Present Simple (ott) Present Continuous



Dovnload 34.1 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte34.1 Kb.
English Tenses

Present Simple (OTT)

Present Continuous (OTT met ing-vorm)

1.Vorm:

2. Gebruik:

  • feit

  • gewoonte

  • iets gebeurt regelmatig

  • dienstregeling

3. Signaalwoorden

  • always, never

  • usually, often

  • sometimes

  • every day / every week etc.

4. Voorbeelden

  • He studies two hours every day.

  • We often watch TV in the morning

  • Water boils at 100 degrees Celsius

  • I live in Groningen.

  • They always get up early.


TIJDBALK (zelf tekenen)



1. Vorm:

2. Gebruik:

3. Signaalwoorden

4. Voorbeelden

  • I am writing an email.

  • Look, they're kissing!

  • They are leaving next week.

  • I'm watching TV at the moment.

  • She's always picking her nose.


TIJDBALK (zelf tekenen)

Past Simple (VT)

Past Continous (VT met ing-vorm)

1. Vorm:

  • ww +ed

  • tweede vorm (bij onr. ww)

2. Gebruik:

  • iets is in het verleden begonnen en afgelopen

  • in alle zinnen met een tijdsbepaling, die verwijst naar het verleden.

  • NB Kijk dus niet naar de Nederlandse vertaling! Kijk alleen of de actie in het verleden is gebeurd.

3. Signaalwoorden:

  • yesterday, this morning, last year, in 1980

  • when...?

  • (at) what time...? how long ago...?

4. Voorbeelden:

  • Charles Dickens died in 1870.

  • He saw her last week

  • We first met a year ago.

  • It happened a long time ago.

  • The Titanic sank on her first voyage.



TIJDBALK (zelf tekenen)



1. Vorm:

  • was / were + ww+ing


2. Gebruik

  • iets was in het verleden al een tijd aan de gang

  • vaak in combinatie met past simple: lang durende actie (past cont.) wordt onderbroken door korte actie (past simple)

  • beschrijving van een toestand

3. Signaalwoorden:

4. Voorbeelden:

  • Yesterday, he was shopping at the supermarket for two hours.

  • He was cleaning (lang) the window, when the phone rang (kort).

  • They were watching (lang) a late-night movie when we came (kort) home.


TIJDBALK (zelf tekenen)




English Tenses

Present Perfect (Voltooid Tegenwoordige Tijd)

Present Perfect Continuous ( met ing-vorm)

1.Vorm:

  • have / has +voltooid deelwoord

  • 3e vorm bij onreg. Ww

2. Gebruik:

  • iets is in het verleden begonnen en duurt nog voort.

  • Van toen….tot nu => “overbrug-tijd”, periode

  • Het resultaat van een gebeurtenis is nu nog merkbaar en/of van belang

  • Het gaat erom dat iets is gebeurd. Niet wanneer!

3. Signaalwoorden:

  • Since : sinds, vanaf

  • For (two years now): gedurende, nu al

  • Just: zojuist, pas, (daar)net

  • Ever, never: ooit, nooit

  • Yet: al, nog

  • Already: al

  • Lately: de laatste tijd

  • So far: tot nu toe

  • Up till now: tot nu toe

  • (for) how long? : hoe lang al?

4. Voorbeelden

  • How long have you been here?

  • Have you read any good books lately?

  • I have lived in Groningen since 1998.

  • He has already made a date with her.

  • So far, I haven’t heard from him.

TIJDBALK (zelf tekenen)



1. Vorm:

  • have / has + been + ww+ing

  • vb. I have been reading

2. Gebruik:


3. Signaalwoorden

  • Zie present perfect


4. Voorbeelden (vergelijk!)

  • Simple: We have drunk a whole bottle of whisky. (Het gaat om de hoeveelheid)

  • Continous: We have been drinking all evening. (Het gaat om de handeling => het drinken)

  • Simple: I have cut my finger. (Het gaat om het resultaat.)

  • Continuous: We have been cutting wood all day. (Het gaat om de handeling => het hakken)

  • Simple: They have lived here all their lives. (Permanent!)

  • Continuous: She has been living here for quite a while. (Beperkte duur, tijdelijk.)



Past Perfect

Past Perfect Continous

1. Vorm:

  • had + voltooid deelwoord

  • 3e vorm bij onreg. ww

2. Gebruik:

  • een gebeurtenis vond verder terug in het verleden plaats dan een andere gebeurtenis in het verleden.

  • Vaak in combinatie met de past simple!

3. Signaalwoorden:

4. Voorbeelden:

  • He wasn’t (past simple) a stranger, we had met before

  • She asked (past simple) me if I had had anything to eat.

  • As soon as he had seen her, he knew (past simple) he loved (past simple) her


TIJDBALK (zelf tekenen)



1. Vorm:

2. Gebruik:

  • De “simple form” geeft een feit weer, de continuous benadrukt de handeling.



3. Signaalwoorden:

  • When

  • By the time

  • Before

  • As soon as

  • After

4. Voorbeelden:

  • We had been walking for hours, when we finally reached (past simple) the village.

  • After we had been chatting for a few minutes, he asked me to dance.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina