Preek over Heid. Catechismus zondag 36 (vr/ antw. 99, 100)



Dovnload 25.46 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte25.46 Kb.
Preek over Heid. Catechismus zondag 36 (vr/ antw. 99, 100)

Liturgie
1. Votum

2. Groet

3. Psalm: 67:2

4. Apost. Gel.

5. Psalm: 75:6

6. Schriftlezing: Lev. 24:10-16; 1 Tim.1:12-17

7. Gebed

8. Te behandelen stof Zondag 36, vraag en antwoord 99-100)


Zondag 36 Vraag 99: Wat eist God in het derde gebod?

Antwoord: Dat wij niet alleen met vloeken a. of met een valse eed b., maar ook met onnodig zweren c de Naam van God niet lasteren noch misbruiken, noch ons door ons stilzwijgen en toezien zulke schrikkelijke zonden deelachtig maken d.; en in het kort, dat wij de heilige naam van God anders niet dan met vreze en eerbied gebruiken e., opdat Hij door ons recht beleden f,.aangeroepen g. en in al onze woorden en werken geprezen worde h.

a. Lev. 24:15, 16. b. Lev. 19:12. c. Matt. 5:37; Jak. 5:12. d. Lev. 5:1; Spr. 29:24; e. Jes. 45:22v; Jer. 4:2. f. Matt. 10:32; Rom. 10:9, 10; g. Ps. 50: 15; 1 Tim. 2:8; h. Rom. 2:24; Kol. 3:16v; 1 Tim. 6:1.
Vraag 100: Is het dan een zo grote zonde, Gods Naam met zweren en vloeken te lasteren, dat God Zich ook vertoornt over hen die het vloeken en zweren niet zoveel hun mogelijk is, helpen weren en verbieden?

Antwoord: Ja zeker a., want er is geen groter zonde noch die God meer vertoornt, dan de lastering van Zijn naam. Waarom Hij die ook met de dood te straffen bevolen heeft b.

a. Spr. 29:24; Lev. 5:1; b. Lev.24:15v..
   9. Inzameling der gaven

10. Psalm:

11. Prediking

12. Psalm:

13. Dankgebed

14. Psalm:

15. Zegenbede
Preek
Iedere moeder leert op een bepaald moment haar kind ‘mamma’ zeggen. Daar heeft zij soms echt wel een beetje moeite mee. Daarom is ze blij, als ze het voor het eerst uit het kindermondje hoort: MAMA. Hoe vaak roept dan later dat kind om zijn mama, als het in moeilijkheden is geraakt, als het uit wil huilen, als het verdrietige of ook blijde dingen wil vertellen. In die moedernaam ligt alles; zoveel liefde, zoveel hulp, zoveel trouw, zoveel begrip, zoveel bescherming.

Gemeente, heeft de HEERE het zo ook niet gedaan met Zijn Naam? Daarmee troost Hij als een moeder Zijn kind (vgl. Jes. 66:13). Het is met u en met mij als met een mensenkind, voor wie de HEERE God een grote onbekende is geworden, Wiens naam ‘behalve enige ‘vonkskens’ (Calvijn) is weggestorven. En hoe geweldig is het dan, dat die God voor Zijn Naam een gedachtenis heeft gesticht en Zich aan Zijn volk heeft bekend gemaakt. Heel de geschiedenis van Israël is er een bewijs van, dat het voor God geen moeite te veel was om Zijn Naam bekend te maken. ‘Hier ben Ik. Zo heet Ik. Noem Mij HEERE: Ik zal zijn Die Ik zijn zal.’


De Naam van God is geen uitvinding van mensen waarmee zij uitdrukking geven aan hun gevoelens m.b.t. het mysterie van een Goddelijk Wezen. God Zelf heeft er werk van gemaakt om aan mensen duidelijk te maken, hoe Hij heet/ wie Hij is. Ja zeker, want een naam is in de Bijbel nooit maar een woord waarmee wij iemand van een ander onderscheiden (‘what is in a name?’). Een naam betekent in elk geval in de Bijbel altijd iets, is een uitdrukking van iemands wezen.
Dat geldt heel bijzonder van Gods Naam. U weet, wanneer en hoe God die bekend heeft gemaakt. Dat was, toen Mozes een schaapherder was in Midian bij Jethro (vgl. Ex.). Daar ontmoette de HEERE hem in een brandend braambos. Mozes moest de schoenen van zijn voeten doen, omdat de plaats waarop hij stond, heilig land was. Vgl. Ex. 3:1vv. Daarna openbaarde God Zich aan Mozes. ‘En God zeide tot Mozes: IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL’ (Ex.3:14).1

God ‘benoemde’ Zichzelf zo niet om Zich van andere goden te onderscheiden alleen. Deze Naam van God de HEERE is een Zelfopenbaring, de uitnemende uitdrukking van Gods diepste Wezen als de God Die gisteren en heden en in alle eeuwigheid Dezelfde is in Zijn verbondstrouw jegens Zijn volk. Daar kon Mozes het mee doen, juist toen hij door God naar zijn volk in Egypte werd gezonden om het daaruit te leiden en naar het beloofde land te brengen. En daar mag ieder genoeg aan hebben, die zich als Mozes voor een bijna ondoenlijke taak gesteld weet. De HEERE is er, Hij is erbij.

Enige tijd later stond diezelfde Mozes met Gods verloste volk bij de Sinai. En toen kwam hij met twee stenen tafels tot het volk. Daarop had God met eigen vinger geschreven: ‘Ik ben de HEERE, uw God Die u uit het slavenhuis van Egypte heb uitgeleid….Gij zult de Naam van de HEERE uw God, niet ijdel gebruiken. Want de HEERE zal niet onschuldig houden die Zijn Naam ijdel gebruikt.’
Gods Persoon, Gods dienst, Gods Naam. Houdt ze hoog. ’Noem Mij maar HEERE, uw God. Roep Mij maar aan in al Uw zonden, zorgen en benauwdheden. Want sinds Ik Mijn grote Naam in Mijn daden ter verlossing van u (uit Egypte) heb verheerlijkt, mag Ik bij u bekend zijn als de Toevlucht van uw hart, uw Verlosser die er altijd bij is om u te helpen, uit te redden, te leiden en te beschermen.’
Neem Mijn Naam niet tot het zinledige/ gedachteloos op uw lippen. Zo staat het er eigenlijk. Misbruik Mijn Naam niet. De Spreukendichter noemt ‘de Naam van de HEERE een sterke toren. De rechtvaardige zal daarheen lopen en in een hoog Vertrek gesteld worde.’ ( Spr. 18:10; 29:25).
Een schuilplaats waar zijn hart

Steeds toevlucht vindt in smart.


Maarten Luther schreef eens: ‘Want dat houdt God voor het heiligen en hooghouden van Zijn Naam, als wij Hem in aanvechting en nood noemen en aanroepen….Roep Mij aan in de dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen en gij zult Mij eren (Ps.50:15). Zo bemerkt en ervaart de mens, wat Gods Naam is, hoe machtig Hij is om allen te helpen, die Hem aanroepen…(En even verder) ‘Ik wil van de aanvechtingen, van de bekommeringen die ontelbaar vele zijn, zwijgen. Want dat is toch al de gevaarlijkste aanvechting, als er geen aanvechting is en alles in goede welstand toegaat….’2
Ik denk aan de aartsvader Jakob. U kent vermoedelijk wel de geschiedenis van zijn worsteling met de Engel van God aan de Jabbok. 3 Teruggekeerd uit Paddam Aram, waar hij lange tijd geleden naar toe was gegaan. En nu staat hij op het punt om te gaan verblijven in het hem in Bethel beloofde land. Maar bij de Jabbok stokt het. Ezau trekt hem tegemoet. En wat zal hij doen? Had Jakob hem 20 jaar geleden niet bedrogen bij zijn blinde vader Izak. Jakob = bedrieger. Zo is zijn naam. Opeens is daar een Man die met Jakob gaat worstelen. Niet zo maar even, maar een hele nacht lang. Vrouwen, kinderen en vee, zijn reeds aan de overkant. Jakob worstelt heel alleen met die Man. En steeds duidelijker wordt het, dat die Tegenstander Gods vertegenwoordiger is. Vgl. Hosea 12:5.
Terwijl er reeds een nieuwe dag daagt, vraagt Jakobs Tegenstander hem: ‘Laat mij gaan, want de dageraad is opgegaan.’ Maar Jakob zegt: ‘Ik zal u niet laten gaan, tenzij U mij zegent.’ En dan moet Jakob met zijn naam voor de dag komen: Jakob, bedrieger: daarmee is heel zijn schuldig verleden onder woorden gebracht. God stapt niet zomaar over onze schuld heen. Hij wil die schuld uitgesproken/ beleden hebben.
Maar hoe wonderlijk: Jakob krijgt een nieuwe naam: ‘Uw naam zal voortaan niet meer Jakob, maar Israël zijn’ (overwinnaar Gods). En als Jakob dan aan zijn Worstelaar vraagt, wie Hij is, wordt hij gezegend. Jakob heeft ‘God gezien van aangezicht tot aangezicht en zijn ziel is gered geweest’. Pniël. Wonderlijk. Dan gaat de zon op en Jakob gaat verder. Maar hij gaat wel hinkend door het leven.
Ik heb in deze geschiedenis altijd een indrukwekkend bewijs gezien, dat God Zich in de nood van mijn zondaarsbestaan openbaart en verklaart als de grote Worstelaar Die zich in het geloof laat overwinnen. Als ik in die worsteling met God mijn zondebestaan moet doorleven, wordt de heilige en heerlijke Naam van Israëls God als het ware geprint/ ingedrukt in mijn geweten. Zodat ik er nooit meer aan behoef te twijfelen, of Hij mij genadig wil zijn.
Die Naam van de HEERE is een blijvend getuigenis van Gods genadevolle bemoeienis met een zondaar. Hij is erbij. Hij is goed en groot.Gods Naam is een sterke toren.
Wilt u een overtuigender bewijs, dat de Naam van God voor het oprecht gemoed, voor al Gods gunstvolk goed is? Dan moet u nog een ogenblik met me meegaan naar Golgotha’s kruisheuvel. Paulus schrijft later (in Gal.2:20): ‘Ik ben met Christus gekruist.’ Dat betekent, dat Christus hem, de grootste der zondaren, in Zijn hart had, toen Hij aan Zijn vloekhout riep: ‘Het is volbracht.’ Toen waren al zijn zonden voor eeuwig geworpen in de zee van vergetelheid achter Gods rug. Maar tegelijk schrijft Paulus in Gal. 2 dan ook over het nieuwe leven, dat hem met de opgestane Christus is gegeven. Christus leeft in hem. Zo – in kruis en opstanding en in de uitwerking van die heilsfeiten in een zondaarshart -, maakt God Zich Naam op de aarde. Daardoor worden vloekers bidders (want zie hij bidt; Hand. 9:11 slot).
Ik vraag u in alle ernst, gemeente, of u zo ook Gods Naam heel persoonlijk aan uw hart verklaard hebt gekregen en met Jeremia (23:6; 33:16) Gods Naam hebt leren spellen: ‘De Heere onze gerechtigheid’. Daar staat Hij met Zijn Naam Borg voor.
Laten alle kinderen hier vanavond in de kerk hun hand eens leggen op hun voorhoofd. Zijn daarop niet een tijdje geleden waterdruppels gesprenkeld, water van de doop. En zijn bij die doop ook niet de woorden gesproken: Jan, Eva, ik doop je in de Naam van God de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Jullie zijn overgeschreven op de Naam van de Drieënige God. Hij heeft je geadopteerd en voor Zijn rekening genomen. Dat mag jullie ertoe brengen om in je gebeden te pleiten op wat de HEERE je bij je doop beloofde.
En jullie, jongeren die al wat ouder zijn en tot diepere zelfkennis zijn gekomen: Je mag wel net als de aartsvader Jakob bij de Jabbok tegen de HEERE zeggen: ‘Ik laat u niet los, tenzij U mij zegent.’ HEERE is toch Uw Naam: Ik ben er, Ik ben erbij. Gebruik dan die heilige Naam van God alleen met vrees en eerbied, opdat Hij door u/ jou recht beleden, aangeroepen, en ik in al uw/jullie woorden en werken geprezen wordt (antw. 36 HC). Want:
Gods Naam is voor ’t oprecht gemoed,

Voor al Zijn gunstvolk goed. (Ps.52:7 b ber.)


Laten we nu tenslotte zien wat het derde gebod heel praktisch betekent. De Naam van de HEERE niet zinloos/ ondoordacht gebruiken. Ik wil daar het volgende van zeggen:


  • We lezen hier niet, dat we de naam van de HEERE niet mogen uitspreken. In het Jodendom wordt steeds, als men in de Bijbel de naam JHWH tegenkomt, de naam Adonai gelezen (= Heere met kleine letters; mijn meester). Ook wij worden opgeroepen om de naam van de HEERE niet gedachteloos uit te spreken. Maar wij mogen het wel doen met de hoogste eerbied en in het volste vertrouwen. Een veelheid van titels en aanspraken waarmee sommigen het begin van hun gebeden opmaken, is onnodig. Wees zuinig op Gods Naam, die Naam zo heilig, groot en goed. Vgl. Jes. 45:23. Bid veel: Uw naam (HEERE) worde geheiligd (onze Vader).




  • In Veenendaal is de ‘Bond tegen het vloeken’ gehuisvest. Deze Bond helpt ons om zoveel mogelijk het vloeken en zweren tegen te gaan (antw.100 HC). U kent de affiches wel, verspreid door heel Nederland heen: Wordt geen naprater; vloek niet. Ik denk, dat er nergens in de wereld zoveel gevloekt wordt als in Nederland: op fabrieken, in salons, op sterfbedden. Er zijn mensen die geen tien woorden kunnen uitspreken zonder dat er een vloek, een bastaardvloek of krachtterm bij is. Vloeken is aan de orde van de dag in de moderne media. Vgl. Rom. 2:24; 1 Tim.6:1. Een vloek is geen gebrek aan woorden, maar een ‘teveel’ aan woorden. Vloeken is de vuile uitlaat van een boos hart. Het is de lelijkste zonde van de tong die er bestaat.Vgl. Jak. 5:12.




  • Net zo min als het voor u onverdraaglijk is, dat er op de naam van uw vader een smet geworpen wordt, net zo min moeten we er het zwijgen toe doen, als we horen of zien, dat Gods heilrijke en heerlijke Naam wordt besmet. Lees nog maar eens Leviticus 24:10vv waar verteld wordt van de zoon van een Joodse vrouw (Selomith), getrouwd met een Egyptische man; deze jongen lastert uitdrukkelijk de NAAM en vloekt. Hij wordt buiten de legerplaats gebracht en door heel de vergadering gestenigd. Antwoord 100 HC zegt ons, dat dit Gods bevel is. ‘Er is geen groter zonde noch die God meer vertoornt, dan de lastering van Zijn Naam ‘ Vgl. Lev. 5:1; 19:12; Spr.29:24; Matth.5:37.




wordt gesmaad in cartoons Het is niets anders dan spotlust en die is aan de orde van de dag. En zouden wij dan zwijgen, als de Naam des HEEREN wordt aangetast? Intussen komt het de meeste Nederlanders voor, dat het artikel over godslastering uit het wetboek van strafrecht moet verdwijnen.


  • Spreek vrijmoedig over God. Vgl. Matth.10:32; Rom. 10:9, 10. Dat is precies het tegenovergestelde van vloeken. De apostelen, gedaagd voor het Joodse sanhedrin, zeiden tegen hun rechters: ‘Wij kunnen niet niet-spreken van hetgeen wij gezien en gehoord hebben’. Vgl. Jer. 4:2.




  • ‘Ik kan er mijn vingers wel voor opsteken.’ Die uitspraak kent u wel. Maar in hoeveel gevallen waarin dit gezegd wordt, zal er sprake zijn van meineed; de HC noemt het: onnodig zweren. Gezwegen nog over de meineed voor een rechter of zelfs door een rechter. In onze dagen is het recht gestruikeld op de straten.




  • Laat ons uiterst behoedzaam omgaan met het woord ‘christelijk’. Mijn vraag aan u is, of u vindt, dat er kan worden gesproken over een christelijke dansclub, enz.




  • Er is een lasteren van de heilige Geest die in de Bijbel de onvergeeflijke zonde tot de dood wordt genoemd. Als hier vanavond iemand is die zich van deze preek als ook van geen enkele preek iets aantrekt en dat zo laat tot in het uur van zijn dood, dan moet hij weten, dat het eeuwig slecht met hem afloopt. De HEERE houdt niet voor onschuldig die Hem versmaadt.

Tegen iemand die een zware operatie in zijn keel moest ondergaan, werd eens gezegd: ‘Misschien kunt u nooit meer praten; wilt u nog iets zeggen?’ De man antwoordde: ‘Ik geloof in Jezus Christus.’ Daarna zweeg hij, voor altijd.


Wat zou uw laatste woord zijn? Op uw sterfbed? Vanavond, hier en nu?!
Amen.



1 Zie verder hierover het zgn. tetragrammaton in onze website, sub Exegetische/ hermeneutische voordrachten.

2 John Bunyan bijv. werd soms van binnenuit aangevallen door de vorst der duisternis, die hem influisterde: Vloek Christus.

3 In de afbeelding de worsteling van Jakob met de Engel (Rembrandt) aan de rivier de Jabbok aan de Oostzijde van de Jordaan.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina