Preek over 2 Tim. 2, 15



Dovnload 44.34 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte44.34 Kb.
Preek over 2 Tim. 2, 15

(bevestiging predikant)



Orde van dienst
1. Votum en groet

  1. Psalm: 138:2

  2. Wet des Heeren / Apost.Geloofsbelijdenis

  3. Psalm: 6:2 / 130:4

  4. Schriftlezing: 2 Tim. 2:14-26

  5. Gebed

  6. Tekst: 2 Tim.2:15

Benaarstig u om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der Waarheid recht snijdt. 2 Tim.2:15


Verdeling van de preek
Een arbeider

1. die Gode beproefd is

2. die niet beschaamd wordt en

3. die het Woord recht snijdt


  1. Inzameling der gaven

  2. Psalm: 119:7, 86

  3. Prediking

  4. Psalm: 89:20

  5. Bevestiging

  6. Psalm 134:1,2 en 3

  7. Dankgebed

  8. Psalm: 26:1, 2 en 8

  9. Zegenbede.

Enige tijd geleden las ik een verhaal over twee kabouters. Zij hadden ieder een zwaar pak op de rug dat bijna niet te dragen was en waaronder zij beiden tobden van jewelste. Maar er was één verschil tussen die twee. Een verschil in de manier waarop zij onder hun last gebogen gingen. De één riep de ganse dag: ‘Ik zou willen, dat ik dat pak eens kwijtraakte; is er niet iemand die het van mij over wil nemen?'’Maar de ander was een vijand van mopperen en klagen. Hij riep telkens: ‘Ik zou willen, dat ik een beetje groter en sterker was. Dan zou ik mijn last met gemak en met vreugde dragen.’
Een christenmens is een lastdrager. Dat geldt in bijzondere zin van een ambtsdrager, ook van een dienaar des Woords. Maar het maakt een groot verschil, of we de last die op onze schouders rust, al zuchtende, tobbende en mopperende dragen of dat we dat doen, vertrouwende op Gods trouwe hulp van boven en door de Geest van God Die in ons woont. 1
Als de Christen van John Buyans Christenreis op zijn reis naar de hemelstad in het huis van Uitlegger is gekomen, krijgt hij daar in een speciale kamer een indrukwekkend schilderij te zien .De afbeelding van een zeer ernstig man. Zo vertelt Bunyan. De ogen van die man zijn ten hemel geslagen. Het beste aller boeken is in zijn hand. De wet der waarheid is op zijn lippen geschreven. De wereld is achter zijn rug. Hij staat mensen te overreden.En een gouden kroon hangt boven zijn hoofd.
Wat die gestalte die hier is afgebeeld, voor Christen betekent? Wel, Uitlegger laat het Christen ogenblikkelijk weten. Ziedaar het portret van de man die uw Gids ten leven is. Een uit duizend. Ten hemel geslagen ogen. De Bijbel in de hand. De wet der waarheid op zijn lippen. De wereld achter zijn rug. Een gouden kroon boven het hoofd. Een die er werk van maakt om mensen te overreden.
Mag ik deze preek ter bevestiging van een dienaar des Woords, gemeente beginnen met u dit portret voor te houden. Als u een gids ten leven zoekt, zoek er dan zo een. En mag ik ook u, ambtsbroeder die vandaag in het ambt van Verbi Divini Minister bevestigd wordt, dit portret aanbieden? Als u voor uw gemeente een gids ten leven wilt zijn, wees er dan zo een. Een man die mensen zoekt te overreden met het Woord der waarheid. En zo een man met een gouden kroon boven het hoofd.
En is het ook niet zo’n gids die ons aangewezen wordt in de tekst van 2 Tim. 2:15? Benaarstig u, schrijft de apostel hier een zijn jonge vriend en broeder Timotheüs, om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt , die het Woord der waarheid recht snijdt.2
Als Paulus deze woorden schrijft, gemeente, zit hij zeer waarschijnlijk voor de tweede maal in Rome gevangen. Timotheüs is werkzaam in Efeze. Hij wordt door de apostel hartelijk, maar ook dringend opgeroepen om spoedig bij hem te komen. En inmiddels kan Paulus het niet laten dat wat hij op het hart heeft, aan het adres van zijn jonge medearbeider uit te zeggen in een brief.
1.Een arbeider die Gode beproefd is
De 2e Timotheüs-brief is zeer persoonlijk en bemoedigend. Timotheüs heeft het immers bepaald niet gemakkelijk. Hij heeft met tegenstanders te maken. Dwaalleraars die bekvechten en woordenstrijd voeren. Een en andermaal noemt de apostel hen in deze brief. Het zijn kennelijk mensen die op zeer vitale punten het christelijk geloof tegenstaan. Hymeneüs en Filetus bijv. die zeggen, dat de opstanding reeds geschied is. Dat betekent: als Christus door het geloof in u is opgestaan, wat wilt u dan eigenlijk nog meer? Hopen, dat u, als u gestorven bent, ooit nog eens uit uw graf zult opstaan? Niet nodig, mensen.

Deze dwaalleraars vergeestelijkten dus de zaak. Paulus heeft vaker met zulke lieden te maken gehad. En dat nam hij dan altijd hoog op. Hij zag zulk een dwaalleer als een aantijging van de levende Christus Zelf, als een omverwerping van het Paasevangelie. Denkt u maar aan 1 Korinthe l5.


Welnu, Timotheüs - aldus wat de apostel in zijn tweede brief aan hem schrijft - moet op zijn hoede zijn 3 En dat niet maar door op zijn tijd een flink weerwoord te spreken. Maar vooral posi-tief. Hij moet geheel in tegenstelling tot de dwaalleraars die in feite op een catastrofe van hun hoorders uit zijn (zo staat het er in vs.l4) een arbeider zijn die er mag wezen in Gods ogen. Beproefd, niet beschaamd. Het Woord der waarheid recht snijdend. Deze drie dingen maken en breken de man die gids en leidsman der gemeente mag wezen.
Mag ik over elk van deze drie dingen iets zeggen? Naar de te bevestigen dienaar des Woords toe. Naar u toe, gemeen-te? Het mag immers duidelijk zijn, dat wat hier geschreven wordt in apostolische volmacht met het oog op Timotheüs, ook van een dienaar van het Goddelijk Woord vandaag gelden mag. Houdt de vinger maar bij de tekst.
En laat ik dan voorafgaand aan de drie dingen er eerst op mogen wijzen, dat hier de man die in het Evangelie werkzaam is, een arbeider genoemd wordt. Dat is een eretitel. In onze maatschappij roept het woord arbeider soms de gedachte op aan een persoon die minder bedeeld is. 4Maar bij God heet ieder die een taak vervult - welke dan ook - in Zijn wijngaard een arbeider. Ook een dienaar des Woords. Een dominee is geen man die de hele week op zijn lauweren rust en één dag in de week (zondags op de kansel) iets uitvoert dat je ook nog amper werken kunt noemen.
Een dienaar des Woords is arbeider Geen rentenier. Er is werk aan de kerk. Op de studeerkamer niet alleen waar de Schriften naarstig onderzocht moeten worden. Maar ook op de catechisaties waar aan jongeren duidelijk mag worden gemaakt, dat Gods Woord van levensbelang is. En op huisbezoek, als mensen persoonlijk onderwezen, vermaand en getroost worden. Een predikant mag een ‘geziene’ man zijn. En dat betekent, dat hij niet alleen zondags gezien moet zijn op de kansel. Maar zijn gemeente moet hem ook zien in haar dagelijkse behoeften, zorgen en noden. Een arbeider Gods moet bij de mensen zijn. Hij is tenslotte in vaste dienst bij de Allerhoogste. Hij moet zich eenmaal voor Hem ook verantwoorden over de vervulling van zijn taak.
Hij mag een arbeider ofte wel een harde werker zijn. En als hij dat is, gemeente, dan heeft hij best de handen vol. Hoe meer er gewerkt wordt, hoe meer werk er komt. Overvraag hem dus niet. Laat hem niet overal op en in zitten. Oordeel niet hard over hem, als hij al zijn talentent goed besteedt, maar misschien toch wat minder doet dan u denkt, dat hij moet doen. Hij moet het tenslotte ook allemaal met vreug-de kunnen doen. Daarom mag de gemeente hem wel steeds opdragen aan de Heere in het gebed.

In het vele dat hij doet, mag dit ene hem bezielen: Mensen overreden, bewegen tot het geloof. Wetende van de schrik des Heeren, gedrongen door de liefde van Christus. Vgl. 2 Kor.5:11, 14.


En wat is dan het eerste dat Paulus Timotheüs, de arbeider in Gods wijngaard, aanbeveelt en opdraagt? Benaarstigt u om uzelf Gode beproefd 5 voor te stellen.
U weet allemaal wel, dat het een ongelukkige kwaal van ons mensen is om onszelf te willen bekijken door de ogen van anderen. U bent er misschien vaak druk voor in de weer om te weten, hoe anderen over u oordelen. Maar stel u nu eens voor, dat u er aardig afkomt in het oordeel van mensen, maar in Gods ogen een nietsnut en een zelfzoeker, een goddeloze bent. Bent u dan verder gekomen in 't leven? Zou het niet van het allergrootste belang voor u zijn om te weten, of u in het oordeel van God kunt bestaan? ‘Die u oordeelt is de Heere’ (1 Kor.4:4b). En als de levende God ons door Zijn Woord en Geest deze levensvraag op het hart bindt, gaan wij het oordeel en de gunst van mensen sterk relativeren.We krijgen dan ook de moed om waar nodig tegen de stroom op te roeien Het interesseert ons om zo te zeggen niet zoveel meer, als mensen ons behandelen als een kwaaddoener (vs.9). Wanneer wij maar de Heere mogen behagen.
Nu, zo is het ook met een dominee. Kan ik in het ‘iudicium’, in het oordeel van God bestaan? Hij is de grote ‘Keurmeester’. Dus niet: vinden de mensen hun dominee een geweldige man? Zeker, hij woont in een glazen huis. En hij moet ook de toets van Gods gemeente kunnen doorstaan. Hij mag een gewaardeerd en geliefd man Gods zijn bij degenen die de Heere vrezen. Hij mag een man zijn, klaar als kristal. Iemand waar men doorheen kan kijken. Echt en gemeend. Geen mooiprater. Het moet kunnen lijden, dat hij doet wat hij zegt en zegt wat hij doet. Hij is geen ‘quibbler’, het Engelse woord voor chicaneur (iemand die zich met spitsvondigheden op de been houdt).

Daarom mag hij zich best laten welgevallen, als zijn kerkenraad bijv. van zijn prediking eens een agendapunt van de kerkenraadsvergadering gemaakt wil hebben. Twee weten altijd nog meer dan een. En de dienaar des Woords mag daarom ook wel gedurig getoetst worden.


Maar dat alles, opdat hij zoveel te meer een Gode beproefde arbeider zou zijn. Een die de gunst des Heeren mag wegdragen. Het woord ‘beproefd’ in de tekst heeft te maken met ons woord ‘bevinding’ (vgl. Rom.5:4). En wat is bevinding? Is het niet vooral, dat een mens, een kind van God in de vele aanvechtingen, midden in de stormen van het leven en verzocht door duizend en een dwalingen, voor God overeind mag blijven? Beproefde trouw: Gestaald geloofsleven. Overeind blijven met het kostelijke Evangelie van vrije genade voor goddelozen. En dat voor heel de wereld niet prijsgeven, omdat men er zelf door Gods Geest het leven in gevonden heeft.
Zich presenteren aan de Heere 6 als een beproefde arbeider houdt dus niet in, dat men zichzelf voor God roem geeft, door zichzelf voor een godzalig en vroom man te houden, op wie niets af te dingen valt. Een Gode beproefde arbeider is iemand die als Kohlbrugge vaak op zijn kamer zit te wenen, omdat hij zichzelf voor een erbarmelijke dienstknecht van God houdt, maar die het toch niet laten kan om van genade te leven en die het Evangelie van Gods vrije genade voor mensen die alles verbeurd hebben, moet prijzen. Een Gode beproefde arbeider doorstaat de toets van het oordeel van God wonderwel. ‘Die hem oordeelt is de Heere.’
En als het zo met uw dominee mag wezen, gemeente, dan zult u het aan hem merken, als hij zondags op de kansel staat of als hij naast uw sterbed komt te zitten. Ziedaar een man die als het zilver is beproefd.Het Evangelie dat hij ons verkondigt, komt door zijn hart heen tot ons. En zo komt het dan ook volstrekt geloofwaardig over. Zou u dat voor uw dominee aan de Heere willen vragen, gemeente? Bidt hem vol, opdat hij u mag volpreken.
2. Een arbeider die niet beschaamd wordt
En dan het tweede. Een arbeider die niet beschaamd wordt. 7
Wat moeten wij ons voorstellen van een arbeider die niet beschaamd wordt? Wanneer komt iemand beschaamd uit?
Als een kind op de basisschool bijv. altijd tienen krijgt, omdat hij gewoon de beste van de klas is, is het een grote schande voor hem, als hij een keer een acht op zijn rapport heeft. Onzin natuurlijk. Want een acht is prima. Maar dat kind is gaan denken: ik ben de beste en ik moet het blijven. Hij moet dus zijn stand ophouden. En als dat niet langer lukt, raakt hij gefrustreerd en moedeloos. Hij gaat er met zijn pet naar gooien op de duur. Hij blijft zelfs de nodige keren zitten.
Zo is ‘t eigenlijk in heel het leven. Als je altijd tienen wilt halen, raak je gefrustreerd en moedeloos. Je wordt beschaamd. Je verwachtingen waren verkeerd gericht. Je overspande jezelf. Je wilde eigenlijk niet de mindere zijn, laat staan de minste. Je wilt niet voor een ander onderdoen. En zo is ‘t ook met een dominee. Hij moet niet de betere of de beste willen zijn. Uitstekend boven zijn collega’s. Hij moet niet altijd topprestaties willen leveren. Want dan wordt hij gefrustreerd en moedeloos. Hij hoeft de moed echter nooit te laten zakken. Want zijn Zender heeft hem beloofd met hem te zijn.
Ooit is het (in Schotland) voorgekomen, dat een dominee een preek moest houden op een synodevergadering en daar zo verschrikkelijk tegenop zag, dat de preek op geen manier uit zijn vingers wilde komen. Maar toen ontdekte hij, dat moedeloosheid een grote vriend van ongeloof is. En ongeloof komt vaak voort uit zelfoverschatting en uit onderschatting van Gods almacht.
Nu, een arbeider die niet beschaamd wordt, is een arbeider die van God en alle mensen de minste mag wezen. Hij hoeft niet de betere te zijn. Hij wil het niet eens. Hij hoeft niet in moedeloosheid neer te zitten, als hij niet zoveel waardering van mensen krijgt of als hij het op een vergadering wel eens moet toegeven, dat een ambtsbroeder met meer wijsheid spreekt dan hijzelf. Niet beschaamd. Integendeel, alles mag hem een wonder zijn. Als de mensen zondags trouw onder zijn gehoor komen. Als er wel eens zegen valt en een jongen of meisje het werkelijk gaat geloven wat hij zegt.
Ik mag de tekst ook zo lezen: wie zich als een arbeider Gods beijveren mag om een Gode beproefd man te zijn, die wordt niet beschaamd. Er hangt een gouden kroon boven zijn hoofd. Als hij een zondaar van de dwaling van zijn weg heeft bekeerd, zijn menigten der zonden bedekt. Vgl. Jak.5:20. En als God hem gebruiken wil om er velen tot de bron van het leven te leiden, zal de eeuwigheid niet te lang zijn om zich daarover te verwonderen.
Hoe heerlijk moet het zijn, als de Heere straks tegen ons zal zeggen: ‘Wel gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal Ik u zetten; ga in, in de vreugde uws Heeren’ (Matth.25:21vv). Dat is werkelijk een gouden kroon boven uw hoofd.
3. Een arbeider die het Woord der Waarheid recht snijdt
En dan nu nog het derde en laatste.

Daar hangt al het voorgaande van af. Een Gode beproefde arbeider die niet beschaamd wordt, dat moet iemand zijn die het Woord der waarheid recht snijdt.8

Wat het woord der waarheid is, is duidelijk. Vgl. 2 Tim.1:8; 2:9. Het is het Evangelie van ‘Jezus Christus en Die gekruisigd’ (1 Kor.2:2b) en opgestaan uit de doden. In een wereld vol leugen en bedrog, waar je met alles en iedereen omvalt. Waar alles teleurstelt. Waar mensen zeer wanhopig zelfmoord plegen, omdat ze met alles bedrogen zijn uitgekomen. In zo’n wereld klinkt het Evangelie, het Woord der waarheid, tot jong en oud: ‘Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden, gij en uw huis’ (Hand.16:31). Er is er Een die van je houdt, zo ellendig en onhebbelijk als je bent. Er is er Een die goddelozen rechtvaardigt. Er is er Een die je thuisbrengt bij de Vader, Die rust geeft, omdat Hij het volbracht. Die je erdoor helpt, als je ten einde raad bent. Die voor je vecht in het kort geding tussen God en jou. Die je in je stervensuur niet alleen laat. Die waakt over je lichaam, als het ligt te verteren in het graf. Die het komt ophalen op Zijn grote dag.
Dat Woord der waarheid, Timotheüs moet recht gesneden worden. Wat zou dat betekenen?Er zijn vele verklaringen gegeven. Calvijn spreekt over een huisvader die het brood keurig in parten snijdt en uitdeelt aan zijn gezinsleden. Die niet alleen de korstjes eraf haalt, maar ook het inwendige van het brood snijdt. Zo moet een dienaar des Woords tot het innerlijk van de mens komen.9

Anderen denken liever aan het trekken van rechte voren, zoals door een boer die de ploeg door de akker laat gaan. Weer anderen denken aan het aanleggen van een weg, door een bos. Recht toe, recht aan. Er geen kronkelpad van maken. Het laatste is wellicht het beste.


Hoe dan ook, het komt erop aan, dat wij met het Woord der waarheid recht toe recht aan omgaan. ‘To the point’, accuraat, duidelijk. Laat ik enkele dingen noemen.10
Wij sturen de mensen het oerwoud in, als we hen niet de bekering en de vergeving der zonden prediken. De vergeving der zonden zonder bekering is een halve waarheid en dus een hele leugen, een kronkelpad. En de bekering zonder de vergeving der zonden ook. Als wij u, gemeente op de kansel niet meer durven zeggen, dat u bekeerd moet worden, tot in de wortel vernieuwd, dan gunnen we u wellicht de zaligheid. Maar u zult die nooit verkrijgen. En als wij u de donder van de Sinaï in onze prediking laten horen of we komen met voorwaarden die eerst vervuld moeten zijn, alvorens we u toegang verlenen tot het Evangelie van de vergeving, belemmeren we uw zaligheid. In beide gevallen snijden we het Woord der waarheid niet recht
Maar recht toe recht aan, op de man af, zonder dralen en omwegen u zeggen, dat u ‘de wereld moet verlaten, uw oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen’ (formulier kinderdoop), dat is een recht spoor trekken. En recht toe recht aan op de man af u zeggen, dat u zalig kunt zijn op kosten van een Ander en dat u er geen nagelschrap van u zelf aan moet toevoegen, dat is een recht spoor trekken.
Door zo’n bediening worden grote dingen uitgericht. Door dit Woord der waarheid worden wij ‘gebaard’ (Jak. l:18). Het komt er dus op aan, dat wij als uw gids ten leven, het Woord van God niet vervalsen. Zoals Elymas de tovenaar van wie we lezen in Hand.13:10, dat hij de rechte wegen des Heeren verdraaide.
Houd u maar aan de letterlijke en eenvoudige zin van de Schrift. En leg het dan voorts zo uit, dat mensen verstaan, dat het hun aangaat.
En dan komt daar nog één ding bij. Wellicht doelt Paulus daarop in het bijzonder. Timotheüs moet in zijn dagelijkse handel en wandel een voorbeeld voor de gelovigen zijn. De waarheid moet gepredikt worden. Maar er moet ook in gewandeld worden. Wij moeten een voorbeeld der kudde zijn: in nederigheid, soberheid, liefde, matigheid en zelfverloochening.
Iemand vraagt misschien, wie tot deze dingen bekwaam is.

Augustinus heeft eens gezegd: ‘Heere, geef wat Gij beveelt en beveel dan maar wat Gij wilt’. En de apostel Paulus bracht het aldus onder woorden: ‘Onze bekwaamheid is uit God’ (2 Kor.3:5b). Daartoe helpe ons God de Almachtige. Moge het van de dienaar van het Woord die bevestigd staat te worden, gezegd zijn wat we lezen in (1 Kor.6:1-10)


En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben.

Want Hij zegt: In de aangename tijd heb Ik u verhoord, en in den dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!

Wij geven geen aanstoot in enig ding, opdat de bediening niet gelasterd worde.

Maar wij, als dienaars van God, maken onszelf in alles aangenaam, in vele verdraagzaamheid, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden,

In slagen, in gevangenissen, in beroerten, in arbeid, in waken, in vasten,

In reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in goedertierenheid, in den Heiligen Geest, in ongeveinsde liefde.

In het woord der waarheid, in de kracht van God, door de wapenen der gerechtigheid aan de rechterzijde en aan de linkerzijde;

Door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders, en nochtans waarachtigen;

Als onbekenden, en nochtans bekend; als stervenden, en ziet, wij leven; als getuchtigd, en niet gedood;

Als droevig zijnde, doch altijd blijde; als arm, doch velen rijk makende; als niets hebbende, en nochtans alles bezittende.
Amen.



1 Met die voorbeeld begon ik de Bijbelstudie over 2 Tim. 2:9-15 in mijn boek over 2 Timotheüs/ Titus; 2e druk 1989; Voorhoeve/ Kampen; blz. 60.

2 σπούδασον σεαυτὸν δόκιμον παραστῆσαι τῷ Θεῷ, ἐργάτην ἀνεπαίσχυντον, ὀρθοτομοῦντα τὸν λόγον τῆς ἀληθείας.

De King James vertaling luidt: Study to shew thyself approved unto God, a workman that needeth not to be ashamed, rightly dividing the word of truth.



3 De afbeelding is een schilderwerk van Rembrandt (1606-1669): Timotheüs en zijn grootmoeder Loïs (olie op paneel; 1648). Ze 2 Tim. 1:5.

4 Voor arbeider zie ook 2 Kor. 11:13 en Fil. 3:2.

5 Gr. ‘spoedadzoo’ = zich beijveren, zich inspannen. Gr.’dokimos’ = beproefd, gestaald o.a. in het lijden

6 Gr.’paristèmi = voorstellen (hier aor.inf.).Het woord heeft een juridische notie. Zich onder de ogen van God als Rechter stellen. Vgl. Hand. 27:24; Rom. 14:10; 1 Kor. 8:8 Zie ook Rom.14:18; 2 Kor.10:18.

7 Gr. ‘anepaischuntos’ = die zich niet behoeft te schamen. Vgl. Fil. 1:20; 1 Joh. 2:28.

8 Gr. ‘orthotomeoo’ = in rechte richting snijden, recht(lijnig) handelen, recht/ op de rechte wijze weergeven; een weg banen Vg;. Spr. 3:6; 11:5 (LXX). Vgl. Gal. 2:14. Voor Woord der waarheid, zie ook Ef. 1:13 en Kol. 1:5. Het betekent: het Woord van God recht door zee, correct weergeven (naar de mening des Geestes en tot opbouw). Zo William Hendriksen, 1&2 Timothy and Titus (New Testament Commentary); The Banner of Truth Trust; Edinburgh/ Carlisle 1976 (repr.) Vgl. Verder: 1 Kor. 3:12vv; 2 Kor. 6:7; Ef. 1:13; Kol. 1:5v; Jak. 1:18. Ook John R.W.Stott noemt als mogelijkheid: een rechte weg snijden door een bebost gebied of een gebied dat anderszins moeilijk begaanbaar is’ (‘accuraat en anderzijds duidelijk zijn in onze verkondiging’). Zo John R. W. Stott, 2 Timotheus (serie Leven bij het Woord); Verbo den Haag (Engelse vertaling door Wilma Offers); 1986; blz. 65. En idem, De boodschap van 2 Timoteüs (Bewaar het evangelie); serie ‘De Bijbel spreekt vandaag’’; Novapres Apeldoorn 1996; blz. 61v. Dr. E. L. Smelik deelt de mening van Calvijn niet, maar geeft de betekenis aldus weer: ‘Men moet zich niet op zijwegen laten lokken, maar rechtlijnig te werk gaan bij het gebruik van het waarheidswoord.’ Zo dr. E. L. Smelik, De brieven van Paulus aan Timotheüs, Titus en Filemon (De prediking van het Nieuwe Testament); 4e druk; Nijkerk 1973; blz. 107.

9 Zo J.Calvijn, Uitlegging op de zendbrieven van Paulus aan Timothe:us, Titus en Filemon (naar de uitgaven der Oude Hollanse overzetitng van J. D. en J. F. in de tegenwoordige spelling), door A. M. Donner; zesde deel; Goudriaan 1979; blz.127.

10 M.Henri schrijft over onze perikoop: ‘Ministers must be workmen; they have work to do, and they must take pains in it. Workmen that are unskilful, or unfaithful, or lazy, have need to be ashamed; but those who mind their business, and keep to their work, are workmen that need not be ashamed. And what is their work? It is rightly to divide the word of truth. Not to invent a new gospel, but rightly to divide the gospel that is committed to their trust. To speak terror to those to whom terror belongs, comfort to whom comfort; to give every one his portion in due season, Mat_24:45. Observe here, 1. The word which ministers preach is the word of truth, for the author of it is the God of truth. 2. It requires great wisdom, study, and care, to divide this word of truth rightly; Timothy must study in order to do this well.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina