Preek over Genesis 49: 10



Dovnload 45.33 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte45.33 Kb.

Preek over Genesis 49:10



Orde van dienst
1. Votum

2. Groet


3. Psalm: 98:2

4. Wet des Heeren / Apost.Gel.

5. Psalm: / 68:13


  1. Schriftlezing: Genesis 49: 1- 12

  2. Gebed

Tekst Gen. 49:10: De scepter zal van Juda niet wijken noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt en Die zullen de volkeren gehoorzaam zijn.

Verdeling van de preek:


    1. Juda’s stam die glorie won

2. Todat Silo komt

3. Een aanbiddelijke Koning, ook voor u

8. Inzameling der gaven



  1. Psalm: 60:4 en 7

  2. Prediking

11. Psalm: 76:1

12. Dankgebed

13. Psalm: 78:34, 35

14. Zegenbede.

* * *
De aartsvader Jakob ligt op zijn sterfbed. Rondom hem staan zijn twaalf zonen. Onvergetelijk moet het zijn geweest voor hen om elk voor zich toegesproken te worden door hun vader. Ten afscheid en om een laatste zegen te ontvangen. Jakob zelf heeft een zalige toekomst voor ogen. Hij is een vreemdeling die eindelijk thuis komt. Vol heimwee, zoals een kind hunkert naar zijn vader.
Jakobs ogen zien omhoog. Maar hij ziet ook een verre toekomst voor zijn nageslacht. Voor Ruben, Jakobs eerstgeborene, voor Simeon en Levi…Er vallen harde woorden. Nee, deze kinderen van Jakob zullen bepaald niet in alles voorspoedig zijn. Daar hebben ze het ook niet naar gemaakt.
Maar dan krijgt Juda een beurt. Eens had Lea bij de geboorte van Juda, haar vierde zoon uitgeroepen: ‘Ditmaal zal ik de Heere loven’. ‘Daarom noemde zij zijn naam Juda (Godlover)’ (Gen. 29:35).1
1. Juda’s stam die glorie won
En over die Godlover dan zegt de stervende Jakob opeens: ‘Juda, gij zijt het, u zullen uw broeders loven…’. Jakob ziet in Juda de leider van al zijn nakomelingen: ‘Juda’ s stam is het, die die glorie won’ (Ps. 68:13m ber.). 2 Juda is als een leeuw, de koning van de roofdieren, de schrik van het woud.3 En zo gaat het dan haast als vanzelf over in de vss. 10-12. Het zijn moeilijke woorden die veel geleerden hoofdbrekens hebben gekost. Eenvoudige zondagsschool-kinderen echter hebben de heilsbelofte van onze tekst in hun vroege jaren reeds geleerd en ten diepste ook verstaan.
Een paar dingen zijn wel duidelijk. Juda ontvangt een bijzondere zegen. Hij krijgt de voorrang. Juda zal onder zijn broeders uitmunten in macht. De scepter, het teken van die macht, zal van Juda niet wijken. Hij heeft de staf van een heerser/ aanvoerder tussen zijn voeten. Hij geeft in alles de toon aan en heeft het voor het zeggen. Zijn staf is dus ook het symbool van de wetgevende macht. Juda is en blijft 4 een man van koninklijke positie. ‘U (met nadruk) zullen uw broeders prijzen.’ Voor u zullen uw vijanden op de vlucht slaan en u zult hen in de nek grijpen.
Zonder twijfel moet Jakob bij deze woorden gedacht hebben aan de gouden draad die door het nageslacht van Juda loopt. De gouden draad van het koningschap. Uit Juda’s nageslacht zijn in de geschiedenis van Israël dan ook steeds voorname vorsten voortgekomen. Wie denkt niet aan David?
Held David, die Hij van de schaapskooi nam,

Verkoos Hij Zich ten vorst uit Juda’s stam.

(Ps.78:35m ber.)
En Hizkia en…En zo velen meer. En als Jakob dan spreekt van een scepter die van Juda niet zal wijken, ziet hij als het ware Juda zitten met een staf, de heersersstaf tussen zijn voeten.5
En dat alles is niet te danken aan de morele kwaliteiten en/ of vroomheid van Juda. In vele opzichten heeft deze zoon van Jakob het er slecht afgebracht (lees noot 11). Het is enkel verkiezing en genade.
En dat zal altijd zo blijven, totdat Silo komt. Dan zal eerst recht blijken, dat Juda’s koningschap er een is van een geweldige draagwijdte. Alles in het nageslacht van Juda stuwt naar de openbaring van die Ene, van Silo. Het loopt alles op Hem uit. Vgl. Gen.26:13; 28:15; 1 Sam. 20:41. Hij zal er een zijn, die een heerschappij zal hebben, die niet slechts gaan zal over de andere stammen van Israël, maar die zich uitstrekken zal over de volkeren der wereld; een Koning dus met wereldheerschappij.
2. Totdat Silo komt
Wat de naam Silo betekent, is niet duidelijk. Er zijn zoveel verklaringen van gegeven, dat men er wel een dik boek over zou kunnen schrijven. Wellicht is ‘t het beste Silo 6 te verklaren als: zijn koning. Anderen horen er het woord rust in. Het zou dan gaan over de grote rustaanbrenger in de toekomst.7
Hoe dit ook zij: Jakob ziet in deze koning uit het geslacht van Juda een Koning, aan Wie heel de wereld (alle volkeren) gehoorzaam zullen zijn. In Zijn regeringsperiode zal er sprake zijn van grote vruchtbaarheid.
De wijn zal in zodanige overvloed aanwezig zijn, dat men zelfs een wijnstok zou kunnen gebruiken om er zijn rijdier aan vast te binden. Dat zou men normaal niet doen, omdat een ezel gemakkelijk de wijnstok zou kunnen beschadigen of vernietigen. Ja, ook wordt er in onze tekst gezegd, dat men zijn kleed in de wijn zou kunnen wassen en zijn mantel in wijndruivenbloed.8 Juda’s Koning is een ideale man, die door het drinken van wijn diepdonkere ogen en door het drinken van melk blanke tanden heeft (vs.12).9
In één woord: alles wat die koning zal brengen, zal de verwachtingen ver te boven gaan. Zijn tijd zal er een zijn vol vreugde en geluk.
Dit rijke woord van zegen van de stervende Jakob is voor zijn nakomelingen tot grote troost geweest. De vromen onder Israël hebben in de rijke symbolische taal een belofte gezien van de komende Messias. En hoewel zij nog slechts weinig licht hadden ontvangen in dat heilgeheim, hebben ze het in geloof en aanbidding bejubeld. J.Calvijn schrijft in zijn verklaring van onze tekst: ‘Het staat vast, dat de Messias hier beloofd wordt, die zou voortkomen uit de stam van Juda.’10

Onze tekst is te vergelijken met de ets van een schilder. U bent misschien wel eens in zo’n schildersatelier geweest en hebt daar een schets van een schilderwerk gezien die nog in veel opzichten uitgewerkt moest worden. En hoe verrukt was u later, als u het prachtige meesterstuk zag dat uit die schets was ontstaan.


Wij zijn vanmorgen in Gods atelier. We zien in de woorden van de stervende Jakob een schets van het heilswerk dat de Heere in de hemel in de heilsgeschiedenis zou volbrengen. Welnu, in de volheid van de tijd is de profetie van de stervende Jakob in vervulling gegaan. Toen Jezus als een klein kind geboren werd in Bethlehems stal. ‘Is dat, is dat mijn Koning?’ Ja, een telg uit de koninklijke stam van David, uit de stam van Juda. De brief aan de Hebreeën zegt het zo treffend (Hebr. 7:14): ‘Het is openbaar, dat onze Heere uit Juda gesproten is.’
Een en al genade. Want Juda zonder meer wordt ons in het boek Genesis aan de ene kant getoond als een man die borg werd voor een broer (Jozef/ Benjamin), maar anderzijds als een hoer die met zijn schoondochter Thamar overspel pleegde.’ 11 En dat uit zijn nageslacht eens de Messias zou voortkomen, was enkel en alleen uit kracht van Gods soevereine verkiezende genade. Wie had dat ooit gedacht?! Vgl. Ez. 21:26v.
Zie Juda’s grote zoon, de Koning van de eindtijd. Zie Hem liggen in Zijn kribbe. ‘Deze zal groot zijn, en de Zoon van de Allerhoogste genaamd worden; en God de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven’. Zo had de engel Gabriël de geboorte van Maria’s Kind aangekondigd. (Luk.1:32).

De eerste aanbidders zijn herders uit Bethlehem, voorlopers om zo te zeggen van de volkeren die Hem zouden aanbidden en gehoorzamen naar het woord van onze tekst.


Maar Hij had lust in Juda’s stam te wonen,

Om daar Zijn macht en heerlijkheid te tonen.

(Ps.78:34m ber.)
En wat denkt u dan van de wijzen uit het Oosten, uit zo verre land? Een ster wees hen de weg naar het Kind van de beloofde heilstijd. Zij deelden hun schatten uit: goud, wierook en mirre. Ziedaar Juda’s Koning.
Een Koning (leeuw en Lam in één adem) met een naam en faam die over heel de wereld zou gaan. Toen Jezus nog maar 12 jaren oud was, stonden wetgeleerden in Jeruzalems tempel verbaasd over Zijn wijsheid. Hij is ook een Koning die voor de dood niet terugdeinst. Hoor, hoe Hij Lazarus uit zijn graf roept: ‘Lazarus, kom, uit’ (Joh. 11:43b). Zie, hoe Hij straks Jeruzalem binnentrekt op een muildier. De menigte roept: ‘Hosanna, de Zoon van David! Gezegend is Hij Die komt in de Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!’ (Matth.21:9b). Zie daar Juda’s Koning.
En zie dan eens, hoe Hij straks aan Zijn vloekhout sterft om verzoening te doen voor de zonden van de Zijnen. En een enkele dag daarna: Zie daar Juda’s Koning, uit de doden opgestaan. Geen wonder toch, dat een discipel als Thomas die het eerst maar moeilijk kon geloven, uitroept, als hij de verrezen Christus ziet: ‘Mijn Heere en mijn God!’ (Joh. 20:28).
Deze is de Koning der Joden. Dat opschrift had Pilatus op het kruis geplaatst. Bedoeld als spot: zo sterft toch geen koning? Maar Pilatus had er geen flauw idee van, dat deze Jezus, juist door Zijn dood en opstanding, de heerschappij over de wereld zou krijgen. Deze Koning, ‘een Koning in slavengestalte, heerst…vanaf een kruis.’ 12

Het lijkt erop, dat met Jezus’ kruisdood alles over en voorbij is. Maar het gaat precies andersom. Zo begint het. Het wordt Pinksteren. En dan gebeurt het. De harten van velen gaan open voor Hem. Hij is de langbeloofde. ‘De zaligheid is in geen ander; want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door welke wij moeten zalig worden’ (Hand.4:12). Ds. J. Overduin schrijft: ‘De leeuw uit Juda’s stam is een lam, en het Lam Gods, dat geslacht wordt, is de leeuw’.13 Zie Openb. 5:5vv.


Voor het geloofsoog is de gestorven en opgestane Heere Jezus de Heerser met wereldheerschappij uit Genesis 49. Zie, hoe de volkeren toestromen op het horen van de blijde heilsboodschap. Het boek Handelingen vertelt het ons. Er komt grote blijdschap in Samaria, als Filippus daar de boodschap van genade brengt. En even later is daar een Ethiopiër die met blijdschap naar huis gaat, omdat de Heere intrek genomen heeft in zijn gemoed. En dan gaat het door, tot in de navelstad der aarde Rome. En tenslotte tot in de nieuwe hemel en aarde.
J. Calvijn schrijft: ‘Voorts gaat de roeping der volkeren hier (in Gen.49:10) met dit merkwaardig getuigenis, gepaard dat zij in de gemeenschap des verbonds zouden worden ingelijfd, om aldus onder één hoofd één volk te worden met de zonen Abrahams’ (J. Calvijn, a.w.,blz. 452).
Ik vraag u, gemeente: Is dat geen machtige Koning, die, zonder zelf besmet te zijn met enige zonde, Zich plaatsvervangend buigt onder uw schuld en die wegdraagt? Kunt u een Koning vinden op de aarde, die zo iets doet voor Zijn volk? Welke koning zal de schuld betalen, die zijn onderdanen hebben gemaakt? Waar kunt u op aarde een koning vinden zoals Hij, die een generaal pardon afkondigt voor doodsschuldigen.?
3. Een aanbiddelijke Koning, ook voor u
Nu dan, is dat geen gepaste Zaligmaker voor u? Is Hij niet aanbiddelijk? Kan Hij niet ook in uw leven, voor het eerst en opnieuw de macht van de zonde, de wereld en de satan breken. Nee, dat kunt u zelf niet. Het lukt u vast niet om één zonde onder de knie te krijgen. Maar Hij kan het.
Is Hij niet aanbiddelijk? U bent misschien iemand die vreselijk tegen het sterven opziet. Geen wonder. De dood is en blijft de laatste vijand. Maar als Jezus in uw leven komt en de prikkel uit de dood (de zonde) wegneemt, is Hij dan niet aanbiddelijk? Hij opent de deur van het Vaderhuis met vele woningen.
Lever uzelf aan Hem uit. Laat Hij het voor u opnemen in het gericht voor God. De grote pleitbezorger. Of denkt u soms, zoals we dat in deze dagen horen van een man die zich moet verantwoorden over zijn schanddaden voor het internationaal gerechtshof in Den Haag (Karadzic), dat u uw verdediging voor Gods rechterstoel wel alleen kunt voeren? Dat zal u bepaald zwaar vallen. Als u terugkijkt op uw leven, hebt u het er dan beter afgebracht dan Juda, de zoon van Jakob?
Zie Koning Silo. Als u Hem zoeken wilt, zoek Hem dan aan de rechterhand van de hemelse Vader. Van daaruit heerst Hij tot aan de einden der aarde. Hij maakt nog steeds van opstandelingen gewillige onderdanen. Dat doet Hij door Zijn Woord en Geest. Hebt u de wapens waarmee u strijdt tegen deze Koning, al ingeleverd?
Het is opmerkelijk, dat we een en andermaal van de Messias lezen in de Bijbel, dat Hij hele volkeren tot onderwerping aan Zijn gezag brengt. Als wij rondom ons zien, lijkt er dat in de verste verte niet op. De onkerkelijkheid is groot. De secularisatie is met handen te tasten. De kerkelijke gelederen dunnen. Het zijn in onze tijd hoofdzakelijk enkelingen die de Messias Jezus volgen. Maar als die enkelingen dan maar moedige getuigen zijn, die er niet aan kunnen twijfelen, dat de Heere hen tot middelen maakt waardoor anderen tot geloof en bekering komen.
De Heere zorgt er Zelf voor, dat er een volk overblijft, dat ‘zeer gewillig is op de dag van Zijn heirkracht’ (Ps. 110:3). Weldra ‘zal in de Naam van Jezus zich buigen: alle knie dergenen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn en alle tong zal belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid van God de Vader’ (Fil.2:10v). Bid: ‘Verenig mijn hart tot de vreze van Uw Naam, Heere’ (Ps. 86:11b).
Silo is gekomen. Heeft Hij ook u al voor Zich ingewonnen? ‘Juda, gij zijt het; Christus, Gij zijt het, en daarom ben ik het in Christus.’ 14 Hij wint u voor zich in door Zijn wederbarende heilige Geest. Die vertedert het hart en verlicht het verstand. En weet u wat zo rijk is, dat die Geest u reeds beloofd is, toen u gedoopt werd. Iemand zei ooit: ‘Uit koninklijke handen verwacht men geen koperen duiten.’ Hij maakt u schatrijk. Geloof me. Pleit op de belofte, u in de doop gegeven. Jezus Christus is een aanbiddelijke Messias. Zelfs al zou er hier vanavond slechts één persoon zijn, die voor Hem boog. Hoeveel te meer, nu Hij een veelheid van onderdanen heeft, waarin Hij verheerlijkt wordt. Bent u een van die velen? Hij staat klaar om u Zijn gouden scepter toe te reiken, in veel hoger zin dan Ahasvéros dat deed bij Esther (Esther 8:4). Dan zult u ondervinden, welk een zegenrijke Koning Hij is.
Koning Silo is gekomen en Hij komt nog een keer terug. Zal Hij dan tot u zeggen: ‘Komt in, Gij gezegenden van Mijn Vader, beërft dat Koninkrijk dat u bereid is van vóór de grondlegging der wereld’ (Matth.25:34). Of zal het zijn: ‘Gaat weg van mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, dat de duivel en zijn engelen bereid is’ (Matth.25:41)?
Karel de negende van Frankrijk liet vele Hugenoten wreed vermoorden. En toen hij op zijn sterfbed lag, was het: ‘O, wat een bloed! Welk een moorden! Waar ben ik? Wat moet dat worden? Wat zal ik doen? Ik ben verloren, ik weet het.’
Toen John Bunyan op zijn sterbed lag, riep hij uit: ‘Heere Jezus, ontvang mij; ik kom tot U.’
Wat een verschil. En hoe zal het zijn, als u gaat sterven? Of denkt u daar liever niet aan?!
Weet, dat er Een is Die het voor het zeggen heeft in uw leven. Hij regeert van zee tot zee. Overal op aarde vindt u mensen die de zeggenschap over hun leven aan Jezus Christus in handen hebben gegeven. Hij wijst hen de weg en regeert over hen door Zijn Woord en Geest. Hun eigen wil is niet langer beslissend. Zijn liefdeswet is het allesbeslissend uitgangspunt van hun leven.15
Zou u dan maar niet voor Hem knielen? Opdat u delen mag in Gods gadeloze ontferming die het deel werd van de 12.000 verzegelden uit de stam van Juda (Openb.7:5). Dan als Silo in de meest definitieve zin is gekomen.
‘t Rechtvaardig volk zal welig groeien;

daar twist en wrok verdwijnt,

zal alles door de vrede bloeien,

totdat geen maan meer schijnt.

Van zee tot zee zal Hij regeren,

zover men volk’ ren kent:

men zal Hem van d’ Eufraat vereren

tot aan des aardrijks end.

(Ps.72:4 ber.)


1 Ds. J. Overduin schrijft: ‘Hier begint de geschiedenis van de stam Juda, de Godlover, de geschiedenis der geestelijke aristocratie onder het kruis’. Zo Ds. J.Overduin, Profetische Vergezichten; Kampen 1951, blz.98.

2 ‘Die stam vormde de voorhoede bij de tocht door de woestijn en bij de verovering van Kanaän.’ Aldus M.Henri op Gen.49:8.

3 ‘Juda is te vergelijken met een “leeuwenwelp, die na de roof omhoogklimt; hij strekt zich, legt zich neer als een leeuw of als een leeuwin, wie zal hem opjagen?” Hij daalt in het dal om buit te behalen, maar klimt met zijn prooi naar de hoge bergen om daar veilig en rustig te genieten. Hij beheerst als koning het woud.’ Zo Ds. J. Overduin, a.w., blz.110. Vgl. Num.24:9. Vgl. Ook Ps.18:41-44. Na de ondergang van de tien stammen van Israël, is het in hoofdzaak de stam van Juda (de Judeërs/ Joden), waarin Gods zaak zich na de ballingschap voortzet.

4De Hebreeuwse tekst van vs.10 luidt:





Dr. A. H. Edelkoort schrijft, dat ‘śebet en mechokek als synoniemen worden gebezigd: scepter en heersersstaf (dus niet: wetgever, zoals de Statenvertaling het laatste woord steeds vertaalt). Zo Dr. A.H. Edelkoort, De Christusverwachting in het Oude Testament, Wageningen 1941; blz.81. Over de heersersstaf zie: Num.21;18; Ps.60:9; 108:9. ‘Tussen zijn voeten kan ook weergegeven worden met: voor zich oftewel in zijn rechterhand.Op de afbeelding een kroon en scepter (oorspronkelijk een knots).

Luther vertaalde: Ge 49:10:’ Es wird das Zepter von Juda nicht entwendet werden noch der Stab des Herrschers von seinen Füszen, bis da der Held komme; und demselben werden die Völker anhangen.



5 Voor  = heersersstaf, zie: Num.24:17; Ps.45:7; 125:3; Amos 1:5; Jes.14:5; Ez.19:11, 14; Zach.10:11; Esther 8:4. O.i. is het Hebreeuwse woord ‘mechokek’ ()het beste te vertalen met: commandostaf (zo het woordenboek van W.Gesenius). Juda’s stam voert het bevel over alle stammen van Israël en straks over alle volken. Zo is het te verstaan, dat de Statenvertaling het woord steeds weergeeft met wetgever/ wetgevende macht. Vgl. Spr.8:15.

6 Silo is de naam van een bekende plaats ( Joz.18:1; Richt.18;31; 1 Sam.1:3; 1 Kon.2:27; Jer.7:12). Maar de plaatsnaam Silo wordt anders geschreven dan Silo in onze perikoop. Ook is het zeer onzeker verband te leggen met het Hebr.werkwoord šlh = rustig zijn; dus totdat hij tot rust komt; de koning als rustbrenger. Dr. Edelkoort schrijft: ‘Wij zullen ons licht moeten zoeken in Babylonië… en verband leggen met het Babylonische woord šilu “koning.’ (a.w., blz.84). Dus: totdat zijn koning (koning van Juda) komt. Voor hem zal de gehoorzaamheid der volken zijn (dus niet alleen van de stammen van Israël).

7 ‘Nieuwere exegeten passen vaak een andere tekstwijziging toe en verkrijgen zo: “zijn heerser”. Aldus Prof. Dr. J. L. Koole in Christelijke encyclopedie; 2e herz.druk; Kampen 1961; deel VI, blz.164.

8 Ten onrechte m.i. ziet Edelkoort hierin mythologische beelden (godendrank en de wijnstok als levensplant); attributen van de verwachte koning.Wel gaan we met Edelkoort mee, wanneer hij in dit alles een tekening vindt van de toekomstige (eschatologische) Koning (zijn wereldrijk en vruchtbaarheid) Silo is dan: de wereld-koning-wereldheiland: Juda’s Goddelijke Koning. Juda is de Messiasstam. Vgl. Gen.27:29.

9 Dit doet aan het Hooglied denken. Aldus Dr. A. van Selms, Genesis deel II (De prediking van het Oude Testament); Nijkerk 1967, lz.276.

10 Aldus J. Calvijn, Genesis; uit het Latijn naar de uitgave van Baum,Cunitz en Reuss in de Nederlandse taal overgezet door S.O.Los. Middelburg 1900; tweede deel, blz.445.Calvijn vervolgt aldus: ‘De aan Abrahams zaad beloofde zegening kon…niet bestendig zijn, zo zij niet uit één hoofd ontsproot. Hetzelfde nu betuigt Jacob, dat er één koning zou komen, onder wie dit beloofde heil in al zijn delen zich zou ontplooien.’ ..‘De heerschappij die met David begon, is een zeker voorspel en afschaduwing geweest van die grotere genade, die tot de komst van de Messias werd uitgesteld.’ Dr. G. Ch.Aalders schrijft: ‘Als nu aan Juda een voorrang boven zijn broeders wordt geprofeteerd, die zal voortduren totdat een nog groter heerlijkheid verschijnt, dan kan die heerlijkheid geen andere zijn dan die van de Messias’. Zo G. Ch. Aalders in Het boek Genesis (Korte Verklaring der heilige Schrift), derde deel (hoofdstuk 31:1 – 50:26); 2e dr.; Kampen 1949; blz. 206v.

11 Juda wordt ons getekend als een man die opkomt voor Jozef, doordat hij zijn broeders ervan weerhoudt om Jozef te doden (Gen.37:26). Maar ook in het bijzonder als Juda borg is voor zijn jongste broeder Benjamin bij Jozef in Egypte (Gen.43:3, 8v; 44:14vv, 32vv). Zo is Juda toonbeeld van de uit hem voortgekomen Messias Jezus. Intussen verbergt de schrijver van Genesis niet de trieste geschiedenis van Juda’s overspel met zijn schoondochter Thamar (Gen.38:1vv).

12 Zo ds. J. Overduin, a.w., blz.95.

13 Zo ds. J. Overduin, a.w., blz.96.

14 Aldus ds. J.Overduin, a.w.,, blz.101. Overduin schrijft: ‘De Bijbelheiligen zijn allemaal mensen met een ‘bevlekte en soms gruwelijke levensgeschiedenis, maar ze zijn “geroepen heiligen”, “geheiligd door het Lam Gods” (blz.108).

15 De afbeelding (uit de Rembrandt - bijbel) stelt Jakob op zijn sterfbed voor, omringd door zijn zonen (n.a.v. Gen.49:33)








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina