Preek Opstandingskerk 6 maart 2016 Broeders en zusters, jongens en meisjes



Dovnload 12.01 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte12.01 Kb.
Preek Opstandingskerk 6 maart 2016

Broeders en zusters, jongens en meisjes,


In deze laatste hoofdstukken van Matteüs zien we hoe Jezus voor zijn leerlingen de toekomst van God schetst; hiervoor had hij de tempel gereinigd, een felle aanvaring gehad met de schriftgeleerden en Farizeeën en hen voor huichelaars uitgemaakt. Vrome schijn, andere mensen dingen opleggen waar ze zich zelf niet aan houden, uit zijn op macht en rijkdom en niet op het heil van mensen.

In dit verhaal maakt Hij zijn leerlingen duidelijk dat er in de eeuwigheid maar één ding telt: niet bij welke kerk je hoort, niet of je precies volgens het boekje gelooft, zoals de Farizeeën van zijn tijd en van alle tijden de mensen hebben wijsgemaakt. Wat telt is wat je gedaan hebt voor deze naaste, deze minste broeder of zuster, deze onaanzienlijke medemens; of waarin je die minste mensen in de kou hebt laten staan. En op een ontroerende manier vereenzelvigt de Heer zich met ieder van hen: wat je gedaan hebt voor zo iemand die niemand was, heb je voor Mij gedaan. Kom maar bij Mij, voor eeuwig. En wat je niet gedaan hebt voor iemand die niemand was, omdat het toch niemand was – dat wàs niet niemand. Dat was ik, uiteindelijk jouw rechter in de eeuwigheid. Ga weg van mij, voorgoed.


Dat zo’n onaanzienlijke medemens straks opeens je rechter kan blijken te zijn, was al even aangestipt in een eerder hoofdstuk: bij een genezing van een psychisch zieke mens krijgt Jezus kritiek van anderen die zeggen: hij kan dit doen omdat hij goeie maatjes is met de boze. Daar wordt hij boos over. Jullie kinderen snappen het beter, zegt hij, die genezen ook bezeten mensen, weten jullie dat niet? Zien jullie je eigen kinderen niet eens? Daarom zullen zij rechters over jullie zijn (Mat. 11:27).
In alle bijbelverhalen over mensen die kwaad doen of goed doen, komt één ding naar voren: wij hebben het allebei in ons, om goed te doen en om kwaad te doen. Dat nuanceert meteen ook het beeld van de bokken en schapen in het evangelie: wij zijn beiden. De eeuwigheid die de bokken straft en de schapen beloont, dat is niet òf-òf, en dan voorgoed zus òf voorgoed zo. Het is eerder èn-èn. Wij zijn zowel bokken als schapen, in de eeuwigheid zullen we de gevolgen van beide gedragingen ondervinden en soms in dit leven al. Hopelijk leren we van onze fouten, om ons te richten op het goede. De hele bijbel, en vooral dit evangelie zegt: wat je voor een ander doet, telt voor de hemel en wordt onthouden in de eeuwigheid. Het maakt niet uit in wat voor kringen je wel of niet verkeert, maar wat je wel of niet doet voor de minste mens.
Sindsdien zijn de voorbeelden van naastenliefde uit dit evangelie het vaste repertoire geworden voor een christelijk leven, met als naam: de werken van barmhartigheid. Eerst waren het deze zes, die Matteüs noemt; in de Middeleeuwen kwam er nog een barmhartig werk bij, uit het bijbelboek Tobit: doden begraven. Tobit was een joodse balling in Ninevé. Hij deelde zijn voedsel met wie honger leed, zijn kleding met wie geen kleren had, en als hij zag dat het lichaam van een gestorven Israëliet buiten de muren van Ninevé was gegooid, begroef hij het. Zijn voorbeeld werd actueel in de Middeleeuwen. Door de pest stierven er zoveel mensen dat ze op straat bleven liggen. Toen is het als zevende christelijke daad gaan gelden om, net als de goede Tobit dat deed, hen een waardige begrafenis te geven – zoals Lied 1007 uit ons liedboek zingt: Als eens de dood je zal hebben begroet, draag ik je in vrede Gods licht tegemoet.
De zeven werken van barmhartigheid vind je op gebrandschilderde ramen van veel kerken; in het Rijksmuseum; en op het Bilts Hoogkruis in het Van Boetzelaerpark. De afgelopen periode heeft onze schildersgroep De Vrome Kwasten dit thema gekozen en ieder van hen heeft één of enkele van deze werken geschilderd. Het is boeiend om te zien wat er door hen in beeld is gebracht, we gaan er nu samen naar kijken.
Dia 0. Overzicht 7 werken. Tekst lezen:

Hongerigen spijzen / dorstigen laven / naakten kleden / vreemdelingen herbergen / zieken verzorgen / gevangen bezoeken / doden begraven.
De letters lijken te zweven, ze komen naar je toe vanuit een eeuwenoude traditie, het licht speelt ermee, in het echt nog meer dan op een dia.
Dia 1a. We zien iemand met een kruik en een mand vol voedsel tussen de planten door lopen, zijn dat korenaren? In elk geval zal deze figuur anderen gaan voeden.

Dia 1b. Hier zijn korenaren op flarden van een wereldkaart geplakt, dat ziet u nog beter als u na de dienst er eens langs loopt. De voedselproblematiek wereldwijd.

Dia 2a. Een dorstige wordt gelaafd, in liefdevolle toewijding. Barmhartigheid of ontferming, die houding komt ook sterk naar voren in het tweede voorbeeld:

Dia 2b. De dorstige ligt hier, zoals Hagar met haar zoon in de woestijn: ze legde hem onder een struik, en toen zag ze de bron die de engel van God haar toonde en kon zij haar kind te drinken geven en redden van de dood.

Dia 3a. Toen St. Maarten de naakte bedelaar had bekleed met de afgesneden helft van zijn mantel, droomde hij die nacht. Christus verscheen aan hem en zei: herken je mij? Die bedelaar van vanmiddag, dat was ik. Hier zie je deze mantelzorg afgebeeld.

Dia 3b. Behalve dat weg te geven kleren eerst gewassen moeten worden, slaat deze waslijn een brug tussen werelden en opent een vergezicht op een goede aarde.

Dia 4a. Evangelietekst over de vreemdeling is zichtbaar. Kleurvlakken suggereren woonetages of iets anders? Kleurgebruik is in elk geval warm.

Dia 4b. Bij het vorige schilderij stond: jij hebt mij onderdak gegeven. De vertaling 1951 zegt: gehuisvest, de Statenvertaling: geherbergd. De nieuwe Bijbelvertaling zegt: je hebt mij opgenomen. Dat opnemen wordt hier mooi uitgebeeld.

Dia 4c. Dit werk van barmhartigheid is zelfs driemaal verbeeld. De vreemdeling voelt een arm om zijn schouders en kijkt – ja naar wat: de samenleving waarin hij nu terechtkomt of de wereld die hij verliet? In elk geval kijken ze samen, de nieuweling maakt deze grote overgang niet alleen.

Dia 5a. Tweemaal zieken bezoeken, van dezelfde schilderes. Wat neemt je mee als je naar een zieke gaat?

Dia 5b. De tweede richt zich op een heel bijzondere manier van steun aan zieken: Cliniclowns die mensen aan het lachen maken en zo hun herstel bevorderen. Lachen geeft een heel andere energie, activeert in een mens wat de genezing stimuleert.

Dia 6a. De massieve geslotenheid van een gevangenis wordt hier voelbaar. Achter die muren kun je wegkwijnen, wie doorbreekt je isolement en montert je op?

Dia 6b. Hier fladdert een duif naar de gevangene toe. De duif is aan deze kant van de tralies afgebeeld, als kijker ben je even op de plek van de gevangene. Wat mij de vraag stelt: hoe of waarin zit ik gevangen?

Dia 7a. De doden begraven als liefdewerk. Toeval of niet, de grafstenen bovenaan vormen een hart, en wijzen dit aan als het zevende werk van barmhartigheid.

Dia 7b. Een andere benadering van de begraafplaats als oord van rust en stilte.Je wordt bepaald bij het kruis, bij de eeuwigheid.

Dia 8. Deze quilt vat alle zeven werken samen: vissen als voeding, de beker water, het kleed voor de naakte, een vreemdeling krijgt onderdak, een zieke op een rolstoel voortgeduwd, het bezoek achter tralies en het graven van een graf.


Mogen deze verbeeldingen ons inspireren om de werken van barmhartigheid te doen, heel ons leven; en in de mensen die op ons pad komen Christus te ontmoeten. Opdat wij deel hebben aan Hem en aan zijn liefde die Hij voorgeleefd heeft als geen ander. In zijn lijden en opstanding heeft hij laten zien dat deze liefde sterker is dan de dood. Dat wij ons daarvoor openstellen en uit die liefde leven, nu en al onze dagen, tot in eeuwigheid. Amen.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina