat zijn wij. En we slapen, net als straks in Getsémané. Dan vàlt er een keer iets van de hemel te zien - en wij slapen. Wanneer worden we wakker? Zó wordt het hier verteld: wakker geworden zien de leerlingen zijn hemelse glorie en de twee mannen bij hem. Tja, wat moet je dan zeggen? Petrus schiet niets anders te binnen dan Ps. 133: Ziet hoe goed en hoe lieflijk, deze samenkomst van broeders. En hij stelt voor dit hemelse visioen vast te leggen, drie tenten op te slaan voor deze drie: voor de Wet één, voor de Profeten één en voor de lichtgevende gestalte van Jezus zijn Heer één. Drie heiligdommen, om deze openbaring van hemelse majesteit hier vast te houden. Wist hij veel, zegt Lucas. Want de hemel is niet vast te leggen. Een foto ervan zou overbelicht zijn geweest. Wat er gebeurt is een wolk en een stem, vluchti­ger kan het niet. Een wolk, net als bij Mozes op de Sinaï, een wolk als verhulling van Gods aanwezigheid. Want zomaar God zien, overleef je dat? Bij wijze van uitzondering dat groepje bij Mozes wel, zo wordt er nog bij gezegd: ze zagen God en ze werden niet gedood. Hemels vuur zo dichtbij, en ze verschroeiden niet. Ook bij Jezus’ discipelen voel je die angst, dat ontzag, als die wolk komt aandrijven en hen omhult. Een wolk overschaduwt hen, en de drie gestalten die Petrus hier wilde houden, verdwijnen in die wolk - zoals Mozes voor de ogen van de Israëlieten de wolk inging en daar veertig dagen en veertig nachten bleef; daarmee eindigde het hoofdstuk waar we vanmorgen uit lazen (Ex. 24:18). En uit die wolk klinkt een stem. Geen plaatje om te zien, maar een stem om te horen, zo wordt het ook gezegd: luister! Hoor naar hem! Gehoorzaamheid, daar gaat het om bij Wet en Profeten, en bij Jezus net zo. En terwijl die stem nog klinkt, is het visioen al weer voorbij - niets meer te zien dan Jezus alleen.
Wij zullen het ooit te zien krijgen, ginds aan de overkant. Maar nu, hier op aarde zullen we het vaak moeten hebben van wat we te horen krijgen, wat er in onze oren klinkt, woorden die de richting wijzen: Wet en Profeten, en het Evangelie van Jezus Christus - woorden van eeuwig leven. Met die woorden, met die verhalen voeden wij onze kinderen op. Met veel plaatjes in kinderbijbels, niks op tegen. Dan zie je het voor je. Tegelijk weten we dat die plaatjes ook maar beelden zijn, zoals een bepaalde schilder of tekenaar het zich voorstelt. En dus zijn het maar tijdelijke hulpmiddelen, je moet daar ook weer van af.

Hier achter me laat ik een plaatje zien, een icoon van de verheerlijking op de berg. Mooi, en toch. Beelden kunnen je in de weg zitten. Je eigen verbeel­dingskracht wordt niet meer aangesproken, als het plaatje al kant en klaar is. Hoe mooi het ook is, daar moet je niet aan vastzitten. De werkelijkheid van God zal onze plaatjes te boven gaan. Steeds als de Heer zich echt aan mensen laat zien, gaan alle eerdere voorstellingen, alle beelden eraan.


Niet dat we die beelden niet bij ons mogen dragen. Ze kunnen ons op een idee brengen. Ze kunnen troosten en vervoeren. Zoals dat prachtige beeld dat Mozes’ helpers te zien krijgen, en nog kunnen navertellen ook: God met onder zijn voeten een plaveisel van saffier. Wonderschoon, maar voor deze gevluchte slaven een schokkend beeld. Want dat plaveisel, daar staat het Hebreeuwse woord voor tichels. De gehate tichelstenen die ze moesten bakken in Egypte, voor een groots bouwwerk tot eer en glorie van de onsterfelijke Farao. En kijk hier nu: de eer en de glorie is niet voor de Farao maar voor Degene die de slaven heeft bevrijd uit het diensthuis: de Eeuwige die zij hier zien met tichelstenen onder zijn voeten. De tirannie is overwonnen, God zet zijn voeten op de nek van de machten die hem tegenwerken.
Zo brengt het beeld ons weer bij het verhaal, het oerverhaal van bevrijding uit de slavernij en de angst en de dood. Verhalen over vrijheid en moed en leven. De beelden helpen ons verder, ook al schieten ze uiteindelijk tekort. Beelden zijn er om iets aan te hebben en ze ook weer los te laten. Maar waar we ons leven lang verder mee kunnen, zijn de verhalen. Hoor naar zijn stem, die oproep klinkt al in de boeken van Mozes (Deut. 18:15). Alle woorden die Mozes moest opschrijven zijn door alle eeuwen heen aan volgende generaties doorgegeven – en dat gaat door, ook bij ons. Opdat wij uit die woorden leven – zoals de tien geboden, levensregels om koers te houden in deze verwarrende wereld vol slavernij en angst en dood. Woorden van moed en kracht, woorden van leven, eeuwig leven. Wie daarnaar hoort, die zal in dit bestaan soms al iets opvangen van het licht van de hemel, zoals de leerlingen van Mozes de glans op zijn gezicht zagen telkens als hij met God had gesproken (Ex. 34 : 29-35) en zoals Jezus’ leerlingen zijn stralende verschijning zagen toen Hij met Mozes en Elia sprak.
Als je soms hier op aarde iets van dat hemelse licht opvangt, dan ben je net als Petrus en Johannes en Jacobus even op die berg. En in de verte zie je weer nieuwe toppen. Je weet dat je niet aldoor op de toppen van je geloof zult leven, je weet dat er ook dalen kunnen zijn waar je doorheen moet. Dat je mensen zult ontmoeten die je een hart onder de riem steken, maar dat je ook mensen vaarwel moet zeggen, met alle pijn die dat kan doen. Maar daarin ben je niet alleen, zegt Psalm 23: moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet vrezen, want U gaat naast mij. Of zoals we straks zongen: als onze plaats beneden is, ga met ons mee omlaag! Net zoals Mozes en Elia weer omlaag moesten, door dalen heen, en zoals Jezus nog veel dieper omlaag moest, dwars door het diepe doodsdal ging, voor ons uit. Kortom, ook in het dal ben je in goed gezelschap. Die goddelijke aanwezigheid zul je misschien op de toppen beter voelen dan in het dal. Maar de herinnering aan elke top kan je onder in het dal helpen om het vol te houden. Om mens van God te zijn, al je dagen hier op zijn aarde.
In de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina