Professionalisering van de milieuhandhaving



Dovnload 30.73 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte30.73 Kb.



PROFESSIONALISERING VAN DE MILIEUHANDHAVING

VROM IPO VNG UvW V&W
Voortgangsbericht september 2004


Denkt u eens in: het is 3 januari 2005, de eerste werkdag van het nieuwe jaar. Veel collega’s zijn nog met vakantie, maar u mag aantonen dat uw organisatie de milieuregels professioneel handhaaft.

Het is weliswaar pas september, maar dat nieuwe jaar is er zo. Nog ruim 3 maanden hebben alle milieuhandhavende overheidsdiensten de tijd om de kwaliteitscriteria in eigen huis handen en voeten te geven. Immers, in januari zal onderzocht worden wat er veranderd en bij voorkeur verbeterd is sinds de nulmeting van 2003. Het motto voor de komende periode kan dan ook dat van de werkconferentie van 27 mei jl zijn: “van ambitie naar resultaat”. (voor presentaties zie www.lim-info.nl).


Het beeld is overwegend positief, maar we weten dat een aantal instanties er nog stevig aan zal moeten trekken om het maximale resultaat te bereiken. Deze kunnen zich nu al verheugen in de bijzondere aandacht van de provinciale regisseur die, net als u, met spanning naar het nieuwe jaar toeleeft. Naar verwachting is de Wet verbetering handhavingstructuur (inclusief AmvB) dan inmiddels van kracht. Daarmee krijgt de provincie de beschikking over een aantal instrumenten om de regiefunctie kracht bij te zetten. Over de toepassing van deze instrumenten komt eind dit jaar een handreiking uit. Het proces van professionalisering gaat gestaag verder en zal - volgens wettelijke planning - over 2 jaar geëvalueerd worden.



Project

Het project "Professionalisering van de Milieuhandhaving" is formeel op 28 januari 2002 begonnen met bestuurlijke afspraken tussen VROM, VNG, IPO en UvW over een traject dat tot januari 2005 zal duren. Later sloot zich ook V&W bij deze afspraken aan. Eerder gaven de minister van VROM en de Tweede Kamer al aan naar een andere organisatiestructuur van de milieuhandhaving te willen. De bestuurlijke afspraken van 28 januari kozen echter uitdrukkelijk niet voor een structuurwijziging, maar voor kwaliteit en inhoud: op 1 januari 2005 zullen alle instanties voldoen aan samen overeengekomen kwaliteitscriteria. Alleen als zij daarin niet zouden slagen is er reden om de organisatie van de uitvoering te veranderen. Sinds het begin van 2002 zijn inmiddels - binnen het afgesproken traject -de volgende stappen achter de rug:



  1. Op 1 November 2002 zijn gezamenlijk de kwaliteitscriteria vastgesteld.

  2. Alle instanties hebben een zelfevaluatie uitgevoerd, geverifieerd door een onafhankelijk bureau. Op 5 juni 2003 heeft het IPO de resultaten van de zelfevaluaties bekend gemaakt in landelijke en provinciale rapporten "Nulmeting".

  3. Rond September 2003 hebben alle instanties verbeterplannen gemaakt om te bereiken dat ze tijdig aan alle criteria zullen voldoen. Op 1 december 2003 heeft de stuurgroep op grond van een analyse van de verbeterplannen geconcludeerd dat er voldoende vertrouwen is dat via de afgesproken routes de doelen tijdig zullen worden bereikt, hetgeen dan ook door de staatssecretarissen van VROM en V en W aan de Tweede Kamer is gemeld.

  4. Op 10 november 2003 is het Wetsvoorstel verbetering Handhavingstructuur (hoofdstuk 18 Wm) bij de Tweede Kamer ingediend. Deze aanvulling van de Wet milieubeheer regelt de samenwerking in de milieuhandhaving, de regierol van de provincies, de formele vastlegging van de kwaliteitscriteria en een aantal aanvullende bevoegdheden van provincies en ministers om eventueel bepaalde maatregelen voor te schrijven.

  5. Op 25 maart 2004 is een door het BLOM en de Stuurgroep Professionalisering goedgekeurde Landelijke Sanctiestrategie uitgekomen.

  6. In april / mei 2004 is via een eenvoudige "tussenmeting" nagegaan of de verbeterplannen op koers liggen. Tijdens de drukbezochte werkconferentie "Van ambitie naar resultaat" (27/5) kon stuurgroeplid Lambert Verheijen op grond van de resultaten van de tussenmeting melden dat het overgrote deel van de organisaties goed op schema lag, maar dat elke provincie wel een handvol zorgelijke achterblijvers kende.



Professionalisering als continu proces





Is projectleider Wout Klein (VROM-Inspectie) tevreden over het verloop? “Nou en of”, antwoordt hij prompt. “Als je ziet wat er allemaal gebeurt, hoe hard iedereen bezig is met veranderen en verbeteren van de manier waarop jarenlang gewerkt is. Al die energie die we er in hebben gestopt komt er dubbel weer uit. En dat niet alleen om de criteria te halen, maar liefst om het nog iets beter te doen.”

En houdt dat proces op 1 januari 2005 op? “Dat zou wel heel kortzichtig zijn. Dan zou je een uiterst belangrijk veranderingsproces halverwege staken. Bovendien zou het desastreus zijn tegenover van de handhavinginstanties die er enthousiast mee om gaan. Nee, professionaliteit betekent: je blijvend verbeteren. Per 1 januari 2005 meten we de stand van zaken. Maar de kwaliteitsverbetering gaat gewoon door. En vergeet niet: vanaf 1 januari krijgt de provincies extra bevoegdheden om zonodig extra maatregelen te nemen.“

Is er een kans dat er criteria worden geschrapt als veel instanties ze niet blijken te halen? “Tijdens het spel veranderen we de regels niet. Dat is een belangrijk uitgangspunt geweest en daar houden we aan vast. Wat dat aangaat zijn we niet zo inschikkelijk. Zo is ook gereageerd op een wens ‘om toch wat soepeler te zijn over de scheiding tussen vergunningverlening en –handhaving’. Nee dus, doen we voorlopig niet. Eventuele ingrepen van de provincies blijven gebaseerd op de criteria die we op 1 november 2002 hebben vastgesteld. In 2007 wordt de Wet handhavingstructuur geëvalueerd. En dan zullen we zien of sommige criteria soepeler worden of vervallen en of er andere bijkomen of normatiever moeten.”


Eindmeting

Kort na 1 januari 2005 wordt opnieuw gemeten in hoeverre de handhavingsorganisaties aan de kwaliteitscriteria voldoen. Deze meting vindt op vergelijkbare wijze plaats als de nulmeting en zal worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de provincies als regisseurs. Elke gemeente, waterschap, provincie en rijksdienst (VROM, V&W) voert in de maand januari weer - met behulp van een vragenlijst op internet - een zelfevaluatie uit. Het stramien voor deze zelfevaluatie wordt landelijk vastgesteld en is (op enkele verbeteringen na) gelijk aan dat van de nulmeting.

Elke zelfevaluatie wordt vervolgens door een extern bureau geverifieerd op kwaliteit (consistentie met de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria) en inhoud; centrale vraag bij deze verificatie zal zijn: levert de zelfevaluatie een betrouwbaar beeld op van de werkelijke situatie?

Elk bevoegd gezag stelt vervolgens de zelfevaluatie bestuurlijk vast en zendt de resultaten van de zelfevaluatie en de externe verificatie aan de provinciale regisseur. VROM en V&W zenden hun resultaten aan het IPO. De provincie stelt uit de resultaten een overzicht op van de situatie per regio en/of provincie en zendt deze rapportage aan de ministers van VROM en V&W, het IPO, de VNG en de UvW. Een landelijk beeld op basis van de twaalf provinciale rapporten en die van VROM en V&W wordt uiteindelijk door het IPO opgesteld.

Hiermee is het project van de eindmeting in strikte zin afgerond; het proces van professionalisering gaat echter door. Op basis van de meting zullen provincies – waar nodig – maatregelen nemen om ‘zwakke plekken’ in het milieuhandhavingsnetwerk te versterken met instrumenten uit het wetsvoorstel handhavingsstructuur

In november van dit jaar zult u via uw provinciale regisseur meer gedetailleerde informatie over de zelfevaluatie en verificatie ontvangen. Op hoofdlijnen kunt u het volgende verwachten.




  • Begin januari 2005 start zelfevaluatie

  • Half februari 2005 einde zelfevaluatie

  • Half februari- half maart 2005 externe verificatie

  • Half mei 2005 bestuurlijke vaststelling zelfevaluatie

  • Eind mei 2005 provinciale rapportages

  • Half juni 2005 landelijke rapportage.


Wetsvoorstel verbetering handhavingsstructuur, AMvB en Handreiking

Op 10 november 2003 is het Wetsvoorstel Handhavingsstructuur bij de Tweede Kamer ingediend. In dit voorstel wordt een wijziging van het handhavingshoofdstuk (H 18) van de Wet milieubeheer geregeld. De bestuursrechtelijke handhaving zal met een aantal sturingsmogelijkheden worden uitgebreid. Momenteel is de schriftelijke voorbereiding van het wetsvoorstel met de Tweede Kamer afgerond. Mondelinge behandeling wordt rond 2 tot 4 november verwacht.

Gebaseerd op dit wetsvoorstel is een ontwerp-amvb met kwaliteitscriteria voor commentaar aan de betrokken koepelorganisaties voorgelegd. Het gaat hier om de formele vastlegging van de kwaliteitscriteria uit het document “Doe je voordeel met het oordeel” die in het kader van het “project professionalisering van milieuhandhaving” ontwikkeld zijn door VROM, V&W, IPO, VNG en UvW. Niet alle partners vinden zo’n formele vastlegging noodzakelijk, maar de Wet vraagt het nu eenmaal. Er is verder nog een (wetgevings)-technisch discussiepunt tussen VROM, Justitie en V&W dat eerst opgelost moet worden voordat het ontwerp verder in procedure kan. Dit punt houdt verband met de vorm waarin de kwaliteitscriteria gegoten zouden moeten worden. De inhoud van het document “Doe je voordeel met het oordeel” staat niet ter discussie. Het streven is dat wetsvoorstel en amvb op 1 januari 2005 in werking treden.

De betrokken instanties onder aanvoering van de VI ontwikkelen momenteel een handreiking voor de toepassing van de diverse aanwijzingsbevoegdheden van de wet, zodat over en weer duidelijkheid bestaat in welke situaties en op welke wijze het aanwijzingsinstrument zal worden ingezet.



Nieuw op de LIM-site: www.lim-info.nl



Protocollen

Op de LIM-website staan Protocollen voor:



  • Controle

  • Hercontrole

  • Administratieve controle

  • Controleren rapportages en plannen

  • Rapportage bevindingen controle

  • Ongewone voorvallen/incidenten

  • Opstellen draaiboek

  • Afwijken van beleidsregels

  • Klachtenafhandeling

  • Dwangsombedragen

  • Termijnstellingen

  • Toepassen gedoogstrategie





Outputcriteria,


Het rapport "Meetbare handhavingsdoelstellingen", ondertitel "Het gaat om het resultaat". Bestuurders en politici willen graag weten wat het resultaat is van de handhaving: wordt het milieu er beter van? Managers willen vooral sturen op de efficiency van hun dienst. Is het een beter dan het ander en hoe passen beide in elkaar? De staalkaart outputcriteria geeft daar antwoord op.

In de handreiking worden de handhavingsdoelen onderscheiden in de volgende typen doelstellingen:



  • inputdoelstellingen;

  • prestatiedoelstellingen;

  • naleefdoelstellingen;

  • milieudoelstellingen.

De eerste twee typen doelstellingen zeggen iets over de organisatie zelf: de inzet (aantal uren) en geleverde prestaties (aantal uitgevoerde controles / aantal toegepaste sancties) van een handhavingsorganisatie. Met behulp van deze doelstellingen is het mogelijk de efficiency van een handhavingsorganisatie te meten. Deze doelstellingen passen volledig binnen de bestaande planning en control praktijk van de overheid.

De laatste twee typen doelstellingen zeggen iets over het effect van de handhavingsacties op de doelgroep

(naleefgedrag) en op het milieu (milieueffect). Deze doelstellingen zijn een indicator voor de effectiviteit van de handhavingsacties.

Voordat een handhavingsdoelstelling kan worden geformuleerd dient eerst het probleem te zijn gedefinieerd. Afhankelijk van het type handhavingstaak en de nauwkeurigheid waarmee de handhavingstaak is omschreven kan vervolgens een input -, output -, nalevings – of milieudoelstelling worden geformuleerd. Hoe nauwkeuriger het probleem is omschreven, hoe nauwkeuriger ook de handhavingstaak kan worden beschreven en des te nauwkeuriger de doelstelling.










Kengetallen

Vouwblad en handreiking "Besturen met kengetallen", producten van het deelproject Kengetallen. Wie bereid is de komende twee jaar zijn ervaringen aan collega's en projectleiding terug te melden ontvangt het bijbehorend computerprogramma met handleiding "Werken met kengetallen" en doet mee aan de proeftuin kengetallen.

Van handhavingsorganisaties wordt onder meer verlangd dat zij met kengetallen werken. Dit zijn cijfers die iets zeggen over bijvoorbeeld het aantal te handhaven bedrijven, het aantal uit te voeren controles, de tijdsinzet per controle, of het aantal benodigde mensen uitgesplitst naar hun specifieke deskundigheid. Voor het maken van de juiste bestuurlijke keuzes en het sturen van de organisatie zijn zulke kengetallen een belangrijk hulpmiddel.

Met behulp van deze cijfers zijn de kosten van personeel en materieel in beeld te brengen. Ook kan aan de hand van de cijfers de uitvoeringsorganisatie op efficiency worden gestuurd, zodat managers de afspraken met het bestuur - en de burger - kunnen waarmaken. Vooral dit laatste is belangrijk bij het maken van de juiste keuzes. Vaak bestaat er een spanningsveld tussen de politieke prioriteiten zoals die in het handhavingsprogramma staan en wat haalbaar is met de beschikbare mensen en middelen. Door de gevolgen van bestuurlijke keuzes te onderbouwen met kengetallen kan je varianten doorrekenen en heb je meer zekerheid dat de bestuurlijke ambitie die uit het programma spreekt, ook waar gemaakt kan worden.









Voortgangsbericht professionalisering van de milieuhandhaving september 2004







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina