Preek over Joh. 10,1-18 d d. 15 maart 2009 Beste broers en zussen, jongens en meisjes, geachte gasten



Dovnload 40.79 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte40.79 Kb.

Preek over Joh. 10,1-18 d.d. 15 maart 2009

Beste broers en zussen, jongens en meisjes, geachte gasten,
Kennen jullie dit spel (dia 1) ook, jongens en meisjes? ‘Paniek in de wei’? ... Ik ken het niet, maar ik kwam het tegen op Internet. Er stond het volgende stukje bij:
Paniek in de Wei’ is een heruitgave van ‘Shear Panic’, een spel van de Schotse uitgever Fragor Games. Deze Schotten hebben iets met koddige speelstukken en dieren. In 2004 kwamen ze met een doosje vol kikkers naar Essen (‘Leapfrog’), één jaar later zat hun nieuwe spel vol schapen. ‘Paniek in de Wei’ is een tactisch spel, dat wordt gespeeld met prachtige miniaturen van snoezige schaapjes. (dia 2) De eerste oplage van dit spel bevatte ong. 500 exemplaren. Er waren zoveel voorbestellingen, dat men op de persdag van de beurs Spiel 2005 al door de voorraad heen was. In juli 2006 heeft 999 Games een Nederlandstalige versie uitgebracht. Deze versie bevat ook regels voor twee spelers. ‘Paniek in de Wei’ is in 2006 meteen genomineerd voor Speelgoed v/h Jaar, in de categorie 8-12 jaar.
Ga ik vanmorgen reclame maken voor een spelletje? Nee, maar het gaat vanmorgen over schapen. Jezus vergelijkt ons in Joh. 10 met schapen. En Zichzelf met een herder. Waarom? ‘Paniek in de wei’ geeft je daar een beetje een idee van. Ik zal zometeen uitleggen waarom.
* * *
1. Je bent een schaap. (dia 3)
Dat is het 1e wat Jezus zegt door ons daarmee te vergelijken. En dan kun je je afvragen: Waarom een schaap? Hij kon kiezen uit alle dieren die-Die gemaakt heeft. Waarom dan uitgerekend een schaap?
Omdat schapen de meest hulpeloze dieren zijn die er zijn. (klik) Misschien komt dat omdat ze al zo lang tam zijn. Ze kunnen zich absoluut niet meer op eigen houtje redden. Even een paar voorbeelden:
Als je een dier loslaat, dan zijn er 2 mogelijkheden: 1. Het zegt: ‘Yes, ik ben vrij!’ En het gaat er als een speer vandoor. (Een paard bv.) 2. Of het komt op eigen houtje weer thuis. (Zoals een kat. Die staan daarom bekend.)

Maar weet je wat schapen doen, als je ze loslaat? Ze hebben totaal geen richtingsgevoel, dus lopen ze maar een beetje achter elkaar aan, en ze komen helemaal nergens. Geen wonder dat ze makkelijk verdwalen...


Als ze vallen en op hun rug terechtkomen, dan kunnen ze zich niet meer omdraaien. Dan drukken ze met hun eigen gewicht hun longen dicht en dan stikken ze. Dus als je ze zo vindt, moet je ze omdraaien. Maar voorzichtig! Anders kan hun maag verdraaien en dan gaan ze ook dood. Als ze in een sloot terechtkomen kunnen ze verdrinken. En ze laten zich zelfs afmaken door een hond. – Hoe hulpeloos kun je wezen!
Maar één ding slaat echt alles. En dat is ‘Paniek in de wei’. Jezus heeft het in Lc. 15 ook over schapen. Daar gaat het over ‘het verloren schaap’: een herder heeft 100 schapen, eentje verdwaalt er, hij gaat erachteraan, hij zoekt net zo lang totdat-ie het vindt, en dan neemt-ie het op z’n schouders en brengt-ie het weer naar de kudde.
Hij neemt het op z’n schouders. Dat vinden wij vaak een ontroerend beeld van de zorgzaamheid van de herder: ‘Het arme schaap is natuurlijk moe. Het kan niet meer op z’n poten staan. En dan neemt de herder het maar op z’n schouders.’
Maar ik heb van de week ontdekt dat dat helemaal niet de reden is dat de herder het op z’n schouders neemt! Nee, weet je wat er gebeurt als een schaap verdwaald is en de herder vindt het? Dan raakt het in paniek: ‘Paniek in de wei’! En weet je wat de herder dan moet doen? Hij moet het vangen, het op z’n rug gooien (want dan kan het dus niet meer weglopen), de poten vastbinden en het op z’n schouders nemen. Dat is de enige manier om het beest weer mee te krijgen!
Dus schapen zijn niet alleen maar volstrekt hulpeloos. Maar ze hebben het zelfs niet door wanneer ze geholpen worden! Ze kunnen zich absoluut niet zelf redden. Ze hebben iemand nodig die hen de weg wijst, die hen eten en drinken geeft, die hen beschermt. Ze hebben echt een herder nodig. Anders loopt het slecht met hen af. En juist daar vergelijkt Jezus ons mee...
* * *
Juist daar vergelijkt Jezus ons mee. En daarmee zegt-Ie dus tegen ons: ‘Jullie zijn volstrekt hulpeloos. (klik) Sterker nog: Jullie hebben het niet eens door wanneer jullie geholpen worden! Jullie kunnen absoluut jezelf niet redden. Jullie hebben iemand nodig die jullie de weg wijst, die jullie eten en drinken geeft, die jullie beschermt. Jullie hebben echt een herder nodig. Anders loopt het slecht met jullie af’.
En nou is de vraag natuurlijk: Herkennen we dat? En erkennen we dat? (klik) Als het allemaal goed gaat – als we gezond zijn en we hebben werk en het gaat goed met ons gezin – als het allemaal goed gaat hebben we vaak het idee dat we onszelf aardig redden. Dat we de boel aardig onder contrôle hebben. (Denk maar aan afgelopen woensdag: toen ging het ook over contrôle.)
Maar als het niet goed gaat – je raakt je gezondheid kwijt of je werk of je huwelijk gaat kapot of je kinderen maken keuzes waar je niet blij van wordt – als het niet goed gaat, hebben we het wel door: we hebben ons leven niet onder contrôle. Dat is een illusie die je hebt als het goed gaat.
En op een dieper niveau: als je kijkt naar je manier van leven, naar de buitenkant, dan kun je het idee hebben dat God best tevreden over je is. Maar kijk es naar de binnenkant. – Kijk es in je eigen hoofd. Naar je gedachten. Wat een troep zit daarbij! En kijk es in je hart. Naar je motieven. Wat een bijbedoelingen! – Kijk es naar de binnenkant.

Dan is het wel duidelijk dat je jezelf niet kunt redden.


En hebben wij het wel door wanneer God ons aan het helpen is? Als we God om hulp vragen, dan hebben we vaak een duidelijk beeld van hoe die hulp er uit moet zien. Maar God helpt ons vaak anders dan wij verwachten. En dan mopperen we omdat God niet helpt. En misschien verzetten we ons zelfs.
Wij lijken echt op schapen. En we hebben echt een herder nodig. Want anders loopt het slecht met ons af.
* * *
2. Je hebt een Herder (dia 4)
Dus: we zijn volstrekt hulpeloos. We hebben echt iemand nodig die ons de weg wijst, die voor ons zorgt, die ons eten en drinken geeft, die ons beschermt enz. enz. We hebben echt een herder nodig.
‘Maar’, zegt Jezus, ‘goed nieuws: Jullie hebben ook een Herder! En dat ben Ik!’ En weet je wat die Herder allemaal doet?
a. Hij ziet jou, Hij kent jou. (klik) Dat zegt-Ie in vs. 14:
Ik ken mijn schapen.
Dat is bij gewone herders en gewone schapen ook zo. Voor ons zien alle schapen er hetzelfde uit. Maar voor herders is dat niet zo.
Er was es een schotse dominee die vroeger herder was. En die vertelde dat-ie es in de trein zat met een collega-herder. Die had 3 weken ervoor 4 lammeren verkocht. Ze kwamen met de trein langs een kudde schapen. Toen zei die collega: ‘Hee, kijk, daar heb je mijn lammeren!’ En toen zei die dominee niet: ‘Ja ja, dat zal wel!’ Herders zien hun schapen, herders kennen hun schapen.
Nou, zo ziet Jezus jou ook. Hij heeft een enorme kudde. – Denk je dat es even in: al die christenen over heel de wereld! – Hij heeft een enorme kudde. Maar Hij pikt jou er feilloos uit! Hij ziet jou. Hij kent jou.
* * *
b. Hij roept jou bij je naam. (klik) Dat zegt-Ie in vs. 3:
Hij roept zijn eigen schapen bij hun naam.
Hoe komen die schapen aan hun naam? Die heeft de herder hen zelf gegeven. Herders geven hun schapen een naam: Vlekje, Zwartkopje, Witstaartje, of wat dan ook.
Nou, zo geeft Jezus jou ook een naam. Dat zegt-Ie ook in Op. 2,17:
Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal Ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve die het ontvangt.
Jezus geeft je een ‘nieuwe naam’, een nieuwe identiteit. – Je hebt ook een oude identiteit. En dat is dat je man of vrouw bent, dat je blank of zwart bent, dat je handig bent of niet zo handig, dat je slim bent of niet zo slim enz enz. Maar Jezus geeft je een nieuwe identiteit. – En dat is dat je van Hem bent. Dat je bij Hem mag horen. Uit pure genade. Dat je Christ-en bent. En dat niets jou van Hem kan scheiden.
Dat is het enige wat telt. De naam die de Herder jou geeft. Niet de naam die andere mensen jou geven. Niet hoe andere mensen over jou denken. Maar ook niet de naam die jij jezelf geeft. Bv.: ‘Wat ben ik toch een sukkel...’ Nee, het enige wat telt is de naam die de Herder jou geeft.
* * *
c. Hij gaat voor jou uit. (klik) Dat zegt-Ie in vs. 4:
Wanneer Hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht, loopt hij voor ze uit...
Het schijnt dat de herders in het westen niet voorop lopen, want die hebben een hond die de boel bij mekaar houdt. Maar de herders in het oosten deden dat wel. (Volgens mij hadden die ook nog geen honden.)
Jezus gaat voor jou uit. Dat betekent dat-Ie jou geen kaart geeft en zegt: ‘Hier is een kaart, volg die-en-die route (door het leven), dan kom je bij fris gras en helder water, dan vind je alles wat je nodig hebt’, maar: Hij gaat voorop, Hij gaat met je mee, Hij is altijd bij je. Ook in dat donkere dal. Denk maar aan Ps. 23:
Al gaat mijn weg

Door een donker dal,

Ik vrees geen gevaar,

Want u bent bij mij,

Uw stok en uw staf,

Zij geven mij moed.
* * *
d. Hij geeft jou wat je nodig hebt. Dat zegt-Ie in vs. 9:

Hij zal weidegrond vinden.
‘Weidegrond’ dat is eten. Maar dat is niet het enige. Want in vs. 10 zegt-Ie:
Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.
‘Het leven in al zijn volheid’: dat is niet maar eten en drinken en werk en gezondheid en relaties, maar dat is denk ik het eeuwige leven.
Het kan best gebeuren dat je denkt dat Hij je niet geeft wat je nodig hebt. Maar denk dan maar aan ‘Paniek in de wei’: soms moet je hard worden aangepakt – moet je gevangen worden en moet je op je rug gesmeten worden en moeten je poten vastgebonden worden – soms moet je hard worden aangepakt om je te helpen!
Als jij het idee hebt dat de herder je te ruw aanpakt – ‘Waarom laat-Ie dat allemaal gebeuren in mijn leven?’ – troost je dan met de gedachte dat dat blijkbaar de enige manier is om jou te helpen.
* * *
e. Hij geeft zijn leven voor je. (klik) Dat zegt-Ie in vs. 11:
Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen.
En in vs. 15:
Ik geef mijn leven voor de schapen.
En in vs. 18:
Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf.
Dus: als er een wolf aankomt (dia 5), wat doet-Ie dan? Dan gaat-Ie er niet vandoor. Dan laat-Ie je niet aan je lot over. Dan denkt-Ie niet om z’n eigen hachje.
Dat doen andere ‘herders’. Die die naam niet waard zijn. – Die komen steeds weer terug in Joh. 10. En dat is omdat ze daar in Joh. 9 net een staaltje van te zien hebben gekregen. Jezus geneest een man die blind is geboren. Maar in plaats dat de joden blij zijn voor die man dat-ie weer kan zien, zijn ze boos op Jezus. Want het is sabbat. Die man komt voor Jezus op. En wat doen ze? Ze zetten hem uit de synagoge.
Nou, als je zo optreedt, zegt Jezus, dan ben je geen herder, maar dan ben je een dief, dan ben je een rover. Dan probeer je de schapen in je macht te krijgen i.p.v. dat je voor hen zorgt. En dan ben je een huurling. Dan ga je er vandoor (klik) als ze je het meest nodig hebben. Dan denk je als het erop aankomt alleen maar aan je eigen hachje.
Zo gaat het ook als je eten en drinken verwacht van je harde werken. En als je gezondheid verwacht van je gezonde levensstijl. En als je denkt dat je bent wat mensen van jou denken. En ga zo maar door. Dat zijn ook ‘herders’ die er vandoor gaan als het erop aankomt.
Maar dan de Goede Herder, Jezus. Weet je wat Die doet als er een wolf aankomt? Dan wordt-Ie Zelf hulpeloos als een schaap. Dan wordt-Ie een Lam. (klik)
Denk maar aan Jes. 53,6.7:
Wij dwaalden rond als schapen,

Ieder zocht zijn eigen weg;

Maar de wandaden van ons allen

Liet de HEER op Hem neerkomen.

Hij werd mishandeld, maar verzette Zich niet

En deed zijn mond niet open.

Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,

Als een ooi die stil is bij haar scheerders,

Deed hij zijn mond niet open.
De Goede Herder wordt een Lam als er een wolf aankomt. ‘Het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt’ (Joh. 1,29). Hij laat Zich verscheuren in de plaats van zijn schapen! (klik)
Denk ook maar aan Ps. 22. Die haalt Jezus aan als Hij aan het kruis hangt:
Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?
Maar er staat nog meer in Ps. 22. Vs. 17:
Honden staan om mij heen,

Een woeste bende sluit mij in.
Dat lijkt op het perspectief van een schaap. Dat zie je ook in vs. 21.22:
Bevrijd... mijn leven uit de greep van die honden.

Red mij uit de muil van de leeuw...
Wat doet de Goede Herder als er een wolf aankomt? Dan wordt-Ie een Lam. ‘Het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt’. Hij laat Zich verscheuren in jouw plaats!
Als je dat beseft, dan word je zelf een herder. (klik) Daar gaat het tenslotte nog over. Over de vraag:
* * *
3. Ben jij een herder? (dia 6)

Als je beseft dat de Goede Herder voor jou een Lam is geworden en Zich voor jou heeft laten verscheuren, dan ben je niet alleen maar een schaap, maar dan word je ook een herder.


En dan bedoel ik niet alleen mezelf, jullie ‘herder en leraar’. En ik bedoel niet alleen de oudsten. Maar ik bedoel jullie allemaal! (klik) Luister maar eens naar de volgende bijbelteksten, waarin steeds het woordje ‘elkaar’ terugkomt (klik). Ef. 4,32:
Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.
Ef. 4,32: Goed zijn voor elkaar (klik). Dat is: herder-zijn voor elkaar. Volgende bijbeltekst: 1 Tess. 5,9-11:
Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus. Hij is voor ons gestorven opdat wij, of we nu op aarde zijn of gestorven zijn, samen met hem zullen leven. [En dan komt het:] Dus troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld, zoals u trouwens al doet.
1 Tess. 5,9-11: Elkaar troosten en elkaar tot voorbeeld zijn (klik). Dat is: herder-zijn voor elkaar. En dan nog Hebr. 10,24-25:
Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.
Hebr. 10,24-25: Elkaar aansporen en elkaar bemoedigen (klik). Dat is: herder-zijn voor elkaar. Dat zijn we dus allemaal.
* * *
Dus we moeten allemaal herder-zijn voor elkaar. Maar je kunt maar op één manier een goede herder zijn voor elkaar: dan moet je eerst zelf (als schaap) door de Deur gaan die Christus is. (dia 7) Dat zegt Jezus in vs. 7:
Waarachtig, ik verzeker u: Ik ben de Deur voor de schapen.
Als je niet zelf door de Deur gaat die Jezus is, dan kun je nooit een goede herder zijn voor elkaar. Als je niet beseft: ‘Ik ben een schaap: volstrekt hulpeloos, zo hulpeloos dat ik het niet eens doorheb als ik geholpen word, ik kan me absoluut niet zelf redden’; en als je niet zegt: ‘Dankuwel, Here Jezus Christus, dat u mijn Herder bent en dat u voor mij een Lam bent geworden!’ – dan kun je nooit een goede herder zijn voor elkaar.
Maar als je door de Deur gaat die Jezus is, dan word je ook een goede herder voor elkaar:


  1. Dan zie je elkaar niet over het hoofd. En je negeert elkaar nog veel minder. Maar dan zie je elkaar staan (dia 8). Dan ga je je inspannen om elkaar te leren kennen en te begrijpen. Ook als je heel verschillend bent. Dan kun je volgens mij ook niet zeggen: ‘Huiskringen, daar doe ik niet aan mee’.




  1. Dan ga je elkaar helpen om je identiteit alleen maar te zoeken in hoe de Goede Herder tegen je aan kijkt (klik), en niet in hoe mensen tegen je aankijken, niet in je prestaties, niet in je uiterlijk, niet in je bezit, en ook niet in hoe je zelf tegen jezelf aankijkt.




  1. Dan wijs je elkaar niet alleen de weg. Dat is te makkelijk: ‘Je moet zus-en-zo leven.’ Maar dan loop je ook met elkaar mee op die weg (klik). ‘Wat lastig is dat, hè. Ik vind het zelf ook heel moeilijk’. Je loopt met elkaar mee. Je leeft met elkaar mee.




  1. Dan geef je elkaar wat je nodig hebt. Je helpt elkaar, ook heel concreet. Je beschermt elkaar (klik) ook. Misschien moet je elkaar ook wel es beschermen tegen jezelf: vangen, op de rug smijten, poten vastbinden en dan op de schouders nemen.




  1. Dan geef je je leven voor elkaar (klik). Kan dat? Ja. Daar zijn wel voorbeelden van. M.n. in situaties van christenvervolging. Dat christenen echt hun leven hebben gegeven voor anderen. Net als de Goede Herder. (Maar ook weer niet. Want de Goede Herder is de Enige Die door Zich te laten verscheuren ons leven ‘in al zijn volheid’ kan geven, eeuwig leven (10).


En als je nou geen goede herder bent voor je medeschaap (dia 9) – als je die 5 dingen die ik net noemde (van hoe je met elkaar omgaat) niet herkent, vraag je dan es af: Maar ben ik dan wel door de Deur gegaan? (klik) Besef ik wel dat ik volstrekt hulpeloos ben, dat ik echt een herder nodig heb, iemand die voor me sterft?
* * *
Samenvattend:



  1. Je bent hulpeloos als een schaap (dia 10)

  2. Maar gelukkig heb je een Herder (klik)

  3. Ben je zelf ook een herder? (klik)

Amen.


Liturgie morgen


  1. Votum

  2. Zegengroet

  3. Zingen: Gz. 164 (canon, 3 groepen) (orgel? (klein) combo?)

  4. Wet in brief: 1 Pt. 2,21b-25 (vanaf ‘Treed’)

  5. Zingen: Ps. 119,66 (orgel)

  6. Bidden (incl. stil gebed)

  7. Lezen/ tekst: Joh. 10,1-18

  8. Zingen: Ps. 95,3.4.5 (orgel)

  9. Preek

  10. Bidden

  11. Zingen: Ps. 23 (orgel)

  12. Bevestiging Wim Niessink als diaken

  13. Toezingen: Gz. 10 (orgel)

  14. Danken & bidden

  15. Collecteren

  16. Zingen: Opw. 378 Ik wil jou van harte dienen ((klein) combo)

  17. Zegen Hebr. 13,20.21: 


20 Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen, door het bloed van het eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid, 21 u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen. Moge hij in ons datgene tot stand brengen wat hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen.




pagina





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina