Prime: dezelfde noot Kleine secunde: Kleinste chromatische toonsafstand. Jaws Grote secunde



Dovnload 30.53 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte30.53 Kb.
Studiemateriaal toonsoorten en intervallen, HAVO 5.
1. Solfege.
Ezelsbruggen intervallen:
Prime: dezelfde noot

Kleine secunde: Kleinste chromatische toonsafstand. Jaws

Grote secunde: Begin van Vader Jakob.

Kleine terts: het begin van Opzij of Greensleeves.

Grote terts: het begin van Er is een kindeke geboren op aard

Reine kwart: Begin Wilhelmus, Daar komt de bruid, Zie ginds komt de stoomboot.

Tritonus: Maria uit de West Side Story

Reine kwint: Begin van Altijd is Kortjakje ziek

Kleine sext: Eerste grote interval in The Entertainer;
Grote sext: Begin van Berend Botje ging uit varen.

Kleine septiem: Begin van The winner takes it all (Abba)

Groot septiem: Octaaf min een halve toon; wil naar het oktaaf toe.
Oktaaf: Begin van de Lambada
2. Toonsoorten.
Wat moet je kunnen herkennen van papier:

-De toonsoorten en hun voortekens kennen. (Kwintencirkel!)


De buitenste rand geeft de voortekens aan. Rood geeft de majeurtoonsoorten die daarbij horen en de binnenste rand (groen) geeft de mineur toonsoorten aan.
Zo hebben A groot en fis klein hiernaast allebei drie kruisen, en wel de kruisen fis, cis en gis.
In de praktijk gaan ze bij het eindexamen niet verder dan 4 voortekens. Het is echter goed om het hele rondje te kennen.
Je kunt dit natuurlijk ook in een tabelletje zetten als je dat makkelijker vindt (overigens heeft mijn collega, de heer Veldhuizen, wel degelijk de kwintencirkel behandeld, heeft hij mij verteld!)


KRUIS

 

 




MOL

 

 

Aantal

Majeur

Mineurparallel




Aantal

Majeur

Mineurparallel

0

C

am




0

C

am

1

G

em




1

F

dm

2

D

bm




2

Bes

gm

3

A

fism




3

Es

cm

4

E

cism




4

As

fm

5

B

gism




5

Des

besm

6

Fis

dism




6

Ges

esm

Een andere manier om het te checken:

De intervallen in een toonladder zijn voor majeur 1 1 ½ 1 1 1 ½ :


De intervallen in een toonladder zijn voor mineur 1 ½ 1 1 ½ 1 1 :


Als je een toonsoort moet benoemen (er staan bv drie mollen vooraan de balk) doe dat dan in drie stappen:
Stap 1: Welke 2 mogelijkheden zijn er? Antwoord: Es majeur of c mineur.
Stap 2: begint en/of eindigt het fragment met een Es -dan wel een Cm -akkoord ?

Stap 3: Kom je de verhoogde 7e toon in de mineurladder tegen? De 7e toon in cm is de bes, dus er zou voor cm een b moeten voorkomen oftewel: bes wordt verhoogd naar b)


Voorbeeld: Welke toonsoort is dit?



Prelude van J.S. Bach

(BWV 539).

Stap 1: Er is 1 mol, dus het is F groot (majeur) of d klein (mineur)

Stap 2: Het eerste akkoord bestaat uit de noten d, f en a dus dat is een d mineur


akkoord. Grote kans dat de toonsoort dm is en niet F groot.
Stap 3: Er komt een cis in voor en cis is de 7e toon in de toonladder van d mineur.
Nog een aanwijzing dus, dat het d klein is.

Conclusie: we hebben hier te maken met de toonsoort d mineur oftewel dm
3. Transponeren
Muziek kan in een bepaalde toonsoort genoteerd staan om verschillende redenen. De componist vindt die toonsoort voor dat stuk het mooist, het stuk is zo gemakkelijk te spelen of een stuk is in die toonsoort beter voor het bereik van een instrument of zanger(es).

Voor sommige instrumenten (klarinet, sax, trompet) moet de partij worden getransponeerd. Dat komt omdat hij op een andere hoogte klinkt.

Op een instrument dat in Bes staat (bv tenorsax) geldt, dat als de speler denkt dat hij de noot c speelt, de noot bes klinkt, dus voor dit instrument moet je een grote secunde hoger schrijven. In dit geval moet je een d voorschrijven om die c te horen.

Op een instrument in Es (bv altsax) geldt dat als de speler denkt dat hij een c speelt, je een es hoort. Dus dit instrument moet je een kleine terts lager noteren dan het eigenlijk klinkt. Als je een a opschrijft hoor je een c.


Er zijn verschillende manieren om een melodie te transponeren. Maar werk systematisch:
Stap 1: kijk eerst naar de gebruikte sleutel en de voortekens van het origineel en bepaal in welke toonsoort het fragment staat (zie stappenplan hierboven).

Stap 2: bedenk wat de voortekens zijn van de toonsoort waar je naar toe moet.

Stap 3: reken uit welk interval iedere noot dus omhoog of omlaag moet en pas dit toe op de gehele melodie.

Stap 4: Bedenk voor elke kruis, mol of herstellingsteken dat je tegenkomt tijdens het stuk, of dit een verhoging of een verlaging is in de originele melodie en pas in je nieuwe melodie ook een verhoging of verlaging toe op die plek.


Een voorbeeld:

Fragment van een melodie. Vraag: transponeer dit voor een bes instrument, dus je moet de hele melodie een grote secunde hoger zetten.


Stap 1: Het is de G-sleutel, 1 mol als voorteken, dus de toonsoort is F majeur of d mineur (dm). Kies welke het is van de twee. In dit geval eindigt de melodie op de noot f en er is geen cis (de verhoogde 7e toon in d mineur) dus is de toonsoort F groot

Stap 2: We moeten een grote secunde hoger, dus de toonsoort wordt G groot. Kortom: dat wordt 1 kruis als voorteken.

Stap 3: Van de noot f naar de noot g is een grote secunde. Elke noot gaat dus 1 stapje hoger: een noot op een lijntje komt nu tussen de lijntjes erboven en een noot tussen lijntjes komt op het lijntje erboven..

Stap 4: er zijn geen voortekens tijdens het stuk, dus die kunnen we overslaan.

Kortom: het wordt deze transpositie:

Fragment uit vb. 6, getransponeerd naar G majeur.


Stel dat het origineel begonnen was met de noot as i.p.v. a, dan was de nieuwe noot een bes geworden. Stel echter dat de 1e noot van de 3e maat een herstellingsteken had gehad (bes wordt b) dan was de nieuwe noot geen c maar een cis geweest !!
Wat moet je kunnen:

-Een melodie transponeren naar een andere toonsoort (tot toonsoorten met maximaal 3 voortekens)



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina