Preek over johannes 13,12-17 (Gemeente zijn – Dienen)



Dovnload 28.17 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte28.17 Kb.


PREEK OVER JOHANNES 13,12-17 (Gemeente zijn – Dienen)
Liturgie `s morgens:


  1. Votum en Groet

  2. Zingen: Gezang 119:1 en 2

  3. Tien Geboden

  4. Zingen: Psalm 19:4 en 6

  5. Gebed

  6. Lezen uit de Bijbel: Johannes 13:1-17 en Filippenzen 2:1-11

  7. Zingen: LBK 481:1, 2, 3 en 4 (Liedboek voor de Kerken)

  8. Preek over Johannes 13:12-17

  9. Zingen: LBK 360:3 (Liedboek voor de Kerken)

  10. Gebed

  11. Collecte

  12. Zingen: Psalm 133:1, 2 en 3

  13. Zegen

  14. Zingen (Gezongen Amen): Psalm 89:18 laatste regel

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, jongelui, jongens en meisjes, u die meeluistert,


Denk eens aan de voeten van je broeders en zusters.

Stel we zouden het hier voor in de kerk organiseren dat we elkaars voeten gingen wassen.

Wat zou u dan doen?

Zou u er absoluut geen moeite mee hebben om de voeten van uw broeders en zusters te wassen?

Of zijn er toch een paar bij waarvan u nu al denkt: nou, als we dat gaan doen, hoop ik niet dat ik zijn of dat ik haar voeten moet doen?

Zou je het bij sommigen uit de weg gaan?

Dat je denkt: je kunt me wat, maar voor diegene kniel ik niet neer! Vergeet dat maar mooi!

Ik ben al lang blij dat we niet te dicht bij elkaar zitten in de kerk.

En zou je jouw voeten laten wassen of zou je ze liever terugtrekken omdat het je allemaal veel te dicht op de huid komt?
Ja, broeders en zusters, wat zou er gebeuren als we het echt eens zouden doen hier voor in de kerk?

Welke houdingen en groepsprocessen zouden er dan naar voren komen?

Welke omgang met elkaar zou er zichtbaar worden?

Zouden we ons voor elkaar schamen, zouden we maar snel een groepje opzoeken waar we ons thuis bij voelen, zouden we anderen uit de weg gaan?

Zouden we met de opdracht van de Here Jezus wel uit de voeten kunnen?

En wat zou dat zeggen over ons gemeente zijn?


Ik vat de verkondiging als volgt samen:

Thema: Dien elkaar zoals Jezus dat deed: door elkaars voeten te wassen.

  1. Laat Jezus jouw Dienaar zijn

  2. Wees als Jezus voor de ander




  1. Laat Jezus jouw Dienaar zijn

Waar knappen mensen bij de kerk het meest op af?

Zit hem dat in het gebrek aan bepaald beleid?

Komt het omdat ze bepaalde vormen of activiteiten niet zo kunnen waarderen?

Zijn het misschien de kerkdiensten die de grote afknapper zijn?

Meestal niet.

Als je ernaar vraagt, komen er heel andere dingen naar voren.

Dan is er bijvoorbeeld die jongere die verteld: “Als ik zondags bij de kerk kom, bekruipt me altijd het gevoel dat ik me voor moet stellen. Ze doen namelijk net alsof ze mij niet kennen. Ze groeten me niet, ze vragen niks, ik vraag me soms wel eens af of ik er echt wel bij hoor. Dan denk ik wel eens: groet me nou gewoon, noem me gewoon bij mijn naam, vraag eens een keer hoe het op mijn werk gaat. Of is dat nou zo moeilijk?”

Of je komt als ambtsdrager bij een jong stel dat samenwoont en ze zeggen: “Ja, u komt natuurlijk op bezoek, maar volgens mij vindt de rest van de gemeente het helemaal niet erg hoor, dat we samenwonen, we hebben er in elk geval maar weinig reactie op gehad”.

Een broeder vertelt: “Na heel wat overwegingen heb ik besloten om mijn diepste worstelingen te delen met iemand uit de gemeente. Maar had ik het maar nooit gedaan. Er werd me opeens van alles verweten, zo voelde het. Het leek wel of ik het allemaal fout had gedaan”.

Voelt u wel, het zijn de verhalen over je er niet bij voelen horen, over gebrek aan meeleven, over keihard oordelen, over eigenlijk niet oprecht in de ander geïnteresseerd zijn, over de ander niet aanvaarden zoals hij is, over…

Ja, eigenlijk allemaal verhalen over gebrek aan gemeenschap, gebrek aan onderlinge verbondenheid.

Wat mensen dan missen is liefde, oprechte aandacht, samen optrekken, bidden voor elkaar, er voor elkaar zijn in een echt veilige gemeenschap.

Aad Kamsteeg vertelt in zijn boek Dit is mijn passie. Hartstocht voor God hoe de Amerikaanse psycholoog Larry Crabb schrijft hoe juist het gebrek aan onderlinge gemeenschap er voor kan zorgen dat kerken alleen maar “oppervlakte-gemeenschappen” zijn.

Hij omschrijft ook hoe dat werkt in een gemeente of misschien moet je zeggen hoe het niet werkt. Hij schrijft: “We ontmoeten elkaar op het niveau van onze omhulsels. We zorgen er wel voor dat we zelf daarachter verborgen blijven. We ervaren afstand, onvrede, geen aanraking, maar voelen ons wel veilig. Ons diepste wezen wordt nauwelijks geraakt. We houden vaak de schijn op. We kennen elkaar niet voor wat onze zorgen, begeerten, bitterheid, diepste vreugden betreft. Emoties worden niet geuit. En zo leeft de gemeente van Christus ver onder haar niveau”. (Kamsteeg, blz. 91)

Dan leef je als gemeente wel samen, maar ook langs elkaar heen, want je ontmoet elkaar als botsauto’s met een hele dikke bumper, zeg maar.

Dan leef je als gemeente onder je niveau, zegt Larry Crabb.


En zo is het ook, ga maar eens naar Handelingen 2 in de Bijbel en wat we daar over de eerste christelijke gemeente lezen.

Van die gemeente lezen we hoe ze onderling een gemeenschap vormden: er was intensief onderling contact, zowel met de grote groep in de tempel, als met kleine groepen thuis. De gelovigen bouwden elkaar op, baden samen, prezen samen God, en ze zorgden voor elkaar, ze dienden samen God en ze dienden ook elkaar.

Het was een dienende gemeenschap: als volgelingen van Jezus gaven ze zich ook aan elkaar, voelden ze zich verantwoordelijk voor elkaar, en hielpen ze elkaar daadwerkelijk.

Het was de uitwerking van het voorbeeld van de voetwassing in de praktijk!


Maar wat was nu ten diepste het geheim van hun dienstbaarheid?

Daarvoor moeten we goed beseffen dat deze gemeente niet was ontstaan door menselijk initiatief en onderlinge relaties, de gemeente was geen gezellige club mensen die elkaar hadden ontmoet en besloten hadden een vereniging op te richten met een grote mate van samenleven.

Nee, de gemeente wordt gevormd uit mensen overal vandaan, zondige mensen, mensen uit Jeruzalem en verder, mensen die zich verzameld hadden op de eerste Pinksterdag, toen de Geest werd uitgestort en die door die Geest en door middel van de preek van Petrus diep getroffen werden!

Ja, daar begint de gemeenschap van die eerste christengemeente.

Ze waren diep getroffen door het evangelie van Jezus Christus die zij gekruisigd hadden!

Als een pijl had de preek van Petrus hen in het hart getroffen: de gekruisigde Christus was niemand minder dan de Zoon van God die voor hen gekruisigd wilde worden, die in zijn liefde zijn leven had gegeven om mensen te redden, die tot het uiterste was gegaan, die Gods toorn gedragen had tot in de dood aan het kruis, maar die ook was opgestaan om te leven en het leven te geven.

Ze waren getroffen door de Koning die Knecht, de Heer die Dienaar wilde zijn!

En zo gegrepen door de liefde van Christus, gegrepen door Zijn Geest bekeerden ze zich en mochten ze een gemeenschap vormen waar Gods liefde zichtbaar mocht worden in hun verbondenheid met en hun dienstbaarheid aan elkaar.


Kijk, en dat brengt me ook bij Johannes 13.

Waar begint de echte gemeenschap, de echte dienstbaarheid aan elkaar in de gemeente?

Nou, die begint daar waar we gegrepen worden door de dienende liefde van Christus, als we knielen voor zijn kruis en als we tot ons door laten dringen welke weg Hij in zijn dienstbaarheid wilde gaan voor ons.

Dat wat de Here Jezus deed bij dat laatste Pascha dat het eerste Avondmaal zou worden, was niet zomaar een daad van dienstbaarheid.

Het was een daad met een boodschap, dat merk je aan alles.

Het gebeurt bij het laatste Pascha, bij die maaltijd die de Here Jezus zou maken tot een gedachtenismaaltijd voor Hem, het was vlak voor zijn sterven en dan staat de Here Jezus op om de voeten van zijn leerlingen te wassen.

In hoe Johannes het vertelt hoor je daarin zijn naderend sterven dichterbij komen: Hij legde zijn bovenkleed af, zoals Hij straks zijn leven zou afleggen, hij sloeg een linnen doek om, zoals Hij ook straks aan het kruis zou hangen en zoals hij in linnen doeken gewikkeld in het graf zou komen te liggen.

Je voelt het, hier wordt een boodschap uitgebeeld: deze weg zal Jezus Christus gaan voor zijn leerlingen.

En eigenlijk is het de omgekeerde wereld.

De Koning van de wereld knielt neer voor kleine mensen.

Opeens brengt Hij zijn dienstbaarheid heel dichtbij, zichtbaar en tastbaar.

Hij laat het zien hoe Hij de Knecht wil zijn: de Knecht die in zijn liefde voor mensen tot het uiterste zal gaan.

Kijk, maar dan begrijp je ook waarom de Here Jezus heel resoluut en toch ook liefdevol reageert als Petrus denkt deze voetwassing te moeten weigeren.

“Petrus, hier kun je niet zonder”, zegt de Here Jezus eigenlijk.

Je moet me jouw Dienaar laten zijn, als je dat weigert kun je niet bij me horen.
Kijk, daar begint dienstbaarheid in de gemeente, bij het besef en het geloof dat jij niet zonder Jezus kunt.

Dat je beseft dat je zonder Hem geen leven hebt, want niet bij Hem willen horen, dat is leven zonder redding.

Dat er alleen leven is in zijn gemeenschap, als we door de Geest verbonden zijn met Hem en delen in de liefde van God, als de Drie-enige God ons opneemt in zijn eeuwige liefde.

Nou, en als je in je leven steeds meer ontdekt dat je redding daarvan afhangt en je daar meer en meer van onder de indruk komt, zul je dat ook uitstralen, dan ga je verwijzen naar je Redder, dan wordt je gegrepen door zijn liefde, dan ga je zien en beseffen dat anderen de Here Jezus net zo hard nodig hebben als jij.

De vraag is dan ook: ben je gegrepen door de liefde van Jezus Christus waarmee Hij zich vernederde voor jou?

Want als je zo deze Dienaar kent en met Hem verbonden bent, zul je zelf ook een dienaar voor anderen willen zijn.

Dan wil de Geest in je werken om je te laten worden zoals Hij.


  1. Wees als Jezus voor de ander

Willen we echt gemeente zijn, willen we echt leven als gemeenschap van heiligen, willen we echt leven in verbondenheid, dan moeten we dus niet bij ons zelf beginnen, maar bij Jezus!

Dat is ook de boodschap van het evangelie zoals we dat lezen in Filippenzen 2.

“Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan”, schrijft Paulus, “maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had”.
Ga dat eens bij je zelf na: acht u in alle bescheidenheid de anderen hier in de gemeente belangrijker dan uzelf?

Of zijn er broeders en zusters voor wie dat in uw beleving onmogelijk kan gelden?

En durf dan bij jezelf eens door te vragen, in plaats van je meteen te verdedigen, want het gaat dieper.

Het gaat niet alleen over jouw relatie met die ander, maar de vraag is: wat zegt dit over jou relatie met Christus? Leeft Hij in jou, is zijn gezindheid je dan werkelijk eigen?

Wat zegt dit over hoe jij kijkt naar je broeder of zuster in Christus?

Heeft Christus dan zijn leven niet voor hem of haar gegeven?

Wat doe je met het voorbeeld dat Jezus je geeft in Johannes 13, met zijn opdracht om Hem daarin te volgen?
Ja, denk je misschien, maar voor Jezus was dat niet zo moeilijk, die knielde neer voor zijn vrienden.

Inderdaad, dat deed Hij ook, maar doe niet alsof het normaal was wat hier gebeurde.

Dat zagen we al: Gods Zoon die neerknielt voor zondige mensen, mensen die Hem niet begrijpen, mensen die Hem tegenwerken, mensen die Hem zullen verloochenen…

Maar er is meer dan dat: kijk maar, je ziet Hem verder gaan, na Petrus gaat hij het hele rijtje af en Hij knielt ook voor Judas, zijn verrader.

Jezus heeft zelfs zijn vijanden lief…

Met die liefde heeft Hij ons lief…

Besef je dat? Dringt het tot je door?

Wie ben je eigenlijk tegenover Jezus Christus?

En dus ook wie ben je tegenover elkaar?
Hoe vaak vergeten we het wel niet om deze vragen te stellen?

Met alle gevolgen van dien…

Want dan merk je opeens in de gemeente dat echte nederigheid, echte dienstbaarheid, echte liefde, echte verbondenheid soms ver te zoeken zijn.

In de plaats daarvan gaan we hoogmoedig met elkaar om, draait het toch allemaal om onze eigen belangen en laten we ons net zo goed inpakken door zelfingenomenheid, egoïsme en individualisme.

We beginnen bij ons zelf…

Dan suggereren we misschien wel dat we een hele hechte gemeenschap zijn, maar ondertussen vullen we dat zo in dat we ons vrij voelen om dan ook maar met jan en alleman de vertrouwelijke informatie over die ander te delen.

We kennen elkaar immers zo goed, en natuurlijk bedoelen we het goed, want het gaat er toch om dat we elkaar willen helpen en zo…

Maar ondertussen kun je elkaar zo wel kapot maken…

Of we vinden dat we elkaar te goed kennen om ook nog maar één word met elkaar te wisselen, we groeten niet, we ontmoeten liever niet, we gaan elkaar uit de weg…

Of we kennen elkaar zo goed, denken we, dat we meteen het oordeel over die ander ook al klaar hebben.

Daar hoeven we de ander niet eens echt voor gesproken te hebben.

We oordelen liever zonder dat we af weten van de worstelingen en de twijfels en de geloofsmoeiten van de ander.

Daar vragen we niet naar, want dat vinden we lastig.

En als iemand niet binnen ons kader past, zetten we hem aan de kant.

O, we komen er wel, maar dan zetten we even ons vriendelijke masker op…
Maar hoe anders wordt het als we niet bij ons zelf, maar bij Jezus beginnen, bij Zijn kruis, bij Zijn volbrachte werk, als we leven in het zonlicht van zijn genade.

Dan leven we niet als vreemden langs elkaar heen, maar dan groeit er verbondenheid en eensgezindheid.

Dan veranderd een veroordelende houding in een houding van vergevingsgezindheid.

Dan praten we niet meer over elkaar, maar met elkaar in echte betrokkenheid, dan zijn we bereid ons in te leven in de ander.

En in plaats van dat we ons terugtrekken op ons zelf en in ons eigen wereldje, gaan we ons zelf geven in dienstbaarheid aan de ander, dan willen we daadwerkelijk die ander helpen.

Dan wordt de vraag bepalend of wat wij denken, zeggen en doen het heil van die ander dient of niet.

Dan leren we loslaten wat het heil van die ander niet dient en we groeien in liefde voor elkaar.

Want we bidden voortdurend om de Heilige Geest en we vragen of Hij ons de gezindheid van Christus wil geven zodat in ons het verlangen groeit dat heel mooi verwoord wordt in Opwekkingslied 378:

 

Ik wil jou van harte dienen


en als Christus voor je zijn.
Bid dat ik genade vind, dat
jij het ook voor mij kunt zijn.

Wij zijn onderweg als pelgrims,


vinden bij elkaar houvast.
Naast elkaar als broers en zusters,
dragen wij elkanders last.

Ik zal Christus' licht ontsteken


als het duister jou omvangt.
Ik zal jou van vrede spreken
waar je hart naar heeft verlangd.

Ik zal blij zijn als jij blij bent,


huilen om jouw droefenis.
Al mijn leeftocht met je delen
tot de reis ten einde is.

Dan zal het volmaakte komen


als wij zingend voor Hem staan.
Als wij Christus' weg van liefde
en van lijden zijn gegaan.
Ik wil afsluiten met een voorbeeld dat ik van iemand meekreeg.

Het is net als met kastanjes, zijn diegene.

Als wij een kastanje vinden die nog in de bolster, in het omhulsel, zit dan zijn we geneigd er op te trappen om zo de bolster op te breken en de kastanje eruit te halen.

Je hebt dan wel een grote kans dat je niet alleen de bolster breekt, maar ook de kastanje beschadigt.


Er is ook een andere manier, waar je wat meer geduld voor moet hebben: je legt de bolster in de zon.

Want door het zonlicht zal de bolster als van zelf gaan openbreken en komt er een prachtige gave kastanje uit.


Kijk, zo wil God met het zonlicht van zijn genade ons leven weer openbreken en laten glanzen, ons maken tot hoe Hij ons heeft bedoeld.

En als we elkaar nu eens meer van dat zonlicht lieten genieten, zouden we dan vaak niet heel anders met elkaar omgaan?


Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt, zei de Here Jezus.

Aan de slag dus: elkaars voeten wassen!


Amen



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina