Preek over Genesis 13



Dovnload 36.46 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte36.46 Kb.
Preek over Genesis 13

Orde van dienst

1. Votum


2. Groet

3. Psalm: 49:1, 2

4. Wet des Heeren / Apost.Gel.

5. Psalm: 6:2 / 73:13

6. Schriftlezing: Genesis 13

7. Gebed


Tekst: Genesis 13

Thema: Gen.13:11 slot: En zij werden gescheiden, de een van de ander.

Verdeling van de preek:


  • 1. Een onzalige twist en boedelscheiding

  • 2. Een rampzalige keus

  • 3. Een gelukzalige erfenis

8. Inzameling der gaven

9. Psalm: 119: 64, 77, 84

10. Prediking

11. Psalm: 62:5

12. Dankgebed

13. Psalm: 17:7, 8

14. Zegenbede.

* * *
Ziet u ze staan? Twee mannen broeders, Abram en Lot. Ergens op een bergtop in het land van Gods belofte.


Ze zijn druk in gesprek met elkaar. ‘Zo gaat het niet langer, Lot’, zegt Abram. Wij moeten uit elkaar. Elke avond komen onze herders thuis met verhalen over ruzie. Straks gaan ze nog eens met elkaar op de vuist. En dan zijn de gevolgen niet te overzien. ‘Echt, het gaat zo niet langer, Lot. Onze veestapel breidt steeds uit. Er is niet genoeg grasland meer voor al de beesten. En aan de putten waar de dieren gedrenkt worden, vechten onze knechten met elkaar om de voorrang. Het land is overbezet. En dan zijn daar bovendien nog de Kanaänieten en Ferezieten. Zij woonden hier reeds lang, voordat wij hier kwamen. En zij gunnen ons al helemaal het licht in de ogen niet. We moeten uit elkaar, Lot. Jij een kant uit, ik de andere kant. Zeg het maar: wat wil je?’1
Twist tussen mannen broeders. Abram en de zijnen hebben zich weer in Kanaän gevestigd, nadat zij in Egypte zijn geweest vanwege een hongersnood. Gelukkig is die thans voorbij. De God van eertijds mag weer gediend worden bij de altaren in het heilige land. De rust is weergekeerd. Tenminste, het heeft er de schijn van. Als een welvarend man, rijk aan vee, zilver en goud, trekt Abram voort, van Zuid naar Noord. God heeft hem immers dit land beloofd?!

Ja, maar toch opeens die onenigheid in eigen kring. Verdeeldheid, boze gezichten, verwijdering tussen de huisgezinnen, de broeders van hetzelfde huis, tussen een oom en zijn neef. De honger had hen gezamenlijk naar Egypte gedreven. De welvaart in Kanaän drijft hen thans uiteen. Dag aan dag ruzie en hevige opschudding. Die jaagt de kleine kudde van Gods gemeente op aarde uit elkaar. Het mest snijdt diep in Abrams eigen vlees. Lot is immers zijn neef. En die heeft zich vrijwillig aan hem verbonden, toen hij uit Ur en Haran wegtrok. Vgl. Gen. 12:4. Moet Abram Lot dan nu vaarwel gaan zeggen? Het bezorgt hem slapeloze nachten. Geloof dat maar. Er moet een oplossing komen. Dat staat vast. Maar hoe? Als Lot zich van hem zou afscheiden, wat zou er dan van hem terechtkomen? Ver van Abram, ver van de altaren, van de huisgodsdienstoefeningen?


1. Een onzalige twist en boedelscheiding
In één woord: deze broedertwist loopt uit op een onzalig boedelscheiding. Een oud verhaal. Maar het komt nog elke dag voor. Zij die het meest op elkaar aangewezen zijn, lopen gevaar met elkaar overhoop te gaan liggen en in bitterheid uit elkaar te gaan. Enkele voorbeelden.


  • Een oom en een neef of twee broers die samen een bedrijf runnen. Er komen financiële problemen. De een wil bovendien niet langer onder de ander staan en altijd maar bevelen uitvoeren. Het huis van de een is bovendien wat mooier dan dat van de ander.

En hoe gaat dat dan? De vrouwen, het personeel bemoeien zich ermee. Jaloezie. Er vallen onvriendelijke woorden. Ze kijken elkaar op de duur niet meer aan en zeggen elkaar niet eens meer goede morgen. Er is maar één oplossing: uit elkaar gaan. Misschien dat de verstandhouding dan beter wordt. Intussen is er al zoveel stuk gegaan. Twist onder mannen broeders, onzalig boedelscheiding.

  • Soms komt het voor in één gezin. Ze trappen elkaar op de tenen, als ze aan dezelfde tafel zitten om te eten. Ze vliegen elkaar in de haren, als één van hen het sjaaltje van haar zus om de hals heeft. Ze praten in geen dagen meer met elkaar, leven langs elkaar heen. De sfeer is bedorven. De liefde is zoek. Er is geen zorg meer voor elkaar geestelijk welzijn.

En hoe gaat dat dan? Die jongen van 19 gaat de deur uit. Op eigen kamer wonen. Dan kan hij tenminste doen en laten wat hij zelf plezierig vindt. Intussen is er al zoveel stuk gegaan in de relaties. Twist onder broeders van hetzelfde huis, onzalig boedelscheiding.


  • Het komt ook voor onder mensen van dezelfde kerk, als Abram en Lot onder hetzelfde Godswoord. Op dezelfde kerkbank. En misschien ook net als Paulus en Barnabas hard aan het werk in de verbreiding van het Evangelie. Maar er komt onenigheid over de methode van werken. En de kritiek op elkaar is niet van de lucht. ‘Bij al het gepraat over liefde en zoete banden is er intussen allerlei twist en tweedracht, daarenboven allerlei zaken, die het licht niet mogen zien…’ ‘onophoudelijk gekijf over aardse, wereldse, tijdelijke goederen, over gras dat ‘s morgens bloeit en ’s avonds verdord is…(Kohlbrugge: Schriftverkla-ringen, op Genesis 13).

En hoe gaat dat dan? Het lijkt het beste, dat ieder een kant uit gaat en dat ieder doet wat goed is in zijn ogen. Het zijn soms maar kleinigheden die maken, dat er niet gemeenschappelijk meer kan worden gewerkt. De duivel speelt ermee. Er is geen zorg meer om elkaars geestelijk welzijn. Kerkscheuring is het gevolg. Een repeterende breuk. Twist onder broeders van hetzelfde huis, onzalig boedelscheiding.
Vragen te over. Heb ik gedaan wat ik kon doen om het te voorkomen? Had ik de ander wel werkelijk lief? Heb ik juist hen tegen wie ik zoveel had in te brengen, wel genoeg gewaarschuwd? Een dwaalleraar als Harry Kuitert? Was het misschien zelfhandhaving, eerzucht, hebzucht die mij dreven om op eigen benen te gaan staan?

Intussen lacht de straat. De wereld vindt het prachtig, dat mensen zo met elkaar overhoop komen te liggen; ze spot met God: ‘Je ziet het, de godsdienst is altijd en overal een bron van twist, van oorlog en geweld’. Ja, zo zullen de inwoners van Kanaän – de Kanaänieten en Ferezieten - ook wel geoordeeld hebben over het gedoe van Abram en Lot en hun herders.


2. Een rampzalig keus
Terug naar Abram en Lot. U ziet het aan hen, hoe het niet moet. Dat eerst. Kijk naar Lot. Hij staat daar op een hoge berg en kijkt over het mooie landschap heen: een prachtige gebied. Abram zegt: ‘Lot, kies jij maar; ga jij links, dan ga ik rechts en omgekeerd.’ De ogen van Lot dwalen over de velden onder hem. Prachtig land, aan Abram beloofd. Is het dan niet geweldig, dat hij in die zegen mag delen? ‘Nee, oom, u bent ouder dan ik en bovendien bent u in feite de door God aangewezen erfgenaam.’
Maar dat zegt Lot helaas niet. Abram geeft Lot voorrang. En Lot neemt voorrang. Hij krijgt de eerste keus. Kijk, daar waar in het Oosten de Jordaan stroomt in zuidwaartse richting. Met zijn altijd groene zomen. Richting Zoar. Het lijkt het paradijs wel.2 Gras voor het vee in overvloed. Prachtige steden: Sodóm en Gomórra. Geen wonder dat de mensen hier graag wonen. Een weinig cultuur in de rimboe is niet te versmaden. Een mens kan zich erin nestelen en er zijn vaderland in zoeken. Dan is de vreemdelingschap vergeten.
Ja en dan is het voor Lot niet moeilijk meer. Hij is niet door zijn oom de deur uit gestuurd. Hij mag vrijwillig kiezen. En..het wordt een rampzalig keus. Wat zegt u? Rampzalig? Het lag toch voor de hand, dat Lot deze keuze deed? Of niet? Zal ik u zeggen, waarom die keus van Lot zo ramzalig was? Om drie redenen.


  • In de eerste plaats omdat de keuze van Lot hem is ingegeven door hebzucht.

Lot kiest het mooiste wat er is. Hij kiest voor die streek waar hij een gemakkelijk leventje kan leiden. Daar kan hij wedijveren met de rijke herdersvorst Abram. ‘Lot slaat zijn tenten op tot aan Sódom toe’ (Gen. 13:12b).

Gemeente, wij kiezen ook wel duizend keer in ons leven. Maar elke keus die is ingegeven door hebzucht, is een rampzalige keus. Helaas, hoe vaak laten we ons daardoor leiden. Een beetje jaloers op een ander die het wat beter heeft of zou kunnen krijgen dan wij. Een keus voor een verloren paradijs dat toch nog wel ergens op aarde te vinden moet zijn. Jacht naar welvaart. We stikken erin. Van het mooie naar het mooiere naar het mooiste. Excelsior. We vermenigvuldigen het vermogen. We zijn in de greep van het geld. We weten op de duur nergens anders over te praten dan over een huis, een vakantie in Italië of in Indonesië.

Hebzucht. Het lekkerste koekje op de schaal. Een baan waar promotie in zit. Een erfenis van een overleden vader. Een vrouw die uitmunt in schoonheid.

Een keus ingegeven door hebzucht. Een rampzalige keus.




  • In de tweede plaats was de keus van Lot rampzalig, omdat het een keus was in verblinding. Lot had er geen erg in, dat rijkdom en welvaart een mens van God kan aftrekken en hem zelfgenoegzaam en hoogmoedig maakt. Bovendien was er een groot risico verbonden aan het wonen in steden als Sódom en Gomórra. 3

Gemeente, wij kiezen ook wel duizend keer in ons leven. Maar elke keus die in verblinding is gedaan, is rampzalig. Als je 19 jaar bent en net als al je leeftijdgenoten, op kamer gaat wonen, waar je je eigen leven kan leiden. Niet meer bewaakt door het oog van een moeder of vader. Kiezen in verblinding.

Of als je een baan aangeboden krijgt waar je goud als water mee verdient. Maar dan kom je wel te wonen in een stad waar je kinderen bloot staan aan alle mogelijke verleiding. En speelt dat dan soms geen rol bij je keus? Kiezen in verblinding. Homoseksualiteit als de gewoonste zaak van de wereld, neem je op de koop toe. En als je er niet aan meedoet, ben je een paria. Zo was het in Sódom. Daar woonden ‘grote zondaars tegen de Heere’ (Gen. 13:13b). Vgl. Jes. 3:9. ‘Zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden…(Luk.1728v); maar dat hield een keer op. En hoe moet het met je vrouw? Denk ook eens aan haar, Lot…(vgl. Luk. 17:32).


Of als je de kerk de rug toekeert. Je maakt van de zondag een uitgaansdag. Mag het – denk je – ik werk heel de week zo hard. Kiezen in verblinding. Ja, want je doet wat de massa doet. En dat op zich is al zo verkeerd. Een keus in verblinding, een rampzalige keus.


  • In de derde plaats was de keus van Lot rampzalig, omdat ze gedaan werd in zelfoverschatting. Lot zal gedacht hebben: Als ik kwaad wil, kan ik dat overal; ook buiten Sódom en Gomórra. Ik ben oud en wijs en sterk genoeg om staande te blijven. Daar heb ik Abram niet voor nodig.

Zelfoverschatting. Het is altijd iets rampzalig, als wij denken, dat we sterke benen hebben die de weelde kunnen dragen. ‘Die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle (1 Kor. 10:12). Het beetje godsdienst dat we van een gelovige moeder of van een godzalige oom hebben meegekregen, is soms zo de deur uit. Wij hebben elkaar echt nodig om dicht bij de Heere te blijven. Hoe spoedig gaan we door de knieën voor de zonde, als we zien, dat iedereen nu eenmaal zo doet. Aanvankelijk hebben we nog wel wat weerstand. Maar de stroom van de zondigende massa sleept ons tenslotte mee naar het verderf. En zo wordt de vervreemding van God en Zijn dienst steeds groter. Dat paradijs waar we zo graag wilden wonen, is niet zo mooi als we dachten. Want waar is eigenlijk na Genesis 3 het paradijs op aarde nog te vinden?
En als we dan nog enige Godsvrees hebben overgehouden, lopen we wellicht met Lot ‘onze rechtvaardige ziel te kwellen door het zien en horen van de ongerechtige werken, vermoeid van de ontuchtige wandel der gruwelijke mensen in Sódom’ (2 Petr. 2:8,7). We walgen op de duur van dat leven zonder God, in hoogmoed, in zatheid, in vadsige rust, in denken alleen aan jezelf (Ezech.16:49).

Een keuze in zelfoverschatting is een ramzalige keus.


Rampzalig is het leven van de mens die beheerst wordt door hebzucht, die blind is voor alle geestelijke gevaren, die zichzelf overschat en denkt: Ik blijf wel op mijn benen staan.
In zijn boek Het Testament vertelt Elie Wiesel ons de volgende legende. Eén van de Rechtvaardigen kwam naar Sodom, vastbesloten om de inwoners van zonde en straf te redden. Dag en nacht liep hij door de straten en op de pleinen en protesteerde tegen hebzucht en diefstal, leugen en apathie. In het begin luisterden de mensen en glimlachten ironisch. Toen luisterden ze niet meer; ze vonden hem zelfs niet grappig meer. De moordenaars bleven moorden, de wijzen zwegen alsof er geen Rechtvaardige in hun midden was. Op een dag kwam een kind dat medelijden had met de ongelukkige leraar naar hem toe en zei: ‘Arme vreemdeling, je roept, je schreeuwt, zie je dan niet dat het hopeloos is?’ ‘Ja, ik zie het’, antwoordde de Rechtvaardige. ‘Waarom ga je door?’ ‘Dat zal ik je zeggen. In het begin dacht ik, dat ik de mensen kon veranderen. Vandaag weet ik, dat ik het niet kan. Ik roep vandaag nog en ik schreeuw, omdat ik de mensen wil verhinderen, dat zij tenslotte míj zullen veranderen.’ (uit dr.W.S. Duvekot, Begrijpt u wat u leest? Blz.156).

3. Een gelukzalig erfenis

Maar nu weer terug naar Genesis 13. Nu is het Abrams beurt om te kiezen. Er bleef niet veel te kiezen over. Wat zegt u? ‘Het ganse land was voor zijn aangezicht’ (Gen. 13:9a). Laten we maar uit elkaar gaan, Lot. Een verre vriend is beter dan een slechte buur. Abram geeft Lot de eerste keus. En de rest is voor hem. En dat is bepaald niet iets om je neus voor op te halen. God had toch immers aan Abram heel Kanaän beloofd.


Welnu, Abram vecht niet voor zijn rechten. Hij kan het best hebben, dat Lot heel die schitterende landstrook krijgt langs de Jordaan. Abram zegt niet: ‘Lot, wat valt me dat van je tegen’. Abram wil niet eens in de prachtige steden Sódom en Gomórra wonen. Hij is tevreden met het mindere, met minder goede weilanden, met minder cultuur, met minder welvaart. Als hij de Heere maar op zijn tijd tot zich hoort spreken. Dan is het goed. Daarin heeft Abram ‘het goede deel dat van hem niet zal weggenomen worden’ (Luk.10:42). Abrams enige toevlucht is – om met Calvijn te spreken – ‘de wachttoren van het Woord’.
Een gelukzalig erfenis. Inderdaad. Abram heeft nooit droog brood gegeten De Heere komt naar hem toe en zegt: ‘Maak u op, wandel door dit land in zijn lengte en in zijn breedte; want Ik zal het u geven’ (Gen. 13:17).4

Een karig deel? Hoe komt u erbij? Abram heeft zijn God, dat is genoeg… En dan nog zoveel welvaart op aarde. Want Abram is tenslotte een rijke herdersvorst geweest en gebleven. Nee, in het geval van Abram is rijkdom geen vloek. Als we er maar in de vreze des Heeren over meesteren.5 Kohlbrugge (Schriftverklaringen; Genesis 13) schrijft: ‘Op zichzelf is de rijkdom geen zegen en de armoede geen vloek, maar het is onze zonde, die het ene zowel als het andere voor ons ten vloek maakt.’

Een gelukzalig erfenis. Abram kiest het goede deel. Net als later Maria. Net als later Paulus: ‘Ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben’ (Fil. 4:11b).
Zo mag het zijn in het geloof. Het voornaamste is voor Abram geweest, dat hem de Christus was beloofd. Wat een weldaad. ‘In hem zouden alle geslachten der aarde gezegend worden’ (Gen.12:3b). Wat een toekomst!

U behoort misschien niet bij de gelukkigsten in dit leven. Niet zo rijk, niet zo vooraanstaand als anderen. U zit misschien ook nog wel eens in de hoek waar de slagen vallen.


Maar ligt u daarvan wakker? Is het zo moeilijk voor u om het met wat minder te doen in het leven? Geeft het u niet een innerlijke vrede, als u een paar stappen terug mag doen voor anderen? Zou u willen ruilen met hen die ‘het ruim genot der wereld voor hun heilgoed achten’ (Ps. 17:7a ber.)? ‘De godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging’ (1 Tim. 6:6-10). En: ‘Het weinige dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed van vele goddelozen’ (Ps. 37:16).
Als u maar weten mag wat Abram wist. Als u maar de belofte van de Christus mag hebben. Want zijn wij dan niet schatrijk, als God ons Zijn liefde in Christus Jezus schenkt? Is dat wonder niet groot genoeg, als u als een goddeloze die alle rechten hebt verspeeld, bij God in aanmerking komt om gerechtvaardigd te worden. Dat wil zeggen, dat u Hem recht in de ogen kunt kijken? Hoor wat Hij u in het oor fluistert: ‘Ik ben Uw heil alleen’ (Ps. 35:1 slot ber.)
Zie op Christus. Zie, hoe Hij de heerlijkheid van Zijn Vader verliet om doodsschuldigen te kunnen redden. ‘Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis van en dienstknecht (slaaf) aangenomen hebbende en is de mensen gelijk geworden (Fil. 2:6,7).
Kan het lager aflopen met een mens dan wanneer hij aan een vloekhout sterft? Zo is het gegaan met de Heere Jezus. Ziedaar uw Borg. Als u ooit iets doorleefd hebt van uw zondestaat voor God, is het u dan niet een eeuwig wonder, dat God in Christus uw deel wil zijn? Weg wereld, weg schatten…
Lot koos de wereld. Abram was door God uit de wereld uitgekozen. Dat is het verschil. Nog steeds. Want als wij door Gods verkiezende genade zijn getrokken uit deze tegenwoordige boze wereld, dan bezitten we in Christus meer dan wat tienduizend werelden ons zouden kunnen geven. Dan zijn we de koning te rijk. Dan hebben we de gunst van de hemelse Vader liever dan de vriendschap van de wereld.
Mag ik u vragen, of u de goede keus van het geloof reeds hebt gedaan? ‘Wien heb ik nevens U in de hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!’ (Ps. 73:25).
Roep dan de God van Abram maar aan. Hij leeft. Vraag om het geloof van Abram. Want dat betekent innerlijke vrede en een eeuwige toekomst. En geloof maar, dat de Heere dan ook voor dit tijdelijke leven voor u zorgen zal. Om nog eens Kohlbrugge te citeren (in zijn Schriftverklaringen; Genesis 13): ‘Abram bleef bij Gods belofte, hield zich vast aan God en Zijn Goddelijke openbaring. Hij had voor een talrijk gezin te zorgen, had om het getuigenis der waarheid vele, vele vijanden en de duivel tot zijn allerergste tegenstander. Niettegenstaande dat zorgde de Heere koninklijk voor hem, en dat is tot onze troost geschreven, die ook bij de belofte, bij ’s Heeren Woord blijven, en die het ook zullen ervaren, dat de Heere koninklijk voor ons zorgen zal..’.
‘Toch’, zegt iemand tenslotte, ‘was het voor Abram wel een verdrietige zaak’. Deze man was zijn vader al kwijt. En nu ook zijn neef Lot. Die man had niets om op terug te vallen. Hij had alleen Saraï nog. Maar Saraï was onvruchtbaar. Dus had hij tenslotte alleen nog maar: Gods belofte.
Inderdaad, maar daar kan een mens dan wel goed van rondkomen. Want als u de belofte mag hebben, als u de Heere Jezus mag omhelzen, dan hebt u de belofte van het eeuwige leven.
Zing het dan maar mee:
In God is al mijn heil, mijn eer,

mijn sterke rots, mijn tegenweer.

God is mijn Toevlucht in het lijden.

Vertrouw op Hem, o volk, in smart,

stort voor Hem uit uw ganse hart.

God is een Toevlucht t’ allen tijden.



(Ps. 62:5)
Amen



1 De afbeelding is die van een open haard tegel in mijn huis; afkomstig van een boerderij in Rouveen e.o.

2 De afbeelding is gekozen uit ‘The holy Bible’ (Authorised King James Version); London and New York Collins’ Clear-Type Press.


3 ‘In Lot hebben wij het type van de mens en de gemeenschap, die een tijdlang en uitwendig tot het verkoren volk behoort, maar tenslotte, als het erop aankomt, het zichtbare boven het onzichtbare stelt.’ Zo dr. A. van Selms in Genesis, deel I (serie De prediking van het Oude Testament); Nijkerk 1967, blz. 198. Vergelijk echter wat Petrus over Lot schrijft in 2 Petr.2:7v.

4 J. Calvijn schrijft: ‘De verandering, die Christus heeft aangebracht, was geen afschaffing van de oude beloften maar veeleer bevestiging daarvan.Dat God dus op het ogenblik niet een bijzonder volk heeft in het land Kanaän, maar een volk, dat overal verspreid is door alle wereldstreken, doet dus aan de belofte aan Abahams zaad van het bezit des lands tot aan de toekomstige vernieuwing geenszins te niet. Zo in Genesis, uitlegging van Johannes Calvijn; eerste deel, vertaald door S. O. Los. Middelburg 1900; blz.290.

5 J.Calvijn schrijft in zijn commentaar op Genesis (a.w., blz.283v): ‘Velen menen dat de volmaktheid als der engelen in armoede gelegen is, alsof men alleen vroom kan zijn en God gehoorzamen na alle schatten te hebben weggeworpen. Enkelen volgen Crates de Thebaan, die zijn schatten in de zee wierp, omdat hij meende, dat hij niet zalig kon worden, dan na dezen te hebben verloren…’.Calvijn verwijst dan naar een opmerking van Augustinus over de gelijkenis van arme Lazarus in de schoot van de rijke Abraham.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina