Preek over 2 Koningen 2: 11-13



Dovnload 48.7 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte48.7 Kb.

Preek over 2 Koningen 2:11-13


(hemelvaart van Elía/ Jezus)
Orde van dienst
1. Votum

2. Groet


3. Psalm: 24:1, 5

4. Wet des Heeren / Apost.gel.

5. Psalm: 130:2 / 75:1

6. Schriftlezing: 2 Koningen 2:1-13

7. Gebed

8. Tekst( thema):

En het gebeurde, als zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elía met een onweder ten hemel. En Elísa zag het, en hij riep: Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls, en zijn ruiters! En hij zag hem niet meer; en hij vatte zijn klederen en scheurde ze in twee stukken. Hij hief ook Elía’s mantel op, die van hem afgevallen was, en keerde weder, en stond aan de oever van de Jordaan. 2 Kon.2:11-13.

Verdeling van de preek:


  1. De hemelvaart van Elía

  2. Het nut van de hemelvaart van Christus

  3. Waar is de God van Elía?

9. Inzameling der gaven

10. Psalm: 68:9, 10

11. Prediking

12 .Psalm: 42:4, 5

13. Dankgebed

14. Psalm: 89:1

l5. Zegenbede
* * *
Er is een oud verhaal uit de Griekse mythologie dat ons vertelt van een zekere Daedalus die verbannen werd naar het eiland Kreta en daar opgesloten werd in een labyrint. Hij was een kunstzinnig bouwmeester en begon op zekere dag geweldig naar zijn vaderstad Athene te verlangen.
Maar hij mocht van de koning van het eiland, Minos niet weg. En wat deed hij toen? Hij maakte voor zich en zijn zoon Icarus vleugels uit veren en was en verbond die aan hun lichaam. Daarmee konden zij het luchtruim in. En zo zweefden zij weg. Voor hun vertrek echter waarschuwde de vader zijn zoon om niet te hoog te vliegen. Want dan zou de zon de was kunnen doen smelten en zouden de vleugels van hun lichaam vallen.

Een tijdlang ging het goed. Maar toen gebeurde het. Icarus werd overmoedig, vergat de vermaning van zijn vader en kwam te dicht bij de zon. Daardoor smolt de was en raakten zijn vleugels los. Hij stortte in de zee en vond de dood in de golven. Daarom – aldus het verhaal – wordt deze zee nog steeds de Icarische zee genoemd. 1


* * *

Het is een verhaal met een diepe zin en moraal. Als het mensdom zich in zijn hoogmoed (Gr.hybris) ver van zijn woonplaats, de aarde verwijdert en het heelal wil verkennen, komt het vroeg of laat tot een diepe val. Maar dat geldt ook in persoonlijke zin. Hoe hoog zijn de luchtkastelen die u en ik soms bouwen. Excelsior, steeds hoger. Maar hoogmoed komt voor de val. Blijf dichtbij de grond. Ootmoedig en nederig van hart.


Intussen laat de Bijbel ons weten, dat het door genade mogelijk is, dat u en ik een luchtreis maken, die zijn weerga niet kent. In het geloof kan een zondaar opvaren met vleugels als arenden. Op tot God, de bron van vreugd. En wordt het sterven, ook dan mag er voor Gods kinderen een opvaart zijn. Optocht naar een Vaderhuis met vele woningen. Hemelvaart, Christus Jezus achterna.
1. De hemelvaart van Elía
2 Koningen 2 vertelt ons van zo’n hemelvaart, nog tijdens het leven van een mens. Een hoge uitzondering weliswaar, maar niet minder geweldig en aanbiddelijk. Het gaat in dit hoofdstuk uit de Bijbel over Elía. Een ‘beroerder van Israël’. Zo wordt hij wel genoemd. Want hij is een profeet van de Allerhoogste God die geen mens vreest en onverschrokken aan (de koning van) Israël Gods oordelen aankondigt. Op de berg Karmel mag hij in Gods Naam het volk Israël brengen tot de goede keus: ‘De Heere is God’ (JHWH). Daarna worden alle Baälsprofeten en priesters afgeslacht.
Elía’s optreden onder Israël is als een bliksem, schichtig en dodelijk. De ijver des Heeren verteert hem.
In ons teksthoofdstuk gaat hij samen met Elísa, zijn geliefde leerling, de eenzaamheid in. Van Gilgal naar Bethel. Van Bethel naar Jericho. Tot aan de oever van de Jordaan, tot de grens dus van het beloofde land. En steeds was er onderweg de boodschap van de zonen van de profeten tot Elísa: ‘Weet u het wel, dat de Heere uw heer van uw zijde gaat wegnemen?’ ‘Zwijg’, had Elísa gezegd, ‘ik weet het opperbest.’

Zo wordt de man van God klaargemaakt voor zijn afscheid van deze aarde. 2Hoe troostrijk moet het voor Elía zijn geweest nog een aantal uren door te hebben gebracht in de kring van zijn leerlingen, waarmee de Heere hem gezegend had.




Nu, aan de Jordaan neemt Elía zijn mantel en slaat ermee op het water, zodat er een doortocht komt over de droge bodem. Zoals eertijds Mozes met zijn staf de Rode Zee gekliefd had. Vgl. Ex. 14:1vv. En zoals Israël achter de ark des verbonds aan onder leiding van Jozua door de Jordaan was getrokken bij de intocht in het heilige land. Vgl. Joz. 3:1vv.

En dan gaat het verder, het Oostjordaanland in. Daar had indertijd Israëls leids- man Mozes de overstap gemaakt naar God in de hemel.
Ontroerend is het geweest voor Elísa: die wandeltocht van hem, samen met zijn geliefde voorganger Elía. Een laatste wens nog mag Elísa uitspreken. Een verlangen dat leeft in zijn hart: iets ontvangen van de genade en geestkracht van zijn grote meester, twee geestesgaven. ‘Een dubbel aandeel in Elía’s geestelijke nalatenschap, een eerstgeboorterecht op het gebied van de geest.’ 3 Elía vindt het gevraagde moeilijk. Maar ‘als de Heere Elísa verwaardigt om getuige te zijn van Elía’s wegneming, dan moge het geschieden’ 4. Dat zal voor Elísa het teken zijn, dat zijn wens wordt ingewilligd.
Zo gaan zij beiden nog enkele schreden voort. Een begrafenisstoet van slechts twee mannen. Een doodsbaar ontbreekt. En hij die de grens van het leven gaat overschrijden, loopt er alsnog levend bij.

En dan gebeurt het. Een hevig onweer breekt los, zoals eens bij de Sinai, toen Elía begeerde God te zien. En dan is het zover. Er rijdt een vurige (strijd)wagen voor, bespannen met vurige paarden. Deze stopt tussen beiden in. Elía stapt in en weg gaat het, hemelwaarts. 5 Vgl. Ps. 68:17.

‘Vaartwel, gij nevelachtige dalen, gij plaatsen mijner worstelingen, mijner tranen hier beneden! ….Op deze weg vindt men geen slagbomen meer, noch iets van dien aard…Het is onbeschrijfelijk wat zijn ogen nu al zien, zijn oren horen en zijn hart ondervindt. Een nieuwe wereld heeft hem geheel omringd. O welk een verrukkelijke begroetingen zijn het, die hem van alle kanten tegemoet klinken van verheerlijkte zalige wezens, die met lichtende aangezichten, in aanwassende schare, zich om zijn wagen verzamelen…Daar weent Elía zijn laatste tranen; maar tranen der verrukking zijn het, vreugdetranen, zoals zij op deze aarde nooit vlieten, en alvorens hij nog zelf in de hemel is, komt de hemel reeds met al zijn zaligheid in zijn hart binnentreden. 6
Een strijder voor het recht van God wordt overwinnaar en zo wordt hij thuisgehaald. Vgl. 2 Sam. 22. Als een strijdbaar held was Elía opgekomen voor de eer van God. Die was hem dierbaar geweest, al de dagen van zijn leven. Hij had gepleit voor een geestelijke en morele herbewapening. En Elísa, ‘hij wordt verwaardigd het hemelse te aanschouwen met wakende ogen!’ (dr. C. van Gelderen, a.w., blz. 356).


    En wat roept dan Elísa? ‘Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijn ruiters.’ Een klacht van een rouwdragende. Elía was Elísa’s geestelijke vader geweest en voor Israël als een legermacht van wagens en ruiters. Zie ook 2 Kon.13:14. ‘Elía heeft met reuzenkracht gestreden tegen vijanden van Israël, die veel gevaarlijker waren dan heel de strijdmacht van Damaskus. Als hij niet met zijn geweldige persoonlijkheid de strijd tegen de Syrische Baäl had aangebonden, dan zou – naar de mens gesproken – Israël geestelijk vernietigd zijn geworden’ (dr. C. van Gelderen, a.w., blz.357).7

    Wij zien hier, gemeente, dat Elía’s gebed gelukkig niet verhoord is, toen hij - uitgeput na zijn overwinning op de Karmel, liggend onder een jeneverstruik in de woestijn bij Bersjeba - wenste te sterven’ (1 Kon. 19:4). Elk gebed van een kind van God wordt op Gods tijd beter dan hij of zij dat zelf ziet, verhoord. Elía hoefde niet te sterven. Hij zou als eenmaal Henoch door God worden opgenomen in hoger heerlijkheid, als met een kus van Gods mond van de aarde weggekust.





Daarna wordt het doodstil. De ‘begrafenisplechtigheid’ is afgelopen. Maar de grote leider van Israël ligt niet onder de aarde. Hij is in de hemel opgenomen.8 En Elísa verscheurt in rouw zijn eigen kleding in stukken. Vgl. Gen.37:29. De mantel van Elía (vgl. 1 Kon. 19:19), die niet mee kon naar de hemel, slaat hij om zijn schouder, symbool en bewijsstuk van de twee delen van Elía’s geest die in hem zijn. Zijn wens is vervuld. Hij heeft tweemaal zoveel gekregen als een gewone leerling van Elía. Als een soort eerstgeboren zoon, die altijd een dubbele portie kreeg uit de erfenis van een vader.

En dan slaat Elísa met de mantel van Elía op het water van de Jordaan en roept uit: ‘Waar is de Heere, de God van Elía? Ja Dezelve?’ (2 Kon.2:14). En tenslotte gaat dan de nieuwe Godsgezant over het droge door de Jordaan naar zijn werkterrein.


* * *
Op deze zogenaamde weeszondag, tussen hemelvaartsdag en Pinksteren, is het goed, gemeente om ons nog eens te bezinnen op de diepe en rijke betekenis van het hemelvaartsgebeuren dat ons ook wordt getoond in de opneming van Elía in de hemel. Laat ik dat mogen doen aan de hand van de Elíageschiedenis. Want in Elía’s opneming in de hemel is ons getoond wat de God van Israël machtig is te doen, als het mensenleven hier op aarde eindigt. En meer dan Elía is Jezus Christus.

2. Het nut van de hemelvaart van Christus

Elía en Mozes zijn samen de twee getuigen Gods onder het Oude Verbond, die beiden opkwamen voor het recht van de God van Israël. Vgl. Openb. 11:1vv. Toen onze Heere Jezus, verheerlijkt op de berg Thabor (?) aan Zijn discipelen verscheen, waren zij beiden er ook bij. Toen is ook Elía naast Jezus komen staan om van Zijn ‘exodus’ (uittocht) uit het aardse leven te getuigen. Zij hebben het recht van God aan de Zoon van God in handen gegeven. Nu, in de ten hemel opneming van Elía zijn ons als het ware de contouren getoond van de ten hemel varende Christus.


In veel hoger zin dan van Elía geldt immers van Christus, dat Hij de weg is gegaan en ook heeft geëffend naar het Vaderhuis met vele woningen. Lees het na in Handelingen 1. Nee, daar lezen we niet van onweer. Daar alleen een lichte wolkenwagen – Zijn zegewagen -,waarmee onze Heiland opvoer, vol eer. De Vader nam Zijn kind tot Zich in de hemelse heerlijkheid. Triomferend gaat Jezus naar huis, na volbrachte strijd op aarde. Zijn troon staat klaar; rechts van de Vader. Als in het oude oosten een koning in glorieuze majesteit een overwonnen gebied binnentrok, stond hij op zijn zegewagen en liepen de overwonnen koningen, vastgebonden aan die wagen achter hem aan.
Nu, zo heeft ook Jezus voet aan wal gezet in de hemel. De hemel is door Hem veroverd gebied geworden. Hij heeft allen die de Zijnen zijn, in Zijn hart meegenomen naar dit gebied: heerlijk land, heerlijk land. Daar mogen de gezaligden eeuwig God grootmaken. Daar houdt de drijver (de satan) op. Daar mogen de gelovigen Gods lof zingen uit volle borst. ‘Daarboven is een heerlijk oord, o zo schoon, o zo schoon…’. Geen rouw noch gekrijt zal er meer zijn. God heeft alle tranen van de ogen gewist.
Onze Heidelberger brengt het nut van Christus’ hemelvaart als volgt onder woorden (H.C., zondag 18; vr. en antw. 49): ‘Wat nut ons de hemelvaart van Christus? Antwoord:
A) Ten eerste, dat Hij in de hemel voor het aangezicht van Zijn Vader onze Voorspreker is. Alles wat tegen ons getuigt in ons zondig bestaan, ligt dan onder het bedekkend bloed van de Heiland. Welk een geweldig wonder: zo’n advocaat te mogen kennen, die de vuilste zaak van een mens zoals u en ik, kan en wil behartigen. Zonder verzoening door voldoening door het offer van de Zoon op Golgotha: geen Vaderhuis in de hemel. De ijver van Gods huis heeft Jezus meer nog dan dat het geval was bij Mozes en Elía verteerd.
B) In de tweede plaats hebben wij in de ten hemel gevaren Christus een zeker pand (bewijsstuk), dat Hij als het Hoofd ook ons Zijn lidmaten tot Zich zal nemen. Hij is met ons vlees (een echt menselijk lichaam) opgevaren naar het Vaderhuis. En als het Hoofd boven water is, kan geen watervloed, hoe hoog zij ga, Gods kinderen ooit meer verdelgen.
Zeker, dat gaat ons verstand te boven. Hoe kan een sterveling als Elía door alle hemelen heen naar God terugkeren? Hoe kan Jezus in Zijn hemelvaart opgenomen worden in de heerlijkheid van Zijn hemelse Vader? J.H. Gunning heeft dat eens verklaard, door erop te wijzen, dat alles op aarde bepaald wordt door de wet van de zwaartekracht. Als er niet meer zou zijn dan dat, zou het onmogelijk zijn, dat een mens zich een meter boven het aardoppervlak zou verheffen zonder een opwaartse kracht. Maar gelukkig is er ook nog iets anders dan zwaartekracht. Er is ook de aantrekkingskracht van de hemel. En het is daardoor, dat de Heere Zijn kinderen thuis haalt.
C) In de derde plaats is er ook nog een tegenkracht. Hij, Jezus nam ons vlees mee. Hij gaf ons in Zijn hemelvaart evenwel ook nog een tegenpand: Zijn Geest. Door die Geest gaan wij zoeken de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Door Zijn Geest giet de hemelse Christus in de Zijnen op aarde de hemelse gaven uit en beschut en bewaart Hij ons met Zijn macht tegen alle vijanden (Heid.Cat., Zondag 19; antw.51). Delen van Zijn Geest, meer dan Elísa ooit heeft ontvangen.
Het is door die Geest van de verhoogde Zaligmaker, dat wij het recht van God liefkrijgen, zelfs boven onze eigen zaligheid. Als God maar aan Zijn eer komt. Elke gelovige leert het om te walgen van zichzelf, de zonde te haten en te laten. In eigen kracht immers krijgen we geen enkele boezemzonde ooit onder de knie. Maar dankzij de hemelse Christus ontvangen wij afweerkracht. ‘Wagen Israëls en zijn ruiters.’ Elísa scheurde zijn kleren: rouw over het heengaan van zijn meester. Maar hij ontving ook de eerstgeboortezegen: twee delen van de geest van Elía. Zo mag het ook de gelovigen vergaan, wanneer zij op hemelvaartsdag zich opgetrokken weten met Christus en zich in Hem gezet weten in de hemel.

3. ‘Waar is de Heere, de God van Elía? Ja Dezelve?’

Welk een voorrecht, gemeente, dat wij door Gods Geest uit de hemelse Christus en Zijn nalatenschap als uit een heilsfontein mogen putten om sterk te staan in elke strijd. Zalig uitzicht op Christus in Zijn troon.


Blumhardt liet elke dag de paarden voor de wagen spannen om onmiddellijk de Heere Jezus bij Zijn komst tegemoet te kunnen gaan, maar ondertussen bleef hij keihard doorwerken. Christus is bij de Vader thuis. Maar wij verwachten Zijn komst op de wolken des hemels.
Zalig te ondervinden, dat Hij vrolijkheid en licht heeft voor alle oprechte harten. Put dan maar met volle teugen uit die heilsfontein. Laat de een dan misschien meer geestelijke gaven ontvangen dan de ander, dat moet geen onheilige twist onder elkaar teweeg brengen. Sommigen hebben de gave gekregen van het gebed. Anderen de gave van het onderscheiden van de geesten, zo nodig in onze tijd van dwaalgeesten. Laten we ermee woekeren.
Wij blijven nog een ogenblik met Elísa aan de oever van de Jordaan staan. Aan het werk, man van God. Want er is nog veel voor u te doen. 9 In een kerk die op het bot verdeeld is en waar zelfs geen tucht meer is, zelfs niet, als een predikant hardop zegt te geloven in een God die niet bestaat. Opkomen voor de eer van de God van Elía. In de wereld die te gronde gaat aan hoogmoedswaan. We leven in tijden van crisis, maatschappelijk en geestelijk. En waar zijn dan de strijders van God, van Gods leger des heils? Moeten wij dan soms met lede ogen aanzien, dat de kerk (ook de kerk der vaderen) doodbloedt uit duizend wonden?
Wij hebben nog veel te doen, mensen. Als u en ik soms de wonderlijkste en heerlijkste sterfbedden meemaken, zouden wij zeker verlangen om mee te reizen met hen die van ons heengaan. Sterven - erven. Thuiskomen bij God en bij onze hemelse Advocaat. Denk niet, dat Hij voor u niet wil opkomen. ‘Elías was een mens van gelijke bewegingen als wij….’(Jak.5:17a). Zou de Heere u dan niet kunnen geven wat Hij Elía gaf, ook al zult u niet met vurige paarden en wagens worden thuisgehaald?
Anderzijds: hoe vreselijk zal het zijn, als wij onszelf altijd hebben verzekerd vroom en vlot naar de hemel te zullen gaan en het dan te moeten horen: ‘Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!’ (Matth.7:23). Wij moeten de hoogheidswaan van Daedalus en Icarus kwijt. Wij moeten alles schade en drek leren achten om de uitnemendheid van Christus.

Maar laat ons intussen nooit vergeten, dat Gods Naam geëerbiedigd moet worden op aarde en dat wij daarover hebben te waken.

Staande aan de oever van de Jordaan wacht ons een zware, maar tegelijk heerlijke taak. Opkomen voor het heilig recht van de Heere, voor de handhaving van Gods wet in heel het leven; in huwelijk en gezin; in maatschappelijk en gemeentelijk leven. Sinds de zestiger jaren van de 20e eeuw zijn wij in vele opzichten en niet in het minst in seksuele losbandigheden van onze ankers losgeslagen en op drift geraakt. Onze gezinnen worden overstroomd met een geest van wereldgelijkvormigheid die zijn weerga niet kent.
Hoe nodig dan, gemeente, dat wij het recht/ de wet van God liefkrijgen en ernaar leren handelen, zoals Mozes en Elía dat deden. Want de geboden van de Heere zijn ons niet tot nadeel en verdriet gegeven. Ze zijn als de wandelpaden in een mooi park. Als we daarop wandelen, kunnen we volop genieten van de prachtige bloemen om ons heen. Maar als we die paden verlaten, ruïneren we al spoedig die bloemenpracht.
En bovenal: hoe nodig, dat wij op tijd dekking zoeken in de Heere onze gerechtigheid. In Hem is ons hoogste geluk en een volkomen zaligheid gelegen. Om met het bekende gedicht van McCheyne te eindigen:
Eens was ik een vreemd’ling voor God en mijn hart.

Ik kende geen schuld en gevoelde geen smart.

Ik vroeg niet: ‘Mijn ziele, doorziet gij uw lot?

Hoe zult gij rechtvaardig verschjjnen voor God?'


Al sprak daar een stem uit de heilige blaân

van 't Lam met de zonden der wereld belaân,

ik zocht bij de kruispaal geen veilige wijk.

'k Stond blind en van verre, in mijzelve zo rijk!


Ik deed als Jeruzalems dochters weleer:

ik weend’ om de pijn van mijn lijdende Heer'

en dacht er niet aan dat ik zelf, door mijn schuld, Zijn kroon had gevlochten, Zijn beker gevuld.
Maar toen mij Gods Geest aan mijzelf had ontdekt,

toen werd in mijn ziele de vreze gewekt.

Toen voeld’ ik wat eisen Gods heiligheid deed:

Daar werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed!


Toen vluchtt’ ik tot Jezus! Hij heeft mij gered,

Hij heeft mij verlost van het vonnis der Wet.

Mijn heil en mijn vrede, mijn leven werd Hij.

Ik boog m’ en geloofde - mijn God sprak me vrij!


Nu ken ik die waarheid, zo diep als gewis,

dat Christus alleen mijn gerechtigheid is.

Nu tart ik de dood, nu verwin ik het graf,

nu neemt mij geen satan de zegekroon af!


Nu reis ik getroost onder 't heiligend kruis

naar 't erfgoed daarboven in 't Vaderlijk huis.



Mijn Jezus geleidt mij door d' aardse woestijn. 'Gestorven voor mij!' zal mijn zwanenlied zijn!
(Robert Murray McCheyne-18 november 1834)
Amen



1 Uit: Ovidius, Met.8,183vv

2 De afbeelding is een gravure van Gustave Doré(1832-1883) uit het jaar 1865.


3 Aldus dr. C. van Gelderen, De boeken der koningen (Korte Verklaring der heilige Schrift); tweede deel 1 Kon.12-22 en 2 Kon.1-4). Kampen, 2e druk 1956; blz.354.In de taal van het NT: ‘IJvert naar de beste gaven’ (1 Kor.12:31; 14:1, 12, 39). ‘Elísa vraagt niet om rijkdom, of eer, of om vrijgesteld te worden van verdriet en moeilijkheden, maar om geschikt te zijn voor de dienst van God en zijn geslacht…; omdat hij een profeet moest wezen in Elía’s plaats, om zijn werk voort te zetten, een vader te zijn voor de zonen van de profeten en hun vijanden tegen te treden, omdat hij met dezelfde moeilijkheden zal hebben te kampen, met hetzelfde verkeerde geslacht zal hebben te handelen, als hij, zodat hij, indien hij zijn geest niet heeft, geen kracht zal hebben naar zijn dagen.’ Aldus M.Henri in zijn verklaring van onze perikoop.

4 Dr. C. van Gelderen, a.w., blz.355.

5 Het Hebr.woord is: se’arah = storm (in vs.1 en 11); vgl. Jes. 29:6; 40:24;.Ps.107:29 o.a.

6Zo Dr. F. W. Krummacher, Elía, de profeet van Israël; 32 leerredenen; Barmen, juni 1828. Amsterdam z.j.; blz.439vv

7 Dr. W. A. Krummacher (a.w., blz.463) verklaart deze woorden als volgt: ‘Ja, dat wilde Elísa zeggen: Israëls krijgswagens waart gij, en zijn heirverbanner, zijn schansen en pallisaden, zijn legioenen en zijn onoverwinnelijke wapenrusting!’

8 ‘Wie het verhaal eenvoudig als legende opvat, breekt zich daar het hoofd niet mee; de legende kan immers alles verhalen wat de volksfantasie produceert. Maar juist onder hen, die ernst maken met de historiciteit van het verhaal, zijn de bezwaren opgekomen. Dat begint reeds met de oude vertalingen. De Septuaginta heeft in vers 1 en in vers 11 het woordje ‘als’ ingevoegd: als ten hemel.’ Iets dergelijks vindt Sanda in de Targum…Maar onze tekst geeft toch inderdaad geen andere voorstelling, dan dat Elía hemelwaarts ging.’ Zo Dr. C.van Gelderen,a.w., blz.356. ‘Krummacher schrijft: ‘Als daar nu van wagenen en paarden sprake is, dan hebben wij ook slechts aan wagenen en paarden te denken, en aan niets anders….Hoe wonderdadig, hoe ongehoord de zaak ook moge zijn, hier staat een vurige wagen, hier zijn wezenlijk vurige paarden uit den hoge!’ Zo Dr. F. W. Krummacher,a.w., blz.437.

9 Wat heeft Elísa al niet moeten meemaken als profeet van de Heere? 1. De hinderpaal van de Jordaan, op weg naar huis; 2. profeten die niet wilden geloven, dat Elía’s lichaam boven was; 3.Verontreinigd water in Jericho/ de dood in de pot; 4. Spottende jongens (kaalkop,ga op).Maar ook wonderlijke dingen: 1.In huis bij de Sunamitische; 2. de genezing van Naäman de Syriër; 3. een geleende bijl die boven komt drijven;4. de wonderlijke redding van Samaria; enz..







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina