Preek over Dan. 6: 23midden Liturgie



Dovnload 53.18 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte53.18 Kb.

Preek over Dan. 6:23midden



Liturgie

1) Votum


2) Groet

3) Psalm: 27:7

4) Apost.Gel.

5) Psalm: 70:3

6) Schriftlezing: Daniel 6:19- 29

7) Gebed


8) Tekst Dan.6:23b midden: En Hij heeft de muil der leeuwen toegesloten.
Verdeling van de preek:

  1. Daniël in de leeuwenkuil

  2. De muil der leeuwen toegesloten in Christus

3. Het lijden van deze tegenwoordige tijd

4. Het wereldoverwinnend geloof

9) Inzameling der gaven

10) Psalm: 91:1, 6

11) Prediking

12) Psalm: 30:2

13) Dankgebed

14) Psalm 22:11

15) Zegenbede.



* * *

Wie ooit eens in een dierentuin langs de sterk beveiligde kooien van de leeuwen is gekomen, is stellig onder de indruk geweest van deze koning der dieren.Als hij zijn gebrul laat horen, gaat het ons door merg en been. En als hem zijn voedsel wordt toegeworpen en hij zich met een nijdig gegrom op de beenderen werpt, waaraan hij, zolang er vlees aan is, zich tegoed doet, dan openbaart dat dier zich als een sterk roofdier, waarvoor de mens met recht bevreesd mag zijn.


Sommige leeuwen worden heel oud: wel 70 jaar en ik stel me voor, dat zij dan hun beste krachten verloren hebben. Maar wanneer een leeuw eenmaal zeven jaar oud is en als volwassen kan worden beschouwd, ontplooit hij met zijn slanke, maar stevige lichaam een geweldige kracht.
In het land van de Bijbel kwamen de leeuwen vroeger voor, terwijl ze nu totaal uitgestorven zijn. De Bijbel zelf is in ieder geval niet onduidelijk, als het gaat over de leeuw. Staan de herdersjongen David en de sterke held Simson niet in het graniet van de historie gegrift als oersterke mensen die het zelfs tegen de leeuw durfden opnemen? Wat is sterker dan een leeuw? En de onder ons minder bekende Benaja wordt in de Schrift geroemd, omdat hij twee sterke leeuwen wist te verslaan en omdat hij ook een leeuw sloeg in het midden van een kuil in de sneeuwtijd (2 Sam.23:20).
Een mens is tegen een leeuw niet opgewassen, zelfs al zou hij behoorlijk gewapend zijn. Op het onverhoeds valt hij zijn prooi van achteren aan. Maar tegen een groep van deze dieren is het helemaal onmogelijk, dat een mens vecht.
1. Daniël in de leeuwenkuil
Koning Darius, de Meder, beschikte oudtijds over een particuliere dierentuin, althans een leeuwenkuil. Waarschijnlijk bestond deze uit een ommuurde ruimte gedeeltelijk in de grond, gedeeltelijk erboven. Van bovenaf kon men dan de dieren gemakkelijk, voederen, terwijl, als de koning dat wenste hij ook gelegenheid had om zich te vermaken in het spel van de dieren. En wanneer een oud -oosterse vorst dat wilde (hij deinsde nergens voor terug), wanneer hij iemand tot de arena had veroordeeld, dan liet hij de misdadiger halen en wierp hem voor de bloeddorstige leeuwen. Aan amusement geen gebrek. De tuin van het koninklijk paleis was hof van vermakelijkheden en executieplaats tegelijk. 1
Nu was het in de tijd, dat het volk van Israël in ballingschap vertoefde in Babel, dat Daniël - een van de meest geëerde Israëlieten en vooraanstaand man in het koninkrijk der Meden, vals beschuldigd was van wetsovertreding. U kent de geschiedenis. Jaloerse collega’s, die het niet hebben konden, dat Daniël hun meerdere was, hadden een listig plan in elkaar gezet en de koning was er meteen op ingegaan. Niemand mocht gedurende dertig dagen iets vragen, niet aan enig mens en ook niet aan een god. Deze vergoddelijking van zijn eigen persoon zal koning Darius goed bevallen zijn. Maar het kostte hem wel zijn geliefde stadhouder Daniël.
Want in plaats van een dag of dertig het gebed tot zijn God over te slaan of ook wel diep onder de dekens in het geheim zijn godsdienstige plichten te vervullen, was Daniël, zijn gewoonte getrouw, voor het open venster neergeknield en tijdens zijn bidden bespied en afgeluisterd door zijn tegenstanders.
Weldra was zijn lot beslist. Een wet van Meden en Persen mocht niet gebroken worden. Dus: naar de leeuwenkuil met hem. En wat de koning ook bedacht, er was geen veranderen mogelijk. Na een slapeloze nacht vinden we dan Darius de volgende morgen bij de opening van de leeuwenkuil, nieuwsgierig en met een heel kleine hoop in het hart, dat de wondere God van Daniël hem zou hebben gered. En – o wonder - die hoop wordt weldra zekerheid. Want Daniël roept hem vanuit zijn gevangenis toe: ‘O, koning, leef in eeuwigheid! Mijn God heeft Zijn engel gezonden en Hij heeft de muil der leeuwen toegesloten, dat zij mij niet beschadigd hebben, omdat voor Hem onschuld in mij gevonden is; ook heb ik, o koning! tegen u geen misdaad gedaan (vs.22v) .2
Een ongelooflijk verhaal, althans in het oog van de wereld. Een sterk uitgehongerde troep leeuwen zwermt rondom Daniël en doet hem niet in het minst kwaad. Evenmin als de reuk van het vuur aan de klederen van zijn drie vrienden was geweest, toen ze in de vurige oven waren geworpen en er weer uitgekomen waren, evenmin was er ook maar één haar van Daniëls lichaam gekrenkt.3
God had de muil der leeuwen toegesloten. Wat is sterker dan een leeuw? Daniël was in zichzelf even zwak als zijn belagers. Maar zijn God kon het opnemen tegen alle wilde dieren der aarde tegelijk. ‘Hij had de ziel van zijn tortelduif aan dat wild gedierte niet overgegeven’ (Ps. 74:19).
Dat moet wat geweest zijn voor Daniël. Een hele nacht in onmiddellijk levensgevaar vlak bij het graf, aan de rand van de eeuwigheid geleefd te hebben. Hij zal de scherpe en dodelijke tanden hebben gezien van die dieren. Hij moet op zijn benen hebben staan trillen, als enkele dieren hun bloeddorstig gehuil lieten horen. Dat moet een foltering zijn geweest. En het is het toch niet geweest. Want zijn geloof maakte hem onoverwinnelijk en deed hem onverschrokken zien op de engel die hem als een steun van God door de Heere was toegevoegd.
Wat handelt de Heere soms toch wonderlijk met de Zijnen. Jona liet Hij opslokken door een grote vis en bewaarde hem drie degen en nachten in het ingewand van dat dier onder de zeespiegel. Daniël redde Hij uit de muil van de leeuwen.

Niet alleen een stomme ezel als die van Bileam, maar ook de vissen der zee en het roofgedierte van het woud, het is al gehoorzaam op Zijn wenken.


2. De muil der leeuwen toegesloten in Christus
Hij heeft de muil der leeuwen toegesloten. Wat de Heere in het leven van Daniël heeft gedaan, heeft Hij in hoger zin, heerlijker en heilzamer gedaan in Christus, Zijn lieve Zoon. In de Schrift wordt de satan vergeleken met een felle leeuw. Onze Heere Jezus Christus heeft er ook kennis mee gemaakt. Leest u nog maar eens Mattheüs 4 over de verzoeking van Jezus in de woestijn. De satan heeft alles in het werk gesteld om Jezus te doen struikelen en vallen. Als hem dat gelukt was, zou het hele verlossingswerk en ook uw en mijn zaligheid teniet zijn gedaan. Voor één knieval: een gevallen wereld.
Hoezeer heeft Jezus gedurende heel zijn aardse leven geworsteld met de macht van de boze. Juist in Zijn dagen kwam het veelvuldig voor, dat mensen deerlijk van de duivel bezeten waren. Denk maar een het dochtertje van de Kananese vrouw; ook aan Legio in het land van de Gadarenen Maar vooral in Jezus’ dagen bleek, dat er aan de heerschappij van de satan weldra een eind zou komen. Jezus wierp duivelen uit.
En toen hij aan het kruis gehangen was en de satan zijn plan om het werk van God en Zijn Koninkrijk te vernietigen leek te kunnen volvoeren, juist toen bleek, dat hij gemuilband was. Hoor, hoe de vijanden van Christus roepen: ‘Indien gij Gods Zoon zijt, zo kom af van het kruis.’ Vgl. Mattth.4:3vv. Maar juist in Christus’ weigering om van het kruis te komen, kwam Zijn overwinning op de satan openbaar. Hij vermorzelde de kop van de satan… (Gen.3:15). Hij bleef staande in de liefde van de Vader en in de liefde voor de Zijnen. Niemand kan ze nu ooit meer uit Zijn hand en die van Zijn Vader rukken. Toen Hij riep: ‘Het is volbracht’, moest de satan de vaan strijken en beefde de hel. Het aloude gebed van Gods kerk in Psalm 22 werd Jezus ‘gebed en het werd verhoord: ‘Verlos mij uit des leeuwen muil en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen’ (Ps. 22:22). Jezus was nedergedaald ter helle en heeft daar (als Daniël in de leeuwenkuil) over satan gezegevierd. ‘Geen verdoemenis dan nu voor denenen die in Christus zijn (Rom.8:1.’
En zo was het dan onmogelijk, dat Christus Jezus binnen de poorten van deze leeuwenkuil zou blijven. Op de derde dag werd de steen van de deur van het graf afgewenteld. Hij rees op uit Zijn graf in veel hoger en heerlijker zin dan Daniël uit zijn leeuwenkuil. Met onsterfelijkheid en glorie stond Hij op uit de doden. En elke leeuw uit satans rijk: de dood, de hel en het graf moesten Hem nastaren en met gesloten muil hun prooi hem zien ontgaan.
Over de geschiedenis van Daniël in de leeuwenkuil valt Paaslicht. Ja, ik mag het zelfs zo zeggen: de handen die de muil der leeuwen toesloten, waren de handen van Jezus die hel, dood en verderf hebben overwonnen. Aan Hem heeft de kerk des Heeren het leven te danken.Daarom mag het zingen in ons hart:
Mijn God, Gij hebt mij op mijn klacht,

genezen en mijn smart verzacht;

Gij hebt mijnziel, door angst beroerd

als uit het graf weer opgevoerd;

Gij heb het leven mij geschonken:

Ik ben niet in de kuil verzonken.



(Ps. 30:2 ber.)
3. Het lijden van deze tegenwoordige tijd
Diezelfde Jezus die de muil van de leeuwen toesluit, leeft nog, gemeente. Daar weten zij van, die net als Daniël te lijden krijgen van miskenning en verdrukking. Ik denk aan de eerste christengemeenten, waarvan wij zulke heldere getuigenissen horen. Ook van velen van hen geldt, dat zij in de arena zijn gestorven en door de wilde dieren/ de leeuwen zijn verscheurd. En waarom? Hun getuigenis werd niet aanvaard. Ze werden als verschoppelingen opgesloten in gevangenissen, gemarteld en gedood.
Maar wat lezen we in de Brief aan de Hebreeën? Zij hebben door het geloof koninkrijken overwonnen, gerechtigheid geoefend, de beloftenissen verkregen, de muilen der leeuwen toegestopt; de kracht des vuurs hebben zij uitgeblust, de scherpte des zwaard zijn zij ontvloden, uit zwakheid hebben zij krachten gekregen, in de krijg zijn zij sterk geworden, heirlegers der vreemden hebben zij op de vlucht gebracht; de vrouwen hebben haar doden uit de opstanding weder gekregen; en anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden. En anderen hebben bespottingen en geselen geproefd, en ook banden en gevangenis; zijn gestenigd geworden, in stukken gezaagd, verzocht, door het zwaard ter dood gebracht. Hebben gewandeld in schaapsvellen en in geitenvellen; verlaten, verdrukt, kwalijk gehandeld zijnde; (welker de wereld niet waardig was) hebben in woestijnen gedoold, en op bergen, en in spelonken, en in de holen der aarde….(Hebr.11:33-38).
Ook nu is dat leed nog niet geleden. Hoe velen in onze wereld overkomt het alles wat we zojuist hebben opgesomd uit de Brief aan Hebreeën. Denkt u daar wel eens aan, gemeente? Hoe velen zijn er in de wereld die in hun bestaan gedurig bedreigd worden door vervolging en gevangenschap. Denk aan Noord Korea, het eerste van de Top Tien landen met een lange christenvervolging. Denk aan Eritrea, waar de volgelingen van de Heere Jezus hun leven slijten in containers waar zij hitte en koude, smaad en lasteringen verduren. Bidt u wel voor de vervolgde kerk? Houdt u ook wat dit betreft het wereldnieuws wel bij? ‘Gedenkt de gevangenen, alsof gij medegevangen waart; en degenen, die kwalijk gehandeld worden, alsof gij ook zelf in het lichaam kwalijk gehandeld waart’ (Hebr. 13:3).
Maar ook als u niet direct meemaakt wat christenen vroeger en nu meemaken, zit u er soms ook wel eens bij als Daniël in de leeuwenkuil. U kunt erover lezen in Efeze 6, waar Paulus schrijft over de listige omleidingen van de duivel en van de strijd tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis van deze eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.(Ef. 6:11v). Ook al komt er geen geweer of zwaard aan te pas. Heeft Jezus ons niet gewaarschuwd, toen Hij in de nacht waarin Hij verraden werd, tegen Petrus en zijn vrienden zei: ‘De satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe’.
Als u in waarheid hebt leren geloven in de Zaligmaker, zult u zeker ook met verleidingen en verzoekingen te maken krijgen. De wereld om u heen is groot genoeg om erin te verdwalen. Hoe gemakkelijk neemt de satan ons op sleeptouw en poogt ons afvallig te maken. Wij zwijgen, als Gods Naam gelasterd wordt. Wij zwijgen, als onze kinderen zich niet meer laten meenemen naar Gods huis op zondag. Vele zijn de verzoekingen en beproevingen. Denkt u maar aan alles wat jullie (jonge vrienden ook) wordt voorgeschoteld via de moderne media (t.v., internet...). Er gaat een geweldige zuigkracht vanuit. En evenals dat het geval is met het gebruik van alcohol en drugs: het werkt verslavend. De duivel heeft een klankbord voor al die verleidingen in ons hart. Ook daardoor ‘gaat de satan om als een briesende leeuw, zoekende, wie hij zou mogen verslinden’ (1 Petr. 5:8). U en ik mogen elke dag wel voortdurend vragen: leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.4 De satan is de grote zielenverleider; hij heeft ‘grote toorn en weet, dat hij nog maar een kleine tijd heeft’ (Openb.12:12)

4. Het wereldoverwinnend geloof

En wee ons dan, als wij met de wereld niet meedoen, maar ons afzijdig houden. Jezus zei: ‘Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking, en zullen u doden, en gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil (Matth. 24:9). Of zijn er soms ook in uw omgeving geen mensen die u maar een vreemd schepsel vinden? Jullie bij je vrienden op school, als je het laat afweten op een feestavondje waar de bloemetjes eens flink buiten worden gezet. Dan hoor je er niet meer bij en misschien laat iedereen je wel vallen.


Hoe kwam het toch, dat Daniël in de leeuwenkuil kwam?
Was het niet, omdat hij standhield in het dienen van zijn God? Hij had voor ons gevoel wellicht ook wel een minder openbaar plekje kunnen vinden om zijn gebed te doen, zonder dat zijn vijanden het aan de weet kwamen. Christen – zijn incognito. Maar dat hij het volhield om tot zijn God te bidden, ook toen zijn tegenstanders op de loer stonden, was dat niet,


  • omdat hij een ‘godsdienst’ had waarvoor hij zich niet behoefde te schamen en

  • waarvoor hij openlijk wilde uitkomen, tot een getuigenis van de rijkdom van de dienst van Israëls God bij het heidendom.

En hoe kon Daniël het volhouden temidden van de hongerige leeuwen?




  • was het niet, omdat Zijn God hem sterk maakte in het geloof en hem daarin onoverwinnelijk deed zijn. Het geloof groeit door de verdrukking heen. Er is een Arabisch spreekwoord dat luidt: Door de druk van de steen groeit de palmboom (‘Sub pondere lapidis crescit palma’). Er was in het hart van Daniël temidden van de leeuwen geen vrees, wel blijdschap. God keurde hem waardig om Hem groot te maken onder zijn vijanden. Al zouden de leeuwen hem met hun scherpe tanden verscheurd hebben, dan zou zijn laatste woord toch nog zijn geweest: ‘De grote God zij eeuwig dank en eer’.5

  • en is het niet, dat ook wij het volhouden in een wereld, waarvan Jezus zei: ‘In de wereld zult gij verdrukking hebben..’ (Joh.16:33a), omdat Hij eraan toevoegde: ‘Ik heb de wereld overwonnen’ ? En: ‘Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude’ (Luk.22:32a).

  • Onze Heidelberger zegt ter verklaring van de zesde bede van het Onze Vader (Leid ons niet in verzoeking, mar verlos ons van de boze): ‘Omdat wij van onszelf alzo zwak zijn, dat wij niet een ogenblik zouden kunnen bestaan, en daartoe onze doodvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten; zo wil ons toch staande houden en sterken, door de kracht van Uw Heilige Geest, opdat wij in deze geestelijke strijd niet onderliggen, maar altijd sterke wederstand doen, totdat wij eindelijk ten enenmale de overhand behouden. (Heid.Cat., Zondag 52; vr. en antw.127).




  • John Bunyan vertelt in zijn Christenreis van twee mannen die Christen tegemoet komen, als hij bezig is de heuvel Moeilijkheid te beklimmen. Het zijn Wantrouwen en Vreesachtig. En wat roepen ze? Ga terug, want een eindje verder op de weg liggen er twee leeuwen op u te loeren.




  • Maar Christen kon niet terug. Dankzij Gods genade moest hij door. ‘Indien ik terugga naar mijn eigen land, dat door vuur en zwavel zal worden verbrand, zal ik daar zeker omkomen. Als ik de Hemelstad bereiken kan. Dan weet ik het zeker, dat ik in veiligheid ben…’. Zo gaat dan de pelgrim toch door. En even verder op de smalle weg, honderd stappen van de portierswoning van Paleis Sierlijkheid vandaan, hoort hij een vreselijk gebrul. Twee leeuwen wachten hem op, aan weerskanten van de weg. Maar de poortwachter roept hem toe, dat hij niet bang hoeft te zijn. De leeuwen liggen vastgebonden. Christen moet alleen het midden van de weg houden. Leeuwen zijn er alleen om het geloof te beproeven. En zo gaat Christen dan handenklappend naar de Portier Waakzaam toe en mag hij het schitterend paleis binnengaan. Leeuwen…alleen om het geloof te beproeven. Wat een wonder en wat een genade en wat een uitzicht, als inmiddels het oog omhoog geslagen mag zijn. Wees niet bang. Wees niet bevreesd.6

Het gebed en blijdschap in ons lijden maken ons sterk in de Heere. Dan wordt het waar wat Psalm 91 zingt: ‘Op de felle leeuw en de adder zult gij treden, gij zult de jonge leeuw en de draak vertreden’…. ‘Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem verhoren; in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn, Ik zal er hem uittrekken en zal hem verheerlijken. Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen en Ik zal hem Mijn heil doen zien’ (Ps. 91:13). ‘Wie ie het die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood; wij zijn geacht als schapen der slachting). Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft’ (Rom. 8:3437).


‘Het lijden van deze tegenwoordige tijd is niet te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden’ (Rom. 8:18). En zo mag het dan ervaren worden: ‘Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijt gij, als u de mensen smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken om Mijnentwil. Verblijdt u en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten die voor u geweest zijn’ ( Matth.5:10-12).
We lezen van Daniël, dat ‘er geen schade aan hem gevonden werd, daar hij in zijn God geloofd had’ (Dan.6:24). Maar toen de vijanden van deze godvrezende man het moesten ontgelden, omdat zij Daniël uit de weg hadden willen ruimen en zij met hun gezinnen in de kuil van de leeuwen geworpen werden, hadden de leeuwen hen al in hun boze muilen, voordat zij op de grond terecht kwamen. Zo vergaat het allen die zitten in de raad van de goddelozen. Vergeet het niet.
Maar als u door Gods goedheid getrouw mag zijn tot de dood, zult u met allen die God vrezen eeuwig God loven en mag het zijn wat Paulus schrijft in 2 Tim. 4:17:…’En ik ben uit de muil van de leeuw verlost’ (uit doodsgevaar en uit de macht van de boze). Dan mogen wij opklimmen uit de kuil naar hoger oord en heerlijkheid. Glorie aan God in alle eeuwigheid.

Amen



1 Uit de verklaring van Keil-Delitz: ‘Ge. Höst, in his work on Fez and Morocco, p. 77, describes the lions' dens as they have been found in Morocco. According to his account, they consist of a large square cavern under the earth, having a partition-wall in the middle of it, which is furnished with a door, which the keeper can open and close from above. By throwing in food they can entice the lions from the one chamber into the other, and then, having shut the door, they enter the vacant space for the purpose of cleaning it. The cavern is open above, its mouth being surrounded by a wall of a yard and a half high, over which one can look down into the den.’

2 In de verklaring van Keil-Delitz lezen we: ‘In his answer Daniel declares his innocence, which God had recognised, and on that account had sent His angel (cf. Psa.34:8; Psa.91:11) to shut the mouths of the lions; cf. Heb.10:33. וְאַף, and also (concluding from the innocence actually testified to by God) before the king, i.e., according to the king's judgment, he had done nothing wrong or hurtful. By his transgression of the edict he had not done evil against the king's person. This Daniel could the more certainly say, the more he perceived how the king was troubled and concerned about his preservation, because in Daniel's transgression he himself had seen no conspiracy against his person, but only fidelity toward his own God.’ 3 .

3אלהי שׁלח מלאכה וסגר פם אריותא ולא חבלוני כל־קבל די קדמוהי זכו השׁתכחת לי וא .3 קדמיך מלכא חבולה לא

Dit is de Hebreeuwse tekst van Dan.6:23 (22). De King James vertaling heeft: ‘My God hath sent his angel, and hath shut the lions' mouths, that they have not hurt me: forasmuch as before him innocency was found in me; and also before thee, O king, have I done no hurt.’

De LXX heeft: ὁ θεός μου ἀπέστειλεν τὸν ἄγγελον αὐτοῦ, καὶ ἐνέφραξεν τὰ στόματα τῶν λεόντων, καὶ οὐκ ἐλυμήναντό με, ὅτι κατέναντι αὐτοῦ εὐθύτης ηὑρέθη μοι· καὶ ἐνώπιον δὲ σοῦ, βασιλεῦ, παράπτωμα οὐκ ἐποίησα.

M.Henri schrijft: The angel's presence made even the lions' den his strong-hold, his palace, his paradise; he had never had a better night in his life. See the power of God over the fiercest creatures, and believe his power to restrain the roaring lion that goes about continually seeking to devour from hurting those that are his. See the care God takes of his faithful worshippers, especially when he calls them out to suffer for him. If he keeps their souls from sin, comforts their souls with his peace, and receives their souls to himself, he does in effect stop the lions' mouths, that they cannot hurt them. See how ready the angels are to minister for the good of God's people, for they own themselves their fellow servants. 2. God has therein pleaded his cause. He was represented to the king as disaffected to him and his government. We do not find that he said any thing in his own vindication, but left it to God to clear up his integrity as the light; and he did it effectually, by working a miracle for his preservation. Daniel, in what he had done, had not offended either God or the king: Before him whom I prayed to innocency was found in me. He pretends not to a meritorious excellence, but the testimony of his conscience concerning his sincerity is his comfort - As also that before thee, O king! I have done no hurt, nor designed thee any affront.



In de Kanttekeningen van de Statenvertaling lezen we: ‘Daniël heeft wel het goddeloze plakkaat van de koning overtreden, maar dat heeft hij niet gedaan uit kleinachting van de koning, maar omdat hij de opperste Koning eerst en vooral moest gehoorzamen. Men moet God vrezen en de koning eren; 1 Petr.2:17’.


4 In Ef.6:11het Gr.woord ’methodeia = omweg, verleiding, list; dit woord komt alleen in Ef. 4:14 en 6:11 voor en wordt gebruikt van de dwaalwegen waarop de duivel de mensen leidt.

5 Calvijn merkt op in zijn verklaring van onze tekst, dat Daniël boos had kunnen worden op de koning vanwege diens wreedheid en trouweloosheid, maar dat het Daniël veeleer ging om de verheerlijking van God.

6 Calvijn schrijft in zijn verklaring van ons tekstgedeelte, dat ‘wij bij het minste gevaar, ja zelfs bij het ritselen van een vallend blad sidderen en beven’, maar dat ’de leeuwen en de wilde beesten in Gods hand zijn en door Zijn geheime teugel in bedwang worden gehouden’. In ons tekstgedeelte vinden we volgens Calvijn geen ‘hoogmoedig pochen op eigengerechtigheid’ of een ‘pleidooi voor de verdienstelijkheid van de goede werken’ (‘in ons is slechts stof tot verdoemenis), maar een beroep op Gods genade, aan ons bewezen.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina